Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN
oktober 2011


Zaterdag 1 oktober


Schuin tegenover me zit een jonge man met een snor.
Een jonge man met een snor.
Een snor is als een bos schaamhaar, iemand ziet er altijd beter zonder uit.
Vooral jonge mensen.

Ik zit tegenover hem omdat ik net als hij bij de kapper zit.
Ik zit bij een Echte Kapper. Niet één waar ze constant over klanten roddelen, met elkaar flirten en drukker bezig zijn met hip zijn dan met mijn haar.
Ik ben naar een kapper aan wie ik mijn hoofd durf toe te vertrouwen, en die ik in staat acht iets geheel anders maar moois ervan te maken.

Ik heb sinds mijn vakantie nog geen structuur. Ga te laat naar bed, val weer op de bank in slaap, en maak te weinig van mijn vrije dagen.
Maar er is ruimte in mijn hoofd.
Op het werk zijn er ideeën en ik weet ze om te zetten in plannen en nieuwe procedures.
Thuis heb ik een whiteboard met daarop een streven voor de komende week.
Heb me naast dingen die moeilijk zijn ook leuke dingen voorgenomen. Zoals een kapper.

De grote vragen en emoties zijn er nog.
Ik heb ze op een zijweg geparkeerd en kan ze tot nu toe weerstaan als ze weer komen opzetten.
Ik probeer ze te pareren met daadkracht.
Ik kijk op sites van dierenasiels voor een kitten.


Zaterdag 22 oktober

In Belfast sprak ik met een vrouw in een informatiecentrum in Shanklin Road.
Ik bleef maar zeggen: 'I don't understand', en de vrouw tegenover me haalt haar schouders op.
Ze is opgegroeid met de murals, de peace walls en het prikkeldraad.
I don't understand.
Ik begrijp er helemaal niets van.

Op tv de afgelopen dagen de beelden van een stervende dictator.
Geen grootspraak meer van zijn kant, opeens is hij mens, wat voor mens dan ook.
Hij is een mens met kapotte kleren en een bebloed gezicht en andere mensen sleuren hem over de straat.
Tonen hem als hij dood is.
Ik lees vandaag dat hij ligt opgebaard in de koelcel van een supermarkt, dat rijen mensen langstrekken om een foto te maken.
Stel het me voor, tussen de pizza's en de pakken diepvriesspinazie.
Zie het later terug op tv, de koelcel is dan een kleine ruimte waar hij op de grond op een matrasje ligt. De bezoekers krijgen mondkapjes uitgedeeld.

Vanavond keek ik naar Louis Theroux. Hij was op de Westbank in Israel en sprak met Joden en Palestijnen. Joodse kolonisten vestigen zich midden in de Palestijnse gebieden, omdat ze zeggen recht te hebben op die plek. Ze willen daarmee een ideologisch punt maken. Ze krijgen lijfwachten om zich te kunnen beschermen tegen de buren.
Verderop staan grenssoldaten. Kinderen gooien stenen naar ze. De soldaten staan er wat bedremmeld bij, schreeuwen wat. Gooien traangas. Schieten.
Wij en zij.
Wij tegen zij en andersom, en het ziet er niet naar uit dat daar ooit een einde aan zal komen.
Ik denk niet dat de meesten dat willen, ze willen geen vrede.
Want vrede is een compromis, en ze willen enkel hun recht.
Recht verkregen door geboorte, door ras, door godsdienst.
Ik begrijp het niet.

Herken wel iets van een wij en een zij.
Toen ik vroeger rondliep met getoupeerd haar en ik kwam iemand met een zelfde soort kapsel tegen dan knikten we bijna onzichtbaar elkaar.
Een blik van verstandhouding. Een wij gevoel. Niet zozeer tegen iemand, tegen een zij, gericht, wel een gevoel van verbondenheid.
Ik kan me het gevoel herinneren van demonstraties. Mijn eerste, tegen kruisraketten, al wist ik nauwelijks wat dat waren, en mijn laatste, tegen bezuinigingen op het onderwijs waar het gigantisch uit de hand liep en we moesten rennen om niet te worden gebeten door de politiehonden en niet omver te worden gelopen door de paarden. Toen ervoer ik wat 'tegen' was, en dat dat best goed voelde. Ik hoorde ergens bij, ik was anders, ik liet mijn stem horen.

Maar een leven enkel nog beheerst door wij-zij.
Al je handelen komt daaruit voort, uit een gevoel van superioriteit.
Dat heet geen provoceren, het is volledig in je recht staan. Denkt men.
Je kunt je er niet aan onttrekken, ben je niet voor hen, dan ben je automatisch tegen hen.

Een jongen die meedoet aan de Occupy protesten wordt gevraagd waar ze nu eigenlijk tegen zijn.
'We zijn niet zozeer tegen iets, we zijn voor verandering'.
Daar zit een wereld tussen.
Een vechtende wereld waar ik niets van begrijp.



Zaterdag 29 oktober

1 Mens.
1 Mens is voldoende.
1 Politicus die zijn of haar hart durft te laten spreken.
Die menselijkheid belangrijker vindt dan regels om zo het verschil te maken in een jong mensenleven.

Als de dissidenten woord houden en tegen uitzetting stemmen is er nog steeds een meerderheid van 76 stemmen.
Politici zijn democratisch gekozen, zoals de winnaar van de Televizierring.
Ze vertegenwoordigen het volk, hun aanhang.
Een meerderheid van die aanhang is tegen uitzetting.
Voor uitzetting stemmen is niet tegen de regels, het is het volk negeren, het is tegen de democratie.

Een 85 jarige vrouw heeft aangegeven haar CDA lidmaatschap op te zeggen als ze Mauro afwijzen.
Ik hoop dat vele leden volgen, ook die van de SGP.
Dán spreekt de democratie.

One man can make a difference.
Gewoon doen.


Zondag 30 oktober


Herman de Coninck