Maandag 1 oktober

In de tram een jonge man.
Om zijn jas heen een paars doek geknoopt, in dat doek een baby.
De man kan niet anders dan naar dat gezichtje kijken.
Een gezichtje dat soms de ogen dicht doet, dan de ogen waar de vermoeidheid in te lezen is weer open.
De man wiegt, maakt een rustgevende heen en weer beweging om zo het schokken van de tram op te vangen.
Heel soms kijkt hij heel even naar voren, de tram in.
Ik zie liefde in zijn ogen, vertedering.
Daarnaast ook angst, onzekerheid.
Om zich vervolgens weer te concentreren op de ademhaling van de baby die opkijkt naar zijn vader.
Dinsdag 2 oktober

In de spiegel oefen ik mijn niet al te gewillige, niet al te gretige, niet al te verleidelijke blik.
Dit mislukt, zodra ik denk aan degene voor wie ik dit oefen.
Ik probeer een geïnteresseerde, enigszins oppervlakkige doch oprecht vriendelijke versie.

Morgen zie ik Goede Man.
Woensdag 3 oktober

Ik neem plaats op de bank onder de klok in de stationshal waar we hebben afgesproken.
Ik zie een vrouw die ik ken, nee, zij ziet mij, ik zit met mijn gedachten elders.
We hebben elkaar een tijd niet gezien, ik werkte nog bij een impresariaat, zij was actrice bij een aantal projecten en omdat ze dichtbij woonde liepen we nog wel eens samen het bos in. Ze is een mooie, warme vrouw, en als ze zegt dat ik er stralend uitzie geloof ik haar.

We zitten tegenover elkaar. Het oefenen op een neutrale blik gisteren heeft zin gehad en is tegelijkertijd nutteloos geweest.
Ik benoem het, ben heel eerlijk en probeer me tevens te beheersen. Wat sowieso wel zal moeten, zijn grens is duidelijk aangegeven.
Maar daarbinnen spelen we, en praten we. Hij heeft veel meegemaakt, het afgelopen jaar, heel veel. Het zijn dingen die soms moeilijk zijn om te horen, maar het geeft ook een mate van gelijkwaardigheid aan. Ik ben een grote meid geworden, en kan dit horen. Wil dit horen.
Een vrouw aan een zeer nabijgelegen tafeltje luistert zeer aandachtig naar ons gesprek. Ik ben me er soms bewust van, maar wil dit gesprek gewoon voeren. Pas aan het eind van de avond begrijp ik uit haar gesprek met de bediening dat ze Engels is.

We zoeken veilige onderwerpen op, vooral op de terugweg naar het station, maar de spanning is om te snijden. Ik doe mijn handen op mijn rug, alsof ik daarmee ook de behoefte hem aan te raken kan onderdrukken.
Hoe meer ik er niet aan toe mag geven, hoe groter de behoefte.
We dralen wat, draaien met woorden en lijven om elkaar heen, en op een gegeven moment is er niets anders dan een langdurige verdwijnen in elkaars ogen.

Met de trein rijdt hij misschien van me weg, maar verder is hij nog zo dichtbij.

Met een brede lege gelukzalige wellustige gefrustreerde glimlach fiets ik naar huis.

Thuis trek ik een schone en vooral droge onderbroek aan.
Donderdag 4 oktober

De dag komt maar moeilijk door mijn roesje heen.
Op zich een prettig roesje, met weliswaar wat donkere randen.
Er herhalen zich zinnen, vragen en blikken in mijn hoofd. De vragen probeer ik weg te drukken, de zinnen en de blikken probeer ik vast te houden, maar zo werken die dingen niet.
Zijn verhaal heeft indruk op me gemaakt. Mijn eerlijke reacties ook.
Maar hier zit ik dan, nog een beetje na te zuchten.

Al zolang gefocust op de man. Deze Goede Man. Ben hem gaan lusten, ben van hem gaan houden.
Weet dat het geen toekomst heeft, dat heeft hij me meerdere malen duidelijk gemaakt, hoewel de signalen soms verwarrend zijn.

Mijn leven draait niet om hem, niet meer. Ik zeg dat ik opensta voor anderen, en voor mezelf, en ik denk ook echt dat dat zo is, maar met hem voelt het zo goed, voel ik me zo goed.

Hoe laat je iemand los bij wie je je zo thuisvoelt, bij wie je zo thuiskomt?

Vrijdag 5 oktober

Morgen op studiereis.

Om de trein vanuit Amsterdam te halen, moet ik zelf al om half 5 met de trein mee.
Half 5, dus half 4 op.
De poging verstandig te zijn en vroeg naar bed te gaan mislukt.

Zaterdag 6 oktober

Amsterdam - München ICE 06.34 - 14.04
Koffie, lunch en rondleiding (restauratie, lounge).

In München via de voordeuren van 2 hotels naar perron 13.

München - Salzburg IC 14.23 - 16.03
Rondleiding (restauratie, fietsenrijtuig).

Salzburg - Werfen regionale trein 16.18 - 17.12

Transfer met Werfenwengshuttle naar een pension in Werfenweng.
Wandeling naar ander hotel.

18.00 uitproberen van Samo voertuigen op Dorfplatz.
Korte film SAMO in het skimuseum en uitleg door een mevrouw van de VVV.

18.45 avondeten

19.25 Werfenwengshuttle naar Bischofshofen.

Bischofshofen - Innsbrück IC 19.49 - 22.25

Innsbrück: gelegenheid voor korte wandeling naar hotel in hoofdstraat.

Innsbrück - Chiusi EN 23.04 - 06.50

Slapen in een double die alleen door mij beslapen gaat worden.

Een volle dag waarop door de tijdsdruk en de grilligheid van treinen en mensen wel wat aanpassingen in het programma zijn geweest. Zo deed de video het niet waardoor we de SAMO film hebben gemist. Zijn we niet in Innsbrück maar in Wörgl op de nachttrein gestapt omdat er in het donker toch niet veel aan de hoofdstraat van Innsbrück is te zien. Was er voor het eten niet meer 40 minuten maar 20 minuten.
Maar wat geniet ik hiervan en wat hebben we toch een leuke groep.
Zondag 7 oktober

Opstaan rond 6.15, ontbijt in de trein, om 6.50 uitstappen in Chiusi

Daar een uur wachten op de trein naar Terontola

10 Minuten wandelen naar landgoed/hotel Landrucci, aldaar een rondleiding

Terugwandelen naar het station.

Terontola - Firenze regionale trein 09.30 - 10.51
In Firenze hereniging met de groep die op zaterdag nog gewerkt heeft in de winkels
In Firenze 3 hotels bezoeken en het AVIS kantoor

Firenze - Manarola via Pisa en La Spezia regionale trein 12.27 - 15.22

Manarola - Riomaggiore regionale trein
Wandeling over Cinqueterre (Via del Amore) langs de kust, ca. 30 minuten

Bezoek aan 2 hotels.

Shuttlebus naar Santuario di Montenero. Vandaar ca. 15 minuten bergopwaarts lopen
18.45 betrekken rustico's
20.00 avondeten

Ook vandaag wat aanpassingen aan het programma.

De Nederlandse beheerster van Landrucci had taart voor ons gemaakt maar als we die willen eten halen we de trein niet. Gelukkig brengt ze ons met een bus.
In Firenze valt één hotel af en het AVIS kantoor en nog missen we de trein.
Het verkort onze wandeling bij Riomaggiore.
Maar waar is het daar adembenemend mooi en wat hebben we lekker weer.
Officieel is het 15 minuten klimmen naar onze huisjes voor de nacht maar ik ontferm me over een collega die diverse lichamelijke klachten heeft en daardoor zeer moeilijk loopt, en mede hierdoor ook geestelijk het nodige te verstouwen heeft.
Ik voel me sterk, ik mag zorgen.

Onze slaapplekken zijn de arbeiderswoningen bij een klooster.
Die woningen zijn nogal verspreid door het bos, en je moet er 's avonds je weg zien te vinden met zaklampen.
De diverse insecten schrikken van het licht in het huisje. Ook hier slaap ik weer alleen en het is goed zo.
Geniet van het cliché van de ondergaande zon, mijn huisje biedt direct uitzicht op de zee.
De zorgen even heel ver weg.
Maandag 8 oktober

Opstaan om 3.15.
Om 4.00 bergafwaarts met zaklampen.
4.30 Vertrek bus naar Firenze Aeropuerto, ontbijtpakketten van het klooster mee
Firenze - Schiphol 7.35 - 9.35
Winkel open 10.30

Denk niet dat ik nog een beeld hoef te schetsen van hoe deze werkdag eruit heeft gezien.
Dinsdag 9 oktober

Een belangrijke dag op het werk vandaag, alle (winter)nachttreinen gaan in de verkoop.
De mensen die al vaker bij ons hebben geboekt weten het inmiddels, zodra ze terug zijn doen ze alvast een voorboeking voor het volgende seizoen. Zo liggen er al honderden dossiers, en vandaag zullen we zien voor wie we kunnen boeken wat gevraagd is en voor wie we naar alternatieven moeten zoeken.
Het boeken gebeurt op het hoofdkantoor, wij hebben al wel veel nieuwsgierige mensen aan de lijn: is het gelukt?

Ik vind die wintertreinen nog reuze ingewikkeld. Veel wegen en veel treinen die naar de skigebieden leiden en de prijzen zijn sinds vorig jaar enorm gestegen en dat laat zich maar moeilijk uitleggen.
Ook omdat de wintersportwereld de mijne niet is.
Vrijdag 12 oktober

In mijn droom ontmoet ik een man. Een warme man, groot(s), rustig, krachtige uitstraling.
Hij woont op een woonboot.
Met een groep mensen zijn we bezig de woonboot op te knappen, van binnen en buiten en ondertussen kijk ik naar de man.
En hij naar mij.

In de droom komen diverse bekenden van me voorbij. Mijn baas en bazin, Grote Zus, BHV.

De droom maakt een sprongetje en ik blijk 'iets' met de man te hebben, weet niet of het al een relatie heet.
Ik weet wel dat anderen het beginnen door te krijgen en ons ermee plagen.
We ervaren ons als een vanzelfsprekendheid, als een ding dat wel móest gebeuren, als een onlosmakelijk feit.
Terwijl ik zijn slaapkamer stofzuig bedenk ik met graagte hoe ik vanavond weer tegen zijn warme lijf aan mag liggen.

Op het werk kan ik maar aan 1 ding denken: weekend.
Morgen eindelijk weer eens 2 dagen achter elkaar vrij.
Zaterdag 13 oktober

Heel even is er kontakt tussen mij en Goede Man.
Hij vraagt me of ik al een beetje bekomen ben van onze afspraak.
Als ik zeg dat ik er alleen maar hebberiger van wordt, dat het smaakt naar meer tempert hij me door te zeggen dat het toch in ieder geval gezellig was.

SL:  Ja. Ik weet het, ik moet blij zijn met wat er wel is en moet niet stil staan bij wat er niet is
      en niet zal zijn. Maar dat blijft dubbel.
GM: Ik weet het.
SL:  Maar, zonder het slachtoffer te willen zijn, voor mij is toch anders omdat jij de touwtjes in handen hebt.
      En daar word ik naast blij, soms ook verdrietig, boos en opstandig van.
GM: Ik probeer op het rechte pad te blijven.
SL:  Ik kan niet anders dan dat respecteren, ik zal je echt los moeten laten.
GM: Moeilijk maar mooi. Moet nu weg. Kus.
SL:  Niks moois aan. Dag.

Mijn hart huilt, weent, rouwt om hem van wie ik niet mag houden.
Ik moet me geen illusies maken, als hij zijn huidige relatie niet had, dan was hij nog niet bij mij.
Ik hou van hem, voor hem ben ik een spel, een grens, een plekje in zijn hart.
Maar dat wetende maakt het nog niet makkelijker.
Ik weet het, ik hoef niet te stoppen met van hem te houden, ik moet enkel niet meer hopen, niet meer naar hem verlangen.
Moet ik hem soms niet meer zien, niet meer mailen, geen kontakt meer met hem hebben?

Toen de relatie tussen mij en Ex voorbij ging wilde hij mij niet meer zien. Was zijn manier om over me heen te komen, zich van me los te maken. Ik vond daar wat van, voor mijn gevoel werd daarmee het verwerken alleen maar uitgesteld. Ik werd boos, opstandig, pas toen ik hem na een jaar weer zag kon ik rouwen en loslaten.

Hoe doe ik dat nu met Goede Man?
Van niet meer mogen ga ik meer verlangen en van blijven zien blijf ik ook verlangen en ben ik me er nog meer van bewust niet te mogen.

Grow up.
Zondag 14 oktober

Probeer me te richten op mijn vakantie, een weekje vanaf volgend weekend.
Niet meer richten in de zin van voorpret en alle opties bekijken maar in de zin van concretiseren.
Haal wat bestemmingen weg, zoek hotels en hostels, maak keuzes, bepaal mijn reisschema.

Eerst naar Palermo, dan naar Rome en Bomarzo.
Vervolgens naar Venetië en via Zwitserland en Luxemburg naar huis.

Het wordt een reis van onderweg zijn, niet van aankomen.
Maandag 15 oktober

Terwijl ik op het hoofdkantoor zit voor training en overleg, wordt in mijn vestiging een collega met woorden bedreigd door een klant.
De klant is ergens niet tevreden over en zegt tegen mijn collega dat hij erg veel zin heeft om hem keihard in zijn gezich te slaan.
Daarbij is het gelukkig gebleven.
Ik reis 's middags naar mijn vestiging af.
Hoor aan, deel in de gevoelens. Merk wel dat, logischerwijs, er een neiging is tot dramatiseren. Het geweld van de laatste tijd, elders in deze stad. Wat er allemaal had kunnen gebeuren. Wat er iedere dag op andere plekken al gebeurt, schijnbaar ver weg, nu opeens zo dichtbij. Maar mijn poging tot geruststelling, tot enige relativering, wordt niet op prijs gesteld.

Vandaag ben ik me er bewust van mijn dubbelrol.
Aan de ene kant begrip hebben, meer dan dat, maar aan de andere kant ook de winkel draaiende moeten houden en de dingen en de mensen weer enigszins op de grond te krijgen.

Het zo graag goed willen doen, maar daarbij verschillende belangen moeten dienen.

Een andere collega zegt me dat als ik er geweest zou zijn, ik waarschijnlijk wel naar voren zou zijn gelopen om de boel te sussen en te redden. Ik weet niet wat ik gedaan zou hebben, dat weet je noit, zelfs niet als het je al een keer is overkomen. Maar ik denk dat ze wel eens gelijk zou kunnen hebben, in ieder geval wat mijn rol betreft. Ik word heel sterk van dit soort situaties, een bikkel.
Vind het prettig dit te horen. Het verzacht ook enigszins de pijn van het gevoel tekort te schieten.




Dinsdag 16 oktober

Voor de liefste onbekende

Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken.
Ik dank de sterren en de maan
dat iedereen die komt en gaat
de diepste sporen achterlaat, behalve jij,
dat jij mijn deuren, dicht of open,
steeds voorbij gelopen bent.

Het is maar goed dat je me niet herkent.
Kussen onder straatlantaarns
en samen dwalen door de regen,
wéér verliefd zijn, wéér verliezen,
bijna sterven van verdriet –
dat hoeft nu allemaal nog niet.

Ik ben nog niet aan ons gehecht.
Ik kijk bepaald niet naar je uit.
Neem de tijd, als je dat wilt.
Wacht een maand, een jaar,
de eeuwigheid en één seconde meer –
maar kom, voor ik mijn ogen sluit.

Ingmar Heytze


Woensdag 17 oktober

Een hele rommelige dag, met veel probleemtelefoontjes.
Aan het einde van de dag het gevoel hebben niets te zijn opgeschoten maar wel de hele dag druk zijn geweest.

Als de winkel dicht is en iedereen naar huis, boek ik de kaartjes voor mijn eigen reis. Realiseer me hoe dichtbij het al is, de dag van mijn vertrek. Dat een week later die week alweer voorbij is. Het weerbericht voorspelt weinig goeds. Ik houd mezelf voor dat ik toch vooral in de trein zit. Zeg tegen mezelf wat ik ook altijd tegen anderen zeg: als het dan toch regent, kun je beter daar zijn dan hier.

BHV zei me eens dat ze me zo stoer vond, dat ik alleen op reis ga, dat zij dat ook zou willen durven. Ik draai het meteen op, zeg juist dat ik te schijterig ben voor groepen, te bang ben voor anderen, een ander, dat ik mezelf teveel schaam voor mij.

In gedachten pak ik mijn tas al, maak ik al foto's, loop ik al rond.
Donderdag 18 oktober

Een klant aan de telefoon:
Ik moet weg, ik moet echt weg, ik ben zo moe. Daarom, ik wil naar Bretagne, het maakt me niet uit, Rennes, Brest, als ik hier maar even weg ben. Ik heb nu nog geen sollicitatieplicht, nu kan het nog, van mijn bijstand, ik moet echt even weg.
Ik wil niet langs Parijs, nou ja, als het echt niet anders kan, maar nee, ik wil niet langs Parijs, daar ben ik gerold. Maar dat terzijde.
Ik wil niet daar heen, ben daar gerold. Echt onvoorstelbaar. Zat er en uit het niets kwam opeens een man, een donkere man, en hij rende op me af en hij nam mijn portomonnee van mijn lijf en ging er weer vandoor. Bizar he? Discriminatie, dat vind ik het, waarom ik?
Nee, ik wil niet langs Gare du Nord, raar toch he, kwam zomaar uit het niets, er was verder helemaal niemand.
Ik moet er echt even uit. Ik ben zo moe. Ik ben hyper maar ben zo moe.
Het mag niet duur zijn. Echt discriminatie, groepen betalen altijd minder, vind het echt stom dat iemand alleen daar voor moet boeten, maar dat terzijde. In Brest is het mooi, maar het mag ook Rennes zijn, of dat andere plaatsje daar, hoe heet het nu, ik weet niet hoe het heet, maar dat plaatsje daar, ja, daar kan ik tot rust komen, ik ben zo moe.

Dit gesprek heeft ongeveer een kwartier geduurd, met misschien 5 zinnen van mij, en geen stilte van haar.
Vrijdag 19 oktober

Mijn weekje vakantie lijkt zo ver weg.
Dus slaap ik uit, bedenk ik wat ik nog zou moeten doen, kijk 4 afleveringen van mijn favoriete soap, zie ik wat ik nog zou moeten doen, en zit ik op de bank.
Zaterdag 20 oktober

Dagje werken nog, het is rustig in de winkel  en ik gebruik mijn tijd om alles af te ronden en de laatste mails te versturen. Naar klanten, naar collega's.
Dan met het Trutje, zoals BHV en ik mijn rolkoffer gedoopt hebben, naar het station, nog steeds weinig besef van wat voor week me staat te wachten, dat ik nu echt op vakantie ga. Heb me misschien te veel verloren in de voorpret om nu het echte leven ook te kunnen waarderen.
Maar weet ook dat op vakantie gaan altijd eerst een dag of een paar dagen schakelen is. Alles achter je laten wat niet mee hoeft, je richten op datgene dat voor je ligt, of eigenlijk, dat wat het nu is.

Nachttrein Amsterdam - Zürich.
Ik heb mezelf getrakteerd op een double, daarmee nog maar kans op 1 andere persoon in mijn coupé, in plaats van 3 of 5. Dat kan ook onderweg nog gebeuren, mogelijk 's nachts, maar voor nu waan ik me even in mijn huis/slaapkamer, hetzij klein, maar wel van mij.

Zondag 21 oktober

Als ik wakker word ben ik nog steeds alleen.
Mijn huis/slaapkamer is ook badkamer, geen douche, wel wastafel. Ik kijk naar de wereld die aan me voorbij trekt, een onmiskenbare andere buitenwereld, buitenlandswerelds.

Zürich - Milaan.
Het mooie landschap begint, althans, misschien was het er eerder, maar nu heb ik mijn ogen open. Dat je steeds even stil zou willen staan, of van een afstandje zou willen kijken naar jezelf in die trein, in dat landschap en dan foto's willen maken. Want ik wil de dingen vastleggen, in beeld, in woord, maar sommige dingen blijken onbeschrijfelijk en ongrijpbaar.
Ik praat Duits met een paar cultureel ingestelde vrouwen. 1 Ervan voert het woord, de ander knikt en vult een paar woorden aan. De woordvoerster is in Amsterdam geweest, en Hoorn, en de Keukenhof. Wünderbar. Ik kan het niet beamen, ken alleen Amsterdam van het rijtje.

In Milaan heb ik een uur overstaptijd. Ik koop wat te eten en ga buiten in de zon zitten.
Het is druk op het plein. Er is een theaterfestival en daarom staan er beelden. Geen levende standbeelden, wel aandachttrekkers.

Milaan - Rome.
Met de eurostar razen we door het Italiaanse landschap. Veel jonge mensen om me heen, kennelijk een weekendje Milaan gedaan. Ze hebben de studieboeken voor zich opengeslagen maar van studeren komt niet veel. Er wordt alleen maar Italiaans gesproken. Ik pik een taal meestal wel snel op, althans een paar woorden, voldoende om me mee te redden.
Maar nu ik nog in de overgangsfase zit wil dat nog niet zo lukken.

Rome - Palermo
Weer een double en weer het rijk alleen. Hier kan ik wel aan wennen. Kan sowieso erg genieten van onderweg zijn, het aankomen interesseert me stukken minder. 

Doordat het al donker is, zie ik helaas geen landschap meer, alleen de weerspiegeling van mezelf in een donker raam. Ik laat mijn bed opmaken, morgen een einde aan mijn reis naar het zuiden in 2 dagen.
Maandag 22 oktober

Door het rangeren van de trein op de boot om op Sicilië te komen ben ik heen geslapen. Van de boot af maak ik wel enigszins mee. Ik doe mijn rolgordijn een heel klein stukje omhoog, kijk bootsmannen recht in hun smoel, zie de trein de boot afrijden, een bijzonder gezicht. Dan volgt een eindeloos gedoe om de trein weer op het juiste spoor te krijgen, zoals dat soms met mensen ook het geval is.

Volgt een prachtige route langs de noordkust van het eiland. Het weer is veranderd, het regent, het waait, de lucht is grauw en donker. We rijden zo'n 50 meter vanaf het water, ok laten het er hooguit 100 zijn, maar het is alsof de opstuivende golven zo mijn douche kunnen zijn.

Op de markt besluit ik toch maar een paraplu te kopen en direct daarna vindt een wolkbreuk plaats. Ik maak foto's van groenten, maar het is er eigenlijk te donker voor. De mannen achter de kraam kijken me bevreemd aan, maar bieden me een plaatsje onder het door water doorzakkende zeil. De man naast me wil dat ik een foto maak van de mannen. Hij helpt me bij het ophouden van mijn paraplu, ik houd met een scheef oog in de gaten of niet ondertussen niet portemonnee wordt gerold.

Omdat het dan toch regent ga ik maar bij gebouwen naar binnen. Het Palazzo Reale, waar nu de regionale regering van Sicilië zetelt. Met ondergrondse kerken en een kerk op de 2e verdieping, de Cappella Palatina, waar bouwhelmen en steigers en christelijke afbeeldingen elkaar verdringen. Schoolkinderen trouwens ook, ze vinden mij maar raar. Ik mezelf ook.
Op een gegeven moment heb ik de kerken en de bouwvallen wel gezien. Het hagelt, stort regent, de zon schijnt, ik heb wel genoeg gezien, ik ga terug naar het station. Zou eigenlijk vanavond pas naar Messina gaan voor de overstap naar Rome, maar neem nu een veel eerdere trein.

In Messina besluit ik een trein te nemen naar een openluchttheater in Taormina, aan de voet van Mount Etna.
Dan blijkt dat het in Italië veel vroeger donker is, of misschien in Nederland inmiddels ook, maar aangekomen bij de berg en het dorp waar het theater zich zou bevinden is het nacht. Zucht.
Ik besluit wat te gaan eten, volg een bordje pizzeria, loop langs een weg zonder voetpad en straatverlichting en hoop dat de auto's me ontwijken.
Aan het eind van de weg zijn de bordjes weg en ik vind het wel goed zo. Ga weer terug naar Messina.

Daar moet ik nog een paar uur wachten op de nachttrein. Er is een bar open, die me doet denken aan de bar waar ik 5 uur moest wachten op de nachttrein naar Portugal.
Alleen sluit deze om 10 uur en breng ik 2 uur door op de grond van de stationshal. Ik ben niet de enige.

Er is een man met een hele dikke buik, zou zo een tuimelaar kunnen zijn. Hij sloft heen en weer, kijkt naar vrouwen, sist naar vrouwen, als was hij een slang en sloft weer door. Valt uiteindelijk in een diepe slaap.

Er zijn wat hippies onder de toeristen. Ze hebben dikke winterjassen aan, en sandalen. Want ook al is het 10 graden buiten, je kunt je hippieschap niet verloochenen door betere schoenen aan te trekken.

Er is een man die scheetjes laat. Die steeds omkijkt of iemand het hoort.
De jongens die kijken, die sigaretjes vragen, maar alleen aan vrouwen.
De man in het Afrikaanse gewaad, een prachtig blauwe stof die mooi aftekent tegen zijn donkerbruine huid en een witte gehaakte muts. Hij heeft een trolley, met een koffer en een aktetas en ik zie hem de hele avond heen en weer lopen, richting trein, hardop mompelend, en komt dan weer terug. Dit herhaalt zich meerdere malen gedurende de 2 uur die ik wacht.
In de nachttrein heb ik dezelfde coupé als op de heenweg. Nu ben ik echter niet alleen, ik deel de beperkte ruimte met een keurige echte Italiaanse schone. Misschien van mijn leeftijd, maar wat is ze mooi. En wat ben ik anders.
De conducteur zegt dat ik een fout kaartje heb. Dat ik een 1e klas kaart heb en een 2e klas interrailpas.
Ik zeg hem dat ik 2e klas geboekt heb, en dat het gisteren geen probleem was. Hij zegt dat ik dan mazzel heb gehad, dat ik nu moet bijbetalen. Ik zeg maar niet waar ik werk, en ik twijfel aan zijn kennis en de mijne. Misschien moet ik hem omkopen, misschien is hij maffia, maar bijbetalen moet ik sowieso.

Ik had me voorgenomen het op de boot gaan van de trein nu wel mee te maken, maar de Schone wil slapen, en ik wil haar niet wakker maken door later binnen te komen. Het wordt een hoorspel, en door een kier van het rolgordijn maak ik er de beelden bij.

Dan het Pantheon, tempel voor alle goden. Waan me even in de film De ontdekking van de hemel, mooie ruimte, maar iets teveel toeristen. Vroeger beweerden christenen die het Pantheon passeerden dat ze werden lastig gevallen door demonen.
Daarom werd het gebouw omgedoopt tot kerk.


Dinsdag 23 oktober

Aankomst in Rome.
Ik was eerder in Rome, met een hele foute groepsreis van Peter Langhout. Op de reis was een Annie mee, maar zo anders dan mijn Annie. Deze Annie is onuitstaanbaar, pikt steeds de beste plaats in de bus in en omdat ik ook alleen reis en daardoor vaak naast haar beland probeert ze mij voor haar partij te laten trekken in de ruzies die ontstaan. Als we Rome naderen wordt ze hyper. Ze gaat de Paus zien, en zijn huis, zijn kerk.
Als de Paus net nu op vakantie blijkt te zijn is ze ontroostbaar. De rest van de reis blijft ze irritant maar we horen haar ook nauwelijks meer.

In Rome onttrek ik me samen met 2 andere jongeren aan de groep. Die 2 zijn bezig elkaar te versieren en vinden mij duidelijk teveel en ik hoef ze ook niet echt in mijn nabijheid dus ik trek er alleen op uit. Zie een paar dingen, maar letterlijk en figuurlijk van een afstand.
Nu wil ik meer.

Ik drop Trutje, en vind mezelf reuze slim door eerst naar het Colosseum te gaan, waar vorige keer op het midden van de dag een enorme rij stond.
De rij valt nu mee, en ik neem er in plaats. Eenmaal binnen maak ik me een voorstelling van wat geweest is, en de omgeving spreekt de verbeelding aan. Diverse films dringen zich aan me op, weliswaar zonder titel. Hoor de geluiden van de binnenkomende en plaatsnemende massa, er was plek voor 55.000 mensen. Zie de muren als stille getuigen, de nu nog zichtbare muren onder de nu niet meer zichtbare arenavloer die de afscheidingen vormden van liften en kooien voor de wilde dieren. Hier bevochten mens en dier elkaar. Aanvankelijk soldaten in opleiding, later slaven, krijgsgevangenen en criminelen.
Het feit dat de zon schijnt, draagt bij aan het genieten, aan het gevoel de tijd te hebben. Die ik eigenlijk niet heb.

Het Forum Romanum stond eerst vol met etensstalletjes, bordelen en de tempels en vergaderplaatsen van de Senaat. Daarna werden de kraampjes vervangen door zakencentra en gerechtshoven.

Vooral de Vestaalse Maagden interesseren me, weet niet goed waarom, kan geen herkenning zijn. De heilige vlam in de tempel van Vesta (godin van het vuur) werd door 6 adellijke meisjes onderhouden. Zij dienden de tempel van hun 10e tot hun 40e. Ze genoten veel aanzien en financiële zekerheid, maar als ze hun maagdelijkheid verloren, werden ze levend begraven. Op het uitdoven van de vlam stond geseling.

Thuis heb ik nog een onafgemaakt computerspel liggen, getiteld S.P.Q.R. Speelt zich in deze setting af, met ook een nog intact zijnde tempel van de Vestaalse Maagden. Veel dwalen door een doolhof van straatjes en rare opdrachten doen waar je eerst achter die opdracht moet zien te komen en een zeer onduidelijk spel met de tijd.

Het is zo veel, ik kan er weinig orde in ontdekken, heb behoefte aan orde, maar die is er niet. Heb steeds het gevoel dingen te missen. Wel bizar dat het allemaal zo oud is, zo voor of net na de jaartelling, nauwelijks te bevatten.

Het plein waar het een groot aantal jaren geleden  bruiste en erg gezellig was, bruist nog steeds. Piazza Navona. Een beetje Place du Tetre, maar veel ruimer. Kunstenaars die hun werk tonen. Live muziek. Ik neem plaats op het terras waar tegenover een vrouw met een prachtige stem en mooi rood haar liedjes zingt en zichzelf op de gitaar begeleidt. Een Velvet Underground sfeer.

Ik bestel pasta, kan erg gelukkig worden van pasta als middageten, liefst met pomodori of alleen olie. Het duurt lang, erg lang, deze vrouw alleen wordt veelvuldig vergeten. Probeer me over te geven aan zon, muziek en wijn. Vind eerlijk gezegd mijn pasta pomodori lekkerder, maar dat zal wel godslastering zijn.

Loop naar Vaticaanstad.
De rij die daar staat bestaat uit honderden mensen. Misschien maar goed ook, heb niet al te veel tijd meer, en kom zo niet in de verleiding toch nog even met de ogen van nu een blik in de Sint Pieter en de Sixtijnse kapel te werpen.

Rome - Viterbo

In het teken van wat ik morgen ga doen, waar deze reis eigenlijk rondom gecreëerd is, reis ik vanavond af naar Viterbo, in de buurt van Rome, en nog meer in de buurt van wat ik wil gaan zien.
De taxichauffeur is chagrijnig maar brengt me wel naar het hotel.
Een hotel… wat een luxe, na een paar dagen treinen. Mijn spullen verspreid over het bed, een lange douche, een eigen wc, een tv.

De man achter de balie is erg vriendelijk, toont me op een plattegrond wat ik echt wil zien, moet zien, en waar ik goed zou kunnen eten. Krijg een kaartje mee voor 10% korting.
Het eten is ok, de halve liter wijn gaat er ook goed in, en dan ga ik de stad nog in.

Volgens de man achter de balie is het hier veilig, zijn er veel studenten. Nu niet, het is er nogal rustig. Een paar toeristen, een paar luidruchtige groepjes plaatselijken en wat eenlingen.
Ondanks dat het donker is, zie ik het Middeleeuws aandoende karakter van de stad. De tijd lijkt hier te hebben stilgestaan. Ik heb gelezen dat het een belangrijk Etruskisch centrum was, voor het in de 4e eeuw voor Christus werd veroverd door de Romeinen. In de 13e eeuw heeft de paus er zo'n 30 jaar gewoond, voor hij naar Avignon verhuisde.

Als ik op een gegeven moment wat duistere blikken krijg van een eenling in een stil straatje waar geen auto's kunnen komen vind ik het genoeg en ga ik terug naar het hotel. De nachtportier steekt een heel verhaal af, ik knik zeg si en ga slapen.
Woensdag 24 oktober

Omdat het om half 8 's ochtends nog erg moeilijk is om een taxi te krijgen brengt de nachtportier me zelf naar het station.
Vandaag gaat het gebeuren, ik ga naar Bomarzo.

Bomarzo ken ik via Ex. Het dorp zelf is gebouwd op een heuvel, ziet er nog erg middeleeuws uit, met het kasteel dat boven de huizen uit stijgt. In dat kasteel  woonde in de 16e eeuw de edelman Vicino Orsini. Hij was gebroken van verdriet toen zijn vrouw Giulia Farnese overleed en het verhaal gaat dat hij toen is begonnen met de aanleg van een beeldenpark in het bos aan de voet van de heuvel. Ter plekke liet hij uit reusachtige rotsblokken reusachtige beelden houwen, figuren uit de Griekse mythologie, een olifant, een draak, sfinxen, een schildpad met vrouwenfiguur op de rug en een monsterlijke muil die de bezoeker binnen kan treden. Er verrezen tevens enige opvallende bouwwerken: een tempeltje, nimfengrotten en een opzettelijk scheefgebouwd huis. Deze plek, die in de 16e eeuw bekend stond als 'het Heilige Bos' en tegenwoordig de bijnaam 'het Park van de Monsters' heeft, wordt ook wel het wonderlijkste beeldenpark van Europa genoemd. Nadat het park eeuwenlang verwaarloosd was en overwoekerd raakte, haalden de surrealisten het in de eerste helft van de 20e eeuw uit de vergetelheid. Kunstenaars die hun sporen verdienden op het vlak van de beeldende kunst, de muziek en de literatuur , lieten zich inspireren door de geheimzinnige sfeer en het bizarre karakter van het park. Het leverde tal van Bomarzo-schilderijen op, twee romans en zelfs een opera. In dat rijtje kunstenaars komen bekende namen voor als Salvador Dali, Hella Haasse, Carel Willink, Niki de Saint Phalle en Gerti Bierenbroodspot.

Ex vertelde er mooi over en het park stond hoog op mijn lijst.
Daarom nu er een vakantie omheen gewoven om het nu eindelijk zelf eens te gaan zien.

Ik had van tevoren een trein uitgezocht. Die ging vroeg, heel erg vroeg, en gisteravond heb ik op het station een paar andere treinen genoteerd die ietsje later gaan. Nog steeds vroeg, dat wel.
Maar vanmorgen op het station blijkt die dienstregeling niet meer te kloppen, was geldig tot 15 oktober, en dus was de eerdere trein de beste optie geweest.

Als ik aankom op het station Attiglione/Bomarzo blijken daar geen bussen en geen taxi's te rijden. Ik ga naar de meneer van het stationnetje, probeer hem te vragen of ik Trutje daar mag achterlaten zodat ik kan gaan lopen, maar hij haalt zijn schouders op en zijn deur dicht.
Ik vraag aan de overkant van de straat bij een winkel hoe ik moet lopen. Ze kijken me meewarig aan. Kijken nar Trutje. Wijzen me de weg maar raden me eigenlijk af om te gaan. Ik vraag of ik Trutje zo lang in de winkel achter mag laten maar de eigenaar zegt dat hij tussen de middag gesloten is en de kans is groot dat ik dan pas terug ben. Het is namelijk echt een heel stuk lopen, en dan ook nog een steile weg.
Ok, dan maar lopen met Trutje.

Na ongeveer een halve kilometer geeft een wiel van Trutje het op.
Ik sms Ex. Hij zegt dat ik een list moet verzinnen.
Ik probeer te liften. Er komen weinig auto's langs, en de weinigen die stoppen gaan niet naar Bomarzo, zijn allemaal aan het werk en hebben niets met toeristische onzin en kapotte rolkoffers. Ik trek een heel zielig gezicht, moet zelfs een beetje huilen, maar ze vinden me eerder een beetje dom dan dat ze iets voor me willen doen.
Dan stopt er een auto. De man vraagt me waar ik naar toe wil. Hij knikt als ik Bomarzo zeg. Mijn lucht klaart op en mijn humeur op. De man maakt duidelijke gebaren. Of ik hem wel even wil pijpen, dan rijdt hij me naar het park.
Ik sla het portier dicht.
Neem het besluit terug te gaan naar het station. Ga daar op een stoepje zitten huilen. Dat het hier warm is troost me niet. Ook niet dat je beter hier kunt huilen dan thuis. Of dat ik net 2 kastanjes heb opgeraapt die om aandacht riepen. Ja, Annie is er bij.

Hallo depressie, welkom terug.
Alle destructieve dramatische gedachten steken verheugd hun kop op. Komen vanonder het bed vandaan. Natuurlijk, de meest logische verstopplek.
Some things are not meant to be. Waar ken ik dat toch van. De gedachte dat die sowieso leuker is met een auto omdat er hier nog zoveel ander moois te zien is en de wegen prachtig qua omgeving en speuren en stilstaan wanneer je wilt en met iemand anders erbij, wordt zeer harthandig de kop ingedrukt.

Ik sta op, kijk naar de eerstvolgende trein naar Firenze, die over 2 minuten blijkt te gaan. Toch word ik niet blij van het feit dat ik nu 2 uur eerder in Venetië kan zijn. Het lichtje is gedoofd.
Huil in de trein door. Iedere gedachte grijpt er op in. Ex die me zal uitlachen en niet zal begrijpen dat ik niet een manier heb gevonden om er te komen. BHV die me zal proberen op te beuren. Goede Man die zal zeggen dat dit mooi bij het proces hoort Fuck Goede Man, fuck proces. Ik was zijn spel met grenzen, was zelf grenzeloos. Deze boosheid van nu zou me blij moeten maken maar de wakker geworden booswichten hebben een zie-je-wel-koor opgericht. Oefenen op 'some things are not meant to be'. De 2e stemmen voegen daar 'for me' aan toe.

Op het station van Firenze moet ik 1,5 uur wachten voor ik door kan reizen naar Venetië.
Ik sta er, besluiteloos, met een koffer met 1 wiel. Buiten regent het.
De Hare Krishna komt voorbij met zang en dans en koekjes. Ik kijk zo lang zo zielig dat ik er ook 1 krijg. Wil liever een omhelzing. Dat ze me meevoeren, hersenspoelen, liefhebben. Bezitten mogen ze me niet.

Ga maar wat eten, pasta. Heb zicht op een man met een bilspleet aan de tafel schuin tegenover me, waarin ik niet alleen spaghetti zou kunnen laten zaken, maar ook de pappardelle (soort tagliatelle) op mijn bord en misschien dat ik zelfs de paraplu die ik in Palermo kocht en aan het eind van de dag alweer bleek kwijt te zijn, er in had kunnen laten verdwijnen. Als hij een scheet laat is Mount Etna daar niets bij.

Firenze - Venetië
In de trein 7 Pakistaans Engelse studenten. Mijn hoofd staat niet naar hun druk doen. Toch zijn ze wel leuk, en aan het eind raak ik toch even betrokken in hun gesprek als het over Amsterdam gaat. 5 Minuten voor aankomst beginnen ze opeens te bellen met hotels, of ze nog plek hebben voor 7 mensen.

Ik koop een 3 dagen kaart voor de waterbus en zoek mijn weg naar het hostel. De locatie is prachtig, aan het water, met de skyline tegenover me. De kamer is boven een woonhuis, van een vrouw, 2 kinderen en haar moeder.

Ik kan het niet meer opbrengen de stad te gaan bekijken, blijf op mijn kamer zitten sippen.

Donderdag 25 oktober

Biënnale-dag.
Thema van deze 52e Biënnale: Pensa con i sensi - senti con la Mente. Ofwel: Think with the Senses - Feel with the Mind.
Omdat het nog vroeg is even wat toeristische cliché's afhandelen.

Dan naar Giardini.
Normaal gesproken een park waar de gebouwen verloederen en de zwervers op de bankjes slapen. Eens in de 2 jaar wordt het park schoongeveegd en nemen kunstenaars hun intrek. Links en rechts de 30 landen hier vertegenwoordigd. Andere landen hebben hun ruimtes elders in de stad.
De bezoekers zijn veelal Nederlandse cultuurminnaars en scholieren/studenten.
Ik mis BHV, of Grote Zus, om samen het commentaar te leveren.
'Dit is stom', of 'Wauw, dit is mooi, deze foto's zouden we zelf willen maken' en alles daar tussenin. In smaak kom ik met beiden overeen, toch zie ik ook kunst die BHV mooier zou vinden dan ik, en andersom. Ik sms haar dat ik haar vandaag het meeste mis. Even hebben we kontakt, even is ze heel dichtbij.

Venezuela heeft mooie foto's. Mensen uit Zuid Amerika, mensen die de meer oorspronkelijke bevolking vormen.

Rusland heeft voornamelijk herriekunst, maar 1 kunstenaar heeft een douche vol met bewegende foto's. Hij brengt me op een idee, zo ongeveer de enige plek in mijn huis waar ik nog geen foto's heb.

Korea met een bizarre sfeer, een steriel en heel erg wit laboratorium en menselijke resten uit verschillende vergane tijden.

Engeland brengt Tracey Emin, die naar mijn mening als algemeen thema (geestelijke) pijn & liefde heeft, en schrijft in neonletters.
Neemt zo, zoals ze zelf zegt 'a snapshot of my soul'.

En dan Frankrijk. Kunstenares Sophie Calle met het project 'Prenez soin de vous' ofwel 'Take care of yourself'.
Bij binnenkomst een wand met foto's van vrouwen, zeer verschillend van uiterlijk, aard en sfeer.
Daarbij een verklarende tekst.

I received an email telling me it was over.
I didn't know how to respond.
It was almost as if it hadn't been meant for me.
It ended with the words "Take care of yourself."
And so I did.
I asked 107 women, chosen for their profession or skills,
to interpret this letter.
To analyze it, comment on it, dance it, sing it.
Exhaust it. Understand it for me. Answer for me.
It was a way of taking the time to break up.
A way of taking care of myself.

Sophie heeft een email gekregen waarin haar vriend de relatie verbreekt. Ze kan er (nog) niet mee omgaan, (nog) niet op antwoorden. Daarom geeft ze de mail aan 107 vrouwen die er, ieder vanuit hun eigen functie, op reageren. De psychoanalyticus, die zijn beweegredenen ontleedt, de docente die op spelling en grammatica verbetert, de journaliste die de feiten weergeeft, de clown die de dramatiek van de werkelijkheid vergroot en relativeert.
In de ruimtes die volgen zien we foto's met deze vrouwen, terwijl ze de brief in hun hand hebben, en daarbij hun reactie, soms op schrift, soms in beeld.

Wat een bijzonder gegeven, en wat raakt het me, en maakt het me aan het lachen soms. Verdriet en blijdschap gaan hand in hand, vinden elkaar in troost en relativering.

Tussen de 1e en 2e locatie ligt een wijk met leuke pleintjes, water, veel water, en kleurrijke waslijnen. Daarom hangt er in de stad een constante schone-was-lucht.

Ook bezoek ik een paar van de 'losse' locaties waar een land tijdelijk zijn intrek heeft genomen.

Het Arsenale is een gebouwencomplex dat zeer verwaarloosd is. Gebouwen waar BHV en ik zo zouden willen intrekken. Het hoofdgebouw is een lange ruimte met heel veel kunst, dit keer diverse landen door elkaar.
Hier is de kunst wat maatschappelijker.

Foto's van oorlogsgebieden.

Foto's van een met prikkeldraad ommuurd terrein in Australië waar asielzoekers worden 'opgevangen'.

Foto's van mijnenvelden in o.a. Zuid Korea en Sarajevo waar omheen bushaltes en huizen zijn gesitueerd.

Een begraafplaats in Queens, New York, waar het Nederlandse motto 'doe maar gewoon' niet zou misstaan.

Op een gegeven moment is het genoeg. Mijn voeten doen pijn, mijn hoofd zit vol, ik ga wat drinken op de etage die uitzicht geeft op de geile bookshop. Dat heet zelfkastijding, als je geen geld hebt.
Ga met de boot naar huis, op zoek naar een supermarkt. Ben het alleen in een restaurant zitten zat, en wil geld besparen. Als ik er eindelijk 1 gevonden heb door de mensen met de tasjes in tegengestelde richting te volgen, sluit deze echt vóór mijn neus.

Ik breek.

Misschien was deze vakantie gewoon geen goed idee.
Misschien te kort, misschien te slecht weer, misschien te weinig geld, misschien kan ik dit gewoon niet.
Misschien is er gewoon teveel gebeurd, ben ik te moe om te kunnen ontspannen.

Maar wat is er nu eigenlijk gebeurd dan?

Voor de zoveelste keer zet ik een punt achter iets wat nooit een relatie heeft mogen heten. Verbreek ik het kontakt met iemand die niet van me kan houden. What else is new?
Zet die punt en ga door met leven. Waarom zo lang blijven hangen bij iets wat eigenlijk nooit iets was? Hoe kun je überhaupt rouwen om iets wat niet bestaan heeft?
Waarom geloven in iets en vasthouden aan iets waar je simpelweg niet voor geboren bent.

Verder een hap uit mijn tiet. Liever gehad soms dat 'ie er helemaal af was? Zielig doen over het feit dat iedere eventuele toekomstige sekspartner niet zal denken 'hee, mooie borsten', maar 'ai, lelijk litteken'. Dat er geen ongedwongen dierlijke seks meer zal zijn maar dat mannen zodra ze het haakje van de bh eindelijk los hebben zullen schrikken en veranderen in overgevoelige mannen die je omzichtig en voorzichtig te lijf gaan.

Wat het stelt allemaal voor.

Het maakt de tranen die ik stort op het bankje tussen hotel en kanaal er niet minder om.
Krijg opeens het liedje over dat lijk in Venetië van Het Klein Orkest in mijn hoofd.


Vrijdag 26 oktober

Venetië is ondergelopen.
Dat betekent dat een aantal stations niet bereikbaar zijn, zoals San Marco en het treinstation Ferrova. En de eilanden, die vandaag op mijn programma stonden.
Mijn plannen vallen in het water. Het feit dat mijn salaris nog niet op mijn rekening staat verandert de dag ook.
Om bij het station te komen, moet ik eerst met de bus, dan een stuk lopen met het geamputeerde Trutje. Overal  vlonders op pootjes en mensen met laarzen aan.
Ik overweeg mijn opties. Ben even niet bestand tegen slecht weer en tegenslag.
Besluit eerder naar Milaan te gaan.
In Milaan regent het ook.
Ik breng Trutje naar het hotel, dat enorm praktisch dicht bij het station is, en onderneem de wandeling die ik anders morgenochtend vroeg nog had willen ondernemen. Elk nadeel… jaja.
Op internet zag ik al plaatjes van deze begraafplaats: Cimitero Monumentale.
Als je gevoel hebt voor dramatiek dan geniet je hier. Bij bijna ieder graf een beeld, één wenend iemand tot aan Jezus met de 12 discipelen op ware grootte. Ik heb altijd gezegd dat ik op mijn graf een wenende man wil, in plaats van al die vrouwen die ik overal maar aantref. Hier zie ik ook mannen, ze mogen allemaal op mijn kist staan.

Zaterdag 27 oktober

Milaan - Basel
Rond mij een gezin van een man en een vrouw, 2 moeders en 1 vader, en 2 kleine kinderen en een heleboel grote zware tassen.
De kleintjes worden gedumpt op de schoten van de oudjes, de ouders maken soms ruzie. Het is vooral de vader die de kinderen stil krijgt. De oma's bemoeien zich met de opvoeding, trekken partij voor hun eigen kind. De borst van de moeder lekt, de mijne doet pijn.

Een route die ik bewust overdag wilde maken, het Zwitserse landschap is inderdaad prachtig. Halverwege stapt een kudde scholieren in, ze ruiken naar kauwgom.

Basel - Luxemburg
Grappig om nu al die stationsnamen te zien waar we momenteel veel voor boeken.
Kan me voorstellen dat mensen hier naartoe willen, hoewel ik meer behoefte zou hebben aan een stad af en toe, aan wat cultuur.

Luxemburg, ja, Luxemburg, waarom op mijn lijstje.
Op foto's ziet het er altijd zo romantisch uit, burchten, heuvels, hoge bruggen.
Daarnaast woont er een vriendin uit mijn middelbare schooltijd. Ze was toen mijn vriendinnetje, hebben lief en heel veel vriendjesleed gedeeld, samen op vakantie geweest en elkaar uit het oog verloren. Weet nog wel dat ze 3 kinderen heeft, waaronder een tweeling, een man die lijdt aan depressies en van het toerisme in het bankwezen is terechtgekomen.
Ben wel benieuwd naar 'haar' stad.

Als ik aankom is het er al donker.
Morgen weer een dag.
De laatste dag.





Zondag 28 oktober

Ik ben het zat.
In plaats van nog lekker Luxemburg te ontdekken ga ik nu naar huis. Kijk constant op de klok, geen vertraging, ik wil geen trein missen, ik moet naar huis, nu.
Ik heb gekozen voor een route die in de brochure van mijn werk aangemerkt wordt als scenic route, de weg van Luxemburg naar Luik. En ja het is mooi, door kleurrijke herfstbossen en nevelige kasteeltjes, en nee, ik kan er niet van genieten.

Eenmaal thuis houd ik me stil, laat mijn ouders nog niet weten dat ik er weer ben, dat kan altijd nog.
Ben met 2 dingen wel blij: Poes en de start van het schaatsseizoen.

Pak mijn dekbed en kruip op mijn vertrouwde plek op de bank.
Maandag 29 oktober

Een dag om te regelen, te praten, te relativeren.

Lees ook een interessant artikel over Sophie Calle, geschreven door Edzard Mik in Vrij Nederland.

Losgezongen liefdesleven

01-09-2007
Door Edzard Mik

De vriend van de Franse kunstenares Sophie Calle beëindigde hun relatie per e-mail. Aangespoord door de laatste zin: ‘zorg goed voor jezelf’ besloot Calle wat geacht wordt privé te zijn in het naakte licht van de openbaarheid te plaatsen en maakte er kunst van. Dat doet ze vaker. Maar wat doet het ons?

Een zekere G. schreef een e-mail aan de Franse kunstenares Sophie Calle waarin hij hun liefdesrelatie verbrak. Zijn woorden koos hij zorgvuldig. Hij was een schrijver, dus zijn beroep verplichtte hem daartoe. Als een ieder kan ook een schrijver niet aan zichzelf ontsnappen. Voor een schrijver betekent dat: welluidende zinnen maken, onder alle omstandigheden. Misschien vond hij het helemaal niet prettig om een mooie afscheidsbrief te moeten schrijven en zijn onmacht weer eens te fraai te verpakken, en was hij liever marktkoopman of bouwvakker geweest.

Vooral zijn worsteling met zichzelf, zijn onrust beschreef G. Dat was ondanks al die goed gekozen woorden uiteindelijk toch niet zo netjes. Hij was de dader, hij verbrak de relatie, maar draaide de rollen om en maakte zichzelf tot een slachtoffer. Aan de andere kant was het ook een poging om Sophie Calle zoveel mogelijk te sparen en de schuld voor het falen bij zichzelf te leggen. Galant reikte hij haar nog een roosje aan, een laatste, gesmoord geuite liefdesbekentenis, zich kennelijk niet bewust van de pijnlijkheid van die geste: ‘Wat er ook gebeurt, vergeet niet dat ik altijd van je zal blijven houden, op dezelfde manier, op mijn manier, zoals ik van je heb gehouden sinds we elkaar ontmoetten; dat die liefde in mij zal blijven leven en, daar ben ik zeker van, nooit zal sterven.’ Zorg goed voor jezelf, gaf hij haar tot slot mee. Dan nog zijn naam.

Geheim agente
Sophie Calle ontving de e-mail op 24 april 2004 om 19.13 uur. Ze was er kapot van. Maar al na een dag zag ze het potentieel ervan. Die welgekozen woorden en zinnen, ze hadden iets onpersoonlijks, ze hadden van een ieder afkomstig kunnen zijn. Eigenlijk was G’s e-mail als zoveel break up-brieven. Als de liefde eenmaal voorbij is, blijven er alleen nog hol klinkende formules over.

Aangespoord door het ‘zorg goed voor jezelf’ besloot Calle wat geacht wordt privé te zijn in het naakte licht van de openbaarheid te plaatsen. Meer dan honderd vrouwen vroeg ze de e-mail te interpreteren, te vertalen, te analyseren of er op andere wijze op te reageren. Ze koos de vrouwen vanwege hun beroep: een rechter, een politieofficier, een advocaat, een psychiater, een clown, een danseres, een latinist, een waarzegster, een reclasseringsambtenaar, een dichteres, een linguïst, een geheim agente, een schaakspeelster, et cetera. En dus onderzoekt de rechter of er sprake is van contractbreuk, suggereert de advocaat dat G. zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog, analyseert de linguïst de e-mail taalkundig, legt de waarzegster tarotkaarten, laat de dichteres zich inspireren tot een gedicht, vertaalt de geheim agente de e-mail in geheimschrift en analyseert de schaakspeelster de verbroken liefdesverhouding als een schaakprobleem. Daarmee werd het project meteen ook een ironisch statement over feministische idealen: vrouwen bekleden tegenwoordig alle mogelijke posities in de samenleving, maar in de liefde helpt dat geen moer, in de liefde blijf je afhankelijk, in de liefde word je nog even makkelijk aan de kant gezet, afgewezen, gedumpt.

Calle maakte ook foto’s van hen terwijl ze de brief lazen, thuis, in een park of aan de waterkant, op een trap of bank, en het lijkt of zíj worden afgewezen. Hun reacties en de foto’s zijn te lezen en te zien in haar recent verschenen boek Take Care of Yourself (Prenez soin de vous) en op de Biënnale van Venetië. Het is een van de schaarse hoogtepunten van de Biënnale, en niet omdat ons wordt toegestaan door een kier in de gordijnen Calles liefdesleven te begluren. Het aanstekelijke is juist dat het project zich van haar liefdesleven loszingt, dat het de slag naar het geconstrueerde en onpersoonlijke maakt. Alsof daarin niet alleen voor Sophie Calle, maar ook voor ons, toeschouwers, lezers, een bevrijding van onze drama’s gelegen is.

Andermans drama
De huidige partner van Sophie Calle heeft haar gevraagd hun liefdesverhouding nooit tot een kunstwerk om te smeden. Dat verzoek is verre van paranoïde. Calle heeft er een handje van haar liefdesverhoudingen te exploiteren. Zoals ook in haar project Exquisite pain (2003). In 1984 vertrok ze voor drie maanden naar Japan. Met haar toenmalige geliefde zou ze zich na afloop van de reis in het Imperial Hotel in New Delhi verenigen. Maar hij verscheen niet en ze kreeg een telefoontje: hij had een ander. En alhoewel een afgrond zich voor haar opende, nam ze tegelijk afstand en fotografeerde de hotelkamer: een nachtkastje en een bed met een hoofdkussen en een rode telefoon.

In Parijs vertelde ze haar vrienden nauwelijks over haar reis, wel haast dwangmatig over haar verdriet. En zoals mensen hun leed met het leed van anderen verzachten omdat er een merkwaardige genoegdoening in die uitwisseling zit, besloot ze vrienden en passanten te vragen naar de meest pijnlijke gebeurtenis uit hun leven. Ze fotografeerde de plekken waar hun drama mee verbonden was. Plekken die een buitenstaander niets zeggen: en straatbord, een metrostation, een bagagekluis, een koelkast, een graf, een huis. Twintig jaar wachtte ze, maar de verslagen en foto’s mondden uit in een tentoonstelling en een boek. Op de ene pagina andermans drama, op de andere pagina haar eigen drama, steeds opnieuw verteld, steeds bondiger en langzaam maar zeker ook vervagend, om uit te drukken dat het verhaal aan kracht verloor en abstracter werd, elke keer als ze het weer ophoestte.

In Exquisite pain maakte ze openbaar wat we doorgaans als het meest persoonlijke, intieme en kwetsbare van ons leven opvatten: ons leed, onze liefdesverhoudingen. Voor de geïnterviewden van Exquisite pain was dat geen probleem. Ze wisten waar ze aan meewerkten. Ze werden er wellicht extra door geprikkeld, want publiek beleden leed wordt beleefd als een rituele zuivering. En hoe omvangrijker en abstracter het publiek, hoe krachtiger de zuivering. Alsof ons leven uiteindelijk helemaal niet ons eigendom is en we, door leed aangedaan, een schuld aan de gemeenschap ervaren, een schuld die we met een publieke bekentenis moeten inlossen, zodat we ons weer met de gemeenschap verbonden weten.

Naaktfoto
Anders dan in Exquisite pain weten de betrokken personen in andere kunstprojecten van Sophie Calle niet altijd van het publieke leven dat hen te wachten staat. Daarmee tast Calle de grens tussen privé en openbaar af en tart impliciete afspraken die daarover bestaan. Zo volgde ze in Venetië een man die haar op de een of andere wijze was bevallen. Ze exposeerde haar verslag en foto’s van zijn omzwervingen (Suite Vénetienne, 1980). De vraag is of onze bewegingen op straat openbaar of privé zijn. Die vraag bestaat natuurlijk al zo lang als het fototoestel, maar is klemmender geworden nu bewakingscamera’s de openbare ruimte aftasten.

In Venetië nam ze dienst als kamermeisje en snuffelde in de bezittingen van de gasten, maakte foto’s en hield een verslag van de veranderingen bij (The Hotel, 1981). Dat was al iets over de grens: we weten dat kamermeisjes onze spullen zien, maar de stilzwijgende afspraak is dat ze doen alsof ze het niet zien en er zeker niet in gaan neuzen. Sophie Calle was dus een beetje ondeugend. Eigenlijk deed ze wat we allemaal wel eens hebben willen doen: een willekeurig persoon volgen, in andermans spullen loeren.

In The Address Book (1983) ging ze nog verder. Te ver, gaf ze jaren later in een interview toe. Ze belde mensen van wie ze de telefoonnummers uit een gevonden adressenboek had gehaald, en vroeg hen de eigenaar te beschrijven. Hun beschrijvingen publiceerde ze in Libération. De man was er niet gelukkig mee en overwoog zelfs een proces, maar nam uiteindelijk wraak door een naaktfoto van de kunstenares in dezelfde krant geplaatst te krijgen. Calle waardeerde zijn antwoord. Ze kreeg met gelijke munt terugbetaald.

Vreemden in bed
Sophie Calle (1953) is geen theorie over leed en gemeenschap in de schoenen te schuiven. Haar werk is voor haar wat het is, en zo presenteert ze het ook. Maar een intuïtief besef van de gemeenschappelijkheid van het persoonlijke klinkt er sterk in door. Vaak plaatst ze wat als privé wordt opgevat in de openbaarheid en speelt er een luchtig en humoristisch spel mee.
Haar werk laat zien dat het niet uitmaakt of het om haar leven gaat of om dat van een ander. Haar werk bewijst ook dat autobiografische kunst als aparte categorie eigenlijk niet bestaat. De herkomst van de ervaringen doet er niet toe, wel de selectie die uit die ervaringen gemaakt wordt, de vorm waarin ze gegoten worden. Op het moment dat intieme ervaringen die vorm gevonden hebben, hebben ze zich van de persoon geëmancipeerd en zijn ze niet intiem meer. Leven ze getransformeerd in die vorm verder. En afhankelijk van die vorm is het dan kunst, of geen kunst. Goede kunst, of slechte kunst.

Neem haar eigen leven, haar ‘geboorte’ als kunstenares. In interviews vertelt ze altijd dat ze per ongeluk kunstenares is geworden. Ze was zevenentwintig, kwam terug van jarenlange omzwervingen over de wereld, was depressief en wist niet wat ze met haar leven aanmoest. Om zelf geen keuzes te hoeven maken, begon ze mensen op straat te volgen. Het was een truc om aan haar leegte te ontsnappen: anderen bepaalden de invulling van haar dagen. In die periode liet ze ook vreemden in haar bed slapen en fotografeerde hen, maakte notities van hun slaapgedrag. Voor haar toen nog een spel en geen kunst. Een van de slaapsters had een vriend die kunstenaar was, en hij introduceerde haar project bij een galeriehouder. Ze werd gevraagd het te exposeren en was daarmee ineens kunstenaar geworden. En zo gebeurde het dat ze de eerste keer in haar leven dat ze een museum binnenging, haar eigen tentoonstelling inrichtte.

Althans, dat vertelt ze. Misschien is het waar, misschien aangedikt, gemythologiseerd, veranderd. Het kan zijn dat ze het zelf niet meer precies weet. Haar verhaal heeft allang verdrongen hoe het in werkelijkheid is gegaan. De werkelijkheid verdwijnt onmiddellijk, er blijven alleen verhalen over, constructies in taal. Maar hoe kunstmatig ook, kunst is haar verhaal daarmee nog niet. Het is een verhaal om de pers te plezieren, en als je de knipselmap doorbladert, zie je het in bijna elk artikel in allerlei variaties opduiken.

Tomaten op dinsdag
Toen de Amerikaanse schrijver Paul Auster in zijn roman Leviathan (1992) episodes uit haar leven gebruikte voor de creatie van een personage was dat wél kunst. En ook toen Sophie Calle zich vervolgens voegde naar het personage en enkele door Auster toegevoegde eigenaardigheden ging naleven. Auster schreef: ‘In sommige weken gaf zij zich over aan wat zij het “chromatische dieet” noemde, dan beperkte ze zich elke dag tot eten van een en dezelfde kleur.’ En dus at Calle op maandag wortelpuree, gekookte garnalen, meloen, op dinsdag tomaten, tartaar, rode pepers en granaatappel, op woensdag bot, rijst en witte kaas, et cetera. Ook liet Auster zijn Maria dagen indelen naar letters van het alfabet. ‘Hele dagen stonden in het teken van de b, of c, of w.’ En Calle wijdde een maandag aan de ‘B’ (in bed met haar pluchen beesten), een dinsdag aan de ‘C’ (cemetery) en een zaterdag aan de ‘W’: een reis naar Wallonië in een coupé van Wagon-Lits, whiskydrinkend, surfend op het World Wide Web en Walt Whitman lezend. Foto’s van beide projecten stelde ze tentoon, en zo promoveerde ze haar project tot kunst.

Calle wilde zichzelf nog meer tot een personage maken en vroeg Auster haar leven voor een jaar lang uit te schrijven. Zij zou dan dat personage worden en haar leven gaan naleven. Auster weigerde. De verantwoordelijkheid voor haar leven was hem te zwaar. Hij wist ook dat ze verzot was op risico’s. Haar voorstel illustreert haar verlangen zichzelf kwijt te raken, op te lossen in een personage, in een objectieve constructie. Een spel te verzinnen en daarin te verdwijnen, zoals ze ooit haar lege dagen vulde door vreemden te volgen. In bijna alle projecten laat ze zich door een leegte aantrekken, door een gemis, en vraagt dan aan anderen er een invulling aan te geven. En die invulling is er altijd een waar zij zelf niets mee te maken heeft en waarin zij dus nog meer afwezig is. Ze wil een personage worden, niet om zichzelf te vullen, niet om zich een andere identiteit aan te meten, maar om nog leger te worden, zichzelf nog meer uit te vlakken.

Duizelig
Maar wat doet het ons, wat krijgen wíj van haar? Wat zegt het ons als ze Austers Maria naspeelt en op maandag een oranje maaltijd kookt, op dinsdag een rode? En wat geeft ze ons als ze foto’s en notities presenteert over een wildvreemde die ze door de straatjes en steegjes van Venetië heeft gevolgd? Wordt die man minder vreemd, minder ondoorgrondelijk, interessant wellicht? Over hem krijgen we nauwelijks wat te weten. Ook niet over haar fantasieën over hem. Vaak wordt geschreven dat Calle in haar projecten verhalen vertelt, maar ik zie er geen verhaal in. Haar foto’s en notities zijn daarvoor te droog, te neutraal, te weinig suggestief. Ze worden alleen gedragen door het aanstekelijke idee van het stiekeme volgen. Daarin ligt haar enige betrekking met hem.

Er is dan ook maar één verhaal dat ze vertelt: dat er helemaal geen verhaal te vertellen valt.
Ook in Prenez soin de vous geen verhaal over G. of haar verdriet. Het gaat niet over de verdrietige Sophie Calle en ook niet over de onrustige schrijver G. ‘This is all about a letter. Not about the man who wrote it…’ schrijft ze toch een beetje onzeker over mogelijke misverstanden aan het eind van het boek. Prenez soin de vous illustreert wat Franse filosofen de dood van de auteur noemen. Als de tekst geschreven is, verdwijnt de auteur en is er niets dan de tekst. En de interpretaties die vervolgens mogelijk zijn en door niets beperkt worden, ook niet door de zogenaamde bedoelingen van de auteur of door ‘sleutels’ die in zijn of haar leven gelegen zouden zijn.

Calle en G. ontbreken in Prenez soin de vous. Er is alleen de brief en de woekering van interpretaties, de vertalingen in de vele jargons die onze moderne samenleving rijk is. En al die vertalingen brengen Calle en G. en hun verbroken liefde niet dichterbij. Je denkt iets te krijgen, maar je krijgt niets. De brief getuigt van een absentie, en de vertalingen en bewerkingen maken die absentie alleen maar groter. En je staart ernaar en wordt licht in je hoofd, duizelig zelfs. Daarin ligt de kracht van haar werk: je voelt die leegte trekken. Je begrijpt dat er niets te weten of te doorgronden valt en dat het leven een volstrekt raadsel zal blijven. Maar je zou dat ook een zwakte kunnen noemen, want Calle spreekt zich uiteindelijk nergens over uit. Ze heeft niets te geven dan die leegte, de uitdijende, voortwoekerende leegte.

Sophie Calle, ‘Take Care of Yourself’, Actes Sud, 424 pagina’s, € 78,- .
De Biënnale van Venetië loopt nog tot 12 november.
Foto’s Courtesy Galerie Emmanuel Perrotin, Paris/Miami; Arndt & Partner, Berlin/Zurich; Koyanagi, Tokyo; Gallery Paula Cooper, NY.

Dinsdag 30 oktober

Chagrijnig en moe.
Leuk wel om iedereen weer te zien en bij te praten maar de ondergrond is week en onzeker en moerassig.
En vanuit die ondergrond is het moeilijk iets anders te bedenken dan dat ik dit niet ga leren, nooit ga leren, dat ik er niet uitzie, nooit uit ga zien.
En ja, ergens diep van binnen hoor ik mezelf nog zeggen dat het leven nu anders is, dat er een basis is, dat ik handvatten heb om me uit een dalletje te trekken. De zooi is nu echter te omvangrijk om ook maar iets terug te vinden.
Woensdag 31 oktober

Vandaag bijna de hele dag training en overleg.
Training in het vernieuwde Nederlandse boekingssysteem, het voor mij nieuwe Franse boekingssysteem, en het boeken voor de Trans Siberië Expres. Veel informatie, nieuwe en best ingewikkelde informatie en mijn hoofd zit vol en het is allemaal moeilijk te bevatten.
In het overleg komen veel dingen aan de orde, dingen die echt aandacht nodig hebben, dingen waar ik veel meer bovenop moet gaan zitten.
Ze worden niet genoemd als verwijt maar meer als belangrijke aandachtspunten. Dingen die niet goed doorlopen als ik er niet ben, bijvoorbeeld.
Daarnaast moet ik ook meer aandacht geven aan mijn eigen boeken. Wat ik doe, doe ik goed, maar ik kom te weinig aan boeken toe, en daarom doe ik daar te weinig ervaring in op. Dus ga ik binnenkort een weekje meedraaien op het callcenter. Ik zie daar nu al tegenop, hoewel ik weet dat het wel goed voor me is. Kan zijn.
Maar op dit moment word ik er alleen maar onzeker van.


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
oktober 2007