Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN
mei 2009


Dinsdag 5 mei

Nee.
Ik ben er nog.
En ben er tegelijkertijd nog niet.
Maar ik kom er wel.

Zondag 10 mei

Een hele leuke dag met BHV ter voorbereiding van een familiedag.


Dinsdag 12 mei

Het is een intense dag geweest.
Ik neem plaats in de trein, in een 6 persoons coupé, het is er nog rustig.
Er komt iemand bij, er komt nog iemand bij.
Dan komen er heel veel vrouwen langs. Lid van een Twentse bond voor huisvrouwen of een willekeurige andere babbelclub. Ze nemen plaats in een ruimte verderop, ze gieren het met grote regelmaat uit, het lijkt wel hun eerste dagje uit.
Ik kijk naar buiten. Op het perron waar ik op uit kijk zitten een man en een vrouw op een bankje. De man draagt een zwart/rood trainingspak, hij past er nauwelijks in. De vrouw naast hem heeft een grijs joggingpak aan. Op haar hoofd een petje waarvan de klep haar ogen overschaduwd. De capuchon van het jack heeft ze over haar hoofd getrokken, de touwtjes strak aangetrokken.
De conducteur komt langs en zegt dat de remmen het niet doen en dat we moeten wachten tot dat gerepareerd is.
Een bankje verderop zitten ook een man en een vrouw. De man heeft de ogen dicht. De vrouw heeft een aluminiumprop en een aansteker. Pakt een rol huishoudfolie, trekt er met 1 hand een stuk af en vouwt dit om de aluminiumprop heen.
Er wordt omgeroepen dat onze trein niet meer kan vertrekken, we moeten naar de trein van een half uur later, die al klaarstaat.
Iedereen verlaat de trein en plaats in de trein op het perron dat ik net heb gadeslagen. Er zitten geen mensen meer op bankjes.
In die trein is het al druk. Ik neem plaats op de eerste vrije stoel die ik zie. De Twentse huisvrouwen komen achter me binnen, nemen om me heen plaats. Naast me een vrouw die gedraaid gaat zitten, met haar rug naar me toe zodat ze met iedereen tegelijk kwam kwekken, de mensen tegenover haar, de vrouwen in de volgende coupé en als ze de vrouw achter haar wil spreken leunt ze achterover om tussen de stoelen door met de achterbuurvrouw te praten, haar harde stem te dicht bij mijn oor. Haar lichaam te dicht bij het mijne.
Ik maak heel subtiel duidelijk dat ze wat minder in mijn buurt moet komen, maar ze snapt de hint niet.
Ik probeer me af te sluiten, sluit mijn ogen. Ze leunt nog verder naar achter, het gekwek gaat maar door, ik druk mijn elleboog in haar rug. Hoor dat ze het nu over mij heeft. Dat sommige mensen zo asociaal zijn en ik voel dat ze zich naar me heeft omgedraaid. Stel me voor dat haar hoofd nu 90 graden gedraaid is ten opzichte van haar romp. Open mijn ogen, de hare zijn dicht bij me.
"Mijn kanker is uitgezaaid, niets meer aan te doen, vandaag te horen gekregen", zeg ik.
"Wat zegt ze?" zegt de vrouw achter ons. "Dat ze... laat maar", zegt mijn buurvrouw. Ze gaat recht op haar stoel zitten, is een stuk stiller. Als bij het eerst volgende station mensen uitstappen nemen zij plaats in een volgende coupé. Het gekwek wordt gefluister.
Libellezomerweek.



Woensdag 13 mei

Ik woon in een flat van 3 verdiepingen. Nou ja, flat, gestapelde laagbouw heet dat geloof ik.
Ik woon beneden. Heb een zitje voor, een balkonnetje hoewel mensen dat niet snappen als je beneden woont, en een tuin achter.
Sociale woningbouw, het kleurt de buurt. Ook door de mensen die nog onder begeleiding staan van een psychiater maar die een beetje losgelaten worden.

Toen ik er net kwam wonen, nu 11 jaar geleden, kwam er al snel een man naar me toe. Mijn schuinbovenbuurman. Zwart haar, bruine ogen, een bruine huid, moeilijk te verstaan. Hij maakte me duidelijk uit Irak te komen. Zei: jij alleen, ik alleen, wij samen? Ik wees hem vriendelijk af. Was minder vriendelijk toen hij opeens aan de andere kant van het raam stond terwijl ik op de bank zat. Ik gilde en stuurde hem weg. 's Nachts was hij vaak wakker. Stootte hij teksten uit waarvan ik bedacht dat ze wel uit de Koran zouden komen en soms lachte hij hysterisch.
Toen kwamen er pornoplaatjes op zijn slaapkamerraam, vastgeplakt met een vage substantie, het kon wel sperma zijn.
De buurt ging protesteren en sindsdien komt er wekelijks een psychiater en komt zijn familie op zondag met boodschappen en schone kleren.
Ik spreek hem niet, houd hem wat op afstand.

Sinds enkele maanden heb ik een schuinbovenbovenbuurvrouw. Ze klopt op mijn voordeur. Klopt hard. En ze praat nog veel harder. Het galmt door het trappenhuis. Vertelt dat ze een poesje wil nemen als dat mag van haar bewindvoerder. En of ik daar dan voor wil zorgen als zij op vakantie is. Ik houd het wat op afstand, ze zal eerst iemand anders vragen. Ze klopt weer, ze heeft een poesje, maar de vakantie gaat niet door.
Vorige week klopt ze weer, het is kwart over 11 's avonds. Ze gaat weer op vakantie, met een vriendin. Vertelt met luide stem over de huizen waar ze begeleid heeft gewoond. Heeft een wat lijzige stem, ieder woord wordt nadrukkelijk uitgesproken, met soms een uithaal. "Eerst-woonde-ik-in-een-huis-met-9-meeeeensen-en-daarna-in-een-huis-met-vieeeeeeer-mensen."
Ze zal terugkomen als ze weet of het doorgaat.

Gisteravond was ze er.
Het gaat misschien niet door, de vakantie.
Haar vriendin heeft haar fiets verkocht, een mooie fiets, echt zonde, maar daar moet ze het geld nog voor krijgen. Zo stom van die vriendin, en dat heeft ze haar gezegd ook. Nu gaat misschien de vakantie niet door. En het was zo'n goede fiets. En ze ging ook kleding kopen in de uitverkoop. Broeken vooral. Op de markt, 2 voor de prijs van 1. Dat had ze vorig jaar ook gedaan. 2 Zomerbroeken gekocht in de uitverkoop. En toch had ze de hele zomer in een spijkerbroek gelopen. Dat had ze haar gezegd ook. Dat ze ook haar zomerbroeken aan moet trekken als het mooi weer is. Maar nu gaat de vakantie misschien niet door.
Ik probeer wat te relativeren maar haar ondertussen zo snel mogelijk weg te werken.
Iedere maandag en donderdag belt ze met die vriendin. Donderdag zal ze terugkomen.
Ze biedt ook nog aan om voor mijn kat te zorgen.
Binnen stel ik Poes gerust dat ik dat nooit zal laten gebeuren.

Zondag 17 mei

Bijna.
Ik ben er heel dicht bij.
Ik sta op het punt een beslissing te nemen, een keuze te maken.
Ik denk te voelen dat het een goede beslissing is.
Maar het is drastisch en kan dramatisch worden.
En als ik eenmaal 1 stap heb gezet kan ik niet meer terug.
Ik vraag het me vaker af: hoe weet je of je de juiste keuze maakt. Echt de juiste keuze. Volg je hart telt niet, mijn ervaring is dat mijn hart me op hele verkeerde plekken kan brengen.

Ik ben niet goed in mensen betrekken in een proces. Ook nu niet. Ik moet er niet aan denken om dit met mensen te delen, te overleggen. Denk dat ik dan alleen maar meer ga twijfelen, of anderen achterna ga lopen. Ik kom liever met een eindresultaat, al dan niet gelukt.
En de kans dat het in dit geval mislukt is groot.

En toch voel ik dat het een goede stap zou zijn. Zou kúnnen zijn. Een wezenlijke stap.
Een stap die misschien wel voortkomt uit een deal die ik op Goede Vrijdag sloot met Goede Man en die vandaag zijn hoogtepunt heeft bereikt.
Een stap die een streep niet dóór maar ónder het verleden zou kunnen zetten.

Woensdag 20 mei

De geboortedag van Anna.
En zoals altijd zitten we dan samen rond haar keukentafel, de laatste 4 jaar zonder haar.
Anna. De moeder van Ex. Een bijzonder mens. Een dierbaar mens.
Tijdens mijn relatie met Ex hebben we strijd geleverd, een strijd die ik bij voorbaat niet kon winnen. Een strijd om haar zoon, maar ook omdat ik soms zo dicht kon slaan tijdens de heftige gesprekken aan de keukentafel waaraan vaak sterke vrouwen hadden plaatsgenomen.

Met mijn ouders had ik een andere strijd. Een strijd om het bestaansrecht. Om gezien te worden, er te mogen zijn.

Na de breuk met Ex werd het kontakt met Anna anders, was ik niet meer dat stille depressieve vriendinnetje van haar zoon maar kreeg ik een eigen gezicht. Naar haar ging ik toe zodra ik terug was van een reis. Bij haar werd ik gezien zonder woorden te hoeven geven. Bij haar mocht ik er zijn zonder concessies te hoeven doen.

Vanavond zijn ze er weer, de sterke vrouwen. Op Anna na.
Vanavond ben ik niet één van hen.
Ik heb zo hard en zo veel gewerkt de laatste dagen dat een dof gevoel overheerst.
Ik zit er, maar voer niet echt gesprekken.
Ik zit er, maar ik ben er niet.
Ik zit er, maar vanavond hoor ik er niet bij.

Als ik als eerste wegga en naar huis fiets richt ik mijn ogen op en zeg ik sorry tegen Anna.

Donderdag 21 mei

Ik zet kleine stappen op weg naar een hele grote stap.
Ik heb nog de illusie dat ik door een kleine stap de keuze voor een grote stap nog wat uit kan stellen. Maar weet ergens diep van binnen dat door die kleine stap de keuze al gemaakt is.
De uitkomst echter kan nog alle kanten op en dat maakt me vrij onzeker.

Donderdag 28 mei

De afspraak met de kapper is om 14.00 uur. Mijn deadline.
Tot 5 uur vanmorgen heb ik dreads zitten uitkammen.
Iedereen zegt en schrijft op internet dat je je haar moet milimeteren als je geen dreads meer wil. Maar ik ben eigenwijs. Ik heb een goedje aangeschaft waarmee het een stuk makkelijker zou moeten gaan en 6 flessen cremespoeling. Een paar stevige kammen en zo ben ik al een week na werktijd mijn haar aan het ontklitten. Ondertussen heb ik op internet al gezocht naar korte kapsels, voor achter-de-hand.
Het kammen werkt enigszins therapeutisch. De redenen om dit te doen vormen zich in mijn veranderende hoofd.
Soms moet je een uiterlijke verandering ondergaan om zo een innerlijke verandering tot stand te brengen.
Ik heb het gevoel dat ik nog steeds kind ben, dat kind van mijn ouders. Dat kind dat aandacht vraagt, dat zich afzet, dat opstandig is. Maar nu ik net weer een jaartje ouder ben geworden is ook het besef gegroeid dat ik daar dat kapsel niet meer voor nodig heb.
Een paar maanden geleden had ik het er nog met een collega over. We hadden het over mijn dreads en ik zei dat ik ze er misschien wel uit wilde halen. Waarom, vroeg ze. Omdat ik niet meer anders wil zijn, zei ik.
Nu heb ik niemand gezegd dat ik de stap daadwerkelijk heb gezet, alleen BHV heb ik het op mijn verjaardag vertelt.

Voor 2 dingen ben ik bang. Voor het eindresultaat en voor het feit dat mijn familie zal staan juichen dat ik weer normaal ben.

Af en toe tel ik hoever ik al ben. Ik had 87 dreads en om 5 uur 's ochtends moet ik er nog 42. Ik houd mijn armen niet langer op en mijn ogen niet langer open. Ik zet de wekker op 7 uur, en slaap 2 korte uurtjes. Zodra de wekker is afgegaan ga ik door, ook als ik op de wc zit of wat eet of drink. Ik probeer niet te veel te kijken naar de doos waarin ik de haren stop die aan de kam blijven hangen, die ik kwijt raak tijdens het ontklitten, het zijn er zo vreselijk veel.
Om 11 uur bel ik de kapper, en verzet de afspraak naar 18.30 uur.
Gestaag ga ik door, maar het zijn er teveel, ik doe er hooguit 3 per uur.
Om 17.00 uur besluit ik de overgebleven dreads er maar af te knippen, ik wil dat niet door de kapper laten doen. Word een klein beetje verdrietig als ik de laatste dread verwijder en in de doos laat vallen.
Mijn haar is droog en staat alle kanten op. Ik maak het nat, was het voorzichtig en droog het. Schrik als ik resultaat zie. De ooit zo volle bos, ook vòòr de dreads, is aanzienlijk geslonken. Hiermee durf ik niet bij de kapper aan te komen. Met een smoes bel ik af.
Ik ga de stad in, haal flessen versteviger en mousse en nieuwe sjaaltjes.
Heb het gevoel dat de mensen kijken, kijken naar een vrouw met een kapsel alsof ze een ernstige ziekte heeft.


Zondag 31 mei

Familiedag.
Omdat ik geen zin heb om in een kringetje mijn verjaardag thuis te vieren organiseer ik al jaren een familiedag.
Vroeger op vakantie mocht ik al 1 dag zelf bepalen waar we heen gingen, de anderen kenden de bestemming niet, ik had al dagen op kaarten gekeken op zoek naar de mooiste routes.
Ik doe dat nu nog steeds, vooral met BHV. Deels om anderen te verrassen, deels misschien ook uit angst om afgewezen te worden als ik gewoon zeg waar we heen gaan.

Met BHV heb ik deze dag een paar weken geleden voorbereid. Ik ben moe, na een zware werkweek. Heb het gevoel dat ik een paar weken geleden een klap met een hamer heb gekregen, en dat ben ik nog niet te boven, ik sleep me voort.
Ben zenuwachtig ook, voor hun reacties op mijn haar. Ook al wil ik me nog zo graag losmaken, ik betrap mezelf er op toch nog een vorm van goedkeuring te verlangen. De afgelopen dagen was er vooral verbazing.

Van mijn familie komt geen enkele reactie.
Niet bij de ontmoeting, niet gedurende de rest van de dag.
Ik neem ze via prachtige stukjes Holland mee naar een theetuin. Na de taart gaan we in 2 fluisterbootjes en bewegen we ons stilletjes voort door Varkensland.

picknickplaats onderweg
Na de boottocht gaan we naar Marken, lopen er wat rond en eten er in het plaatselijke café restaurant.
De vermoeidheid slaat toe.
Het verwijderen van de dreads voorkomt niet dat ik me niet weer in familieconstructies verwikkeld zie, dat ik me erger aan gedrag, dat ik me verdrietig voel. Mijn basisthema is de laatste weken aan de oppervlakte komen drijven: gezien en gehoord willen worden.
De boodschap uit de opvoeding was niet opvallen, niet lastig zijn, niet anders zijn. In mijn hoofd vertaalde ik dat als niet eigen mogen zijn.
Er überhaupt niet mogen zijn.
3 Jaar lang heb ik met dit eigen hoofd rondgelopen, nu is het een ander hoofd. Maar het wordt niet gezien. En misschien wordt het wel gezien, maar dan wordt er niets over gezegd, daar is de familie ook goed in.

Helemaal aan het einde van de dag sta ik bij Grote Zus.
Ik kan het niet laten.
Ik zeg: ik heb mijn dreads eraf.
Ze zegt: Jeetje ja. Ik keek vandaag al een paar keer, zag wel dat het anders zat.
De innerlijke verandering heeft nog niet plaatsgevonden.

Op de terugweg schreeuw ik het fluisterend uit op de muziek van Newton Faulkner.
Teardrop.