Vrijdag 14 maart
Vandaag mag ik dingen doen die mijn eigen interesse hebben.
Ofwel dingen die een ander mens waarschijnlijk niet zullen bekoren.
In het noordwesten van de stad staat het Rotunda Hospital.
De eerste kraamkliniek van Europa, althans de eerste die speciaal voor dit doel is gebouwd.
Ok, de kapel heeft mooie gebrandschilderde ramen, en ja, Frans Liszt heeft hier lang, heel lang geleden een concert gegeven.
Maar waarom ik hier naar toe wil is vanwege de pub er tegenover, Conway's Pub. Hier zitten aanstaande vaders te wachten tot ze hun kind mogen wiegen en hun vrouw mogen bewonderen vanwege de geweldige prestatie die ze zojuist heeft geleverd.
Kennelijk is het hier minder de gewoonte dat de mannen bij de bevalling zijn. Of de Ierse vrouwen kunnen hun mannen tijdens deze uren slechter verdragen.
Het is nog vrij vroeg als ik de deur van de pub open. Er zitten vrijwel enkel mannen, alleen, voor zich uit starend, een poging doen een krant te lezen. Ik zie donker bier in de glazen voor ze, of een helder goedje in een kleiner glas. De mobieltjes liggen voor ze op tafel.
Een paar weken geleden had ik een nieuw mens in mijn armen. Een meisje van ongeveer 5 weken oud. Ik durfde het niet te vragen, mijn collega's hadden haar al gevoeld en toegelachen maar toen was het etenstijd.
Kennelijk was de hunkering zichtbaar geweest en werd het kind mij aangeboden.
Mijn armen vouwden zich vanzelf om het lijfje heen. Ik kijk in 2 heldere blauwe ogen. Streel het gezichtje, pak een vingertje, wrijf over haar buikje. Houd haar heel dicht tegen me aan als ze huilt. Flirt ondertussen met haar broertje, dat vanachter een stoel naar me staat te kijken.
Mijn lichaam hongert, mijn ziel weent.
Af en toe staat een man gehaast op, na een piep van zijn mobiel. Hij haalt snel nog wat euro's uit zijn broekzak en legt ze naast het half geleegde glas.
De hele situatie brengt me terug naar een ander gebouw, een ander land, een andere tijd.
Een iets andere situatie ook.
Er zitten vooral stelletjes, soms een vrouw alleen. Er wordt vooral gezwegen, en een beetje stiekem uit ooghoeken gekeken. Een naam klinkt, en een stel staat op. Ongeveer 20 minuten later komt de man terug, gaat weer zitten, pakt een Donald Duck. Een half uur later verschijnt de vrouw in de deuropening. De man haast zich naar haar toe en ze verlaten zwijgend het pand.
Het pand met het bord Medisch Centrum op de gevel, en een bord met Consultatiebureau voor Seksualiteit en Anticonceptie.
Ik beweeg me vandaag buiten de stad.
Ik heb iets met gebouwen waar een bepaalde geheimzinnigheid om heen hangt. Waar je meestal niet in mag. Kloosters, gevangenissen.
Buiten Dublin is een voormalige gevangenis. Een aantal Ierse onafhankelijkheidsstrijders hebben er gevangen gezeten.
Ik ga er met de bus heen. De chauffeur waarschuwt me bij het ziekenhuis en wijst me hoe ik moet lopen. Een laan leidt me naar de gevangenis. Een grijze steenmassa.
Er heerst nog iets van het oude regime, je mag er niet vrij rondlopen. Ik word bij een groepje luidruchtige Amerikaanse toeristen gevoegd en voor ik het weet zit ik in een rondleiding. De rondleider is een oud bewaarder, een kleine man in grijze broek en blauwe trui en een rammelende sleutelbos. Hij vertelt zijn verhalen zonder enig enthousiasme.
Ik probeer zijn droge verhaal en de overgeïnteresseerde Amerikanen buiten mijn aandachtsveld te laten. Ik probeer alleen nog maar de prachtige ruimte te zien. Een ovalen vorm, een koepel, glas van boven en gietijzeren bogen. 4 Verdiepingen. In het midden een lange trap tot aan de 3e verdieping. Op mijn vraag waarom deze niet doorloopt tot de 4e krijg ik geen antwoord.
We lopen door de kapel, krijgen het verhaal van Joseph Plunkett, één van de leiders van de Paasopstand, die er trouwde een paar uur voor zijn executie. Alle andere leiders zijn hier ook allemaal omgebracht, zoals de zwaar gemartelde James Connolly die op de binnenplaats vastgebonden aan een stoel werd doodgeschoten. We schuifelen langs strafcellen en door de ruimte waar gevangenen werden opgehangen.
De ex-bewaarder vertelt het zonder enige schaamte.
Ik heb een tijd geschreven met gevangenen in Amerika. Het was een poging om inzicht te krijgen in het leven daar. Maar zij hadden andere interesses. De één liet weten langs te komen zodra hij vrij was en stuurde me een haarlok op. Ik schrok net zo hard als die keer dat ik als 8 jarige mijn hand in mijn jaszak liet glijden en voelde dat er een slak was gekropen uit de schelp die ik dat weekend van het strand had geraapt.
Een ander stuurde me een enquete over seksvoorkeuren en vroeg me dringend die in te vullen omdat hij een weddenschap had lopen met zijn medegevangenen. Daarna schreef ik met iemand in een dodencel. Hij was wel iets serieuzer, maar ik betrapte mezelf op een soort voyeurisme. Ik wilde weten wat hij gedaan had om daar terecht te komen, en hoe hij nu in het leven stond, met een mogelijk naderende dood. Maar hij wilde er niet veel over kwijt en soms waren ook zinnen van hem doorgestreept, gecensureerd. Het verwaterde, van mijn kant.
Ik ga met de bus naar Glencree, het beginpunt van de Military Road. De weg voert door het verlaten en ruige gebied van County Wicklow, en is een prachtig wandelgebied. Ik constateer dat dit een hele goede tip is voor mensen die hier via mijn werk naar toe zouden willen komen. In de zomer worden er fietsen verhuurd om het gebied te verkennen, nu helaas niet. Ik spreek een taxichauffeur aan, hij is wel bereid me hier langs de hoogtepunten te voeren. We onderhandelen even over een vaste prijs, lopen is geen optie aangezien het ieder moment ontzettend kan gaan regenen en het gebied er te groot voor is, maar ik ben niet wanhopig. Ik kan het ook bij de constatering laten dat het een mooi gebied is, en weer doorgaan naar de volgende bestemming.
De chauffeur vertelt geanimeerd, ik versta hem nauwelijks. Ik knik veel, en lach mee als hij zijn gehavende gebruinde tanden bloot lacht.
Ondanks de regendie nu langs de voorruit glijdt geniet ik van de watervallen, de betoverende bossen waar ik zo gelukkig van kan worden, het voormalige kloostercomplex van Glendalough en het schattige dorpje Clara, bestaande uit 2 huizen, een school en een kerk.
Met de bus ga ik door naar het plaatsje Glendalough, 'dal van de twee meren'. De meeste bouwwerken hier stammen uit de 8e tot de 12e eeuw, en er zijn dan ook veel ruïnes. Ooit moest ik in een therapeutische sessie het huis teken dat mijn lichaam het beste weergaf. Ik tekende een ruïne, de therapeute zag er de zelfhaat en het sarcasme niet van in. Raar eigenlijk, het was bedoeld als afbreuk aan mezelf, maar nu houd ik van vervallen panden. Iets verderop ligt een kerkhof. Veel scheefgegroeide onleesbare grafstenen. De kenmerkende smalle Round Tower, 30 meter hoog met een enkel klein raam. In het midden een piepklein gebouwtje, Priests' House. Hier werden de plaatselijke priesters begraven. Daar iets vandaan een zo mogelijk nog kleiner bouwwerk, een kapel, St. Kevin's Kitchen, zo genoemd omdat de klokkentoren lijkt op een schoorsteen. Kevin werd in 498 geboren en was lid van een koninklijke familie. Maar Kevin trok zich terug als kluizenaar in een grot bij Glendalough. Later stichtte hij hier een klooster en de plek is nog steeds het doel van bedevaarten. Over Kevin zijn meerdere legendes. Het verhaal bijvoorbeeld dat hij 120 jaar is geworden. Of dat, toen Kevin op een dag aan het bidden was, een merel in één van zijn uitgestrekte handen een ei legde. De heilige bleef heel stil zitten tot het jong was uitgekomen. Ook gaat het verhaal dat hij de toenaderingspogingen van een naakte vrouw heeft afgewezen door haar in een meer te gooien.
Met de bus weer terug naar Dublin. Ik eet een stoofpotje om de hoek bij mijn hotel. Zou nog wel een dagje willen blijven hier, maar nog zoveel te zien en nog zo weinig tijd.