Zondag 1 juli

We treffen elkaar bij de apen.
Ex werkt in de dierentuin en ik kom kijken naar de laatste ontwikkelingen aldaar.

Na deze beestjes gaan we naar een ander soort beestjes.

We gaan 2 liefdes van hem bezoeken en deze hele plek is een liefde van me.
Ze liggen vlak bij elkaar, op Zorgvlied.
Judith en Herman.
Judith, de vrouw uit de verhalen van Kluun. De prachtig mooie levenslustige vrouw. Ik was op haar bruiloft, toen ik net uit het ziekenhuis was na een herniaoperatie. Ze gaf waarde aan mijn leven, ze gaf me de woorden 'geef geen dagen aan het leven, maar leven aan de dagen'.
Een paar dagen geleden was ze jarig, de zonnebloemen staan nog niet geheel verwelkt op haar graf. Een stenen zonnebloem als grafsteen, tekeningen van haar dochter, lieve boodschappen op kaartjes van vrienden.
Herman, als in Herman Brood. Zijn graf met een reusachtige bronzen engel, uitkijkend op boeddha, op een stukje wat ze Paradiso hebben genoemd en waar iedereen ligt die iets uitzonderlijks van zijn graf wil maken.

Op de terugweg zitten we in een zitje in het halletje van de trein. Ik pak mijn MP3, zoek mijn favoriete nummer op van dit moment.
En zo zitten we daar, met een kort draadje tussen ons, hij kijkt naar buiten, ik de andere kant op, met dezelfde muziek op de oren. Het heeft iets intiems.
Door alles wat er om me heen gebeurt in het leven voel ik me met net zo'n kort draadje verbonden met de kern van het leven.

Maandag 2 juli

Ik ben zenuwachtig, en degene die me hier opleidt en me mede heeft aangenomen ook, zegt ze. Ze is lief. Wil me een goed welkom geven. Deze plek in de andere vestiging straalt rust uit. De mensen, het pand, ik mag hier leren. Het is druk, veel telefoon en klanten en vragen die ik (nog) niet kan beantwoorden.
Maar hier hoor ik thuis.
Dinsdag 3 juli

Vandaag word ik bewust in het diepe gegooid.
Ze plaatsen me achter de balie, waar klanten komen met hun vragen en die ik niet weer weg kan sturen en later kan beantwoorden.
Alle kennis tolt in mijn hoofd maar de klanten wachten geduldig. Vandaag vooral jonge mensen die willen interrailen, en daar nog van alles bij willen aan reserveringen. Ook 2 jonge meiden die naar Praag gaan en na een festival in Boedapest weer terug. Ik reis weer met ze mee.
Krijg aan het einde van de dag te horen dat ik het goed gedaan heb.
Heb moeite die woorden te geloven, maar ben wel blij ze te horen.
Woensdag 4 juli

Hier op deze vestiging is er de tijd en zijn er de mensen om me goed te helpen. In de 1e vestiging wilden ze wel maar konden ze niet. Hier is het ook druk, en toch heerst er meer rust. Minder mensen, meer frisse lucht, en meer plek, voor mij. Ik voel me er welkom, en dat wordt regelmatig benadrukt.
Vandaag trekt de 'bazin' tijd voor me uit om al mijn vragen te beantwoorden. De vragen over actuele dossiers kan ik meteen stellen, maar de wat grotere, algemene vragen. Hoe kan ik bepaalde dingen wat sneller opzoeken, welk hotel bel je en wanneer werk je via een reisagent, hoe zie je of je mensen boekt in een couchette voor 4 of voor 6 personen.
Het gesprek doet me goed, ook omdat ze me weer zegt dat ik hier zo welkom ben en dat ze er honderd procent in gelooft dat het me gaat lukken.
Ik ben vandaag de laatste die weggaat. Heb even de tijd genomen om de controle over mijn statussen te hervinden, om zoveel mogelijk weg te werken en voorwerk te doen.
's Avonds lukt het me om orde aan te brengen in de handleiding.
Om vroeger naar bed te gaan dan de nacht ervoor.
Om eens niet over werk te dromen, hetzij over mijn huidige, hetzij over mijn vorige werk.
Donderdag 5 juli

De man die zijn vrouw net begraven heeft schrijft hoe hij het mist om niet tegen haar lichaam aan te kunnen kruipen, te vertellen hoe de dag was, haar wang te strelen.
Dat als het waar is dat regen en onweer slechts ontstaan omdat er op de wolken gedanst wordt als iemand die overleden is verwelkomt wordt, dat het dan wel goed zit met zijn vrouw.

De tafel van Annie wordt voller en voller, ze zal er zo welkom zijn.
Maar wat worden ze hier gemist.

Vrijdag 6 juli

Het hele sterke voornemen is er om uiterlijk om 18u weg te gaan, ik heb een afspraakje.
Maar het wordt aan het einde van de middag erg druk in de winkel en de laatste klant trekt pas om kwart over 6 de deur achter zich dicht. Dan volgen de rituelen van het afronden en kan ik naar het café.
Daar zitten een aantal oud collega's/OR leden.
Wat is het goed ze weer te zien en wat maken ze een moeilijke tijd door en wat zijn ze goed bezig.
En wat drinken we veel port.
Op de terugweg val ik in een Portugese coma.
Op de fiets zing ik luidkeels mee met de vlotte nummertjes. De slome mooie nummers sla ik over.
Weekend.
Zaterdag 7 juli

Grote Zus stuurt me nog een A4. Voor mijn feest had ik iedereen een A4 gevraagd, met een boodschap van die persoon aan mij. Van Grote Zus had ik 'm nog tegoed, en het is een mooi kado zo op de niet meer zo vroege ochtend.
Over de dingen die we samen gedaan hebben en regelmatig doen.
Over hoe zus en vriendin zijn in elkaar overloopt en elkaar soms in de weg staat.
En een mooie liedtekst:

Het dak van de wereld
Wacht op mij tot ik er ben
Tot ik ontdekt heb
Dat het is verdwenen
Ik kan verder dan ik denk

Ik geef me over
Ik leg me neer

Ik ben vrij
Met mijn voeten op de grond
En mijn handen bij de zon
Ik ben vrij
Er is geen hemel en geen hel
Het is de oorzaak van zichzelf

Mijn armen wijd
Ik wil erbij zijn als ik leef
Laat mij een mens zijn
Die niets zoekt
Omdat ie niets meer nodig heeft

Ik geef me over
Ik leg me neer

Ik ben vrij
Met mijn voeten op de grond
En mijn handen bij de zon
Ik ben vrij
Er is geen hemel en geen hel
Het is de oorzaak van zichzelf

Je kijkt omhoog en je ziet hoe ver het is
En toch dichtbij
Je zoekt naar de bril waar je door kijkt
Het is dichtbij
Je bent vrij

Over vrij gesproken... ik hak een knoop door.
Zou vandaag eigenlijk met een groep naar een theaterfestival gaan in Deventer maar ik krijg mijn ogen niet open en ik snak naar een dagje bank en boodschappen en zappen en opruimen en beetje huiswerk maken.
Het voelt niet helemaal lekker, ik voel me een beetje schuldig, maar het voelt ook trouw aan mezelf.
Net zoals het ook trouw voelt om die avond te smssen met BHV en haar voor te stellen morgen alsnog samen naar dat festival te gaan. BHV is zo dichtbij, zo geen gezelschap, ik heb behoefte haar te zien en behoefte om er even uit te zijn, mooie dingen te zien.
Zondag 8 juli

We leggen een knoop vandaag.

Eerst uitgebreid bijpraten in de auto op weg naar Deventer, om ons vervolgens te laven aan de zon
en het theater.
We nemen een toeristische route terug en opeens zien we een wegwijzerbord met Vorden.
Vorden staat al heel lang op ons lijstje.
Ooit zag ik er iets over op tv. Een knopenlaantje.
Een laantje in het bos waar geliefden en minnaars naar toe gaan en een knoop in de takken leggen om zo de liefde, de lusten te bezegelen. Het geeft mooie vormen aan de bomen.
We zijn er al eens eerder naar op zoek gegaan, maar toen was het donker en regende het en hebben we het niet gevonden. Nu gaan we voor de liefde, gaan we voor de knopen en vragen we de weg. Een jongen glimlacht wat, wijst ons de weg, zegt: veel plezier met knopen leggen. Aan zijn blik te zien denkt hij waarschijnlijk dat we een stel zijn.
De weg ernaartoe leggen we lopend aan. Het bospad en de verwachtingen die we hebben bezwangeren de lucht met hoop en verlangens.

Dan staan we aan het begin van het laantje. Zien nog niets. Lopen het laantje in, kijken omhoog, zien knopen. Hoe langer je kijkt, hoe meer knopen je ziet. Niet echt spectaculair, maar misschien is het ook niet realistisch om dat van de liefde te verwachten.
Met een gelukzalige glimlach lopen we terug. Ik heb mijn knoop niet te strak gemaakt, ik houd nog wat opties open. Knoop voor mezelf, en tevens voor alle anderen die me lief zijn of lief gaan worden.
Maandag 9 juli

Het maalt in mijn hoofd maar tegelijkertijd is er rust.

Ik ga door met het boeken van reizen, interrailers, een autoslaaptrein naar Bologna, een enkele reis Minsk.
Ik heb goede gesprekken met de 'bazin', we leren elkaar beter kennen, we zien het zitten.
Ik ben erg moe als ik vanavond om half 9 eindelijk in de trein zit, maar niet moe genoeg kennelijk, en ik kan nog lezen en van de prachtige regenboog genieten.
Op de trappen naar de winkel van de fietsenmaker ligt een bosje zonnebloemen.
Goede Man zocht gisteravond toenadering en ik houd het af. Ik kap het gesprek af, krijg er een ongelijkwaardig gevoel van, zeg hem dat ik na moet denken.
Vanavond laat ik hem weten dat ik eerst maar eens een concrete afspraak wil, waar we het er persoonlijk over kunnen hebben en niet meer het mailen waar hoop, behoeftes en misverstanden op de loer liggen.




Dinsdag 10 juli

Weer een dag achter de balie.
Meisjes die voor het eerst op interrail gaan, die nog niets besloten hebben maar met een volledig reisschema en reserveringen de deur uitgaan. Een vrouw die met fietsen naar Brugge reist, deze week. Een andere vrouw die morgen nog naar Praag had gewild en verbaasd is dat de prijzen met korting weg zijn. Een motorrijder die met de autotrein naar Kroatië wil, die zit vol, maar na een telefoontje naar Duitsland is er nog wel plaats op die naar een plaats in de buurt in Oostenrijk. Een man die met de ferry van Nice naar Corsica wil.
Weer een dag overwerken, weer een dag de laatste die weggaat.
Maar het blijft leuk.
Woensdag 11 juli

We zijn gewaarschuwd, we zijn maar met 3 vandaag.
Het lijkt mee te vallen, en ik leen even een fiets van een collega om de post weg te brengen en een frisse neus te halen langs de grachten.
Als ik terugkom is de winkel stampvol en pas tegen 7 uur, anderhalf uur na sluitingstijd verlaten de laatste klanten de winkel. 3 Giechelende meiden die via mij hun interrail hebben geboekt.
Officieel zat ik dan wel niet achter de balie, maar door de drukte krijg ik ze toch tegenover me, en aan de telefoon en tegelijk, en ik ga nog niet zo snel en zie mijn dossiers toenemen.
Het is 9 uur als ik zelf de deur achter me dichttrek, nog lang niet klaar.

Donderdag 12 juli

Een Zwitserse Nederlandse met 4 hele drukke kinderen aan mijn buro. Met de trein naar Denemarken en Zweden, het valt niet mee. De vrouw probeert ondertussen de kinderen in toom te houden, wat niet lukt. Ik probeer ze af te leiden met boekjes en verhaaltjes, wat ook niet lukt.
Wat me wel lukt is uiteindelijk de reis voor ze te boeken.

Een man die belt, die nog eens belt, en via het callcenter in Leiden nóg eens belt en langskomt om een bahncard te kopen. De man heft iets, is autistisch of lijdt nog onder de gevolgen van een hersenbloeding, of wat we ook maar linken aan zijn verschijning, maar feit blijft dat hij zeer moeilijk uit zijn woroden komt, hard praat en alles een aantal keer herhaalt.

Een aardige man die naar London en Cardiff wil.
Morgen.
De trein lukt, maar dan nog een hotel. Ik bel, in diverse talen, met diverse organisaties en krijg steeds nee te horen. Het is druk, het is vol, het is onmogelijk. Tot we uiteindelijk een ja krijgen. Ik weet niet wie blijer is, de klant of ik.

Mijn collega's verlaten het pand, ik ga door. Ga laat door. Het is pas 10 uur als ik wegga.
Morgen weliswaar vrij, maar de structuur die ik eerder zo te pakken had, is nu behoorlijk zoek.
Vrijdag 13 juli

Heb grote plannen voor vandaag, maar kan vrijwel alleen slapen.
Tussendoor kijk ik even 4 opgenomen afleveringen van mijn favoriete serie en aan het einde van de dag beantwoord ik wat mails en ruim ik nog wat op en sleep ik me naar wat winkels die grotendeels allemaal dicht blijken te zijn. Ik sla weer wat gezond eten in, uit een voornemen de komende week meer structuur aan te brengen, eerder naar huis, beter te eten.
Om vervolgens weer in een diepe slaap te vallen.
Zaterdag 14 juli

Ik was gewaarschuwd voor de zaterdagen, druk en hectisch, maar het valt mee. Er blijven wel mensen binnenkomen, maar ze hoeven niet al te lang te wachten.
Mijn collega's maken haast om redelijk op tijd weg te gaan, en ik ga daarin mee. Vanavond niet overwerken, vanavond iets anders waarvan ik voel dat ik het moet doen.

Er is een dorpsborrel. Die dorpsborrel wordt al jaren maandelijks georganiseerd door de man die net zijn vrouw verloren heeft. Ik vind dat ik daarbij moet zijn, niet uit beleefdheid, maar vanuit mijn hart. Vanuit datzelfde hart neem ik een zonnebloem voor hem mee.

Het wordt niet heel druk, zitten lekker buiten en ik ontmoet weer leuke mensen, vrouwen vooral.
Een paar mannen zijn behoorlijk dronken, 1 waggelt eenzaam de straat uit, zijn 1e dorpsborrel is denk ik anders verlopen dan hij gedacht had, zijn internet op zijn mobieltje heeft onvoldoende indruk gemaakt.
Een ander loopt niet weg, integendeel zou ik eigenlijk willen zeggen, hij overschrijdt wat grenzen, de grens tussen dichtbij en té dichtbij. Praat me bijna een probleem aan dat ik niet meer heb. Wil steeds maar zoenen, wat volgens hem zou moeten kunnen omdat het iets anders is dan kussen.

Het was goed dat ik er bij was.
Zondag 15 juli

Bij de keuzes die ik afgelopen week maak vóór iets of iemand, maak ik eigenlijk tegelijkertijd een keuze tégen iets of iemand, en daar voel ik me schuldig over.
Vorige week zaterdag de keuze vóór mezelf, en tegen Ex en een aantal dierbaren om naar een straattheaterfestival te gaan.
Vorige week zondag de keuze voor een dagje op stap met BHV, en tegen een dagje met DD en een andere dierbare dorpsgenoot. En misschien wederom ook weer tegen Ex, omdat ik nu wel naar het straattheaterfestival ging, en niet met hem.
Vandaag wederom een keuze vóór mezelf en niet naar de verjaardag van een musketier.
En komende week de keuze vóór Goede Man, waardoor ik een afspraak met iemand anders zal moeten verzetten.

Het is niet moedwillig, niet dat ik de één boven de ander wil stelen, en ook niet altijd een weloverwogen besluit, maar handelend naar intuïtie en behoefte.

Vandaag is een gevecht tegen de slaap en ik kan me er niet toe zetten me aan te kleden, me onder mensen te begeven. Gisteren voelde níet gaan naar de dorpsborrel als geen optie.
En met Goede Man is het zo moeilijk afspreken dat ik iedere kans moet grijpen.

Er gaan maar een aantal uren in een dag en er is maar heel weinig vrije tijd in mijn week.
Ik kan niet alles doen, kan niet met iedereen afspreken, kan niet iedereen tevreden stellen.
Dat weet ik, maar het voelt niet goed.


Maandag 16 juli

Heb jij een weblog? vraagt een collega me opeens. Ik kijk hem verrast aan, weet niet of ik blij ben met zijn vraag, stel een tegenvraag om mijn reactie te kunnen rekken.
Ik voel me enigszins betrapt, zoals mijn moeder die me aankijkt aan de eettafel waar we stil met het gezin het avondeten nuttigen. Ze kijkt me aan, en zegt: wat gaat er toch veel om in dat hoofd van jou. Ik voel me doorzichtig. Nog meer dan toen mijn ouders in dezelfde setting vertelden dat ze in mijn dagboek hadden gelezen. Over Ernst, met wie ik op vakantie gezoend had en nog wel iets meer. Ernst, die ik daarom niet meer van mijn ouders mocht zien, ik was 15 toen, ze wist niet hoe ver ik al met anderen ging.

Ik vraag hem waarom hij me dat vraagt, hoe hij dat weet.
Hij zegt dat hij net een klant had, een jongen, of een man, ik heb niet opgelet, en die vroeg me of ik diegene van de weblog was.
Ontkennen heeft geen zin, is ook niet echt nodig, al kleuren mijn wangen rood.
Er was een tijd dat ik zo anoniem mogelijk wilde blijven, niets vertelde over mijn werk en zeker geen foto's plaatste die iets van mij onthulden.
Dat is veranderd.
Ik geef meer van mezelf prijs.
Heb niet meer de illusie dat niets vertellen betekent dat je niets van jezelf laat zien. Heb ook niet het idee dat meer vertellen mezelf helemaal blootgeeft.
Maar gek blijft het wel, herkend te worden als schrijver van een 'virtueel boek'.
Dinsdag 17 juli

Vandaag vallen mijn eerste tranen.
Ze vallen op de zee boven Scandinavië.
Ze gaan niet in het water op.
Mengen niet met de geplastificeerde laag die om de landkaart op het buro is aangebracht.

Het is begin van de avond, en ik heb een map vol dossiers, en ik voel me er zo niet goed bij.
Ik had zo goed als de hele dag de tijd om ze af te ronden maar er kwamen telefoontjes tussen en klanten en foutmeldingen en ik heb best veel gedaan maar aan het eind van de dag ligt er niet minder werk.
Ik heb ze zojuist doorgenomen met mijn leidinggevende en ze is er echt heel aardig over en zeer behulpzaam maar het voelt niet goed. Het voelt als falen.
En ik mag niet falen, van mezelf.

Dus zit ik daar weer, ondanks mijn voornemen om deze week op tijd weg te gaan, 1 voor 1 mijn dossiers weg te werken. Op zich gaat dat goed, in alle rust, zonder enige afleiding maar het wordt weer laat vanavond.
Alweer.

Woensdag 18 juli

Het late werken van gisteravond heeft wel iets opgeleverd, de map is bijna leeg, en in het gesprek gisteren is uitgesproken dat vanaf nu het streven echt is om de dingen direct af te maken. Dus dan duurt het maar wat langer aan de telefoon maar het geeft lucht en rust als je probeert weer zoveel mogelijk met 1 ding tegelijk bezig te zijn. Een soort terugkeer naar het ja-maar boek, 1 ding tegelijk. Dat kan niet helemaal opgaan, je moet wel eens dingen uitzoeken en mensen terugbellen maar het gaat ook om een streven.

Het streven was ook om vandaag na thuiskomst mijn hele huis schoon te maken en op te ruimen om zo klaar te zijn voor het bezoek van Goede Man vrijdag. Ik mag eerst nog even wat eten, moet daarna aan het werk. Maar de bank zit wel heel erg lekker en op de tv is altijd wel iets leuks, altijd wel een excuus te vinden om te blijven zitten.
Als ik aan het einde van de avond wel iets maar lang niet alles heb gedaan stuur ik een sms naar Goede Man. Al een tijdje niets van hem gehoord en ik zie een afzegging in de lucht hangen. Ik vraag hem of hij vrijdag komt eten. Hoop aan de ene kant op een ja, omdat ik vind dat ik de laatste tijd best lekker kan koken en omdat ik het samenzijn zo een beetje kan rekken en een niet seksuele handeling mee kan geven. Hoop aan de andere kant op een nee, omdat ik niet zou weten wanneer ik boodschappen zou moeten doen, ik op zijn vroegst pas tegen half 8 thuis kan zijn en de kans zo bestaat dat we de hele avond niets anders doen dan het niet seksuele eten.
Ik ben in mijn sms erg concreet, zeg dat als hij niet meer kan, ik volgende week dan en dan nog wel zou kunnen.
Ik leg het schone beddengoed alvast klaar.

Donderdag 19 juli

Mijn collega's en ik zitten in de trein wat te giechelen als mijn telefoon gaat.
Goede Man, zie ik in de display. Ik heb één van hen iets verteld over de afspraak die ik morgen met hem heb en als ik bij het zien van de display direct rood word en zeg dat ik niet op durf te nemen weet ze meteen wie het is.
Eigenlijk weet ik al meteen wat de boodschap gaat zijn en dat wordt bevestigd. Hij is moe, hij is druk, en wil een stap terug doen. Zegt de afspraak af.

Mijn collega's en ik zijn op weg naar een etentje vanwege het 5 jarig bestaan van het bedrijf. Om ook stil te staan bij het feit dat de allerergste zomerdrukte aan het voorbijgaan is. Om ook te horen waar onze studiereis begin oktober naar toe gaat.

In de tram naar de locatie zit ik even alleen. Lang genoeg om een beslissing te nemen. Ik ga niet meer wachten op een nieuwe afspraak. Niet meer hopen, niet meer verlangen.
Ik respecteer uiteraard zijn afzegging. Realiseer me ook dat als je een relatie zou hebben met iemand dat je er dan ook voor elkaar bent als je druk en moe bent. Die relatie heb ik niet met hem en ga ik ook niet met hem krijgen.
Het wordt tijd daar geen genoegen meer mee te nemen.
Geen kruimels meer.



Vrijdag 20 juli

Nog een paar uur en dan ben ik 2 dagen vrij.
Ik hoop ze niet alleen slapend door te brengen, zoals vorige week.
Ik maak een lijstje met wat ik wil kopen, wat ik vorige week al had willen kopen toen ik door de openingstijden van de winkels ben heengeslapen.
Ik maak een lijstje van wat ik wil doen, het half opgeruimde en vooral half nïet opgeruimde huis opruimen.
De handleiding voor mijn werk weer een heel stuk verder helpen en printen en netjes op alfabet in een map stoppen.
Een boek schrijven. Er is een wedstrijd van een uitgever en als je wint komt je boek gratis in de winkel te liggen. Inleveren moet voor 1 augustus.
Ik heb nog de illusie dat het zin heeft daar aan mee te doen. De illusie dat er aan het einde van deze 2 vrije dagen een boek kan liggen.

Zo prik ik deze week illusies door en creëer ik de volgende.

Zaterdag 21 juli

De dag na de afspraak die niet doorging.
Ik blijf er verrassend rustig onder.
Even geen man om mijn pijlen op te richten en in plaats van leegte vult het me met kracht en vertrouwen.

Een heel weekend vrij, wat een luxe. Vandaag mag ik, morgen moet ik.
En ja, op de dagen dat je mag doe ik altijd meer, ook van de dingen die moeten.

Naast slapen en shoppen is dat schrijven.
Mails beantwoorden en een boek schrijven.

Zondag 22 juli

Even een boek schrijven.
Het klinkt wel stoer vind ik, maar het doen is uiteraard een ander verhaal.
Ik heb de laptop op de tafel staan, drinken erbij, Poes in de buurt en de tv aan.
Ik weet dat dat raar klinkt, afleidend vooral, maar door beeld en of geluid aan te hebben kan ik me beter focussen. Anders schieten mijn gedachten alle kanten op.

Even een boek schrijven.
De basis is er. Vandaag schraap ik aan die basis. Gooi weg, voeg toe, probeer niet al te veel stil te staan bij de inhoud, die soms best confronterend is.
Ik focus op de details, en probeer niet tegelijkertijd het overzicht te houden.

Maar later op de dag pverwint de slaap en ik besluit er aan toe te geven.Alsof ik een keuze heb.
Heb het woord moeten veelvuldig in mijn hoofd: ik móet dóór, maar soms kun je beter een stap terug doen om er daarna weer 2 vooruit te kunnen zetten.

Had ik dat vertrouwen nu ook maar in mijn werk.
Maandag 23 juli

Ik mis je

Ik mis je zoals nooit tevoren.
Hoewel: ik miste je altijd
als ik je niet kon zien of horen.
Ik miste je aanwezigheid.

Ook als je niets zei was je er,
en als je sliep was je nog bezig,
in mijn nabijheid, niet te ver:
ik kon je zien, je was aanwezig.

Maar nu je weg bent, uit het oog,
uit wat ik ruik, en uit mijn oren,
voel ik mij gaandeweg verloren.

Want het bestaan, als monoloog
is een ontkleurde regenboog:
een leven zonder toebehoren.

Nico Scheepmaker
Dinsdag 24 juli

Een afspraakje met mijn leukste directe ex-collega.
In het café zien we nog een paar anderen, ik merk hoe dierbaar ze me nog zijn en dat ik zo ontzettend hoop dat ze goed terecht gaan komen. Een aantal zijn al goed op weg.
Maak me boos en moet lachen tegelijk dat de directeur zich oprecht verbaasd over het feit dat zoveel mensen weggaan, ook degenen die mogen blijven.

Via het werk praten we ook over onszelf. Over de stappen die we zetten, of nog niet durven zetten. Over waar we staan en niet willen staan. Over met wie het contact uiteindelijk zal verwateren, en met wie vooral niet.

Woensdag 25 juli

Een vrije dag.
Ik sta vroeg op, niet te vroeg, ruim een heel klein beetje op, niet te veel en zet mij aan de tafel.
Vandaag voelt het goed, ik heb tijd, heb ruimte in mijn hoofd, ik heb een deadline.


Donderdag 26 juli

Het werk stapelt zich op, het voelt niet goed.
Ik kan dossiers niet afmaken omdat ik moet wachten op klanten, omdat ik hulp nodig heb, omdat ik niet weet waar te beginnen.

Toch ga ik niet al te laat naar huis.

Ik ga niet door met schrijven, daarvoor zit mijn hoofd te vol.
Ik heb me er bij neergelegd dat de laptop meegaat naar Dokumenta en mag vanavond legitiem op de bank hangen en zappen.
Of in slaap vallen.
Vrijdag 27 juli

Tegenover me zitten 2 vrouwen. Ze willen op reis en ik kom er niet uit.
Ik vraag hulp en nogmaals en nogmaals maar ondertussen duurt het maar voort en zie ik de vrouwen tegenover me hun geduld verliezen. Uiteindelijk komen we tot de overeenstemming dat ik het verder voor ze uit ga zoeken en dat ik ze de volgende dag terug zal bellen.

Gelukkig gebeurt dit aan de het einde van de dag.
Gelukkig kan niet lang daarna de deur worden gesloten.
Mijn directe leidinggevende komt bij me zitten en we nemen door wat er mis ging, wat ik anders had kunnen doen.
Terwijl mijn eerste openbare tranen vallen komen we erop dat ik te aardig, te beleefd kan blijven naar de klanten. Ik bied ze zelf opties aan om ze maar ten dienste te zijn maar maak de boeking hiermee voor mezelf zoveel gecompliceerder.
Ik mag best iets eisen van de kant, een grens stellen, een beslissing forceren.

Ik ga niet al te lang door vanavond.
Ik wil naar huis.
Wil even privé alle tranen die er nog achter dit buitje zitten storten.


Zaterdag 28 juli

Vandaag aan de slag met 'het van A tot Z' wegwerken van de dossiers, 1 voor 1. Het kan, qua drukte, en ik krijg er ook de ruimte voor.

Toch is het pas laat als ik ga, 3 uur na sluitingstijd.
Ik heb zojuist de vrouwen gesproken met wie de boeking gisteren niet lukte.
Ze waarderen de moeite, de service, geven wel tips voor een volgende keer maar zijn blij met de uitkomst die ik bieden kan.

Ik ben moe, maar voor het eerst sinds dagen ook weer wat voldaan.
Zondag 29 juli

Als ik op de door mij gereserveerde zitplaats in de trein wil gaan zitten, blijkt deze én de stoel ernaast die het volgende station door BHV bezeten gaat worden, al bezet. Ik schud de jongen op de 1e stoel wakker. Heb je deze gereserveerd, vraag ik. Hij schudt zijn hoofd. Ik wel namelijk, zeg ik en met kleine tegenzin staat hij op.
De jongen aan het raam kijkt me boos aan. Begint in het Duits tegen me aan te praten. Zegt dat er toch nog voldoende andere plaatsen zijn. In mijn beste Duits antwoord ik dat hij daar dan mag gaan zitten. Hij protesteert maar ik voel me sterk, ik sta in mijn recht en laat hem weten dat ik die plaats wil waar hij op zit en geen andere. Ik heb geen zin om zelf de hele tijd van plek te moeten veranderen omdat mijn betaalde plek bezet wordt door een bijdehante Duitser.
Boos verlaat hij zijn, eh nee, mijn plek.

BHV stapt in en we benutten de reistijd voor heel veel bijpraten, er is voldoende te bespreken.
We reizen naar Kassel, naar Dokumenta. 15 Jaar geleden was ik er ook, op interrail, en nu kan ik het zelf boeken, met korting.

Het hotel is lelijk van buiten maar reuze praktisch. Naast het station en naast de trams die ons naar alle locaties kunnen brengen.

Nadat we ons hebben geïnstalleerd gaan we naar de ene kant van de stad. Daar staat een slot en daar zou ook kunst zijn. Vanaf de straat zien we het al liggen. Het lijkt best dichtbij maar misschien dat dit wat werd vertekend door de regen en de mist. We zijn in ieder geval een hele tijd onderweg en een klim verder voor we het slot bereikt hebben. Het ziet er wat Iers uit, een beetje mysterieus, door de vlagen wolken.

In het slot hangt vooral Rembrandt en Rubens en Frans Hals, we zoeken de wat moderne kunst die ik me voorstel bij Dokumenta. Na wat zoek- en vraagwerk vinden we iets, niet veel. Achteraf blijkt dat we toch niet goed genoeg hebben gekeken, als ik in het centrum de catalogus koop zie ik wat we allemaal gemist hebben.


Maandag 30 juli

Op de muur bij de douche is een tijdschakelaar.
Als we die aanzetten gaat er in de badkamer een rode lamp branden. We fantaseren over de reden daarvan, vermoeden uiteindelijk dat een goedkope manier van verwarmen is.
In de ontbijtzaal zit een man die sprekend lijkt op de directeur van mijn oude werk. Ik hoop dat hij Duits is, zodat ik de gelijkenis definitef van me af kan zetten maar nee, behalve het uiterlijk spreekt hij ook nog Nederlands én is hij homo.
Het oude en nieuwe werk blijft me maar achtervolgen.

Vandaag zien we Kunst, veel kunst. Eigenlijk doen we alle gebouwen rond Friederichsplatz, met vooral veel pauzes tussendoor en ik koop teveel en te zware boeken met veel te mooie foto's.
We hebben meestal dezelfde smaak, BHV en ik.
Ook eenzelfde tempo. Dus sommige kunst vinden we allebei stom, en lopen we snel aan voorbij en sommige kunst, vooral foto's en dan vooral die over Afrika. We dromen over daar rondreizen en zelf die foto's maken.

We belanden bij een Italiaan. Een Echte Italiaan.
Het eten daar is als een langdurend orgasme.
Als ik aan het eind vertel dat ik bij een reisburo werk en dit restaurant zeker zal aanbevelen rent het meisje weg en komt terug met een enorme stapel visitekaartjes en is net zo blij met ons als wij met haar.

Veel indrukken vandaag.
Een paar van de dingen die er uitspringen.

Een plein vol klaprozen.

De fotocollages van Zoe Leonard. In de hele ruimtes hangen foto's bij elkaar die eenzelfde thema hebben maar op verschillende plekken op de wereld zijn vastgelegd. Afgedankte tv's, de koopwaar op een kleedje op de markt, de bontgekleurde schoonmaakartikelen die op de stoepen voor winkels te koop worden aangeboden.

De detailfoto's van een baby. Zo intiem en teder en vol liefde voor het onderwerp.

Prachtige indringende foto's van Guy Tillim en David Goldblatt.
Dinsdag 31 juli

Laatste dag in Kassel.
Op zich hebben we alle Dokumenta dingen wel gezien.
Dus, en dat voorstel komt niet zozeer van mij, gaan we naar een museum voor Sepulkralkultur. Ofwel: over sterven, de dood, rouwen, begraven, gedenken.
Het museum heeft wel wat.
Heeft een aantal bijzondere grafstenen staan, en allerlei voorwerpen uit diverse tijden en een hele mooie fotoserie van een man die doodgaat. Buiten nog een paar kunstwerken met begraven als thema en grafstenen uit verschillende delen van het land.

Het museum heeft wel wat maar lang niet alles.
Ik fantaseer over het opzetten van een dergelijk museum in Nederland. Het tonen van de geschiedenis, meer overzichtelijk dan hier. De verschillen laten zien per provincie, maar ook van de diverse culturen in dit land. Trends.
En daar dan meteen maar een natuurbegraafplaats naast.

Op de terugweg flirten we met het personeel van de trein, vooral na het veel te dure rode wijntje. We praten na over wat we allemaal gezien hebben en ik zet de laptop op het tafeltje om aan mijn boek te werken. De deadline is vannacht 12 uur.


MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy






























juli 2007