MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
november 2009

Zondag 1 november

Waarom blijven valkuilen toch zo aantrekkelijk?

Ik val vrijdagavond op de bank in slaap. Als ik om een uur of 4 wakker word kijk ik uit automatisme wie er nog online zijn.
Goede Man.
Al snel draait ons gesprek om 1 vraag, die van zijn kant komt: zal ik nu naar je toekomen?

Dit speelt al lang, al zolang we elkaar kennen. Een waanzinnige aantrekkingskracht, ook als hij relaties heeft, en die heeft hij, ook nu.
Ik probeer af en toe een afspraak met hem te maken. Denk dat ik me er bij neer heb kunnen leggen dat hij die relaties heeft, en vooral dat hij ze met anderen heeft, en met mij niet wil.
Ik denk dat ik er mee kan leven dat het misschien tijdens een afspraak een keer uit de hand gaat lopen, sterker nog, ik hoop er op, en ik denk dat ik het dat kan laten zijn. Hij zinspeelt er zelf wel eens op, ook als ik hem help herinneren aan zijn relatie.

Om half 6 in de ochtend hak ik de knoop door dat hij maar beter niet kan komen. De enige echte reden is dat ik om 10 uur mijn bed weer uit moet. Ik zeg hem dat ik bang ben dat als ik nu nee zeg er geen 2e ja meer gaat komen, dat die situatie zich niet meer voor zal doen, maar dat ik ooit niet beperkt wil worden door tijd als hij er dan eenmaal is.

Zaterdagochtend half 11 hebben we weer even kontakt. Ik vraag hem of hij blij is dat het een nee is geworden. Hij zegt te volmondig ja.
Hij zegt dat hij op zo'n moment niet verstandig meer kan zijn, en dat het dus eigenlijk mijn functie is om dat wel te zijn, om hem tegen te houden. Ik word boos op hem, maar bedank hem, omdat ik nu weer een stuk wijzer ben geworden.

Niet alleen boos op hem, ook op mezelf.
Waarom blijf ik iemand waarop men virtueel zijn lusten botviert? Waarom kan ik daarmee tevreden zijn? Vind ik mezelf dan toch nog steeds niet meer waard?
Maandag 2 november

PS: bij de letter H stal ik mijn fiets niet meer.

Ik moet huilen bij een serie die ik zit te kijken tijdens het studeren. Terwijl ik lees over het Drentse landschap biggelen de tranen over mijn wangen. En ik denk:
'Ik wil ook gelukkig zijn'.
En mijn 2e gedachte:
'Ik wil dat er ook van mij gehouden word'.

Ondanks de tranen geen verdriet.
Meer een overtuiging.


Zondag 8 november

"Hallo, wat een mooie ogen, hallo, ik ben M," zegt de kunstenares terwijl ze mijn hand schudt.
Ik ben hier toevallig, althans, ik kom niet specifiek voor de opening van haar tentoonstelling, ik kom iemand ophalen die hier is en met wie ik een afspraak heb.
Tijdens het wachten bekijk ik haar kunst. Veel portretten, en veel tango. Ze is in staat om met een paar lijnen lichamen te schetsen en met die lijnen de emoties tussen die lichamen.
Een paar mensen gaan daar ook daadwerkelijk de tango dansen.
Maar met het zetten van de passen is de passie, die voor mij onlosmakelijk verbonden is met deze dans, niet altijd gegrepen.
Voor mij is die dans een voorspel, bijna genant om naar te kijken omdat je weet wat onherroepelijk gaat volgen, een kijkje in de slaapkamer, de kreukels in het beddengoed.

Ik ken mensen die de tango dansen terwijl ze er uitzien alsof ze nog nooit aan seks hebben gedaan.
Daar mag ik met mijn zo goed als celibataire leven (het virtuele niet meegerekend) geen oordeel over vellen.
Dansen kan ik niet, althans doe ik niet.
Vandaag zit de tango niet in de lingerie die ik onder mijn kleren draag.
Vandaag zit de tango in mijn mooie ogen en in mijn kloppend hart.

Maandag 9 november

De taal van het lichaam.

Ooit maakte ik een scriptie waarin ik de zeggingskracht van de verschillende kunstdisciplines onderzocht. Welke kunst kun je het beste gebruiken als je iets te zeggen hebt. Wat zijn de kwaliteiten en de minder sterke kanten van iedere discipline, wanneer versterkt de kunst, wanneer zwakt zij af.

Vanavond ben ik bij een dansvoorstelling, sinds tijden weer eens naar een theater, naar moderne dans.
Ik bezoek Batsheva Dance Company, de voorstelling Max.
De flyer zegt het volgende:
In Max is sprake van een scherpe verdeling tussen mannen en vrouwen, van een soms pijnlijk unisono in de groepsbewegingen, waardoor wel frictie móet ontstaan tussen het collectief en het individu.
Iedereen probeert het maar zoekt al snel de tekst van de flyer: waar ging dit over?
Zoals men in een museum snel het bordje zoekt van het kunstwerk om zo het werk te duiden.
Dans is niet bij uitstek geschikt om een duidelijk verhaal te vertellen.
Dans raakt een andere laag, dit gezelschap raakt een laag bij mij waaraan ik geen woorden kan geven.
Hoef te geven.

Zij zijn in staat om alledaagse bewegingen tot kunst te verheffen, zij stralen een kracht en een energie uit.
Hun dans komt zo van binnenuit, hun dans heeft een noodzaak.

Ik pijnig mezelf enigszins door te kijken naar mensen die zo één zijn met hun lijf, en naar de dunne vrouwen die naar hen zitten te kijken vanuit de zaal. Ik hunker, ik sidder.
Probeer de dans op mijn netvlies te houden, de passie door mijn aderen te laten vloeien.
Probeer deze kracht als stop te gebruiken als eerder gesproken woorden vandaag tot me doordringen en hun werkelijke verhaal vertellen.

Het is gebruikelijk, na de vakantie een stoot energie en langzaam sijpelt het weg. Er zit wat tegen, er nestelt zich iets in mijn hoofd, het goede ebt weg. Meestal kijk ik toe en laat het gebeuren.
Nu spreek ik mezelf streng toe.
Gebruik ik mijn eigen disciplines om mijn hoofd weer wat tot rust te krijgen en de hardheid uit mijn lijf te verdrijven.

Dinsdag 10 november

De dreiging is geweken. Ik heb zelf stappen gezet die kleiner te maken, en anderen hebben stappen gezet.
De hardheid heeft plaatsgemaakt voor kracht.

Er komen dingen op mijn pad, en ik moet bepalen welke kant ik op ga.
Een studiereis van enkele dagen op korte termijn.
Een mogelijke deadline, een schrijfdeadline, op 31 december.
Een plan om met oudjaar weg te zijn, een reisje.
En daarnaast een studie.

Vanavond bruist het zo dat mijn energie zich niet laat concentreren op de toeristische attracties van Groot-Brittannië.
Goede Man laat weten zijn best te zullen doen mijn standpunt te respecteren.
Ik klik het MSN-scherm weg.
Ik ben ontzettend goed bezig.

Woensdag 11 november

Mijn huis staat in de steigers en vanmorgen heel vroeg komt er een aannemer langs voor een 'warme opname'. Een dubieuze term. Maar dan komt iemand bij je binnen om je te vertellen wat ze gaan doen en wat jij dus moet doen zodat zij hun werk kunnen doen. En dat is veel.

Ik heb de afspraak zo vroeg mogelijk gezet, ik moet nog naar mijn werk. Hij kan er om 7.45 uur zijn. Om 8.10 uur is hij er nog steeds niet. Ik bel hem. 'We hebben een afspraak,' zeg ik streng. 'O ja, sorry, u heeft gelijk, ik kom er meteen aan.'
Hij belt aan en komt meteen ter zake. 'Deze foto's moeten weg, de jassen van de kapstok, losse dingen van de muren'. De jaloezieën moeten voor de ramen weg, de bank weg, de magnetron weg, alle blikken van de keukenkastjes, kleding weg, het bed voor het raam weg, Poes weg.

Het is nog vroeg, ik heb het koud, ik trek mijn vest dichter om me heen. De aannemer kijkt tijdens zijn praatje veelvuldig iets onder mijn gezicht, denkt een spleetje decolleté te ontwaren.
In 1 gesprek het vooroordeel bevestigd.

Hij stoot een kreet uit als hij mijn slaapkamer inloopt. De lichtjes van de foto hebben plaatsgemaakt voor daglicht, maar toch is hij onder de indruk. Het staat me opeens heel erg tegen dat door die slaapkamer wildvreemde mannen gaan lopen, ook al is dat eerder ook wel gebeurd.

Hij laat een tekening achter waarop staat op welke centimeters ik tijdens de verbouwing nog mag wonen.
Ik neem een besluit, ik ook weg.
De studiereis die ik gisteren kreeg aangeboden valt deels samen met deze verbouwing, en het thema van deze reis spreekt me opeens veel meer aan.

Vrijdag 13 november

Vanavond neem ik Vriendin mee naar die mooie, bijzondere, muziekmakende zigeuner van me.
Goran Bregovic.
Ik heb hem gezien bij de zitconcert in Paradiso, waar ik met een date was, iemand die me in zijn eerste oogopslag al liet weten verder niet in mij geïnteresseerd te zijn en met Ex samen in het Concertgebouw.
Nu treedt hij op in de Melkweg, en ik koop kaarten als er sprake is van een staconcert, de zitplaatsen zijn pas later in de verkoop gegaan.

We zijn er vroeg, we staan vlak bij de bar. Drinken appelsap, omdat we nog zo vol zitten van de kaasfondue en onze buiken de laatste weken sowieso al veel lucht bevatten en loslaten.

De zaal stroomt vol, we horen buitenlandse klanken om ons heen. Vrouwen met laarzen waarbij de rits wel helemaal tot boven dicht kan, vrouwen met slanke lijven en strakke topjes. De mannen zijn of type zigeuner, of met weinig haar, of met weinig ballen.
Er is een vrouw. Naarmate de avond vordert verandert de benaming die we voor haar hebben, nu is het nog vrouw. Ze heeft kort zwart haar, een spitse neus, een hele strakke spijkerbroek en een t-shirt met opdruk. Als het concert nog niet is begonnen danst ze al op de balkanmuziek die uit de grote boxen komt. Ze heeft eigenlijk maar 1 beweging: de knieën recht boven haar voeten, de bovenbenen in een hoek van ongeveer 45 graden, het kruis omhooggedrukt, het achterlijf helt naar achter, de kleine borsten priemen in de lucht, het hoofd schuin gedraaid om te zien of ze publiek heeft, en de handen als een buikdanseres draaiend de lucht in. De ogen hebben een wilde blik, de pupillen zijn verwijd.
Als het concert begint en de muzikanten via de zijdeur de concertruimte betreden gaat ze zo dansend voor ze staan. Het publiek maakt ruimte maar kijkt meewarig.

Het kost me grote moeite te genieten van de muziek, Vriendin is er veel beter in.
De klanken van de violen en de stemmen gaan verloren in een reünie van de lange Servische vrouwen voor me. Mensen schuiven me opzij omdat ze bier willen halen. Er wordt gezwaaid naar anderen die zich dan ook bij de groep voor me voegen, ik word bijna claustrofobisch door het gebrek aan ruimte.
Een vrouw met grijs haar en veel make-up danst wild mee met de muziek. Ze heeft een jongen meegenomen, heel veel jonger, met een beige wollen muts op. Ze raken elkaar aan, maar hoe meer hij drinkt hoe meer hij ook anderen aanraakt.
Mannen komen langs, houden biertjes omhoog om vooral geen vocht te verspillen. Te laat, het vieze zweet gutst uit de oksels die op neushoogte voorbij komen. Mijn kleren zullen vanavond niet naar rook stinken, maar bierlucht kan ook behoorlijk penetrant zijn.
De vrouw met het korte zwarte haar die inmiddels geen vrouw meer mag heten heeft zich op het podium gehesen. Goran stopt meteen met spelen en loopt het podium af. Een medewerker van de Melkweg loopt op haar af, tilt haar op totdat ze als een baby in zijn armen ligt en loopt zo met haar de coulissen in.
Het concert wordt vervolgd.

Pas aan het eind, als iedereen naar voren dringt om alles nog beter tot zich te nemen, krijg ik ruimte en komt de muziek echt tot me. Een traan rolt over mijn wang als Ederlezi wordt gespeeld, het nummer uit Time of the Gypsies, het nummer dat ik op de MP3 speler had toen ik in de bus zat, rijdend door de bossen tussen Auschwitz en Krakau. Dans op de snellere nummers. Merk op een gegeven moment dat de vrouw met de korte zwarte haren die nu definitief geen vrouw meer mag heten naast me staat. Ze blijft in de stand staan die we inmiddels zo goed van haar kennen, haar natte haren rusten op mijn arm. Ik duw haar van me af.

Ik ben blij als Vriendin zegt dat ze het goede muziek vond. Ik voelde me verantwoordelijk, nam haar mee naar iets wat ze niet kende.
Ik voel me ook ouder geworden. Te oud voor dit soort concerten, staand, met dringende, door muziek heen pratende mensen. Mijn rug beklaagt zich. Ik voelde me oud, stijf en lelijk, en Nederlands.

Zaterdag 14 november

Vandaag had ik veel moeten schrijven, minimaal een paar hoofdstukken om de deadline te halen, maar het lukt niet.
In mijn hoofd strijden 'geef nu maar op, die deadline haal je toch niet' en geef nu maar op, schrijven kun je toch niet' om de eerste plaats.
Ondertussen staat het schaatsen aan. Jonge mensen nog, ik zou hun moeder kunnen zijn, en ze leveren al zulke bewonderenswaardige prestaties. Als het alweer donker is trek ik kleren aan. Ik aarzel, besluit dan toch make-up op te doen.
Haast me dan naar de winkel.
Als ik mijn fiets parkeer komt Thomas aanrijden. Thomas is een treinliefde van jaren geleden. Wat doet hij hier, hij woont aan de andere kant van de stad. Hij schrikt als hij me ziet, pakt heel snel een paar artikelen uit een rek en rekent af. Van een afstandje kijk ik naar hem, als naar een dichtgeslagen goed boek.

Ik kom voorbij een man en een vrouw, ze wisselen de laatste nieuwtjes uit. Hun gesprek stopt even als ik langsloop en ze kijken me indringend aan. Ik zoek wat ik nodig heb, merk dat ik met meer mensen oogkontakt heb, zowel mannen als vrouwen.
Is mijn mascara soms doorgelopen?

Bij de thee stuit ik op een man waar ik op zou kunnen vallen. Hij kijkt me aan, ik kijk terug. Hij doet een aarzelend lachje, ik lach vol terug. Nu durft hij te groeten, ik zeg hallo terug en loop door. Zie later hoe hij nog even zoekend de winkel in kijkt als hij zijn boodschappen afrekent.
Als ik weer naar mijn fiets loop kom ik weer langs de man en de vrouw en ze kijken me wederom indringend aan.

Thuis sta ik voor de spiegel.
Aan mijn mascara heeft het niet gelegen.
Ik heb een mooi gezicht vandaag.

Zaterdag 21 november

Ik denk, laat ik voor de verandering eens op tijd beginnnen.
Dus begin ik alle losse keukenspullen in kratten te laden, alle drankflessen in tassen, de foto's van de muur.
Over een paar weken beginnen ze met een interne verbouwing in mijn huis en alles moet aan de kant en weg.
Mijn huis staat in de steigers, duidelijk hoorbaar door de wind en de regen.
Ik zie het maar als een goede aanleiding voor een grote schoonmaak.
Vul 3 vuilniszakken met kleding die weggaat. Gooi aantekeningen van ooit gevolgde lessen. Probeer niet teveel alles te lezen, me te verliezen in herinneringen, ik moet nu vooruit.
Vooruit is sowieso het woord these days.
Dus niet of nauwelijks kontakt met Goede Man.
Stappen zetten op het werk.
Een afspraak maken met de huisarts.

Woensdag 25 november

De patronen worden weer zeer duidelijk.
Ik moet onderdak zoeken voor Poes. Heb in het verleden al meerdere mensen gevraagd en die hebben of nee gezegd, of na het een keer gedaan te hebben zeggen dat ze het niet meer willen. Niet dat Poes een monster is, maar mensen zijn allergisch, of hebben niets met katten, of hebben een andere reden.

Ik heb erg veel moeite met het vragen om hulp.
Ik heb nog meer moeite met het ontvangen van een nee.
Ik realiseer me heel erg goed dat een nee niet persoonlijk is, of hoeft te zijn, maar toch voelt het als een afwijzing.
Ik stuur een mail met de vraag, en als het antwoord binnenkomt durf ik dat eerst geeneens open te maken.
Vind het bijzonder mezelf in deze staat te observeren, dit gevoel van afwijzing zit wel heel erg diepgeworteld.
Maar deze angst moet ik onder ogen zien, Poes moet tenslotte een opvanghuis hebben.

Vrijdag 27 november

De huisarts beaamt mijn vermoeden.
Een zelfde soort knobbel als 2 jaar geleden.
We maken een afspraak voor de ziekenhuisafdeling met die rare naam: de mammapoli.

Direkt daarna ga ik naar de winkel.
Koop teveel lingerie.

Zondag 29 november

Het huis klinkt hol, ziet er uit als een standaard nieuwbouwwoning, dit is niet meer van mij, mijn veilige plek is weg.
Mijn kleren in kratten, keukenspullen in een tas, beddengoed voor de ramen.
Poes weg.

Vriendin was zo ontzettend lief om me te helpen mijn huis gereed te maken voor de verbouwing.
Wat een stoer wijf, draait de schroeven overal uit, staat op trappen, sjouwt met mijn meubels en ik loop er wat ontredderd achteraan.

Dikke tranen als ik de deur dichtsla van de auto waarmee Vriendin met Poes wegrijdt.
Ik leg een hand om mijn linkerborst.
Voel steeds meer knobbels.