Woensdag 1 november

Het is heel koud als ik 's avonds laat naar huis fiets.
Ik zing hard mee met Het Klein Orkest, ze lalt en ze valt, als ze teveel gedronken heeft, maar krijg het er maar niet warm door.
Ik realiseer me waar ik ben. Bedenk me dat ik me helemaal niet meer kan herinneren dat ik net een drukke weg ben overgestoken, hoe ik die en die straat ben ingereden.
Ik ben moe.
Veel druk pratende mensen om me heen gehad vandaag. Een voorbereiding op Moeilijk Gesprek deel 3. Heel veel aandachtvragende medewerkers waar ik veel fouten van moet rechtzetten.
Het knagen van de muis wordt harder. Ik probeer het vakantiegevoel weer terug te krijgen. Luid zingend op de fiets lukt dat, op de temperatuur na.


Donderdag 2 november

Als ik wakkerder was geweest had ik beter gezien hoe mooi de voorstelling was en hoe mooi de dansers in hun lichaam zaten en wisten te gebruiken.

Voor een beschrijving van de voostelling Sporen van Leine & Roebana, kijk naar de log van mijn medegangster.  Ik slaap tijdens de voorstelling. Maar de afgelopen weken hebben hun tol geëist. Laat naar bed, bijna dagelijks moeilijke gesprekken, een beginnend griepje. Er wordt volop geknaagd en het stralende sinds de vakantie is er even af, vanmorgen gleed de jas van chagrijnigheid als vanzelf weer om me heen, mijn huid vertoont de eerste barsten. Op de fiets naar huis draai ik foute liedjes. Ik zing niet mee, maar probeer me te laven aan de tekst.

Climb every mountain, search high and low
Follow every by way, every path you know
Climb every mountain, ford every stream
Follow every rainbow, till you find your dream

Vrijdag 3 november

Er zit een verdrietig randje om de wereld vandaag.
Ik probeer er niet teveel waarde aan te hechten, probeer het te zien als een gevolg van mijn vermoeidheid maar merk ook dat de kapstok op volle toeren draait. Tranen om het alleen zijn, tranen om het niet gelijk zijn, tranen om jou, mijn ongeboren kind.

Ik heb vannacht over seks gedroomd. Ik zie mij seks hebben, soms de liefde bedrijven, meestal genieten. De partner en soms tegenstander wisselt van gezicht, van 'de Dokter' tot eenmalige al dan niet foute mannen, en aan het eind Goede Man.
Ik ervaar de hitte opnieuw, zijn geweldige lichaam, warme handen, strakke billen, zoekende mond.

Ik word de hele dag maar niet wakker, maar heb ook een duidelijke reden dat niet te willen.
Zaterdag 4 november

Goede Man meldt zich wederom als ik van plan ben te gaan slapen. Het duurt niet lang tot we tot spelen overgaan. Ik vertel hem dat ik over hem gedroomd heb, en hij wil natuurlijk alle details, en hij probeert me stof tot nieuwe dromen te geven.
Maar ik merk dat zijn aandacht er niet echt bij is, hij is afgeleid, stapt tegelijkertijd rond op het dorpsplein.
Ik voel me 2e rang en Bijgedachte fluistert dat ik dat sowieso ben, bij hem, dat hij zich alleen meldt als zijn kruis in brand staat en hij niemand anders heeft om dat brandje te blussen, dat ik 1e rang ook bij een ander niet zal worden. Ik probeer Bijgedachte geen voeding te geven, haar uit te hongeren, denk krampachtig aan mijn vakantie terug, waar mijn leven is veranderd.

Zondag 5 november

Door het onbevredigende einde met Goede Man zijn het geen goede dromen over hem.
Ik droom van hem maar met een ander gezicht, een lijf zonder vertrouwdheid, seks zonder genot.
Iemand die mijn borsten niet streelt maar zijn vingertoppen er af en toe in de buurt brengt en wat aan mijn tepels trekt, iemand die wat aan mijn kut plukt, iemand voor wie eigenlijk alleen het eigen genot belangrijk is.

Mijn binnenste ligt overhoop.
Aan de ene kant voel ik dat het goed gaat, dat het midden er nog altijd is, dat de rommel puur vermoeidheid is.
Maar ik raak onredelijk geïrriteerd door een collega die mij denkt te moeten corrigeren, door mensen die mij goedbedoelde goede raad geven, door dingetjes die tegen zitten. Word ik verdrietig bij het zien van mannen op het dorpsplein met wie het vooral niet wilde klikken, van hun kant.

Ik heb zin heel hard te huilen.
Mij te troosten in mijn tranen.
Zou graag iemands armen om mij heen willen voelen maar ben bang die iemand ook niet te kunnen verdragen.
Maandag 6 november

Pas als ik mijn vingers bekneld voel zitten, realiseer ik me dat er nog een glazen tussendeur achter me dicht moest vallen.
De pijn neemt mijn adem weg.
Ik rommel wat aan de deur om tijd te rekken, zeg dan met een zo normaal mogelijke stem gedag tegen mijn collega's en loop dan buiten hun gehoor vloekend en bijna huilend van de pijn weg.
Wat is dat toch.
Vallen, en als mensen vragen of het gaat, roepen dat er niets aan de hand is.
Geen aandacht durven vragen voor jezelf, voor je pijn?

Als ik thuis ben zie ik een mail van Goede Man binnen komen.
Ik durf het nog niet echt te lezen.
Wil eerst van de pijn af, en van de ergste vermoeidheid.
Het zo ontzettend goede gevoel wat er in mijn vakantie lijkt te zijn ingeslopen vertoont wat barstjes en is moeilijk tastbaar waardoor het ook moeilijk terug te grijpen is.
Maar ik heb vertrouwen.
Ik wel.

Dinsdag 7 november

Met 3 blauwe dikke vingers zit ik vanmorgen om half 9 al in overleg met croissantjes en jus.
Het is een goede voorbereiding, gevolgd door een goed gesprek en we voelen ons goed en we voelen ons sterk en ik denk de rest van de dag 'de komende 3 dagen ben ik vrij'.
Vrij.
Slapen.
Vrij.
Tuin.
Vrij.
Musea.
Vrij.
Niets hoeven.

Woensdag 8 november

Ik denk terug aan mijn vakantie.
Probeer het goede gevoel van toen terug te pakken.
Maar weet ook dat ik nu niet op vakantie ben, ik zit in de werkelijkheid van werken, te weinig slapen, te veel moeilijke en moeizame gesprekken.
Maar dat is mijn leven niet, of zou het in ieder geval niet moeten zijn.
Ik wil gelukkig zijn.
En vrij zijn draagt daar zeker toe bij, maar mag geen voorwaarde zijn.
Al dan niet vrij zijn van werk mag niet bepalen of ik vrij ben in geest.

Om mijzelf te bevrijden besteed ik een aantal uur aan mijn werk, om het daarna los te kunnen laten.

Donderdag 9 november

Door gisteren wat te werken, is er vandaag wat in gang gezet en vind ik rust.
Leer ik opnieuw dat rust niet altijd verkregen wordt door weinig te doen, maar soms juist door het zetten van stappen.

Ik heb mezelf vandaag 1 doel gesteld: het schrijven van een brief. Ik lees en herlees en herschrijf en doe 'm op de post.
Beantwoord verder wat mails, die roepen om een eerlijk antwoord.
De moeilijkste is wel die aan Goede Man. Ik heb bewust gewacht met antwoorden tot ik wat uitgeruster zou zijn, zodat ik een weloverwogen antwoord kon geven, eerlijk en open, en niet puur afstotend vanuit de emotie.
Ik schrijf een mail die voortkomt uit mijn hart, maar die mijn geest niet onberoerd laat.
Ik vertel hem dat ik van hem hou.

Vrijdag 10 november

Oh, wat zijn die schaatsers leuk!        
Poes kijkt boos als ik meeleef met de valsstartende en uitgeschakelde Wennemars en de andere (mannelijke) schaatsers over de eindstreep schreeuw.
Vandaag eindelijk wel gezorgd dat ik mijn boodschappen in huis heb voordat het begint. Ben een lekkere tutdag aan het hebben, ruim op, maak schoon, stik bijna in een overdosis ammoniak waarmee ik de voegen van mijn badkamervloer weer wit wil zien te krijgen.
Eenmaal op de bank heb ik niet de rust om enkel te zitten en te kijken en te genieten maar kan ik ook maar niet kiezen welk projectje ik nu ga doen: kasten opruimen - verder met de levensfotoboeken - verder met alle losse recepten in een computerkookboek plaatsen.

Zaterdag 11 november

Dat je naar je werk reist en denkt fijn ik ga dat en dat en dat doen dit weekend en dat je dan aankomt en al snel doorhebt dat de dagen heel anders zullen gaan verlopen.
En dat je je daar dan zonder problemen bij neer kunt leggen.
Dat je naar jezelf kunt kijken, probleemoplossend, en trots en tevreden kunt zijn.

Een man komt een winkel binnen, houdt zijn brommerhelm op.
Koopt een kaartje voor een hip feest.
Vraagt of daar een dresscode voor geldt.

In diezelfde winkel lopen mannen fluiten rond. De vrouwen zijn zwijgzaam, de mannen fluiten.
Waarom fluiten mannen wel, en fluiten vrouwen niet?

Ik zie een man voor mij fietsen. Hij heeft zijn linkerhand aan het stuur, zijn rechterarm heeft hij gebogen op zijn rug, met zijn handpalm open naar achter.
Ik doe hem na, heb regelmatig mannen zo zien rijden, snap het genot er niet van.

Het feit dat ik dergelijke dingen weer zie, indiceert ruimte in mijn hoofd.

Zondag 12 november

Zon, regen, zware wind, het trekt allemaal aan mijn raampje voorbij maar het borrelt in mijn buik, ik voel me verliefd. Niet op 1 iemand in het bijzonder, of nou ja, ook weer wel maar die is bezet en niet op mij, maar los van hem is het ook een verliefdheid op het leven zelf.
Na een half uur staan in een overvolle trein en midden in een vette plensbui zing ik keihard mee: O happy day...
Maandag 13 november

Terug in de trein wordt omgeroepen dat er een nog onbekende vertraging is en dat we via een nog onbekende omweg zullen proberen op de plaats van bestemming te komen.
Fijn!
Tijd om eindelijk de krant van zaterdag uit te lezen.
En hoe meer ik lees, hoe banger ik word.
Ik wil zo ontzettend niet weer een kabinet met CDA en VVD, en kan behoorlijk in paniek raken bij de gedachte dat die er waarschijnlijk wel gaat komen. In mijn hoofd schrijf ik mailtjes aan Wouter, waarin ik hem zeg er weinig verstand van te hebben, maar dat hij niet moet blijven hangen in zijn slachtofferrol, dat hij niet alleen zijn standaardpraatje houden moet, maar moet vertellen dat het niet kan met die hogere zorgpremies en wat hij daaraan gaat doen. Dat het woord sociaal een prachtig woord is maar dat het zo vaak gebruikt en misbruikt is de laatste tijd dat het tamelijk hol begint te worden. Dat hij weer wat meer de man moet zijn die mijn wereld wil en kan verbeteren, in plaats van de jongen die zo graag premier wil worden.
Ik ben er nog niet uit, of het Wouter wordt of Jan, ik stem vanuit mijn hart en naar wat ik denk dat dit land nodig heeft, strategisch.

Op het werk gaan er waarschijnlijk ook verkiezingen komen, voor de ondernemingsraad, en ik ben kandidaat.
Ik ben niet iemand die nu op de zeepkist gaat staan, en mensen gaat overtuigen toch vooral op mij te gaan stemmen. Ik vind wel dat het heel belangrijk is dat onze afdeling wordt vertegenwoordigd.

Spannende tijden.


Dinsdag 14 december

Toch maar even naar de dokter met die pijnlijke vingers van me.
Ik zit in de wachtkamer en hoor en vrouw kuchend en hijgend de trap opkomen. Daar komt een gesprek aan, denk ik, en ja, zodra ze me ziet begint ze.
Dat ze 5 operaties aan haar buik heeft gehad en nu last van haar keel. Dat ze een vriendin heeft vanaf de kleuterschool en dat die getrouwd is met Ibbe Okkels, ik weet toch wel, die astronaut. Dat ze gisteren nieuwe laarzen op straat vond en die heeft meegenomen.
Ze vraagt me of ik kom voor zwangerschapscontrole.

Ik kijk naar mijn buik. Het vel waar jij nog niet al te lang geleden achter zat. Ik slik.
Ze herhaalt haar vraag. Ik schud mijn hoofd. Ze zegt dat ze dat dacht omdat ik met mijn jas voor mijn buik zit. Dat ze zelf genoeg kinderen heeft. O ja?, zeg ik, in een poging mijn opkomende verdriet weg te slikken. Ja, genoeg, zegt ze, even wachtend op mijn vraag hoevee ze er dan heeft en als die vraag niet komt vertelt ze dat ze 2 3-lingen heeft, 1 5-ling,  een 2-ling en een 1-ling. Maar dat er van 1 3-ling nog maar 1 kind leeft, de andere 2 zijn doodgegaan doordat ze tijdens de zwangerschap mishandeld is, maar dat ze die kerel wel met gelijke munt heeft terugbetaald. Dat toen ze in het ziekenhuis was om te bevallen van de 5-ling haar hart oversloeg en dat ze toen naar de ok moest en daar verkracht is door wel 40 man.

Ze praat door, deels onverstaanbaar, of ik haar nu aankijk of niet. Pas als ik mijn ogen echt niet meer opsla uit het tijdschrift wat ik niet echt aan het lezen ben mompelt ze verder, maar in zichzelf.
Ik ben opgelucht als mijn ontzettend leuke huisarts mij naar binnen roept. Dat ik haar oprecht kan vertellen dat het goed met me gaat en dat ze daar duidelijk zichtbaar blij om is.

Met mijn nu officieel gekneusde vingers fiets ik weer naar huis.
Zucht om de thema's die vanmiddag voorbij zijn gekomen en die mijn leven ook hebben geraakt.
Leg even een hand op mijn buik en wilde dat het niet de mijne was.
Wilde dat ik nu naar iemand toe kon rijden in wiens armen ik mij nestelen kan.
Het gaat goed, echt waar, weet ook dat ik niemand, inclusief mijzelf, daarvan hoef te overtuigen.
Ik ben verliefd op het leven en redelijk tevreden met mezelf maar barst ook bijna van verlangen mijn liefde aan 1 iemand te mogen geven.
Woensdag 15 november

Ik ben nog maar net thuis als er gebeld wordt. 
Het is de postbode, met 2 pakketjes in zijn hand, en heel blij dat ik er ben.
Ik ben ook blij dat ik er ben.
Ik heb nu al mijn pakjes in een reeks van vier binnen.
Pakje 1 was de dvd Valse Wals van Orkater.
Pakje 2 was deel 2 van mijn fotoalbum over mijn laatste vakantie.
Toen bleef het even stil.
Maar nu is er fotoalbum deel 1.
Pakje 4 is het gevolg van mijn kerstpakket van vorig jaar, een soort van bon, waarmee je diverse dingen kan doen en kopen. Ik was van plan er met BHV een weekendje van weg te gaan, maar bij het uitzoeken kwamen we ook een beeldje van Rodin tegen en ja, ook volgens haar kon ik dat echt niet voorbij laten gaan.
En dat weekendje gaan we sowieso doen.

Donderdag 16 november

Een denktank van 40 wetenschappers die nadenken over de redding van de VVD en na een volle dag vergaderen een huwelijk van Mark Rutte nog voor de verkiezingen als enige oplossing ziet.

Marco Pastors die in een spotje de opkomst van extreme moslims vergelijkt met WOII.

Ik schud mijn hoofd en zet mijn 90 dreads in de wax.
Doe ondertussen de kieskompas in een poging te bepalen op welk links ik ga stemmen.
Mijn toetsenbord plakt van mijn vette vingers.
Vrijdag 17 november

Erg moe, maar toch van plan de drukke chaotische werkdag te besluiten met een voorstelling en kroegbezoek.

In het café voorafgaand aan de voorstelling zit ik aan het hoofd van de lange leestafel. Ik lees de krant, een foute, omdat de goeie kranten al door anderen in gebruik zijn. Drink port, probeer de dag, de hele week eigenlijk, van me af te laten glijden. Eet verse pasta met mozzarella en pesto en verrukkelijke frambozentaart toe.
Sta bij de tram te wachten, maar neem een taxi als dat te lang op zich laat wachten.
De entree van het theater is prettig, maar het zitten op de festivaltribune met te smalle kuipstoeltjes niet.
Ik ben bij Eva Yerbabuena.
Zij wordt gezien als een van de grootste flamencodanseressen van deze tijd. Vanavond een belevenis met zes dansers, drie zangers en vier musici.
Om mij heen is het onrustig, mensen die steeds moeten verzitten, met elkaar willen praten, horecamensen die te hard opruimen. Ik zit tussen een groep mensen die elkaar kent, ze hebben allemaal les (gehad) in flamenco van ene Karin. Van die overHollandse mensen zonder ritme in hun lijf, zonder passie in hun donder.
Het kost me moeite me te concentreren. Zodra ik even wegglijd verschijnen er beelden van mijn werk op mijn netvlies en ik schud met mijn hoofd in een poging ze te verdrijven. Ben boos op mezelf omdat dat slecht lukt.

Wat ik meekrijg is prachtig. Passie, kracht, emotie.

Verward, gesterkt, verdoofd loop ik het theater uit.
Knip met mijn vingers, recht mijn rug, maak wat tappasjes, voel me best goed.
Verplaats me naar een ander stukje stad en sta voor de pui van de kroeg.
Het is een dorpskroeg, een andere dan waar ik eerder was. Ik kijk naar binnen, zie geen bekenden. Sms degene die ik wel ken en die misschien ook zou komen. Zij blijkt moe en thuis en komt niet. Mijn rug wordt ietsje krommer. Ik haal de beelden van vanavond terug, met als doel hun kracht te ervaren, maar het plaatje past me niet.
Ik voel me dik, te dik, ik voel me moe, te moe en ik loop weg.
Kom terecht in een wereld die soms de mijne is, vrouwen die pronken met hun lichaam, mannen die soms stoer, soms verlegen om zich heen kijkend voorbij de ramen schuifelen. Toeristen die zich vergapen, Marokkaanse jongetjes die een gelukzalig kortstondig moment beleven.
Het leven van de vrouwen als een spel, een dans, maar geen vlucht uit de harde werkelijkheid. Overeenkomsten en verschillen met wat ik eerder zag, vanavond.

Op de MP3 klassieke muziek, om weer zo dicht mogelijk bij de prachtige gitaren te komen. Lal mee met Mozart's requiem. Het is geen blij lallen, het is gevuld met verdriet.



Zaterdag 18 november

Als een zombie trek ik vandaag aan het leven voorbij.
Zondag 19 november

De morgen begint met op de vingers te worden getikt dat ik te snel oordeel als ik zeg dat die overhollandse mensen die op flamencoles zitten geen passie in hun donder hebben.
Ze heeft gelijk, maar het is geschreven vanuit mijn zwart wit stemming van dat moment. Heb me zelfs nog ingehouden.

Dan jazz luisteren met de 3 + 1 Musketiers.
Of eigenlijk, bijkletsen en wat muziek op de achtergrond.
Eerst hoe is het nu op het werk en andere bijzaken maar dan over seks en liefde en over alles daar tussen in.
Over dat je soms meteen weet wat je aan iemand hebt, maar soms ook een deel het pad op moet om daar achter te komen. Dat gevoel je soms kan misleiden, dat angst en bagage je weerhouden om ook mooie dingen te ervaren. Dat het lastig manoeuvreren is tussen je verlangens volgen, gehoor geven aan gevoelens, en het verstandige doen, mensen loslaten, afscheid nemen van dat wat (uiteindelijk) niet goed voor je is.
Over het al dan niet goeie aan direct seks met iemand hebben.

Ik denk aan Goede Man.
Mis zijn nabijheid. Hou van hem, op afstand. Wil hem meer dan ooit tevoren voelen.
Betekent dit dat ik nog niet zo ver ben en hem nog niet los kan laten, dat ik daarin minder verstandig ben dan de andere Musketiers? Betekent het dat ik mijn gevoel volg?
Ik weet het niet.
Ik weet dat ik moe ben.
Kwetsbaar.
Misschien te veel port op.
Zoveel liefde te geven en geen man die het hebben wil.
Maandag 20 november

Dat je met goede voornemens op je werk komt, direct met problemen wordt geconfronteerd en de chagrijnigheid van het weekend weer helemaal voelt.

Dat twee uur later voor een groot deel van de problemen een oplossing is gevonden, dat je daar zo blij van kunt worden.

Dat je ontroerd kan raken bij een kind wat op de arm van haar moeder naar me zwaait, met een stroopwafel in haar linkerhandje.

Dat je overdreven vals meezingt met Willeke's Telkens weer, en met name bij Telkens weer slaat wat er vroeger was / Weer als een vlam omhoog uit de oude as / Telkens weer alsof het nooit geneest / Blijft er die pijn bestaan om wat is geweest denk ik aan Goede Man, mede doordat hij me nog kort mailde gisteren.

En zo zijn alle elementen weer voorbijgekomen vandaag.
Het vuur van de chagrijnigheid en opstandigheid van de emotie.
De aarde van het vinden van oplossingen.
Het water bij het zien van een kind.
De lucht bij het reflecteren van mijn leven en liefde.
Lucht staat vaak voor nadenken is daarmee denk ik vaak aan zwaarte.
Terwijl lucht ook lucht zou moeten geven.


Dinsdag 21 november

De dag is nog gevuld met een langzaam vertrekkende vermoeidheid.
Daarnaast is er hoop. Politieke hoop.
Ik heb het idee dat de zwevende kiezers vooral op links zitten. Of andersom: dat mensen die rechts stemmen, mensen die stemmen vanuit een godsdienst, vanuit een rechts en onredelijk rechts, eerder een beslissing nemen, wat minder van mening veranderen. Je kunt het starheid noemen, maar ik wil niet (weer) in de valkuil stappen waarin ik andersdenkenden, of beslisvaardig, of zelfverzekerd.
Waar ik het vandaan haal weet ik niet, of het projectie is weet ik ook niet, maar ik denk dat linkse mensen langer (durven) nadenken, durven twijfelen, durven van mening te veranderen.
MIsschien is het hoop, hoop omdat ik de minzame lach van Balkenende niet meer zien kan, de trillende mondhoek van Rutte van kijk wat ik durf en kijk waar ik sta, het spotje van Verdonk, de trots in haar stem bij de  dalende cijfers van aantallen immigranten.
Afgelopen vrijdag zat ik in het café de Telegraaf te lezen en de kop was Pas op Marijnissen, en het was geen citaat, het was een mening van de journalist zelf, en ik vind dat zeer, zeer kwalijk.
Om die reden probeer ik nog te hopen, te hopen op een linkse lach.

Woensdag 22 novemb

Hij is zichtbaar vermoeid, en zijn stem hoorbaar moegestreden.
Maar een uitstraling is er nog, met zeepkist en al.
Een vakbondsleider, iemand die zich sterk maakt voor zijn principes.
Iemand die voor mij toch geloofwaardig klinkt, ook al roept iedereen van niet en verwijt men mij strategisch te hebben gestemd.
                                       
Om hem heen mannen en vrouwen, jongens en meisjes met rode jassen, rode rozen en kartonnen posterborden. Daarachter een kring met jonge meisjes die naar voren willen om iets meer dan een glimp op te vangen.

Ik bevind mij tussen deze 2 groepen.
Laat me door de jonge meisjes naar voren duwen. Pak mijn mobieltje en zet de camerafunctie aan.
Klik een paar keer op een knopje, verlaat de horde, bel een collega: raad eens wie ik op de foto heb!

In het stemlokaal staat een dorpsgenoot bij het apparaat. Hij zegt dat ik mooie lichtjes heb, en ik zeg dat ik toch altijd een verlicht persoon ben. Druk resoluut op de rode knop. Niet strategisch, en niet op een vrouw.
Donderdag 23 november

Ik loop de coupé in en zie daarna pas dat het een stiltecoupé is. Ik verheug me op een rustige rit, waar ik lekker kan lezen.
Verderop zitten 6 blonde meiden hun dagje uit uitbundig te evalueren. Een student vertelt aan de jongen tegenover hem uitgebreid hoe zich afgelopen weekend vol heeft laten lopen. Een andere jongen belt ook hard, de vrouw voor hem ook, een ander heeft zijn muziek zo hard staan dat het uit zijn koptelefoontje dreunt.
Ik ga op zoek naar mijn innerlijke stilte.
Vrijdag 24 november

De hele dag heel productief en heel hard en goed gewerkt, en denken dat je weer op de goede weg bent, de weg vanuit een vermoeid midden naar het stevige goede.
Maar het evenwicht is wankel, en door een tegenslag aan het einde van de dag is de chagrijnigheid en het moedeloze gevoel weer helemaal terug als de 2 gewichten van een antieke Friese klok. Toch durf ik iets te doen wat meestal dat gevoel vergroot, namelijk het op zoek gaan naar broeken, maar binnen een uur loop ik er met wel vier weer naar het station.
Kennelijk ben ik ook steeds beter in staat om initiatief te nemen, ook in de wat mindere momenten, weet ik de slinger een zetje te geven in de goede richting.
Zo doorbreek je patronen en houd je andere in stand.
Terwijl ik een hele avond heb om mijn huis weer enigszins op orde te brengen, stel ik dit uit, blijf ik op de bank hangen, beetje naar de tv staren, en begin ik pas om 11 uur met de opruiming, en ga ik veel te laat naar bed.
Ik weet hoe het werkt, als je opruimt in je huis, word je opgeruimd in je hoofd.
Maar als je steeds tegen deadlines aanwerkt, dan is er meer haast en paniek, dan rust en reinheid.
Symptoombestrijding.
Zaterdag 25 november

We gapen nog volop maar we zijn op pad: BHV en ik zijn een weekend naar Zeeland. Eerst snelwegen en meezingen met valse bandjes, dan een meer toeristische route langs oesters en strand en lieve dorpjes. Langs Wemeldinge, waar vroeger familie van me woonde. Tante Jans, die versjes van tante Jans uitbracht en in de Libelle heeft gestaan omdat ze bij storm de plaatstelijke vuurtoren op moest om het licht te ontsteken en zo de schepen te waarschuwen. Ze moest vaak terug, omdat de wind het licht doofde.
Langs plaatsen die we kennen van topografie maar nog nooit hebben bezocht.
Yerseke, dat tegenvalt, Goes, waar we koffiedrinken onder het stadhuis, en uiteindelijk Middelburg, waar we een hotelkamer, de Zeekamer, voor 1 nacht hebben geboekt. Het hotel heeft dezelfde architect als het Paleis op de Dam en heeft maar 7 kamers.

We gaan de stad in. Er staat een harde wind. We lopen langs bezienswaardigheden, winkeltjes, monumenten.
Op aanraden van iemand uit het Dorp gaan we ook naar de Vleeshal, een expositieruimte in een deel van het voormalig stadhuis.
Op een site voor kunstminnaars staat het volgende:
Voor Counter composition (contra compositie) heeft Germaine Kruip een los zwevend plafond van 17 x 6,5 meter in de Gotische ruimte van De Vleeshal gehangen. Dit plafond is opgebouwd uit stroken, met op regelmatige afstand ruimtes ertussen. Gecombineerd met een krachtige lamp die zich langzaam draaiend boven het plafond beweegt, ontstaat een wonderlijk spel van veranderlijke licht- en schaduwpartijen. Germaine Kruip bootst als het ware versneld het invallende zonlicht na, zoals dat zich in de loop van de dag onvoorspelbaar door de ruimte verplaatst.

Als de winkels zijn gesloten gaan we naar de kroegen die al behoorlijk vol lopen.
We drinken portjes, doen de Volkskrantpuzzel, praten bij over het werk, dat bij ons beiden de laatste tijd veel energie vergt, we willen kringeltjes zetten bij de voor ons interessante contactadvertenties, twijfelen bij de man met kerstboom die een vrouw met ballen zoekt, maar als we verder niets zien gaan wij advertentieplaatsers maar aan elkaar koppelen.
Na een aantal portjes gaan we op zoek naar eten en vinden dat in De Vriendschap.
We eten erg lekker en veel, drinken wederom portjes, lachen, hebben serieuze gesprekken, kijken flink om ons heen. We hebben lol met de bediening, vooral met een meisje, vrouw, met prachtige dreads.

Ze vertelt me dat ik holle dreads heb en geeft me tips en adressen en raakt me regelmatig aan met haar warme zachte handen. Ik smelt, word instant bi.
Met grote lol, een frisse tegenwind en een tekening van waar de leukste stapmogelijkheden zijn, lopen we terug naar onze Zeekamer. De meegenomen fles port blijft dicht.
Moe, voldaan, rozig.

Zondag 26 november

Na het verorberen van de afbakbroodjes en afbakchroissants, onder het genot van klassieke muziek, vervolgen we onze topografische weg.
Langs het water nu, Koudekerke - Zoutelande - het schattige Domburg - Oostkapelle - Veere. Verre, kneuterig snoezig Veere met je onhollandse basiliek, je lieflijk stadhuis en je geile (open op zondag) winkels.
Waar we warme chocolademelk met taart eten, met uitzicht op het Veerse Meer.
Ik denk aan Goede Man, die ook aan het water woont, bij wie ik nog geeneens zo heel erg lang geleden in een bootje zat, elkaar diep aankijkend, ontwijkend, ontbrandend.
Ik weet dat ik het idealiseer, dat ik licht ontvlambaar ben als het hem betreft, dat ik beter zou moeten weten, maar als je jezelf oplegt ergens niet aan te mogen denken, doe je het toch. Doe je het juist.

Naar de stormvloedkering bij Neeltje Jans, indrukwekkende objecten, een laatste blik op zee.
Hard proberen Goede Man niet aan de horizon te plaatsen.

Dinsdag 28 november

Het is 1 uur, als we bij elkaar zitten, en te horen krijgen wie er wel en niet door zijn, in de verkiezingsstrijd om een plek in de OR. Ik zit er in, heb de meeste stemmen, en wordt unaniem gekozen tot voorzitter.
Ik ben de 1e om te roepen dat het aantal stemmen en je rol binnen het geheel niet uitmaakt, dat er geen rangorde is, maar stiekem ben ik wel een beetje trots, en tegelijkertijd ook een beetje angstig. Mooie grote ideeën in mijn hoofd, twijfel soms wat aan mijn daadkracht.

We gaan met bloemen naar degene die mijn voorgangster is, met wie we de afgelopen weken moeizame gesprekken hebben gevoerd en die ons nog ternauwernood groet bij het tegenkomen.
Ze ziet ons aankomen en haar hele houding straalt afwijzing uit. Ze gooit de bloemen nog net niet in ons gezicht, maar weet ook nog niet wat ze er wel mee gaat doen. Houden lijkt geen optie.
We gaan weg, proberen weer blij te zijn met het resultaat.

Het is 6 uur als ik op het station sta. Op de mp3 Sergio Mendes en the Black Eyed Pies. Mensen die uit een trein op het perron tegenover me stappen trappen op een pen die iemand net heeft laten vallen. In mijn hand een tasje met 2 net gekochte boeken. Ik probeer te beslissen in welke ik begin. Kon al niet kiezen bij het kopen en nam ze beiden. De een omdat ik er alles al van heb en de ander vanwege de titel.

Het boek met de mooie titel is De regen verandert niets aan de begeerte door Véronique Olmi. Op de achterkant de volgende beschrijving:
Parijs, een warme dag aan het eind van de zomer, een storm hangt in de lucht. Een bleke, magere vrouw ontmoet een man met intrigerende blauwe ogen in de Jardin du Luxembourg. Hij gaat in op haar uitnodiging om naar een hotel te gaan.
Zijn grove handen strelen en verkennen haar broze lichaam en heel even is zij in staat de gedachte aan haar psychotische man en haar kinderen opzij te schuiven. Door de spontane overgave, de liefkozingen en de sensuele ontmoeting van hun lichamen herontdekt ze zichzelf en durft ze het leven weer aan.

Josie Lloyd en Emlyn Rees is een schrijversduo. Ze hebben een redelijk luchtige stijl, altijd over relaties, maar het fascinerende vind ik hoe ze steeds ieder afwisselend een hoofdstuk schrijven, zij vanuit de vrouw, hij vanuit de man, maar wel kom je steeds een stuk verder in het verhaal. In het boek Heb mij Lief schreven ze deels autobiografisch over het ontstaan van hun eigen relatie en alle hobbels daarbij. Nu, een aantal boeken later, hebben ze hier een vervolg op geschreven: Heb je mij nog lief.
In het voorwoord staat: De belangrijkste vraag over het sociale fenomeen dat sinds de gelijknamige film met Marilyn Monroe bekend staat als de The Seven Year Itch is niet de vraag of deze aandrang tot huwelijksontrouw universeel is en ook niet of het zich inderdaad meestal na zeven jaar huwelijk voordoet. Het doet er zelfs niet toe of je er wel of niet in gelooft. Nee, de enige en allerbelangrijkste vraag die telt is deze: op het moment dat het begint te jeuken, kies je er dan voor om te het negeren, of begin je juist te krabben.

Ik zie een verband in thematiek, en met die van mij.
Gelukkig hoef ik nog geen keuze te maken voor 1 van beide boeken, zoals altijd val ik in slaap.
Woensdag 29 november

Het is mistig, buiten. Ik zie het Naardermeer in flarden aan me voorbijtrekken en vanaf mijn werk zie ik de torens van het Rijksmuseum baden in mist en zonlicht. Het heeft iets sacraals.
Er komt een soort rust over me. Werd ik gisteren nog meegezogen in alle emoties van de dag, irritatie door het vele werk, euforie na de verkiezingen, het kinderlijk verlangen in mijn nieuwe boek te beginnen, het op voorhand verloren gevecht tegen de slaap.
Ik werk de dingen 1 voor 1 weg, of nee, daarvoor ligt er teveel, maar ik probeer niet alles op te lossen, maar dat wat ik kan, en in kleine porties. Ik kijk naar wat spoed is, en denk er even niet aan dat dat wat nu geen spoed is, dat morgen of overmorgen wel is.
Ik sta medewerkers te woord, collega's, doe OR-zaken en aan het eind van de dag doe ik de deur achter me dicht en lees ik in de trein in mijn boek: Heb je mij nog lief?

Donderdag 30 november

Ik krijg de mail die ik gevreesd en gewenst heb.
In feite doet ze wat ik niet durf: ze zegt de vriendschap op.
Schrijft dat ik kennelijk zo slecht in mijn vel zit dat ik niet in staat ben om een vriendschap te onderhouden.
Ze heeft gelijk. Deels.
Ik ben inderdaad laks in het beantwoorden van mails, en neem weinig initiatieven naar anderen toe. In dit specifieke geval heb ik er ook een specifieke reden toe.
Toen we elkaar net leerden kennen was er een intensieve uitwisseling. We herkenden dingen bij elkaar, qua interesses, mannen, muziek. Maar de plaat is blijven hangen en de uitwisseling werd meer een monoloog.
In mijn leven heb ik meer van die mensen verzameld, en dat zegt waarschijnlijk veel over mij. Mensen die erg zelfverzekerd zijn (lees eigenwijs en betweterig), die niet vragen naar jouw verhaal, die niet begaan zijn met jouw orgasme.
En dat zegt veel over mij. Het is als een test, dat ik steeds weer opnieuw wordt uitgedaagd om voor mezelf op te komen, om ruimte in te nemen.
Maar op een gegeven moment verliest de uitdaging zijn glans, en wil ik niet steeds maar weer aan mezelf werken om relaties met anderen te verbeteren. Wil ik kunnen zeggen dat iemand niet goed voor me is en me richten op de mensen die dat wel zijn. Waarmee ik ook weer direct verbanden zie met de manier waarop ik met mezelf omga, dat ik het nu kennelijk tijd vind dat er goed met mij wordt omgegaan, dat ik goed voor mij ben.
Ze heeft groot gelijk dat ze me nu mailt niet meer te gaan zitten wachten of de relatie nog verbeterd kan worden, dat ze geen initiatief meer neemt, en geen kontakt meer met me zal zoeken. Ik ben laf geweest, heb haar niet gezegd dat ik zo'n moeite met haar heb. Heb ooit meegemaakt dat een vriendin de vriendschap met haar opzegde en dat ze daarbij geen enkel greintje schuld bij zichzelf zocht, dat ze de discussie aan bleef gaan en de ander geen ruimte gaf voor gevoel. Gevoel, als argumenten niet sterk genoeg meer zijn om de ander te overtuigen, te doen stoppen met vragen daarom, vragen waarom.
Ik wil haar als antwoord ook niet alsnog zeggen wat me allemaal aan haar irriteert, geen trappen na, maar ook niet haar volledig gelijk geven en mezelf als slachtoffer bestempelen.

Het is niet alleen bij mensen met wie ik moeite heb dat ik zo treuzel met antwoorden. Ik weet niet goed wat het is, misschien toch altijd, of het nu goed gaat of niet, een basisbehoefte om op mezelf te zijn. Bij sommigen kan het ook, is kontakt niet direct nodig om het lijntje in stand te houden, bij anderen is dat wel nodig en gaat het dus mis, of heb je steeds iets uit te leggen als je niet meteen antwoord.
Ik ben ook op andere vlakken iemand die dingen op z'n beloop kan laten, één van mijn mindere eigenschappen.
Maar nu ben ik voorzitter, kan dat niet meer, en kan ik dingen ten goede keren.




MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
november 2006