Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN

Sammy
maart 2010

Maandag 1 maart

Poes is een poes, een huisdier, en een huisdier is voor velen alleen maar een huisdier.
Poes en ik kennen elkaar bijna 20 jaar.
Ze keek me troostend aan als ik weer eens huilde, ze keek meewarig als ik weer eens seks had, ze glimlachte hoopvol en wijs als de vlinders in mijn buik rondvlogen.
Nu kijkt zij heel triest.
Gisteren heeft ze gewoon waar ik bij was, zonder paniek en zonder miauw, haar 3e hersenbloeding gehad. Ik zie haar opeens waggelen, als een dronken oude dame. Ze lijdt, niet zozeer lichamelijk, maar mentaal, overduidelijk. Kijkt me machteloos aan, voor zover ze kan met haar scheve hoofdje.
De dierenarts constateert een veel te hoge bloeddruk die het knappen van een vaatje heeft veroorzaakt.
De pillen die ik gelukkig niet in haar strot hoef te duwen omdat ze ze van mijn hand likt moeten binnen 48 uur verbetering geven. Het liefste wil ik nu de troost van mijn moeder maar ik vraag het niet.
Woensdag 3 maart

Op de deur hangt een bordje dat de sauna buiten werking is, dat zou je boven echter niet zeggen.
Ik breng mijn stem uit in het zwembad en meld me dan als aflosser.
Ik doe dit voor het eerst, heb me goed voorbereid maar vind het ook wel spannend.
Ik zet met 2 oudere dames. Eén ervan controleert de gang van zaken bij de stemhokjes, de ander controleert de stempas en het legitimatiebewijs. Ik ben waarnemend voorzitter, ik turf, ik deel de stembiljetten uit, ik beantwoord vragen.
Ik groei in mijn rol.
De bezoekers zijn zichtbaar aangenaam verrast door een jong en uitnodigend iemand, ik vervul die rol met verve, vooral bij leuke mannen zonder volmacht voor hun vrouw.
Tusendoor gaan de gesprekken over lichamelijke gebreken, vakanties, politiek. Zij vinden de ideeën van Geert zo gek nog niet, al zouden ze niet op hem stemmen. De vrouw naast is al 80, ze heeft moeite de letters op de rijbewijzen en paspoorten te lezen, vraagt ook steeds om legimitatiebewijs, bijna niemand hoort het, behalve de advocaat die moeilijk doet terwijl hij zelf de juiste papieren niet bij zich heeft.
Vooral buitenlandse passen duren lang bij haar, soms geeft ze ze aan mij voor een 2e check.
Later fluistert ze: ja, ik laat ze maar liever extra controleren, je weet het nooit hè, met die buitenlandse passen. Ik vraag waarom. Ze kan er niet echt antwoord op geven.

Om 9 uur begont het tellen, een bijzonder precies werkje.
Het gaat ook niet in 1 keer goed, we tellen, hertellen, komen er 1 tekort, dan weer 1 over, om 12 uur zijn we eindelijk klaar.

Op de weg naar huis blokkeert mijn fiets plotseling en knal ik er af. Nee hoor, niets aan de hand, roep ik en sta gehavend op.

Thuis ademt Poes gelukkig nog.

Zaterdag 6 maart

Het raakt je, zegt ze, en na die woorden stromen de waterlanders over het reeds vochtige randje.
Ja, zeg ik, volkomen overbodig.
Veranderingen, ik ben er al niet zo goed in, zeker niet op mijn werk waar faalangst om de hoek staat te wachten.
Maar deze verandering gaat dieper. Deze voelt als een kind dat afgewezen wordt door de ouder.
Een bekend gevoel.

Vanmorgen halen we tante op. Tante heeft ooit duizenden baby's op de wereld helpen zetten in Zuid Afrika en kwam in 1964 terug naar Nederland. Ze werd opgehaald door familie, we hebben de foto nog waar de neefjes met het spandoek staan. Nu was ze er, waarschijnlijk voor het laatst, om mensen te bezoeken, om de projecten te bezoeken waar haar geld naar toe gaat.
We willen de foto nieuw leven inblazen en staan er opnieuw, nu ook met nichtjes en aangetrouwd spul, met spandoek.
Wat zie je er mooi uit, zegt mijn vader. Mijn vader die dat zegt.
Je bent afgevallen, je ziet er goed uit, zegt mijn moeder. Ja, als ik afgevallen zou zijn, zou ik er beter uitzien.  Kennelijk heeft ze me jaren niet echt gezien, anders zou ze dat niet zeggen. Dan zou ze beter weten.
Hoe gaat het met je, vraagt tante. Je straalt, zegt ze, na mijn 'goed'. Kennelijk past mijn masker mij goed vandaag

Even dreig ik hun woorden te geloven.
Even denk ik in de wereld te staan als een gelijkwaardige, als iemand die deugt, iemand die er mag zijn.
Tot ik mijn spiegelbeeld zie en het beeld in en van mijn hoofd bevestigd krijg.
Gek als een deur, lelijk als de nacht.

Zondag 14 maart

Vriendin en ik gaan naar ons favoriete museum: de Pont in Tilburg.
Sophie Calle hangt er, ik zag haar 2 jaar geleden op de Biennale in Venetie en was erg onder de indruk van haar project: Prenez soin de vous, Take care of yourself. Ze kreeg een email van haar toenmalige vriend waarin hij de relatie verbrak, en eindigde de mail met die woorden: Prenez soin de vous.
Ze weet niet wat ze met haar gevoelens aan moet en geeft de brief aan tientallen vrouwen die er vanuit hun professie op reageren. Een filosofe, taalkundige, kind, advocate, enz. Getoond worden foto's waarop de vrouwen de brief lezen plus hun reactie.
Geen straf het hier nogmaals te zien.

Ook erg fascinerend om haar andere projecten te zien.
Sleepers, waarbij ze mensen vraagt een paar uur in haar bed door te brengen. Ze ligt er zelf niet in, maar maakt foto's.
Het project dat begint met een brief van een jongen die voor een tijdje haar bed wil lenen om zo van zijn liefdesverdriet af te komen. Hij doet via haar verslag van dit proces.
Een ander project, waarbij ze werk aanneemt als kamermeisje, om via de spullen in de kamers te proberen een indruk te krijgen van de tijdelijke bewoners.
Pas pu saisar la mort, waarin ze probeert de laatste adem van haar stervende moeder op video vast te leggen.
The Address Book, een boekje dat ze vindt op straat met adressen. Geïntrigeerd door de onbekende eigenaar, probeert zij hem beter te leren kennen, niet tijdens een ontmoeting maar via de beschrijvingen van vrienden en relaties, van wie zij de gegevens in het adresboekje aantreft. Zo dringt ze binnen in het leven van deze man, stalkt hem zelfs.
Hij neemt uiteindelijk wraak door een naaktfoto van haar te publiceren.


Zaterdag 20 maart

Het dorp moet verhuizen en ik grijp dat aan om alle persoonlijke brieven die ik in mijn jarenlange verblijf heb mogen te vervangen in de vuilniszak te doen.
Maar zoals dat gaat met opruimen, niets kan ongezien weg.
Dus werk ik me door de brieven heen.
Warme vrouwenletters, waarmee mannen worden besproken, waarin riemen onder harten worden gesnoerd.
Hete mannenletters, die een begin maar vooral ook vrij snel weer een eind van een contact markeren.
De zuchten tussen Goede Man en mij waaraan ik feitelijk een einde heb gemaakt maar waarvan de echo's nog lang in mijn hoofd en hart weerklinken.

Het is dan ook voor hem dat ik het volgende gedicht, gevonden in de dorpskrant, plaats:

Ek kan jou nie afleer nie

Swaar was dit nooit
jou liggaam is kleur
en nérens bly jy terug nie
ek ken jou beter as lokval of tafsy of touw

ek kan jou nie afleer nie
as ek jou net stywer kan vashou
'n deur word opgestoot na behaaglike son
elke keer as ek jou sien

soms word ek moeg van naamgee
van die worstelende selfgeveg

woedend en tot die dood toe
word ondergronds graf

gryp my, hou my hart,
ek kom van jou nooit los nie
ek wens jou hier jou hand vir altyd skuinsgedraai
in warm winterweefsel teen my wang
ek gaan die koue binne – alleen
met die dun blou lyn van berge in die vertes
dis verby, sê jy ondergronds
van waar ek vandaan terugkom
en 'n vergeefse landskap bewoon
hier nié
nie hier nie

ek funksioneer nie meer bo nie ek is verby alle omgee
alles breek los
wae het ek verloor hier?
wat soek ek hier

in die plek
waar ek altyd afwezig is?
ek het my hart opgegee en leef nog net
in my naels

waar slaap my liefde, my liefde vannag?

intussen het dit winter geword
ek droom hom ten gronde in die geraamte van my hart
gerugsteun en plotseling paraat
bondel ek hom voetstoots ondergronds
sy oë verblou laaste
voor ek die herinnering digklap

nooit het ek so liefgehad
as die oomblik toe ek hom verlaat

Antjie Krog
uit: Kleur komt nooit alleen nie

Woensdag 24 maart

Poes wankelt door het huis.
Haar achterlijf wil steeds een andere kant op dan het voorlijfje.
Ze is zo licht, met gemak til ik haar op en neem ik haar in mijn armen.
Dit komt omdat ze nu een afwijking schijnt te hebben aan haar schildklier.
Deze werkt te hard en hierdoor valt ze af, heeft ze een veel te snelle hartslag en een veel te hoge bloeddruk. Dat laatste bestrijden we met pillen en de dierenarts, de leuke aardige aantrekkelijke dierenarts, schrijft nu een 3e medicijn voor. Hij legt me de mogelijkheden voor: dit medicijn kan zijn werk gaan doen en dan zou ze nog jaren kunnen doorleven maar die kans is klein. Ze kan geopereerd worden waarbij haar schildklier er grotendeels uit kan worden gehaald, maar haar hoge leeftijd vormt een groot risico. En, en nu wordt de dierenarts een hele jonge en enthousiaste hond, ze kan naar een hele speciale dierenkliniek in Renkum of Gent waar ze in een tank radioactieve straling op haar loslaten en waar ze dan een week in moet verblijven.
Ik ben minder enthousiast. Ik kijk haar in de ogen. Met het voor mij linkeroog schjint ze niets meer te kunnen zien, het netvlies heeft losgelaten, het andere oog ziet nog maar 25%. Maar ze kan er erg ongelukkig mee kijken.

Dat wordt de dagen erna niet beter.
Likte ze eerst de pil nog uit mijn hand op, dat weigert ze nu. Verstop ik de pil in een vleesbrokje dan weigert ze te eten. Dagenlang. Ik koop een pillenschieter, om zo in ieder geval de belangrijkste pil er in te krijgen.
Ik maak me er niet populair mee. Ze trapt me met haar pootjes waarvan ik de nagels gelukkig net heb laten knippen. Spuugt de pil keer op keer weer uit. Keert me haar rug toe als  het eindelijk gelukt is.
Vanaf volgende week moet ze die pil 2x per dag toegediend krijgen.

Zondag 28 maart

Met alle collega's op studiereis.
Ik begin de dag met buikpijn. Ik, die bijna nooit iets vergeet, laat mijn paspoort thuisliggen, een vrij essentieel voorwerp vandaag.
Mijn baas zegt dat het wel goed komt maar ik kan het niet loslaten.

We gaan eerst met de Thalys naar Antwerpen, dan naar Brussel. In beide steden zijn er opdrachten en bezoeken we hotels.
Dan door naar Essen, Duitsland. Het Ruhrgebied is één van de culturele hoofdsteden van Europa dit jaar. We bezoeken een hotel in een voormalig kolenmijngebouw en fietsen langs oude spoorlijnen naar Zecht Zollverein, industrieel erfgoed. Het nodigt uit tot het nemen van gedetailleerde foto's van roestige voorwerpen maar de gids stuwt ons voort.
Natuurlijk is het mijn fiets die er mee ophoudt en de collega's kijken me meewarig aan als ik eindelijk aankom fietsen, ze denken dat ik het tempo niet bij kon houden. Ik haat die blik.
Ik voel me zo niet thuis nu, voel de woedende tranen komen.
Het helpt me even op mezelf te zijn als we door het designmuseum lopen.

Op de terugweg een fijn gesprek, een gesprek dat ik nodig had. Vanwege de persoon, ik voelde me wat vervreemd van haar en had deze intimiteit even nodig. Vanwege het gespreksonderwerp. Ze vertelt me dat ze mijn boek heeft gelezen, dat ik door moet gaan met schrijven. Als zij het zegt ben ik geneigd het te geloven. Voel ik me gestimuleerd.

Omdat we bijna langs mijn huis komen ben ik voor de verandering eens bijna als eerste thuis.
Geen paspoortcontrole gehad.
Thuis kan ik eindelijk ontspannen.