Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN


Sammy
maart 2009
Zondag 1 maart - Montmartre
De muziek is van de groep mannen op de horizontale foto, de band Les Ongles Noirs.
Maandag 2 maart

Het is nog vroeg als ik een trein neem, en nog een trein en nog een trein. Bij de eerste stations zijn nog toegangspoortjes, die mijn ticket niet accepteren, het laatste treintje kent geen poortjes, dit treintje stopt maar 1 keer per dag op het station waar ik moet zijn, het station dat alleen een gebouw is, een gesloten gebouw.
Fere en Tardenois.
Daar ergens in de buurt moet het zijn, mijn bestemming voor vandaag.
Eerst loop ik naar het dorpje, dan houdt het voetpad op en moet ik in de berm verder.
Vroeg nog dus, de mist hangt over de landerijen en de vogels hebben er zin in.
Pas in het volgende dorp, zo'n 2 kilometer vanaf het station staat een richtingsbordje naar daar waar ik heen wil, nog 3,5 kilometer.
Ik kom langs boerderijen, langs blikjes bier van het merk Amsterdam, langs enigszins vervallen huizen die wel bewoonbaar blijken, getuige de grote honden die me luid blaffend langs het hek vergezellen.

De laatste honderd meter krijg ik een lift van een metselaar.

Dan sta ik in Villeneuve sur Fere.
De plek waar Camille haar jeugd heeft doorgebracht. Waar ze kilometers verderop met een kruiwagen klei bij de grot haalde om thuis op haar kamer de eerste beelden te maken. De plek waar ze zo graag terug had willen keren, maar haar familie hield het tegen. Waar op het kerkhof naast het huis het familiegraf is, waar zij niet in mocht liggen.

Het verhaal van Camille is al vaak verteld, ook door mij. Nog even in vogelvlucht.
Camille Claudel, oudste dochter in een gezin van 5. Een vader die haar stimuleert te gaan beeldhouwen, die daarvoor regelt dat ze naar Parijs gaan, waar ze meer kansen zal hebben. Een moeder die een hekel aan haar heeft, die haar remt, haar veroordeelt. Die haar kwalijk neemt dat ze een meisje is, nadat haar eerstgeborene, een zoon, na een paar weken is overleden.
Een zus, waar ze weinig mee heeft, die wel een goede band heeft met haar moeder, die keurig trouwt en piano speelt.
En tenslotte een broer, Paul, met wie ze een hechte band heeft. Beiden hebben ze een kunstenaarshart, een passie, een grote gedrevenheid. Zij maakt beelden, hij schrijft.
In Parijs komt Camille in de leer bij Auguste Rodin. Haar talent valt op en al snel werkt ze mee aan zijn beelden. Al snel ook zal ze zijn minnares zijn. Rodin woont al jaren samen met Rose Beuret, met wie hij een zoon heeft. Camille probeert Rodin te laten kiezen, uiteindelijk doet hij dat ook maar niet voor haar. Dat, en het feit dat het zeer moeilijk is om erkenning te krijgen voor haar werk, ze wordt altijd gezien als voortvloeisel van Rodin, als schaduw, drijft haar tot waanzin. Ze vernietigt haar werk, is ervan overtuigd dat Rodin haar ideeën jat. Dat iedereen samenspant om haar kapot te maken.
Haar broer is al jaren afwezig, is consul in verre landen, is gelovig geworden en keurt het zondige leven van zijn zus af. Op de dag van de begrafenis van haar vader, Camille is niet op de hoogte gebracht van zijn dood, wordt ze weggevoerd uit huis, naar het gesticht. Het bevel daartoe is gegeven door haar broer en zus.
Camille zal haar laatste 30 jaar daar doorbrengen.
Ze zal brieven schrijven, aan haar broer, aan haar moeder, met het verzoek thuis te mogen komen, maar deze wijzen dit af.
Camille zal nooit meer beeldhouwen. Ze overlijdt en als men jaren later het graf wil ontruimen benadert men de familie of de resten ergens naar kunnen worden overgebracht. De familie heeft geen interesse, ze komt niet in het familiegraf. Achterkleinkinderen zullen later een bord naast het familiegraf laten ophangen, in haar nagedachtenis.

Daar sta ik dan.
Bij het huis van haar jeugd (foto 6). Het familiegraf (foto 7).
Raak in gesprek met een man die de familie gekend heeft, althans, hij praat tegen mij, ik knik af en toe, lach als dat van me verwacht word, zeg af en toe een Frans woord terug.
Wat voel ik me dichtbij haar.

Dinsdag 3 maart

Wat ik altijd doe als ik in Parijs ben, met de metro naar station Varenne, en dan de hoek waar het altijd waait, en daar is dan het Rodin Museum. Steeds iets meer uitgebreid, en iets meer vernieuwd. Rodin heeft bedongen dat in dit museum, waarin hij zelf heeft gewoond, altijd een kamer moest zijn met het werk van Camille.
Ik zie daar L'Age Mûr.
Het werk brengt tranen naar mijn ogen. Dit beeld dat zo de schrijnende situatie weergeeft.
Het bezoek gisteren aan haar huis, het lezen van de dubbelbiografie van haar en Paul, het proberen te verwoorden wat me zo in haar aantrekt, wat ik in haar herken.

Ik drink wijntjes, ik dwaal over Cimetière Montmartre, neem nog even plaats op de trappen van de Sacre Coeur.
De jongen die ik op de foto zet staat even later naast me, als ik nog even uitkijk over deze stad, als ik afscheid neem.
Hij praat over liefde.
Je n'ai pas les temps, zeg ik, ook niet voor de liefde.

Donderdag 5 maart

Of ik niet te streng ben voor mezelf, zegt hij.
Ik heb hem net verteld dat ik geen seks meer om de seks wil, dat ik me zo leeg kan voelen, daarna.
En het wordt opeens een stuk duidelijker.
Die leegheid komt niet doordat de seks niet bevredigend is.
Maar ik heb onbewust een geheime agenda. Via seks probeer ik liefde te krijgen.
In de basis niet ervaren dat ik geliefd was, dat er van me gehouden werd, dat ik er mocht zijn.
En dat nu nog steeds proberen in te halen.

Seks verwarren met liefde.
Omdat ik het één niet kon krijgen, mijn toevlucht gezocht tot het andere.

Het is niet meer voldoende.



Woensdag 11 maart

Heb gisteravond zo lang doorgewerkt, zoveel te lang, dat ik vandaag met zeer veel moeite mijn bed uit kom.
Met zeer veel moeite de dag door kom, mijn dossiers door kom.
Ik ga vandaag redelijk op tijd naar huis.
Haast me naar het station, haal nog even boodschappen. Onderweg van L naar S staat de trein stil, even stil, maar lang genoeg om me zorgen te maken voor de aansluiting naar A. Er zijn maar een paar minuten overstaptijd.
De trein rijdt weer en komt aan in S met een paar minuten vertraging. Meerdere mensen rennen, ik ook. Ik ren nooit, maar ik wil zo graag naar huis, zo graag. De deuren sluiten als we het perron oprennen. Een stuk verderop staat de conducteur in een deuropening. We rennen naar hem, hij zwaait. Ik ren nog harder, ik ren graag naar zwaaiende mannen, maar zie dan zijn deur sluiten. Zijn zwaaien was een afscheid, was een laat-maar-het-heeft-geen-zin-zwaai. Lul, zeg ik, zwaai dan niet!

Een half uur later zit ik alsnog in de trein, ik slaap een diepe slaap. Het is donker als ik arriveer in mijn woonplaats.
Ik loop naar mijn fiets, heb het sleuteltje in mijn hand. Hang mijn tas met boodschappen aan het stuur. Buig me voorover naar mijn slot.
Slot weg.
Ik kijk om me heen, sta ik wel bij de juiste fiets. Ja, de juiste fiets, maar geen slot meer. De 2 losse hangsloten zijn er nog wel, maar mijn vaste slot is weg. Weg. Stop het sleuteltje maar weer in mijn jaszak.
Fiets weg.
Na een paar honderd meter rollen plots mijn boodschappen over de straat. Een auto rijdt over mijn winegums heen.

Misschien lees ik iets te intens in het boek Paul & Camille, de dubbelbiografie over broer en zus Claudel. Ben nu bij het deel waarin haar familie Camille heeft laten opnemen in een gesticht. Ze zijn van mening dat zij haar niet meer kunnen helpen, dat ze te krankzinnig is, teveel achterdocht heeft ontwikkeld. Misschien is het daarom dat ik complotten vermoed, complotten om mijn fiets te stelen, om mij dwars te zitten, om mij het leven onmogelijk te maken.

De maan staat vol aan de hemel.

Vrijdag 13 maart

Hoe is het toch mogelijk dat je soms 1 stap niet weet te zetten.

Zoals je soms bedenkt, op een perron, dat je die ene stap niet móet zetten, mogelijk niet wílt zetten, mógelijk niet kúnt zetten. Die ene stap voor die trein, omdat het kennelijk een diepe overtuiging is dat die stap niet de juiste is.

Geldt dat ook voor de stap die mij wel de juiste lijkt? Die me wél gelukkiger maakt? Waarom heb ik die niet al lang gezet dan?
Waarom zet ik die stap niet alsnog?
Waarom bevrijd ik me niet van de mensen die ik zou willen loslaten en die mij allang hebben los gelaten. De ouders. De vriendjes. De andere mannen. De ongeboren babies.
Waarom verbind ik mij niet met mijzelf.


Zondag 15 maart

Het is echt nodig dat BHV en ik elkaar weer zien en live spreken, in plaats van sms-sen en mailen.
We willen dit combineren met 1 van de dingen op ons lijstje: Kamp Vught.
Gezellig.
Afweging.
Gaan we met de treintaxi vanaf Den Bosch of met de gewone taxi vanaf Vught.
Vught it is.
Daar wel 2 taxistandplaatsen maar geen taxi te bekennen. We kijken op bordjes en op plattegronden, geen nummer van de taxi.
We willen nummerinformatie bellen. In de telefooncel staat dat we dan 118 moeten bellen.
Dit nummer is buiten gebruik.
We zetten er 0900 voor en 0800 maar dit nummer blijft buiten gebruik.
Ik bel het nummer waarvan ik weet dat het niet meer in gebruik is, ik heb er ooit nog gewerkt: 0900-8008.
Daar krijg ik een ander nummer.

Welkom bij nummerinformatie. Dit nummer kost 0,80 cent per minuut met een maximum van 40 euro plus de kosten voor het gebruik van uw mobiele telefoon. Zoekt u een bedrijf of een persoon?
Bedrijf, gil ik, de Vughtse zondagsrust verstorend.
Wat is de plaats van dat bedrijf of zeg onbekend.
Vught, roep ik.
Dank u wel voor het bellen met nummerinformatie, de verbinding wordt nu verbroken.

Ik bel nog een keer.
Welkom bij nummerinformatie. Dit nummer kost 0,80 cent per minuut met een maximum van 40 euro plus de kosten voor het gebruik van uw mobiele telefoon. Zoekt u een bedrijf of een persoon?
Bedrijf, roep ik.
Wat is de plaats van dat bedrijf of zeg onbekend.
Onbekend, roep ik.
Dank u wel voor het bellen met nummerinformatie, de verbinding wordt nu verbroken.

Ik bel nog een keer.
Welkom bij nummerinformatie. Dit nummer kost 0,80 cent per minuut met een maximum van 40 euro plus de kosten voor het gebruik van uw mobiele telefoon. Zoekt u een bedrijf of een persoon?
Bedrijf, overarticuleer ik.
Wat is de plaats van dat bedrijf of zeg onbekend.
Ik zeg geen Fuck, ik zeg Vught, schreeuw ik.
Dank u wel voor het bellen met nummerinformatie, de verbinding wordt nu verbroken.

We lopen de stad in. Langs de vijver eet een kraai een dode eend op.
We zien een taxi. De chauffeuse heeft geen tijd ons mee te nemen, maar geeft wel een kaartje met een nummer.
Dat kan, zegt de taxicentralemeneer met de zachte stem, maar pas over een uur.
Ok, zeg ik verbaasd, dat moet ik even overleggen.
We nemen onze opties door. Een uur lopen, met de taxi, niet gaan.
Ok, we zijn nu in Vught, we gaan.
We bellen opnieuw.
Dat kan, zegt de man met de zachte stem, over anderhalf uur.
We spreken een plek af, lopen naar het station.
Twijfelen.
Lopen lijkt geen optie als we naar de lucht kijken die betrekt.
Op een taxi wachten brengt ons pas laat op de plaats van bestemming.
Dat zou niet voor het eerst zijn. Als we onze afspraken zo eens doornemen zijn we bijna altijd laat.
Maar vandaag heeft het niet aan ons gelegen. We willen er graag naar toe, maar willen wel de tijd kunnen nemen voor die plek.

We bellen de taxi af, nemen de trein terug naar Den Bosch. Gaan naar het Stedelijk Museum. Zien daar een gesloten restaurant en veel lelijke kunst, keramiek is niets voor mij, maar wel een leuke plek.
Eten elders in de stad een veel te grote salade.
Zijn eindelijk weer bijgepraat over alle kieren in ons leven.

Zondag 22 maart

Waar komt die woede toch vandaan?
Ik heb besloten weg te zakken in mijn luiheid, heb me erin berust.
Heb besloten er wat leuks van te maken, dus doe de dvd van Camille in de speler.
De film start op, het scherm met de reclame, en uiteindelijk met de keuze voor de taal.
Ik pak mijn universele afstandsbediening, geschikt voor tv, video en dvd. Maar welke knoppen ik ook indruk, de dvd komt er niet door in beweging. Als ik op de play-knop op de speler zelf druk begint de film wel, maar in het Duits.
Als er iets heiligschennis is, dan is het Camille in het Duits.
Ik ontsteek in woede. Woedend op de Duitsers vanwege hun taal die geen Frans is, woedend op Philips vanwege de niet functionerende universele afstandsbediening, woedend op mezelf en op het leven om wie en wat we zijn. Bij voorkeur uit ik dan woorden met harde medeklinkers, met een k en een g, en ondertussen roep ik ook dat ik heel raar bezig ben door zo hard te schreeuwen in mijn eentje.

Dan maar een projectje waar nog enige voldoening uit te halen valt. Een project dat ik al zo lang heb uitgesteld, bang voor wat ik tegen ga komen. Het ontstoppen van mijn gootsteen.
Ik schroef de dop van de zwanehals nadat ik het gootsteenkastje heb leeggemaakt en er een emmer onder heb geplaatst. Er komt een beetje water uit. Ik ga met een fonduevorkje in de hals, deze gaat er moeiteloos in, komt er wel met enige drek weer uit. Ik pak een schroevedraaier, schroef het putje uit de gootsteen en voel me vreselijk technisch.
Met het putje heb ik ook de hier niet nader te omschrijven oorzaak van mijn ontstopping in de hand.
Missie voltooid.

Ik zet nog even door, gooi alle flesjes wetlookgel en andere haarartikelen weg die overbodig zijn geworden sinds ik dreads heb. Mijn badkamer weer helemaal op orde en mijn ontstopping weg.
Ging het bij mijn lichaam ook maar zo makkelijk.


Zaterdag 28 maart

Een oom van me ligt nu te sterven.
Niet een oom waar ik heel nauw kontakt mee heb maar het idee dat een mens die ik ken het leven nu aan het laten is houdt me wel bezig.

Deze oom is eigenzinnig, een beetje mensenschuw en soms opvallend humoristisch. Hij kweekt amarylissen, en dat is het dan wel zo'n beetje. Houdt niet van die verjaardagen, van gezelligheid, van sociaal gedrag.
Is lang, drinkt thee uit hele grote kopjes, houdt van Engelse komische series.
Kreeg heel snel vage en ernstige klachten maar is tot 2 keer toe door artsen in het ziekenhuis weggestuurd met een receptje voor paracetemol. Maar bij de uiteindelijke opname een paar dagen later werd gezegd dat alleen zijn hart het nog deed. Een dag later lag hij aan de hartmachine omdat ook dat orgaan falen vertoonde.
En nu gaat hij dood.
En denk ik over het leven.
Mijn leven.

Maandag 30 maart

Als ik verdrietig ben denk ik aan de stem van mijn moeder.
Ze heeft een warme meelevende stem, troostend.
Maar nu zij belt om te zeggen dat er iemand dood gaat, is de troost er uit en het verdriet erin. Zoekt ze zelf troost, en berusting.

Gisteren was de familie bij elkaar, voor een verjaardag die eigenlijk niet gevierd werd.
Mijn moeder vertelt dat alle aangetrouwde familie in deze familie sterft op 78 jarige leeftijd. Zij is zelf net 78 geworden.
Ouder worden en zoveel mensen om je heen zien wegvallen.
Zelf dichterbij komen.

De tante van wie de man aan het doodgaan is belt. Om te vertellen hoe het gaat, om sorry te zeggen voor dat mijn moeders verjaardag nu deze vorm heeft, om te informeren naar de vakantie van mijn schoonzus. Ik hoor mijn moeders stem, zo warm, haar eigen verdriet wegschuivend voor de ander. Tot ze ophangt.
Het is voor het eerst dat ik mijn moeder zie huilen.