Zaterdag 1 oktober

Een nacht waarin ik zo moe ben dat ik bijna alleen maar slaap. Als ik vanwege een pauze mijn ogen even opendoe, zie ik een wisselkantoortje. Ik ren naar buiten met mijn euro's en geef ze aan de mevrouw die achter de balie staat te bellen. Ze geeft me geld en ik wil haar al onderbreken maar zie dat ze Slowaaks geld voor me gepakt heeft. Zloty's vraag ik nog en zuchtend pakt ze hoofdschuddend het geld weer terug. Verkeerde land.
Om kwart voor 5 's ochtends sta ik op een busstation in Krakau. De weinige mensen die er staan spreken mijn talen niet en voor de taxichauffeurs heb ik nog geen geld. Door de vermoeidheid breekt opeens de paniek uit bij het idee dat ze hier misschien wel helemaal geen pinautomaten hebben. Ik ga op mijn rugzak zitten en zucht. Het duurt even maar dan kom ik erachter dat aan het busstation een treinstation vast zit. Daar is het sowieso warm en ze hebben er een bankomat. Ik zucht weer, maar dan van verlichting.
Met mijn versgeperste zloty's loop ik naar een taxichauffeur en binnen een kwartier ben ik in mijn hotel. Mijn kamer is nog niet klaar maar ze geven me een kamer die wel leeg staat maar nog opgeruimd moet worden. Ik vind alles best en stort op het eerste bed in coma.
Beland in het land waarvan ik de taal nog ken (niet spreek en nauwelijks versta) van de tijd dat ik bij een Pools impresariaat werkte. Waar de woorden minstens 2 medeklinkers aan elkaar hebben. Waar de mannen Thomasz heten, en waar ik veel aan hem moet denken.

Na een lange warme douche loop ik naar de Wawelheuvel. Ik bekijk kathedraal, en kasteel en plein. Sommigen beweren dat de wijze Apollonius van Tyana een mystieke steen op de Wawel-heuvel verborg. Deze steen is een chakra (energieknooppunt) van de aarde, die de energie van heel Europa beheerst. Als je in de buurt van de steen staat zou dat helpen de eigen energie op één lijn te brengen. De adminisratie van het kasteel is de legende een doorn in het oog. Ze hebben dingen voor de muur geplaatst om het tegen die muur aanstaan te bemoeilijken maar als ik kom staan er mensen met gesloten ogen 'iets' te doen.
Ik ga er naast staan. Denk na 10 minuten dat waar je ook staat je wel energie opdoet als je moe bent en even stilstaat.
In Krakau veel studenten, prachtige vrouwen en op deze dag veel bruidjes.
Op Rynek Glowny, het centrale marktplein, ga ik een kerk in. Het is een schitterende kerk, in blauw en rood met een prachtig kunstwerk wat Picasso het achtste wereldwonder zou hebben genoemd. Voor het altaar is een bruiloft aan de gang. Ik neem plaats wat verder achterin, op de kerkbanken. Zijg met de menigte neder als de zegen wordt uitgesproken. De groeven van de knielbank staan in mijn knieën.
Tranen rollen over mijn wangen als het Ave Maria wordt gespeeld.
Zondag 2 oktober

In de Izaaksynagoge bezoek ik een tentoonstelling over Poolse Joden tijdens de oorlog. Het woord prachtig mag eigenlijk niet in dit verband, maar de foto's zijn echt zo indringend. Alsof je er zelf bij staat, en de oorlog krijgt weer gezichten. Zie foto's van een verpleegsterschool in Warschau en dat raakt me in het bijzonder. Denk weer terug aan de droom die op mijn netvlies gebrand staat waarin ik in een weeshuis in Polen woonde valk voordat deze gebombardeerd werd.
Krijg ook beelden bij het boek wat ik pas laat, van de overlevende Martin Gray.
Ook wordt er een film vertoond, requiem for the 500.000, bestaande uit beelden gefilmd en gefotografeerd door de nazi's, waarbij de oorlog, het menselijk leed, zo ontstellend dichtbij komt. Om mijn bezoek aan de Joodse wijk compleet te maken bezoek ik de begraafplaats waar ik me al heel erg thuis begin te voelen. Zie in de weerspiegeling in de ruit dat het me goed staat, een sjaal uit respect om mijn hoofd gevouwen.
Maandag 3 oktober

Wat kan je zeggen om Auschwitz eer aan te doen...
Ik zie barakken, wachttorens, prikkeldraad. Bij ieder gebouw wordt de vroegere functie duidelijk gemaakt, in veel gebouwen foto's, achtergebleven voorwerpen, zoals koffers, brillen, haar. Het besef dat iedere stap die je zet door duizenden anderen gezet is, dat de lucht nog het geschreeuw van angst in zich draagt, dat de geur van angst en bloed nog rondhangt.
Weten doe je het allang, maar om nogmaals van zo dichtbij te zien waar toe mensen in staat zijn, wat mensen elkaar aan doen, hoe mensen proberen te overleven, maakt verdrietig en boos.
Op de terugweg naar Krakau, over het Poolse platteland, heb ik prachtige zigeunermuziek op mijn walkman en lees ik in De Alchemist van Paulo Coelho, over het gaan voor je doel, het zoeken naar je bestemming. Juist door zoveel dood en ellende te zien heb ik het gevoel dichter bij het leven te staan dan ooit, dichter bij míjn leven.


Dinsdag 4 oktober

De laatste dagen staan in het teken van mythes, begrippen, feiten die een gezicht krijgen. Zo ook vandaag. Ik bezoek de grootste begraafplaats van Europa, in Wenen, waar de grote componisten liggen, gezellig bij elkaar. Opeens is een Mozart en een Beethoven weer een mens, een lijf, een lijk.
Ook ga ik, lekker fout, naar het Sissi-museum. Loop de kamers waar zij geleefd heeft, eenzaam en verlangend. Vraag me af waarom dat soort vrouwen me zo aan blijven trekken maar weet het antwoord eigenlijk wel.
Stort van vermoeidheid neer op de trappen van het metrostation.
Vakantie is fijn.
Woensdag 5 oktober

Het leven is weer goed, mijn leven wordt weer vakantie.
In Boedapest zit ik 4 dagen in een eigen appartement, en ik word helemaal gelukkig van het feit dat ik mijn tas uit kan pakken zonder alles te verstoppen voor schoonmakers, dat ik mijn boxjes aan kan sluiten op mijn walkman en lekker muziekjes kan draaien en op een bank kan zitten lezen, dat ik zo boodschappen ga doen en dan lekker ga koken.
Vandaag weinig lopen, weinig stad. Zoals in De Alchemist luister ik vandaag naar de tekens, luister ik eindelijk weer goed naar mezelf.
Donderdag 6 oktober

Met een boek zit ik op een bankje in de zon.
Ik doe boodschappen op een markt van 3 verdiepingen, ik lig te badderen in een kuuroord, ik zing mee met mooie muziekjes.

Vrijdag 7 oktober

Met een bus ga ik met wat onbekenden naar een park iets buiten Boedapest, waar alle communistische beelden van vroeger zijn neergezet.
Ik schrik, in de bus stapt een man die sprekend lijkt op Goede Man. Hetzelfde gezicht, dezelfde manier van kleden, dezelfde manier van zijn ogen opslaan.
Het is alleen het uiterlijk wat lijkt, verder heeft hij een ontevreden trek op zijn gezicht, gaat hij gescheiden van zijn vrouw zitten, dringt hij voor bij de ingangspoort en rent hij meteen naar alle beelden toe zodat zijn vrouw een foto kan maken van hem en dat beeld.
Ik heb dat nooit begrepen. Mensen die zo nodig zelf in beeld moeten staan, en daarmee de aandacht af te houden van dat waar het werkelijk om gaat. En dan niet 1 keer, maar bij ieder beeld, ieder landschap en iedere kerk.
Mensen zeggen dat ze er op willen staan om te laten zien dat ze er daadwerkelijk geweest zijn maar ik heb daar nog nooit aan getwijfeld. Twijfel meer aan het feit of ze het land wel hebben gezien, of dat ze er alleen maar zelf voor zijn gaan staan.

Het zien van de Goede Man - look-a-like brengt me in een melancholische bui.
Ik denk terug aan de mannen uit dit Sammy-leven. Goede Man, Thomas, De Dokter, P, en al die anderen die een bijrol hebben gespeeld. Ik zie de rode draad, de onbereikbaarheid, de gebondenheid aan anderen, de ongelijk(waardig)heid.
Waardigheid.
Lijkt me een mooi woord om mee te geven aan de komende fase van mijn leven.
Zaterdag 8 oktober

De laatste dagen heb ik de meest rare dromen, waar een soort van hysterische vrouwen in voorkomen zoals de vrouwen uit Absolutely Fabulous, en Patty Brard. Ik probeer de tekens te volgen, maar tast wat in het duister wat de betekenis hiervan betreft.
Ik merk dat ik wat moe word. Zoveel indrukken die zich vermengen met verleden en toekomst... Misschien is het woord moe niet goed, misschien is het meer dat ik tot rust gekomen ben. Dat alles een plek heeft gevonden en zich eindelijk verenigd in het heden.
                                                 
Ik ben lui vandaag, deze laatste dag in Boedapest. Ik pak mijn tas, dump die vervolgens bij een hele onaardige man op een station, waarvan ik vermoed dat ´ie om me te pesten óf nu zijn kantoortje heeft gesloten, óf mijn hele tas overhoop heeft gehaald om er de dingen van waarde voor hem uit te halen. Met een boek waarvan ik niet weet of ik het goed moet vinden, maar wel uit moet lezen, ga ik in een park liggen en ik val in slaap. Ik word wakker van een hond die mijn gezicht likt. Ik loop wat doelloos rond, bezoek een oud Romeins 
openluchttheater dat de omweg niet echt waard was en sms met BHV die de liefde verzucht. Ik herken wat ze voelt, denk ik. Het leuk vinden dat hij komt, maar des te leger en verdrietiger zijn als hij al snel weer weg is. We beloven elkaar liters thee om weer bij te praten binnenkort.

Toen ik voor het eerst van mijn leven op vakantie was geweest in Frankrijk was ik helemaal verrukt van de zorg die aan het koken besteed werd. Toen ik terugkwam in mijn studentenhuis, besteedde ik opeens veel meer tijd aan mijn eten, en deed ik er lekkere kruiden in.
Na een paar weken was het over.
Ik heb deze reis veel meegekregen. Veel over landen, over geschiedenis, over mezelf. Ik bezin me nog op wat het me mee zal moeten geven, wat ik vast wil houden en los kan laten. En meteen met het schrijven hiervan weet ik dat vasthouden op zich het streven niet moet zijn. Het gaat niet om hebben, niet om bezit.
Pas als je loslaat zul je ontvangen.


Zondag 9 oktober

In de hele vroege ochtend kom ik aan in Praag. Ik word er begroet door hordes Oranje mensen die mijn oranje tas enthousiast begroeten. Ik hoor dat 'we' gewonnen hebben en juich met ze mee.
Het heeft een voordeel om zo vroeg in een stad te zijn. Op de Karelsbrug lopen nog geen honderden toeristen en de beelden baden in de opkomende zon.
Ik tram van Oude Stad naar Kleine Zijde, en van Praagse Burcht naar Joodse Wijk. Daar bezoek ik het Joods Museum. In deel I muren met alle namen van de omgekomen Praagse Joden en in deel II tekeningen van kinderen die in Theresienstadt terecht zijn gekomen, en er bijna allemaal gebleven zijn.
Overal hangen bordjes dat je niet mag filmen en niet mag fotograferen. Maar, de met name Nederlandse, toeristen trekken zich daar niets van aan en flitsen er lustig op los. Ik voel me als het verhaal waar een Jezus op een marktplein komt in een tempel en daar de boel kort en klein slaat omdat hij het heiligschennis vond.
Ik zie mezelf niet als iemand op de barricaden. Ik wandel wel eens mee in een demonstratie, ik ben wel eens mede-verontwaardigd, maar ik loop niet vooraan, ik ontketen geen rel. Ik ben meer een achter de schermen-mens, ben daarom schrijfster en regisseur, en geen acteur.
Ik ben dan ook iemand die misschien in de oorlog niet in het verzet zou zitten, maar het lijdzaam verzet.
Ik ben iemand die in Athene bij een persoonlijke overval probeer de aandacht af te leiden van degene die ze net lichamelijk hebben toegetakeld in plaats van de aanvallers onverschrokken te lijf gaat. Iemand die in Berlijn een medelander expres de verkeerde kant opstuurt in plaats van hem te beschuldigen van onverschilligheid ten opzichte van menselijk leed. Iemand die in Praag irritant voor de mensen gaat staan die foto's maken in plaats van hen op de bordjes te wijzen en hen aan te spreken op hun gebrek aan respect.

Vanavond vertrek ik naar huis.
't Is mooi ewest, zoals boven aan de rouwkaart van Annie stond te lezen.
Dinsdag 11 oktober

Ex heeft zich ziekgemeld, wat zeer zeldzaam is. Verdriet.
BHV voelt zich verliefd en verloren. 
En zo zijn er meer dierbaren die een moeilijke tijd doormaken, op diverse vlakken.
Ook zelf heb ik nog een paar moerassen, een paar gebieden die ik hoognodig onder ogen moet zien en niet langer mijn leven moet laten leiden.
Laat dit de les zijn van mijn vakantie van de afgelopen weken.
Leven in vrijheid.

Woensdag 12 oktober

Vanavond eindelijk weer live bijkletsen met BHV. Per sms hebben we elkaar tijdens onze vakanties al vele potten thee beloofd om alle verhalen bij te vertellen. Ik gebruik haar komst als aanleiding om het huis lekker op te ruimen en schoon te maken. Ik maak een sopje, zet heerlijke wereldmuziek heerlijk hard op, zet ramen en deuren open.
Ik zing mee, met de taal die mijn hoofd niet kent, maar mijn hart wel spreekt, hetzij vals.
Ik sop mijn werktafel, en kijk opzij.
Door de deuropening zie ik hem staan. Hij luistert genietend naar de muziek, terwijl de zon op zijn mooie hoofd staat. Ik blijf staan en kijk naar hem. Hij heeft geen oog voor mij. Heeft zijn ogen dicht.
Het is de man die ergens bij mij in de straat woont, die ik vorige zomer regelmatig met zijn motor door de straat zag rijden en die ik op slag interessant vond. Die ik af en toe tegenkom, als hij op zijn fiets naar het werk gaat en ik de afvalbak aan de rand van de straat zet, bij een klassiek openluchtconcert in de binnenstad, in een dagdroom. Met BHV ben ik wel eens extra langzaam door de straat gereden om proberen uit te vinden op welk nummer hij woont.
Als de klanken van het nummer wegsterven, opent hij zijn ogen. Ik kijk hem glimlachend aan, hij voelt zich betrapt.
En in de geest van ieder om me heen die verliefd is, die (onzekere) relaties aangaat, die met exen een nieuwe vorm aan het vinden is, vraag ik of hij een kopietje wil. Hij lacht en knikt in één blik.
'Moet ik wel weten op welk nummer je woont', zeg ik.
Donderdag 13 oktober

Ex kookt voor me, en na afloop praten we nog lang na aan de tafel die ooit van zijn moeder was. Hij vertelt me in een fase te zitten dat hij op een soort wip zit. Zo van: is dit het nu, of niet en wat wil ik dan anders. Hij vraagt me naar mijn wip, mijn fase. Ik vertel hem dat ik me sterker voel dan ooit. Dat ik het best eng vind om dat te zeggen omdat ik al zo vaak heb gezegd en het nooit lang vol heb kunnen houden. Maar dat ik juist door het verdriet om Annie, om het leed van anderen, en de ellende die ik de afgelopen weken heb gezien uit een verleden, dat ik daar juist sterker van ben geworden, en eindelijk de overtuiging heb dat ik moet leven en daar het uiterste uit wil halen. Dat mijn leven eindelijk begint, en dat ik mijn mogelijkheden en talenten niet meer hoef te zoeken, maar ze zie en dat het nu een kwestie is van al dan niet benutten. Dat ik nu, net als al die andere mensen die ik de afgelopen vakantie heb gezien, op foto, in een graf, een gezicht heb gekregen, en dat ik dat wil delen met anderen, dat ik wil laten zien wat ik kan. Dat ik niet meer hoef te bewijzen dát ik iets kan.

Vandaag sprak ik iemand in het dorp die zei me van heel lang geleden nog te kennen. Het duurde even voordat ik me hem herinnerde maar toen hij zei ooit nog verliefd op me te zijn geweest, begon het weer te dagen. De keren dat iemand verliefd op me was, vergeet ik uiteraard niet.
Hij zei me dat ik toen vertelde een toneelstuk te schrijven over Camille Claudel.
Met het schaamrood op de wangen moest ik bekennen daar nog steeds mee bezig te zijn.

Ik verschuil me daar al jaren achter.
Het is ook wel zo, en de vorm ontwikkelt zich, en het staat interessant maar ik ga er niet echt voor.

Hier sta ik dan. Op een kruispunt in mijn leven. Eindelijk zie ik verschillende richtingen. Zie ik dat mijn werk niet het doel is, maar een middel. Wil ik naar het leven voor me kijken, in plaats van naar het leven achter me, en wil ik bepalen wat mijn rol is, mijn betekenis, mijn vorm. En daar naar handelen, in plaats van wachten tot het naar me toekomt.

BHV vertelt me over de man met wie ze zoent. Heel wijs vertelt ze hoe ze het heden het pad laat bepalen, hoe ze de deur openhoudt, in plaats van alle onzekerheid de deur wijst.
Met mijn nieuwe daadkracht vertel ik haar dat ik de man voor wie ik een muziekcd'tje heb gebrand wil hebben.
Vrijdag 14 oktober

Bij thuiskomst na een eerste dag werken in mijn brievenbus een briefje van de man die ik wil. Met zijn krachtige handschrift bedankt hij me voor de cd en nodigt me als tegenprestatie uit om zondag bij hem te komen eten.
Zondag 16 oktober

De stemming daalt al snel tijdens onze mailtjes.
Er is verwarring over een afspraak, ik dacht die al te hebben afgezegd, zij beweert stellig van niet en legt de gevolgen in mijn schoot.
In mijn reacties probeer ik overeind te blijven. Probeer ik goed naar haar te luisteren, maar zeg geen sorry (meer) voor dingen die ik mezelf niet kan verwijten, doe mezelf niet meer tekort.
Oplossen kan ik het niet en als ik thuiskom wacht ik met het openen van haar laatste mailtje. Eerst schakelen, mijn hoofd proberen vrij te maken, om me dan volledig te kunnen richten op de man die ik wil en bij wie ik ga eten.
Maandag 17 oktober

Met sommige mensen ben je meteen vrienden.
Met Man is dat het geval. Alle mannen zijn mannen, maar de meeste mannen zijn eigenlijk gewoon jongens, maar de man die ik wil is echt Man. En Man en ik lijken elkaar al heel lang te kennen, zo goed voelt het, zo fijn zijn de gesprekken en zo normaal voelt het als we elkaar af en toe terloops aanraken. Maar ook onze woorden raken elkaar aan, ik ervaar het als een warm bad, één groot voorspel, ook al gebeurt er daadwerkelijk niets in die richting.
En ook al heb ik geen idee of en hoe dit zich gaat ontwikkelen, mijn hart maakt sprongetjes maar blijft ook landen. Mijn hart komt thuis.
Donderdag 20 oktober

We krijgen een training. Van tevoren hebben we ons wel een voorstelling gemaakt, maar het onderwerp blijkt toch enigszins anders, en komt nogal als een verrassing. Het voelt een beetje als een overval, en het kost mij moeite de theorie direct te blijven volgen omdat ik meteen denk aan de haalbaarheid en zie de struikelblokken. Het is goed dat het ter sprake komt, goed dat de werkwijze veranderd gaat worden, nodig ook, maar ik vind wel wat van het niet ons van tevoren inlichten over het onderwerp, en heb grote vraagtekens bij het invoeren ervan.
Met die twijfels in het achterhoofd kan ik wel zien dat het een goede dag is. Dat we dingen leren, handvatten krijgen aangereikt die zeer nuttig zijn, vragen die al veel eerder gesteld hadden moeten worden.
In het onvermijdelijke rollenspel oefen ik een gesprek en na afloop krijg ik tops en tips. In de tips kan ik me prima vinden, zijn herkenbaar en terecht. Ik warm me aan de indruk die ik heb achtergelaten: een duidelijke, sterke houding.
Vrijdag 21 oktober

Ex komt bij me eten en ik heb hem al voorgeschoteld dat hij voor straf mijn vakantiefoto's moet zien. Typische Sammy-plaatjes zegt hij, en het klopt. De theatrale beelden, de grafstenen, het (wereld)leed (van anderen).
Ik vraag hem hoe het gaat, en vraag door. Zijn tranen vallen en hij vertelt me dat hij er nog helemaal niet klaar voor is om gelukkig te zijn. Dat het nog voelt alsof geluk afdoet aan het verdriet om zijn moeder. Dat hij de neiging heeft iedereen te vertellen hoe bijzonder zij wel niet was, en niet 'gewoon een moeder die dood is, en dat hebben toch veel anderen ook meegemaakt'.
Hij vraagt me hoe ik me zou voelen als mijn moeder dood zou gaan. Ik vertel hem aarzelend dat ik wel verdrietig zou zijn, maar dat ik denk dat het minder indruk op me zou maken dan de dood van zijn moeder, van Annie. Ik vind het moeilijk uit te leggen waardoor dat komt. Misschien om wat ik hier al eerder schreef: dat ik me bij mijn ouders kind, en dochter voel, en bij haar Vrouw. Dat ik me bij haar volwaardig en gelijkwaardig voel, en dóór mijn ouders niet.
Hij vertelt me hoe dol ze op me was, en noemt het de herkenning van de eenzaamheid. De zelfkant van het leven. Dat dat niet altijd synoniem staat aan ongelukkig zijn, maar wel met intensiteit. En zoals ik mezelf mijn hele leven lang intens de vernieling in heb geholpen, zo zit nu het leven door mijn bloed en raast het door mijn lijf. Mijn mooie lijf.
Zaterdag 22 oktober

De Musketiers komen sinds een maand weer bij elkaar en we eten en we drinken en we kijken foto's en praten bij over alle aspecten van ons leven. Later komt er een 4e persoon bij die zulke mooie vakantiefoto's heeft dat de mijne spontaan verbleken.
Later op de avond gaan we naar een klein theater, naar een concert van 5 mannen waarnaar het prettig kijken en luisteren is. Ondertussen gaan mijn gedachten alle richtingen op. Krijg ik af en toe een onzekere gedachte van er niet voldoende bij horen, er niet voldoende uitzien, maar ik weet de gedachte op zichzelf staand en vluchtig te houden. Ik denk aan theater maken, en vraag me af of het echt is of illusie. Of het talent is, of alleen een idee om mijn leven groter te doen lijken, betekenis te geven.
Bij thuiskomst zie ik dat bij Man het licht nog brandt. Ik moet mezelf ervan weerhouden bij hem aan te bellen. Ik wil niet meer jagen, hem niet verrassen met spannende briefjes onder zijn ruitenwisser of mezelf aan zijn voeten werpen als hij langsloopt. Als in het boek van Jane Austen wat ik net las, wil ik dat hij mij het hof maakt, met minder neem ik geen genoegen.
Ze zeggen dat liefde niet zomaar aan je deur klopt.
We zullen zien.

Zondag 23 oktober

Bij een beginnend barstje in het heroverde zelfvertrouwen, is het voor mij goed praktisch bezig te zijn, om het klein te houden, en maar met 1 ding tegelijk bezig te zijn. Dat laatste gaat me vandaag niet goed af, dus stort ik me maar op het eerste om het tweede te bereiken. En het lukt.
Ik laat de vaatwasser 2 keer lopen, de wasmachine één keer, en ik eet lekkere restjes uit de koelkast. Ik maak een begin met mijn administratie, verdiep me in de zorgtoeslag en start met het maken van een digitaal fotoalbum en probeer daarbij niet teveel te denken aan die prachtige technisch hoogstaande kleurrijke foto's van gisteravond.
De laptop niet meer naast me op een stoel en ik zitliggend op de bank, maar ik aan tafel, met vakantiepapiertjes om me heen, rekeningen achter me, de tv naar me toegedraaid. Eindelijk niet eens eten met een bord op schoot, maar aan tafel zoals het hoort.
Goed zijn voor mezelf.
De volwassen vrouw zet welbewust haar kleine pasjes in het leven.
Maandag 24 oktober

We praten over waardigheid en leggen dat woord op mijn leven. We zien de onrechtmatigheden, de hobbels in mijn leven die nog gladgestreken moeten worden. Die nu uitdagingen zijn geworden, in plaats van lasten. Die me doen hopen, in plaats van wanhopen en zuchten.
Ik krijg het veel terug dezer dagen. Dat ik er goed uitzie, dat ik energie uitstraal, dat mijn ogen glanzen.
Ik heb mezelf eindelijk waarde toegedicht.
Dinsdag 25 oktober

Sinds mijn eetafspraak bij Man nog niets van hem gehoord. Allerlei scenario's spoken door mijn hoofd, maar ik probeer ze niet te veel gewicht te geven. Ik probeer me te beperken tot feiten, en me niet te verliezen in aannames.
Maar ze liggen op de loer.
Het roept vertrouwde gedachten en herinneringen op. Aan de jongen die niet wilde dat ik hem bij zijn school ophaalde omdat hij zich voor mij schaamde tegenover zijn vrienden. Aan de ouders die me duidelijk maakten dat ze geen last van me wensten te hebben. Aan de man die binnen 5 minuten mijn huis al weer verliet, omdat hij toen al geconcludeerd had dat mijn fysiek hem niet aanstond.

In mijn brievenbus een brief die niet voor mij bestemd is, maar voor iemand een paar portieken verderop. Hetzelfde portiek als waar Man woont. Let op de signalen, zei Coelho in de Alchemist. Maar je moet ze ook niet forceren, niet te veel sturen.

Ik maak dan ook geen briefje wat ik in 1 moeite in zijn bus kan laten glijden. Ik bezorg de verkeerde brief niet 's avonds, als de kans groot is dat Man thuis zal zijn.
Dus op de ochtend dat ik wat later naar mijn werk ga, loop ik naar het bewuste portiek. Even sta ik voor de grote toegangsdeur, om de juiste brievenbus te zoeken. Ik schrik als ik een stel benen van de trap zie komen en nog meer als ik zie welk lekker lijf er aan vast zit. Mijn hoofd denkt rennen, mijn lichaam blijft staan.
Woensdag 26 oktober

Hij kijkt me verbaasd aan, van achter de glazen deur. Ik maak wat onhandige gebaren, om maar vooral duidelijk te maken dat ik hier niet voor hem sta. Hij tovert een brede glimlach tevoorschijn en opent de deur. 'Gmorgen buuf, kwam je gedag zeggen?' Buuf staat met haar mond vol tanden en staart hem aan.
'Kom je vrijdagavond bij mij een wijntje drinken, het weekend inluiden?' Buuf knikt. 'Uur of half 10, ok?' Buuf knikt nogmaals.
'Leuk. Dan zie ik je vrijdag. Ik moet nu helaas werken. Maar heel fijn je weer te zien. Dag!' Mijn lippen vormen 'dag' terug, en mijn lichaam draait zich om.
Mijn hart maakt een sprongetje.
Donderdag 27 oktober

De dag begint met heel vroeg opstaan. Met moeite opstaan, ik ben al moe voor de dag begonnen is. Als ik op het perron sta te wachten tot de trein komt zie ik Thomas tussen de andere wachtenden staan. In zijn hand een doorzichtig tasje met een sapje en een croissant van de AH to go. In zijn andere hand een krant.
Hij heeft een norse blik op zijn gezicht, waarschijnlijk nog door de slaap bevangen. Hij kijkt opzij, in de richting van de trein die nog moet arriveren en ziet mij staan. Ik zie hem schrikken, ik zie hem wakker worden, ik zie hem verder het perron op lopen, verder van mij af.
Zodra ik de driehoek van lichten van de trein aan zie komen, loop ik hem achterna. We wachten tussen andere mensen tot de mensen die hier moeten zijn de trein hebben verlaten. Mensen zetten ongeduldig alvast een stap naar voren, willen zich zo snel mogelijk verzekeren van de beste plek. Zodra Thomas de trein in stapt draait hij een kwartslag en neemt hij plaats op de harde stoel in het halletje. In een seconde overweeg ik hem te pesten en plaats te nemen op de andere stoel. Maar Thomas is een gepasseerd station, en als ik daar nog aan twijfelde, dan was dat nu wel weggenomen.
Ik neem plaats op de zachte bank in de coupé. Zie af en toe een stukje Thomas, als hij zijn flesje sap leeg heeft en weggooit. Als hij in zijn broekzak moet zoeken naar zijn kaartje. Als hij een pagina omslaat van zijn krant. Ondertussen probeer ik wat te slapen.

De dag op het werk bestaat met name uit overleg en diep nadenken. Met collega's ga ik 's avonds eten bij een opdrachtgever. De show die we erbij krijgen is meestal flauw maar soms wel vermakelijk maar duurt vooral lang. Pas om kwart voor 2 ben ik thuis. Ik rol mijn bed in, mijn lange drukke dag maakt plaats voor een korte drukke nacht.
Vrijdag 28 oktober

Na 4 uur onrustige dromen moet ik alle moeite doen mezelf uit bed te krijgen. Ik sleep me naar mijn werk, doe de hele dag over 3 verslagen, probeer mijn nek die vastzit los te krijgen.

Eenmaal thuis eet ik een beetje, ruim ik een beetje op, neem ik een warme douche. Ik trek mijn mooiste lingerie aan, maak me uitgebreid maar subtiel op, trek vrouwelijke kleding aan.
En dan wacht ik tot het half 10 is. Ik zit op de bank, kijk tv, drink een wijntje, bedwing mijn zenuwen.

Als mijn ogen zich weer openen is er teletekst op tv.
Het is 3 uur 's nachts.
Zaterdag 29 oktober

Bijna een uur blijf ik verdoofd op mijn bank zitten. ik zie het voor me, Man die wacht en wacht en uiteindelijk de kaarsen uitblaast en de wijnglazen weer terug in de kast zet. Een ogenblik overweeg ik alsnog langs te gaan, op mijn knieën door de gleuf van de brievenbus excuses prevelen.
Slaapdronken loop ik naar de kast in mijn werkkamer waar een doosje staat met foto's die over zijn, of afgekeurd voor fotoalbums, maar nog prima dienst kunnen doen als kaarten voor diverse gelegenheden.
Ik pak er snel een mooie uit, schrijf de achterkant vol met welgemeende verontschuldigen, grijp mijn sleutels en een gele roos uit de vaas en tippel op mijn sokken door de straat, 2 portieken verder. Er brandt geen licht meer bij hem. Ik prop roos en kaart in zijn brievenbus en ga snel weer terug. Voorlopig durf ik hem niet onder ogen te komen.
Zondag 30 oktober

Nadat ik nog een paar uurtjes geprobeerd heb te slapen probeer ik me een beetje neer te leggen bij wat gebeurd is en vooral niet, en probeer er toch een goed weekend van te maken.
Ik koop verse frambozen en ranonkeltjes op de markt en zomerfrisse allesreiniger en een nieuwe mop. Ik ruim mijn huis op, zet mijn kamer vol met bosjes bloemen en steek kaarsjes aan. Ik ga lezen in mijn nieuwe aanwinsten uit de bieb, als eerste in de (auto)biografie van Romy Schneider, en ga vroeg naar bed, door de wintertijd extra vroeg.
De zondag begint rustig, beetje uitslapen, ontbijten, Buitenhof.
Dan actie: een fietstocht van zo'n 4 uur met prachtige muziek op de oren, toneelinspiratie door het hoofd, koeien in het landschap.
Ik flirt met groepen motorrijders, word aangemoedigd als ik heuvelopwaarts moet door tegenliggers en moedig zelf anderen aan die net aan de klim beginnen als ik met een brede glimlach de heuvel afvlieg. Ik zet mijn tanden in een sappige peer op een bankje in de zon, zing mee met de muziek, en praat met de koeien.

Bij thuiskomst leeg ik mijn brievenbus. Geen bericht van Man.
Zucht.
Poes vraagt om aandacht en om eten. Ik stap wat houterig rond, als iemand die van een paard, of nog beter, van een kameel afstapt na uren door een woestijn gesjokt te hebben. Ik heb enige tijd nodig om mijn schaamlippen weer in het gewenste model te krijgen. Ik ga aan tafel zitten, achter de computer. Dan valt mijn blik op het terrasje op mijn balkonnetje aan de voorkant van mijn huis. Het lukt me nooit mensen uit te leggen dat ik beneden woon en toch een balkonnetje heb dus ik ga het hier geeneens proberen.
Maar op het blauwe bistrotafeltje staat een vaasje met wat versgeplukte bloemen en onder het vaasje ligt een wit papiertje.
Zoals zo vaak in mijn leven stap ik er niet meteen op af en gaan alle mogelijkheden van wat er op kan staan door mijn hoofd.
Maandag 31 oktober

Vlak voor het slapengaan durf ik het briefje pas te lezen, bang als ik ben voor afwijzing. Hij schrijft aardige dingen in een netjes handschrift. Hij schrijft dat hij al wist wat de oorzaak was van mijn niet komen. Hij was na een half uur wachten naar mijn huis gekomen, had aangebeld, en toen ik niet open had gedaan, had hij door het raam gekeken en me op de bank zien liggen.
Volgende keer beter, schrijft hij als laatste.
Hij is leraar, en ik voel me nu als een klein kind wat net haar huiswerkschriftje heeft teruggekregen, met wel een krul, maar helaas geen plaatje.


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
oktober 2005