De clou van de weg
ligt niet zozeer
in zijn splitsingen,
zijn verdachte begin
of zijn twijfelachtige einde,
maar in de bijtende humor
van zijn tweerichtingsverkeer.
 
Men komt altijd aan,
maar altijd elders.
 
Roberto Juarroz

Sammy
Sammy
Inez van Lamsweerde - Kirsten
Vrijdag 1 oktober

Rond middernacht lees ik dat hij benaderd wordt door een vrouw die zegt teveel te hebben gedronken. Op de foto bij haar profiel ligt ze wulps op een tafel, volgens mij ligt ze er nu zo goed als onder. Maar hij valt ervoor. Hij valt voor iedereen. Hij stuurt haar privémail, hij zegt cryptisch dat het een optie is, en minder cryptisch dat hij haar leuk vindt.
Ik sla het gade vanuit mijn bed, laptop op schoot, ververs de pagina om de paar seconden en zie in de spiegel aan het voeteneind hoe mijn gezicht zich vertrekt en hoe tranen uit mijn ogen druppen. Zoals ik vroeger in mijn dagboek telkens het stukje herlas waarin de jongen die ik op dat moment leuk vond me voor het eerst zoende, om het te herbeleven, zo blijf ik nu staren naar die zin: 'ik vind je leuk!'
Weer spatten zijn woorden als een zeepbel uiteen. Zijn woorden waarin hij míj leuk vond, enige weken geleden, waarin hij zegt 'een vriendschap te willen opbouwen en wie weet…' van een dag geleden.
En natuurlijk neem ik zijn woorden tot me met de grootst mogelijke argwaan, met de grootst mogelijke korrel zout. Verstand breekt met hem, keer op keer. Emotie geeft hem het voordeel van de twijfel, keer op keer. Maakt zichzelf en anderen wijs dat vriendschap een optie is. Vindt de zoutberg nog niet hoog genoeg, blijft beginnen aan de beklimming, ondanks het steeds maar weer terugglijden.
Wanneer houdt het eindelijk eens op. Wanneer knaagt twijfel te hard en vallen de stukken van mijn leven uiteen.
Kortom: wanneer wordt het droog tussen de druppels.
Zaterdag 2 oktober

Ondanks alles voel ik spijt dat ik u zo op afstand houd, maar de laatste tijd had ik zulk een angst om mijzelf en had ik slechts een ziel kunnen tonen die zo duidelijk aan verwarring ten prooi was, dat ik beter het stilzwijgen kon bewaren! Terwijl ik er zo naar verlangde u dicht tegen mijn borst te drukken en al mijn leed bij u te klagen; het is wat sec om het allemaal in smartelijke adjectieven te vertellen en dan nog komt het gezwollen over… Laat deze hartenkreet als excuus dienen voor een stilzwijgen dat eerder geveinsd dan waarachtig was, want ik snakte ernaar alles te zeggen en vond geen oor!
Ik ben trouwens nog erg van streek; het in droefheid afgewachte einde van die geschiedenis waarover ik met u had gesproken; een banaal einde waarbij dingen werden opgerakeld die beter nooit gezegd hadden kunnen worden. Ik merkte de vreemde verandering van toon op, het was op het moment dat die harde woorden van haar lippen rolden en ik binnen in mij hoorde wat diezelfde lippen aan volmaakt verrukkelijks hadden gezegd! En ik, het maar nauwelijks beseffend, verscheurd werd door de valse noten die in botsing kwamen met de noten die in mij zongen.
Sedertdien moest ik het wel onder ogen zien, en een belangrijk deel van mij is aan die doornen blijven hangen, en het zal nog wel even duren voor ik me weer helemaal kan overgeven aan de kunst, die alles geneest!
Ach, ik hield echt van haar, met een steeds wanhopiger vuur naarmate de signalen duidelijker werden dat ze bepaalde stappen die een volledige overgave vragen, nooit zou zetten en dat ze die standvastigheid van haar hart nimmer zou prijsgeven! Ik vraag mij nu af of ze alles in zich droeg waarnaar ik zocht! Of het niet een zeepbel was! Ondanks alles ween ik om de Droom van die Droom die verloren is. Alles welbeschouwd is dat misschien minder treurig! O! Die dagen dat ik het gevoel had maar beter dood te zijn, laat ik die nooit meer hoeven meemaken…!

In 1889 ontmoet Camille Claudel de componist Claude Debussy. Hij is diep onder de indruk van haar. In 1991 verbreekt Camille de verhouding. Claude schrijft daarna bovenstaande brief aan zijn vriend Robert Godet.
Zondag 3 oktober

Vanuit bed zie ik hoe mijn buurman een foeilelijk tuinhuis in zijn tuin bouwt.
Zie ik dat de jongen met de krullen vertelt aan anderen dat hij een date heeft.
Zie ik hoe anderen leuke plannen maken, al dan niet met elkaar. Hoe ze tegen elkaar aan schuren. Hoe ze leven.
Ik zie mijn weekend voorbij trekken, zinloos, rusteloos, bewegingsloos.
Ik zit gevangen in dit bed, dit leven, dit lijf.
Maandag 4 oktober

Verstand en Emotie leveren een constant gevecht deze dagen. Verstand kan inmiddels voldoende redenen bedenken waarom het maar goed is dat we geen relatie hebben met de jongen met de krullen. Om zout te wrijven in de wonden van Emotie worden zijn verrichtingen op de site nauwlettend gevolgd en worden bewijzen verzameld. We zien hem iedere dag weer nieuwe vrouwen benaderen, ook de ochtend na zijn date en de avond erna. Emotie snikt onophoudelijk. Waarom weet ze allang niet meer. De bewijslast stapelt zich op maar Emotie lijkt lek geprikt en is niet te troosten. Emotie huilt als we ons Lichaam verzorgen, als we het huis opruimen, als we gezond eten bereiden.
Emotie is daarnaast ook in strijd met zichzelf. Ze bedenkt dat we een paar dagen niet zullen inloggen op de site, in de hoop dat mensen zich ongerust gaan maken. Emotie heeft niet geleerd op een normale manier aandacht te vragen en omdat ze zelf de bodem van haar pijn niet meer kan zien, probeert ze op deze manier gemist te worden. Een ander deel wil graag inloggen, wil proberen erbij te gaan horen, wil duidelijk maken dat het leven doorgaat ondanks jongens met krullen.

Ik ben radeloos. Weet niet meer waar de stop op mijn verdriet zit, en zie een eindeloze maalstroom van pijn via mijn hoofd door het putje glijden. Ik kan niet stoppen met het pijnigen van mezelf, terwijl ik tegelijkertijd weet dat hij het niet waard is. Dat het allang niet meer om hem gaat maar om mezelf. Om mezelf wel voldoende waard te vinden. Of zoals iemand tegen me zegt: maak het anderen onmogelijk om meer van je houden dan jijzelf.
Dinsdag 5 oktober

De man voor me heeft zo'n groot hoofd dat het gehele Osiris Trio erachter verdwijnt. Alleen de strijkstok van de celliste komt af en toe uit zijn oor gestreken. Ik doe mijn ogen dicht en heb geen moeite niet in slaap te vallen. De sopraan bezingt de pijn van vijf moedige, verdrietige vrouwen, aan het eind van hun leven, terugkijkend, berustend, met een nog opflikkerend verzet. Ze geeft stem aan hun geleden pijn, hun hunkerende geest. Vijf vrouwen, waaronder Camille. Mijn Camille, tot wie ik weer wat dichter ben genaderd.
Ik zie een oude man die zijn vrouw in haar jas helpt.
Hoor de gesprekken die er niet te doen.
Herken in de vrouw naast me een oud-docente, die me de werkelijkheid liet zien, ervaren en beschrijven. Dezelfde docente als degene die ik tegenkwam bij het hek van een gesloten Russisch kerkhofje in een achterafstraatje in New York. We zeiden enkel hallo toen, en vervolgden onze weg.
Ik proef de wijn en probeer er dronken van te worden. Niet meer werkelijk ervaren.
Maar Camille dreunt met grote mokerslagen na:
Surtout ne me trompez plus
Surtout ne me quittez pas
Woensdag 6 oktober

Ik slaap te weinig.
Ik denk te veel.
Ik werk te hard.
Ik eet te slecht.
Ik praat te weinig.
Ik maak me te klein.
Donderdag 7 oktober

Na zo'n 10 keer heen en weer te mailen komen de jongen met de krullen en ik tot een afspraak. Pas over 3 weken. Terwijl hij de komende week vrij is. Terwijl ik te kennen heb gegeven dat ik nu best een vriend zou kunnen gebruiken. Terwijl ik door iedereen voor gek wordt verklaard.
Op de site waar ik de jongen met de krullen heb leren kennen ben ik met een aantal anderen in gesprek en maken we plannen binnenkort een paar dagen naar Parijs te gaan. Ik word gevraagd binnenkort naar één van de wekelijkse borrels te komen, om kennis te maken. Ik zeg ja. Zie even later dat de jongen met de krullen ook voor de borrel uitgenodigd wordt en dat hij ja zegt.
Ik weet nog niet of ik hem voor mij ga waarschuwen.
Vrijdag 8 oktober

Ik krijg een mail van iemand van de radio. Of ik komende week met vriendinnen wil komen vertellen over foute mannen. Waarom vrouwen daar steeds weer op vallen.
Maar hoe kan ik vertellen over iets waar ik het antwoord zelf niet op weet. Hoe kan ik vertellen over een valkuil waar ik me willens en wetens in stort. Hoe kan ik vriendinnen zo ver krijgen mee te gaan. Wat trek je aan als je op de radio komt.
Zaterdag 9 oktober

Aangetast.
Zondag 10 oktober

Waarom grenzen stellen als anderen eroverheen denderen?
Waarom muurtjes optrekken als anderen ze moedwillig vernielen?
Waarom je goed voelen als een ander dat zo teniet kan doen?

Ik gooi mezelf in de uitverkoop.
Maandag 11 oktober





Kathe Köllwitz - Moeder en kind
Dinsdag 12 oktober





Ed van der Elsken - Love on the Left Bank
Woensdag 13 oktober





George Segal - Caressing hands
Donderdag 14 oktober





Bas Jan Ader- I'm too sad to tell you
Vrijdag 15 oktober





Scène uit Blaubart, choreografie van Pina Bausch
Zaterdag 16 oktober





Dennis Hopper - Hotel Room
Zondag 17 oktober





Minkkinen - Self Portrait
Maandag 18 oktober





Karin Arink - De Verstrengelden
Dinsdag 19 oktober





Scène uit Trauerspiel, choreografie van Pina Bausch
Woensdag 20 oktober





Georgia O'Keefe - Aquarium
Donderdag 21 oktober

één noot
verpakt in stilte
zegt méér
dan duizend woorden

Doc
Vrijdag 22 oktober





scène uit een choreografie van Galili Dance
Zaterdag 23 oktober

We kunnen er om lachen, de jongen met de krullen en ik. Ik arriveer 's avonds laat, niet wetende of het goed is dat ik er ben. Niet wetende waarom ik er ben. Misschien om zijn mails op waarde te kunnen schatten. Om hem te zien zonder roes, en zonder boosheid.
We praten tot diep in de nacht en later in bed zijn zijn aanrakingen veilig en vertrouwd. Het voelt goed aangeraakt te worden door iemand waarvan ik weer weet dat hij het goed met me voor heeft. Bij thuiskomst dit keer geen mail met een vervelende boodschap. Alleen de woorden dat hij het fijn vond, vannacht. We spreken uit hoe blij we zijn dat we wat we hebben kunnen laten voor wat het is. Dat we er niet krampachtig een naam op hoeven te plakken, het in een vorm moeten gieten.
Ik probeer de stem in mijn hoofd die zegt dat MEN op mij nu eenmaal niet verliefd wordt, te laten overstemmen door de stem die zegt dat HIJ dat nu eenmaal niet wordt.
Zondag 24 oktober

Je mailt een tijd met iemand. Steeds intensiever, persoonlijker.
Dan stuur je een foto, of geef je een ander stuk van jezelf bloot.
En opeens is alles anders. Blijkt het een vleeskeuring, blijkt het leuke mailen opeens waardeloos en is de mening definitief gevormd en misvormd.
En als altijd vlucht ik in extremen.
Sluit ik me af voor iedere vorm van kontakt.
Neem ik me voor om nooit meer te eten.
Zweer ik alle mannen af.
Maandag 25 oktober

De Dokter stuurt me een briefje. Hij schrijft dat hij een vriend heeft die zoveel interesses met me gemeen heeft dat hij vindt dat we elkaar zouden moeten ontmoeten. Dat hij het zonde vindt om dit aan het toeval over te laten. Dat dit geen koppelpoging is, maar een daad uit geven om, uit de hoop dat we een respectvolle vriendschap op kunnen bouwen, vanuit het besef dat we die beiden verdienen, en nodig hebben.
Zijn vriend en ik bellen. We besluiten de mensenkennis van de Dokter te testen en maken een afspraak. We lachen, we vragen, hij vertelt waarom ik niet moet denken dat het een date is en ik stel hem gerust.
Nooit geweten zo gerust te kunnen zijn op het hebben van een niet-date.
Dinsdag 26 oktober

Ben net begonnen in Elf Minuten, van Paulo Coelho.

…'Bovendien merkte ze dat de liefde meer verbonden is met de afwezigheid van het liefdesobject dan met de aanwezigheid ervan.'

… 'Mijn doel is de liefde te begrijpen. Het doet me pijn dat ik mannen mijn hart heb gegeven. Maar ik zie dat degenen die me in mijn ziel troffen, me lichamelijk niets deden, en degenen die me lichamelijk iets deden, me niet in mijn ziel raakten.'

… 'Dromen zijn heel behaaglijk zolang we maar niet verplicht worden om onze dromen ook daadwerkelijk te realiseren. Als we alleen maar dromen, lopen we geen risico, zijn er geen frustraties, geen moeilijke ogenblikken, en tegen de tijd dat we dan oud zijn, en we geen van onze dromen gerealiseerd hebben, kunnen we nog altijd de schuld afschuiven op een ander.'

… 'Als ik de ware liefde zoek, moet ik eerst de middelmatige liefdes leren kennen en die beu zijn. … Wie ooit iets verloren heeft waar hij absoluut zeker van was, komt onvermijdelijk tot de conclusie dat er niets is wat hem toebehoort.
En als er niets is wat mij toebehoort, hoef ik evenmin mijn energie te verspillen met te zorgen voor dingen die niet van mij zijn; ik kan maar beter leven alsof vandaag de eerste (of de laatste) dag van mijn leven is.' 
Woensdag 27 oktober

Terwijl man 1 zijn best doen om waar voor zijn geld te krijgen hoor ik de bovenkinderen de trap af komen. Ze pakken daarbij altijd nadrukkelijk de leuning vast, die loszit en daardoor rammelt. Ze hebben zin in een nieuwe schooldag zo te horen. Ze praten opgewonden, in een taal die ik niet kan verstaan maar wel kan begrijpen. Ze zijn hoorbaar wakker, terwijl ze gisteravond pas laat zijn thuisgekomen. Hun broertje gilt van boven, hij is nog te jong voor school, en eist de aandacht op van zijn moeder.

Terwijl man 2 zich aan mijn kunsten en mijn lichaam overgeeft hoor ik de oude buurvrouw het gras verwijderen tussen haar tuintegels. Ik hoor het geschraap. Stel me haar voor op haar knieën op de harde ondergrond. Bedenk dat haar handen zullen jeuken als ze naar mijn tuin kijkt.

En terwijl man 3 genietend zijn ogen sluit, kijk ik in de spiegel. Ik kijk, en probeer niet te zien. Mezelf niet te zien door mijn eigen kritische ogen, niet door de in mijn ogen veroordelende ogen van anderen.
Man 3 zegt dat het lekker was. Ik beaam dat, om hem een goed gevoel te geven. Daar doen we het toch voor, zegt hij. Hij wel denk ik. Ik heb daar toch andere redenen voor.
Donderdag 28 oktober

De jongen met de krullen belt me. Belt me bijna dagelijks. En ik stuur kaartjes. Digitale mooie kaartjes. Ik kan een echt goede vriendin voor hem zijn, en hij is lief voor mij. Ik neem zelfs het risico om me voor komend weekend bij hem uit te nodigen. Hij denkt er een dagje over na. Wat (on)gezond wantrouwen steekt de kop op, denkt dat hij na moet denken over hoe nee te zeggen. Maar dan komt zijn mailtje vandaag. Zegt hij zin te hebben om lekker tegen me aan te hangen.
Ik ga er maar al te graag op in.
Probeer niet te luisteren naar dat stemmetje wat mijn motieven op zuiverheid probeert te bevragen.
Vrijdag 29 oktober

De Dokter en ik zitten regelmatig op een bepaalde site. Daar staan allerlei profielen van mensen en je met ze privémailen of publiekchatten. We zien elkaar met anderen bezig, wisselen ervaringen uit.
Onlangs vertelde een vriendin met wie het contact stroef verloopt dat ze een profiel op diezelfde site had aangemaakt. Ik vertelde haar niets over mij op die site, vertelde het wel de Dokter. Hij zou haar wel eens benaderen. Dat heeft hij veelvuldig gedaan. Van haar geen reactie, behalve dat zij zijn opmerkingen verwijderde, hetgeen een behoorlijk statement is.
Vanavond vertelt ze me over haar ervaringen op de site. Vertelt dat zij allemaal mailtjes krijgt van een vervelende enge oude man. Die haar vraagt of ze op vakantie is, als ze niet reageert. Die op de foto ook helemaal niet leuk is, met bakkebaarden enzo.
Ik moet mezelf verbijten. Heb een lawine van binnenpretjes. Vertel een klein beetje over mijn ervaringen, ze vraagt toch niet onder welke naam ik opereer. En in alles zie ik weer bevestigd dat onze smaken lijnrecht tegenover elkaar staan. En daar ben ik blij om.
Ik kan nauwelijks wachten tot ik thuis ben om contact te leggen met mijn lievelingsdokter. Ik hoor zijn bulderende lach al klinken over de chat.

Op dit kruispunt zie ik de foto's van Marrie Bot met het thema ouderen en erotiek.
Jan (71) die de kous afstroopt van het been van Corrie (82). Haar jarretelgordeltje hangt op haar heupen. Loulou (52) die het poetsen van haar bril onderbreekt om de billen van Jo (61) te zoenen die voor de spiegel zijn haar staat te föhnen. Liesbeth (76) die voorovergebogen over het bed Cor (70) pijpt. Haar borsten rusten op zijn benen, het uitgelubberde vlees van haar buik hangt zwaar naar beneden, tussen haar billen de witte stof van haar tangaslip.
Marrie Bot - Liesbeth (76) en Cor (70)
Bij de ingang van het museum ontmoeten
2 vrouwen elkaar. Ze omhelzen.
De ene vrouw begint te huilen en de andere vrouw haast zich haar te troosten.
De richting is nu definitief bepaald: diepe pijn en verdriet nemen als vertrouwde vrienden bezit van me als ik wegloop.
Zondag 31 oktober

Na een nacht met de jongen met de krullen bezoek ik de begraafplaats vlakbij zijn huis.
Ik ben de eerste en word begroet door een kat die luid miauwend op me af rent.
Ik voel me hier thuis. Te thuis.
Zie de grafhuizen, de paaltjes met een nummer.
De standaardgraven met de bijbelteksten, de persoonlijke graven met afwijkende vormen, afwijkende woorden.
Bij de kindergraven sta ik stil. Kinderen van een paar jaar, maanden, weken.
Kinderen van een dag.
Soms een klein bordje voor wel 3 eendagsvliegen. Knuffelberen vervlochten in de takken van de leiboom.
Een jongen zingt een islamitisch gebed bij het graf van een dierbare. Ik buk om een witte klaaglijk jankende kat te aaien. Eenmaal bevredigd met aandacht springt ze door de heg, op jacht naar een vogel.
Een groep eenden vliegt kwakend over. Ik loop via de platanenweg naar het oude deel. Verzakte en verroestte hekjes bakenen als ledikantjes een leven af. Een vrouw omhelst een eeuwenoude boom. Haar man staat op gepaste afstand met een bosje bloemen in zijn hand te wachten.
In mijn hoofd weerklinkt mijn mantra:
Geef me rust, geef me rust
Niemand die mijn geest of lichaam lust
Niet om van te houden
Niet om leven en liefde aan toe te vertrouwen
Is het niet leven maar dood die mij kust

Ik heb het maar zo koud, de verwarming van mijn leven is kapot.

oktober 2004
Zaterdag 30 oktober

In het fotografiemuseum bloeit mijn diepgewortelde wens weer op: weg, me nestelen in een andere cultuur, foto's maken, mensen vastleggen.
De samensteller van de expositie Zielsverwant, Hongaarse fotografie, zegt:
"De mens bestaat niet enkel uit zichzelf."
Ik weet niet of het een geruststelling is, of een extra druk in lijf en leden.