Maandag 26 juni
Ze praat over onzichtbare mensen.
30 Jaar heeft ze haar leven gedeeld met de liefde van haar leven.
En die liefde wilde wel, maar kon niet.
Vluchtte in depressies en alcohol en zelfverkozen eenzaamheid.
Na 30 jaar heeft ze gekozen voor zichzelf, gekozen voor leven, in plaats van meegezogen te worden in zijn leegte.
Waar ze bang voor was gebeurde.
Hij is dood gevonden.
Aan de staat van zijn lichaam was te zien dat hij daar al enkele maanden lag.
Aan de hand van data op melkpakken en kranten is te herleiden dat hij waarschijnlijk half november al is overleden. Ik heb geleerd dat het pas echt gaat stinken als er een raam open staat.
Je leest dergelijke berichten in de krant en hebt dan snel een oordeel over familie, vrienden, buren.
Ik heb geen oordeel meer. Alleen gevoel.
We staan bij het graf van Annie. Ik leg er mijn prachtig in bloei staande boerenjasmijntak neer.
Sta met naar boven gerichte handpalmen te voelen, te ontvangen.
Ze praat over onzichtbare mensen.
Dat iedereen wel van die mensen kent, de ramen dicht, gordijnen gesloten maar niemand kent de mensen echt.
Besluit met een gedicht van een geboortekaartje waarvan ik me de volgende regels herinner:
leef
fluit als het regent
leef
en geniet van het moment.
Een moedig gedicht als je afscheid aan het nemen bent.
Als ze weer gaat zitten, troost ze haar dochter en kijkt naar achter. Ziet me zitten en haar lippen zeggen dat ze het fijn vindt dat ik er ben.
Ik huil, maar ga niet op in mijn verdriet. Realiseer dat het hier vandaag niet om mij gaat, ook al herken ik de pijn en de eenzaamheid van het onzichtbaar zijn. Ook al bedenk ik me dat ik daar had kunnen liggen en dat de zaal dan nu gevuld zou zijn met mijn familie, mijn vrienden, mijn bekenden. Dan zouden zij nu vervuld zijn van woede, schuldgevoel en verdriet. Want het is tijd daar niet meer aan de twijfelen, dat ook als ik dood zou zijn, zelfs als ik dood zou zijn, dat er mensen zouden komen, en verdriet zouden hebben.
Bij de borrel praten we met haar broer en schoonzus die hun 2 puberkinderen door brand hebben verloren. Zijn handen dragen de sporen nog van een poging ze te redden. De schoonzus vertelt hoe het haar leven nog steeds in de greep heeft, 19 jaar verder. Dat ze erin berust dat ze een rotleven heeft gehad en ook niets beters meer zal krijgen.
Praten we over de jongen die de moed heeft kunnen opbrengen te komen. Een goede vriend van haar dochters, en nog maar net vrouw en kind in het kraambed verloren.
Ik dacht altijd dat ik dood wilde om te zien of er mensen om me hadden gegeven.
Vandaag heb ik weer bevestigd gekregen dat ik leven moet, en wel nu meteen. Dat ik die bevestiging moet zoeken, nee, moet vinden in het leven zelf.
Hoop ik dat ik verder ben en kom dan de man in de kist die het leven als vraag zag en niet als uitroepteken.