Zondag 1 oktober

Baby,
BHV en ik kletsen zo veel dat we aan het eind van de avond beiden pijn in ons keel hebben.
We zijn onderweg naar Hengelo, naar een expositie van DD en we vinden dat we er opeens wel heel snel zijn en dat Hengelo best klein is en wat raar ook, helemaal geen bushokjes met stadsplattegronden. Tot ik opeens een visioen kreeg van een bordje Hengelo (G) en waar wij moesten zijn was Hengelo (O), niet wetende dat er ook een Hengelo (G) is überhaupt.
Ach, nog meer tijd om bij te kletsen.
We toeteren en zwaaien weer naar mannen in auto's naast ons, en diepen de hoogtes en de dieptes van ons leven uit.
De expositie is mooi, mooi werk, en DD past helemaal in de omgeving. We gaan nog wat drinken en komen terecht in een tapasbar en het is als thuiskomen, een warm bad, in aangenaam gezelschap.
Het leven is goed baby.
Zo goed.
Maandag 2 oktober

Baby,
Ze zeggen dat ik straal en ik zie het en ik voel het.

Ze zeggen 'hou het vast' en ik zeg ja en ik denk 'ik hoop het maar heb mijn twijfels' en ik weet dat dit vasthouden geen krampachtig iets zou moeten hoeven zijn, want waarom moeite moeten doen om te doen wat goed voor je is. Tegelijkertijd ken ik de voorbeelden van de moeite die het kan kosten om dingen, mensen los te laten die niet goed voor je zijn.

In mijn vakantie las ik het boek De kleur van de tango, van ......
Daarin stond over een vrouw dat ze mooi was, niet omdat ze dat was, maar omdat ze dat besloten had.
En zo voelt het, dat die beslissing is genomen, dat ík die beslissing genomen zou hebben.

Ik ben nog wat voorzichtig. Wat ik hier eerder ook al schreef, dat je na een vakantie vol goede voornemens zit, die na een week niet haalbaar blijken, of misschien wel haalbaar, maar dat je zelf te lui blijkt om het vol te houden. Wat weer suggereert dat het een straf zou zijn.

Ik zei het gisteren nog tegen iemand, dat het vrije gevoel niet op zou moeten houden nu de vakantie dat wel doet.
Dinsdag 3 oktober

Baby,
Daar loop ik dan, rond 6 uur 's middags, zoekend naar straat en huisnummer in Maarssen. In Maarssen hebben ze gedacht slim te zijn, afwijkend te willen zijn. Daar hebben meerdere straten dezelfde naam, en lopen de huisnummers hierdoor heel hoog op.
Ik kom langs huizen met bekende geuren, het eten wordt bereid of staat al op tafel.
Ik hoor het gekletter van lepels op pannen, de kinderstemmen die met hoge stemmen vertellen over de belevenissen van die dag,
Tijdens het zoeken loop ik recht op een woonwagenkamp af. Ik denk 'nee hè' en mijn 2e gedachte is 'waarom nee hè, wat een foute gedachte', maar ik ben toch opgelucht als het daar niet blijkt te zijn.
Ik bel aan op het juiste huisnummer. Een Marokkaanse vrouw doet open. Ik kom voor een mobiele telefoon, zeg ik. Ze laat me binnen. Roept naar boven naar iemand, dat hij bezoek heeft. Hij roept om welke mobiel het gaat. Ze roept mijn antwoord naar boven. Even later komt een man naar beneden, of misschien meer nog een jongen. Hij draagt een witte ochtendjas. Heeft een onderbroken wenkbrauw en donkere blik.
Hij overlegt me het mobieltje. Ik kijk er naar. Zie wat gebruikerskrassen, maar weet verder niet echt waar ik op moet letten. Ben vergeten de SIM kaart mee te nemen. Vraag nog of 'ie het doet. Hij knikt, alsof hij iets anders zou zeggen. Ik neem afscheid en de vrouw die opendeed biedt aan me naar het station te brengen.
Uit beleefdheid sla ik eerst af, maar als zij aan blijft dringen, wordt het onbeleefd het af te blijven slaan en zo beland ik bij haar in de auto.
Ik leg mijn handen op mijn buik. Denk aan jouw hoge kinderstem, jouw verhalen.
Merk dat mijn gedachten daarbij vooral aan een meisje denken.
Woensdag 4 oktober

Baby,
Het is druk op het werk.
Mijn bureau ligt vol met losse briefjes en de helft ervan kan ik nog niet oplossen omdat er dingen veranderd zijn en ik de collega die me rustig kan bijpraten maandag maar even echt heb kunnen spreken.
Het is druk, en ik ga voor de derde dag met hoofdpijn weg.

Als ik van het station naar huis rijd, regent het. Ik ben te lui om te stoppen en mijn paraplu uit mijn tas te pakken. Ik zet de muziek op mijn mp3-speler harder. Doe net alsof ik als Dick Bakker voor het Metropole Orkest sta, dirigeer luid gebarend en playback bekkentrekkend en ik lach, ik lach de druppels van mijn gezicht en trotseer de regen.

Als ik het steegje inrijd naar mijn schuur, bots ik bijna op Man, jouw vader, die net het steegje uitkomt.
Als in een reflex trek ik mijn buik in.
Donderdag 5 oktober

Baby,
Had de laptop meegenomen omdat ik zou reizen buiten de spits en dan lekker rustig met mijn vakantiefoto's zou kunnen spelen.
Als ik het perron opkom wordt een groep van zo'n 100 studenten toegesproken door 2 even jeugdige leiders: 'jullie stappen de 1e coupé in, als die vol is, de 2e en als die vol is de derde, enzovoorts. Houd rekening met de medereizigers, laat het meubilair dit keer heel, en ga uit het raampje hangen als je moet kotsen'.
Ik ga een paar coupé's naar achter zitten en zet mijn laptop aan. Direct daarna komen luid schreeuwende mannelijke studenten de coupé in. 'Wij willen tieten zien, wij willen tieten zien'. Die tieten volgen, en zo zit ik al snel tussen veel jongens en meisjes die soms wat meewarig mijn kant op kijken, maar ik moet er wel om lachen. Heb de MP3 al uitgezet, die komt er toch niet bovenuit. De raampjes gaan allemaal open. De jongens trekken bij meisjes de schoenen uit en gooien ze door de trein. De meisjes gaan in het bagagerek liggen.
Eén van de jongens levert commentaar op mijn foto's, vertelt over zijn eigen vakantie.
Ik bedenk hoe ik in godsnaam langs zoveel mensen moet als ik er bij het eerstvolgende station uit moet, terwijl zij een nieuw clublied instuderen.
Ik bof: bij mijn station moeten zij overstappen en zo verlaat ik een coupé waarvan het lijkt dat er een orkaan gewoed heeft.

Mijn terugkeerdromen gaan vooral over school. Dat ik mijn examen nog moet halen, een examen dat essentieel is om aan het werk te komen. Ik heb veel gespijbeld en het leren gaat me niet goed af. Ook het contact met mijn klasgenoten gaat niet soepel. Iedereen legt druk op mijn schouders om het te halen, om hard te werken.
Altijd als ik studenten zie haal ik opgelucht adem. Wat ontzettend fijn dat ik die tijd gehad heb. Kennelijk zitten hier toch wat trauma's die me af en toe dwarszitten.
Helemaal opgelucht ben ik dat ik nooit een studie heb gedaan waar studentenverenigingen waren.
Want of ik daar nu lid van was geworden of niet, ik had er weer eens niet echt bijgehoord.

Vrijdag 6 oktober

Ik ga koken voor Ex en 'voor straf' moet hij al mijn foto's zien. Hij neemt de beste vriendin van Annie mee, en het wordt ouderwets laat, en we lachen en we praten en we drinken wijn.
Ik verontschuldig me diverse keren voor dingen die niet helemaal zijn zoals ze zouden moeten zijn, de pasta iets te plakkerig, de grand marnier in te grote glazen, de foto's iets te veel, maar het is helemaal niet nodig.
In dit gezelschap mag ik zijn wie ik ben, ook van mezelf.
Zaterdag 7 oktober

Baby, vannacht was ik op een feest van mijn werk. Het was een afsluitend feest van een weekend vol festiviteiten. Ik moest dat weekend werken maar zat op een ander kantoor waardoor ik weinig tijd heb gehad om me te bemoeien met het festival zelf en met de medewerkers.
Ik kwam op het feest en wordt bedolven onder verwijten. Ik had me niet of nauwelijks bekommerd om de mensen op de werkvloer, ik was niet bereikbaar geweest, ik had niet goed gefunctioneerd.
Diep ongelukkig liep ik rond, zoek ik naar mogelijkheden me onzichtbaar te maken, kijk ik of ik al weg kan.
Ik droom dat ik denk dat ik het inderdaad geen week na mijn vakantie heb volgehouden om een goed gevoel te houden.

Het is vandaag inderdaad een week geleden dat ik thuiskwam.
Maar ik ben nog steeds vrolijk, ik zing in de regen, ik lach naar een vreemde, ik maak makkelijk contact.
Ik laat wat steken vallen in het goed zijn voor mezelf, het zorgvuldig koken, het soms ook op tijd naar bed gaan, het hard werken maar dat niet mijn hele leven laten zijn.
Balansdagen schijnen tegenwoordig een hype te zijn.
Daarom de komende week een balansweek. Hard werken, maar ook hele leuke dingen daarnaast.
Weet nog niet aan welke kant van de weegschaal de afspraak die ik woensdag met Man heb thuishoort.
Zondag 8 oktober

Oh baby.
En eigenlijk zou ik dat nog wel een aantal keer willen verzuchten.
Oh baby.

Nog altijd heb ik een pavlov-reactie als ik Goede Man het dorp in zie komen: ik maak rechtsomkeert.
Maar voor mijn vakantie hadden we via andere wegen het woord afspraak al laten vallen en na mijn vakantie werd het concreet.
En zo zat ik vandaag tegenover hem, op een motorbootje, in de zon.
Ik was zenuwachtig, maar voelde me ook sterk en we hadden veel te kletsen en ik heb reuze stoer ook gestuurd en als we elkaar even diep aankeken dan kwam ons verleden weer voor me terug.
Sommige mensen zie je na lange tijd terug en dan kun je praten over weet je nog en toen deed ik dit en jij dat. Of hoe hebben we ooit...!
Als ik Goede Man in de ogen kijk komt het gevoel weer terug, de hitte.
Kan ik me ook voorstellen dat het met hem was, niet alleen vanwege een geheugen dat lustig met beelden strooit maar ook omdat het gevoel er nog steeds is. Bij mij, houd ik me voor. En hitte is wat anders dan warmte, houd ik mij voor.
Maar op die paar vierkante meters van de boot draaien we om elkaar heen, spelen we, flirten we, of pesten, hoe je het ook wenst te noemen, maken we toespelingen, houden we ons van de domme en kijken we soms maar even tactvol de andere kant op, het wijde water, en steken we de hand op naar voorbijgangers.

Later, aan tafel, hebben we meer moed en meer wijn op en vragen we door, dringen we aan.
Proberen we de ander uitspraken te ontlokken, om ze zelf niet te hoeven geven.
Wordt uiteindelijk toch uitgesproken dat de hitte wederzijds is, en opeens is er haast een trein te halen.
Ik lach hardop om de sms-jes waarin we nog een klein beetje doorspelen.
Weet dat hij nu terugkeert naar de warmte van zijn relatie.


Dinsdag 10 oktober

Hoe vertel je iemand dat ze niet functioneert, dat ze niet geliefd is, dat ze de verantwoordelijkheid voor de problemen bij zichzelf moet zoeken, in plaats van afschuiven op anderen.
We moeten het gesprek nog aan, volgende week, maar hebben het er eigenlijk veel te druk voor en het zou niet moeten hoeven, maar als het dan toch moet dan moet het door ons gebeuren.
En ik merk dat door het aangaan, door het in actie komen, dat ik het makkelijker los kan laten, van me af kan laten glijden.

Tot 's avonds laat in bed de buikpijn komt.
Donderdag 12 oktober

De huisarts vertelt me wat ik kan verwachten.
Verwachten.
Niet meer in verwachting, volop aan het baren.

Buikpijn, hevige buikpijn.
Alles in mij trekt samen, knijpt, protesteert, wil mij verlaten.
Golven pijn. Het komt en het gaat, maar nooit helemaal weg.
Dit zijn weeën, zegt de huisarts, en ik heb de beelden duidelijk op mijn netvlies, de vrouwen die zweten, die gillen, die de hand van hun mannen fijnknijpen, en die opgelucht lachen, gelukkig zijn bij het eerste gehuil van dat tussen hun benen.
Ik vloek, ik huil geruisloos, ik wil je niet loslaten maar jij denkt daar anders over, en in mijn hand mijn mobiel waar de huisarts gedurende de dag mijn contact met de buitenwereld vormt.

Bloed, hevig bloedverlies.
Ik kijk naar mijn huid, of deze niet al wit is door al dat bloedverlies, maar het vakantiebruin wat vloekt bij mijn interne gesteldheid wint het.
Het bloed stroomt langs mijn benen, er komt geen eind aan.
Om niet de hele dag maar op de wc te zitten, sta en zit ik veel onder de douche, lig ik in bed met een speciaal matje tegen het doorlekken, draag ik enorm dikke verbanden die in mijn broek op een luier lijken wat nu een nogal cynische associatie is.

Stolsels.
Op internet lees ik: Stolsels zijn helder rode gelatine achtige klonten bloed, die zo groot als een vuist kunnen zijn.
Ik zie ze in de wc pot liggen en huil onbedaarlijk.
Durf niet door te trekken, bang jou hiermee eigenhandig te vermoorden, alsof je niet al dood bent.

Het bewijs daarvan krijg ik aan het einde van de dag geleverd.
Daar lig je dan, op bed, op het speciale matje.
Nog zo klein, maar al zo herkenbaar als mensje.
En na je komt je nageboorte.

De dokter zegt in mijn oor dat ik je op moet vangen, moet bewaren. Ze komt straks langs om te kijken of alles er uit is.
Ze zegt dat men zegt dat je er goed naar moet kijken, naar de vrucht. Voor de verwerking. Dat je misschien ook foto's moet maken.
Ik probeer je als kunst te zien.
Pak mijn toestel.
Leg je vast.
Vrijdag 13 oktober

Je bent het niet, maar je lijkt erop.
Zoals alle baby's op elkaar lijken.
En toch zou je de mooiste van de hele wereld
zijn (geworden).
Waarom de haast
om van me af te komen?
Was het omdat ik een keer
vergeten was
een stukje aan jou te richten?
Had je nu al genoeg
van mij?
Maar het nee daarop
is verrassend sterker
dan het zo vertrouwde ja.
Het heeft niet zo mogen zijn.
Zaterdag 14 oktober

Afgelopen woensdag zou ik een afspraak hebben gehad met Man.
Ik probeer geen verband te zien met de gebeurtenissen die zich in plaats daarvan woensdag hebben afgespeeld.
Woensdag had ik een afspraak met hem en ik zou hem hebben verteld over jou.

Ik heb woensdag niet aan de afspraak gedacht.
Wel aan Man, bij mijn behoefte aan iemand aan mijn zijde.
Welkom, dit was je kind.

Vandaag ligt een boos briefje van Man in mijn brievenbus.
Hij snapt niet dat ik niet ben komen opdagen, gaat er daardoor van uit dat ik kennelijk geen kontakt meer wil.
Dat hij het hierdoor ook niet meer wil.

Ooit probeerde ik me iets te rigoreus los te maken van mijn ouders. Ik liet me niet zien, nam de telefoon niet op, deed de deur niet open. Er kwam een geschreven briefje van mijn moeder, over hoe teleurgesteld ze in me was, dat ik niet volwassen was en ook nooit zou worden, dat ik nooit meer op hun hulp hoefde te rekenen.
Later volgde een getypt briefje, met ongeveer dezelfde inhoud, maar in nog hardere bewoordingen.
Het is uitgepraat, ik ben volwassen nu, misschien ook in hun ogen, maar ik moet er aan denken bij het briefje van Man.

Ik wil de verantwoordelijkheid niet ontlopen, maar wil hem ook niet uit verdriet met de feiten om de oren slaan.
Zondag 15 oktober

Ik maak een kaartje voor Man.
Een mooie foto op de voorkant.
Schrijf dat ik een hele goede reden had om woensdag niet te kunnen komen.
Dat ik hem die reden niet kan geven, maar dat ik hoop dat hij weet dat ik hem nooit zonder goede reden zou laten zitten.
Dat ik ook hoop dat het goed met hem gaat en zal blijven gaan. Dat het me spijt dat ik daarin geen rol zal kunnen spelen, maar dat sommige dingen nu eenmaal niet zo mogen zijn.

Maandag 16 oktober

Ik sta weer rechtop.
Weliswaar met grote pijn in mijn hart en leegte in mijn buik, en pijnlijke beelden op mijn netvlies, maar ik sta.
Ik sta, ik beweeg, ik functioneer.
Voel geen verleiding me af te laten zakken naar eerdere dieptes, naar zelfverwijt en spot.
Zou jou daarmee tekort doen.
Dinsdag 17 oktober

Op mijn tafel ligt nog het boek met de mooie foto's over kind zijn en volwassen worden. Het boek van Rees Diepen, getiteld Spelenderwijs. Ik durf er nog niet in te kijken, maar het lokt wel.
Op internet dan toch maar snel wat foto's gezocht en gevonden voor hier.
Voor mij, omdat ik eigenlijk geen dingen meer uit de weg wil gaan.
Maandag 9 oktober

De onvermijdelijke evaluatie waarin hij aangeeft
de hitte ver ver weg te hebben gestopt,
en we praten in metaforen,
over varen, over behangen,
over blikken op de horizon.
En ik weet dat ik niet degene ben die
aan zijn horizon staat
en dat doet nog steeds pijn.
Woensdag 18 oktober

Hoeveel rek zit er in een geest...
Iedere dag weer nieuwe veranderingen, lastige klanten, klagende medewerkers, en steeds denk je: nu niet meer, maar je moet wel want het stopt niet.
Een periode om waakzaam te zijn, waar al snel dingen verkeerd kunnen worden gezegd, verkeerde dingen kunnen worden gezegd of verkeerd kunnen worden begrepen.
Een tijd om goed op mij te letten. De ogen glanzen nog maar al wel iets minder, de huid verliest het bruine, maar ik zing nog, in de regen.

Donderdag 19 oktober

Op weg naar het Moeilijke Gesprek heb ik een lekker nummer op mijn mp3: Sergio Mendes and the Black Eyed Peas. Ik heb het ritme van het nummer nog steeds in mijn hoofd als ik begin te vertellen dat men wil dat ze aftreedt, dat ik niet kan zeggen wie men is, en waarom men dat vindt, maar dat het ernstig genoeg is om nu dit gesprek te voeren.
We zijn met z'n 4-en, 3 gespreksvoerders en 1 ontvanger.
Ik moet denken aan de 4 elementen, aan hoe ieder ze in zich heeft maar in een andere rangvolgorde.
Zie ik hoe 1 voerder naar woorden zoekt binnen lucht, hoe de andere voerder vanuit gevoel reageert, hoe de ontvanger met name met het ik bezig is, het vuur.
Zie mezelf schakelen, begin vanuit aarde als ik zeg vrijwel direct zeg wat het probleem is, beweeg me in lucht als ik bekijk hoehet gesprek verloopt en soms ingrijp om het een andere richting te geven, terug naar de hoofdweg, reageer vanuit water als om mijn mening wordt gevraagd.
Ben trots vanuit vuur, over het verloop van het gesprek.
Vrijdag 20 oktober

Pas zei ik het nog tegen iemand: ik begin bijna normaal te lijken, zoals sociaal als ik ben.
Na mijn werk, als ik meestal zo snel mogelijk naar huis wil, in mijn eigen wereld wil zijn, ga ik vandaag naar een Open Podium. Ik ga alleen, maar ontmoet al snel een vrouw die ik vorige week op het dorpsplein ontmoette.
Naast haar en met haar voel ik me vrouw, voel ik me gelijkwaardig, en een volwaardig mens.
Ik maak kontakt, ik ontmoet, ik voer gesprekken.
Ik ben in mijn element.
Vuur, water, lucht en aarde.
Alles in dit ene wezen.
Zaterdag 21 oktober

Brak.
Ook al loop ik wel rond, eigenlijk kom ik mijn bed niet echt uit.
Ook al kijk ik wel om me heen, mijn ogen blijven gesloten.
De deur naar oud zeer en nieuw verdriet staat wagenwijd open.
Maar ik zet geen stap, neem geen drempels en hobbels vandaag.
Mijn halve weekend al voorbij.
Zondag 22 oktober

De tweede dag van mijn weekend breng ik grotendeels door op het dorpsplein.
Ik spreek met iemand die ik vrijdagavond wel gezien heb, maar hij mij niet en ik spreek vooral met iemand die mij wel gezien heeft maar ik hem niet.
We hebben het over kadootjes die je voor jezelf gekocht hebt in laten pakken en later verbaasd en verblijd uit pakken. Over werk, geld en positief in het leven staan. We hebben het over zielsverwanten.
Ik vertel over Annie.
Hij zegt dat er mensen in het dorp zijn die mij bijzonder vinden.
Ik ben uiteraard reuze nieuwsgierig naar wie, maar kan het ook laten rusten.
Kan het in ontvangst nemen omdat ik er zelf ook in begin te geloven.
Maandag 23 oktober

Ik zie zondag 2 keer de documentaire over de veelzijdige kunstenares en vj Danielle Kwaaitaal voorbij komen.
Mooie vrouw, maar vooral ook prachtig weer om te zien hoe iemand zo geïnspireerd aan het werk is, hoe iemand alles in het leven omzet in een kunstvorm, zoals ik dat ook ervaar bij Alex van Warmerdam en Jan Fabre.
Ze maakt 'sensuele en poëtische beelden van huidplooien, poriën en haartjes'. Ze ontwerpt behang waarvan je als je er dicht op staat kan zien dat er haren op staan. Mannenharen, zegt ze, uit het gebied van de zachte onderbuik. Ze toont 'close ups van neus- en oorgaten, navel, tepels en knokkels die met hulp van een paintbox-computer bewerkt zijn tot surreële, vaak erotische, landschappen'.
Dinsdag 24 oktober

Er is maar weinig cabaret waar ik echt heel erg om moet lachen. Misschien omdat ik graag wat dwars lig, en niet wil lachen als de rest ook lacht. Zoals ik ook dingen, boeken koop als de hype voorbij is.
Maar bij de Ashton Brothers, die een kort optreden hebben op het feest van mijn werk, rollen de tranen over mijn wangen. Ook al heb ik ze al meerdere keren gezien, en ken ik de grap al, ik blijf ze helemaal geweldig vinden.

Ik ben bewust niet al te laat naar huis gegaan, morgen weer vroeg op en heb de komende dagen thuis nog van alles te doen. Maar bij thuiskomst kan ik niet direct slapen. Begeef me op het dorpsplein. Blader door kookboeken voor hapjes voor mijn tapasavond komende zaterdag. Ga weer veel te laat naar bed.
Woensdag 25 oktober

Een brakke dag waarop de mist maar niet wil optrekken.
Na het werk heb ik afgesproken met Ex. We drinken wijntjes, eten wat, delen ons leven.
Zijn eenzaamheid en verdriet raken me, maar ik weet ook dat niet te kunnen wegnemen.

Thuis zit ik met de kookboeken achter de computer.
Ik praat wat op het dorpsplein tot Goede Man zich meldt in mijn mailbox.
We vissen wat, halen binnen, verorberen, en pas om half 4 's nachts is ons spel gespeeld.
Tot de laatste zet, de laatste druppel.
Nog lang niet afgekoeld ga ik naar bed.
Donderdag 26 oktober

Zo'n tien kookboeken voor me. Uit ieder boek 1 of meerdere recepten. Schrijf ze op een papier onder elkaar.
Schrijf erachter of ze warm of koud zijn, of ze op het vuur moeten of in de oven, hoe lang de bereidingstijd is.
Pak een nieuw papier.
Schrijf alle ingrediënten op van de gekozen recepten. Schrik van de hoeveelheid.
Glimlach om mijn nog steeds niet optimaal functionerende realiteitszin.
Verheug me op zaterdag.
Vrijdag 27 oktober

Bij thuiskomst een afmelding voor zaterdag. Zeer te begrijpen en te respecteren maar wel jammer.
Kijk naar mijn enorme boodschappenlijst die klaarligt om ingeslagen te worden.
Begin wat recepten te schrappen. Zet daar weer andere dingen voor in de plaats.
Zoek mijn weg door de winkel.
Tuur in schappen waar ik normaal gesproken langsrijd.
Probeer niet al te veel te slingeren als ik met enorm gevulde tassen aan mijn stuur naar huis rijd.
Ben tevreden met mij.
Goed begin, eerst alles in huis halen en morgen alles op een hoop gooien.
Even heb ik het idee dat ik morgen ruim tijd heb door deze voorbereiding, maar mezelf kennende zou ik beter moeten weten en dat weet ik ook.
Ben naast een voorpretmens ook een onverbeterlijk lastminutemens.
Zaterdag 28 oktober

Zelfkennis is een groot goed.
Ik denk even de stad in te gaan, maar kom onderweg zoveel verleidelijks tegen dat ik alsnog pas uren later terug ben. En dan beginnen de voorbereidingen pas echt. Op de kast liggen diverse kookboeken open, ingrediënten die net in kasten zijn opgeborgen komen weer tevoorschijn, in mijn hoofd ee planning die steeds door de klok wordt achterhaald.
Lekkere muziekjes op de achtergrond, ik meeblerend, een kat die wat verdwaasd naar me kijkt.

De avond is vol verhalen, lachsalvo's en beelden. Het eten is wel ok, soms wat raar, maar best eetbaar.
Ik denk aan hoe ik vroeger, tijdens een opleiding, meerdere malen weekendfeestjes organiseerde. Meerdere mensen kwamen dan bij mij logeren, gingen stappen in mijn toenmalige stad, en er ontkiemden relaties. Ik was gastvrouw, en dat beviel me goed.

Nu merk ik dat de rol me nog steeds wel past, maar dat ik ook gelukkig word als ik zie hoe anderen zich bij me thuisvoelen, hoe ze voor zichzelf zorgen in mijn huis, lades opentrekken en muziekjes opzetten.

Tijdens de foto's kijken van mijn vakantie zet ik een etagière neer met truffels, mini chocolaatjes en after eights. Ik hoor dat je van veel chocola een maanda geen seks gaat hebben, en dat ook de lust ervan verdwijnt.
Ik neem me voor het tegendeel te bewijzen en vergrijp me.
Zondag 29 oktober

Kiezen is zeker niet 1 van mijn sterkste eigenschappen.
Op deze enorme tut-dag neem ik me voor van iedere stad waar ik was een mooie foto hier te plaatsen, of mooi, ik ben wat bescheiden: een typerende foto. 1 Foto... ik kan me voorstellen dat dat niet gaat lukken. Of eigenlijk: ik kan me niet voorstellen dat dat gaat lukken.

Even later: hmm, bij het zoeken naar 1 foto van de 1e stad kom ik al danig in de problemen, ondanks of dankzij de port die ik erbij drink.
Dan maar wat meer foto's, je ziet, ik ben zo makkelijk over te halen, maar dan misschien 1 stad per keer? Voor de dagen dat er even wat minder inspiratie is, of waarin het gewoon zo goed gaat dat het saai wordt?
Maandag 30 oktober

Soms kan een redelijk onschuldige opmerking een tijd als een klein geniepig muisje blijven knagen aan een hoekje van je leven. Dat je merkt dat je wat meer moeite moet doen om de schade te beperken, om stevig te blijven staan, om het geluid van het bijna altijd maar doorgaande geknaag niet te horen.

Mede daarom vallen de foto's van Granada vandaag op hun plek.
De plek waar ik zo gelukkig was, dat ik bijna klaarkwam bij een koud biertje, waar ik giechelde en kastanjes kreeg, waar ik wel wonen wil.
Dinsdag 31 oktober

Het Moeilijke Gesprek deel 2.
We waren voorbereid op wat zou kunnen komen, maar bleken toch niet voorbereid op dat wat kwam.
De bal die we hadden geworpen komt weer keihard terug en de sfeer is om te snijden.
Het gesprek wordt gevolgd door talloze kleine gesprekjes die moeten dienen om het grote gesprek te duiden, maar wat me alleen nog maar bozer maakt. Ik voel me verraden. We hebben ons nek uitgestoken maar eigenlijk heeft degene die dat in gang heeft gezet onvolledige informatie gegeven.
Ik hoor het knagen.
Ben echter toch nog in staat om contact te maken, om even een oor te lenen, om het niet nog groter te maken.


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
oktober 2006