Donderdag 13 oktober
Ex kookt voor me, en na afloop praten we nog lang na aan de tafel die ooit van zijn moeder was. Hij vertelt me in een fase te zitten dat hij op een soort wip zit. Zo van: is dit het nu, of niet en wat wil ik dan anders. Hij vraagt me naar mijn wip, mijn fase. Ik vertel hem dat ik me sterker voel dan ooit. Dat ik het best eng vind om dat te zeggen omdat ik al zo vaak heb gezegd en het nooit lang vol heb kunnen houden. Maar dat ik juist door het verdriet om Annie, om het leed van anderen, en de ellende die ik de afgelopen weken heb gezien uit een verleden, dat ik daar juist sterker van ben geworden, en eindelijk de overtuiging heb dat ik moet leven en daar het uiterste uit wil halen. Dat mijn leven eindelijk begint, en dat ik mijn mogelijkheden en talenten niet meer hoef te zoeken, maar ze zie en dat het nu een kwestie is van al dan niet benutten. Dat ik nu, net als al die andere mensen die ik de afgelopen vakantie heb gezien, op foto, in een graf, een gezicht heb gekregen, en dat ik dat wil delen met anderen, dat ik wil laten zien wat ik kan. Dat ik niet meer hoef te bewijzen dát ik iets kan.
Vandaag sprak ik iemand in het dorp die zei me van heel lang geleden nog te kennen. Het duurde even voordat ik me hem herinnerde maar toen hij zei ooit nog verliefd op me te zijn geweest, begon het weer te dagen. De keren dat iemand verliefd op me was, vergeet ik uiteraard niet.
Hij zei me dat ik toen vertelde een toneelstuk te schrijven over Camille Claudel.
Met het schaamrood op de wangen moest ik bekennen daar nog steeds mee bezig te zijn.
Ik verschuil me daar al jaren achter.
Het is ook wel zo, en de vorm ontwikkelt zich, en het staat interessant maar ik ga er niet echt voor.
Hier sta ik dan. Op een kruispunt in mijn leven. Eindelijk zie ik verschillende richtingen. Zie ik dat mijn werk niet het doel is, maar een middel. Wil ik naar het leven voor me kijken, in plaats van naar het leven achter me, en wil ik bepalen wat mijn rol is, mijn betekenis, mijn vorm. En daar naar handelen, in plaats van wachten tot het naar me toekomt.
BHV vertelt me over de man met wie ze zoent. Heel wijs vertelt ze hoe ze het heden het pad laat bepalen, hoe ze de deur openhoudt, in plaats van alle onzekerheid de deur wijst.
Met mijn nieuwe daadkracht vertel ik haar dat ik de man voor wie ik een muziekcd'tje heb gebrand wil hebben.