Donderdag 1 september

Dal der zuchten.
Een documentaire waarvan alleen de titel al geweldig is.
Over het Spaanse bergdorp Plan, waar door een systeem van overerving van de boerderijen een enorm mannenoverschot heerst. Twintig jaar geleden plaatsten de mannen van Plan een collectieve contactadvertentie.

Ik denk weer terug aan Taquile, het eiland in het Titicacameer waar de vrouwen de wol spinnen en de mannen breien. Al lopende over het eiland breien ze, met name mutsen, en aan die mutsen kun je zien of ze nog vrijgezel zijn. Er komen nauwelijks mensen het eiland op en nauwelijks mensen het eiland af, op de toeristen na, en dus is er veel inteelt en zie je veel mensen met een verstandelijke handicap.

Ik denk aan mijn dromen, mijn grote dromen, van maanden op een plek op de wereld zijn, me onder te dompelen in vreemde culturen en foto's te maken, boeken te schrijven, documentaires te maken.

D-day. Van dadendag naar droomdag.
Het wordt tijd van de droom een daad te maken en te gaan slapen op dezelfde dag als ik ook ben opgestaan.
Vrijdag 2 september

Zoals ik vroeger op een saai stuk fietsen de huizen namen gaf om mijn geheugen te trainen en de tijd te doden.

Zoals het best raar is dat mensen die elkaar dagelijks zien elkaar niet groeten. In de trein, op straat in de winkel. Dat je soms heel lang na moet denken over waar je die persoon van kent, als je ze opeens op een andere plek ziet dan je gewend bent.

In de supermarkt kom ik regelmatig dezelfde mensen tegen. Markante mensen soms. Zoals vandaag die 2 vrouwen die ik de Alpenzusjes heb gedoopt. Vrouwen waarvan je je niet kan voorstellen dat ze nog bestaan. Die lijken op Maywood. Die zonder iets te zeggen door de winkel rijden, volkomen op elkaar ingesteld, met hun rare hoge poedelkapsel waarvan geen haar beweegt. Met hun leggings cq skibroeken; die strechbroeken met elastiekjes aan de onderkant voor onder de voeten. Met schoenen die geen enkele moeite doen die elastiekjes te verbergen.

Ik zie het en verbaas me.
Fantaseer er een leven bij, en dialogen.
Vind mijn eigen leven steeds leuker worden.

Zaterdag 3 september

We lopen de markt op. Het is zaterdagochtend, en tijd voor koffie met de 3 Musketiers. De week doornemen, ons leven. Ik kijk naar boven, naar de lucht. Nu nog bewolkt, later zullen ze wijken voor de zon. Ik voel de aanwezigheid van Annie, alsof ze van boven de wolken over het marktplein kijkt, de armen wijd, een grote glimlach op het gezicht. Leef, hoor ik haar zeggen, Sammy, Leef!
Tijdens de koffie die in mijn geval thee is praten we over mijn wat vreemde hobbies. Gevangenissen, begraafplaatsen, concentratiekampen. Niet gek, maar wel wat bizar, zegt de één. The dark side of life, zegt de ander. Ik voel me er thuis, zeg ik, misschien soms iets té thuis.
Later, alleen thuis op de bank, bedenk ik me dat ik misschien die plekken nodig heb, niet als confrontatie met de dood, maar juist met het leven, met vrijheid. De strijd voor vrijheid en het leven wat overwint.

Op de rommelmarkt koop ik een boek voor een euro, met de prachtige titel Levenskunst. Alleen al vanwege de titel wil ik het boek in mijn boekenkast hebben maar ook de inhoud bevalt me.
Uit het voorwoord: Levenskunst, de kunst om met de gegeven mogelijkheden een waardevol leven op te bouwen, is in het enerverende leven van vandaag moeilijker dan vroeger. Het is daarom van nut zich te verdiepen in de verschillende aspecten van de levenskunst, die tezamen ertoe bijdragen bevrediging en geluk in het leven te vinden. In het moderne gezelschapsleven is een tendens te bespeuren, enerzijds naar grotere informaliteit en naar het loslaten van conventionele omgangsvormen, anderzijds naar een groeiend besef van de noodzaak van wellevendheid en goede manieren. In de doolhof van oude  en nieuwe omgangsvormen is het moeilijk de weg te vinden en menigeen verkeert in het onzekere omtrent hetgeen hij behoort te doen of te laten.

Het boek begint met een aantal auteurs die de belangrijkste aspecten van de levenskunst belichten 'om de lezers te waarschuwen voor vele voetangels en klemmen en hen te leiden tot intensievere beoefening van een werkelijke, aan de praktijk van het dagelijkse leven aangepaste levenskunst.'
Gevolgd door een alfabetisch deel waarin de etiquette wordt beschreven.
Zo kan ik nu de juiste manier van adressering opzoeken, het dekken van een tafel, het doen van een aanzoek, het eten van een artisjok, de bezetting van de auto's in een bruidsstoet, het geven van een handkus en kleurgebruik. Zo staan de kleuren in mijn woonkamer voor optimistisch en levenslustig.

Thuis op de bank, met het levenskunstboek naast me op de vensterbank, val ik in slaap. Ik droom dat ik bij Annie ben. Ze ligt opnieuw te sterven maar is nog wel wat mobieler. Er is een flink gezelschap, er worden alvast spullen verdeeld. Ik ben even naar de winkel geweest, om wijn te halen. Heb ook wat bloemetjes gekocht. Annie en ik zitten samen aan de keukentafel. We zetten de bloemetjes in het water. We huilen samen.
Maandag 5 september

Een paar weken geleden kreeg ik een uitnodiging van Goede Man voor een feestje komend weekend. Een tijdje geleden ook een briefje in mijn brievenbus in het Dorp. Tot vanavond heb ik nodig gehad om tot een antwoord te komen.
Heb hem laten weten niet te zullen komen.
Niet te kunnen doen alsof er niets tussen ons geweest is.
Dat het allang niet meer over hem gaat, maar dat het me wel nog een beetje pijn doet hem zo gelukkig te zien, met een ander. Nog steeds wel een beetje twijfel of ik dat kan bieden, aan een ander.

Deze mail was nodig. Hij had zijn streep allang getrokken, meermalen, maar nu echt definitief. Nu dan eindelijk mijn streep, mijn punt. Betekent niet persé nooit meer contact, maar een einde aan de oude vorm, als een slang die vervelt en uit zijn te krap geworden velletje glijdt.

Het loslaten voelt bevrijdend en kwetsbaar tegelijk.
Loslaten klinkt als één resolute daad, maar dient ook in kleine stappen te gebeuren.
Dinsdag 6 september

Leren onderhandelen.
Een dag met bluffen, geheimen ontfutselen, gesprekstechnieken oefenen.
En ook: oefeningen in non verbale communicatie.

Voor de groep gaan staan en je naam zeggen en direct daarna te horen krijgen hoe je overkomt. In mijn geval moest ik lachen, werd verlegen, bleef wel staan. Kreeg dat als compliment terug, dat ik mezelf herpakte na het lachen, dat ik charmant was in mijn verlegenheid.

Dezelfde oefening maar dan zonder taal. Voor de groep staan en contact maken.
Ik had me voorgenomen me nu eens niet te verschuilen achter glimlachjes, wat ik vaker doe als ik zenuwachtig of onzeker ben. Dus daar sta ik, kijk rustig ieder persoonlijk in de ogen en loop weer door.
Ik hoor het publiek sissen en ze blijken onder de indruk van de ruimte die ik in nam zonder niet meer vriendelijk te zijn.

Lopen vanuit een hoge en een lage status, als een koningin en als iemand die er niet mag zijn. De lage status vertrouwd, maar ook de hoge status past me. Kan onderdeel van me zijn.

Fysiek onderhandelen: op je 'standpunt' staan, tegenover een ander en proberen die ander uit evenwicht te krijgen. Merken dat er niet altijd brute kracht nodig is om onverzettelijk te zijn.

Met hernieuwde kracht me naar huis bewegen.
Achter me lopen een jongen en een meisje. Het meisje wijst de jongen ergens op, ik hoor ze smoezen en heb het gevoel dat het over mij gaat. Als ze me passeren kijkt hij om, lacht en beiden lachen nog harder als ze zien dat ik naar ze kijk.

Tijdens het onderhandelen veel aandacht besteed aan feiten en aannames.
Had meteen een goede testcase om het toe te passen.
Woensdag 7 september

Op de tweede en laatste cursusdag krijgen we aan het eind van de dag een spel kaarten. Op iedere kaart een eigenschap, of een vervorming van een eigenschap. Je pakt een kaart en bekijkt of die het beste bij jou past, of het beste bij een ander. Als je hem bij een ander legt, moet je dat motiveren.
Ik krijg woorden als aardig, betrouwbaar, flexibel. Ik laaf me, en houd de twijfelstem in me behoorlijk onder de duim.
Bij mij een redelijk stabiel beeld, bij anderen meer uitdaging, meer lef. Voor een vergadering de volgende dag zoeken we met behulp van de woorden een plaatsvervangend voorzitter.
De cursusleidster wijst de volgens haar meest geschikte personen aan. Mij niet. Dat steekt toch. Anderen wijzen mij wel aan. We besluiten een duo-voorzitterschap aan te gaan. Mijn betrouwbaarheid, goed kunnen luisteren en samenhang zoeken met haar goed kunnen samenvatten, gevatheid, hulpvaardigheid.
Ik voel me groeien, kom langzaam op gelijke hoogte.
Donderdag 8 september

Ik zit in het midden achter de tafel. Kijk de ongeveer dertig mensen aan die zijn gekomen. Denk heel erg aan hetgeen we de afgelopen 2 dagen hebben geleerd. Houd met name het van te voren bepaalde kader sterk in de gaten. Inventariseren, niet discussiëren.
Ik praat duidelijk, wissel zonodig van stemhoogte en tempo, geef duidelijk structuur. Kap af en laat uitpraten.
Na afloop veel complimenten. Ik leer dank je zeggen, in plaats van meteen de minpunten te benadrukken.
's Avonds ga ik met Ex en zijn broer de stad nog in en hebben we mooie gesprekken over Annie en het leven. Bij het afscheid een warme handdruk, warme zoenen, warme ogen. Het was een fijne avond, zeggen we.
Ik zie hoe ik iets voor anderen kan betekenen.
Vrijdag 9 september

Uitgebalanceerd, noemt hij me.
Eindelijk durf ik het mailtje te lezen wat Goede Man me heeft gestuurd, als reactie op de mijne van een paar dagen geleden. Hij vond het een mooie, duidelijke mail. Vroeg zich nog wel af wat hij anders had kunnen doen, daarin zal ik hem binnenkort geruststellen.
Hij hoopt dat ik een andere keer naar zijn nieuwe huis kom kijken.
En ja, volgens mij kan het nu, is de punt nu echt gezet.
Zaterdag 10 september

BHV en ik gaan naar IKEA. Ik heb me weer eens iets in mijn hoofd gehaald en BHV is zo gek mij naar dat iets te vervoeren. Opeens heb ik bedacht dat ik kasten nodig heb. Ik heb geen kasten. Nou ja, inbouwkasten, maar geen kasten die een hele muur in beslag nemen. Mijn boeken heb ik op planken rondom mijn kamer, tegen het plafond aan. Ik heb altijd geroepen hoe mooi ik het vond dat mijn muren vrij waren. Maar de planken zijn vol en het aantal boeken groeit.

Annie had één muur vol met boekenkasten en interessante boeken. Een aantal daarvan zullen bij mij komen te staan. Ik had aangegeven wel geïnteresseerd te zijn in een aantal kasten als niemand anders ze wilde, maar iemand anders wilde ze wel en dus kreeg ik het idee dat ik kasten moest gaan kopen.
Ik stuurde iemand op Marktplaats diverse mailtjes in een poging de koop te sluiten, en toen ik geen reactie kreeg, ben ik met BHV naar IKEA gegaan om ze te kopen. Als een kind ben ik dan, willen, kopen, hebben. Ik wil teveel, koop teveel, heb teveel. Ik stel een (financiële) grens en ga er over heen. Ik bedenk dingen die niet in de auto passen. En zo is ook mijn leven. Denk te groot, en maak mijn wereld te klein.

Het wordt tijd het kind in mij te voeden met wat anders.
Zondag 11 september

Ik besluit het huis vandaag niet te verlaten.
De kasten staan waar ze moeten staan, leeg nog. Gevaar is om van alles overhoop te halen om ze te vullen, om dan meteen alle andere kasten ook op te moeten ruimen. Ik ken mezelf een beetje. Daarnaast ben ik moe. Lui.

Ik houd het klein.
Zit op de bank een beetje te suffen. Sta dan weer eens op, vul een plank.
Ga weer zitten, overdenk het leven en vul een tweede plank.

Het leven is goed.
Maandag 12 september

Ik wacht op het perron tot de trein komt. Heb mijn mobieltje in mijn hand. Sms met BHV. Dat doen we veel de laatste tijd, bijna dagelijks, om elkaar te vragen naar de dag en te controleren op de haalbaarheid van onze doelen.
Een man komt voorbij en ik denk aan Thomas. Hij lijkt erop maar is groter, slanker.
De trein rijdt voor en ik wacht tot de laatste passagier is uitgestapt. Kijk opzij, en zie dan Thomas, maar dan de echte, langs me lopen, en de voorste coupé instappen.
In mijn buik wemelt het plotseling van de vlinders maar ik stap in in een andere coupé. Ik sms BHV. Ze zegt me dat ik bij hem moet zitten. Ik stribbel tegen. Kom terug op ons oorspronkelijke onderwerp: behangen. BHV zegt te kunnen behangen maar dat ik beter kan flirten. Ik zeg dat behangen stoer is, maar zij vindt flirten pas stoer. BHV flirt ook, maar vooral als ze weet dat ze snel weg kan. Op de snelweg, naar automobilisten die voorbij razen. Voor het stoplicht, naar de brandweermannen in tegengestelde richting, vlak voor we optrekken. Op doorreis op vakantie.
Ik sta op. De vlinders zijn opeens kilo's zwaarder geworden.
Ik loop de trein door naar voren. Zie van achter zijn hoofd al. Hij is verdiept in een tijdschrift. Kijkt eerst verstoord, dan verrast, als hij ziet dat er iemand, dat ik, naast hem kom zitten.

Soms zijn woorden niet nodig.
Soms kan een blik zoveel zeggen, kan een lijf zoveel uitstralen, een stilte zoveel bevatten. We zitten naast elkaar en net als bij Goede Man het geval was, is de warmte, de hitte voelbaar. In ons hoofd het scenario van 2 ongeduldige mensen die elkaar gretig betasten en overal zoenen. Handen die geen plek onberoerd laten. Lijven die elkaar opzwepen, langs elkaar schuren.

2 Mensen die in een treinbankje naast elkaar zitten. Elkaar lijfelijk niet aanraken, maar dit geestelijk op alle niveau's compenseren. Die zonder iets te zeggen op het station ieder een eigen kant op gaan, maar in de tussentijd zoveel met elkaar hebben gedeeld.
Dinsdag 13 september

Nog zo'n anderhalve week en mijn vakantie begint.
Tenminste, dan hoef ik een tijdje niet te werken.
Ik ben goed in het voorbereiden, het zoeken op internet, maar aan daadkracht ontbreekt het. Ik bel niet met mijn vragen, ga niet langs om mijn reis vast te leggen en vertel ondertussen iedereen over mijn reis.
Vandaag weer moe, weer lui. Een eerste vrije dag, die gevolgd gaat worden door een tweede, dus mag ik er van mezelf aan toegeven. Maar als ik me opmaak om de deur uit te gaan spreek ik met mezelf af dat ik eerst moet bellen. Ik schrijf mijn vragen op, ik wacht, blijf wachten tot alle 4 wachtenden voor mij zijn opgelost, en zorg ervoor dat ik alle antwoorden krijg die ik nodig heb.

Mijn vakantie komt vandaag opeens een heel stuk dichterbij.
Woensdag 14 september

KUNST

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen

Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

Die klaarheid, af en toe

Van: Martin Bril
Donderdag 15 september

In een drukke winkelstraat laat een moeder haar fiets vallen. Voor en achter een kinderzitje met blonde kinderen die meteen hartverscheurend in huilen uitbarsten.
Mensen blijven staan, mensen snellen toe om de moeder te helpen de fiets overeind te helpen en de kinderen te troosten.

In de drukke tram staat vlakbij de ingang bij de bestuurder een man met een buggy. Mensen die instappen moeten zich langs hem wurmen om te kunnen staan. Een zittende passagier zegt hem dat achter extra ruimte is voor buggy's. De man met de buggy antwoordt dat het nu te druk is om nog naar achter te lopen. De zittende man zegt dat hij achteraan in had moeten stappen. De 2 mannen krijgen ruzie, verheffen hun stem, dreigen naar elkaar toe te komen als de ander niet ophoudt. De omstanders zwijgen, kijken een andere kant op, doen alsof het normaal is.

Het is een weerspiegeling van mijn leven. Ik ben op mijn sterkst als ik kan zorgen, ben het zwakst als ik voor mijzelf op moet komen. Zwijg, kijk een andere kant op, doe alsof het normaal is.
Tijd om mijn sterke punt ook voor mijzelf te laten werken, tijd om voor mezelf te zorgen.
Vrijdag 16 september

Ik ga het ticket boeken voor mijn reis.
Gelukkig heb ik al gehoord dat de organisatie betrouwbaar is en al jaren bestaat want die indruk krijg ik niet bij de aanblik van het kantoortje en de medewerkers. Een jongen die de broer blijkt te zijn van een andere medewerkster schijnt te zijn ingewerkt maar dat zou je niet zeggen. Ik ben blij dat ik door iemand word geholpen die er al langer lijkt te werken, maar zij loopt steeds weg om de jongen te helpen. Samen proberen ze uit te rekenen hoeveel 38 plus 4 is. Als ze uitkomen op 46 help ik toch maar even. Als degene die mij helpt ziet dat het buiten hoost, maakt ze, op het moment dat het ticket net voor me ligt met de inkt van haar pen nog nat, snel een einde aan het gesprek met mij om met een paraplu naar een collega te rennen die buiten mensen op reis aan het helpen is.
Ik laat me er maar niet door ontmoedigen.
Ik boek de hotels. Ik denk aan wat ik mee ga nemen.
Mijn vakantie komt opeens wel heel erg dichtbij.
Zaterdag 17 september

Na mijn werk ga ik naar het werk van Thomas. Het ligt op de route en ik kom er meestal armer en met tasjes vandaan. Ik probeer er rond te lopen alsof ik niet voor hem kom, dat het toeval is dat ik er ben, dat hij er werkt. Ik probeer niet te blozen bij het idee wat ik eerder die dag heb gekregen en wat ik nu deels in uitvoering wil brengen. Ik probeer me ook niet te bedenken, maar draal langs de producten in de winkel, wil alles wel zien om te kunnen uitstellen, afstellen.
Dan neem ik het besluit om dapper te zijn. Ik loop naar een willekeurige medewerker en vraag hem of hij Thomas kent. De jongen knikt en vraagt of hij hem moet halen voor me. Ik schud snel, te snel, nee, en geef hem een envelop. 'Geef deze maar aan hem, als je wilt'.
Dat wil hij.
Zondag 18 september

Met angst, verlangen, spijt en verlegenheid kom ik de dag door.
Ik ben bang Thomas tegen te komen en dat zou het verpesten.
Ik heb een stap gezet, de spanning verder opgebouwd en hem nu zien zou me brengen in een wereld waar ik niet graag ben: de werkelijkheid.
De realiteit zal snel genoeg komen, maar hopelijk zo lang mogelijk ná woensdagavond.

In de envelop zat een kaart. Een plaatskaart. De kaart geeft recht op een stoel bij een prachtig opzwepend wereldmuziekconcert. Bij de kaart zat een briefje met een cryptische boodschap die hem moet verleiden op die stoel plaats te gaan nemen. Wat er niet in het briefje staat is dat ik naast hem zal zitten. 2 Uur lang.
Zwijgend.
Zwetend.
Maandag 19 september

Anoniem meekijkend en meeluisterend op het dorpsplein kom ik te weten dat Q na dit weekend 3 dagen naar Berlijn gaat. Ik kom niet te weten wanneer hij vertrekt maar wel snel.
Mijn vakantie die steeds dichterbij komt en waarvan de hotels in alle steden zijn geregeld, heeft Berlijn als eerste stop. Aankomst maandag. Verblijf 3 dagen.
Berlijn is een grote stad, hou ik mezelf voor en er zijn vele manieren om er te komen.
Laat zijn manier niet de mijne zijn.
Dinsdag 20 september

Hij vertelt dat hij verliefd is.
Dat is in zijn leven groot nieuws.
Zijn eerste relatie was met een vrouw die later zijn schoonzus werd, en zijn tweede met mij. Daarna bleef het stil.
En nu is hij verliefd op de vrouw met wie hij samen de billen van zijn moeder waste. Hij is verliefd en gaat zijn hart volgen. Zij is heel wat jaren jonger, en heeft een relatie. Maar hij gaat zijn hart volgen en gaat haar een mail sturen. Of ze elkaar ook nog kunnen zien nu zijn moeder dood is. Nu er geen billen meer gewassen worden door hen beiden, nu er geen aanleiding meer is die buiten henzelf ligt.
Ik kijk naar hem. Hij lijdt en hij glimt. Verliefd dus. Hij zegt nog nooit zulke gevoelens te hebben gehad. Ik zucht en ik grom en ik slik.
Vertelt over de verschijnselen, haar naam die in alles weerklinkt, een buik die rommelt en een geheel eigen gang gaat, ontroert zijn door details.
En ik ben blij voor hem, oprecht blij. Afgezien van het feit dat jaloezie ook een paar steekjes geeft, jaloezie niet vanwege hem, maar vanwege mij. Vanwege het verlangen naar dat verlangen.
En weer ben ik verwonderd om het besef dat dat gevoel mag bestaan, dat het me niet meteen naar beneden trekt, dat hiernaast de gedachte, het gevoel is dat het leven ook goed is. Het feit dat ik nog maar 2,5 dag hoef te werken en het feit dat ik morgenavond iets verschrikkelijks spannends ga doen draagt daar zeker aan bij.

Woensdag 21 september

Hij kijkt niet op als ik plaatsneem op de stoel naast hem. Het concert gaat bijna beginnen en ik heb al een tijdje van achter in de zaal naar hem staan kijken. Hij zit rustig te wachten op wat komen gaat. We groeten elkaar niet, doen eigenlijk net alsof we vreemden zijn, zitten keurig naast elkaar.
Het licht wordt iets gedempt, en de musici nemen plaats. De zaal applaudiseert, wij zitten roerloos. Langzaam sterft het geluid van de klappende handen, om over te gaan in de zachte, opzwepende klanken van de muziek.
Onze knieën raken elkaar net niet, we laten onze beide handen erop rusten, vlak bij elkaar. Ik voel de hitte, de onrust. De muziek zwelt aan, evenals ons vuur. Ik heb geen oog voor wat er op het podium gebeurt. Ik kan enkel kijken naar zijn vingers die rusten op zijn been. Tergend langzaam schuifelen we mijn linker- en zijn rechterbeen dichter naar elkaar en onze handen schuiven mee. Ik steek een pink uit, en raak de zijne. Een tinteling gaat door mijn lijf en heel langzaam nemen we bezit van elkaar, bedrijven onze handen de liefde.
We durven elkaar niet los te laten, durven geen woord te zeggen.
Niet in de tram, niet in de trein, niet bij het muurtje waar we tegen aan leunen en zoenen alsof ons leven ervan afhangt, en alsof iedere kus de laatste is.
En die laatste kus, die komt er. Zijn mobiel trilt in zijn broekzak waar ik net mijn vingers verkennend in beweeg. Hij neemt niet op maar de betovering is verbroken, althans voor nu. We kijken niet vooruit, we kijken niet om als onze wegen zich scheiden.

Donderdag 22 september

BHV is op vakantie met een groep onbekenden en een reisleider. We sms-sen dagelijks met elkaar. Ze stuurt berichtjes over autistische groepsleden, de mooie omgeving en de gids die haar wel heel erg leuk vindt. De volgende dag wil hij zoenen. De dag erop laat ze weten dat ze proberen steeds een beetje stiekem achterop te raken en maken spannende opmerkingen en terloopse aanrakingen. Dan meldt ze me dat ze een zoentje heeft gekregen.
Vanavond moet ik erg lachen als ik haar sms lees. Vanavond heeft ze een date met hem. Hij heeft een kamer voor zichzelf en als iedereen slaapt zal ze stiekem bij hem op bezoek gaat.
En ik weet hoe ze zich voelt. Weet hoe ze zich zal voelen morgen. Zoals ik me voel vandaag.
Een oneindige glimlach.
Een wolk met gouden randjes in het hoofd.
Een lijf wat jeukt. Van binnen jeukt.

Vrijdag 23 september

Ik tel de uren af, de minuten, pak mijn tas en zeg gedag.
3 Weken niet werken.
Ik ga naar Ex, die bezig is het huis van zijn moeder leeg te halen. Volgende week moet het worden opgeleverd, en er moet nog veel gebeuren. Zwijgend verwijderen we de houten vloer, zoek ik uit mijn geselecteerde stapel boeken degene uit die ik mee zou willen nemen op vakantie, drinken we wijntjes, en huilt hij bij de diverse voorwerpen die hij van de grond tilt en uit vuilniszakken haalt.
Ik ga naar huis.
Krijg eindelijk het bericht waar ik op zat te wachten: het salaris is binnen.
In anderhalf uur koop ik de meeste dingen die ik nog nodig heb voordat ik op reis ga. Ik eindig in de supermarkt waar ik Ex weer tegenkom. Hij nodigt me uit te komen eten. Ik combineer het aangename met het nuttige, neem mijn laptop mee en brand bij hem wat verzamelcd'tjes die me zullen vergezellen. Hij kijkt ondertussen André Hazes en huilt bij De Vlieger. Het wordt laat, en ik zucht als ik thuis kom. Was van plan geweest een avond voor mezelf te hebben, misschien zelfs mijn tas al te pakken. Het zij zo. Nog 2 dagen om te voorkomen dat ik weer tegen de klok in moet werken.
Zaterdag 24 september

Koffie en gebak in de zon met de musketiers.
Onze afgelopen week bespreken, vooruitkijken.
De stad in, nog wat laatste spulletjes kopen.
Op de torenklok kijken en impulsief beslissen in de trein te stappen.
De winkel van Thomas bestaat een aantal jaar en geeft een groot en openbaar feest. Ik wil hem nog één keer zien, misschien nog één keer voelen, voor ik weg ga.
Het is druk op het feestje, en er klinkt uiteenlopende muziek. Ik loop rond, zoekend, een glas frisdrank in de hand. Loop de winkel in en uit, blijf drankjes kopen om mezelf een houding te geven, om mijn handen die jeuken van verlangen naar hem wat af te leiden.
Dan zie ik hem staan. Links van het podium. Hij praat met de artiest die het podium op moet, regelt met collega's, belt met anderen.
Dan zie ik hoe hij wegloopt, en ik wurm me door de menigte om dichterbij hem te komen. Zie hem dan praten met een blonde vrouw, en 2 blonde kinderen. Dochters. Het lukt me vooralsnog niet mijn blik af te wenden, mijn lichaam om te draaien, mijn voeten op te tillen. Ik zie hem praten en ondertussen zijn ogen over de grote groep mensen laten glijden. Ik zie hem mij zien en schrikken.
Ik zie mezelf weglopen en de terugweg aanvaarden.
Zondag 25 september

De komende weken ben ik op reis. Ik zal proberen stukjes te blijven schrijven. Door de beperkingen van host en sitebuilder kan het zijn dat de vorm wat afwijkt. Ook zal het laatste stukje steeds onderaan staan, en heb ik alvast een hele ruimte leeg moeten maken om de stukjes in te kunnen plaatsen. Vergeet vooral toch niet af en toe naar beneden te scrollen voor de aangename links naar andere levens en levens van anderen.
Ik hoop dat jullie door de stukjes een klein beetje mee kunnen reizen.


Maandag 26 september

Zodra mijn ogen op zoekstand staan, komt iemand naar me toe om me de weg te wijzen. In het begin denk ik nog dat een handlanger ondertussen mijn tas leegrooft, maar de mensen zijn gewoon aardig. Ik ga naar de Gedächtniskirche en brand een kaarsje voor Annie. In het verleden reisde ze altijd mee via mail en volgde mijn route met een kaart uitgevouwen op de keukentafel. Nu doet ze dat boven de wolken, zo voelt het.
Ik ga naar het museum van Kathe Kollwitz. Erg indrukwekkend. In de zelfportretten zie ik overeenkomsten tussen de ogen van haar, Frida Kahlo en Camille Claudel. Lijden, passie, gedrevenheid. Over hen wil ik schrijven, theater maken.
In het trappenhuis geeft een Hollandse man luidkeels zijn mening aan zijn vrouw. 'Allemaal hetzelfde. Alleen dode kinderen en ellende'.
In stilte vervloek ik hem. Wat wil je, 2 oorlogen meegemaakt en man en zoon verloren.
Later op straat kom ik het echtpaar weer tegen. Het regent. De man vraagt me de weg, hij herkent me niet. In mijn geloofwaardigste Duits wijs ik hem de verkeerde kant op.
Dinsdag 27 september

Bij het hotel huur ik een fiets. Met een brede glimlach fiets ik tussen de naar het werk rijdende mensen naar het centrum en voel me reuze trots. Vandaag is het tijd voor een rondje verplichte nummers. Bundestag, Brandenburger Tor, Unter den Linden, Oper, St. Hedwigskathedrale, Berliner Dom, liggen in de zon in het gras van de Lustgarten, Museumsinsel, een Gedenkstätte, het gezellige Hackesche Höfe met live Jiddische muziek, de Neue Synagoge, mijn eerste Friedhof, das Denkmal voor de vermoordde Joden, Checkpoint Charlie om te eindigen bij het indrukwekkende Topograhie des Terrors.
Heb toch al veel gezien over oorlog en onmenselijkheid maar het blijven indringende beelden met wat mensen elkaar aan kunnen doen.
Hoe wrang om de fotowand te zien waaruit een duidelijk 'nie wieder' schreeuwt, terwijl daarboven een restant van De Muur staat.

Nie wieder is kennelijk een rekbaar begrip.


Woensdag 28 september

Op het programma staat een groot fietsrondje om Berlijn heen met alle wat verderaf gelegen bezienswaardigheden. Ik begin bij Charlottenburg, bij mij in de straat. Ik loop door de tuin, naar het mausoleum. Een kastanje komt snoeihard van boven op mijn rechterarm terecht. Ik roep auw, en denk aan belagers, en aan het eekhoorntje wat ik net over de weg zag schieten. Ik denk aan Annie, die me van boven aan het plagen is.
Dan volgt een wirwar van plannen. Begraafplaatsen die de moeite van het afstappen niet waard zijn, plaatsen die niet meer op mijn kaart staan en daarmee onvindbaar, plekken waar ik de fiets niet onbeheerd achter durf te laten gezien de staat van de auto's die ik onderweg heb gezien.
Ondertussen ben ik doorweekt. Mijn witte broek is zwart, mijn gewrichten pijnlijk en mijn humeur flauw. Ik zing Hollandse meezingers, vertaal ze in het Duits, en voer in diezelfde taal hele gesprekken met mezelf. Ik denk aan Annie, aan Willem van de Sande Bakhuyzen, ik denk 'Leef'! Ik denk aan de kastanje die mij eerder op de dag zo hard op mijn rechterarm raakte en besef nu dat het een teken was om me rechtsomkeert te laten maken.
Eindelijk neem ik een verstandig besluit. Geen begraafplaatsen meer vandaag en de kortste weg naar de volgende bestemmming. Meteen stopt het met regenen. Ik fiets naar een hele leuke wijk, de Prenzlauer Berg. Ik breek er meteen mijn belofte en betreed de mooiste begraafplaats die ik ooit heb gezien. Het is een Joodse, en de graven staan er scheef en leunen tegen elkaar of zijn omgevallen. Ze zijn overwoekerd met een overweldigende saus van natuur. Ik hoor het lachen, het huilen, het drukke praten en het melancholische zingen. Een feest, en wat jammer dat ik er al zo snel weer weg moet.
Ondertussen reist BHV van Maastricht tot Frankrijk om te kunnen blijven zoenen.
Donderdag 29 september

Een stukje verrassend Berlijn vandaag. Eén of andere koning of keizer heeft van een eiland een lustoord gemaakt. Hij heeft er wat nepkastelen op laten zetten en tuinen aan laten leggen.
Pfaueninsel. Een geweldige plek, en ik denk meteen aan kraken, aan confisqueren, aan nabouwen. Overal loslopende pauwen. In het midden een volière met o.a. een grijze papegaai die Pipi Langkous kan fluiten.
En terwijl de hemel dikke dikke tranen huilt, bezoek ik maar weer eens een begraafplaats. Of eigenlijk 4 tegelijk, naast elkaar gelegen. Ik probeer mezelf uit te leggen waarom deze plek me zo blijft fascineren. Ik bedenk me ook dat ik gisteren bedacht heb, dat als het regent, dat een teken is dat ik een verkeerde keuze aan het maken ben.
Vind het al spannend genoeg, vanavond naar Wenen en dan morgenochtend anderhalf uur hebben om een ticket te regelen naar Krakau en niet weten of de ene bus daar eindigt waar de ander begint.
Het leven blijft één groot avontuur.


Vrijdag 30 september

Maar ook als de zon schijnt kan het tegenzitten. Ten eerste blijkt dat ik inderdaad ergens anders aankom dan ik weer moet vertrekken. Met mijn ticket op zak ga ik naar dit busstation. Kan de goede bus niet vinden. Bel met het callcenter in Oostenrijk. Ze zoeken, ze vragen, ze zeggen me dat die bus niet gaat op vrijdag. Ik zeg nog dat dat echter wel op mijn ticket staat, notabene door henzelf erop gezet maar het woord Fehler moet de verklaring voor alles zijn.
Ik ga ergens een kop thee drinken en bel het hotel in Krakau dat ik nog een dag later kom. Tijdens een verwarrend gesprek blijkt dat ook zij een fout hebben gemaakt. Het hotel sluit morgen en dus had er voor mij nooit een reservering voor 3 nachten gemaakt mogen worden. Ik zeg dat ik de bevestiging in mijn hand heb. Zij zegt dat er dan door iemand bij hen een fout is gemaakt, ik kan het niet
nalaten te zeggen dat dat wel de general manager is geweest. Ze geeft me het nummer van een ander hotel, maar dat is vol. En ook alle andere hotels die ik daarna bel. Ik ruik een complot, ook al zit mijn neus volkomen dicht van het in de regen fietsen.
Ik sms met BHV, die me moed inpraat. Ik besluit eerst wat cultuur op te snuiven, eh... op te doen, en dan op zoek te gaan naar een internetcafé om te kijken of ik een hotel kan regelen. Ik zie me morgenochtend half 6 al staan, met rugzak, tussen allerlei louche taxichauffeurs die me in hun auto, naar hun familie proberen mee te lokken.
In het gehele centrum van Wenen is geen internetcafé te vinden. Of iemand die weet waar ze zitten. Ik loop een boekhandel in, zoek een lonely planet en duikel een adresje op. Neem de tram en vind eindelijk de supertrendy internetlounge waar ik eindelijk een beetje tot rust kom. Binnen 10 minuten heb ik een hotel gereserveerd, en zit ik druk alle mails te beantwoorden.
Was dit waar de regen van gisteren me voor waarschuwde?
Dan wordt het zo eindelijk tijd om van de stad te genieten, en me vol te stoppen met Wiener Sachertorte. Voor zover je die kan proeven als je zo snip snap snotterverkouden bent. 


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
september 2005