Donderdag 1 juni

5 Dames in de kroeg, ieder met een heel eigen karakter. Er wordt gestreden om het woord en hier is het dat degene die het hardste praat het woord krijgt, of in ieder geval neemt.
Ooit heeft iemand mij een kameleon genoemd, en hij doelde op de kleur van mijn ogen die zich leken aan te passen aan de omgeving, maar ook in gedrag heb ik er wel iets van weg. Ik pas mij aan, en niet in de zin dat ik druk mee doe, maar ik luister, vraag en ben rustig.
Ik hoor 2 van hen zeggen dat ik zo stil ben en dat ze mij een volgende keer meer willen horen.
Ik vraag me af of zij wel in staat zijn mij die ruimte te geven, maar bovenal het vervelende gevoel van over je horen praten en er tegelijkertijd zo ontzettend niet bij te horen.

Ik had me voorgenomen vroeg weg te gaan, neem me dat gedurende de avond nog een paar keer voor, maar uiteindelijk ben ik 1 van de 2 die als laatsten blijven zitten.
Juist als ik van plan ben te zeggen dat ik nu toch echt weg ga, vraagt de ander of het in het leven wel goed met mij gaat.
Vrijdag 2 juni

De avond ervoor nog duidelijk in mijn lijf.
De drank, het korte slapen, ik kom maar moeizaam vooruit.
Het gesprek aan het einde van de avond houdt mijn geest beneveld.
Ze zei me dat ze aan me dacht te zien dat het niet goed met me gaat, niet zozeer dit moment, maar in het algemeen, ze had me zien veranderen in de tijd dat we elkaar kennen.
Ik licht een tipje van mijn sluier op, tegelijkertijd bedachtzaam omdat ik aardig wat wijntjes op heb, en niet weet hoe het geheugen werkt van degene tegenover mij die nog meer wijntjes op heeft.
Degene die blijft benadrukken dat ik een geweldig mens ben, en in het groepje eerder aan de tafel een duidelijke rol en waardevolle bijdrage heb.
Ik denk terug aan enige maanden geleden. Met dit groepje hadden we een cursus en in kleine groepjes kregen we de opdracht om elkaar een geheim te ontfutselen. Degene nu nog tegenover me speelde het slim, vertelde een geheimpje om ons te verleiden en wij werden ontwapend door haar eerlijkheid. Vroegen ons later wel af of haar eerste geheimpje wel echt waar was, of puur een truc om ons aan het praten te krijgen.
Dit bedenk ik me terwijl ik een klein stukje bloot geef, maar me nooit helemaal naakt voel.
Zaterdag 3 juni

En het gaat weer zoals altijd. Nog heel veel te doen, te veel, en ondanks de lijstjes steeds bang te vergeten en ondanks de routine nog altijd veel te laat naar bed.
Het plezier van de voorpret maakt plaats voor perfectionisme, een hang naar controle, naar afronding en tevredenheid. Rust.
Zondag 4 juni

Het is nog rustig in het bos als BHV en ik met volle boodschappentassen naar de belvedère lopen. Een auto komt ons tegemoet en houdt naast ons stil. De man met de snor achter het stuur draait het raampje open en vraagt of we een speurtocht gaan houden. Als we zeggen dat mijn familie straks gaat komen, en dat we dan koffie drinken en verder gaan, zegt hij dat dat niet kan. Dat we dat van tevoren hadden moeten aanvragen. Dat hij precies weet hoe het gaat, dat iedereen dan over de hellingen gaat rennen en dat de moshellingen tot 30% gereduceerd zijn.
Ik zeg hem dat hij mijn familie niet kent, dat die niet rennen, dat ik ze niet meer kan bereiken en nu al onderweg zijn, dat in de voorwaarden waarschijnlijk staat dat we niets achter mogen laten en dat we dat ook niet zullen doen. We doen niet voor elkaar onder qua geslijm en de boswachter denkt na en kijkt wat voor zich uit, en mompelt dan dat het mag. Opgelucht, en verbaasd over onze slijmkwaliteiten lopen we verder.

We zetten de koffiespullen op het bankje midden in het bos en BHV gaat weg, gaat naar de plek waar we straks zullen lunchen. Ik wacht op mijn familie. Ga daar op het bankje zitten waar de zon het hout raakt. Joggers komen langs. Ik zie 2 herten door het bos springen en ben helemaal gelukkig. Dan komen ze eraan, mijn ouders, Grote Broer en zijn vrouw en 2 kinderen, en Grote Zus en haar vriend.
Grote Zus zegt iets van mijn nieuwe haren, de anderen niet. Hen kennende vinden ze het niet mooi, wat eigenlijk een compliment is. Hen kennende zullen zij dit niet zeggen, zoals alles wat vroeger al verzwegen werd.

Ze vragen zich af hoe ik hier gekomen ben met al mijn spullen, en na mijn antwoord over trein en bus beginnen ze alvast te overleggen wie mij op welk station zal afzetten op de terugweg. Ik vertel ze over het thema follies, de rare vaak nutteloze bouwwerken, en neem ze mee naar een geweldig schattig kinderhuisje, tegenover de enorme woning van Wubbo Ockels wat te koop staat.
Dan neem ik ze mee naar een park, waar we eerst zullen lunchen. Ik loop naar het grasveld waar onder een boom een kleed is uitgespreid met daarop vele soorten broodjes, beleg en drankjes en madeliefjes. Grote Zus grapt nog dat ze alvast voor ons hebben gedekt, maar snapt er niets meer van als ik naast het eten plaatsneem. Als ik later BHV erbij haal beginnen ze het te snappen. Ze heten haar welkom in de familie en vragen welke kerstdag ze langs kan komen.
In 2 groepen doen ze een speurtocht. Ik leid ze langs follies, hertjes, prachtige natuur en langs het huis van Loenatik. We zijn zo blij met het weer.
Daarna nog naar de Zaanse Schans, met nieuwe vragen en een eigen charme. Mijn ouders komen uit deze buurt en genieten zichtbaar. Het doet me goed.
Na het verteren van de preek van de restauranteigenaar omdat we een uur te laat waren en we alle vragen van die dag hebben nagekeken en de winnaars koffiebekers krijgen met een 1 slaat de vermoeidheid toe. Ik ben blij met BHV, vanwege haar hulp, maar ook omdat we samen op de terugweg kunnen gapen, mee kunnen zingen en de familie en de dag kunnen evalueren.

Probeert ze mij te laten geloven dat ze het echt leuk hebben gevonden, en dat ik best leuk ben, ook al lijken de digitale foto's van mijn schoonzus het tegendeel weer te geven.
Maandag 5 juni

Moeizaam kom ik vooruit vandaag.
Mijn lichaam doet pijn, mijn geest zeurt en legt zich te slapen, ook al zijn mijn ogen open.
Ik beweeg me even voort over het dorpsplein, maar als iemand zegt dat ik moet ophouden met van die Toon Hermansachtige dingen in te tikken en eens een echt boek moet lezen, is de lol er snel af.

Ik ga het nieuwe huis van 1 van de Musketiers bekijken, en samen met de 3e gaan we de stad in.
Het wrikt en het wikt in mij.
Ik vraag me af hoe het zit, waarom ik hier met twijfel over mij zit en het wel ongedwongen leuk kan hebben met BHV.
Gelukkig ben ik te moe om er al te lang en te diep over na te denken.
Dinsdag 6 juni

In het Dorp heb ik vandaag interessante gesprekken.
Over de dunne grens tussen als een kind intuïtief reageren, en als een volwassene stilstaan bij het motief achter woorden of oordelen.
Over kracht, kleine realiseerbare doelen, dichtbij jezelf blijven.
Over zachtheid.
Het woord raakt ons beiden.
Zachtheid.
Jezelf centraal stellen, en de vraag 'wat heb ik nodig' in plaats van oordelen over wat niet af is of niet goed is gegaan. Niet oordelen maar vragen. Niet veroordelen maar verwonderen.

Ik google wat bij de afbeeldingen in een poging dit woord vorm te geven.
Kom in allerlei advertenties voor tampons en wasverzachters. In stenen en kristallen die zachtheid zouden moeten brengen. In vrouwen die de juiste dagcrème gebruiken.
Maar de volgende foto brengt me het dichtst bij mijn eigen gevoel bij het woord.
Het mogen vallen en het opgevangen durven worden.
Het kwetsbare van zachtheid, en tegelijkertijd de kracht die er vanuit gaat.
Woensdag 7 juni

Woensdag  -  tussendag.
Beetje stilte voor de storm.
Besloten niet naar een voorstelling te gaan, komende dagen veel weg, en veel mensen om me heen.
Dus woensdag even niets meer dan bank hangen, tv kijken, mijn dreads onderhouden.
Heel dicht bij mezelf blijven.
Donderdag 8 juni

Het mooie weer wordt met open armen ontvangen. Het leven is buiten, het Vondelpark ligt vol.
Wij hebben een deel van het Blauwe Theehuis tot onze beschikking, en eindelijk zijn de grotendeels parttime werkende collega's weer eens bij elkaar, op een plek die niets met werken van doen heeft.
Ik kijk, ik luister, ik zie mensen in een andere rol. Bij sommigen past het, anderen trekken veelal een te grote jas aan.
Het is behoorlijk afgekoeld als ik terugloop door een donker geworden Vondelpark.
Vrijdag 9 juni

Met 1 van de Musketiers naar een dansvoorstelling.

Liefhebben en sterven, steeds opnieuw

Cry Love haakt in op een scène uit Bacon, een duet waarin Linning op meeslepende wijze de liefde en het einde daarvan samenvatte: dichtbij elkaar zijn en toch elkaar al missen. Cry Love gaat over de mens die liefheeft en sterft, steeds opnieuw.

In het nagesprek bij Bacon vertelde ze dat Cry Love voor haar bijvoorbeeld betekende 'huilen tijdens het vrijen'.
In de dans zie ik het vrijen, het liefhebben wel maar het huilen en sterven minder.

Ik ben zo moe dat ik nog maar 1 nazitdrankje op mijn benen kan staan.
Thuis vind ik een huis vol met bloemen. Man was vrij vandaag en is kennelijk naar de ochtendmarkt geweest. Naast de vaas op de werktafel ligt een sleutel en een briefje met 'kom je?'

Ik kom.
Thuis.

Zaterdag 10 juni

Ik kom moeilijk op gang vandaag.
In de vage gebieden tussen waken en slapen heb ik veel gesprekken in het Dorp. Maak ik onder luid applaus van een aantal al dan niet bekende toehoorders een afspraak met één van hen, om volgende week naar een concert te gaan.
Proberen twee anderen me over te halen die avond naar de Dorpskroeg te komen. Ik geef aan bang te zijn, maar zij bieden me schuilende schouders aan. Ik geef nieuwe tegenargumenten, laatste bus om laatste trein te kunnen halen gaat al zo vroeg. Een derde Dorpsgenoot biedt aan me te vervoeren en ik zet ineens tempo en we maken een afspraak voor over een aantal uur. Hij rijdt voor in een paarse motorfiets, een driewieler. Het rijdt als een auto, maar je hebt er geen autorijbewijs voor nodig. Ik verbaas me, hecht maar niet te veel waarde aan de verhalen over ongelukken, en losse onderdelen.

Het is niet zo druk in de Dorpskroeg. Iedereen zit buiten en ik zie er geen gevaarlijke mensen bij. Ik raak in gesprek met 2 mannen die niet in het Dorp wonen. Ik vind de één behoorlijk aantrekkelijk, maar het is zijn broer die met me flirt. Die me met zijn ogen op een ontwapenende manier vertelt waar hij op uit is. Die me met zijn mond vertelt dat hij getrouwd is en een dochtertje heeft, dat zijn vrouw niet weet dat hij chat, afspraken maakt, bij vrouwen in bed ligt waarvan de man binnenkomt om even schone kleren te halen en hem gedag zegt.
Die me bij het afscheid een lange warme handdruk geeft en me om mijn telefoonnummer vraagt.

Aan het eind van de avond ontmoet ik in het Dorp diverse mensen uit mijn stad.
Ik voel me op mijn gemak, hoor hoe ik anderen aan het lachen maak en dat geeft me een gevoel dat ik er mag zijn. Denk terug aan een gesprek eerder deze dag, over de hut waar je jezelf schuil kan houden en de voorhutjes die anderen mogen betreden, waardoor ze het gevoel krijgen je te zien te krijgen, je te bewonen. Hij vroeg me hoe mijn hutje eruit zag. Ik zei dat mijn hutje vooral glimlachte, om de onzekerheid te maskeren.
Ik leer steeds meer dat ik niet het afbreken van die hutjes ten doel moet stellen maar ze moet zien als een natuurlijke bescherming, als waardevolle stukjes van mijzelf om me niet direct volledig te geven aan een ieder die langs komt.
Zondag 11 juni

Ik was laat thuis vannacht en was moe maar kon niet slapen.
Als ik in bed lig word ik misselijk. Ik trek een sprintje naar de wc maar er komt niets uit.
Ga weer in bed liggen.
Mijn ogen vallen dicht, maar gaan snel weer open als een nieuwe golf van misselijkheid zich aandient. Deze laat  zich niet tegen- of ophouden en mijn maaginhoud verspreid zich over mijn dekbedovertrek. Zuchtend stap ik opnieuw uit bed, maak mij enigszins schoon, verschoon mijn dekbed en kan dan eindelijk rustig slapen.

's Middags komt Ex me helpen met onkruid verwijderen en wijntjes te drinken.
Ik rijd de tv zo dicht mogelijk bij de keukendeur zodat ik voetbal kan kijken.
Aan het einde van de middag is het weer mogelijk te eten aan de tafel in de tuin. Mijn huid zit vol brandnetelwonden en blaren, en we kijken naar een tuin die weer tuin is en die opeens weer vormen verraadt.
Ex vertelt me dat er nu weer volop ruimte is voor nieuwe planten maar ik zeg hem van plan te zijn het oude meer tot zijn recht te laten komen door er niet teveel nieuwe dingen bij te plaatsen. Dat dit veel beter te onderhouden is. Dat ik me niet opnieuw wil richten op het snelle succes van de kleurrijke eenjarigen, maar me bezig wil houden met structuur, met vorm.
Ik glimlach vol zachtheid naar mezelf.

Maandag 12 juni

Ik twijfel.
Ik wil goed bezig zijn, correctie: ik ben goed bezig, maar dan nog kun je op 2 gedachten hinken.
Ik wil mijn gevoelens uiten, niet allerlei stille gedachten hebben die mijn gedrag negatief beïnvloeden.
Tegelijkertijd zijn die gedachten misschien niet altijd even constructief, niet altijd even nuttig bij het onderhouden van contacten.
Zaterdag ga ik met een dorpsgenoot die ik nog niet eerder heb ontmoet, naar een concert. Man weet er van, die spanning is er niet. Maar mijn ontmoetingen met dorpsgenoten zijn niet echt vlekkeloos verlopen.
Sommigen werden al in de kiem gesmoord, zoals bij Q, die het (=mij) nogal tegen vond vallen. Foute Man, die me na 2 ontmoetingen per mail dumpte. Goede Man, bij wie het dumpen wat langer duuurde, maar voor wie het nooit was wat het voor mij was. Goede Man die ik hoogstwaarschijnlijk volgende week ga zien.
Het heeft me getekend, en dan druk ik het zacht uit.
Ik wil mezelf die pijn onthouden, maar weet ook dat het niet hebben van ontmoetingen de oplossing niet is.
Ik verval toch weer een beetje in een oud patroon door van beide gedachten iets mee te nemen als ik de man van zaterdag een mail stuur waarin ik iets van mijn pijn prijs geef, en hem enigszins waarschuw voor mezelf.
Dinsdag 13 juni

Als iedereen zuchtend en zwetend een plek in de trein heeft veroverd, wordt omgeroepen dat dit treinstuk niet zal rijden. Mensen beginnen te rennen naar het voorste deel wat wel zal rijden. Wat normaal gesproken in minstens 2 treinstellen (= 6 coupé's) nog maar net past, moet nu in 1 treinstel (3 coupé's, waarvan 1 1e klas) een plek zien te krijgen.
Reizigers morren en zweten nog harder en zoeken naar verkoeling. Ik sta te zweten in mijn teenslippers maar sta wel met mijn hoofd bij een raam. Kan het er zelfs uitsteken, als dat niet gevaarlijk zou zijn. Ik stap uit de slippers en sta met beide benen vast op de grond. Denk aan het boek wat ik aan het lezen ben: De Kracht van het NU, de werkboekversie. In het Dorp heeft iedereen het over dit boek en normaal gesproken lig ik dan dwars, zoals ik ook nog geen boek heb gelezen van Nicci French, maar vind dat ik nu iets te volwassen word om me aan dergelijke kindergrillen over te geven.
Ik ben nog niet ver, maar lees ook zorgvuldig. Ben in het hoofdstuk wat gaat over jezelf bevrijden van je verstand. Volgens het boek identificeren mensen zich met het denken wat een 'ondoorzichtig scherm schept van concepten, etiketten, beelden, woorden, oordelen en definities' en dat staat elke echte relatie in de weg.
Een ander citaat: 'Bij het opgroeien vorm je een mentaal beeld van wie je bent op basis van je persoonlijke en culturele conditionering. We kunnen dit denkbeeldige ik ook het ego noemen. Voor het ego bestaat het huidige moment nauwelijks. Alleen het verleden en de toekomst beschouwt het als belangrijk. Het is steeds bezig met het levend houden van het verleden, want wat ben je zonder? Het projecteert zichzelf voortdurend in de toekomst om zijn overleving veilig te stellen en daar naar een soort verlossing of vervulling te zoeken. Zelfs als het ego zich een keer met het heden lijkt bezig te houden, ziet het niet het heden: het ziet het heden totaal verkeerd omdat het ernaar kijkt door de ogen van het verleden. Of het brengt het heden terug tot een middel waarmee het een bepaald doel wil bereiken.

Terwijl mijn dreads door de wind worden opgetild en de mensen om me heen zuchten en stinken en op hun benen wiebelen kijk ik naar de weilanden , de pittoreske boerderijen en het nu nog mooie Naardermeer. Ik probeer te zien, en niet weg te dromen. Dromen lijken je in contact te brengen met je gevoel maar hiermee roep je tevens weer verleden en toekomst op. Dus denk ik in kleuren, en ervaar ik het genot van de bries in mijn gezicht.        
Woensdag 14 juni

Ik zie, nee, ik lees hem flirten met meerderen, maar met 1 in het bijzonder en denk barst.
Ik denk weg spannend weg goed gevoel weg mooie woorden die kennelijk aan iedereen besteed zijn.
Ik zie hem berichtjes met toepspelingen over dates wissen, niet alleen die met mij maar ook die met anderen
en ik denk ik vertrouw het niet, ik heb het eerder zien gebeuren, en ik weet hoe dat afliep.
Want aflopen doet het.
Ik denk stel je niet aan, je gaat met iemand naar een concert en verder niets, maar verder niets is nog spannend genoeg.
Ik denk denk nou aan alle inzichten van de afgelopen dagen, alle rust, aan de handvatten tot relativering.
Ik denk ik eet nooit meer, ik ontmoet nooit meer, ik zal nooit meer zichtbaar zijn.
Ik denk dat krijg je er nu van als je mensen waarschuwt voor jezelf, kennelijk ben ik niet alleen overtuigend daarin als mensen me zien maar ook al per woord.
Ik denk dat heb je als je je open stelt, en lult over kracht en zachtheid.
Ik denk aan het NU, en het NU is verdrietig en mag niet denken maar denkt rot op met je kleuren en voelen
en goed bezig zijn.
Ik ervaar de pijn van alle foute en goede mannen en andere mensen en zie het weer gebeuren.
Ik zie de beelden, de foto's die niet liegen, ik zie mij mezelf en anderen in de weg zitten.
Ik voel mezelf wegglijden in het dal met de open armen.

Ik denk ik geef mijn kaartje maar aan de vrouw met wie hij echt een date wil.


Donderdag 15 juni

Na het versturen van mijn mail geen opluchting. Eerder een gevoel van falen, van enorme vermoeidheid, van de hardheid die ik zo zacht probeerde om te buigen.
Ik slaap weinig, en op het werk heb ik moeite om me te concentreren. Is alles me een beetje teveel, het enorme gekwater in een vergadering met enkel vrouwen, de vele vragen die deze dag op me worden afgevuurd, de grappen die een conducteur maakt als hij me wakker maakt bij de controle.

Ik krijg een mail van HPK. Hij zegt dat ik met mijn nieuwe kapsel niet mag somberen. Dat ik gewoon met die man uit het dorp naar het concert moet gaan. Dat ik op mijn eigen kracht moet vertrouwen.
Ik put er net voldoende hoop uit om de man uit het dorp een mail te sturen met de vraag of hij nog met me mee wil gaan.
Vrijdag 16 juni

Het is fijn op de markt.
Het eerste plein vol met planten en bloemen in alle kleuren maar vooral oranje, het volgende plein met brood, kaas en stoffen en het derde plein vol vis.
Ik ben onrustig maar probeer me te laven aan de warmte van de zon, de stemmen van de marktkoopmannen, de geuren van de bloemen die ik koop.
Naar huis waar ik alleen maar onrustiger word. Opruimen, cd'tjes branden, bloemen in de vaas zetten.
Voordat de eerste voetbalwedstrijd vandaag begint opnieuw even de stad in, foto's ophalen, cd's terugbrengen naar de bieb, boodschappen doen.
Krijg een acute lekke band waarvan zelfs mijn spaken breken.
Zucht.
Breng de fiets op de terugweg bij de fietsenmaker.
Val thuis in slaap.
Word op tijd wakker voor Oranje.
Jaag met mijn geschreeuw de kat van mijn schoot.
Zie dat de duivenmeneren hun duiven vandaag later laten vliegen.
Dan komt zijn mailtje.
Ik durf het niet te openen.
Zaterdag 17 juni

Een weg met hindernissen en twijfels maar uiteindelijk staan we dan toch tegenover elkaar.
Door een treinvertraging kom ik te laat aan, hij staat op de hoek van het gebouw te wachten en ik probeer niet in zijn ogen te lezen dat hij hoopt dat ik het niet ben met wie hij een afspraak heeft.
Ik probeer die stem in mij verder niet teveel voeding te geven als we kennis maken. Probeer ook te vergeten met wie ik ben, hoe ik hier gekomen ben, en hoe ik in het leven sta, als de muziek begonnen is.

Goran Bregovic is een vreselijk lekker ding. Zoals hij daar staat in zijn witte pak en zijn Bruiloft en Begrafenis band leidt doet me smelten. Maar als de muziek eenmaal is losgebarsten wordt ook een innerlijke snaar geraakt.
Hij is geboren in Sarajevo, uit een Kroatische vader en een Servische moeder and wordt beschouwd als de meest prominente componist in de Balkan. Ik heb zijn muziek leren kennen door de film Time of the Gypsies. Ben door hem ook altijd nauw verbonden met Annie, die zei dat de zigeuners de muziek en het leven hebben uitgevonden. Draaide zijn muziek veel tijdens mijn reis het afgelopen najaar door het voormalig Oostblok en de Balkan. Met name op de lange busreis vanuit Auschwitz, waar ik in de ruit mijn tranen zag rollen.

Deze muziek leeft, drijft je voort, geeft je kracht en laat je verdrietig zijn.
Ik let er op dat mijn armen niet voor mijn lijf gevouwen zijn, wil me niet afsluiten, wil de muziek de ruimte geven mijn hart te bereiken.
En dat gebeurt. Ik leg mijn handen open op schoot en op een gegeven moment voel ik hoe mijn vingers vanzelf opengaan, zich spreiden. Het is als gezongen wordt: Het leven is een zware koffer, een te zware koffer, vooral als hij helemaal alleen door mij gedragen wordt en door jou. Bij die zinnen stromen mijn ogen over en opent mijn hart zich door de gespreidde vingers.
Ik denk aan Annie, ik denk aan mij, ik denk aan een mooi leven wat ook voor mij mogelijk zou moeten kunnen zijn.
Maandag 19 juni

Het was de onverwacht lange treinreis. In plaats van een half uur doe ik er 3 uur over en ben ik pas om half 4 thuis. Ik heb de hele zondag nodig om weer een sprankje energie te voelen.

Het was ook de muziek, die me doet stralen en wankelen tegelijk. De tranen van geluk en de rillingen van verdriet, het grote gemis van Annie en haar zo dichtbij voelen.

Het was de wijze van afspreken, de afspraak die geen date was, maar voldoende spanning in zich droeg om teleurgesteld te raken.

Het is de afwijzing die ik steeds weer op zoek. Die ik al op voorhand in de ogen van de ander leg, de ander die ik al waarschuw dat die afwijzing er ongetwijfeld komen gaat, de afwijzing die ik zelf al jarenlang in stand houd.
Mijn moeder die medicijnen slikte toen ze erachter kwam dat ze zwanger was en wenste dat niet te zijn.
Mijn ouders, onzeker geworden door uitlatingen van artsen na een ziekenhuisopname van 6 weken toen ik 6 weken oud was, mijn ouders die de eerste jaren van mijn leven altijd dachten dat ik achterliep in plaats van van me te genieten.
Die me te kennen gaven geen last van me wensten te hebben, zoals Grote Broer en Grote Zus dat ook niet hadden gedaan.
Die me niet steunden bij emotionele momenten in mijn leven, zoals de dood van een schoolgenoot, de naamgever van deze site. Die me 2 jaar lang wekelijks naar therapie in een andere stad stuurden en nooit, nooit vroegen hoe het ging, maar klaagden als ik te laat thuis. Die niet blij waren toen ik na een spannende auditie aangenomen was op een nieuwe opleiding maar vroegen of ik me wel realiseerde hoeveel geld ik ze kostte.
Mijn vader die huilde, toen ik een verdrietig stuk van mijn hart liet zelf, op het moment van de moeilijkste beslissing van mijn leven, een leven. Geen tranen om mij, maar tranen om wat ik ze nu weer aandeed.

De afgelopen dagen ben ik begonnen met een megaklus. Ik wil mooie fotoboeken maken, zoals van mijn laatste vakantie, net een echt glanzend plaatjesboek. Door het feest van mijn ouders laatst zijn er weer foto's boven tafel gekomen die ik aan mijn foto's toe wil voegen. Daarom scan ik nu al mijn foto's om die boeken te kunnen samenstellen.
Ik kijk aandachtig naar mezelf, iets wat ik niet graag doe. Probeer te bespeuren waar de pijn in de ogen te lezen is, de onzekerheid, het steeds maar goed willen doen.

Ondanks de lieve mailtjes die ik krijg en ondanks de relativeringsmachine die overuren maakt, blijf ik verdrietig en zie ik mijn lelijkheid als bewijs en zie ik in alles het bewijs daarvoor.
Denk ik niet geschikt te zijn voor relaties, van welke aard dan ook.
Denk ik Man niet meer te hoeven waarschuwen maar vaarwel te moeten zeggen.

Zondag 18 juni

Ik ben een lelijk mens.
Dinsdag 20 juni

Het is te makkelijk om te wijzen naar mijn ouders, en hen de verantwoordelijkheid te geven voor de ellende ín en de lelijkheid ván mijn leven. Het incomplete lijstje wat ik gisteren van mijn ouders gaf kan ik ook geven van alle mannen die me in de steek hebben gelaten, op welke wijze dan ook.
Maar ik weet het, en juist dat maakt de eenzaamheid en machteloosheid nu zo groot, ik heb het aan mezelf te danken. Ik heb al dan niet bewust een keuze gemaakt hoe ik om zou gaan met mijn opvoeding, welke rol ik die in mijn huidige leven laat spelen. Ik heb de mannen toegelaten. In een poging redelijk te blijven moet ik me inhouden en daarachter niet zetten dat ik me ook dusdanig heb gedragen dat ze me wel in de steek móesten laten.
Maar feit is dat ik mezelf in de steek gelaten heb.
En natuurlijk zijn er verzachtende omstandigheden, maar die doen uiteindelijk niets aan dat feit af.

En hiermee beland ik weer bij dezelfde vraag:
wat win ik bij de pijn en wat verlies ik bij geluk?

De afspraak met Goede Man vandaag is niet doorgegaan.
Aan de ene kant jammer, ik had graag gepraat met iemand bij wie ik me ooit vertrouwd heb gevoeld, en had graag wat dingen tussen ons op willen helderen. Aan de andere kant misschien maar goed, om niet samen met hem het water op te gaan, terwijl ik zo aan het wankelen ben.

Nog 3 vrije dagen te gaan.
Woensdag 21 juni

De foto's voeren me langs tijdsbeelden, emoties, mensen. Mijn leven invoelbaar, de groeiende twijfel en onzekerheid en de verwijdering van vriendjes en ouders. De briefjes die daarvan een pijnlijk bewijs zijn en die ik maar moeilijk onder ogen kan komen.

Ik kom langs de werkweken, de stages, mijn eerste huis.
Ik zie een jongere ik, een minder lelijke ik, en ik blijf hangen en zuchten bij de vraag waarom ik niet die stap kan zetten om dat kind tegemoet te komen, te omhelzen, bij de hand te nemen.
Waarom toch, als ik zo graag wil veranderen, als ik zo graag een punt wil zetten, of eigenlijk meer een doorgetrokken stippellijn, waarom toch is het makkelijker te blijven wie ik ben en wie ik niet wil zijn.

Ik hoor vandaag over een vriendin van Ex en Annie, dat de man van wie ze zich met veel moeite uiteindelijk heeft losgemaakt, dood gevonden is. Zijn dode lichaam heeft een half jaar in zijn huis gelegen.
Ik hoor op tv mensen zichzelf niet de moeite waard vinden. Mensen die niet goed voor zichzelf zorgen, anderen over zich heen laten lopen, simpel omdat ze vinden niet beter te verdienen.

En ik weet dat je pas kan veranderen als je inzicht hebt in wie je bent en hoe je zo geworden bent. Als je weet wat je patronen zijn en hoe die je hebben gevormd en verdedigd.
Maar hoeveel inzichten heb je nodig, hoeveel dichter bij mezelf moet ik nog komen?
Wat in mij is er nodig om werkelijk te voelen dat ik beter verdien.
Donderdag 22 juni

Het nichtje van Ex speelt in een schoolvoorstelling met de titel 13.
Over de dubbelheid van die leeftijd, nog kind zijn maar wel (lijfelijk) veranderen, en met'volwassen dingen te maken krijgen, zoals dood, scheiding en al dan niet populair zijn.
Het past precies in mijn foto-gebeuren van de afgelopen dagen. Ik zie mezelf weer op die leeftijd, zoals ik dat ook in mijn foto's heb gezien. De emoties van de verwarring en onzekerheid komen terug.
In de voorstelling gaat het ook even over Annie.
Toen men aan het toneelstuk begon was Annie net dood en er is uitgegaan van gebeurtenissen die de kinderen bezighielden.
Het nichtje van Ex vertelt over de oma die dood ging en anderen vallen bij, over hun oma of opa.
Mijn opa en oma waren altijd ver weg, een wereld van verschil, niet alleen door de leeftijd maar ook door de beleving. En iedereen om mij heen verloor wel eens een oma of opa en dat was verdrietig, maar hoorde erbij.
Toen Ex en ik elkaar net leerden kennen, overleed zowel zijn oma als de mijne. Mijn oma was oud, en ziek, en op haar sterfbed heb ik een heel bijzonder moment met haar gehad, waarbij onze werelden weer even samenvielen.
Ik hoor het nichtje van Ex vertellen over haar oma, en ik denk Annie en kan het maar moeilijk rijmen met het beeld van oma's. Annie is een begrip, staat boven het beeld van oude oma's en geraniums, Annie is heel erg dichtbij.
Naast me hoor ik Ex snikken.
Maandag gaan we samen naar de begrafenis van de man die een half jaar dood in zijn huis gelegen heeft.
Vrijdag 23 juni

BHV en ik gaan naar Rodin-beelden in de Eusebiuskerk in Arnhem.
Geen nieuwe beelden voor me, maar iedere ruimte voegt weer iets toe, en met iedere keer kom ik dichterbij.
Ik streel het gips van de Denker, de mannelijke trekken, de oneffenheden, zijn gladde gezicht.
Ik geef mijn laatste geld uit bij de tentoonstellingsshop.

Bij het café is de stadstuin afgehuurd voor een bruiloft.
BHV en ik praten uitgebreid over onze twijfels en zorgen, onze goede voornemens en de frustratie van de wereld die ons ervan af houdt.
Over mannen, uiteraard, en irritante vrouwen.
Dan komen de bruiloftsgasten en de rosédoet haar werk. Ongenuanceerd en ongezouten geven we onze mening over kleding en haardracht en huwelijk en schetsen we een plaatje van ons eigen trouwen.

Op de terugweg zit een stel in de coupé uitgebreid te zoenen.
Ik zie ze niet maar hoor ze des te beter. De lippen die scheiden en elkaar weer vinden, het uitgewisselde speeksel, de zachte liefdesverklaringen van hem in haar oor, helaas in een taal die ik niet versta.
Ik zie mezelf weer zitten op een avond lang geleden in een trein op een ander traject, met Goede Man naast me. Ik had hem over weten te halen mij toch met zich mee te nemen, en toen zijn ja er eenmaal was gingen de remmen los. Anderen gingen geërgerd door de geluiden elders zitten, maar onze wereld stond stil. Onze wereld draaide even alleen om ons.

Thuis pak ik het doosje uit mijn tas en rol heel voorzichtig het gekochte beeldje uit het bubbeltjesplastic.
De Danaïde ligt voor me, het beeld waarvan ik eerder had gezegd het één van de mooisten te vinden.

Voor mij een zeer ontroerend moment in de film. Camille die door de regen, tegen de wil van haar moeder in, naar het atelier van Rodin rent. De Meester is aan het werk, maar krijgt het beeld niet zoals hij in zijn hoofd heeft. Camille staat opeens in de ruimte, trekt haar kleren uit, en gaat op de draaischijf liggen. Biedt zich aan. Rodin streelt haar, eerst via de klei, maar daarna met zijn handen, zijn tong en zijn hele lichaam.
In het echtheidscertificaat:
De Griekse mythologie vertelt over Danaïde en haar negenenveertig zussen die getrouwd waren met de vijftig zonen van Aegyptus. Hun vader Koning Dánaos, die een conflict heeft met Aegyptus, draagt zijn dochters op om hun mannen tijdens hun huwelijksnacht te vermoorden. Als straf voor hun zware misdaad worden ze veroordeeld tot de onderwereld, waar ze eeuwig vaten met water moeten vullen die echter nooit vol raken. Rodin zag in dit verhaal een kans om totale uitputting van het vrouwelijk lichaam te visualiseren.

En verderop een citaat van Rodin: "De kunst is eigenlijk niet meer dan een uiting van lust, alleen maar voortkomend uit de potentie om lief te hebben".


Zaterdag 24 juni

In de krant het bericht dat Kameroen geen gestreken borsten meer wil:
Kameroen is begonnen met een landelijke campagne die moeders moet ontmoedigen om de beginnende borsten van hun dochters te 'strijken'. Zo proberen ze hun puberdochters zo lang mogelijk een kinderlijk uiterlijk te laten behouden, om te voorkomen dat ze de seksuele belangstelling van mannen wekken. Naar schatting een kwart van de Kameroense meisjes wordt bewerkt met een verhitte houten stamper, verwarmde bananen of kokosnoten.

Op de voorkant van de krant 2 foto's. Links de Zweedse journalist en cameraman Martin Adler aan het werk in de Somalische hoofdstad Mogadishu, waar hij een betiging filmt. Moslimmilities hadden buitenlandse journalisten uitgenodigd om te tonen hoe veilig het er nu is.
De foto rechts toont hoe Adler in elkaar stort. Hij is door een onbekende neergeschoten en overlijdt meteen. De menigte rent in paniek alle kanten op. De slippers die de vaart van de vlucht niet kunnen volgen, blijven als stille getuigen achter.

Pas 1 katern gelezen en het halve weekend al voorbij.

Zondag 25 juni

De grote beloofde zondvloed buiten blijft uit.
Ik bevind mij op 6 hoog in het centrum van Amsterdam en zie de lucht veranderen, maar van noodweer is (nog) geen sprake.
Ondertussen raast er in mijn onderlijf een storm en het bloeden van mijn kruis wil maar niet stoppen.

Tussen het schreeuwen naar het beeldscherm door verwijder ik de elastiekjes van mijn dreads. Ik hoor de buren stampen, weet niet of dit is omdat ze ook meeleven, of omdat ze duidelijk willen maken last van mij te hebben.

Ik ben verrassend genoeg in staat het verlies van vanavond te relativeren.
Morgen gaan we weer iemand ten grave dragen.
Hij komt vlakbij Annie te liggen, 1 begraafplaats verder, gescheiden door een heg, dus ook haar gaan we morgen zien en dichtbij ons voelen.

Gek toch, dat ik in verdriet dichterbij mezelf kom, en bij potentieel naderend geluk (al dan niet met een ander, in de vorm van relaties en vriendschappen) steeds maar weer verder en verder van mezelf verwijderd raak.
Maandag 26 juni

Ze praat over onzichtbare mensen.
30 Jaar heeft ze haar leven gedeeld met de liefde van haar leven.
En die liefde wilde wel, maar kon niet.
Vluchtte in depressies en alcohol en zelfverkozen eenzaamheid.
Na 30 jaar heeft ze gekozen voor zichzelf, gekozen voor leven, in plaats van meegezogen te worden in zijn leegte.
Waar ze bang voor was gebeurde.
Hij is dood gevonden.
Aan de staat van zijn lichaam was te zien dat hij daar al enkele maanden lag.
Aan de hand van data op melkpakken en kranten is te herleiden dat hij waarschijnlijk half november al is overleden. Ik heb geleerd dat het pas echt gaat stinken als er een raam open staat.

Je leest dergelijke berichten in de krant en hebt dan snel een oordeel over familie, vrienden, buren.
Ik heb geen oordeel meer. Alleen gevoel.

We staan bij het graf van Annie. Ik leg er mijn prachtig in bloei staande boerenjasmijntak neer.
Sta met naar boven gerichte handpalmen te voelen, te ontvangen.

Ze praat over onzichtbare mensen.
Dat iedereen wel van die mensen kent, de ramen dicht, gordijnen gesloten maar niemand kent de mensen echt.
Besluit met een gedicht van een geboortekaartje waarvan ik me de volgende regels herinner:
leef
fluit als het regent
leef
en geniet van het moment.
Een moedig gedicht als je afscheid aan het nemen bent.
Als ze weer gaat zitten, troost ze haar dochter en kijkt naar achter. Ziet me zitten en haar lippen zeggen dat ze het fijn vindt dat ik er ben.

Ik huil, maar ga niet op in mijn verdriet. Realiseer dat het hier vandaag niet om mij gaat, ook al herken ik de pijn en de eenzaamheid van het onzichtbaar zijn. Ook al bedenk ik me dat ik daar had kunnen liggen en dat de zaal dan nu gevuld zou zijn met mijn familie, mijn vrienden, mijn bekenden. Dan zouden zij nu vervuld zijn van woede, schuldgevoel en verdriet. Want het is tijd daar niet meer aan de twijfelen, dat ook als ik dood zou zijn, zelfs als ik dood zou zijn, dat er mensen zouden komen, en verdriet zouden hebben.

Bij de borrel praten we met haar broer en schoonzus die hun 2 puberkinderen door brand hebben verloren. Zijn handen dragen de sporen nog van een poging ze te redden. De schoonzus vertelt hoe het haar leven nog steeds in de greep heeft, 19 jaar verder. Dat ze erin berust dat ze een rotleven heeft gehad en ook niets beters meer zal krijgen.
Praten we over de jongen die de moed heeft kunnen opbrengen te komen. Een goede vriend van haar dochters, en nog maar net vrouw en kind in het kraambed verloren.

Ik dacht altijd dat ik dood wilde om te zien of er mensen om me hadden gegeven.
Vandaag heb ik weer bevestigd gekregen dat ik leven moet, en wel nu meteen. Dat ik die bevestiging moet zoeken, nee, moet vinden in het leven zelf.
Hoop ik dat ik verder ben en kom dan de man in de kist die het leven als vraag zag en niet als uitroepteken.
Dinsdag 27 juni

Ik had het koud, en voelde me verdrietig. Maar omdat er niemand was die dat zag, of niemand die ik het liet zien, wreef ik iemand anders troostend op zijn rug.
Geven in de hoop te ontvangen.

Vandaag probeer ik de kou te trotseren, mezelf te verwarmen.
Ik fiets naar één van mijn geile winkels: het tuincentrum.
Gisteravond laat kreeg ik opeens een helder moment en ontwierp ik een mooi balkon. Ik woon beneden en heb een tuin, maar ook een balkon. Een saai balkon. Maar dat wordt anders. Ik heb nog verjaardagsgeld liggen en daar moet ik een eind mee kunnen komen.

Dus fiets ik over de weg door het bos waar ik me altijd zo gelukkig voel en waar ik me altijd bedenk waarom ik hier niet vaker fiets. In het tuincentrum merk ik dat ik beter word in het maken van keuzes. Dat wel, en dat (nog) niet.
Desalnietmin is het bedrag bij de kassa hoger dan ik dacht, en hangt mijn stuur voller dan verstandig is.
Een oudere mevrouw parkeert haar fiets naast de mijne en lacht uit herkenbaarheid
"Ik word altijd zo gretig", zegt ze.
"Ik noem dit een geile winkel", zeg ik.
Ik loop terug met alle tassen aan mijn stuur, en bakken onder mijn arm. De weg is heel veel langer nu en het stukje door het bos minder mooi. Er rijden nu ook tientallen scholieren, terugkerend naar huis, commentaar gevend op mijn koopzucht en mijn uiterlijk.

Thuis keert de kou terug en moet ik moed verzamelen de planten in de bakken te plaatsen.
De kick van het kopen en de daaruit voortvloeiende roes is zoals altijd van hele korte duur.



Woensdag 28 juni

Een kleine tegenslag op mijn werk, een mail, een aankondiging, een nieuwe deadline.
Natuurlijk vliegen mijn gedachten even naar alle uithoeken van de wereld, maar al snel word ik redelijk en relativerend en bedenk ik me waar het op gebaseerd kan zijn, of ik het er mee eens zou kunnen zijn, en wat het me kan geven, leren.

Ik praat met mensen over afgelopen maandag. Hoe het me geraakt heeft, maar ook in beweging heeft gezet. geen verlammend verdriet maar een hoopvol hart en een sterke wil.
Het mij zien aandacht vragen voor deze ervaring maakt me zacht.
Voor mezelf.

Het sturen van een sms aan BHV op precies het juiste moment. Het moment waarop ze die aandacht nodig had. Ik voel me groeien in het besef iets voor iemand te kunnen betekenen, in het gevoel van gelijkwaardigheid, het durven vertrouwen op mijn intuïtie.

Ik ben zo ontzettend op de goede weg, de zon schijnt.

Donderdag 29 juni

Gisteravond krijg ik een mail waar ik in eerste instantie erg van schrik.
Maandag had ik geschreven over de moed van 'die jongen' om te komen.
De mail van gisteren was van hem, met als onderwerp: ik ben 'die' jongen.
Een mooie mail, weer één die me raakt, een mens die me raakt.
Maar geloof er ook langzaam in dat de verandering in mij ook zorgt dat deze mooie mensen op mijn pad komen, dat ik mezelf de moeite waard genoeg begin te vinden om deze mensen toe te laten in mijn leven, in welke vorm dan ook, en voor welke tijdsduur dan ook.
Ik schrik omdat ik me opeens zo betrapt voel.
Geschreven over iemand die ik niet persoonlijk ken, over wie ik heb horen praten, naar wie ik heb staan kijken.
Zo bewust ineens van lezers en de mensen achter de verhalen. Ook al schrijf ik redelijk anoniem over hen, ik schrijf vanuit mijn kader, mijn ogen, mijn hart en dat kan vervormen. Kan kwetsen.
Maar zijn mail is aardig, en geruststellend, en ontroerend.

Als ik thuiskom vandaag zet ik de cd van Goran Bregovic op en voel ik de mooie mensen dichtbij.
Ik ga zitten op mijn nieuwe balkonnetje, wijntje erbij, laptop erbij, en er komt een vrolijke Surinamer langs die met me flirt en snel omkeert om nog eens langs te kunnen rijden. Een andere jongen loopt voorbij en vraagt me of ik het hier ook naar gerookte paling vind ruiken.

Het leven lacht me toe.

Vrijdag 30 juni

Het is wat rennen na een zware werkdag maar als ik eenmaal uitgehijgd op het terras zit met een musketier kijk ik blij om me heen. De stad bruist, de pleinen vol met muziek en mensen.
We gaan naar een voorstelling van Theater Gajes. Theater op stelten over Alice in Wonderland. Geweldige voorstelling, en mijn theaterhart klopt en mijn verbeeldingsbloed raast door de aderen.
Het kunststukje van Grupa Puja is vermakelijk voor het grote publiek, heeft hopelijk mooie foto's opgeleverd, maar verder niet vernieuwend.

Ik zie mooie mensen, ook veel mooie dreads-mensen, maar kan het van me af laten glijden.
Denk aan de mooie werkkamer, het balkon wat nu een verlengstuk daarvan is en nog even afgemaakt moet worden, het volgende project de keuken en de tuin, en dan... zou er ruimte kunnen zijn om weer echt met theater bezig te gaan. 


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
juni 2006
Sammy