Vrijdag 28 januari
Aan tafel zitten 2 kinderen. Niet ouder dan 6 jaar, schat ik. Blond haar, kleurrijke shirts met lange mouwen aan.
Ze vertellen, ik zie een vader luisteren over zijn krant, moeder loopt in de keuken.
Een auto trekt op, door de zon op de voorruit is de rest van het verkeer nauwelijks te zien.
Ze stopt net nog op tijd om mij niet te overrijden.
Een meisje oefent boven op haar kamer op haar blokfluit.
Een meisje van ongeveer 15 jaar zit parmantig op haar fiets. Ze draagt een strakke lichtblauwe spijkerbroek, en schoenen met hakken die net zo lang zijn als haar leeftijd in centimeters. Haar gezicht verraadt haar jeugdigheid.
De vrouw in de woning schuin boven mij heeft ruzie met haar vriend.
Haar vriend schreeuwt/huilt, zij schreeuwt/wanhoopt. Ik vraag me af waar haar dochtertje nu is.
Een vrouw laat haar witte hondje uit. Zoals altijd draagt ze een kort spijkerrokje, de ronding van haar billen is door de maillot te zien.
Ze kijkt naar boven, of ze een glimp ziet van mijn schuinbovenbovenbuurvrouw zodat ze daar een luid gesprek over onbelangrijke onderwerpen mee kan voeren.
Een enkele handschoen ligt op straat.
Ik pak mijn dekbed en nestel me op de bank.
Ik kijk naar mijn teennagels die geknipt moeten worden.