Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN
juni 2011

Zaterdag 4 juni

Even weg.
Te beginnen met Venetië, waar dit weekend de Biënnale opent.
De rijen bij de kassa zijn lang, te lang in de hete zon, ik kies voor de rust van de wijken buiten het centrum en begrafeniseiland San Michele.

Je mag er officieel geen foto´s maken, maar ik op een begraafplaats en geen foto´s maken gaat niet goed samen.
Beschaamd stop ik het toestel weg als ik een moeder zie zingen bij het graf van haar dode kind.
De Russische dichter en Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky ligt er, componist Igor Stravinksy en zijn vrouw Vera, en E.H. Douwes Dekker.
Googlen thuis leert me dat dit niet het graf van Multatuli zelf is maar van zijn 1e vrouw. Zij vluchtte naar Padua toen haar man haar een trio had opgedrongen.
Hij vond dat hij genoeg geleden had. Zij stierf 5 jaar na haar vlucht in Venetië, straatarm.
W.F. Hermans zag het zwaar verwaarloosde graf en schreef erover in NRC. Particulieren verzorgen nu samen met het Multatuli Genootschap het graf.


Zondag 5 juni

Arsenale, het grote park met de paviljoens die aan diverse landen zijn toegewezen.
Vorige keer liep ik hier met Vriendin, en zag ik prachtige kunst.
Nu valt het tegen. Nu is het heel erg niet mijn smaak.
Veel experimentele videokunst. Een lange rij in de brandende zon voor de Engelse inzending
en als ik dan eindelijk binnen ben loop ik door een soort huis met oud gereedschap, hooi en vergeelde foto´s.

Het enige mooie vind ik de reusachtige beelden,
deels van brood gemaakt,
in een particuliere galerie.
Verder vermaak ik me vooral
met het kijken naar de mensen
op het San Marco plein.

Maandag 6 juni

De kunst in Giardini, de oude touwfabriek, bevalt me meer.
Het is minder kunst om de kunst, maar doet een beroep op emoties en politiek engagement.

Dinsdag 7 juni

De regen stroomt uit de hemel.
Met de bus ga ik naar Cimitero Staglieno, een begraafplaats die zo groot is dat ze een eigen busdienst onderhouden.
De dramatische beelden passen prima bij mijn stemming, de regen helpt niet echt bij het tot rust komen.

Woensdag 8 juni

Marseille bevalt me meteen. Eerst de mooie route langs de kust er naar toe, dan het prachtige station, bovenop de trappen die uitkomen op de brede boulevards.
Parijs aan het water.
Ik zie de zon over de wit-gele huizen glijden. Geniet van het lekkere eten in de haven. Haal de politie bij een zwerver die dood op de grond blijkt te liggen.

Donderdag 9 juni

Villefort is een genoeglijk dorpje. Een meer in de nabije omgeving, wat winkeltjes en een bijzonder charmant hotel.
De eigenaar zucht wat als ik binnenkom, hij staat het liefst de hele dag achter de pannetjes in zijn keuken.
De resultaten ruik je door het hele pand.
Ik loop wat door de omgeving, langs scheefhangende deurtjes, krakkemikkige panden en kabbelende beekjes.
Daarna neem ik plaats tussen de ouderen in de eetzaal en laat me verwennen.
Tussengerecht: diverse Franse kazen.
Nagerecht: cake in caramelsaus.
Voorgerecht: paté met salade met auberginechips.
Hoofdgerecht: eend met aardappeltjes en aubergineflan.

's Avonds weer heel lekker eten. Terwijl Daniel voor me kookt draait hij prachtige muziek. Erbarme dich. Het requiem van Mozart.

We praten over kunst, over het leven. Maken na het eten nog een wandeling naar het einde van de straat waar een bordje staat: Le nouveau monde.
Vrijdag 10 juni

Het is nog vroeg als ik aankom in Chapeauroux.
Dit is geen dorp, het is een straat. Met een paar huizen, een winkeltje en een hotel.
De winkel is dicht wegens ziekte.
Het hotel blijkt dicht. Na een uurtje wachten is het nog steeds dicht, ik bel de eigenaar.
Ik sta versteld van mezelf omdat ik tot een redelijk Frans gesprek in staat blijk op zijn antwoordapparaat.
Ik wacht nog een uur en krijg het koud.
Ik loop naar een huis in de bocht van de straat waar een bord buiten staat waarop ze drinken aanbieden.
Ik ga naar binnen, word niet enorm hartelijk ontvangen maar mag hier wachten met een kopje warme choco.
Ik maak er een paar uur kruiswoordpuzzels en hoor dan duidelijk het woord partir in hun gesprek.
Betaal voor mijn choco en loop naar het hotel. Het is open.
Hier ben ik duidelijk meer welkom. Daniel begroet me hartelijk, en laat me boven kamers zien die allen een persoonlijke aankleding hebben.
Ik kies voor de kamer met uitzicht op het viaduct.

Zaterdag 11 juni

Zonder enige conditie en goede wandelschoenen begin ik aan een wandeling van 15 kilometer.
Op de bomen staan groene tekens om me de weg te wijzen.
Ik kom door imponerende landschappen, langs angstaanjagende honden, schattige dorpjes.
De zolen van mijn schoenen begeven het, maar ik loop door, mezelf stevig toesprekend,
geholpen door de muziek op mijn oren. Kom bijna geen mensen tegen.
Denk nog regelmatig aan deze wandeling terug als ik later hoor over de Nederlandse vrouw
die vermist werd na een wandeling in Spanje.
De douche erna is een weldaad.

Zondag 12 juni

20 Jaar geleden was ik hier met Ex, ik herken het niet meer terug. Le Puy en Velay.
Herinner me een kerk, waar ik via een steil kronkelpad en talloze kraampjes en oude vrouwtjes moest zien te komen.
Ex, die dit pad al eens bewandeld had, ging op een terras wijntjes drinken.
Nu drink ik alleen wijntjes.
Op het terras komt een oudere man voorbij.
Hij duwt een kind in een rolstoel.
Ik kan zien dat hij vroeger een mooie populaire man is geweest.
Hij kijkt me aan terwijl hij langsloopt. Groet me.
Een vrouw naast me ziet het gebeuren, moet er om lachen, vraagt of ik hem ken.
Ik kijk naar de richting waar hij wegliep, kijk of ik hem nog zie.
En opeens staat hij naast me, hij geeft een hand.
Zegt dat ik belle ben, en wenst me een fijne maaltijd.
Ik word rood, bedank hem, voel zijn warme handdruk.
De vrouw naast me vind het geweldig.

Maandag 13 juni

Op weg naar het centrum kom ik de man van gisteravond weer tegen.
Hij houdt mijn hand lang vast en hoort dat dit mijn laatste dag hier is.
Pourquoi? vraagt hij. Blijft hij vragen. Hij zegt dat zijn huis groot genoeg is.
Ik kan zo bij hem intrekken, hoef niet meer te werken, hij zal voor me koken.
Ik leg hem uit dat mijn werk op me wacht thuis, neem afscheid van hem.

Ik maak de klim naar Chapelle Saint-Michel d'Aiguilhe.
De eenvoud van de kerk raakt me en ik laat mijn lang opgespaarde tranen vloeien.
Een Japanse toeriste wil foto's van me maken als ik voor een glas-in-lood-raam
een persoonlijke boodschap in het gastenboek achterlaat.
Met de tranen verlaat ook de rust mijn lijf en keert de boosheid en het verdriet terug.

Dinsdag 14 juni

Op weg naar huis heb ik nog een paar uur in Parijs.
Het programma is duidelijk, Musée Rodin en de trappen van de Sacre Coeur.
In het museum ook weer nieuw werk voor mij, maar het beeld dat mij zoals altijd blijft trekken is L'age Mûr van Camille.
Het beeld dat haar situatie met Rodin helemaal samenvat en weergeeft. Een toeriste vraagt me weg te gaan als ik al een paar minuten naar het beeld sta te kijken.

Op de trappen zie ik de beelden uit de film waarin Camille uit woede haar eigen werk vernietigt.
Haar beelden kapot maakt, zichzelf kapot maakt, uit gebrek aan erkenning, uit gebrek aan liefde.
Ik volg haar pad.