Dinsdag 19 september
Baby,
Vijf uur wachten op de slaaptrein naar Lissabon valt niet mee, hè?
Vijf uur wachten terwijl het buiten al donker is, en ik niet met mijn bagage door een onbekende stad wil zeulen en ik niet mag slapen op het station sinds de beveiliging rond treinen is verscherpt.
Ik stap de plaatselijke stationsrestauratie in en daarmee een Alex van Warmerdam-filmset. Ik laat je later nog wel eens een film van hem zien, ik las dat er eind deze maand een dvd-box met zijn films uitkomt, en ik ga als ik terug ben zeker naar zijn nieuwste, Ober, maar ik weet niet of je daar dan veel van meekrijgt.
Ik ben nu best jaloers op je, waarschijnlijk dobber en soes jij nietsvermoedend in mijn baarmoeder terwijl ik tot 3 uur vannacht mijn ogen moet zien open te houden.
Het decor is als volgt: een felverlichte bar met onder glas waarschijnlijk koude croissants en donuts. De achterwand bestaat uit kleine rode tegeltjes met witte voegen. De bar is van hout en het blad is marmer. Er hangt een monitor met tijden van aankomende en vertrekkende tijden maar na 22.00 uur is de persoon die het scherm bedient waarschijnlijk vrij want het wordt niet meer ververst. Daarnaast hangt een tv monitor die wel beeld geeft maar geen geluid. Er komt muziek uit de boxen, Engelstalig en modern.
Een houten kamerscherm maakt een scheiding met het rookgedeelte.
Als ik binnenkom zijn er 3 mannen, 1 achter en 2 voor de bar. Ze zijn in een luide discussie verwikkeld, waarvan ik geen woord kan verstaan. Ik bestel wat te eten en te drinken, merk dan dat er nog een meisje in de keuken staat.
De rode tegeltjesmuur wordt onderbroken door 2 bruine klapdeuren met een ruitvormig raampje. Rechts de keuken, links de voorraad. Hij verdwijnt steeds links in en uit, zij rechts, waardoor het een slapstick-weerhuisjes-act wordt.
Een oude man schuifelt binnen en zet zich aan de bar. Zonder woorden krijgt hij een biertje en een worstje voorgezet. Hij smikkelt van beiden, roept af en toe wat, maar niemand reageert. Als hij de laatste resten bier en worst uit zijn baard heeft gelikt vertrekt hij weer. Het personeel maakt intussen schoon. Ik leeg mijn glas en loop met mijn geld naar de bar. Iedereen die er is, is ook nodig om me duidelijk te maken dat het feit dat ze schoonmaken niet betekent dat ze sluiten, integendeel, ze blijven de hele nacht open.
Ik bestel een 2e drankje.
Mensen gaan, mensen komen. Mensen die nu moeten werken, agenten, taxi chauffeurs en de meneer van de beveiliging die consequent en heel secuur zijn ronde maakt, inclusief controle van de vuilnisbakken.
Een ontzettend niet interessante man ziet mij wel zitten. Hij zit uren achter de fruitmachine een enorme teringherrie te maken en laat steeds opnieuw papiergeld wisselen voor munten, bestelt een nieuw biertje en probeert mijn aandacht te vangen, wat niet echt lukt.
Na 2 uur herrie komen er ook eindelijk weer euro´s uit, waarschijnlijk heeft de barman zijn winstkansen stiekem vergroot omdat hij het wisselen zat werd.
De mannen vinden het raar en interessant, zo´n vrouw die daar 5 uur zit, en bijna alleen maar zit te schrijven. Ze vragen of ik een liefdesbrief maak.
Ik lach, denk aan Man, je vader.
Ik mis hem, op de momenten dat ik alle indrukken verwerk op een bankje in de zon, als voor me in de trein een jongen en een meisje zoenen, steeds maar weer opnieuw, als ik in bed kruip, alleen.
Ik mis zijn handen, zijn ogen, zijn lippen.
Ik mis de moed hem te vertellen dat hij papa wordt.