Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN


Dinsdag 1 januari

Er is verdriet en er is rust.
Er is een beginnende acceptatie van de situatie.

Ik krijg een mail van een lezeres.
Zij was ook de 1e die me mailde toen ik gestopt was, en ik voel me echt door haar gesteund.
Gisteren mailde ze me haar verhaal.

Een verhaal vol herkenning.
Over onafhankelijkheid, rust, angst.
Over iemand leren kennen, en jezelf moeten inhouden, er (nog) geen vorm aan mogen geven.
De ander ruimte geven, terwijl je niet weet of je die ruimte ooit wel zult mogen betreden en tegelijkertijd niets anders wilt.
Over dat 1 vinger niet meteen een hand hoeft te zijn.

Ze besluit met: verlangen is goed voor de liefde. Alles is voorspel.

Een nieuwe film lijkt me bij deze geboren. Niet alles is liefde, maar alles is voorspel.

Het zegt iets over mij dat ik moeite heb om het zo te zien, om het als mogelijk begin te zien en niet als definitief eind.
Ik ben nog steeds te zeer op zoek naar bevestiging, naar goedkeuring.
Zaterdag had ik na 14 uur werken nog mijn werk niet af, nog geen bevredigend gevoel. Ik schreef een soort van sorry-mail aan mijn baas.
Durf zijn mail nauwelijks te openen op maandag, maar hij bedankt me voor mijn inzet.
Vind het vreselijk dat ik zo in elkaar zit, dat ik mijn ouders nog steeds die macht geef en mijn leven nog steeds zo door hen en mijn opvoeding laat beïnvloeden. Ik haat het dat ik dat stuk van mezelf niet van me af kan werpen, dat ik me niet kan onderdompelen in feestvreugde, dat ik mijn bestaansrecht nog steeds bij anderen zoek.

Mag dit dan mijn jaar worden?
Waarin angsten wel mogen bestaan, maar mijn leven niet leiden?

Het zit allemaal al in me. In de plooien van mijn huid. In de stappen van mijn voet. In de afdruk van mijn vingers.
Het heet verlangen.
En alles is voorspel.
Woensdag 2 januari

Ok dan.
Verlangen.
Verlangen maakt ook kwetsbaar, maakt dat je hongerig wordt, op zoek gaat naar bevrediging.
Het feit dat ik niet weet of ik mag zoeken, dat ik niet weet of ik heel erg langzaam een plekje mag innemen, maakt me onzeker.
In die onzekerheid draait alles om mij. Zijn al zijn openbare woorden in mijn gedachten aan mij gericht. Of gaan over mij.
Mijn hart staat open, mijn armen wijd, mijn mond gesloten.



Donderdag 3 januari

Op mijn werk kreeg ik de mogelijkheid om me in te schrijven voor een levensloopregeling en een spaarloonregeling.
Ik verdiep me erin: bij spaarloon spaar je gedurende 4 jaar en dan heb je na 4 jaar een leuk extraatje.
Bij een levensloopregeling spaar je ook, maar dat neem je dan op als je bijvoorbeeld eerder wilt stoppen met werken, als je een periode van bezinning wilt of een aantal maanden rust nodig hebt om te studeren of een boek te schrijven.
Grappig dat ze het nu juist zo formuleren, daardoor was de keuze redelijk makkelijk gemaakt.
Het kunnen meedoen aan zo'n regeling maakt dat ik nadenk over een toekomst, over wat ik zou willen de komende jaren.

Ben niet zo'n planner, dat blijkt het sterkst op oudjaar, word kribbig van het feit dat ik daar al van tevoren over moet beslissen en kaarten voor moet kopen. Aan de andere kant geeft een plan ook rust en geeft je een excuus minder om uit te stellen.
Betekent bijvoorbeeld ook dat ik goed voor mezelf zorg, en niet pas dan vakantiedagen opneem als de anderen hun keuze al gemaakt hebben.
Ik heb nu bedacht dat ik dit jaar 2 reizen wil maken. Kleinere reizen, bedoel, niet meteen maanden weg met de levensloop. Bestemming staat nog niet vast, denk nu aan Scandinavië, en Engeland. Maar dit kan nog werkelijk alle kanten op.
Volgend jaar dan toch eindelijk de Transsyberië Express?



Vrijdag 4 januari

De trein terug is een Duitse trein. Die hebben van die 5 persoons coupeetjes. Lange tijd lijkt het erop dat ik alleen blijf zitten, maar een man komt langs, kijkt, kijkt nog eens, en gaat zitten in de stoel tegenover me. Hij lijkt op een oud huisgenoot van me, maar dan een zwarte uitvoering. Beiden hebben een beetje een spitsmuisgezicht, de hoge jukbeenderen, de kleine naar voren gerichte mond, het hoge voorhoofd.
Maar ook: de open blik.
Een blik van iemand die zin heeft in een gesprek.
En ik heb dat niet.
Ik heb een boek en ik heb een MP3 speler. Kijk toch maar op als ik de man hoor praten. Hij vraagt of alles goed is. Ik zeg ja, en maak niet subtiel duidelijk dat ik muziek op mijn oren heb en van plan ben dat zo te houden, hoe vriendelijk hij ook lacht.
Een moeder en een dochter komen binnen, net voor we vertrekken. Ik zucht onhoorbaar opgelucht. Kijk naar het meisje, kan mijn ogen niet van haar afhouden. Het witte shirtje en het roze truitje komen goed tot hun recht bij de bruine huid. Gitzwarte grote ogen. Het haar in kleurrijke vlechten. Ze pakt een schriftje en een potlood en begint een verhaal te schrijven. Ik wist niet dat meisjes van haar leeftijd al zo foutloos konden schrijven. Ik lees mee: Er was eens een meisje.
Ze vervolgt: Het meisje heette en dan stopt ze het eindje van haar potlood even in haar mond. Wat zal ik eens bedenken, zegt ze.

De spitsmuis maakt me wakker bij het station waar hij eruit moet. Hij zou niet willen dat ik te ver doorrijd door mijn slaap. Ik bedank hem vriendelijk en slaap verder.



Zaterdag 5 januari

Het ijs is flinterdun.



Zondag 6 januari

Ex brengt me in kontakt met Leo Schatz, vertelt me over een documentaire die hij zojuist over hem gezien heeft.

Uit zijn biografie: In het leven van Leo Schatz, geboren in 1918 in Amsterdam-Noord, weerspiegelt zich een karakteristiek stuk Amsterdamse geschiedenis. De joodse gemeenschap van de stad, de armoede in de crisistijd, de Duitse bezetting, de deportaties en het verzet bepalen het eerste deel van Schatz' leven, het tweede ontwikkelt zich midden in de evenzeer typisch Amsterdamse naoorlogse bohème en kunstenopbloei.
Zijn ouders en tweelingbroer komen om in de oorlog. Zelf is hij actief in een verzetsorganisatie en vervalst diverse documenten.

Na de oorlog begint hij met schilderen. Hij trouwt en krijgt 2 dochters.
In 1984 overlijdt zijn dochter aan een hart- /longziekte en in 1996 overlijdt zijn vrouw zeer plotseling.
Uit de biografie: Vijf dagen na de dood van Sonja uit Leo zijn verdriet op een onverwachte wijze: er ontstaat tot zijn eigen verrassing een gedicht. Nu hij van geschoktheid niet kan schilderen blijkt hij een nieuwe uitingsvorm te hebben ontdekt. Iedere eenzame ochtend schrijft hij een gedicht; de middagen zit hij te tekenen: een onstuitbare stroom bizarre fantasmen in zwarte pennestreken. In 2005 verschijnt een keuze uit zowel de tekeningen als de gedichten in de bundel 'Ik heb geen aanleg voor verdriet' bij een tentoonstelling in het Van der Togtmuseum te Amstelveen.

Hieronder 1 van zijn gedichten:

Het was een ontmoeting
zonder uitwisseling
misschien lieten de mondhoeken iets los
spreken zou de betovering doorbreken
de belofte moest geheim blijven

wat er restte
een vreemde verlaten
zonder afscheid
voor altijd.




Maandag 7 januari

Ik zit bijna achterin.
Vooraan staat mijn baas, geanimeerd te vertellen over de nieuwe brochure. Voor hem zitten mijn collega's en ik geniet.
Ik mag belachelijk veel uren en die worden lang niet allemaal uitbetaald, maar hier hoor ik thuis.


Woensdag 9 januari

Een dag die maar niet beter wil worden.
Een klant die met 2 vrienden volgende week nog naar Rusland wil, 1 gaat met de trein, 2 vliegen maar ook weer niet tegelijkertijd en komen uit verschillende landen. Voor die ene treinklant moeten we de visa regelen maar de vereiste uitnodiging is er nog niet. Deze moet komen van de organisatie waar we de hotels bij boeken. Na wat heen en weer gemail met Rusland komen de bevrijdende faxen binnen. Dan nog een Engelstalige ziektekostenverzekering. De klant laat weten dat deze alweer niet bij de post zit en legt het probleem bij ons. Ik regel dat hij een tijdelijke verzekering afsluit bij de maatschappij waar wij zaken mee doen en zij faxen een bewijs en ik laat de koerier komen en het hele pakketje gaat naar het visumburo.

Bij een hele andere klant zijn de tickets zoekgeraakt bij de post.
Dat is niet fijn, dat is in dit geval een ramp.
Want van treintickets kun je geen duplicaat printen.
Soms kun je identieke kaarten boeken, hopelijk tegen dezelfde prijs, maar dat gaat in dit geval niet lukken aangezien op haar reisdagen heel Nederland reist naar haar bestemming. Ze heeft al een paar keer gebeld, we zoeken naarstig naar een oplossing. Ze laat weten dat als we vandaag niet met een oplossing komen, ze actie gaat ondernemen.
Ik overleg, overleg nog eens en bel dan de klant. Trek daarbij alle geleerde trucs uit de kast, lage stem, authoriteit uitstralen, open kaart spelen.
Ze bedaart, en bedankt me voor het bellen.

Zo'n dag.

Donderdag 10 januari

Ik lees Frans Pointl - De kip die over de soep vloog.
Althans, ik pak het boek zodra ik plaats neem in de trein, en soms lukt het me daadwerkelijk een paar pagina's te lezen voor ik in slaap val.

De achterflap:
Het beginverhaal van de bundel De kip die over de soep vloog draagt als titel 'De overlevenden'. Die titel duidt een wereld aan waarin een joodse moeder en haar kleine zoon zich 'ophouden', nadat de ramp uit het nabije verleden zich hun bloedverwanten en joodse volksgenoten heeft voltrokken. Voor beiden is de wereld, die zich zo duidelijk in een Hollandse - in hoofdzaak Amsterdamse - omgeving laat lokaliseren, verwoest, ontvolkt, geblakerd en verzengd; een verschrikking die de moeder in een lethargische toestand heeft achtergelaten. Zij ziet nog slechts uit naar het ogenblik waarop haar zoon 'volwassen' en 'zelfstandig' zal zijn geworden, zodat haar taak als opvoedster zal zijn volbracht en zij er en eind aan kan maken.
Van dat sinistere uitstel is de jongen zich bewust, op de feilloze wijze waarop kinderen alledaagse, schijnbaar onbetekenende verschijnselen registreren. Zijn toekomstverwachtingen worden erdoor geblokkeerd, zodat ook zijn leven zich afspeelt in een verstarrende toestand van uitstel en oponthoud.

In mijn coupé komt een oude dikke grijze vrouw zitten. Ze heeft een zuchtende uitstraling, ik negeer haar. Moet lachen als ik in het boek beland ben bij een seksuele scène, kijk even naar de vrouw, ze straalt zo ontzettend geen seks uit. Denk aan de keren waarin ik seks gecombineerd heb met treinen.
Val met een grote grijns in slaap.

Vrijdag 11 januari

Een onrustige dag met veel bellers en klanten en personele problemen.
Midden in die onrust heb ik overleg met mijn werkgeefster.
Ze is erg tevreden over hoe ik het doe, en samen nemen we afstand en spreken de dingen door en ze helpt me met praktische problemen.
Dit is een vrouw die me energie kan geven en me vooruit helpt, heel daadkrachtig en oplossingsgericht is.
(Er worden trouwens nog nieuwe medewerkers gezocht, dus als je een interesante baan zoekt, bij een ontzettend leuk bedrijf, mail me dan . Niet iedereen hoeft zoveel uur te werken als ik, dus laat je daardoor niet weerhouden...)



Zaterdag 12 januari

Vandaag gaat mijn festivalhart weer kloppen, ik sta op de vakantiebeurs.
Een heel gevarieerd publiek. Mensen die nog nooit van ons gehoord hebben en tassen op wieltjes meenemen om de hoeveelheid folders in te kunnen vervoeren. Mensen die heel gericht komen vragen wie we zijn, wat we kunnen bieden, wat we kosten. Mensen die komen omdat ze zo graag hun vakantieverhalen willen delen, of hun treinenkennis willen etaleren.

Ik heb het naar mijn zin. Kan wel redelijk inschatten waarmee ik mensen kan verleiden, en bezit een behoorlijk open houding waardoor mensen zich toegelaten voelen. Dat zie je wel anders.
Kraampjes waarachter de medewerkers alleen maar aan tafeltjes voor zichzelf zorgen of met elkaar kletsen. Stands die zo modern zijn ingericht dat je er niet in durft te stappen. Mensen die je zo agressief benaderen dat je direct afstand neemt.

Ik praat met collega's over vakantieplannen. Heb de periode van 3 weken vastgelegd, en denk aan een rondreis door Scandinavië. Een collega vertelt nog over Spitsbergen en het trekt mijn aandacht en grote interesse.

Met die beelden op mijn netvlies val ik op de bank in slaap. Word halverwege de nacht een soort van wakker. Verplaats me naar bed en spoel door 4 uur schaatsbeelden. Zet de wekker om er morgen niets van te hoeven missen.



Maandag 14 januari

Heb een vrije dag genomen om toch een beetje weekend te hebben, om 2 dagen achter elkaar vrij te zijn, om weer wat energie op te bouwen. Dus heel veel slapen, en een beetje opruimen, om de rest van de week fijn thuis te komen.

Dinsdag 15 januari

Het zat er al aan te komen, dat dit dossier hoofdpijn zou gaan geven.
3 Mannen gaan op reis, naar Rusland, maar reizen op andere manieren en andere tijdstippen en kwamen met hun reisvraag op korte termijn.
Voor 1 van de mannen moeten we een visum regelen, maar het duurt lang voor hij met zijn paspoort kwam. Daarnaast zit hij te wachten op post, met daarin een Engelstalige verklaring van zijn ziektekostenverzekering en die komt maar niet. Ook niet op de laatste dag dat we zijn visum nog kunnen regelen. Dus bel ik met de verzekeringsmaatschappij met wie we zaken doen, sluit ik een aflopende verzekering voor hem, krijg de Engelstalige verklaring en laat een koerier het hele pakketje naar het Visumburo brengen.

Aan de eind van de middag krijg ik te horen dat 1 van de andere mannen een verkeerd visum heeft. Wij hebben dat niet voor hem geregeld, maar wel de uitnodiging waarop kennelijk verkeerde data stonden. Het doet er nu niet toe waar de fout gemaakt is, ik leg al mijn werk opzij, ik probeer de boel te redden. Probeer een nieuwe uitnodiging te regelen met de juiste data. Overleg met betrokkenen. Slik aspirine om de hoofdpijn te onderdrukken.

Woensdag 16 januari

De dag van gisteren gaat vandaag gewoon door. Ik bel het Russisch consolaat om te vragen of ik nog een visum kan regelen vandaag voor de man die morgen zou vertrekken.
Het meisje aan de telefoon spreekt zeer gebrekkig Engels en herhaalt mijn zinnen, begrijpt er volgens niets van, maar zegt dat het kan. Ik overleg wederom met de betrokkenen. Die hebben andere deskundigen geraadpleegd, en die zeggen dat het niet kan.

De man in kwestie overweegt toch op de data te gaan die ook in zijn visum staan.
Ik blaas de acties af om zijn visum te veranderen.
Word later gebeld, de man wil een dag langer blijven. Ik probeer dat te regelen qua hotel, maar dat lukt niet meer.
Ik krijg nu te horen dat de man de hele reis wil afzeggen.
Samen met een vriend van hem probeer ik hem op andere gedachten te brengen, ik wil niet dat alle moeite voor niets is geweest.

Als ik wakker word realiseer ik me dat we al een tijdje stil staan op het station van mijn woonplaats.
Sleep me naar huis om daar direct weer door te slapen.

Donderdag 17 januari

De dag begint vroeg en eindigt laat.
Maar omdat het overdag vrij rustig bleef lukt het me om me 's avonds te concentreren en nauwgezet werk ik aan de dossiers die ik heb liggen, de rondreizen die ik nog moet boeken. Kan dan ook met een voldaan gevoel naar huis.
Eindelijk.

Ik voel Lief dichtbij me, of althans, mijn verlangen brengt me dicht bij hem. De werkelijkheid is anders, heel anders. We wisselen af en toe een paar zinnen per mail. Ik wil me niet inhouden en neem het initiatief tot die zinnen, en als hij reageert houd ik me in door niet te snel te reageren, door niet te blíjven reageren.
Hoe kun je verlangen naar iemand die je niet kent?
Is het puur uit behoefte aan iemand die mij nu opvangt, die mijn haren streelt en mijn lippen kust?
Is het wat het vaker was, een verlangen naar liefde, ongeacht de persoon van wie het komt?

Ik krijg de kans niet dat te toetsen.

Vrijdag 18 januari

Eerst winkelvergadering.
Ik merk dat ik niet helder ben, niet echt in staat om te leiden.

Daarna mijn eigen overleg. Dat gaat goed, het heeft echt geholpen om gisteren lang te werken en daarmee de boel op een rijtje te krijgen. Ik kan nu concrete vragen stellen, in plaats van te verzuchten dat ik niet meer weet hoe het moet.

Dan een reis van 3 uur naar de verjaardag van mijn vader. Ben langer onderweg dan ik daar ben. Gebruik de reis om alvast wat slaap in te halen. Vergeet ondanks het tollen bij thuiskomst om half 2 niet om het verplichte mailtje naar huis te sturen dat ik veilig ben aangekomen.

Zaterdag 19 januari

Als mijn ogen zich na zo'n 11 uur slaap weer openen en ik mijn internet eindelijk weer werkend heb gekregen blijkt dat mijn vader ondanks zijn belofte dat niet te doen toch heeft zitten wachten op mijn mail. Ik ben te moe om me er echt aan te irriteren.

Slaap en kijk schaatsen. Spuit mijn darmen leeg.
Weet me er toch nog toe te zetten om boodschappen te doen.
Als ik mijn fiets voor de winkel parkeer komt een man naar me toe. Hij is dronken.
Hij vraagt of hij me iets mag vragen. Ik zeg dat dat er aan ligt wat. Hij zegt dat hij dan gaat stamelen.
'Stel je vraag nou maar', zeg ik.
'Rook je?'
'Nee'.
Hij wordt vervelend.
Hij pakt mijn haar.
Ik zeg dat hij op moet rotten.
Ik zie nog net op tijd zijn arm een graai naar mijn borsten doen. In een hele snelle reflex sla ik zijn arm weg. Niet alleen moet hij van me af blijven, hij mág gewoonweg niet de eerste zijn die mijn borsten aanraakt na de operatie.
Een medewerker van de winkel heeft door wat er gebeurt en stuurt de man weg. Hij vertelt me dat de man al meer bezoeksters heeft lastig gevallen.

Ik koop gezond eten en ongezonde compensaties.
Als ik de winkel verlaat zie ik nog net hoe 4 agenten de man die me lastig viel geboeid afvoeren.

Hoor bij thuiskomst dat Gerard van Velde stopt met schaatsen.

Zondag 20 januari

Het is nog donker als mijn ogen zich openen.
Er zit iets dwars.
Een drol.
Zo één met een puntje, en dat puntje drukt duidelijk tegen de huid erom heen en dat doet pijn.
Ik slaapwandel naar de wc, pak daar uit gewoonte een puzzelboekje en pers wat.
Er komt niets uit.
Na een kwartier geef ik het op.
Loop even naar de computer, check mijn mail... niets.

Ik ga weer naar bed. Poes ligt op het kussen naast het mijne. We zijn soms net een echtpaar.
Ze buigt haar hoofdje als ik mijn gezicht naar het hare breng om kusjes te drukken op de huid boven haar neus.
Als ik weer lig, nestelt ze zich in de holte van mijn linkerschouder.

Vlak voor het schaatsen weer begint verplaats ik mijn bed naar de bank.

Ik kijk weer even Elders, het gebeurt nog wel eens dat zijn tekst een paar uur later is aangepast. Dat is ook nu het geval. Het zijn maar kleine verschillen. Iets afgezwakt, iets voorzichtiger nu. Ben blij ook de ongecensureerde versie te hebben gelezen.

Buiten waait het, binnen is het nagenoeg windstil.

Maandag 21 januari

Mijn moeder is mijn naam vergeten.
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Neeltje Maria Min
       

Dinsdag 22 januari

Ken je dat?
Voorgevoelpijn?
De laatste klant is weg, en ik wil even mijn mail checken.

Nog voordat ik helemaal ingelogd ben zie ik opeens haarscherp voor me dat er een mail van Lief zal zijn, en lees ik de woorden. Dat verlangen en angst versmolten zijn tot onverschilligheid, dat die ontmoeting er niet gaat komen, dat die behoefte er niet meer is.

Werkelijk een steen in mijn maag, misselijkheid, uitbrekend zweet.

Het mailtje is er niet, niet daadwerkelijk, althans, ik heb het niet ontvangen, maar in mijn hart, of het zijne, is het wel geschreven.

Woensdag 23 januari

Een geëmigreerde vriend is even terug en we lunchen. Ik vind lunchen leuk. Het geeft me een beetje een spijbelgevoel, net als overdag doordeweeks in de bioscoop zitten.
En dus vertel je je verhaal. Hij zegt dat je er ondanks de vermoeidheid goed uitziet.
Ik heb dan net mijn verhaal over Lief verteld. Mijn ogen stralen ervan, hoewel mijn hart bloedt.

Tussen het slapen door, de rest van de dag, plan ik mijn 1e vakantie dit jaar, begin april. Een weekje toeren door Engeland. Ik koop zo'n geil boek, de Capitool Reisgids, en besluit Ierland nog even te laten, in ieder geval niet te kort te doen door het er in het weekje bij te proppen. Ik besluit naast de mystieke landschappen van Whales en Schotland ook voor de cliché's te gaan, Stonehenge, Loch Ness, Land's End.

Zin om onderweg te zijn.

Donderdag 24 januari

Pogingen doen je denken af te remmen.

Dinsdag kreeg ik voor het late naar huis gaan een mailtje van een niet zo'n blijde klant.
Omdat bijna direct daarna mijn computer vastliep en vast bleef lopen kon ik er niet meer op reageren, en dat was misschien maar goed ook.
Maar het laat me niet los, ik blijf maar na gaan waar ik een fout heb gemaakt, en hoe ik het weer goed kan krijgen.

Het bange voorgevoel rond Lief blijft hangen, hoewel ik pogingen doe het te nuanceren, erop te vertrouwen dat hij het wel zal melden als er iets wezenlijks veranderd is. Om het te toetsen stuur ik hem een mail waarin ik hem vraag of hij het wel leuk vindt dat ik af en toe uit oprechte belangstelling vraag hoe het met hem is. Vertel ik hem dat ik af en toe een spagaat ervaar, van mijn behoeftes volgen en hem benaderen en hem aan de andere kant ruimte te geven. Ik probeer nog geen conclusie te trekken uit het feit dat ik vooralsnog geen antwoord heb.

Vandaag krijgen we het bericht dat bij een collega de bevalling eindelijk is begonnen.
Een raar idee, dat terwijl ik reisjes boek, zij ligt te puffen en te zweten en leven geeft.
Beelden en emoties dringen zich op, terwijl mijn geest dat een heel groot halt probeert toe te roepen.

Om het gat te dichten geef ik te veel geld uit, aan nog meer geile reisboeken, voor vakantie nummer 2.

Vrijdag 25 januari

Bijeenkomst van de Esta-club.
De oude OR, aangevuld met oud collega's. Allemaal vrouwen, stoere wijven eigenlijk, allemaal in ongeveer dezelfde leeftijdscategorie.
Diverse onderwerpen rollen over tafel: werkomstandigheden, liefdes, schaamlippen, klusprogramma's, kinderwensen.

Het juiste gezelschap om het over Lief te hebben. Want er wordt geluisterd, maar ook geroepen. Geen voorzichtigheid, niet alleen maar de nuances en grijstinten die ik zelf zo zorgvuldig aanbreng. Een realiteitstoets.
Want de realiteit is dat Lief niets van zich laat horen, niet op mijn mails reageert.
De realiteit is dat het tot nu toe alleen maar woorden zijn geweest, en dat ik de kans niet krijg om de waarde van die woorden te toetsen in een werkelijke ontmoeting.
De realiteit is dat hij de touwtjes in handen heeft, en dat ik maar moet wachten op wat eventuele kruimels, dat dat niet gelijkwaardig is.
De realiteit is dat dit niet goed voor me is.

Op precies het juiste moment vraag ik hoe laat het is. Over 16 minuten gaat mijn laatste trein. Met een paar meters taxi en een paar hele snelle stappen weet ik die nog net te halen. De port klopt in mijn hoofd. Over 5 uur gaat de wekker voor een nieuwe werkdag.

Zaterdag 26 januari

Eindelijk weer eens een zaterdag met 3 mensen, dus ik installeer me aan buro 3 om vandaag de boekingen uit de inbox te doen.
Past goed bij de kater die ik heb.
Ongeveer 20 minuten voor openingstijd komt het bericht dat een collega ziek is en ook de hele komende week ziek zal zijn.
Met een zucht sluit ik mijn computer af en ga naar balie 1.
De ochtend is nog rustig, maar 's middags barst het klantengeweld los. Ik krijg rondreizen om mijn oren en als eindelijk de verlossende klok klinkt van 5 uur ligt mijn buro bezaaid met dossiers.
Ik geef de geplande vrije dag van maandag op, moet orde scheppen en de overgebleven collega's bijstaan.

Kijk bij thuiskomst een uurtje tv om dan in een hele diepe slaap te donderen.

Zondag 27 januari

Ik droom dat mijn huis overbevolkt is.
Een vriendin begeleidt groepsreizen en ze houden een tussenstop in mijn huis. Het is een kleurrijk gezelschap, hippies, veel mooie mensen, live muziek, levendigheid.
Ik krijg een relatie met 1 van hen, een mooie jongen met half lang zwart haar, lijkt een beetje op Goran Bregovic.

Dan komt er een telefoontje. Een vrouw beklaagt zich over mij. Ik herken in haar een oude buurvrouw van Ex, een vrouw die inderdaad nogal klagerig, bekrompen en afremmend door het leven gaat.
Ze komt langs, en we gaan buiten op een groot grasveld ziten. Ze heeft een lange lijst met klachten.
Er komen wat mensen bij zitten die in mijn huis bivakkeren, hun begeleidster, mijn vriendin, is mij tot steun.
De lijst is lang en steeds concreter, maar ook de mensen die mij tot steun zijn groeit.
Er worden gitaren gepakt, en zelfs een vleugel wordt naar buiten verplaatst.
Tevergeefs zoek ik naar mijn vriendje.
Als ik hem dan eindelijk in de groep ontwaar, zie ik geen steun, geen genegenheid meer in zijn ogen.

Hoeveel duidelijker kan een droom nog zijn.

Maandag 28 januari

De dag was lang, de dag schoot niet op qua werk, de dag was erg vermoeiend.
Bij thuiskomst val ik in een onrustige slaap.
Word de hele nacht weer wakker.
Om ongeveer 2 uur moet ik heel nodig plassen.
Hoor het piepje van een nieuwe sms.
Kijk. Lees.

Lief vraagt of ik al slaap.
Het zou romantisch zijn als ik nu zou kunnen schrijven dat ik meten klaarwakker ben, maar dat is geenszins het geval.
De sms brengt wel iets teweeg, van binnen.
Ik neem mijn mobiel mee naar bed. Overweeg terug te smssen. Maar denk aan onze 1e week en ons nachtenlange sms-verkeer. Ik weet dat de situatie nu heel erg anders is, maar ik heb zo dringend slaap nodig.

Bedenk nog net dat het emotioneel ook goed is om wat afstand te houden voordat ik in slaap val, met de telefoon heel dicht bij me.


Dinsdag 29 januari

Snel weg na sluitingstijd.
Lekke band voor het laatste stukkie.
Fiets meteen weg naar de stationsreparatie.
Ook gelijk nieuwe trappers.
Morgen klaar.
Wachten op de bus.
Die komt niet.
Het is koud.
Nog steeds geen bus.
Ik heb geen zin om te lopen.
Overweeg een taxi.
Denk dat de bus zo wel zal komen.
De bus komt niet.
Ik bedenk dat als ik was gaan lopen, ik al thuis was geweest.
Na 50 minuten komt de bus.
Die maakt een omweg.
Een verdacht pakje in een parkeergarage.
De parkeergarage van de politie.
De voordeur, ruim 2 uur na het weggaan van mijn werk.
Briefje in mijn brievenbus.
Dierenambulance.
Kat gevonden, ze vermoeden de mijne.
Overgebracht naar ander adres.
Ren naar binnen.
Poes komt me tegemoet.
Wil eten.
Knuffel haar dood.

Sammy
januari 2008