Zaterdag 1 juli

Bij de achterburen hebben ze muziek opstaan waarbij ik John Denver associaties krijg maar dan vrolijk. Beetje country, beetje blues, beetje met van die wasborden, ik weet er even de naam niet voor. Ze draaien het vanuit de auto, en voor hun huis staan jong en oud met elkaar in de rondte te springen en te dansen en ik lach, ik lach het leven toe.

In de stad is het theater niet ver te zoeken, je ziet een groep mensen, je hoort gelach, en middenin een act.
Met de musketiers ga ik naar een voorstelling van de Warme Winkel. Vorig jaar erg bijzonder, wij op een tribune in een winkel, zij buiten op straat, lieve scènes maken met willekeurige voorbijgangers.
Dit keer in een theater, en weinig lucht.

In theater mag best een diepere laag zitten, sterker nog: ook al krijgt het publiek een kant en klaar verhaaltje voorgeschoteld dan nog gaat het zoeken naar een betekenis.
In de NRC schrijft Kester Freriks het volgende:
Terschelling, 23 juni. „Theater is een perverse kunstvorm. Het is onwaarachtig. Het publiek houdt van onwaarachtigheid. Ook het publiek is pervers”, sneert een van de personages in Totaal Thomas door het jonge gezelschap De Warme Winkel. De striemende woorden van de Oostenrijkse toneelschrijver Thomas Bernhard laten de overwegend welwillende toeschouwers op het Oerol Festival op Terschelling schrikken. De code van wederzijdse vriendelijkheid wordt doorbroken. En dat zorgt voor commotie.

De acteurs van De Warme Winkel zijn getalenteerde kwelgeesten. Het begint zo: speler komt op, wast zich, kiepert een emmer water over zich heen, schildert met zwarte lijnen een Davidsster op zijn buik. De anderen hebben groene takken aan hun zwaaiende handen gebonden. Allen gaan af, komen terug, vragen én ontvangen na drie minuten spontaan applaus. Natuurlijk is dit absurd, natuurlijk pesten ze.

Totaal Thomas is een hoogtepunt op het festival, een van de weinige verontrustende voorstellingen ook. Het gaat over theater en publiek. Alle enthousiasme wordt de kop ingedrukt. ‘Ga eerst, toeschouwers, eens kritisch oordelen’, luidt de boodschap. Niet alles verdient lof.

Het kan allemaal zijn, ik dacht het al te zien, maar vandaag wil ik worden vermaakt, en blote piemels vergelijken kunnen dat doen maar niet een uur lang en ik stink naar rondvliegende yoghurt.

Bij de naborrel spreek ik met 1 van de musketiers af wat we ieder jaar weer roepen: in het najaar hebben we allebei een plan met wat wij op het festival zouden willen brengen.
Zondag 2 juli

Raap me maar op,
als je me al zou kunnen tillen,
met al mijn bagage.
Maandag 3 juli

Zondag ben ik onverwachts vroeg thuis uit de stad.
De stad waar het festival op zijn eind liep, waar de laatste voorstellingen werden gespeeld, de laatste kaarten werden verkocht, de laatste tonen van het podium kwamen rollen op de stralen van de zon.
Mijn gezelschap wil weg, weg van mij, en ik fiets naar huis. Nog een stukje weekend voor mezelf.
Zet de fiets in de schuur, loop naar de achterdeur.
Hoor gelach van links.
Doe een paar stappen achteruit en kijk richting het balkon van Man.
Ik zie hem staan, met de vrouw met het blonde haar, zijn Ex.
Ze lacht.
Ze lacht hard.
Een bezitterige lach.
Een lach om mij iets duidelijk te maken, een lach die alles voor mij duidelijk maakt.
Mijn hart weent, mijn ogen blijven droog.
Dinsdag 4 juli

Ik doe mijn best niet verbitterd of verwijtend te zijn, probeer niet te hengelen naar een uitgestoken hand, naar beloftes die hij niet waar zal kunnen maken.
Ik doe mijn best niet al te verdrietig te klinken, hem niet met mijn pijn te chanteren, hem niet met mijn verleden aan te trekken of af te stoten.
Ik doe meer dan mijn best niet demonstratief, niet dramatisch te zijn als ik de envelop met daarin een gedag-briefje samen met de sleutel van zijn huis door zijn brievenbus laat glijden.
Woensdag 5 juli

Met een dorpsgenoot heb ik het over tuimelen.
In Van Dale:
tui·me·laar (de ~ (m.), ~s)
1 omklapbaar, zich vanzelf weer oprichtend stuk kinderspeelgoed => duikelaar
2 algemene dolfijn die vaak en hoog boven het water uit springt

De dorpsgenoot stuurt me varianten: tuimelgeest - geest van oproer, zucht tot veranderen.
Stuurt me zelfverzonnen woorden: tuimelzucht, tuimeltraagheid, tuimelwicht, tuimeldicht.
Stuurt me diverse betekenissen: ...van de 21 betekenissen van tuimelaar vind ik deze wel de mooiste: soort van duif die zich onder allerlei buitelingen van een grote hoogte laat vallen, soms tot dicht bij de grond.

Ook al laat ik mij door diverse mensen alle kanten opschieten, of ik het midden van mijn gevoel, van mijn leven, bereik is niet de vraag.
Vragen laten de reis naar het midden alleen wat langer duren.

Donderdag 6 juli

5 Strijdbare maar o zo verschillende dames aan 1 tafel.
Soms hoor ik er bij, soms niet, maar het is goed.
Drank vloeit, en ons gelach vult het hele terras.
De momenten waarop het leven voor mij goed is, is als ik instemming krijg, als ik de anderen aan het lachen maak.
Ik denk aan de foto van een moment uit mijn jeugd waarvan ik weet dat ik gelukkig was, echt gelukkig, zeldzaam gelukkig. Het hele gezin op een bospad, ik zittend op een aantal stammen, mijn vader, moeder, broer en zus tegenover me. Aandachtig luisterend naar een verhaal wat ik aan het vertellen ben.
Het is één van de zeer weinige momenten van vroeger dat ik wist dat ik er was en mocht zijn.
Vrijdag 7 juli

Bij thuiskomst ga ik verder met het project van het scannen van mijn foto's voor het maken van een bijzonder en compleet levensboek.
Ik denk aan het programma wat ik deze week heb gezien, zo'n typisch zap-programma, over bevallingen, maar dan nu bij een doof echtpaar. De vrouw is mooi, en extreem expressief, de man zachtaardig, kleiner qua gebaar. Als het puffen begint, komen de 3 (horende) zoontjes erbij. Met open mond kijken ze naar wat letterlijk komen gaat. Ik zie beide ouders hun kinderen serieus nemen, zie hoe ze erbij betrokken worden, geknuffeld worden ook als de baby er is. Ik zie hoe de jongste de navelstreng mag doorknippen van de nieuwe jongste, zie hoe ontzettend veel er in dit gezin van elkaar gehouden wordt.

Ik kijk weer de foto's van mijn jeugd, zie het onvermogen, de afstand, het stille lijden.
Probeer tegelijkertijd niet te veel te denken aan hoe anders het had kunnen en moeten lopen.
Zaterdag 8 juli

BHV en ik rijden de straat uit, op weg van de ene geile winkel naar de andere.
De raampjes open, druk pratend, tot ik roep: daar loopt Man!
Ik roep het hard en zowel BHV als Man schrikken en kijken elkaar verschrikt aan.
Ik heb Man niet meer gezien of gesproken sinds ik mijn sleutel van zijn huis retourneerde.
Ik betrap mezelf er op dat ik het onredelijk niet kan uitstaan dat hij hier zomaar loopt, genietend van de zon.
Vraag me af waarom ik dit soort situaties steeds weer op zoek.

Toen de relatie met Ex geen relatie meer mocht heten, woonde ik tegenover hem in de straat.
Hij had bedacht dat hij alleen over mij heen kon komen door geen kontakt te hebben. Dus zeiden we niets, als we elkaar tegenkwamen op straat, geen blik van herkenning, hoewel het geoefende oog de pijn in ieders ogen wel kon lezen. Stiekem keek ik vanachter mijn kleine dakraam wie er naar binnen gingen op zijn verjaardag, en toen ik verhuisd was, zag ik op een dag nog net hoe hij nieuwsgierig voorbij kwam fietsen, benieuwd waar ik was.

Ik stil mijn honger naar Man door het kopen van spullen.

Zondag 9 juli

Het is terwijl ik probeer het witte plastic strak achter de houten afscheiding te nieten dat ik me bedenk dat het bij mij niet draait om verlatingsangst, zoals mij ooit verteld is, maar meer om bindingsangst. Hoewel een ander iemand me ook ooit heeft proberen te overtuigen van het feit dat het eigenlijk neerkomt op hetzelfde.
Ik wil me graag binden, veel te graag, maar ondertussen doe ik van alles om dat te ondermijnen.
Houd ik mij lelijk, sta ik mezelf niet toe op gelijke hoogte te komen met willekeurig welke andere, neem ik geen verantwoordelijkheid voor mijn deel van mijn leven.
Het is terwijl ik de hoge potten met aarde vul dat ik me bedenk dat ik toch echt echt echt de keuze heb tussen zo doormodderen of veranderen. Dat ik de kwaliteit van mijn leven in de handen kan laten van anderen, of het mij kan toeeigenen en verbeteren.
En terwijl ik de witte regen planten in water dompel dat ik denk aan wat ik las: reflectie is alleen mogelijk in stilstaand water.

Ik merk hoe goed het mij, en mijn huis, gedaan heeft: zitten, kijken, het hoofd vol laten lopen met ideeën. Mijn werkkamer is geweldig, en mijn balkon wordt daar op een mooie manier bij getrokken.
Realiseer me dat veranderen nooit af is, en onderhoud vergt.

Denk ook aan iets anders wat ik las:
Yesterday is history.
Tomorrow is a mystery.
Today is a gift,
that why we call it present.

De kracht van het nu.
Maandag 10 juli

Man belt aan.
Ik doe niet open.
Dinsdag 11 juli

Veel mensen die weggaan nu. Of plannen maken om weg te gaan.
Mensen naast me die reizen boeken naar Portugal.
Die 4 weken naar Chili gaan.
Of naar Zweden, zoals BHV komende zaterdag.

Ik ben altijd een late beslisser.
Pik graag de zomer hier in om in de nazomer elders de winter wat korter te maken.

Qua richting gaat mijn geest en mijn reislust alle kanten op. Wil alles zien, alles opnemen en beleven.
Denk aan Patagonië, Tibet, India.
Aan Roemenië, Zuid Afrika, New York.
Botswana, Zuid Spanje en Portugal.
Maar omdat anderen daar ook aan denken verander ik van richting.
Al heel lang wil ik naar Israël. Wil ik de bron zien van de bijbelse verhalen waarmee ik ben opgegroeid, zoals het ook mooi is om de bouwwerken te zien die geofferd zijn aan de Griekse goden.
Maar naar Israel gaan niet veel reizen.
Daarom onderzoek ik de mogelijkheid van een reis naar Syrië, Jordanië en Libanon.

Vannacht is Israël Libanon binnengevallen.
Woensdag 12 juli

Een nieuw programma: Beyond bounderies.
Een survivalprogramma waarin een groep van elf mannen en vrouwen met diverse handicaps wordt gevolgd. Ze trekken dwars door Nicaragua, van de Atlantische oceaan naar de Stille Oceaan.
Er zitten mensen bij waarvan de benen het gewicht niet kunnen dragen waardoor ze ook met krukken nog zeer moeizaam lopen, mensen met kunstbenen of kunstarmen, mensen in een rolstoel. Een blinde, een dove, iemand met een geamputeerde onderarm waarop steeds weer een knobbel wordt gevonden waardoor zijn arm nog korter wordt. In de 1e aflevering valt hij af nadat weer een nieuwe knobbel is gevonden.
Trotse mensen die eigenlijk niet geholpen willen worden, maar anders niet door het ruige landschap komen. De mensen met kunstbenen die de mensen in rolstoelen vooruit moeten zien te krijgen, de dove die de blinde moet loodsen.
Zo boeiend om te zien hoe mensen proberen vooruit te komen, letterlijk en figuurlijk. Hoe mensen in gezelschap van toch wel lotgenoten toch erkenning proberen te krijgen voor hún handicap, hún mogelijkheden en beperkingen. Hoe je zelf vindt dat de dove niet moet zeuren als hij moe is van het voortduwen van de rolstoel in de modder, of dat de vrouw in de rolstoel egoïstisch is als ze zegt dat ze wil dat iedereen ziet hoe zwaar zíj het heeft.

Oordeel is een grote heldere opgewreven spiegel.




Donderdag 13 juli

Ochtend, half 11.
Ik zit in de tram in Amsterdam, met de slaap nog in mijn ogen.
Een man stapt in en gaat zitten op het stukje bij de stempelautomaat.
Hij heeft een Spaans gekleurde huid, een wijde witte bloes met wat bij een vrouw een mooi decolleté zou gevenen halflang gitzwart haar.
We kijken elkaar aan en hebben echt contact.

Als ik, nadat ik ben uitgestapt, aan hem terugdenk, zie ik het plaatje voor me wat ik bij andere levens op deze site bij Man heb geplaatst. Een wijze oude man, Indiaan, iemand die het leven en zelfstandigheid uitstraalt.
Missen doet pijn.

Middag, 15.00
Veranderingen, en ik sla me zo goed mogelijk door de dag heen. Heb stemmen in mijn hoofd die me zeggen hoe het wel moet. hoe het niet moet, en ik luister, en ik handel en ik corrigeer.

Avond, 20.15
Ik zit in de tram, op weg naar huis.
2 Haltes na mijn instaphalte komt mijn indianenman weer binnen. Hij gaat tegenover me zitten en ziet me.
We lachen.

Iemand probeert me hier iets duidelijk te maken.
Vrijdag 14 juli

Het geluid van zigeunerstemmen.
De geur van versgebakken stokbrood.
De smaak van verse frambozen.
Het gevoel van zonder last van wind een heuvel afrijden.
Het zien van Man.

Verdriet en geilheid liggen dicht tegen elkaar aan.
Zaterdag 15 juli

Ik krijg kritiek en het beklijft.
Blijft de hele dag wat om me heen hangen, en ik zoek wat naar het midden, naar wat ik me daadwerkelijk aan moet trekken, zonder daarbij slachtoffertje te spelen.
Het helpt om praktisch bezig te zijn. Fiets weer van de ene kant van de stad naar de andere, spulletjes voor het verder klussen.
Het project van dit weekend is mijn balkonnetje en soms vind ik mezelf geniaal door wat ik allemaal bedenk.
Ik kreeg op barse toon te horen dat het niet was toegestaan de buitenmuren van het balkon te witten. Dus kocht ik houten afscheidingen en spande er wit plastic achter. Op het heetst van de dag sta ik stoer te wezen met een boormachine. Voorbijgaande fietsers kijken vol bewondering, althans, dat hoop ik in hun ogen te lezen.
Ik kocht mooie hoge potten en plaatste er witte regen in, die lekker tegen de afscheidingen kan opgroeien. Ik kocht nog meer potten en bloembakken en planten.
Maar het mooiste van dit alles is wel de keuze om het saaie grijze beton op de vloer te bedekken met een metertje linoleum. Rode, oranje, gele, paarse blokken, en o zo lekker zacht. En meteen het tafeltje en de 2 stoelen zonnebloemgeel geverfd, in de kleur van de balkonrand.
Waar ik ook ben in huis: vol trots kijk ik steeds weer even naar het resultaat: een kleurrijk warm Mexicaans geheel, onderdeel van het huis, en verlengstuk van de opgeknapte werkkamer.

Morgen weer een nieuwe klus.
Zondag 16 juli

Van vroeg opstaan komt niet veel, maar het is ook raar om dat van jezelf te verwachten als je het die nacht weer licht hebt zien worden.
Maar als ik eenmaal de ogen open heb en kan houden neem ik mijn keuken onder handen.
Hang de plank op die een tijd geleden midden in de nacht naar beneden kwam zetten, alle voorraadpotten over de grond, deels stuk. Voordat ik de niet gesneuvelde potten en kruidenpotjes weer terugzet, ontdoe ik ze van het klevende kookvet en blinkend nemen ze hun plaats weer in.

Dan is het tijd naar Grote Zus te gaan, die pas verhuisd is en nu samenwoont.
Ik ken het huisnummer, het staat op een briefje, maar loop er voorbij omdat ik me niet voor kan voorstellen dat het zo'n mooi groot huis kan zijn. Onze ouders zijn er ook, en het is gezellig en ik voel me gezien en gehoord.
Ik voel me een kind wat tevens bij vlagen volwassen is.

Maandag 17 juli

Als ik 's avonds na het werk nog even op mijn nieuwe balkonnetje zit, komt Man voorbij.
Ik kan niet meer naar binnen vluchten, en hij betreedt mijn wereld, bewondert mijn balkon.
Het doet pijn hem zo dichtbij te hebben.
Om hem tegelijkertijd zo op afstand te houden.
Dat is wat ik eigenlijk mijn hele leven al doe, mensen op een afstand houden, terwijl lijf en ziel snakken naar intimiteit.
Het zijn van die dingen waar ik maar niet de vinger op kan leggen, maar zie het in alles terug. Het niet gelijkwaardig zijn, of dat in ieder geval zo ervaren, het verwaarlozen van mezelf, het degraderen van mezelf in plaats van het nemen van verantwoordelijkheid en mezelf een schop verkopen. In plaats daarvan laat ik anderen schoppen.

Man wil niet schoppen, hij trapt er niet in.
Het geluk zit naast me, het balkon is zo klein dat het me zelfs aanraakt, al dan niet bewust en in mij wordt in een moordend tempo gewerkt aan hogere, dikkere muren.

Dinsdag 18 juli

Op tv een zeer ontroerende Zweedse documentaire die met veel prijzen is gewaardeerd: Hugo en Rosa.
In de omschrijving: De hoogbejaarde broer Hugo en zijn zus Rosa zijn hun leven lang samengebleven. In het moderne Zweden wonen zij op het platteland onder zeer primitieve omstandigheden. Er is geen elektriciteit en ook geen stromend water op hun kleine boerderij. Tien jaar lang volgde de camera het leven van deze twee bijzondere mensen. Het werd een boeiend portret van twee authentieke mensen. Als Hugo ernstig ziek wordt, toont Rosa openlijk haar radeloosheid.
2 Mensen, rond de 100, maar nog helder en zo vol humor en liefde voor elkaar en anderen en het leven.
Het is Rosa, die als eerste overlijdt. Hugo zit bij een fel schermlampje terwijl haar lichaam op de brancard wordt getild en er een klein hoopje mens weggereden wordt.
Een week nadat zijn 1001e verjaardag is gevierd, een paar maanden na Rosa's dood, staat hij voor het raam, zegt dat het mooi geweest is, dat hij naar Rosa wil.
Diezelfde nacht overlijdt hij.
Woensdag 19 juli

Daar zit ik dan, op mijn gepimpte Mexicaans aandoende balkonnetje, waaraan ik vandaag nog de lampionnetjesverlichting heb getimmerd. En o wat is het mooi en o wat ben ik trots.
Zo'n typische klusdag om je oude bandjes weer te luisteren. Zo komen Fifth Dimensions weer voorbij die me herinneren aan een oude liefde, Kate Bush die ik veel draaide met een vriendin toen we voor het eerst in de grote stad Amsterdam logeerden bij haar zus, Joe Jackson die ik nog in Paradiso zag op mijn verjaardag en waar ik toen mijn treinliefde Thomas zag, de oude Supertramp en Genesis die ik via Grote Broer leerde kennen.
Het is lekker afgekoeld en vliegen trekken als magneten naar mijn beeldscherm en laten poepjes achter.
Ik probeer niet te bedenken wat ik morgen allemaal ga doen, morgen is morgen en nu zit ik hier toch maar vreselijk gelukkig te wezen met mijzelf.

Het merendeel staat er al, en via Marktplaats kom ik op het idee van de lange banken en het 2e terras.
Het is ook goed voor mijn gezondheid, dit ontwerp. Heb een slechte rug - hernia - en een oude kwaal die met tuinieren nog wel eens terug komt - tennisarm - en heel snel blaren, als ik al een hark aanraak.
Het zegt ook iets over mij, denk ik, deze keuzes. Meer naar buiten gericht, klaar om mensen te ontvangen, in plaats van alleen maar kleine intieme plekjes die veel verzorging vragen en waar ik planten dood zie gaan omdat verzorging van stukjes van mijzelf niet mijn sterkste punt is.
Een ander minder sterk punt zal nu moeten volgen bij het realiseren van dit ontwerp, in verband met vervoer: hulp vragen.
Vrijdag 21 juli

Met Zinnestreel naar het Java-eiland voor een concert wat in het Dorp not done is, Acda en de Munnik, Van Dik Hout, De Dijk en De Poema's. Ik ga voor de eerste en de laatste, maar de laatsten spelen maar 3 nummers.
Het is aangenaam vertoeven in het gezelschap van Zinnestreel.
Veel herkenning, waardering, steun.
Lachen ook om de man met de mobiele biertank, die net leeg is als wij bier willen. We zien hem niet meer terug. Heb je een keer een man nodig, staat hij leeg.

Praten over onder andere onze soms wankele manier van in het leven staan maar desondanks, of misschien wel dankzij die weloverwogen kleine stappen, altijd weer vooruit komen.
Over de vraag die centraal zou moeten staan: wat heb ik nu nodig, wie ben ik nu.
En dat het leven nu pas begint. Iedere dag opnieuw.

Zaterdag 22 juli

Er wordt weer geslagen tegen de boksbal en ik blijf de hele dag natrillen van de onverwachtheid en kracht.
Denk aan gisteren: wat heb ik nu nodig.
Laat me even zien in het Dorp, laat een klein stukje van mezelf, van de trillingen, zien in het Dorp maar het kost me de grootste moeite om de bewegingen klein te houden.

Tijdens het wachten bij de Chinees lees ik dat een leerling van een reformatorische school uit mijn stad is verwijderd omdat hij thuis een tv en internet had.
Lees ik over kinderen die aan hun lot worden overgelaten als hun (alleenstaande) moeder naar de gevangenis moet. Over machinisten met een korte broek die naar huis worden gestuurd omdat het niet representatief is. Over nonnen die op de fiets een dief achtervolgen.

Thuis hebben de vliegen mij de oorlog verklaard. Ik verjaag ze en ze nemen direct weer plaats op een ander stukje huid of nestelen zich zoemend in mijn dreads.
Daar zit ik dan, op de bank, moe, met een knalgele vliegenmepper in mijn hand.
Zondag 23 juli

Vandaag goede gesprekken over hoe in het leven staan, over schrijven, over je plek en je vorm vinden in het leven.
Maar vandaag ook een hoop onweer in mijn hoofd, heen en weer geslingerd worden tussen het foute en minder foute, verwoed schakelend tussen het ruimte geven aan mijn emoties en de poging deze ook te relativeren.
Probeer het hoe dan ook zo klein mogelijk te maken door wel kontakt te blijven maken met anderen, over weliswaar hele andere onderwerpen, maar toch.

De vliegen zitten uitdagend op de vliegenmepper.
Maandag 24 juli

I

o het zou zo
wonderlijk zijn als ik zwanger was
een geboorte
van mijn lichaam in mijn 34e jaar:
mijn buik
krijgt betekenis

wachten zal een nieuw woord zijn
groeitijd van hechte voorbereiding
op onvervangbare liefde
navel aan navel

ik kan je dromen

mag ik al jij zeggen?

mijn mond heeft mooi praten
over de cijferige verantwoordelijkheid voor jouw begin:
mijn buik hongert
binnenin.

jaren jaren ben ik bezig geweest
mijn eigen leven te leren leven
te werken
met woorden, wetenschap,
lief te hebben

ja het is wel een
pijnlijke spiraal
te leren weten dat
ik me niet hoef te laten drijven op de stroom van mijn gevoel
ik niet constant hoeft te sturen met het wiel van mijn verstand
dat mijn ervaring de weg weet

en
ik kan de zorg voor mezelf nu nemen
je bent welkom

ik kan boeken achter me laten
in zekere zin
ik heb kwestbaarheid en moed genoeg verzameld
om te kiezen voor onbekende
toekomstigheden.

maar al heb ik vierkante &
kristallen
& door de nederlandse vereniging van huisvrouwen goedgekeurde
redenen
toch kan ik jou daarmee nooit dit
waar het voortdurend en werkelijk om
draait
verklaren:

mijn buik hongert zo
wonderlijk

o mijn kind ik heb gewoon zoveel
voor jou gereedgemaakte
tijgerinnen
bloedliefde!

Hannes Meinkema - uit: Het persoonlijke is poëzie
Dinsdag 25 juli

II

ik zeg luister tegen de man van wie ik een kind wil ik zeg
kijk, een vrouw
met een cyclus die varieert van 27 tot 30 dagen
kan zwanger worden tussen haar negende en haar achttiende dag

begrijp je:

omdat de eicel als ze springt niet langer dan twaalf uren vruchtbaar is
en zaad in de baarmoeder twee tot vier dagen kan blijven leven
en de ovulatie plaats zou kunnen hebben tussen de 13e en de 17e dag

ik zeg ik realiseer me dat dit niet zo eenvoudig voor je is
we zijn al zo lang samen en seks
is als basis voor onze relatie achterhaald
maar voor een kind
moet het

ja en het zal dan nog extra moeilijk voor je zijn om volgens afspraak
te neuken
omdat jij niet alleen een erectie zult moeten krijgen
maar bovendien
moet klaarkomen -
ik weet niet eens of ik dat wel zou kunnen

ik reduceer je dus tot instrument
en daarvoor zal ik mij dan ook vijf morgens moeten schamen
en tegelijk zal ik het er zo vreselijk moeilijk mee hebben dat ik hierin
afhankelijk van je ben
ik zal bijna boos zijn ik kan zo slecht
met je omgaan als je macht over me hebt ik haat
ongelijkwaardigheid

maar daarom juist

wil ik met jou een kind helpen opgroeien
omdat ik ondanks jouw conditionering en de mijne
blijf denken
dat het moeilijk maar mogelijk moet zijn het samen met een man te doen

en omdat ik wil dat mijn dochter
ziet dat een vrouw naast een man kan leven
en mijn zoon
dat vaders moeders kunnen zijn

begrijp je?

ik zeg kom en laten we samen
een kind maken
jij en ik.

Hannes Meinkema - uit: Het persoonlijke is poëzie
Woensdag 26 juli

III

'denkend aan een kind kan ik niet werken
en niet werkend denk ik aan mijn kind':
weer moet ik een maand wachten voor ik weet
of straks mijn leven zich door jou zal gaan veranderen.
hoe kan ik tussentijds mijn spoor naar later blijven trekken
zolang ik nog onzeker ben of jij wel kunt bestaan?

ik leef slecht met een dubbel toekomstbeeld
dus ben ik bloot en hulpeloos terwijl ik wacht
en dat is niets voor mij: ik drink te veel
en heb meteen al spijt want als ik zwanger ben
wil ik niet drinken wil ik de ideale
buik zijn, en tijdelijk behoren tot het ras:

beenderen wil ik kunnen maken uit melk
moederschap uit bloed en vitaminen -
maar ik weet niet weet niet of ik kan
vricht dragen - o buik, ik zal toch niet steriel
zijn en ik ben al vierendertig en
ik heb mijn hele sexuele leven lang de pil geslikt.

het is de derde week en in de spiegel zie ik
zich pukkels presenteren aan mijn huid
als hormonaal signaal van een mislukking -
maar omdat ik tot mijn verbazing 's morgens niet
zoveel van koffie houd is er nog hoop:
ik zou zo dolgraag willen weten dat je komt.

Hannes Meinkema - Uit: Het persoonlijke is poëzie
Donderdag 27 juli

De reeks gedichten van Hannes Meinkema gaat nog verder, met teksten als:
en dan nadat ik twintig dagen lang geen aspirientje heb gegeten
(...)
sta ik op
ga ik naar de wc en zie
bloed in mijn broekje
(...)
ik ben een buik op benen ik ben
ongesteld
(...)
ik ben wat emotioneler dan anders ik ben
ongesteld:
de pijn die voelt zoals de zee ruikt
bij eb.

Maar het stopt bij nummer 3. Want in nummer 1 tot en met 3 zitten weliswaar woorden en zinnen die niet op mij van toepassing zijn, maar het bloed uit nummer 4 en 5 helemaal niet.
Ben wel degelijk emotioneel maar meer omdat het bloed níet vloeit.

Het is mijn stijl mijn kop in het zand te steken.
Zo ook nu.
De tests liggen tegenwoordig voor het oprapen in de schappen van de supermarkt maar ik neem een ander gangpad naar de kassa.
Vrijdag 28 juli

Bij alles wat ik doe en niet doe bedenk ik me dat het volgend jaar anders kan zijn.
En dat dat anders nog ingevuld moet worden door de beslissing die ik mogelijk zal moeten nemen.
Een beslissing die ik eerder al heb moeten nemen, en toen werd positief negatief.
Driemaal is scheepsrecht, maar dat zou geen argument mogen zijn.
Alle andere argumenten van toen doemen weer op, ik ontdoe ze van de vergeelde laag.
De minnen zijn verstand, de plussen zijn gevoel.
Lijnrecht tegenover elkaar.
Het volg je gevoel is niet voldoende.
Breng de inmiddels geleerde lessen terug naar de oppervlakte.
Richt je op 1 ding tegelijk.
Houd het klein.
Houd je alleen bezig met het nu.

Morgen koop ik een test.
Zaterdag 29 juli

Ik ben niet realistisch, niet praktisch, niet verstandig.
Ik ga op de fiets naar een winkel.
In die winkel kocht ik een tijdje geleden een stuk fleurig geblokt zeil. Vinyl heet dat geloof ik nu, of linoleum, ik weet het niet, ik ken het verschil niet. Ik kocht 1 meter bij 2 meter, liet het opgerold in een veel te kleine tas zakken, maar liet mijn stuur het gewicht dragen en hield al fietsend de rol in bedwang.
Nu heb ik een wat groter stukje nodig, een stuk van 2 x 2 meter en een stuk van 1,5 bij 2 meter. Even lang zou je zeggen, hooguit een wat dikkere rol.
Zodra de rol in de veel te kleine tas aan mijn stuur hangt heb ik mijn fiets niet meer onder controle. Ik zet een paar passen en daarin wordt mij al duidelijk dat van fietsen geen sprake kan zijn. Voorbijgaande fietsers en automobilisten kijken meewarig en geamuseerd toe.
Na 10 minuten lopen vind ik eindelijk een soort van wankel evenwicht, weet nog altijd het stuur het zwaarste werk te laten doen, en laat de andere kant van de rol steunen op mijn zadel. Ik hoef de rol nu even niet te ondersteunen met mijn heup en met de hitte loopt dat een heel stuk vrijer. Probeer niet te denken aan een kinderlichaam wat een moeder op haar heup draagt.

Halverwege rolt de rol van mijn zadel. Een man en een vrouw en hond komen me tegemoet.
'Dat kan toch veel makkelijker', zegt de man. 'Leg hem op je stuur', zegt hij. 'Denk dat 'ie dan gaat schuiven', zeg ik eigenwijs en inmiddels deskundig, 'en nu laat ik de fiets het gewicht torsen'. Hij kijkt bedenkelijk. 'Hier', zegt hij en geeft de vrouw de riem waar de hond in zit. De vrouw gaat er direct razendsnel met de hond vandoor, het bouwland in. 'Eef!' roept de man. 'Eef, kom hier!' Ik denk dat hij het tegen de vrouw heeft, en niet tegen de hond, maar weet het niet zeker. 'Schijten' roept de vrouw terug, en ik weet weer niet zeker waar het over gaat. 'Evelien, kom hier!' roept hij weer. 'Nee-hee, schijten' roept zij weer.
Ik bedank hem voor zijn belangstelling en loop door, nadat ik de rol weer wat in evenwicht heb gebracht. Het zweet staat in mijn bilnaad. Na ongeveer 45 minuten lopen ben ik thuis.

Op het aanrecht ligt een nog ongeopend doosje.
Zondag 30 juli

BHV en ik zijn heel dapper in een hele grote bus. Zij nog het meest, zij rijdt, keert, maakt bochten en toetert als ze mooie mannen ziet. Zo ook bij de jongen die net schuinboven Man is komen wonen.
We zijn op pad, voor mij. Spullen halen voor mijn tuin. We rijden naar Duitsland, zien een vreselijk Kalkar, typisch Duitse dorpjes met huizen met stalen zonneschermen, otters, schildpadden en enorme karpers in een slootje.
We hebben veel bij te praten. Zij haar vakantie, haar bezoek aan het ziekenhuis, voor een ander, en ik mijn heden, dichtbije verleden en nabije toekomst.

Als we weer thuis zijn spreken we af dat ik plas en dat zij kijkt naar de uitslag.
Maandag 31 juli

Ik loop de tuin in waar de net aangeschafte spullen nog opgestapeld staan.
Ik durf niet in 1 kamer te zijn met het staafje wat hoe dan ook mijn leven gaat veranderen.
BHV heeft hem op de tafel gelegd en laat mij even alleen met mezelf.

30 Minuten lang denk ik aan alle vrijpartijen met Man, maar aan die ene in het bijzonder, buiten, bos, armen die naar elkaar graaien, monden die natte sporen achter laten, lichamen die vurig langs elkaar schuren.
Een condoom die ongebruikt in het plasticje blijft zitten.

30 Minuten flitsen allerlei foto's van een mogelijke toekomst door mijn hoofd. Ik durf niet al te veel te kijken naar het balkonnetje van Man. Het voelt alsof ik hem dan zou betrekken in die foto's, terwijl ik maar al te goed weet dat er geen plek voor hem is.

30 Minuten tikken voorbij.

BHV komt naar buiten.
Ze omhelst me en ik weet het.
Weet alleen niet of ik huilen moet of lachen.
Weet niet of de tranen die voordat ik op die vraag een antwoord heb kunnen geven over mijn wangen rollen van verdriet zijn of niet.

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
juli 2006