Woensdag 13 mei
Ik woon in een flat van 3 verdiepingen. Nou ja, flat, gestapelde laagbouw heet dat geloof ik.
Ik woon beneden. Heb een zitje voor, een balkonnetje hoewel mensen dat niet snappen als je beneden woont, en een tuin achter.
Sociale woningbouw, het kleurt de buurt. Ook door de mensen die nog onder begeleiding staan van een psychiater maar die een beetje losgelaten worden.
Toen ik er net kwam wonen, nu 11 jaar geleden, kwam er al snel een man naar me toe. Mijn schuinbovenbuurman. Zwart haar, bruine ogen, een bruine huid, moeilijk te verstaan. Hij maakte me duidelijk uit Irak te komen. Zei: jij alleen, ik alleen, wij samen? Ik wees hem vriendelijk af. Was minder vriendelijk toen hij opeens aan de andere kant van het raam stond terwijl ik op de bank zat. Ik gilde en stuurde hem weg. 's Nachts was hij vaak wakker. Stootte hij teksten uit waarvan ik bedacht dat ze wel uit de Koran zouden komen en soms lachte hij hysterisch.
Toen kwamen er pornoplaatjes op zijn slaapkamerraam, vastgeplakt met een vage substantie, het kon wel sperma zijn.
De buurt ging protesteren en sindsdien komt er wekelijks een psychiater en komt zijn familie op zondag met boodschappen en schone kleren.
Ik spreek hem niet, houd hem wat op afstand.
Sinds enkele maanden heb ik een schuinbovenbovenbuurvrouw. Ze klopt op mijn voordeur. Klopt hard. En ze praat nog veel harder. Het galmt door het trappenhuis. Vertelt dat ze een poesje wil nemen als dat mag van haar bewindvoerder. En of ik daar dan voor wil zorgen als zij op vakantie is. Ik houd het wat op afstand, ze zal eerst iemand anders vragen. Ze klopt weer, ze heeft een poesje, maar de vakantie gaat niet door.
Vorige week klopt ze weer, het is kwart over 11 's avonds. Ze gaat weer op vakantie, met een vriendin. Vertelt met luide stem over de huizen waar ze begeleid heeft gewoond. Heeft een wat lijzige stem, ieder woord wordt nadrukkelijk uitgesproken, met soms een uithaal. "Eerst-woonde-ik-in-een-huis-met-9-meeeeensen-en-daarna-in-een-huis-met-vieeeeeeer-mensen."
Ze zal terugkomen als ze weet of het doorgaat.
Gisteravond was ze er.
Het gaat misschien niet door, de vakantie.
Haar vriendin heeft haar fiets verkocht, een mooie fiets, echt zonde, maar daar moet ze het geld nog voor krijgen. Zo stom van die vriendin, en dat heeft ze haar gezegd ook. Nu gaat misschien de vakantie niet door. En het was zo'n goede fiets. En ze ging ook kleding kopen in de uitverkoop. Broeken vooral. Op de markt, 2 voor de prijs van 1. Dat had ze vorig jaar ook gedaan. 2 Zomerbroeken gekocht in de uitverkoop. En toch had ze de hele zomer in een spijkerbroek gelopen. Dat had ze haar gezegd ook. Dat ze ook haar zomerbroeken aan moet trekken als het mooi weer is. Maar nu gaat de vakantie misschien niet door.
Ik probeer wat te relativeren maar haar ondertussen zo snel mogelijk weg te werken.
Iedere maandag en donderdag belt ze met die vriendin. Donderdag zal ze terugkomen.
Ze biedt ook nog aan om voor mijn kat te zorgen.
Binnen stel ik Poes gerust dat ik dat nooit zal laten gebeuren.