Dinsdag 1 november

Met de eeuwwisseling vloog ik met VIP naar Parijs. In het hotel bleek dat er op het vliegveld selectief een paar spullen uit mijn tas waren verwijderd. Zo miste ik wat lege fotorolletjes, batterijen, de 1 en 2 euro muntstukken uit mijn eurosetje, en een aantal cd's.
Vanavond was de live uitvoering van één van de gestolen cd's, requiem for my friend, gecomponeerd door Zbigniew Preisner als hommage aan de Poolse filmmaker Krzysztof Kieslowski. Filmische muziek, dramatisch, aanzwellend. Zuiver, beladen stiltes, ontroerende stormen in de muziek.
Onderweg naar huis luister ik de opnieuw aangeschafte cd en lees ik verder in Ik Romy. Over hoe jong ze nog was, niet alleen in jaren maar ook in gedrag, toen Sissi gefilmt werd.
In mijn hoofd zijn decorbouwers druk bezig met de bouw van een toneel.
En op dat toneel krijgen vele ideeën vorm, krijgen de vrouwen als Camille, Romy, Sissi een vorm en vinden vele noten een gretig gehoor.

Woensdag 2 november

Wat eigenlijk nooit gebeurt, gebeurt vanochtend. Ten eerste word ik om 5 uur wakker omdat ik heel nodig moet plassen. Terug in slaap droom ik een intense droom over VIP waarin we samen op vakantie zijn, ruzie maken en waarin anderen zich inspannen om ons weer nader tot elkaar te krijgen. Hetgeen schijnt te lukken. Dan gaan mijn ogen open en richten ze zich op de klok. Ik realiseer me meteen dat ik uren te laat ben. Twee uur geleden had ik al in de trein moeten zitten. Ik ren naar mijn mobiel, die ik na het concert gisteravond vergeten was van still op normal te zetten waardoor ik al 3 oproepen niet had gehoord.
Terwijl ik in mijn nakie aan de tafel sta te rillen bel ik mijn manager en zoek ik naar oplossingen om het leed enigszins te verzachten.
Slecht begin van de dag.

Na een dag waarin ik probeer de opgelopen achterstand in te halen, maar waar ik een zeer onbevredigd gevoel aan overhou, zit ik mét kleren aan de tafel nog steeds te rillen. Het gaat goed met me, maar desondanks ben ik moe en blijf ik koud.
Ik bezin me op een volwassen manier om te reageren op het briefje van Man. Ik wil niet gaan kruipen, niet gaan bedelen om zijn aandacht en waardering. Ook wil ik dit niet in mijn hoofd onnodig groot maken op basis van aannames.
Eerst maar vroeg naar bed, om díe kou en vermoeidheid enigszins te verdrijven.
Donderdag 3 november

Er zijn verschillende mogelijkheden en één voor één streep ik ze af.
Vroeger, als mijn moeder boos was, dan zweeg ze. Dat kon lang duren, soms dagen, zelfs weken. Ik ging figuurlijk kruipen, probeerde weer in de gunst te komen en tastte steeds de stemming af, op zoek naar kleine aanwijzingen op verbetering.
Later, toen ik niet meer in huis woonde, en zij toch redenen hadden gevonden om boos op mij te zijn, stuurden ze me briefjes die ik nog steeds eng vind om te lezen.
Als ik me schuldig voel of iemand voor me wil winnen, ben ik geneigd grote gebaren te maken. Koop ik grote kado's, bedenk ik de meest onhaalbare plannen, ben ik heel zorgzaam en dienstbaar. Toen Ex net op het toneel verscheen en in de tuin kwam werken van het studentenhuis waar ik toen woonde samen met onder andere de beste vriend van Ex. Ik zette kraampjes neer voor massage, EHBO en catering. Ik bakte pizza's. Niet één, maar wel 4 zodat hij wat te kiezen had.
Ik vrees dat ik iemand ben die geeft in de hoop te ontvangen.

Bij Man wil ik het vanaf het begin volwassen en gelijkwaardig aanpakken. Ik wil niet kruipen, niet kiezen voor indirect contact, niet groot uitpakken.
Terwijl de zenuwen via mijn buik door mijn slokdarm naar mijn strot kruipen bel ik 's avonds bij hem aan. Zijn stem klinkt door de intercom. Met een onverwacht vaste stem vraag ik of hij beneden wil komen. Even later staat hij voor me, en ik ben blij hem te zien, ben weer geïmponeerd door zijn verschijning.
In mijn hoofd gefluisterde aanwijzingen. Geen excuses maken. Blijf hem aankijken. Niet van een afwijzing uitgaan en dat het gesprek laten bepalen.
Ik vraag hem of hij morgen toevallig vrij is. Hij zegt 's middags thuis te zijn. Ik stel voor samen een stuk te gaan lopen. Zeg hem dat ik graag met hem wil praten. Even is het stil, hij kijkt me aan. Zegt ja.
Bij het weggaan draai ik me nog even om. "Ik zal deze keer wakker zijn", kan ik niet nalaten te zeggen. Ik durf niet te kijken of hij glimlacht voor hij de deur sluit.
Vrijdag 4 november

Zodra we onze stappen zetten op de met geel/rood gekleurde bladeren bedekte bospaden begint hij te praten. Hij vertelt over zijn vrouw, hij corrigeert zich snel, de vrouw van wie hij gescheiden is, maar van wie hij nog niet los is.
Feitelijk zijn ze gescheiden, al ruim een jaar geleden. Het is de reden dat hij in mijn straat is komen wonen. Hij is degene die is weggegaan, die een punt heeft gezet achter een relatie die slopend was.
2 Mensen die zielsveel van elkaar houden en gehouden hebben en elkaar met dezelfde hartstocht kapot maken.
Hij heeft in zijn hoofd en zijn hart al jaren geleden de beslissing genomen met haar te breken, zich los te weken uit het vacuüm en weer te ontpoppen tot individu.
Zij is zo ver nog niet. Zij probeert hem terug te winnen en hij weet niet meer of hij moet luisteren naar zijn gevoel wat zegt dat het goed is dat hij weg is gegaan, of dat het onrealistisch is om te hopen op iets beters. Is het een kwestie van het groenere gras aan de overkant, het niet genoeg willen vechten voor een waardevolle relatie.

We lopen op hetzelfde pad als waar ik ooit met Goede Man liep toen hij mij vertelde zich wel tot mij aangetrokken te voelen, maar niet verliefd op me was of kon worden.

Deze Man vertelt me zonder dat hij me aankijkt dat hij heel graag was doorgegaan met ons spel der verkenning. Hij vertelt me dat hij me graag ziet, me graag wil blijven zien. Maar hij is argwanend geworden. Argwanend ten opzichte van de liefde, vrouwen, zijn eigen gevoel.
Even staan we stil. Ik kan niet spreken. Mijn keel zit dicht met gevoel voor hem, mijn hart wordt groter en groter en gaat naar hem uit. Soms kan je opeens van iemand houden, en zo voelt het met hem.
Ik heb geen woorden, maar mijn ogen zijn mijn stem en ik zie dat hij mij verstaat.
Ik pak zijn hand en we lopen nog zeker een uur in het bos, woordenloos.
Zaterdag 5 november

Ik droom dat ik in witte kerk kom. Ik neem plaats op de voorste kerkbank. Het is er nog stil. Ik kijk naar boven. Zie een grote lichte koepel. De koepel is met witte ornamenten versierd, maar een deel is van plexiglas. En daar ligt het lichaam van Ex, het dode lichaam van Ex, met zijn neus tegen het glas gedrukt, gekleed in zijn witte broek en shirt. Ik weet dat hij dood is, daarom ben ik hier, verdrietig, op zijn herdenkingsdienst. Zijn familie komt binnen en neemt naast mij plaats. Er komen mensen binnen die ik niet ken. Al snel blijkt dat de herdenkingsdienst voor meerdere mensen is. Als ik naar boven, naar het plexiglas, kijk, zie ik dat het lichaam van Ex is weggerold en plaats heeft gemaakt voor een foto van een andere overledene. Kennelijk was het lichaam van die persoon al te zeer vergaan om hier nog neer te leggen. En zo verschijnt om de ongeveer 10 minuten weer het lijkbleke gezicht van Ex. Ik schijn de enige te zijn die het ziet.
Grote Zus komt binnen. Ik ben blij met haar komst, maar ze begroet me niet. Wel schudt ze hartelijk de handen van de mensen achter ons, zij is hier voor een andere herdenking. Mijn tranen vloeien rijkelijk.

Zondag 6 november

Met één van de musketiers ga ik naar de dansvoorsteling Mamootot van Batsheva Dance Company, in de hal van het stadhuis in Den Haag.
Een prachtige voorstelling en een hele fijne dag.
We praten over kunst, over dans en theater en over de vele inspiratiebronnen en ik voel het dichterbij komen. De mogelijkheid van het zélf maken, een gedachte waar ik allang mee speel, en die ik soms al een bescheiden vorm heb gegeven.
Bij thuiskomst draai ik de video van één van die vormen. Slechte kwaliteit, amateuristisch spel, maar wel kracht en keuzes.
Kracht en keuzes.
Het leven in een notendop.


Maandag 7 november

Het lukt me in mijn kracht te blijven.
Ik heb een mening, durf ervoor en erachter te staan, en handel er naar.
Ik bijt me vast en laat los.

Het lukt me grenzen te stellen en prioriteiten.
Om me te richten op 1 ding en me niet schuldig te voelen over de andere dingen.
Ik bijt me vast en laat los.

Het lukt me om niet naar Man toe te gaan.
Om van hem te houden zonder hem te zien.
Ik bijt me in hem vast en laat hem los.

Dinsdag 8 november

Have a little faith in me...


Woensdag 9 november

Eindelijk weer bijkletsen met BHV.
Praten over mijn Man en de hare, vakantiefoto's kijken, liters thee drinken.
Dan gaan we op pad.
Onderweg tussen het praten en de autoradio een stop bij één van mijn hobbies:begraafplaatsen.

Net nadat ik heb geroepen hoe handig zo'n rondweg om een stad is, verdwalen we en leid ik BHV en mezelf alsnog door het centrum van Amsterdam. We hebben een goede taakverdeling, ik roep links en of rechts en zij kijkt of dat wel kan, qua overig verkeer.
Eindelijk komen we aan in Amstelveen waar we geile winkels ingaan en romantische dingen kopen. Zodra we in de schouwburg zo goed als op de eerste rij hebben plaatsgenomen start de voorstelling. Alsof ze op ons hebben gewacht.

Het is een hedendaagse musical, een verhaal in 4 talen, een eenvoud.
Geen decor, eenvoudige maar stijlvolle kostuums, mooie stemmen.
Een overtuigende dronken Camille, af en toe een onbegrijpelijke stijlbreuk, en een ontroerend einde.

Ik had gemengde gevoelens bij het gaan, omdat ik zelf zo met haar bezig ben.
Maar er niet heen gaan is geen optie.
Ik vind het deels mooi, deels overgeregisseerd. Vind een aantal scènes, een aantal gebaren te gekunsteld, maar misschien zoek ik naar redenen het minder mooi te vinden om zelf niet alle moed te verliezen.

Woorden van de regisseur op de website:

Sommigen zeggen dat je
(voor je de drempel over mag)
eerst geconfronteerd wordt
met je demonen
met je kwelgeesten

Dat je je moet ontdoen
van al je verwachtingen
al je verlangens
al je oordelen

Dat je het spel moet doorzien
opdat je voorbij de projectie
voorbij de droom
voorbij de nevel van de tijd
de werkelijkheid kan zien
en zo kan evolueren

Van rups tot vlinder

Camille vecht,
ze vecht met de berg,
met de klei
met het marmer
met de man
met de vrouw
met de maatschappij

maar bovenal vecht ze
met zichzelf

Vertel, Camille
vertel, vergeef en laat los
vergeef en laat los
laat los,
laat los,
laat...

Donderdag 10 november

Vandaag bega ik een enorme fout.
De rest van de dag bevind ik me in een grijs gebied, van schaamte, schuld en spijt.
Ik bedenk me hoe ik deze dag toch nog tot een enigszins acceptabel einde kan brengen.
Ik maak een lijstje, met plannen en actiepunten. Denk veel na over theater. Bekijk nogmaals de video van oud werk, zie de leuke vondsten en de keuzes die ik niet gemaakt heb, de vorm die ik niet gekozen heb.
Dan zie ik Man voorbij lopen. Vanachter de jaloezieën volg ik zijn weg, en ik vermoed dat hij boodschappen gaat doen. Ik weerhoud mezelf ervan om meteen op de fiets te stappen en alle winkels in te gaan, op zoek naar hem. Maar mijn hart gaat sneller kloppen en ik spring op. Ik pak een paar vellen papier en een stift. In mijn mooiste handschrift schrijf ik: hallo lief lekker ding en plak de vellen op mijn raam. Dan ga ik zitten wachten tot hij terugkomt. Met mijn rechteroog kijk ik tv, terwijl mijn linkeroog op het raam gericht blijft. Ik kijk Twee Vandaag, zap tussen quizen rond half 7, ga daarnaar naar Boulevard, schakel over naar een soap en zie het 8 uur journaal voorbijkomen. Ik zie mensen langs mijn huis lopen, even stilstaan om de tekst te lezen, lachen. Na het journaal sta ik toch maar op om stamppot te maken. Na Nova haal ik de papieren van het raam.
Ik word te oud voor dit spel, te broos voor een nieuw gebroken hart.
Vrijdag 11 november

Sammy is verdrietig.
Na het zien van dans, het aanbieden van excuses, het krijgen van een verrassing, komt Sammy erachter dat vanwege een nieuwe versie van het weblogprogramma haar site niet meer werkt en erger nog, dat alle oude pagina's verdwenen zijn.
Sammy blijft veel te lang op in een poging nog iets te redden, maar verder dan het heden komt zij nog niet. Omdat slapen een noodzakelijk kwaad is, werken links nog niet. Als je een manier weet om Sammy weer aan het lachen te krijgen, dan houdt ze zich aanbevolen.
Dat lukt niet door te zeggen dat ze een back up had moeten maken. De oude pagina's weer terug toveren, komt veel meer in de richting.
Zaterdag 12 november

Ik probeer me te richten op de léuke dingen van het leven. Probeer te bedenken dat gisteren ook nog goede dingen heeft gebracht en niet alleen het verlies van een deel van mijn leven.

Ik bezoek Fold van Dansgroep Krisztina de Chatel. Mooie beelden en een enorme inspanning van de dansers, maar herhaling en synchroniteit is niet per definitie interessant. Maar altijd inspirerend, altijd kom je terug met sterkere eigen beelden.

Bij thuiskomst gisteravond ligt er een brief van Man, die ik lees en lees en lees.
Met grote moeite word ik vanmorgen gewekt door 2 wekkers.

Op mijn werk richt ik me op structurele klussen, om zo ook bij te dragen aan een structureel tevreden gevoel.

Om de omstandigheden een beetje te helpen heb ik een paar trucs.
  1. Ik koop een prachtig duur boek met heel veel plaatjes uit voorstellingen van Anna Teresa de Keersmaeker en haar werk met de groep Rosas.
  2. Ik ga ´s avonds nergens heen en al helemaal niet naar het Dorp, maar besteed mijn avond op de bank, tv aan, computer uit.
  3. Ik heb lekkere dingetjes gekocht die ik gretig verslind.

Als ik voor het slapen gaan mijn mail nog even check lees ik dat één van de musketiers een verrassing voor me heeft achtergelaten op mijn tuintafel. Ik ren naar buiten en tranen springen in mijn ogen bij de narcissen in glazen pot. Een hart onder de riem, zo strak aangetrokken dat het hart warm wordt.

Ik probeer mezelf mee te geven wat ik haar eerder op de dag ook probeerde mee te geven, dat haar vermoeidheid ook een duidelijk signaal is van het lijf en de geest. Dat het maar goed is dat die signalen er zijn.
Ik kan nog lang blijven treuren om verlies.
Ik kan ook proberen het te zien als een manier om écht los te laten, om écht opnieuw te beginnen.
Zondag 13 november

Het wonder is geschied: mijn leven is herboren.
Dankzij Irene
Dit mijn virtuele dank aan haar.
Ben als een kind zo blij, als een vrouw zo gelukkig.

Ik begroet alle vorige levens persoonlijk.
Hallo mei 2005, maart 2004, november 2003,
welkom terug.

Weet ook wat mijn klus voor de komende dagen zal zijn: backuppen.

Nu ik mijn leven weer helemaal terug heb, wordt het tijd het ten volste te beleven.
Maandag 14 november

Als mannen iets van spanning tussen mij en hen voelen, gaan ze me vertellen waarom ik niets met hen moet beginnen of waarom zij vooral niets met mij gáán beginnen. Soms houd dat voornemen stand, soms weet ik ze te verleiden tot iets wat ze eigenlijk wel of eigenlijk niet willen, en soms weten ze niet hoe snel ze weg moeten komen.
Man heeft me een lange brief geschreven.
Hij heeft een mooi handschrift. Het is een hele tijd geleden dat ik handgeschreven vellen heb ontvangen, zelden een man ontmoet die zijn hart zo met pen voor me openlegt.
Man is verward en onzeker. Verliefd en verloren. Hij is het leven nog aan het accepteren, met name het feit dat je 20 jaar met iemand kan leven, en dat dat 'zomaar' over kan zijn. Het was zijn keuze een punt te zetten, maar die punt staat nog niet in zijn hart gekerfd. Het feit dat zij probeert van die punt nog een komma te maken, helpt niet.
Het maakt hem argwanend en het maakt hem zo moe. Hij durft niet te vertrouwen op liefde, of op zijn eigen gevoel.
Hij voelt, nee, hij denkt iets van kriebels te voelen in zijn buik bij de gedachte aan mij. Zou het liefst vandaag nog beginnen met zijn tweede jeugd en beginnen aan een toekomst met mij. Maar zolang zijn hart nog door een ander word geclaimd, durft hij het mij niet aan te bieden.
Dinsdag 15 november

Het komt dichter- en dichterbij.
Het is een bepaalde manier van denken, van kaders trekken, van bewegingen en emoties registreren en in beelden vertalen.
Ik blader (alweer) door het pas gekochte boek van Rosas/Anna Teresa de Keersmaeker - If and only if wonder.
Wat ik zie is mijn vorm.
Intensiteit in stilte, kracht in een blik, een gebaar, ingehouden hartstocht in een spier, een oogbeweging, een onschuldig ogende handreiking.


Woensdag 16 november

Met Ex naar het Muziekgebouw aan het IJ.
Sec gezien is het pure folklore, niet echt mijn muzieksmaak.
Om de één of andere reden heb ik dit vroeger, zelfs in mijn new wave tijd, veel geluisterd, Les Mystère des Voix Bulgares. Hoofdzakelijk muziekloze zang. De 22 vrouwen weten echter met hun in elkaar grijpende stemmen een heel orkest neer te zetten.
Ze ontroeren, maken aan het lachen, laten menigeen met de vingers op het been trommelen. Na afloop wordt uitbundig geklapt, gejuicht, en gestampt.
Het is goed om Ex weer te zien en te spreken. Hij is zichtbaar geroerd en enthousiast over de wereldmuziek, die zijn moeder weer zo dichtbij brengt.
Hij vertelt over zijn vakantie. Hoe moeilijk het is om het leven weer op te pakken. Best lekker weer, mooie omgeving en fijn gezelschap, maar het lachen doet pijn, en voelt onecht.

Het fijn elkaar weer te zien was echter wel degelijk waarachtig, van beide kanten.
Donderdag 17 november

Uit het (werk)veld geslagen, kent u die uitdrukking?

Hoe in één gesprek de sfeer kan omslaan van een prettig samenzijn tot het verwerken van een bom. Misschien dat over een paar dagen de bom terug kan worden gebracht tot een bommetje, maar nu zijn alle oude ontstekingsmechanismen in werking gezet. Ik word zelden echt boos, misschien is dat de reden dat áls het dan wel gebeurt, die boosheid meteen bijzondere grote vormen aanneemt. Alle woede perst zich samen en baant zich via mijn traanbuizen een weg naar buiten. Machteloos boos.
Niet alleen om de reden van de bom, maar met name om de manier waarop.
Ik probeer al het geleerde van de laatste tijd naar boven te halen. Maar mijn boosheid nu op tafel leggen en het in mijn ogen onredelijke proces bespreken zou nu denk ik meer schade aanrichten dan wie of wat dan ook goed doen.
Dus stort ik mijn eerste hete tranen sinds tijden op het balkon op het werk, in de trein naar huis, op de fiets met volle boodschappentassen met meer lekkers dan ik op 1 avond naar binnen kan werken.
In mijn hoofd vormen zich de eerste letters van mijn ontslagbrief.
Vrijdag 18 november

Het lukt nauwelijks slaap en concentratie te vinden.
Zinnen dreunen door mijn hoofd, deels bewust opgeroepen in een poging een weg te vinden in de wirwar van gevoelens.
Met mijn collega's is inmiddels al een soort van nagesprekje geweest, met mij nog niet. Waarschijnlijk ben ik daar niet toegankelijk genoeg voor, en ik kan me er niet toe zetten zelf het initiatief te nemen, voel me te wankel, te emotioneel, te zeer nog niet in staat er een stempel op te plakken.
Zoals altijd probeer ik mijn boosheid weg te beredeneren, probeer ik te relativeren, mijn eigen aandeel en eigen bagage worden zo groot dat mijn boosheid zich alleen nog maar naar binnen kan richten.
Het wordt erg moeilijk niet in die spiegel te kijken waarin ik falend en lelijk ben.
Collega's zijn over de kwestie opgelucht, al snappen ze mijn boosheid.
Ik voel me alleen.
Heel alleen.
Ik verberg de rollende tranen achter mijn beeldscherm.
Zaterdag 19 november

Het is hinken op 2 gedachten.
Ik probeer te relativeren maar het is met veel bitterheid dat ik denk 'dat de dingen dus kennelijk zo gaan' en dat ik me daar maar bij neer te leggen heb.
Ik kan bedenken dat mijn boosheid buiten proporties is, maar juist dat niveau geeft ook wel aan dat ik wel degelijk echt gekwetst ben, en daarom ook wel recht heb op die boosheid.

Om mijzelf te plezieren koop ik spulletjes die ik niet echt nodig heb, eten wat ik niet echt op kan, de nieuwe Harry Potter waarvoor ik nog geen tijd heb. En bloemen, veel bloemen.

Ik doe mijn best te zien en vooral te voelen dat deze tegenslag, deze golf van emotie niet direct betekent dat het slecht met me gaat.
Ook al zijn er symptonen, het zou niet reëel zijn te verwachten dat meteen al mijn valkuilen zijn dichtgegooid, mijn muurtjes allen met de grond gelijk zijn gemaakt.
Wat ik voor ogen moet houden is dat de afgelopen dagen voor mij de vraag centraal heeft gestaan wat goed voor mij is.
Er nog niet met de betrokkene(n) over praten was geen teken van zwakte, het was voor mij een bewuste keuze. 
Zondag 20 november

Met de andere 2 musketiers houden we spelletjesmiddag. Ouderwetse spelletjes, zoals triviant en reclame raden.
Ondertussen natuurlijk bijpraten over alle uiteenlopende zaken des levens.
Tot besluit nog 2 persoonlijke 'kaartspellen'.
Het Orakel, ofwel het spel van zien, herkennen en verbinden. Een stapel kaarten met op ieder een woord. Je pakt een kaart van de stapel en beslist of je 'm zelf houdt, of dat het woord beter bij één van de anderen hoort. Als dat laatste zo is, leg je de kaart voor die persoon neer, en vertel je de reden van het geven. Het spel eindigt als ieder 6 kaarten in de hand heeft en 6 van anderen voor zich heeft liggen. Interessant om te zien wat je jezelf geeft en hoe anderen je zien. Ik krijg verrassende woorden als aarde en vuur. Ik zie mezelf niet echt als doener en gepassioneerd, maar het is niet aan mij om dat wat anderen mij geven, dat hoe anderen mij zien, af te breken.
En daarnaast de Combe-kaartjes, bestaande uit 2 stapels, waarvan 1 met woorden, en 1 met zinnen. Je trekt uit beide stapels een kaart, en dat woord en die zin slaan dan op je zelf de komende dagen. Een soort horoscoop maar dan anders. De zin op mijn kaartje: verlangen is dat wat groter wordt.

Als de musketiers weer huiswaarts zijn, lees ik nog eenmaal de brief die ik klaar heb liggen voor Man. Ik schrijf hem dat ik een relatie met hem zou kunnen hebben zonder hem te claimen. Dat ik naar hem kan verlangen zonder hem te moeten zien. Dat ik van hem kan houden zonder dat hij zijn hart aan me geeft.
Ik laat hem weten dat hij altijd welkom is, maar dat hem aan hem is de stappen te zetten.

Bij het bezorgen van de brief laat ik de gleuf hard klepperen en ik zie het gordijn bij het raam linksboven bewegen.

Een half uur later gaat mijn deurbel.
Maandag 21 november

Man en ik hebben elkaar nog niet gezoend, nog niet gestreeld, hebben elkaar nog niet op die manier lichamelijk verkend.
Toch ben ik met hem intiemer geweest dan ik ooit was met een man, dichterbij dan ooit.
We hadden er weinig woorden voor nodig.
Hebben elkaar uren alleen maar vastgehouden, alsof deze avond de laatste en de eerste was.
Dinsdag 22 november

Dag waarop dingen gezegd worden die gezegd moeten worden.
En dag waarop ik naar een voorstelling ga, waar wel geluid is, maar geen tekst.
Ik bezoek de voorstelling Kamp van Hotel Modern.
Hieronder een paar fragmenten van een artikel in het vakblad Theatermaker over deze voorstelling, omdat ik er zelf nog geen woorden voor heb.

KAMP gaat over een van de ergste concentratiekampen die de geschiedenis ooit heeft gekend: Auschwitz. Nu de ooggetuigen beginnen uit te sterven, vond de groep het tijd worden de herinneringen over te nemen.
KAMP gaat over Auschwitz. Letterlijk. Het is een portret van die plek. Een portret van bewakers en gevangen, van een moordfabriek die mensen eet.

Op de vloer van een schemerige studio staat een enorme maquette. Rijen barakken, geblakerde torens, een spoorlijn met forse speelgoedwagons. Het is er stil. Eerst wordt het kamp van buitenaf getoond. De trein komt aanrijden, gevangenen stappen uit en worden direct naar de gaskamer gebracht. Een mannetje met een kruiwagen komt langs, hij voegt zich bij een groepje andere mannen, die as scheppen. Met behulp van ‘vingercamera’s’ wordt op het achterdoek vertoond wat zich binnenin de barakken afspeelt, wat er op de bouwplaats achterin het kamp gebeurt.
Op een filmdoek achter de maquette verschijnt een poppetje dat in een ander poppetje prikt. Het slachtoffer is een gevangene, dat is te zien aan zijn streepjeshemd. Hij is opgehangen aan zijn armen en bungelt hulpeloos heen en weer onder de kracht van de steken. Het schurende geluid lijkt afkomstig van een andere gevangene die vol overgave de vloer dweilt. Ook hij wordt gestoken en valt om.
De camera die deze beestachtigheid registreert wankelt, draait dan een stukje en toont reuzenvingers die de poppetjes in beweging houden.

De grote troef van Hotel Modern is dat ze niet ‘zomaar’ theater maken. In al hun voorstellingen zit een mix van animatie, film, spel, geluiden en een uitstekend oog voor detail.

(Jowi Schmitz in TM; november 2005)

Behalve de diepe indruk die thema en uitvoering op me maken, ben ik ook onder de indruk van hun gedrevenheid en integerheid, en de keuzes die ze zichtbaar hebben gemaakt. Ik was eerder naar een voorstelling van dit gezelschap, De Grote Oorlog, over de 1e wereldoorlog. Ook met een maquette, hoopjes aarde voor loopgraven, en meer 'trucs', zoals een plantenspuit voor regen en poedersuiker om sneeuw na te bootsen, en peterselie als struiken. Het was erg interessant om te zien hoe de makers het stuk live maakten, maar op de filmbeelden zat je midden in die oorlog. Er werden stukken voorgelezen uit brieven van soldaten aan het thuisfront.
Nu is er bewust voor gekozen geen tekst te gebruiken. In een interview las ik dat de makers bang waren dat het door tekst te educatief zou worden.
Ik hou van theater waarbij disciplines gecombineerd worden. Maar nog meer hou ik er van als die disciplines een bewuste keuze zijn geweest. Niet zoals je regelmatig ziet, en zoals ik zelf ook gedaan heb, een lekker opzwepend muziekje als men even niet weet wat je personages moet laten zeggen.
Door die bewuste keuze gebruik je de kracht van de zeggingskracht van iedere discipline, iedere taal, en ook van de stilte.
Woensdag 23 november

Ik ga bij Man eten. Het is vreemd in een huis te zijn wat feitelijk gelijk is aan het mijne, dezelfde inbouwkasten, muren, eigenaardigheden, maar wat aan de andere kant zo anders is door kleur, meubels en accessoires.
Het leert me meer over de man waar ik van hou.

Na het eten zitten we dicht tegen elkaar aan op zijn bank. Hji vertelt me over zijn vorige leven. Durft me niet aan te kijken als hij me vertelt over 'the other woman', zijn ex. Ik neem ieder woord in me op. Doe me op mijn best voor, heel belangstellend, heel begripvol. Mijn hart gaat naar hem uit, huilt om hem en heeft een hekel aan haar.
En ik verbaas me, blijf me verbazen over het fenomeen liefde. Hoe je oprecht met alles wat je in je hebt van iemand kan houden, en hoe dat gevoel over kan gaan. Over hoe liefde nooit een garantie biedt, al willen we dat nog zo graag.
Thuisgekomen zoek ik een tekst op die ik ooit geschreven heb op het liedje Mis ik jou van Acda en de Munnik.

Ze heeft zolang getwijfeld
wat goed voor haar zal zijn
bij hem weggaan, bij hem blijven
beide keuzes deden pijn.
Ze weet niet waar te zoeken
wat de waarheid hier in is
ze wil slechts gelukkig wezen
heeft zo'n angst voor het gemis.
Maar dan is hij haar net voor
maakt een einde aan de strijd
ziet geen kans meer voor hen samen
dus de breuk is nu een feit.
De liefde is niet over
maar was niet meer genoeg
hij had haar niets meer te bieden
kon niet geven wat ze vroeg.
Want houden van
is maar een woord
dat heel gemakk'lijk vallen kan.
Maar was het echt
of was het nodig
omdat je niet alleen zijn kan.
Dus hou je van.

Een grap is leuk als je 'm helemaal niet verwacht
ellende kan je hebben als je er eigenlijk om lacht
verdriet is best te dragen als je 't eerst zelf hebt bedacht
de blues is echt te gek als er iemand op je wacht.

Natuurlijk weet ze dat de pijn
weer weg zal gaan.
Maar ze houdt zich nu nog staande
door driftig om zich heen te slaan.
Ze weet niet meer wat echt is
weet niet wat haar drijfveer is
Als ze denkt dat ze hem terug wil
is dat verlangen of gemis.
Want houden van
is maar een woord
dat heel gemakk'lijk vallen kan.
Maar was het echt
of was het nodig
omdat je niet alleen zijn kan.
Dus hou je van.
Donderdag 24 november

Met één der musketiers bezoek ik een dansvoorstelling in het theater in mijn oude school. Het is raar er weer terug te zijn, met oude en nieuwe dingen, met oude en nieuwe leraren. Even komen een aantal lessen weer voorbij, het diepe graven in de persoonlijkheid, de bewegings- en stemlessen, het schrijven, het spelen, de stukken die ik hier gemaakt en opgevoerd heb.

We bezoeken de voorstelling Bacon van Nanine Linning. Ze werd bij het maken geïnspireerd door het werk van kunstenaar Franscis Bacon. Een erg indrukwekkende voorstelling, de verbeelding van een innerlijke strijd met zichzelf en de ander, bewegingen zo intens en van binnenuit en nooit voorspelbaar. En ook het schuren, elkaar liefhebben maar tegelijkertijd de eindigheid beseffen.
Nanine Linning noemt het Crylove, en gaat er een volgende voorstelling over maken.
Ik zal er zijn.
Vrijdag 25 november

Het lukt me overdag maar niet om warm te worden na de regen/hagel/sneeuwbui van vanmorgen. Het hele bedrijf loopt op kousevoeten en bij de verwarming staat een rijtje schoenen te drogen.
De terugweg is weliswaar droog maar met veel meer vertraging. Nooit geweten dat er zoveel mensen in een trein passen. Ik zit op een klapstoel in het halletje. De vele mensen om me heen die moeten staan kijken me verwijtend aan. Ik probeer me er voor af te sluiten en doe mijn ogen dicht. Probeer niet aan Auschwitz te denken, aan de goederenwagons waarin mensen dagenlang vervoerd werden zonder licht en lucht en zonder hun bestemming te weten.
Al dommelend hoor ik een meisje tegen haar moeder zeggen dat ze zich niet lekker voelt. De moeder probeert haar rustig te houden, zegt dat ze er ook niets aan kan doen dat ze moet staan, sust haar als ze zachtjes begint te huilen. Ik bied haar mijn zitplek aan, en op het punt dat het meisje er gebruik van wil maken, slaat ze haar handen voor haar bollende wangen en kan ze nog net op tijd de wc bereiken. Een overgeeflucht komt het halletje in. De man naast me ruikt bij zijn uitademing naar Foe Yong Hai. Ik maak me zo klein mogelijk, zo ver mogelijk bij zijn adem vandaan. Een halletje verderop valt iemand flauw.

Als ik met een zware boodschappentas bij mij de straat in glibber door de natte sneeuw, zie ik een afvalbak staan. Deze worden maandagochtend pas geleegd en ik vermoed dat iemand het weekend was is en de bak daarom alvast aan de straat heeft gezet. Nieuwsgierig, en omdat ik toch moet afstappen om het tuinpad in te gaan, veeg ik de sneeuw van de bovenkant en zie het huisnummer van Man.

Natuurlijk is hij mij geen verantwoording schuldig. Wat we hebben heeft (nog) geen naam, en als hij inderdaad het hele weekend weg is dan is dat zijn zaak.
Maar het doet pijn dit zo onderstreept te zien.

Thuis gaat de verwarming hoog.
Toch blijf ik rillen.

Zaterdag 26 november

We zouden vanavond naar de voorstelling Camille door de Paardenkathedraal gaan. We, als in een BHV, een bijna jarige Musketier, Solvegj, en ik.
De hele ochtend en middag bellen, mailen en smssen we, om elkaar op de hoogte te houden van de weersomstandigheden. We hebben allevier erg veel zin om te gaan, maar spreken af dat als 1 moet afzeggen we allemaal niet gaan.
's Middags ga ik eerst met één Musketier zo veel mogelijk kadootjes kopen voor de bijna jarige Musketier. In de kroeg maken we een pakjestafel en ze is zichtbaar verrast.
Om 4 uur wordt definitief besloten de tocht naar Utrecht af te blazen. Ik had me op zich al wel goed voorbereid. Had een voorraad pepernoten mee, de nieuwe Harry Potter (ik zag me al voorlezen in de Jaarbeurshallen) en een pak kaarten en yahtzee. Nu vermaken we ons ermee in de kroeg. Ik leer de wijze levensles dat ik boven beter ben dan beneden.
Bij thuiskomst probeer ik me niet te bedenken waar Man zoal kan zijn.
Ik slaag niet in dat voornemen.
Zondag 27 november

Het overgrote deel van de dag slapen en ontwaken.
Er dan achterkomen dat, en dat is zeldzaam, ik een afspraak ben vergeten voor die avond, terwijl die wel in mijn agenda stond.
Helaas is het nog niet te laat om deze na te komen, dus eet ik bij Ex.
We kijken naar de documentaire over Armando. Ik kan me hem heel goed voorstellen aan de keukentafel van Annie, die twee hadden het vast goed met elkaar te vinden.
En terwijl Ex in slaap valt in de stoel voor de tv kijk ik verder naar documentaires die te laat door gaan maar te interessant zijn om bij weg te lopen.

Dan toch tijd om de kou in te gaan, naar huis. Heel zachtjes zet ik mijn afvalbak aan de straatkant, naast die van Man. Ik teken een hartje op het vastgevroren laagje op de deksel van zijn bak, en veeg het snel weer weg.
Doe binnen snel de verwarming aan, en aai Poes. Lees mijn mail, stuur een mail, en ren dan nog net op tijd naar de wc om daar een groot deel van de nacht deels ondersteboven het onderste uit mijn maag te storten.
Maandag 28 november

Het enige uitje wat ik vandaag heb is de wandeling naar de straatkant.
De afvalbak van Man is weggehaald.
Dinsdag 29 november

Langzaam kruipen de griepverschijnselen mijn lichaam in.
Voor het eerst kan ik onderscheiden dat mijn lichamelijke energie niet ook meteen mijn geestelijke energie opslurpt.
Woensdag 30 november

Het scheidingswandje tussen geest en lichaam vertoont wat scheuren.
Soms kan een herinnering je opeens innerlijk en uiterlijk laten wankelen, en hoe het werkt weet ik niet precies, maar met name deze laatste maanden van het jaar komen die dingen regelmatig naar boven. In het Dorp worden voorbereidingen getroffen voor een aantal oudjaarsfeesten en ik denk terug aan een jaar geleden, waar ik voor en na het feest met Goede Man mijn liefde heb bedreven.
Ik bedenk hoe gelukkig hij dít oudjaar zal zijn.


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
november 2005