MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy

september 2009
Woensdag 2 september

In het Dorp is iemand dood. Een zelfverkozen dood, als je daar nog van kunt spreken als je het gevoel hebt juist geen keuze meer te hebben.
Ik heb haar bijna nooit gesproken, daarom is het verdriet bij mij niet zo groot.
Dat geeft me de gelegenheid anderen te bekijken, en mezelf.
Lukt het me ook om te kijken zonder te oordelen.
Zie ik mensen pijn hebben.
Zich schuldig voelen.
Zie ik mensen die niet heel veel kontakt met haar hadden toch heel veel verdriet hebben.
Als ik het wat langer volg lees ik dat de pijn om het heengaan van de ander inhaakt op pijn in henzelf.
Een herkenning van dit eenzame oergevoel, of al eerder op een dergelijke manier mensen hebben verloren.

Ik herken het beiden.
Huilde een tijd lang bij iedere dode, al dan niet bij mij bekend.
Huilde niet bij de stap van een klasgenote voor een trein, het verdriet sloeg naar binnen. Was misschien wel wat jaloers omdat zij die stap wel had durven zetten. Het leek zo'n bevrijding.

Met Ex was ik in Athene. Aan de voet van de Akropolis. De laatste dag van onze vakantie. We liepen naar boven, bij de ingang was het druk. Het nieuws druppelde al snel door de wachtende mensen, deze dag geen toegang, er was net iemand vanaf gesprongen. Ik was op slag chagrijnig, het kwam zo binnen, zo dichtbij.

Voor mij is het winst dat ik nu niet overhoop lig en me vereenzelvig met de pijn van de ander en van de hele wereld. Dat ik alleen verdriet heb, me machteloos voel bij het verdriet van de mensen die haar wel hebben gekend.
De aanleiding is naar, maar ik ben blij mijn groei te ervaren.
Donderdag 10 september

Bijna op vakantie, morgenavond met de nachttrein naar München voor een reis van 2 nachten naar mijn eerste bestemming: Sighisoara.
Het is nog onwerkelijk om op reis te gaan, ik pak mijn koffer, maar ga morgen nog werken.
Ga naar steden waar overstromingen zijn en bosbranden nog maar net geblust.
Ik ga het leuk vinden en ik zie er tegen op, het schijnt er bij te horen.
Hoop dat morgen het vuurtje van dingen willen zien wordt aangewakkerd.


Zaterdag 12 september

München.
De stad van Derrick.
Weinig aan, althans, het gebied rond het station waar ik een kleine 2 uur doorbreng.
Dan met de trein naar Budapest. De vrouw naast me is onrustig. Pakt steeds haar tas in en uit. Doet steeds de rits van haar jas omlaag en omhoog. Prikt steeds in mijn zij. Mijn lijf reageert afwijzend, waarom toch, ik ben niet afkerig van aanrakingen.

Het station van Budapest is mooi, eromheen echter een bouwput. Ik eet wat, zit wat in de zon, ga naar mijn volgende nachttrein. Krijg gezelschap van 2 jonge Frans-Belgische meisjes. Net voor vertrek helpt de conducteur een oude vrouw in onze coupé. Ze huilt. Is het eerste kwartier druk met snotteren en zakdoeken.
Dan krijg ik oogkontakt. Ik glimlach, zoals ik altijd doe als ik kontakt maak. Ik glimlach te snel. Ze vraagt of ik Engels spreek. Ik zeg ja. Dan gaat de stop eraf. Ze heeft tot nu toe een vreselijke reis gehad. Ze is erg slecht ter been, heeft overal hulp aangevraagd maar niet gekregen, de taxichauffeur in Berlijn heeft haar opgelicht, niemand die haar in Engels te woord wilde staan en zo gaat het nog een hele tijd door. Ik luister, ik knik, ik 'oh, that's hard' en we proberen haar te laten doordringen van het feit dat het nu goed is. Dat ze bij ons is, in de goede trein en de hele nacht kan bijkomen. We pakken een boek, om er weer een stop op te krijgen.
Om 9 uur begint ze zich uit te kleden. Dikke witte benen komen uit de onderrok. Grote uitgezakte borsten in een vleeskleurige bh. Ze kent geen gene, ik ben jaloers. Als ze vindt dat de buurvrouw te vaak te hard lacht gaat ze in haar ondergoed de gang op, om te klagen. En nogmaals bij de conducteur als het lachen niet ophoudt. Heb ik er echt minder last van, of heeft zij nu eenmaal meer lef.

Ik mis de haren van een poezenruggetje in mijn gezicht.
station Budapest

Zondag 13 september

Het is nog donker als ik uitstap, 5 uur op mijn horloge, maar hier 1 uur later. Thank you for everything dear, zegt de Engelse naast me.
Ik wacht op het station tot het licht is, laat er mijn koffer achter en begin mijn tocht naar het centrum van Sighisoara.
Het hele centrum wordt opnieuw bestraat, hetgeen resulteert in een zooitje. Maar wel een gezellig zooitje.

Bij het GWK hadden ze me gezegd dat ze in Roemenië euro hadden, en ook al had ik zelf iets anders uitgezocht, ik vertrouwde op hun kennis.
Ze bleken er toch naast te zitten. Dus ga ik op zoek naar een wisselkantoor dat open is op zondag, anders kan ik niet betalen voor mijn achtergelaten koffer. Al snel blijkt dat deze alleen dicht zijn op zondag.

Er zijn nog geen toeristen. Wel oude vrouwtjes, die de appels van hun land in een schaaltje te koop aanbieden. Anderen maken zich op om naar de kerk te gaan. Ik zie de opengebroken straatjes met de in pastelkleuren geverfde huizen. De café's op het centrale plein zetten de stoelen buiten. De winkeltjes hangen de souvenirs aan de muren. Ik beklim een steile houten trap naar een kerk en loop het kerkhof. Een hond blaft luid. Ik hoor iets kraken onder mijn voet. Een kastanje.

Het begon in Wenen. Ik liep naar een mausoleum bij een landgoed en er valt een kastanje op mijn hoofd. Dank je Anna, zeg ik, ze is net dood. Ik raap de kastanje op en stop deze in mijn jaszak. Poets deze glimmend met mijn vingers. Sindsdien stuit ik regelmatig op kastanjes. Vooral op vakanties, en vooral als ik een zetje kan gebruiken of als ik aan het genieten ben. Zoals in Granada, waar ik me in de zon dronken voel worden in het Alhambra als ik 1 biertje nuttig. Een kastanje ligt naast mijn hand. Door mijn dronkenschap ga ik bloemetjes op de foto zetten, en lach ik om mezelf.

Ik laat de kastanje door mijn vingers glijden en kijk omhoog. Ze is bij me.

Ik wissel wat geld in een hotel waar we zaken mee doen en ga door met de trein naar Brasov. Een drukke trein, we staan in het smalle gangpad. Door het helaas dichte raam zie ik het Roemeense platteland voorbij trekken. Gezinnen die zich op een willekeurig stukje gras hebben gesettled. De mannen staan met ontbloot bovenlijf te vissen in het riviertje. De kinderen spelen voetbal. De vrouwen hebben de hoofden in elkaars schoot, epileren elkaars wenkbrauwen. Een man bedient de barbecue. Verderop een dorp, het zou Doel, bij Antwerpen, kunnen zijn. Leeg, gehavend. De kerk steekt en wit en fier bovenuit. Weer verderop een man bovenop een hooiwagen. Zijn vrouw, gekleed in een geruit keukenschort en een gebloemde hoofddoek, steekt hem met een hark het hooi toe. Nog weer verderop een bewoond dorp, afgesloten met een slagboom. Ook hier de huizen gehavend, de bewoners bewegen zich voort met paard en wagen maar hebben bijna allemaal een schotel op het dak.

Ik stap uit in een buitenwijk.
Een taxi wordt aangeraden, maar ik ga stoer lopen. Krijg daar halverwege spijt van. Ben kapot als ik eindelijk op het centrale plein aankom. Kan het hotel niet vinden en wordt geholpen door een heel erg aardig stel waarvan de man ooit in Zuidlaren was. Ze waren vanmorgen in het hotel in Sighisoara waar ik mijn geld wisselde.

Als mijn lichaam het bed raakt valt het in slaap.

Sighisoara

Maandag 14 september

Om half 8 schijnt de zon al. Ik heb gedroomd van een man die mij leuk vond.

Bij de universiteit achter de Zwarte Kerk (zwart van buiten vanwege een brand) wordt het nieuwe jaar geopend. Denk ik.
De directeur, denk ik, houdt een toespraak, niemand luistert. De jongeren in divere leeftijden voor hem zijn te druk met elkaar begroeten. Sommigen hebben ouders bij hen, sommigen hebben bloemen bij zich, sommigen hebben zich heel erg netjes aangekleed.
Ik herken de spanning van een nieuw jaar, al was ik zelf nooit zo opgewonden weer in het groepsgebeuren te belanden.

Ik probeer wat uit te zoeken voor mijn trein naar Istanbul, of dat nog mogelijk gaat zijn morgen, in verband met de wateroverlast.
Zoek ook uit hoe ik bij het kasteel van Dracula kom.

Loop door het kleurrijke stadje met de vele terrassen en loop door naar het busstation. Van daar is het 40 minuten naar Bran, waar het kasteel is. Er wachten meer mensen op de bus. Op het bankje naast me zit een man. Hij slaapt. Hij hangt heel ver naar voren. Mensen kijken.
Ik hoor een harde plof. Ik kijk, mensen kijken, de man ligt op de grond. Ik doe een stap opzij, buig. Zie geen bloed. Raak hem heel voorzichtig aan. Er gebeurt niets. Nog een keer. Schrik als ik een kleine beweging teweeg breng. Ga snel weer op mijn plek staan. Even later gaat hij zitten, zijn ogen houdt hij gesloten, zijn hand op de plek waar zijn gezicht het asfalt raakte.

Vlad III, bijgenaamd Vlad de Spietser of Vlad Dracula, werd in 1431 geboren in Sighisoara. Zijn vader was een ridder in de Orde van de Draak, onder leiding van de keizer van Roemenië. Het symbool van de orde was een draak, het symbool van de duivel. Draak is dracul in het Roemeens, Vlad werd daardoor dracula, zoon van de draak. Door zijn gruweldaden in vele oorlogen werd dat zoon van de duivel, drac is het Roemeense woord voor duivel.

Hij was een zeer bloeddorstige heerser. Zijn hobby was het spietsen van mensen, een houten staak werd bij het slachtoffer tussen de benen in de anus gestoken. Vaak werden twee paarden aan de benen van het slachtoffer vastgebonden die het slachtoffer over de paal heen trokken. Er waren ook heel wat gevallen waarbij de staak er via een andere weg in werd gestoken, via een andere lichaamsopening, of met bruut geweld via de onderbuik of borst. Soms werd de staak via de mond ingebracht, zodat het slachtoffer ondersteboven kwam te hangen. De staak mocht niet te scherp zijn, want dan zou het slachtoffer te snel sterven. De 'kunst' was om de staak zo diep in te brengen, dat het slachtoffer niet meteen stierf, maar ook niet van de staak afviel als hij rechtop werd gezet. Als het slachtoffer zo in de lucht hing, werd hij of zij door zijn eigen lichaamsgewicht, langzaam naar beneden getrokken, waarbij de punt van de staak langzaam door de ingewanden heen ging. De dood van de slachtoffers was heel pijnlijk en kon soms enkele dagen duren.

Bram Stoker baseerde zich in zijn boek op een oud vampierenverhaal, een vrouw die mensen met haar tanden te lijf ging. Een vrouw als hoofdpersonage zou echter erg ongeloofwaardig zijn, dus gebruikte hij een aantal gegevens van Vlad III. Latere schrijvers en regisseurs betrokken de geschiedenis van Vlad wel bij de vampierverhalen. De Dracula's in de films kregen zelfs zijn uiterlijk. Het uiteindelijke resultaat was dat de Roemenen, toen het IJzeren Gordijn viel, tot hun verbazing ontdekten dat hun nationale held door het westen als een vampier werd gezien. In hun ogen was hij een held omdat hij ooit de Turken had tegengehouden.

Het kasteel heet Kasteel Dracula, maar hij schijnt er niet lang te hebben gewoond. Daarom valt het een beetje tegen. Het is niet het kasteel waar de film is opgenomen, en heeft wat mij betreft een te nette uitstraling. Veel gangetjes en kamers met spullen uit diverse tijden. Veel toeristen ook, die grappig denken te zijn door boe te roepen als vrienden van hen de smalle trap op komen. Veel aandacht voor de verschillen tussen Dracula en Vlad III.

In de bus bedenk ik dat ik de gok ga wagen. Ik ga morgen met de trein naar Bukarest en ga daar vragen of de trein gaat. Zo niet, dan probeer ik er met de bus te komen, er gaat een Eurolines bus. Vraag is nog of die het centrum bereikt. Lukt dat ook niet, dan moet ik maar naar meteen door naar Griekenland.




Dinsdag 15 september

Soms, als ik een duidelijk doel heb en dat doel heel graag wil bereiken, zoals nu Istanboel, dan zet ik mijn gevoel aan de kant en vertrouw ik de verkeerde mensen.
En altijd in deze situaties is BHV daar, en sms't ze me er doorheen. Ze heeft aan weinig woorden voldoende, veroordeelt mij niet om mijn domheid en wordt boos op de mannen die het verdienen.

Nog wat natrillend lig ik op bed in een hotel in Bukarest. Het had zo anders kunnen aflopen en dan had mijn testament gebruikt moeten worden.

De stad kan me nu echt gestolen worden. Er is een alternatief plan gemaakt. Het gaat me aan mijn hart maar ik moet Istanbul echt links laten liggen en meteen door naar Griekenland. Het lot geeft me zo wat extra rustdagen. Het zal nodig zijn.

Woensdag 16 september

Met Giorgio breng ik een deel van de reis door in één couchette. Gelukkig wordt hij zo dronken dat hij de nacht zelf in een andere couchette beland en zo heb ik een 6 persoons coupé voor mezelf.
In Thessaloniki breng ik een aantal uur door voordat ik de trein neem naar Kalambaka, het binnenland van Griekenland.

Het hotel daar is voor de 1e nacht overboekt, maar ik word gebracht naar een zeer hartelijke geïmmigreerde Australiër die hoopt dat we zaken kunnen doen als hij hoort dat ik bij een reisburo werk. Hij pampert me en noemt me 'love', ik laat het me graag aanleunen.

Vrijdag 18 september

2 Dagen in dit futuristisch landschap.
Eerst trokken kluizenaars zich terug in grotten om zo in eenzaamheid hun geloof te beleiden en zo dicht mogelijk bij God te zijn. Ze misten echter een aantal rituelen, zoals het Heilig Avondmaal, waar ook anderen bij nodig waren en zo kwamen er kerken en kwamen er kloosters. hoog boven op de steile bergtoppen van de Meteora.
In de hoogtijdagen stonden er 46 kloosters, nu zijn er nog 6 bewoond. De rest is vervallen of verwoest.

2 Dagen waarop emoties ruimte krijgen. Waarin ik niet zozeer dicht tot God kom alswel tot mezelf.

Dinsdag 22 september

Athene, de stad waar ik eigenlijk niet wil zijn maar nu door omstandigheden het langste ben.

Ruim 10 jaar geleden was ik hier met Ex. We reden eerst in 2 weken door de Peloponnesos. Het was mijn eerste echte buitenlandse vakantie sinds tijden, mijn eerste echte vakantie met hem, ik verheugde me erop. In de tassen nieuwe jurkjes. We huurden een auto en stopten als we een leuke plek zagen voor een lunch of een verkoelende duik. Op de 2e dag werd tijdens zo'n stop de auto leeggeroofd, al mijn nieuwe jurkjes weg. Zo sta ik op alle foto's in hetzelfde badpak en dezelfde wikkelrok.

Op de laatste dag waren we in Athene.
' s Ochtends beklommen we de berg waar we vanuit de hotelkamer uitzicht op hadden om de Akropolis te bezoeken. Het was druk bij de ingang. Bleek dat er die dag niemand op mocht, er was zojuist iemand van afgesprongen, met dodelijke afloop. Het greep me erg aan, zoals zelfmoord, ook van een volslagen vreemde, me altijd erg aangrijpt. Pas aan het einde van de dag, bij het eten en vooral het drinken van de wijn, werd ik weer gezelliger en probeerde ik Ex uit te leggen waar mijn emotie vandaan kwam. Hand in hand liepen we over het paadje langs de voet van de Akropolis naar het hotel. Dan komen er 2 jongens op ons af en trekken een mes. Het volgende moment zie ik Ex op de grond liggen en heb ik een mes op mijn keel. Uit een instinctieve overlevingdrang probeer ik verder de aandacht van hem af te leiden, geef ik geld maar houd ik iets achter en smeek ik ze ons verder met rust te laten. Het zijn niet mijn smeekbedes alswel het feit dat ze iemand horen aankomen dat ze er vandoor gaan. Ex blijkt niet te zijn neergestoken zoals ik dacht maar zijn neus is verbrijzeld. Volgt een spannende nacht met ziekenhuis en politieburo.

Als ik nu het officiële pad van de Akropolis bewandel zorg ik dat ik in de buurt van anderen ben. Er komen 2 jongens me tegemoet lopen. 1 Ervan grijnst. Een figuurlijke klap in mijn gezicht. Ik mag van mezelf niet meer toegeven aan een angst van zo lang geleden, maar de spoken zijn er nog.

Zondag 27 september

Sarajevo.
Heb het idee toch nog in Istanbul geweest te zijn, door de vele minaretten hier, en de koffiehuizen, en de oproepen tot gebed.

Ik ga een moskee in.
Sjaal om het hoofd, vest aan, schoenen uit.
Een man legt me dingen uit,over het gebruik van bepaalde plekken, het kleurgebruik, waarom toch die mannen gescheiden van de vrouwen.
Daarna begint hij me te bekeren. Hij voelt dat ik een mooi mens ben, en ik ben mogelijk door Allah gezonden vandaag.
No force, zegt hij en herhaalt hij, maar waarom niet geloven? Ik ben blij dat er geen antwoord van me wordt verwacht. Waarom niet geloven, als je daardoor zo gelukkig wordt als hij nu is? Waarom niet geloven als je weet dat daardoor na je dood het eeuwige paradijs op je wacht? Waarom niet geloven als je weet dat anders de hel op je wacht. Ik raad je aan de Koran te gaan lezen, zegt hij. No force, maar ik zou er niet te lang mee wachten, want ik moet het licht wel in dít leven gaan zien.

Ik ga weer terug naar het daglicht.

Ik geniet van de mannen rond het grote schaakspel. Dat spel is het leven op dat moment, het leven in een notendop.
Als ik net klaar ben met eten komt een zwerfkat op schoot, hij kan geen genoeg krijgen van mijn aanrakingen. Ex belt, of hij voor me zal koken, hij denkt dat ik al terug ben.

Op CNN kijk ik naar de Margareth Moth story, een fotografe en cameravrouw in oorlogsgebieden. Ze werkt neergeschoten in haar gezicht in Sarajevo in 1994. Gaat nu dood aan kanker.

Als je in Sarajevo bent is het heel makkelijk om de sporen van de oorlog te zien. De huizen in puin. Kogelgaten. Sarajevo-roosjes, de rode plekken op de muren en het asfalt, ter nagedachtenis aan de mensen die op die plek vermoord zijn.
Ik probeer door de stad te lopen en niet alleen dát te zien en vast te leggen.


Maandag 28 september

Ik aarzel voor ik mijn eerste foto maak, ik voel me zo'n ramptoerist.
Bewoners van Mostar snappen ook niet dat er zoveel mensen naar hun stad komen om de kogelgaten en de kapotgeschoten huizen te fotograferen. Ik realiseer me dat, maar hoe kun je anders, in een stad waar de oorlog nog zo duidelijk huist.
Hoe kun je anders, als je zelf nooit in een oorlog hebt gezeten, en die foto's, die beelden nodig hebt om het tot je door te laten dringen.
Op de terugweg naar Sarajevo heb ik een leuk gesprek met een journalist uit Bosnië. Begonnen als sportverslaggever, maar door de oorlog noodgedwongen ook de politiek ingedoken. Hij gaat even roken, komt dan terug: Sammy, Sammy, listen, I know ten names of the winning Dutch footballteam of '88 en begint ze op te noemen.