Donderdag 1 maart
In de stationshal worden diverse mededelingen gedaan over treinen die niet rijden of te laat rijden.
De trein die ik moet hebben naar mijn sollicitatiegesprek schijnt niet te rijden. Ik ga op zoek naar alternatieven en ga in de rij staan bij de informatiebalie. Een man in blauwe jas met rode strepen en NS logo loopt voorbij. Ook al ben ik niet de eerstvolgende in de rij, hij spreekt me toch aan of ik iets wilde vragen.
Ik zeg dat ik naar L. moet, maar dat die trein niet schijnt te rijden. Hij bevestigt dat en noemt een alternatieve route. Achter hem zie ik op een bordje alsnog mijn trein verschijnen. Ik vraag of dat betekent dat hij toch zal rijden. De man zegt het even na te gaan.
Kees, zegt hij door zijn portofoon, rijdt de 1410 vandaag?
Hij staat ingepland, horen we Kees antwoorden.
Ja, want anders, zegt de man naast me, anders moet ik haar zelf brengen.
Tja, zegt Kees, het kan zijn dat 'ie alsnog uitvalt en dan ben je de dupe.
Ach Kees, dat zou ik niet erg vinden, jij ziet niet wie ik nu tegenover me heb.
Ik grijns van oor tot oor.
Het is complimentendag, zegt de man naast me snel, terwijl hij bloost.
In de trein lees ik verder in het Ja-maar boek. Op mijn oren is de muziek van Goran Bregovic, de koning van de gypsies, de man, zijn muziek die me zo dicht bij mijn eigen zigeunerhart brengt. Dicht bij Annie, ook.
Ik lees het citaat van Oscar Wilde: Van jezelf houden is het begin van een levenslange romance.
Ik lees: Het is één van de belangrijkste projecten om jezelf te accepteren. En ja, zo houden we onszelf voor, ooit gaat het natuurlijk lukken, want...
als ik afstudeer, dan...
als ik promotie maak, dan...
als ik vijf kilo lichter ben, dan...
Maar als we afgestudeerd zijn, promotie hebben gemaakt en vijf kilo zijn afgevallen, dan is er weer een nieuwe 'uitdaging'. Als-dan wordt zo de omkering van ja-maar.
We hebben vaak het idee dat we eerst allerlei dingen moeten hebben (geld), om dingen te kunnen doen die we leuk vinden (vakantie), zodat we daarna iets zijn (gelukkig). Ja-maar denken redeneert volgens deze hebben-doen-zijn-logica. Maar wat als je het omdraait: zijn-doen-hebben.
Als ik ja zeg tegen het feit dat ik besta, als ik accepteer dat ik ben en vanuit die staat van zijn de dingen doe die ik leuk vind om te doen, zal ik vanzelf ontvangen wat ik daarvoor nodig heb.
De vijf minuten voor ik aanbel, denk ik alleen maar JA.