Vrijdag 4 november
Het is 7 uur ´s ochtends. Ik moet zo naar mijn werk, kijk nog op een paar websites.
Nog snel even naar jouw pagina op facebook, kijken of je al terug bent van je reis naar Kalimantan.
Je prikbord staat vol condoleances.
Snel scroll ik door alle berichten, zie een overlijdensbericht en een artikel in het AD.
Avonturier J. kreeg een hartstilstand in het tropisch regenwoud van Borneo. 'Het gebied was zo onherbergzaam dat de groep het lichaam van de overledene niet kon meenemen. Op advies van de gids en de dragers, leden van de plaatselijke bevolking, maakten ze van takken en bladeren een geïmproviseerd graf.'
L. de W. vertelt het verhaal wat ze te horen kreeg van haar man G. die ook deelnam aan de twintigdaagse ontdekkingsreis door Kalimantan.
'Die J. lag levenloos op de grond, vermoedelijk na een hartstilstand. Een van de reisgenoten was bezig met reanimeren. Hevig geschrokken rende mijn man ernaartoe. Om de beurt probeerden hij en de overige groepsleden het hart van de overledene weer op gang te krijgen. Na ruim een uur gaven ze het op.'
Daarna liepen haar man en diens reisgenoten met hun gids twee dagen terug naar het dorp waar de jungletrektocht was begonnen. De Nederlanders alarmeerden de politie, die met een aantal inwoners de jungle in trok om het lichaam van J. te bergen. Dat lukt niet vanwege de dichte begroeiing.
Met behulp van een helikopter werd het lichaam van de overleden Nederlander uiteindelijk geborgen.
We kwamen jaren geleden via internet met elkaar in kontakt, via een site van de VPRO. Ik nam het initiatief, je leek sprekend op een oud klasgenoot van me. Maanden later reageerde je, je was het niet. Een paar uur na je eerste reactie mail je me:
Hallo Sammy,
Ik klik op jouw site op mee leven...
nou, dat wil ik wel!
Kan ik me hier aanmelden om met je mee te leven?
We beginnen te mailen, heel veel te mailen.
We spreken over reizen, over dromen, over onszelf.
We worden steeds intiemer. Virtueel althans. Als jij zegt dat je naar bed gaat vraag je of ik, virtueel, met je mee ga.
Zo eten we samen, bied je me je schouders aan, staan we samen voor de badkamerspiegel onze tanden te poetsen.
Er ontstaat spanning tussen ons, leuke spanning, spannende spanning.
Ik zet een voor mijn doen hele grote stap, we spreken af.
Ik zie je nog staan, voor het café. Geen jas aan, ook al is het een koude zondagmiddag in januari. Je staat daar heel erg eigen te wezen. Het fascineert me, irriteert me, ik voel me zo klein. Maar de spanning is er, onmiskenbaar, en ik leg mijn hand in jouw grote warme hand als we door de stad lopen.
Terwijl we elkaar zeggen dat we niet geschikt zijn voor een relatie ontlaadt de spanning zich op de rand van het bed.
Ik raak in de war daarna, zoals ik al snel in de war raak, sowieso, maar vooral door mannen.
Ik neem wat afstand maar jij blijft zo lief. Zo geduldig.
Je blijft me leuke vrouw noemen, lieve vrouw, hoeveel afstand ik ook neem.
En ondertussen reis je. Mooie verre avontuurlijke reizen.
Je gaat het liefst met je rugzak en een tentje de wildernis in, komt op de meest bijzondere uithoeken van de wereld.
Ik kon niet op tegen je optimisme.
Je was zo tevreden.
Met jezelf.
Met je leven.
Het deed je werkelijk helemaal niets wat anderen van je vonden.
Alles wat je deed, deed je met een kalme passie. Je straalde een vanzelfsprekend gezag uit en je ogen glinsterden.
Maar nu niet meer, nu zijn je ogen gesloten.
Mag ik even naast je komen liggen, lief?
Wil je mijn hoofd vullen met andere beelden dan die van je laatste reis?
Ik kom er vanavond achter dat ik al je mails nog heb.
Ik had je beter willen leren kennen, realiseer ik me als ik ze lees, het voelt als een enorme gemiste kans. Toch hebben we elkaar aangeraakt, in korte tijd, heel open, heel intiem, en bleven we verbonden.
Dag, mooi mens.