Zaterdag 1 september

Ik maak een foto van de borsten die ik nu nog heb.
Zondag 2 september

Ik word gek en vreselijk chagrijnig van dat gehoest van me.
Het valt me mee dat mijn bovenburen nog niet zijn komen klagen, het gaat dag en nacht door.
Ik heb zin om te huilen, voel me alleen, maar ben ook blij niemand om me heen te hebben nu.
Probeer de hele tijd een goede beslissing te maken: kan ik morgen werken of niet.

Maandag 3 september

Mijn eigen huisarts is weer terug, wat is ze toch leuk en goed.
Ze is blij met het goedaardige nieuws, geeft me antwoord op mijn vragen en degene die ik niet stel en geeft me een hoestdrank die mijn hoestprikkel zal onderdrukken en die ik wel mag met het oog op de operatie vragen. Aspirine mag namelijk niet meer deze week.

Slapen en waken lopen in elkaar over maar gebeuren niet in het dagdeel dat daarvoor bedoeld schijnt te zijn.

Ik gebruik de wakkere tijd om te lezen.
Ik lees een leuk boek met een onbevredigend eind: Linn Ullman met Voor je gaat slapen.
De achterflap: Karin Blom is een jonge vrouw die in deze roman vertelt over haar leven en haar bijzondere familie. In haar wereld vloeien fantasie en werkelijkheid bijna onmerkbaar in elkaar over. Karin is, in tegenstelling tot haar onweerstaanbare moeder en kwetsbare zus, niet erg mooi. Maar ze kan zingen, liegen, fantaseren en verleiden als de beste, waardoor de mensen in haar omgeving onherroepelijk afstevenen op de eenzaamheid.

Een fragment: ... Hij vertelde haar recht voor zijn raap dat hij de rest van zijn leven bij die andere vrouw wilde zijn. Hij had zijn koffer zelfs al gepakt, zei hij. Zijn vrouw huilde aan één stuk door en kon niets anders uitbrengen dan de vraag: Wanneer heb jij dan in godsnaam je koffer gepakt?
Mijn koffer, zei de overspelige echtgenoot, en ik geloof zelfs dat hij daarbij glimlachte. Mijn koffer heb ik tien jaar geleden al gepakt, meisjelief, precies vier maanden na ons trouwen. Dat wil zeggen: toen ben ik begonnen met pakken. Beetje bij beetje, snap je. Elke keer dat je pontificaal op de bank lag in dat grote, verschrikkelijke gebreide vest van je dat je zo graag draagt, en je je te goed voelde om je commando's behoorlijk uit te spreken, je bevelen zo ongeveer opboerde wil je een glas melk voor me halen, ach, zou je een appel voor me willen halen, kun je een bak chips halen. Of al die keren dat je je armen om mijn nek sloeg als ik een boek zat te lezen of muziek zat te luisteren of gewoon uit het raam keek, en jij met je armen om mijn nek fluisterde: waar denk je aan, waar denk je aan?
En al die keren dat ik mezelf dwong een bevredigend antwoord te vinden ik denk aan onze zomervakantie of wat was het leuk in de bioscoop vorige week of wat staat die jurk je goed of zouden we de keuken niet eens geel verven want jij wilde de boel steeds weer veranderen, je was nooit tevreden; en voor elke keer dat je pruimen at; wie eet er verdomme nou pruimen, zoals jij ze één voor één naar binnen propt, en dat smakken van je! En elke keer, snap je, dat er zoiets gebeurde, een klein dingetje maar, stopte ik weer iets in mijn koffer. Een onderbroek, een overhemd, een sok, nog een sok, een zijden stropdas, een T-shirt... Hoe erger je... ja, hoe zal ik het noemen? Hoe erger je misdaad was... hoe groter of mooier het kledingstuk was dat ik in mijn koffer stopte. Als je de hele nacht had liggen hoesten, wat je wel eens doet, pakte ik een trui. Voor iedere 'waar denk je aan' pakte ik en stropdas. Voor elke pruim een sok. Als je me dwong te vrijen, omdat jij met jouw manier van doen nu eenmaal altijd dwingt met je te vrijen, pakte ik een linnen overhemd. En af en toe, als ik jouw geur aan mijn vingers had, stopte ik een heel pak in mijn koffer.

Ik gebruik de wakkere tijd om dvd's te kijken.
Kijk naar een film waarvan ik weet dat het de favoriet is van Goede Man.
Het voelt raar om hem nu dan echt te zien, heb het lang uitgesteld.
Het voelt een beetje als een onaangekondigd en misschien ongewenst kijkje in zijn hoofd, zijn ziel.
Het voelt bijzonder zo dichtbij hem te zijn.
Dinsdag 4 september

In mijn gang hangen foto's met van die buddies aan de muur. Veel foto's en soms valt er wel eens 1 naar beneden. Meestal ben ik lui en laat 'm liggen, tot ik een keer de geest krijg en alle afgevallen foto's en losse hoekjes weer vastmaak.

Echt uitslapen kan ik niet meer sinds mijn nieuwe werk en ook door mijn verkoudheid ben ik te rusteloos om lang in bed te blijven liggen. Daarentegen kan ik prima een groot gedeelte van de dag onder een dekbedje op de bank zit-liggen.
Daar lees ik wat en kijk ik films met Poes op schoot. Daar spreek ik met mijn werkgever af de komende dagen thuis te blijven om aan te sterken. Daar doezel ik wat.

Als ik mijn ogen opendoe ben ik meestal niet meteen wakker. Ik kijk wat voor me uit, kijk wat om me heen.
Dan zie ik iets opmerkelijks. Op de sofa tegenover me staat mijn tas. Daarop ligt een foto, met de afbeelding naar boven gericht. Machu Picchu.
De laatste keer dat ik wakker was lag die foto nog op z'n kop op de vloer van de gang.
Ik probeer terug te gaan in mijn geheugen, maar de handeling van het oprapen van de foto komt er niet in voor. Ik kijk om me heen of ik spullen mis, of er braaksporen zijn maar ik kan ze niet ontdekken.
Ik snap er helemaal niets van, zit met grote verbazing onder mijn dekbedje.
Poes snapt alle opwinding niet.
Ik neem nog maar eens een grote slok van mijn hoestdrank.
Woensdag 5 september

Er is weer een computer.
Er is weer verbinding.
Er is weer direct kontakt mogelijk.

Is het toeval dat ook de pauzes tussen het hoesten door vandaag ook echt opmerkelijk langer zijn geworden?

In ieder geval kan ik de aansterktijd goed gebruiken om deze site weer bij te werken. Een andere plek voor mijn images-map betekent ook dat alle plaatjes van eerdere maanden opnieuw geplaatst moeten worden.
Heb eerst het heden maar even bijgewerkt. Lijkt me de goede volgorde, daarna komen de plaatjes van het verleden wel weer, het heden is al spannend genoeg.
Donderdag 6 september

Ik koop een varia puzzelboekje, met de afwisseling die een Tweeling zo nodig schijnt te hebben.
Ik koop een makkelijk leesbaar boek.
Ik koop een doktersroman, en krijg er zelfs 3 in 1 kaft.

Ik koop het eten dat ik eigenlijk wel het lekkerst vind, voor vanavond.
Ik koop appelsap, omdat ik na 12 uur vannacht niets anders meer mag drinken.
Ik koop een mooie nieuwe onderbroek, in een poging nog iets flatteus te dragen onder dat gekke hemd morgen.

Ik doe boodschappen voor het hele weekend, omdat ik na morgenochtend even niet mag tillen.
Ik ruim op, zodat ik de komende dagen in een schoon huis leef.
Ik bel het ziekenhuis om te vragen hoe laat ik morgen verwacht word.
Vrijdag 7 september

BHV en ik staan thee te zetten en bij te kletsen als de telefoon gaat.
Het ziekenhuis.
Of ik nu kan komen, er is een patiënt uitgevallen en ik kan over 15 minuten op de operatietafel liggen. Of ik dat ga redden.
We draaien het gas dicht, pakken de tas met het overlevingspakket en gaan op pad.

Die 15 minuten blijken rekbaar.
Ik word in mijn ontzettend leuke blauwe operatiehemd gehesen, krijg paracetemol en iets kalmerends.
Ik word er wat baldadig van en maak lol met BHV. Als ik dan toch eindelijk word weggereden roep ik nog naar haar dat ze van de dokters af moet blijven. Later hoor ik dat de zuster verontschuldigend tegen BHV heeft gezegd dat het door de medicijnen komt.

De zuster die me rijdt zet mijn hoofdeind wat hoger waardoor ik mij een koningin waan en ik zwaai naar de mensen die we onderweg naar de operatiekamer tegenkomen.
Dan word ik achtergelaten in de ruimte tussen gang en operatiegebeuren. Ze zijn bezig OK3 voor mij gereed te maken, zie ik door het ruitje. Af en toe zwaait iemand van binnen naar mij. Achter een ander raam, in de ruimte naast OK3, heb ik zicht op een monitor waar ik live een operatie op kan volgen. Ik zie iets roods, iets inwendigs en gereedschap dat daar iets probeert te bereiken of te verwijderen.
In de ruimte waar ik moet wachten staan voorraden. Ik kijk uitgebreid om me heen, observeer, maar geef geen waarde aan wat ik zie. Daarvoor ben ik te gekalmeerd.
De chirurg komt even handje schudden en hij zet een grote zwarte stip op mijn borst, op de plek waar de knobbel onder zit.
Het is tijd.

Ik krijg een lekkere verwarmde dunne deken over me, het is koud in de operatiekamer. Registreer alle apparatuur, zie de mensen met kapjes, de leuke assistent van de anesthesist.
Het infuus rechts lukt niet, dan maar links. Ik schijn dunne vaten te hebben, ik maak er mijn excuses voor.
Voel me in slaap draaien.

Bij het wakker worden merk ik op dat ik dit keer niet hoef te huilen, hetgeen ik meestal doe na een narcose.
Mijn ogen willen het liefste dicht blijven, maar de zusters willen me het liefst zo snel mogelijk wakker en helder hebben. Om de 5 minuten knelt de band om mijn rechterbovenarm mijn arm af, meet mijn bloeddruk.
De zuster dient mij morfine toe. Vraagt een tijd later, geen idee hoe lang, ben mijn tijdsgevoel volledig kwijt, hoe het met de pijn is. Ik zeg dat ik veel pijn heb. Ze vraagt of het draagbaar is. Ik weet niet wat mijn antwoord daarop moet zijn, ja, draagbaar, ja, als je het vergelijkt met stervende mensen, ja, dan is het prima draagbaar. Ze vraagt me er een cijfer aan te geven tussen 0 en 10. Als ik een 7,5 zeg krijg ik nieuwe morfine. Ze 'dreigt' dat ik dan nu wel tot half 5 hier moet blijven.
Het zij zo.
Ik word weer teruggereden.
Ze vragen me of ik bij het raam lag. Ja, zeg ik, waar die leuke vrouw zit, en wijs naar BHV.

We brengen de wachttijd door met kletsen, grappen, puzzelen. BHV helpt anderen op de kamer, bij wie met name pennen uit het lichaam zijn verwijderd met een plaatselijke verdoving, met het weer aantrekken van de schoenen.
Om tien over 4 krijg ik eindelijk het seintje dat ik weg mag, 20 minuten eerder dan we dachten. Zijn we mooi op tijd thuis voor onze soap.

Ik voel me alsof ik drugs op heb, de wereld draait wat om me heen en ik zie en hoor alles enigszins in vertraging. Ben verwonderd.
Na de soap gaan we nog even pijnstillers halen, en salade en ik nestel me op de bank met dekbed en Poes en pillen.
Probeer geen schuldgevoel te hebben voor de tijd die ik verbruikt heb, als ik BHV bedank voor haar steun en aanwezigheid.
Zaterdag 8 september

Mama belt om te vragen hoe ik geslapen heb.
Mama kan zo'n troostende warme stem hebben, het hoogtepunt was toen ik haar vertelde dat De Knobbel goedaardig was.
Ik kan me erover verbazen, ben bezig met loskomen, losmaken, wil zelfstandig zijn, en minder kind, maar op dit soort momenten is de behoefte aan mijn mama, en mijn familie erg groot.
Ben blij haar te spreken.
Zou het liefst willen dat ze in de trein stappen nu de auto geen optie meer is, dat ze hierkomt en aandacht geeft, spelletjes met me doet, zoals we vroeger iedere zondagmiddag deden, kopjes thee voor me zet.

Erom vragen doe ik niet.
Zondag 9 september

Gisteravond in bed probeerde ik te huilen. Het lukte niet.
Maar ze zitten er wel. Ik voel me kwetsbaar.
Dat wordt er niet beter op als ik het verband er vandaag afhaal.
Ik ben bang voor wat ik te zien krijg, voel me gehavend, ben benieuwd of het er ook zo uit ziet.
Het verband laat zich makkelijk verwijderen, alleen bij de wond zelf zit het vast.
Ik zie een lange rode streep, nog wat bobbelig, nog erg vers, ter grootte van De Knobbel.
Het litteken zien is realiseren hoe groot De Knobbel was. Is ook realiseren wat er allemaal gebeurd is de afgelopen tijd, en dat maakt me verdrietig.

Het voelt raar, weer een bh aan, verder geen bescherming. De wond doet pijn, klopt, steekt, brandt. Geeft me een duidelijk signaal als de aspirine uitgewerkt raakt.

BHV wil er graag even uit, en voor mij is dat ook niet onverstandig, aangezien morgen weer een volle werkweek begint.
We gaan een stukje toeren, langs bossen en paleizen, door stadjes die berucht zijn door topografie en nu een realistisch beeld krijgen.
We praten vooral, over dat wat ons dwars zit, dat waar we tegenop zien komende week, dat wat onze tranen boven brengt.
Wat zijn we blij met elkaar.

De komende dagen wordt het zaak in de drukke treinen en trams niemand tegen mijn borst te laten stoten.
Ik ben me nog nooit zo bewust van mijn lichaam geweest.
Mijn lichaam is 1 grote bobbelige tiet.

Maandag 10 september

Iedereen verklaart me voor gek maar ik ga weer werken.
Ik merk dat ik bang ben, bang in het drukke centrale station en ook weer een beetje zenuwachtig, om weer aan het werk te gaan.
Bang dat ik het niet meer kan.

Het blijkt mee te vallen.
Ik kan het nog.
Voel wel de druk. De druk van het willen presteren en de druk van de wond.
De pillen raken door het werken veel sneller uitgewerkt, en aan de toegestane 8 heb ik niet genoeg om pijnloos door het leven te gaan.

Moe.
Dinsdag 11 september

Ik lig op de bank al half te suffen als Goede Man zich meldt. Ik doe mijn uiterste best om wakker te blijven tot 12 uur, om hem nog even te kunnen feliciteren met zijn verjaardag.
Als dat me gelukt is laat ik hem weten dat mijn verjaardagssmakken nog lekkerder zijn dan mijn gewone smakken.
Hij bijt.
We sms-sen, ook al heb ik al gedag gezegd en lig ik al in bed.
Voor het uit de hand loopt val ik in slaap en laat hem onbeantwoord en onbevredigd achter.
Hoe Freudiaans.
Woensdag 12 september

Werk best hard - sleep me voort.
Krijg allerlei supervisietaken, computergedoe en mijn daadkracht krijgt waardering.
Delegeer, bereid voor, stuur aan - sleep me voort.
Besluit rond 4 uur naar huis te gaan, ben op.
Sluit mijn ogen - voorlopig niet meer open.
Donderdag 13 september

Een hele dag niets doen.
Bijna niets.
Het mag, ik ben roostervrij.
Eindeloos uitslapen, als ik dat nog zou kunnen.
Lekker met een dekbedje op de bank, hele dag geen kleren aan.
Tv aan, verder in de stomme doktersroman, heel klein beetje opruimen.
Eindelijk weer de tijd nemen om mijn mails te beantwoorden.
Minder pijn hebben.
Me zorgen maken om een ander.
Vrijdag 14 september

Altijd als ik thuiskom loopt Poes al ongeduldig achter de voordeur heen en weer.
Ze wil eten, dat is duidelijk, maar ze weet inmiddels ook dat ik eerst mijn tas neer zet en mijn jas uitdoe. Dus hebben we het ritueel dat zij na het in de gang drentelen om me te begroeten naar de woonkamer huppelt en zich dan op ofwel de poef ofwel de sofa vlijt, waar ik haar, na tas en jas, uitgebreid aai en knuffel.
Om haar daarna snel eten te geven.

Zo hebben we ook een ander ritueel.
Na het eten van een eerste portie wil ze vaak even naar buiten.
Als ik haar na een tijdje weer binnenlaat in de keuken, loopt ze naar haar bakje toe voor een tweede portie. Loopt langs de kastjes, het veel te kleine oventje, de koelkast. Voor de vaatwasser houdt ze even stil, kijkt soms om, maar meestal is dat overbodig. Ik aai haar, ze kijkt even op, en loopt dan naar haar bakje.
Elke dag.

Vandaag is het niet anders.
Ik kom binnen, ze drentelt in de gang, springt (de laatste tijd wat moeizamer) op de poef. De witte poef, vol met haar haren.
Ik buig voorover, wil haar aaien.
Zie dan hoe een hele dikke heldere traan haar oog verlaat.
Een echte droppel.

Het raakt me. Ik til haar in mijn armen. Wieg haar.
Laat haar los.
Geef haar eten.
Zaterdag 15 september

Wat ben je nog steeds verkouden, zegt een collega 's middags op het werk.
Ze weet niet dat ik met bittere tranen geweend heb op de wc, durf haar mijn gezicht niet te laten zien en durf haar ook niet tegen te spreken.
Maak mijn werk af, gelukkig duurt het niet lang meer tot de deuren sluiten, tot zij weggaat, en ik alleen ben.

Telefonisch afgeblaft door een klant, die vindt dat ik haar slechte service heb verleend en niet meer door mij geholpen wenst te worden.
De pijn van de wond zat zijn.
De druk van de verantwoordelijkheid nadrukkelijk voelen.

In dat licht, met dat humeur, denk ik aan Goede Man als ik het laatste stukje terugweg met de fiets afleg.
Zoals ik hier pas al schreef, en hem pas ook zei, is er een bepaalde onrust in hem en hij probeert die volgens mij weg te werken door een nieuwe hobby te nemen, afleiding te zoeken. Hetgeen maar zeer tijdelijk lukt.
Zie opeens heel helder dat ik ook zo'n hobby was.
Zondag 16 september

Een feest.
Veel mensen.
Oude werk, nieuwe werk.
Familie, oude vrienden, nieuwe vrienden.
Veel grote tenten, picknickbanken, heel veel drank en een beetje eten.
Ik schijn dit feest te geven, samen met een paar anderen.
Ik hoop bepaalde mensen te zien, en ze zijn er ook, maar ik spreek ze niet.
Ik hoor er niet bij.
Maandag 17 september

Daar zit ik weer, naast de poster onehundredchickensandawurm.
De vorige keer heeft de zuster de worm aangewezen, maar ik kan ´m weer niet vinden.
Dan word ik binnen geroepen.
Een chirurg staat voor me, niet degene die me eerder heeft gezien en heeft geopereerd. Hij zegt dat hij niets wil doen, zegt dat het een goedaardige tumor is die in z´n geheel is verwijderd en wil dan eigenlijk al weer weglopen. Ik heb echter nog wat vragen. De chirurg moet er een beetje om lachen, wil het liefst na iedere vraag zo snel mogelijk weer door de deur verdwijnen, en kiest zijn taalgebruik zorgvuldig, wil vooral geen hysterische vrouw tegenover zich.
Als ik vraag of ik nu een verhoogde kans heb dat het terug kan komen zegt hij ja, zegt hij dat ik daarom over 3 maanden weer op controle moet komen. Maar dat ik vooral niet moet denken aan bestralingen.
Dat deed ik ook niet, maar nu opeens wel.

Ik zou opgelucht moeten zijn, blij, gelukkig, door de straten huppelen.
Maar het leven rust vandaag zwaar op mijn schouders.
Ik denk ik moet de was die al een dag schoon in de wasmachine ligt te wachten ophangen, maar kan me er niet toe zetten.
Ik denk ik moet gaan schoonmaken, maar herinner me dat de stofzuiger vorige keer moeilijk deed en probeer het niet nogmaals.
Ik denk ik moet die bak violen kopen bij de AH maar bij de gedachte aan in aarde wroeten en mijn bloembakken opvrolijken word ik bijna misselijk.

Ik ken de handvatten, maar ik heb even geen zin om ze te grijpen.


Dinsdag 18 september

We mogen naar een workshop over Zwitserland, een collega en ik.
Dat betekent in een vergaderruimte in een hotel 9 tafeltjes langs om daar iemand iets te horen vertellen, hetzij in Nederlands, hetzij in Engels, Duits of Zwitsers.
Hetzij over kortingspassen, over bergpassen, over specifieke districten.
Het is wel leerzaam, geeft aan beelden aan wat ik verkoop.

Na afloop is er een buffet.
We zien het gebeuren, hoe één van de mannen die iets te vertellen had zich lichamelijk ontfermd over één vrouw die luisterde. Hoe zij lacht, haar hoofd in haar nek, hoe zijn hand over haar kont schuift.
Hoe hij haar achterna gaat als ze met alle informatie in een tasje wegloopt naar de lift, en terugkomt met haar visitekaartje.

Mijn baas had aangekondigd eerder op de dag wat dingen met me te willen bespreken.
En vanuit mijn huidige kwetsbaarheid ga ik van het ergst uit, probeer ik te bedenken wat ik allemaal fout heb gedaan.
Maar het blijken praktische dingen te zijn.
Ik snak naar een complimentje.
Ik snak naar een arm, of twee.
Snak naar intimiteit, en ben er net zo bang voor.


Woensdag 19 september

Wanneer moet je je zorgen maken?
Wanneer is je terugtrekken een vorm van zelfbescherming en wanneer neigt het naar depressie?
Ik ben bang.
Donderdag 20 september

Er is een feest van mijn oude werk, een afscheidsfeest van collega's die nu ook weggaan.
Het is leuk, het is raar, om iedereen weer te zien.
Met sommigen lange warme gesprekken, met anderen kort en vluchtig.
Zo zal het ook blijven, en die bevestiging is wel zo rustgevend. Sommige dingen veranderen niet, en dat is soms wel lekker.
Ik blijf langer dan ik gepland had, drink iets meer dan ik gepland had maar lang niet zoveel dan de meesten om me heen.
Probeer geen waarde te hechten aan het geflirt.
Kan me vandaag even niet voorstellen dat het gemeend is.
Vrijdag 21 september

Een dag waarop ik vooral supervisietaken doe, maak met superglue en onknipbaar draad een verbinding tussen monitor, computer en tafel.
Probeer de omstandigheden gunstig te beïnvloeden voor de voorboekingen die we over een tijdje zullen doen.
Werk mijn eigen dossiers en mailtjes weg.
Slik aspirine tegen de steeds weer aanwezige (hoofd)pijn.
Zeg daarom een afspraak voor vanavond af.
Zet mezelf voor het blok door een treinkaartje te kopen voor de volgende dag, om zo te ontsnappen aan een heel weekend bankhangen.
Zaterdag 22 september

Ik sleep BHV mee in mijn ontsnapping.
We gaan naar Münster, naar een tienjaarlijks kunstgebeuren.

Münster is best leuk, kneuterig.
We hebben een plattegrondje en proberen de beelden op te sporen.
Genieten intens van het mooie weer, wat hebben we dit beiden nodig.
We slenteren over de markt waar ik foto's maak voor een projectje.
In mijn keuken een paar saaie kastjes en die wil ik verbeteren met foto's van ingrediënten.

Na een paar uur bemachtigen we fietsen, en ik word er reuze gelukkig van.
Zo gelukkig was ik ook toen ik in Berlijn op de fiets de stad verkende, zo geen toerist, zo vrij.

Zondag 23 september

Ik denk ik ga een stukje fietsen het is lekker weer en het alternatief is lekker maar niet verstandig want verstandige mensen genieten nu van het weer ik zie ze lopen fietsen gelukkig zijn door mijn straat.
Ik kleed me aan het is alweer een tijd geleden dat ik me heb aangekleed op een zondag en als ik dan toch van mezelf naar buiten moet laten we het dan maar wel aangekleed doen dat is al naakt genoeg.
Ik pak de fiets en rijd de straat uit ga het bospad op en ontwijk de stellen die voor me rijden heb meer tempo dan de gelukkigen om me heen het is alsof ik weer zo snel mogelijk gezellig thuis binnen wil zitten.
Ik ben bang dat ik een lekke band krijg dat is tenslotte eerder gebeurd ongeveer op deze plek en ik ben geneigd om dat aan te grijpen als reden om weer om te keren om niet te ver weg te gaan om het lot niet te tarten.
Maar ik zet door ik vind dat ik dat moet van mezelf of van de stemmen in mijn hoofd ik vind ik moet genieten zoals ieder normaal mens dat nu doet en het wordt tijd dat ik ook eindelijk normaal word en volwassen.
Voor me rijden oude mensen in een langzaam tempo ik probeer niet al te flauwe dingen te denken over oude mensen niet al te cynisch te doen over een leven lang samen maar denk ze toch.
Net als ik denk dat de bejaarde niet langzamer rijden kan stopt ze plotseling haar achterwiel glipt in het zand en de man naast haar rijdt inmiddels iets voor haar en hij kijkt verschrikt om en stopt ook.
De vrouw achter hen die vrouw dat ben ik en ik had niet gezien dat ze zou stoppen was misschien te druk met foute dingen denken het maakt niet uit ik had het niet door en mijn voeten glijden van mijn trappers.
Terwijl mijn voeten het zand raken raakt het stuur mijn borstkas of is dat iets wat eigenlijk alleen mannen hebben in ieder geval raakt het stuur mijn borsten of liever gezegd alleen de ene borst die ik na mijn operatie nog lijk te hebben.
De bejaarde vrouw kijkt om zegt sorry zegt heb je je pijn gedaan en terwijl ik naar adem snak en over mijn stuur gebogen sta en mijn tranen en mijn vloeken bedwing zeg nee hoor er is niets aan de hand.
Ik wacht tot ze weg zijn tot ze eindelijk weg zijn en ik draai me om met pijn draai ik mijn fiets om door het rulle zand en met moeite stijg ik weer op en ik rijd langzaam naar huis niet langer mijn tranen bedwingend.
Wat was het toch lekker om even buiten te zijn en te genieten zoals ieder normaal mens dat nu doet en wat ben ik me nu toch weer positief bewust van mijn lichaam en mijn eenzaamheid.
De rest van de dag zit ik op de bank onder het dekbed als een zielig vogeltje alleen te wezen zie ik het litteken rood kleuren en zie ik hoe Feyenoord verloren heeft van PSV.
Maandag 24 september

Het litteken is dusdanig rood en pijnlijk dat ik mij alweer ziek moet melden, en naar de dokter moet en vervolgens naar het ziekenhuis voor een foto.
Er zit gelukkig geen bloeding, waarschijnlijk is het een lichte kneuzing, en dat is met pillen te bestrijden.
Weer aan de pillen.

Ik volg een discussie in het Dorp.
Het gaat over vrije relaties.
De aanstichter is een foute man, met wie ik ooit een keer gedate heb.
Hij heeft nu een relatie, een vrije relatie. Omdat hij fotograaf is en zij bloedmooi staan er mooie foto's van haar op zijn site.
Maar omdat hij een vrije relatie heeft mag hij er lustig op losflirten.
Dus zie ik hoe hij en zijn lief elkaar uitvoerig met woorden beminnen, attendeert haar ook op mogelijk interessante mannen. En zodra zij afscheid neemt om te koken maakt hij andere vrouwen openlijk het hof. Zodra een vrouw die hij duidelijk op het oog heeft het woord gedachten noemt, draait hij het gesprek naar fantasieën.
Er ontstaan voorzichtige triootjes, althans, er wordt omzichtig afgetast.

Er zijn mensen die zich ermee bemoeien. Mensen die hem bijvallen, die ook ervaringen hebben met vrije relaties, mannen en vrouwen. Maar ook mensen die het niet begrijpen en een discussie beginnen. Die zeggen dat het niet mogelijk is, dat er uiteindelijk altijd iemand aan ten onder gaat.

Hij is slim, deze aanstichter.
Bij ieder tegenargument legt hij het balletje terug.
Hij zegt dat er een basis is, een stevige basis omdat ze alles bespreken en niets doen wat de relatie schade zou kunnen doen.
Dat een vrije relatie ook een relatie is waarin de ander helemaal vrij is om zichzelf te zijn in zijn gevoelens, en dat dit veel verder gaat dan seksualiteit.
Hij zegt dat hij en zijn lief voor zelfkennis en bewustzijn gaan. Dat ze niet verraderlijk voor elkaar zijn maar juist van elkaar leren. Dat daar kwetsbaarheid, jaloezie, bezitsdrang en controle bij horen en dat als je die in jezelf onderzoekt je een lekker lopende relatie hebt.
Als iemand zegt echt in een andere wereld te leven zegt hij dat ze zonder die zelfkennis haar beroep wel niet goed uit zal kunnen voeren.

Zie hem zeggen dat het niet uit een tekort is, maar juist uit een overvloed.
Zoals liefde en haat ook dicht bij elkaar liggen, denk ik dan.
Zie zijn lief ergens heel subtiel zeggen dat hij die energie en die ruimte nu eenmaal nodig heeft. Denk daarin een klein breukje te ontdekken.

Ik word er misselijk van maar probeer tevens een mening te vormen.
Het klinkt mooi, het klinkt logisch, het klinkt reuze bedacht.
Eigenlijk is het een bizar idee, dat er 1 iemand zou zijn waarme je je leven deelt, en als je je met die iemand niet meer gelukkig voelt, dan sluit je dat af en zoek je verder. Het zou naïef zijn om te denken dat je alles in 1 ander vinden kunt, en dus zou er best wat kunnen zitten in het concept je behoeftes over meerdere mensen te verdelen. Om je zo niet te beperken, geen dingen te ontzeggen, het uiterste uit het leven te halen.

Ik weet niet of het niet kan, of niemand het kan, ben geneigd te denken van niet.
Ik weet dat ik het niet zou kunnen. En dat kun je dan zelfkennis noemen, of zelfonderzoek, ik zou het in mijn geval zelfkwelling moeten noemen, en dat doe ik al genoeg.

Ik heb wel geëxperimenteerd, ben ook wel onderdeel van trio's geweest, maar niet in een relatie.
Ik zou er mezelf tekort mee doen.
En door me daar bewust van te zijn groei ik meer dan van het me blootstellen aan alles wat maar mogelijk is.

Dinsdag 25 september

Gisteren zei ik nog dapper tegen mijn collega's dat ik er vandaag wel weer zou zijn.
Maar ik lig weer op de bank, pillen naast me en in me, kijkend naar alles wat gedaan zou moeten worden.
Woensdag 26 september

Vandaag weer naar het werk.
Ik plak een stootkussen op mijn borst, neem een gezinspak paracetemol mee, en laat me alles vertellen over de supervisietaken.
Word ingewijd in apparaten, voorraadbeheer, maandafsluitingen.
Verbijt de pijn, maar merk ook dat de pillen weer beginnen te werken.
Maak eindelijk een concrete afspraak met Goede Man, we gaan elkaar binnenkort zien, in werkelijkheid.
Donderdag 27 september

Een dag vrij.
Een echte dag vrij, zonder schuldgevoel over alweer ziek zijn.
Een dag waarop ik weer niets doe.
Behalve een beetje studeren. Een beetje schrijven, een beetje opruimen.
Mijn leven bestaat momenteel alleen uit beetjes.
En beetjes zijn niet goed genoeg.
Vrijdag 28 september

Het heerst, op het werk.
De zorg om elkaar.
Een moeder die geopereerd moet worden aan borstkanker, een schoonmoeder die overlijdt, een zwangerschap, en zo zijn er nog een aantal zaken.

Volgende week gaan we allemaal op studiereis. Het wordt heel vroeg opstaan, veel acties in weinig tijd (ga in de tijd dat we een half uur moeten wachten op de volgende trein langs bij het hotel om een indruk te krijgen), het wordt gezellig.

Daar tussendoor speelt dat ik af en toe een spagaat ervaar.
Het medewerker zijn en reizen boeken en nog heel veel leren.
Maar ook collega's aansturen, aanspreken, ondersteunen.

Het is de spagaat waar ik voor gekozen heb en waar ik ook wel goed in ben.
Het is een spagaat die me kan breken maar me ook bijzonder sterk kan doen voelen.
Zaterdag 29 september

Geïnspireerd door alle klanten tegenover me denk ik na over mijn vakantie.
Eind oktober ben ik een weekje vrij.
Ik heb gepland dan naar Italië te gaan. Maar zoals ik van mezelf gewend ben haal ik er van alles bij.
Een weekje Italië, maar dan wel zowel Palermo als Rome als de Biënnale in Venetië. Maar als ik dan toch in Venetië ben, dan kan ik ook wel even een panoramaroute meepikken in Zwitserland. En op de terugweg even langs in Luxemburg.
Ok, en als die panoramaroute wel erg veel gedoe geeft, dan kan ik ook terug via Frankrijk. In het zuiden langs bij het gesticht waar Camille Claudel haar laatste 30 jaar heeft doorgebracht. En dan ter hoogte van Parijs nog even langs bij het dorp waar ze een groot deel van haar jeugd gewoond heeft. Jammer dat ik van daar niet met de trein of bus kan komen in haar geboortedorp, waar ook een plaquette hangt ter ere van haar op de plaatselijke begraafplaats. En vandaar alsnog naar Luxemburg.

Waarom ga ik niet gewoon een week met mijn gat in het zand zitten ergens? Of in 1 stad, met een paar terrassen?

Begin december ben ik 2 weken vrij.
Ik wil dan nog heel graag de zon ervaren, maar kan er ook niet teveel geld aan besteden.
Te dure opties: Zuid Afrika en Brazilië.
Waarschijnlijk ook te duur: Cuba.
Betere mogelijkheden: Sardinië, Malta, Lanzarote.
Sinds gisteren overweeg ik Marokko: Casablanca, Fez en Marrakesh.

Zondag 30 september

Ik droom dat ik een krijg krijg, zo'n warm lief hoopje lichaam dat ik zelf heb voortgebracht, een dochter.
Ze is geweldig, ze huilt, zodat ik troosten kan, ze lacht, zodat ook een glinstering in mijn ogen komt, ze wil aandacht, zodat ik kan geven.
Ik toon haar, trots, en mijn familie heeft zo te zien eindelijk het idee dat het goed met me komt, dat ik in staat ben tot een normaal leven, ook al is er geen man in mijn burt. Er is een verwekker, die in mijn droom het gezicht van Ex heeft, en ik bel hem om hem te zeggen dat hij een dochter heeft. Dat ik weet dat dit voor hem verder geen enkele consequentie heeft dat ik ook weet dat ik hem eigenlijk niet mag storen nu hij het zo druk heeft met zijn werk, maar dat ik hem dit toch even wilde vertellen.
Ik neem mijn dochter overal mee naar toe, in een doek, dicht tegen me aan. Geeft haar borstvoeding, vind dat de eerste keer best eng maar het gaat vanzelf. Terwijl ik haar aan mijn rechtertepel zie zuigen, voel ik mijn linkerborst met het litteken bonken. Uit pijn, uit verlangen.
Ik zit tegenover haar, als ze als een tuimelaar met de dikke luier op de grond zit, en zoals te verwachten omvalt. Ik moet lachen om haar beteuterde gezicht en neem haar in mijn armen. Wat voelt dat goed.

Dan bevind ik me in een andere setting. Ik ben ergens, met wat vrienden om me heen, mijn dochter dicht tegen me aan.
In diezelfde setting ook mensen die boos op me zijn, waarvan 1 man in het bijzonder. Hij heeft een luchtbuks bij zich, en schiet op me.

Het lijfje van mijn dochter loopt leeg. Letterlijk leeg, haar warme velletje is nu een onpersoonlijk stukje stof, met een groot gat erin. Levenloos ligt het in mijn armen.

Tegen beter weten in doe ik mijn uiterste best naar een ziekenhuis te komen. Er zijn geen taxi's, een ambulance is gebeld maar komt maar niet, we houden een bus aan en die is bereid om te rijden naar de ingang van het ziekenhuis. Het ziekenhuis waar ik nog zo kort geleden was om leven te geven. Een ziekenhuis waar ik nu het leven achterlaat, inlever. Ze kunnen haar niet redden.
Ik huil onbedaarlijk.

Als ik wakker word ligt Poes op het kussen naast me.
Ik raak haar heel voorzichtig aan, ben nog verbonden met mijn droom, met mijn dochter. Ze nestelt zich tegen mijn gezicht, ik geef haar kusjes en huil. Poes kijkt me met haar grote ogen aan, niet begrijpend, maar wel genietend.


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
september 2007