Donderdag 1 november

In een poging de onzekerheid iets te beteugelen ga ik deze vrije dag verder met de handleiding voor mijn werk. Probeer ik door kennis de illusie in stand te houden dat ik dit ga kunnen, dat ik straks in het callcenter iedere klant moeiteloos zal kunnen helpen.

Bedenk 's middags dat ik toch maar even naar buiten moet. Dat het misschien wel goed is om nu mijn voorraden aan te vullen, omdat ik komende 2 dagen moet werken en dan niet nog eens boodschappen voor het weekend wil doen.
Dus ga ik met 2 grote tassen naar de winkel.
Bedenk me bij het verlaten van mijn schuurtje dat het goed is om nu mijn band op te pompen, en daar niet pas aan te denken als ik me morgenochtend aan het haasten ben om op tijd naar het station te komen.
Halverwege op mijn weg van huis naar winkel is mijn band volkomen plat.
Lopend en vloekend vervolg ik mijn weg.

Koop in de winkel alleen het hoognodige, ik kan nu niet enorme voorraden gaan sjouwen.

Loop terug, laat de fiets bij de winkel achter, kan het nu niet opbrengen de fiets naar het station te brengen om de band te laten plakken en de fiets achterlaten bij de fietsenmaker op de route kan ook niet omdat die stom en duur is, en ik dan pas op een eerste vrije dag mijn fiets pas weer zal kunnen ophalen.
Ik loop en denk aan mijn werk.
Wil morgen extra vroeg beginnen, proberen weer wat orde te scheppen, proberen al het werk in een werkdag te proppen.
Opeens lig ik languit op straat.
Geen idee wat er gebeurde, waar ik over struikelde, maar ik lig plat, ik voel mijn knieën en handpalmen gloeien en pijn doet. Ik kijk niet naar de oude man die oei oei oei zegt, ik sta op en loop door.

Thuis zie ik het bloed. Binnenkort weer korstjes die ik steeds weer open kan krabben.
Mijn tranen stollen in een nietsontziende boosheid.
Vrijdag 2 november

De wekker staat op 5.30. Ik heb bedacht de trein van 7 uur te nemen, zodat ik op mijn werk in alle rust dingen kan doen.
Anderhalf uur later lukt het me om op te staan.
Met de bus naar het station, want lekke band. De fiets staat nog bij de supermarkt, en moet ik nog naar het station brengen. Had ik vanmorgen willen doen, maar nu moet ik me haasten. Zie vanuit de bus dat mijn fiets er nog wel staat.

Op mijn werk maak ik een hele duidelijke taakverdeling. 2 Mensen hebben vandaag een klus te klaren en mogen daarin niet gestoord worden. Een ander moet de mail wegwerken en springt als het echt nodig is bij aan de telefoon. De 2 overigen, waaronder ikzelf bemannen balie en telefoon. Een dag waraop over het algemeen geconcentreerd wordt gewerkt.

Ik heb een paar goede ideeën vandaag.
Ik haal gebak, om de werkmoraal te ondersteunen.
Ik bedenk dat ik volgende week met iedereen een hel kort werkoverleg heb, om echt te bespreken wat er nog ligt aan werk en dat in de uren daarna direct weg te werken. Ik zoek naar een manier om tot efficientie te komen, minder fouten, minder stapels, minder stress. Zodat ze ook echt kunnen werken aan de taak die ze krijgen, in plaats van ondertussen nog een druk te voelen.

Thuis val ik in slaap bij Motorcycles Diaries.
Aan de film heeft het niet gelegen.
Zaterdag 3 november

En weer lukt het me niet om vroeg op te staan. Heb gisteravond thuis nog aan het rooster zitten werken voor de maanden december en januari. Wel loop ik naar de supermarkt, loop met mijn fiets naar het station en lever deze in. De reparatie kan niet vandaag, vandaag werken er alleen mensen die bonnetjes afgeven en innemen.

Het vanmorgen lekker in alle rust dingen wegwerken is er niet bij, de anderen zijn er al en al snel is het tijd om de deur open te doen voor klanten. Het tussendoor doen van supervisieklussen lukt ook niet, de telefoon gaat veelvuldig en ik heb gestelddat de algemene mailboxen leeg moeten zijn aan het einde van de dag.
Dat lukt bijna.

Ik ga nog even door als de klok 5 uur geslagen heeft.

Maak het rooster compleet, verwerk wat administratieve zaken, werk mijn mails weg, loop de voorraden door, zorg dat de winkel weer op orde is en de mappen met de vele dossiers die nog wachten op betaling, wachten op tickets van derden, of wachten op acties die pas later kunnen, weer oppakbaar zijn door ze te verdelen over meerdere mappen.

Het is half 11 's avonds als ik de deur sluit.
Er rijden geen intercity's dit weekend, en met de sneltrein haal ik nog net de laatste bus naar huis. Zie Pierre Bokma zoenen op een bankje op het station.

Nog 1 dag weekend.
Zondag 4 november

Op de bank hangen.
Opruimen.
Studeren.

Maandag 5 november

Dag 1 van een strakker regime.
De rol past me wel.
Ik ga vandaag zitten met collega 1, de komende dagen met de anderen. Ik schrijf op welke dossiers er nog liggen en welk werk er nog aan gedaan moet worden. We nemen alle mails in de eigen inbox door.
Na een van tevoren afgesproken tijd kom ik weer langs met mijn lijstje om af te kunnen strepen.
Niet alleen worden dingen zo inzichtelijk en afgemaakt maar ook krijg ik zo inzicht in wat blijft liggen en waarom.
Soms blijven mensen heel lang proberen om dingen zelf op te lossen terwijl een ander daar heel goed mee kan helpen waardoor je weer tijd bespaart.
Dit is wat ik kan, het aansturen van mensen, ze motiveren.
Kon ik met mezelf maar wat ik met anderen kan.
Dinsdag 6 november

Het hoesten gaat onverminderd door.
Het aansturen, overwerken en slecht eten ook.
Woensdag 7 november

Vandaag ga ik op tijd naar huis.
Ik zeg het hardop.
Toch is het weer een paar uur na sluitingstijd voor ik de deur achter me dicht doe.
Het nadeel van anderen aansturen is dat mijn eigen werk blijft liggen.
Ben inmiddels zo moe dat ik de hele dag nog niet naar eten heb getaald.
Misschien goed voor de lijn die ik hoor te hebben, maar niet voor de toch al ver te zoeken conditie.
Logisch dat de hoest zo blijft hangen.
Donderdag 8 november

2 Goede reden om op tijd we te gaan.
Er dreigt storm en ik hoef niet persé weer een nacht in de Rai door te brengen.
De laatste aflevering van ER.




Vrijdag 9 november

Omdat ik volgende week in het calcenter werk op de andere vestiging, moet ik het hier netjes afronden.
Dat betetent weer tot laat overwerken.
Mijn mobiel gaat af.
Ik kijk in de display: BHV.
Ik aarzel niet, neem op.
Wat is het goed haar stem te horen.
Wat hebben we elkaar (te) lang niet gesproken.
We kennen elkaar, herkennen ons in elkaar.
Misschien hebben we teveel respect voor elkaar en voor elkaars stiltes.

Maar wat is het goed nu, en met de headset op, loop ik door de winkel, en praat ik met haar.

Het is half elf als ik het licht uitdoe, en 12 uur als ik het licht thuis weer aandoe.
2 Dagen vrij, het is lang geleden. Geen huiswerk mee.
Er is schaatsen, en er is een bed, er is verder helemaal niets.
Dit weekend is er een borrel van het dorp.
Ik moet er niet aan denken, en meld me af.
Ben zo ontzettend niet sociaal.
Zaterdag 10 november

Het is 9.50 als er gebeld wordt. Het duurt even voor het tot me doordringt.
Kijk dan wie ik gemist heb: mijn collega's. Ik bel terug, ja, sorry, je belde me wakker, en nee, is niet erg, en geloof me, ik val zo echt wel weer in slaap.
Los op wat opgelost diende te worden en val inderdaad vrij snel weer in slaap, na een enorme hoestbui, die dicht tegen hyperventilatie aanzit, te hebben overleefd.
Als ik ergens, veel later op de dag, weer eens wakker word, hoor ik mijn telefoon piepen.
Ik kijk wie ik gemist heb: Doc.
Schrik, bedenk opeens dat ik met hem naar de dorpskroeg had zullen gaan en heb wel de kroeg maar niet hem afgezegd. Neem contact met hem op, we maken een nieuwe afspraak.
Kan me er niet toe brengen om eten klaar te maken.
Schaam me tegenover mijn buren vanwege mijn gehoest, maar ook Poes draait haar koppie weg als ik alweer lig te blaffen.
Verder genieten we er wel van, samen, zo in bed.
Het licht blijft uit.
Zondag 11 november

De enige woorden die ik spreek vandaag zijn tot Poes gericht, en worden gefluisterd.
Ik denk soms dat de hoest afneemt, om vervolgens weer in enorme rochels te belanden.
Niet alleen daarom zie ik op tegen komende week.

Ik dwing mezelf tot opstaan. Versleep het dekbed naar de bank. Ruim nog wel op, stofzuig, werk mijn site bij.
Kijk schaatsen. Luister naar de cd van Stevie Ann.
Zie op tegen komende week.

Vrijdag stelde BHV me de vraag of ik nog vecht tegen een depressie of er al midden in zit.
Ik moest het antwoord toen schuldig blijven, denk het na deze 2 vrije dagen wel te weten.
En ja, natuurlijk zijn er de handvatten, en de dingen die je kunt bedenken waardoor je je beter zou kunnen gaan voelen.
Maar dat zijn dingen uit je hoofd, en mijn hart wil niet.
Ik wil me niet beter voelen, ik vind niet dat ik dat waard ben, dat ik dat aan kan en aan wil, en dus blijft de plaat weer eens hangen.

Het is de vraag of ik moet gaan wachten op die interne motivatie, of tot ik weer weet hoe ik die kan opwekken, of dat ik toch mijn toevlucht moet zoeken in die verstandelijke dingen die niet met mij verbonden zijn en waar ik me zo ontzettend niet in kan vinden.
Zoals diëten bijna kansloos is als je het jezelf oplegt.
Maar je doet wel wat.
Ik zie op tegen komende week, waarin ik heel veel moet doen.
Maandag 12 november

Love of my life.
Als ik zou vertellen dat ik the love of my life heb laten weten geen kontakt meer met hem te kunnen hebben zou ik daarmee all my other loves te kort doen. Zou ik zeggen dat ik dat heb laten weten aan A love of my life dan doe ik Goede Man tekort.
Maar misschien noem ik iemand nog steeds love of my life als ik met die iemand geen echte relatie heb gehad. Als ik mijn levensliefdes zou moeten tellen dan zijn het er... eh... 3...? (sla ik nu echt niemand over?)
De 1e sloeg me om de oren met de waarheid na een relatie vol geweldige seks en een diepe vertrouwdheid, en liet me daarmee achter in de puinhoop die ik was.
De 2e is nu mijn beste vriend, we hebben hoogtes en dieptes gekend, stabiliteit en onzekerheid, maar ik zie hem niet meer in die hoedanigheid, daarvoor is hij nu teveel Vriend.
Nummer 3 heb ik gisteren gemaild, een antwoord op zijn vraag hoe het met me ging.

Heb lang moeten denken over mijn antwoord.
Denk nu dat het misschien beter is als we helemaal geen kontakt meer hebben.
Ik was daar nooit een voorstander van, net doen of iemand er niet is wil niet zeggen dat je iemand ook echt uit je hart kunt laten wandelen, maar ik weet even geen andere weg meer.
Het ga je goed.

Ik weet het. Het woord misschien zwakt af, net als even, maar weghalen kon ik niet over mijn hart verkrijgen.
En ja, ik weet het, het klinkt nogal dramatisch, maar kaler maken kon ik niet, dit ben ik. Vanuit dat licht, dat theatrale licht, bezie ik hem ook als The Love of My Life.

Is het toeval dat er heel even een zweem van opluchting door het huis waart?

Er komen een paar heldere momenten voorbij. Ik erváár wat ik al bedácht had: je kunt de akkers van je leven niet oogsten als je bepaalde stukken vergiftigd met verdelgingsmiddelen.

Dit durf ik uiteraard niet hardop te zeggen. Want stel je voor dat iemand (lees Love of My Life) nu gaat roepen dat hij het respecteert en het een mooi proces vindt.

Het is wel een beslissing die bij dit jaargetijde past.

Dinsdag 13 november

Om het uur word ik wakker, half 2, half 3, half 4, en er volgt een heftige hoestbui.
Ik schaam me voor de buren, ben me bewust van iedere kraak die ik boven me hoor, het bewijs dat ik ze wakker heb gemaakt.

Het opstaan valt me zwaar en ik verwacht niet dat ik de dag door ga komen.
Wat ik natuurlijk wel doe.
De tijd gaat weliswaar langzaam, en er is meer werk dan dat er tijd is, maar ik kom de dag door.
Om in de trein in een hele diepe slaap te vallen.
Om thuis op de bank te zitten, hoofdpijn van het hoesten.
Niet goed wetende wat te doen, nu ik niet overwerk en geen huiswerk doe.
Woensdag 14 december

In de supermarkt beland ik in een wedstrijd 1 minuut gratis winkelen.
Ik wil met mijn karretje door de klapdeurtjes, maar voor de ene staat een man in pak, de organisator van dit alles, voor de andere een oudere man met zijn dochter en een leeg karretje, in de startblokken. Ik kan niet naar binnen. Wacht op het aftellen. Bij 0 rennen de 2 de winkel in, de man in pak erachteraan.
De oude man graait als eerste naar een tros bananen.
Gedurende mijn winkelen rennen er steeds weer andere stellen voorbij. De ene wagen wordt gedomineerd door een krat bier, de ander door wasmiddel, en een volgende door een pak luiers.
Personeel en klanten bewegen wat voorzichtig door de paden, springen regelmatig opzij voor de koopdrift van de graaiende stellen.

Mijn moeder won ook ooit iets dergelijks, ze kreeg 2 minuten. Zodra bekend werd dat ze de prijs had ging iedereen zich ermee bemoeien, tactieken opdringen. Mijn moeder was van tevoren veelvuldig in de winkel te vinden, om precies te bepalen wat waar lag.
Ik mocht met haar mee.
Het was voor openingstijd, de winkel was nog leeg, op personeel na.
Mijn moeder rent niet, zij loopt, hooguit wat gehaast. Ik bestuurde de winkelwagen, graaide af en toe wat mee. Personeel moedigde aan, reikte spullen aan, maar mijn moeder nam alleen de dingen aan die ze daadwerkelijk gebruikt. Ging echt op zoek naar de dingen die ze normaal gesproken ook koopt.
Van de 3 winnaars hadden wij uiteindelijk de minste waarde in ons karretje.

Eenmaal buiten zie ik mensen bekijken wat ze eigenlijk hebben gepakt. Roepen ze de dingen die ze vergeten zijn, wasverwachter, toiletpapier, vlees, en ze pakken boodschappen op en bekijken wat het eigenlijk is, of het eetbaar is, of kostbaar.

Op de fiets, op de terugweg, probeer ik een lijstje te maken van de winkels waar ik wel en minuutje gratis zou willen winkelen.
Donderdag 15 november

Goede Man schrijft dat mijn antwoord hem in zijn hart snijdt maar dat hij het wel begrijpt. Dat hij hoopt dat we ooit weer eens contact zullen hebben maar dat hij het initiatief bij mij zal laten.

Heel eerlijk gezegd niet helemaal het antwoord waar ik op hoopte, ik word er wat bitter van, denk dat het met dat snijden in zijn hart wel heel erg meevalt. Aan de andere kant kan ik zeer oprecht zeggen dat ik mijn mail niet geschreven heb in de hoop dat hij alsnog voor me zou willen gaan, die hoop heb ik opgegeven.

Het maakt me verdrietig.
Nooit meer contact met hem klinkt zo eindeloos en feitelijk heb ik er niet zelf voor gekozen.
Tegelijkertijd heb ik wel een beslissing genomen in het omgaan met mijn gevoelens voor hem, en dat voelt heel diep van binnen wel een heel klein beetje goed. Hoewel ik dat nog niet durf toe te geven, uiteraard.
Vrijdag 16 november

Ik heb al vaker gezegd, al vaak gezegd, dat ik Goede Man uit mijn leven moest bannen. Zei het wel maar wilde het niet, wilde misschien eigenlijk stiekem een reactie ontlokken.
Nu wil ik het nog steeds niet, maar het moet, zoveel is duidelijk geworden.
Na onze laatste ontmoeting is duidelijk dat het nooit meer iets gaat worden. Als het al iets wordt met iemand anders dan zijn huidige relatie dan ben ik het niet. Is ook duidelijk geworden dat het voor mij geen winst zou zijn als ik hem al een keer over zijn grens zou trekken. Kortstondig geluk, dat op den duur alleen maar diepe wonden achterlaat.

De dingen die ik nu doe, doe ik niet omdat ik ze wil. Ik ben nog opstandig. Ik ben boos en verdrietig. Maar ik doe ze dit keer niet om nog een reactie te ontlokken. Die hoop is vervlogen, dat die reactie echt zin zou hebben.

Dus verwijder ik hem uit mijn MSN-lijstje.
Ik ben geneigd mijn profiel uit het Dorp te verwijderen, maar daarmee zou ik meer mezelf pijn doen dan hem, en volgen kan ik hem dan nog steeds, dus minimaliseer ik, om zo toch enigszins tegemoet te komen aan mijn behoefte van terugtrekken.

Ik wil niet, maar ik moet wel, dat is overduidelijk.

DD stuurt me in dit verband de volgende mooie woorden:
Ik herken je verhaal wel. Ik zou haast zeggen: dapper, maar het is denk ik niet het goede woord, als je geen andere keuze meer hebt. Is het niet als een stuk van jezelf moeten laten sterven? Immers, de 'liefde' ben je grotendeels zelf, de geliefde een prachtige aansteker van de vlam?



Zaterdag 17 november

Heb je wel zin om te komen, vraagt ze.
Ik snak naar dagen thuis, weekenden vrij, maar ik laat deze afspraak wel door gaan.

Dus ga ik naar Grote Zus en haar Vriend.
Een gezellige avond aan een grote tafel. Gesprekken over goed zijn voor jezelf en hoe dat er uit zou moeten zien. Over ouders en opvoeding. Over schaatsen en voetbal.
Wat een mooie vrouw is Grote Zus.
Warm, zoals haar huis. Sociaal, attent, zorgzaam.
Ik voel me steeds dichter bij haar staan, hoewel ik altijd Zusje zal blijven.

Op de terugweg met de trein beland ik in een redelijk stille Oranje massa. Er is een overwinning, er is een plaatsing, maar er is gen vreugde, behalve de vreugde die voortkomt uit bier en samenzijn.
Thuis kijk ik op de video naar het laatste stukje schaatsen. Een geweldig wereldrecord van Sven Kramer.


Zondag 18 november

BHV is geen bezoek.
BHV wil ik altijd wel zien.
We hadden al een date staan voor vandaag, nog niet qua inhoud ingevuld, en ik stel voor naar het Singer Museum te gaan. Er is een tentoonstelling: Schilders van de ziel, en daar schijnt ook een beeld van Camille Claudel te zijn.

Van de website van het museum:
Het symbolisme is een geesteshouding die reageerde op het heersende positivisme en de teloorgang van spiritualiteit, als gevolg van de industriële revolutie en het geloof in de wetenschap. Kenmerkend is het willen uitdrukken van zielstoestanden en ideeën, met symbolen zoals dromen, visioenen en sprookjes, waarbij de suggestie en emotie een belangrijke rol spelen.
Geliefde onderwerpen zijn de vlucht en het ontstijgen aan de materiële wereld. Grote belangstelling is er voor het spirituele, religies (katholicisme), esoterie, satanisme en klassieke mythen en oude legenden.
Al deze elementen zijn terug te vinden in de expositie in thema’s als Het Landschap van de Ziel, De Wereld van de Weemoed, De Duistere zijde van de Ziel, De Ziel van de Legenden, Italiaanse invloeden, Mystiek Symbolisme, Het Mystieke Landschap, De Ziel van het Landschap.

Er zitten mooie schilderijen bij, mooie droomwerelden en soms mooie kleuren en natuurlijk is Camille met La Valse weer prachtig, mooi uitgelicht. Eeuwig zonde dat je hier niet mag fotograferen, ook niet zonder flits.
Vind ook dat de entreeprijs echt te hoog is, voor een relatief klein museum, hoe charmant ook. Maar daar zal het overwegend Larense welgestelde pubiek geen moeite mee hebben.

Zie veel onbekende namen, waaronder Lucien Lévy-Dhurmer, die werk heeft in zeer mooie kleuren.

Het is weer een ouderwets gezellige dag.
Goede gesprekken, dwalen rond Hilversum, al dan niet bedoeld, en kijken schaatsen.
Maken nieuwe plannen.

Over 2 weken ben ik 2 weken vrij.
Ik kijk er naar uit, ik heb er behoefte aan.
Ga geen grote vakantie doen, overweeg nog een paar dagen Dublin/Belfast of Kopenhagen. Maar wil ook opruimen, vooral letterlijk, en dan hopen dat mijn geest volgt. Heel veel weggooien, heel veel loslaten.
Heb de mailwisseling met Goede Man nog niet durven deleten.
Maandag 19 november

De dag begint met een klant die in het weekend al in Kopenhagen had moeten verblijven. Een opeenstapeling van misverstanden en vaagheid die me 3 uur bezighoudt. Uiteindelijk krijg ik hem op het vliegtuig naar Stockholm die avond waardoor hij vanaf daar zijn rondreis naar Helsinki en St Petersburg en Moskou kan vervolgen.
We hebben een zieke vandaag, waardoor we met 2 overblijven. Dat betekent continu mails, klanten en telefoon.
Dit alles onder het begeleidende geluid van boren omdat er vandaag een alarminstallatie wordt geďnstalleerd.

Daarnaast houdt 's middags het systeem er mee op, waardoor we veel vragen moeten noteren. Pas laat op de middag begint alles weer een beetje te werken en kunnen we klanten terugbellen. Om kwart over 5 komt er nog een klant die de volgende dag naar Engeland wil met 2 Tibetanen. Er is geen hotel meer te vinden en de pas voor reizen door Engeland wil niet uit het systeem komen. 1,5 Uur na sluitingstijd verlaat de klant met zijn 2 Tibetanen de winkel, zonder tickets.

Had na een weekje op het callcenter het hoge werktempo en het op tijd naar huis gaan graag door willen zetten.

Dinsdag 20 november

Een oude gebogen man blijft staan op de drempel van de AKO. Zijn blik is gericht op de vrouw bij de kassa. Ze rekent af en draait zich naar hem om. Zijn bewondering is duidelijk van zijn gezicht te lezen. Zijn hoofd schudt wat op en neer, zijn mond staat een beetje open, zijn lichaam is in alle staten. De vrouw loopt langs hem, hij draait zich naar haar, zijn stok helpt om het evenwicht te bewaren. Hij mompelt goedkeurend, zijn tong hangt nog net niet uit zijn mond.
De vrouw merkt het niet op, of geeft in ieder geval geen reactie. De man blijft haar nog even staan nakijken, zijn gedachten bij de tijd dat hij nog jonger was, aantrekkelijker, energieker.
Draait zich dan om.
Loopt de AKO in, kijkt even om zich heen, schuifelt dan naar het schap naast de kassa. Bladert in het tijdschrift Stout, kijkt plaatjes.
Rekt hiermee nog even het gelukzalige gevoel van weer even tot leven komen.
Woensdag 21 november

Post van een lezeres.
Ze stuurt me een een stuk van een site van Judith Hamerlinck. Schrijft me dat ik er misschien om moet lachen, of het te relativerend vind, of er nog niet aan toe ben.
Ik lees het stuk meerdere malen. Vind het mooi. Troostend. Relativerend. Ben nog niet zo ver, zit nog in mijn opstandige fase, ook nog wat ontkennend, boos op de wereld, op Goede Man, op mezelf.

Het einde van een relatie

Als je aan een relatie begint, dan is de subtiele aanname dat die relatie niet zal eindigen. Gebeurt dat toch, dan wordt dat als een persoonlijke fout gezien. En dan maakt het niet uit of dat gebeurt in goed overleg, door ruzie, door afwijzing, verhuizing, uit elkaar groeien of door overlijden. Er zit een fiks element van ‘fout’ in, gevoed door de verwachting van oneindigheid. Het maakt ook niet uit of het een liefdes-, familie- of vriendschapsband is, en of het einde heftig gaat of langzaam minder wordt in de tijd. 

Je zou je kunnen afvragen of die aanname van on-eindigheid wel correct is, of dat dat een vergissing is. Wellicht gevoed door het persoonlijkheidsidee dat het aangaan van een relatie een vorm van acceptatie van de ander is, en dat betekent in persoonlijkheidstermen automatisch dat ‘dus’ het einde van een relatie een vorm van non-acceptatie, afwijzing is.

Zonder die oorspronkelijke persoonlijkheidsinterpretatie is een relatie gewoon een serie van contacten met iemand, meer of minder frequent en intensief, voor een bepaalde tijdsduur en in een bepaalde fase in ieders leven (die jullie van tevoren niet kennen). Net zo min als dat je de waarde van de relatie kunt kennen aan de hand van het meer of minder voldoen aan de persoonlijkheidsnorm ‘leuk’ (en de verwachting dat het einde van de relatie je ‘dus’ een aantal leuke ervaringen zal ontnemen). De waarde van een contact hoeft niet te worden afgemeten aan de hand van de relatie waar het al dan niet onderdeel van is, zelfs eenmalige contacten kunnen bijzonder waardevolle bijdragen aan je leven leveren.

Het is een behoorlijke beperking om te denken dat iedereen die je ontmoet een zinvolle bijdrage kan leveren in alle fasen van je leven. Een heel beperkte groep zal je inderdaad je leven lang tegenkomen, en zelfs daarin zullen de fases en intensiteit van jullie contacten wisselen. Verder zal je gewoon veel mensen tegenkomen die een rol vervullen in een deel ervan, zelfs als ze een label opgeplakt hebben gekregen dat ‘levenslang’ suggereert (kind, ouder, echtgenoot e.d.). Verwelkom dat, jullie zijn elkaars ‘specialisten voor een bepaald issue’. Doe wat jullie moeten doen tijdens de contacten, gebruik die zoveel mogelijk voor delen van je Zelf en bewustwording, en laat de ander los en vrij als blijkt dat die fase over is, ook als het einde met wat gesputter en/of overduidelijke afwijzing gepaard gaat (dat biedt je op de valreep nog een prima oefening in vergeving!). Met dank voor alle bijdragen aan ieders bewustwordingsproces, en de ervaringen die jullie daarbij gedeeld hebben.

En last but not least: fysiek kan een contact voorbij zijn, of je je ook mentaal voor de ander afsluit, is een keuze die je zelf kunt maken. Op het niveau van jullie innerlijke Zelf is er immers geen volledige afgescheidenheid. En zelfs als de ander er niet meer bij is, kan je de issues die jouw persoonlijkheid de ander nadraagt, nog prima voor jezelf loslaten. Soms lukt het gewoon niet om iemand te vergeven of door diens persoonlijkheid heen te kijken zo lang hij er nog is en lukt dat je wel achteraf, daarmee alsnog jullie relatie (zonder verdere nieuwe input) gebruikend voor een stuk bewustwording waar je in nieuwe relaties plezier van gaat hebben.

copyright Judith Hamerlinck



Donderdag 22 november

Gistermiddag op mijn werk kwam er een telefoontje van de uitgever waar ik enige maanden geleden meedeed aan een wedstrijd. Deze won ik niet, maar ze geven de afgevallen schrijvers wel een kans om hun boek uit te geven.
Omdat ik ieder moment weer klanten aan mijn balie kon krijgen vraag ik haar om de volgende dag, als ik vrij ben, terug te bellen.

Ik sta op het punt naar de wc te gaan als er gebeld wordt. De uitgever.
Ze vertelt me in grote lijnen wat er nu gaat gebeuren.
Eerst komt er een schrijverscontract.
Als dat ondertekend terug is komt er een planning. Ik moet denken aan een Boek in de zomermaanden.
Dat zijn mooie maanden voor een Boek.
Dan komt een schrijversinstructie. Ik heb dan gelukkig nog de tijd om rustig naar het manuscript te kijken, het is nu in behoorlijke haast afgeleverd, kan er nu nog niet echt achter staan.
De instructie wordt begeleid door een schrijversformulier. Hierin zet ik een biografie en een korte samenvatting van de inhoud. Deze komen op de achterkant van Het Boek.
Maar eerst worden deze gebruikt voor een promotiemail.
Ik moet 80 emailadressen aandragen waar die mail naar gestuurd gaat worden. Deze mensen moeten vooraf toestemming geven dat ze de promotiemail willen ontvangen, in verband met de aangescherpte anti-spam regels. Het lijkt veel, 80 adressen, zegt ze, maar die hebben ze ook nodig om uit de kosten te komen.
Daarna krijg ik een auteursinlog waarmee ik de verkoop van Het Boek kan volgen.

Ik gebruik dit medium dan ook maar om te vragen wie op de mailingslist wil. Dat betekent niet dat je toezegt het boek te gaan kopen, maar wel dat je over een aantal weken/maanden de mail over Het Boek wil ontvangen.

Mail me als je wilt je toestemming.

Vrijdag 23 november

Het functioneringsgesprek, mijn eerste contract loopt bijna af.
Ik heb een beetje een trauma rond dit soort gesprekken, was meestal het moment waarop verzwegen dingen boven kwamen, een voortzetting van hoe het thuis ging.

Nu weet ik dat als het echt niet goed zat, ik dat wel eerder had gehoord.
Maar toch.

Ze zijn blij met me, willen graag dat ik blijf.
We praten over zorgpunten, zoals het vele werken en de strijd van het dubbele in mijn functie, het boeken en het sturen.
Het efficiënter indelen van tijd, die van mij en die van mijn collega´s.
Ze zeggen dat ze mij heel bewust voor deze functie willen, en dat dat betekent dat ze altijd voor 100% achter me zullen staan.

Met dit werk worden wonden geheeld.
Zaterdag 24 november

Het enige voordeel van een onverwachts ontzettend drukke dag in de winkel is dat je het extra waardeert als dan uiteindelijk je weekend begint. Ik haal lekkere dingetjes uit de supermarkt en nestel me op de bank, tv, dekbed, Poes, boek.
Vraag me heel erg af of ik mijn ouders en Grote Broer en Vrouw kan vertellen over mijn boek.
Ik ben best bereid om de paar mogelijk kwetsende passages over hen te schrappen, maar wat te denken van de stukken over mannen, de vele stukken over de vele mannen.

Ik wil ze niet kwetsen.
Maar ik wil me ook niet tegen laten houden door mijn opvoeding, waarin ik tot in het extreme leerde rekening te houden met anderen.
Net zoals kinderen het geen prettig idee schijnen te vinden om te denken aan hun ouders die seks hebben, zo zal dat ook met ouders zijn. Ik zal hier maar niet roepen dat ik mijn ouders juist graag had willen zien seksen, of in ieder geval had willen horen of weten dat ze het vaker deden dan de 3 keer dat er kinderen zijn verwekt, zodat ik had geweten dat er liefde was, intimiteit.

Ik wil ze ook niet minder de belangrijke dingen uit mijn leven onthouden.

Ik vind het moeilijk, maar ik neem me voor nog even geen beslissing te nemen.
Zondag 25 november

De nieuwe Harry Potter ligt op schoot. De schoot ligt op de bank, onder een dekbed, met Poes erboven op.
Ik sla de eerste bladzij om.

De dood is slechts de oversteek naar een andere wereld, zoals vrienden de zeeën oversteken: ze leven in elkaar voort. Want zij die leven en liefhebben in dat wat alomtegenwoordig is, moeten uiteraard nog aanwezig zijn. In die goddelijke spiegel zien ze elkaar van aangezicht tot aangezicht en is hun omgang vrij en zuiver. Dit is de troost van vrienden: dat, hoewel men kan zeggen dat zij in zekere zin sterven, hun vriendschap en gezelschap nimmer vergaan, in de beste zin van het woord, omdat die onsterfelijk zijn.

William Penn, More Fruits of Solitude

Ik denk aan Annie, die ik nog zo dicht bij me voel, ook als er geen kastanjes uit de lucht dwarrelen.
Ik denk aan andere dierbaren die zijn gestorven.
Maar vooral denk ik aan een dorpsgenoot en vriend, die deze komende week zijn moeder gaat verliezen. Deze week zijn ze met de ambulance nog een laatste keer naar zee geweest, een laatste wens.

Verplaats me in degene die sterft, die berust, die zowel opgelucht als intens verdrietig zal zijn.
Verplaats me ook in degene die machteloos toekijkt, die er onvoorwaardelijk voor haar is, en zijn eigen gevoelens tijdelijk opzij moet zetten.

Maar voor beiden geldt:
Hoe neem je afscheid?
Hoe laat je in godsnaam los?
Maandag 26 november

Goede Man is in het Dorp, ik ben in het Dorp.
We zien elkaar, maar we spreken elkaar niet.
Het maakt me verdrietig, en heel alleen.
Maar het kan niet anders.
Niemand om me op te richten dan mijzelf.
Dinsdag 27 november

Krijg opeens een bericht uit het Dorp.
Van Goede Man.
Hij zegt hallo.
Ik aarzel.
Zeg hallo terug.
Hij zegt dat hij even niets van me gehoord heeft.
Ik antwoord dat dat een bewuste keuze was.
Hij zegt dat hij het niet kon laten en ik antwoord dat ik daarvan in de war raak.

Weet niet of ik boos moet worden of verdrietig.
Blij is geen optie, niet meer.

We gaan ondergronds.
We hebben het erover dat het raar is elkaar in dit Dorp wel te zien maar niet te groeten. Ik zeg hem dat ik denk dat dit de enige manier is, maar dat ik hem mis. Hij laat weten liever geen verstoppertje met me te spelen, tenzij ik zeg niet van hem gediend te zijn.

Maar dat is het probleem juist, ik ben nog teveel van hem gediend.

Ik vertel hem over Het Boek, waar hij een rol in speelt.



Woensdag 28 november

Op de dag dat ik lees dat dorpsgenoot en vriend zijn moeder heeft verloren, bel ik mijn ouders om te vertellen over Het Boek.
Ze reageren niet zo enthousiast en inlevend als ik hoopte, hetgeen ik had kunnen weten. En zodra ze vragen waar het over gaat haper ik en roep ik dat het vooral fictie is.
Vandaag ook krijg ik 2 contracten thuis. Een nieuwe arbeidsovereenkomst en een schrijverscontract. Het eerste leest vrij makkelijk, het tweede moet ik me nog eens goed op storten. Niet al te gretig en naďef tekenen en terugsturen maar goed kijken wat de gevolgen zijn van het één en ander.

Weet niet of ik er verstandig aan heb gedaan om het mijn ouders te vertellen. Maar ik kon het ook niet meer verborgen voor ze houden.
Deels omdat ik vind dat ze recht hebben, bijna een verplichting, op de belangrijke dingen van mijn leven, hetgeen ik ze een tijdlang heb onthouden, en deels omdat ik niet langer mezelf wil remmen uit een rekening houden met de ander.
Het ergste dat er kan gebeuren is dat ze me raar vinden, heel raar, maar ach, dat vinden ze eigenlijk al.
Donderdag 29 november

Training.
6 Mensen die leren coachen en een coach.
Rollenspelen, maar niet zoals ik ze gewend ben.
Meestal gaat het om 1 specifieke situatie die dan nagespeeld moet worden maar nu is het meer een soort gesprek met een ander, om er zo eerst achter te komen wat je doel is met het coachen (kan in algemene zin zijn, of met 1 spicifiek iemand), dan de opties bespreken om dat doel te bereiken, en bepalen in hoeverre je erachter staat om zo ook het succes van die optie te bepalen.
Interessante middag.
Denk er zeker wel het 1 en ander van toe te kunnen passen.
Als ik meer tijd zou hebben.
Vrijdag 30 november

Laatste dag voor mijn vakantie en ik ben in grote paniek.
Er ligt nog zoveel werk en ik heb te weinig tijd en ik kan ontzettend weinig hebben. Iedere klant die komt of belt kan ik wel wat doen, wil niets extra's.

Ik verlaat het pand, als de eerste mensen al uit de kroeg komen om naar huis te gaan. Nog net op tijd om de laatste trein naar huis te halen.
In tram en trein mensen die naar het theater zijn geweest, jongeren naar een concert, mensen die duidelijk gedronken hebben.
Ik zit er tegen mijn tranen te vechten. Heb nog van alles overgedragen maar dat voelt niet goed. Kan het niet loslaten, nog niet, vind mezelf niet al te aardig en bekwaam op dit moment. Ben boos, op mij. En die boosheid richt zich meestal naar binnen, bij mij.




MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
november 2007