Zondag 23 november
Hallo winter.
De vlokken herbergen de tranen die ze niet huilen kan.
Om een gevoel van het nutteloos verstrijken van de tijd te verdrijven maakt ze ruimte vrij op haar harde schijf. Alsof ze daarmee ook bepaalde schadelijke bestanden uit haar geest kan verwijderen, virussen kan deleten.
Muziekjes, ooit gekopieerd van anderen, nu eindelijk eens beluisterd, en afgekeurd.
Plaatjes, gebruikt en hergebruikt en op meerdere plaatsen opgeslagen.
Gegevens van mensen die ze niet meer ziet, het zijn er meer dan ze dacht.
Dan komt ze bij bestanden waarvan ze het bestaan niet kende.
Ze opent ze, aarzelend.
Schrikt van wat ze leest. Van wat ze niet leest. Van wat ze ziet gebeuren.
Chatsessies waarin ze zich blootgeeft, veel te snel.
Ze weet beter, zoveel beter, maar kan er niet naar handelen.
Het is een oerdrift, een constant verlangen gezien te worden, aangeraakt te worden.
Een zoektocht naar de bevestiging dat ze er is en mag zijn.
Een zoektocht waarin kind en volwassene hand in hand gaan.
Ze is boos als ze terugleest hoe ze zoekt waar ze het niet zou moeten zoeken.
Schaamt zich, als ze ziet hoe ze kruipt, hoe ze hunkert.
Wordt misselijk als ze de afloop leest.
Een afloop die te verwachten was, die ze zelf in gang heeft gezet, en toch altijd weer pijnlijk en confronterend is.
De onvermijdelijke woorden: 'ik zal op jou niet verliefd kunnen worden', in meerdere varianten gemaild, synoniem aan het nooit uitgesproken 'ik hou van je', van haar ouders.
Ze heeft zich in haar jeugd talloze malen afgezet tegen haar opvoeding. Maar afzetten is geen losmaken, integendeel.
Ze is nog steeds dat kind dat hongert, dat met grote ogen om zich heen kijkt, haar hand verlangend naar een andere hand, conclusies trekkend als die hand niet komt.
Ze weet dat dit niet helpt.
Dit lezen, dit denken.
Maar eenmaal gestart is het als sneeuw die blijft liggen.