MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy

juli 2009
Zondag 5 juli

Het weekend begon zo goed.
Ik ontmoet Ex na het werk in Brugge, waar we ruim 10 jaar geleden al eens eerder samen waren.
Vrijdagavond terrassen, zaterdag de hele dag terrassen, veel lachen, veel zon, zalig lunchen,
ik voel me zo vrij.
Bij thuiskomst blijkt Poes er slecht aan toe.
BHV, met wie ik vandaag eigenlijk naar een theaterfestival zou gaan, komt langs en we gaan naar de spoedarts.
Poes heeft hoogstwaarschijnlijk een hersenbloeding gehad en is er slecht aan toe. De uitzichten op herstel zijn, mede door haar leeftijd van 18 jaar, somber. Ze krijgt 2 injecties, morgen weer opnieuw naar de dierenarts.
Ze loopt scheef, loopt in rondjes, is duidelijk de weg kwijt.
Ik moet opeens gaan nadenken over wat dierwaardig is.
Vrijdag 10 juli

Er is hoop.
Hoop dat het goed komt met Poes.

Ik ben geschrokken deze week.
Van mezelf.
Van de heftigheid van mijn emoties.
Als iemand anders vertelt over de ziekte van een huisdier, ook al heb je zelf een huisdier,
neem je dat toch minder serieus.
Maar nu...
Steeds maar huilen als ik haar zie.
Huilen in de trein als ik iemand de woorden 'einde oefening' hoor uitspreken.
De paniek voelen bij het idee dat ze dood kan gaan.
Dat ik alleen achter had kunnen blijven.
Dat ik in een leeg huis terecht zou kunnen komen.
Al 18 jaar is ze bij me. En daarvoor haar moeder. Bijna nooit alleen gewoond.
Van gezin naar wonen met Konijn en Moeder Poes naar kraakpand met 7 mensen en minstens zoveel katten naar wonen met Poes.
Nooit helemaal alleen.
Niet iemand die praat maar wel een levend wezen dat aandacht vraagt en aandacht geeft.

Is het egoďstisch dat ik dat denk?
Dat ik naast de zorg om Poes denk aan het grote aantal jaren dat ik nu al geen relatie heb.
Dat ik denk dat daar voorlopig geen verandering in komt omdat ik mezelf zo in de weg zit,
laat staan een ander.

Met Poes kan het nog goed komen.
Anthony & The Johnsons - Hope there's someone

Donderdag 23 juli

Toen ik 6 weken oud was kwam ik in het ziekenhuis terecht met een acute navelbreuk.
De weken ervoor was mijn moeder al bezorgd, maar werd niet serieus genomen door
de kinderarts. Deze kinderarts bleek ook weer in het ziekenhuis werkzaam.
Na de operatie ging het niet goed met me. Achter de rug van mijn ouders werden onderzoeken gedaan, zonder overleg werd ik op ander voedsel gezet waar ik nog zieker van werd. Er kwam maar geen diagnose, wel veel twijfels en ongerustheid bij mijn ouders.
6 Weken lag ik in het ziekenhuis. Mijn ouders waren blij dat ik mee naar huis mocht maar mijn moeder kon niet van me genieten. De ongerustheid had zich in haar genesteld. Ze zag me ontwikkelen maar niet hard genoeg. Ik kroop, maar andere kinderen liepen al. Dat heeft geduurd tot een nieuwe kinderarts mijn moeder zei dat ik door die 6 weken verblijf in het ziekenhuis logischerwijs achterliep, maar dat ieder kind zijn eigen tempo heeft.

Met Poes gaat het goed.
Maar bij ieder uitvalsverschijnsel denk ik aan een nieuwe bloeding. Ik word wakker als ik haar door de kamer hoor lopen maar het tempo niet vertrouw, als ik denk dat ze met haar pootjes sleept.
De ongerustheid heeft zich genesteld.

Zoals alles aan twijfel in mij, over welk onderwerp dan ook, zich heeft genesteld en zelfs zonder water kan ontkiemen en groeien.

Vrijdag 24 juli

Poes ligt bij me op schoot, kijkt om, wil geaaid worden. Maar ik ben niet meer tot geven in staat.
Zo druk was het vandaag, klanten ruiken het als we, door ziekte, met weinig mensen zitten en komen massaal langs. Blijven ook allemaal zitten als ik ze wijs op de andere boekingsmanieren, zoals telefoon of internet. Zijn lastig met hun vragen, willen hun hele reis samen met mij nog uitzoeken in plaats van met een concrete vraag te komen.
Klanten bellen ook veel, willen persé al hun vragen aan ons stellen en worden boos als we ze doorverwijzen naar ons callcenter zonder 0900-nummer. De collega die langdurig ziek is belt om een update te geven maar ik kan het niet opbrengen om nog een gesprek te voeren over hoe moe zij is.

In de trein terug zit een Chinese vrouw die met iets te veel volume een gesprek voert met een medereiziger. Soms belt ze en stoot ze irritante klanken uit. Verder om me heen enkel mooie mensen. Mensen die ogenschijnlijk niet hebben gezweet vandaag, die hippe kleding aanhebben, die zelfvertrouwen uitstralen.
Ik voel me zo lelijk en zo ongelukkig. Ik mis mijn oude haar om me achter te verschuilen.

Thuis vind ik een briefje van TNT. Ze hebben vandaag een pakje willen bezorgen, een pakje waar ik op zit te wachten, wat me nu iets vrolijker had kunnen maken. Ze hebben het bij de buren proberen af te geven maar die hebben het geweigerd. Enkel omdat een pakje eerder een paar dagen bij ze heeft gestaan omdat TNT niet had aangegeven waar het pakje wel was afgegeven.

Poes wil geaaid worden.
Maar wie aait mij.

Maandag 27 juli

Het is jammer dat ik hier haar stem niet na kan doen, die is zo kenmerkend en brengt me echt tot het plafond.
De schuinbovenbovenbuurvrouw (SBBB) heeft me een paar weken geleden gevraagd of ik half augustus een weekje op haar kat wil passen en ik heb ingestemd. Sindsdien laat ze me niet los.
Ze belt niet aan, ze klopt 10 keer op mijn deur. Als ik niet binnen 5 tellen de deur open doe klopt ze nog 10 keer. Ik loop vloekend op de deur af, ben echt heel onaardig als ik open, denk ze dat ze erg zenuwachtig van me wordt.
Na mijn toezegging is ze al een keer langsgeweest om een bevestiging te krijgen van de afspraak. Daarin vertelde ze me dat het om 2 katten gaat. En dat Valkje, de jongste, iedere dag een pilletje moet.

Daarna kwam ze langs om te zeggen dat de katten 2 keer per dag eten moeten krijgen. Dat heb ik meteen de kop ingedrukt, heb gezegd dat ik te vroeg weg ga om ook 's ochtends nog eten te geven. Ok, zegt ze dan, ok, dat is dus te vroeg, ok, dus dat kan niet, en dan drentelt ze wat.
Vervolgens is ze nog 2 keer langsgeweest om de gemaakte afspraken nogmaals te maken.

Gisteren had ik een pyama-dag. Een hele luie dag, maar dan ook echt heel erg lui. Ik ben op de bank in slaap gevallen en wordt om half 6 's ochtends wakker. Ik sleep me naar bed.
Om 11 uur wordt er 10 keer geklopt. Het is even stil, dan weer 10 keer.
Ik vloek en besluit dat ik haar vandaag niet wil zien. Echt niet wil zien en zeker niet wil horen.
Een uur later klopt ze bij mijn bovenburen aan. Ik hoor vaag een gesprek over koffie en thee.
Om 13 uur klopt ze weer 2 x 10 keer.
Om 15 uur weer.
Ik volhard.
Om 19 uur klopt ze weer.
Om 21 uur weer.
En om 22.30 uur weer.

Vanmorgen vind ik een briefje tussen mijn deur gestopt. Van SBBB, voor Sammy, staat erop. En of ik snel langs wil komen om een afspraak te maken voor het maken van afspraken voor de katten.
Vandaag weer een drukke dag op het werk maar ik blijf het kloppen horen. Kijk bij thuiskomst of ze me niet opwacht, of ze me bespied. Ik heb nog maar net gegeten of er wordt weer geklopt. Ik doe open en zeg meteen dat het heel slecht uitkomt. Echt, ik ben zo onaardig.
Ze wipt nerveus van de ene op de andere voet. O, zegt ze, o. Ok. Dan zal ik het kort houden. Ik vraag wat ze wil. Ze wil graag een afspraak maken voor wanneer ik langskom. Ik zeg dat ik dat 1 of 2 dagen van tevoren zal doen. Ze zegt dat Vlekje. de jongste, iedere dag een pilletje moet. Dat heb je al verteld, zeg ik. Al 3 keer, mompel ik, ze hoort het niet.
Dan vertelt ze dat de kattenbak iedere 2 dagen geleegd moet worden. De ene dag de rotzooi eruit, de andere dag verschoond. Nu lach ik hardop. Ik zeg dat ik het echt druk heb. Dat ik echt goed voor ze zal zorgen maar dat er grenzen zijn. Ze wipt wat harder. Hoe laat ik meestal thuis kom, vraagt ze. Op z'n vroegst half 8 zeg ik, maar soms ook 10 uur. Ik hoop dat ze zal zeggen dat ik niet meer voor haar katten hoef te zorgen, sterker nog, mag zorgen, maar ze zegt dat ze gelooft dat ik goed voor ze zal zijn.
Ze zegt dat ik dan op donderdagavond de sleutel dan maar af moet geven bij de bovenbuurvrouw. Dat zijn de mensen die mijn pakje niet aan hebben willen nemen, dus dat zie ik niet zitten. Ik zeg dat we dat wel afspreken als ik bij haar langskom.
Goed, zegt ze, omdat je zei dat het slecht uitkwam nu zullen we het hier maar bij laten. Ik wens haar een fijne avond en sluit de deur. Even later wordt er weer geklopt. De katten zullen er echt aan moeten wennen dat ze maar 1 keer eten krijgen. Ik zeg dat dat geen probleem zal zijn. Dat katten reserves hebben. Ja, katten hebben reserves zegt ze. En anders kan ik zowel het blauwe als het grijze bakje voldoen. Ja, dat kan ik doen, zeg ik. Maar dat zullen we wel afspreken als ik langskom. O ja, zegt ze.

Ik pak Poes op die angstig achter in de gang staat. Ik druk haar tegen mijn gezicht aan, vloek in haar vacht.


Woensdag 29 juli

Ze vertelt me dat haar verleden weer terugkomt, en dat ze daarom naar Celle wil, waar voormalig concentratiekamp Bergen Belsen in de buurt ligt. We wisselen concentratiekampen uit en we spreken over begraafplaatsen. Ik vertel dat ik er graag kom, dat ik er tot rust kom.
Ze vertelt me dat ze dengue had, een ernstige infectieziekte die ook wel knokkelkoorts genoemd wordt. Dat ze op het randje van de dood was beland en dat ze sindsdien niet bang meer is voor de dood. Dat het alleen treurig is voor de mensen die achterblijven.
En dat het dát is wat ik voel als ik tussen de graven loop. Die acceptatie, die rust, die overgave.

Een mooi gesprek, een mooie ontmoeting op een zeldzaam rustig moment op het werk.