Dinsdag 1 januari
Er is verdriet en er is rust.
Er is een beginnende acceptatie van de situatie.
Ik krijg een mail van een lezeres.
Zij was ook de 1e die me mailde toen ik gestopt was, en ik voel me echt door haar gesteund.
Gisteren mailde ze me haar verhaal.
Een verhaal vol herkenning.
Over onafhankelijkheid, rust, angst.
Over iemand leren kennen, en jezelf moeten inhouden, er (nog) geen vorm aan mogen geven.
De ander ruimte geven, terwijl je niet weet of je die ruimte ooit wel zult mogen betreden en tegelijkertijd niets anders wilt.
Over dat 1 vinger niet meteen een hand hoeft te zijn.
Ze besluit met: verlangen is goed voor de liefde. Alles is voorspel.
Een nieuwe film lijkt me bij deze geboren. Niet alles is liefde, maar alles is voorspel.
Het zegt iets over mij dat ik moeite heb om het zo te zien, om het als mogelijk begin te zien en niet als definitief eind.
Ik ben nog steeds te zeer op zoek naar bevestiging, naar goedkeuring.
Zaterdag had ik na 14 uur werken nog mijn werk niet af, nog geen bevredigend gevoel. Ik schreef een soort van sorry-mail aan mijn baas.
Durf zijn mail nauwelijks te openen op maandag, maar hij bedankt me voor mijn inzet.
Vind het vreselijk dat ik zo in elkaar zit, dat ik mijn ouders nog steeds die macht geef en mijn leven nog steeds zo door hen en mijn opvoeding laat beïnvloeden. Ik haat het dat ik dat stuk van mezelf niet van me af kan werpen, dat ik me niet kan onderdompelen in feestvreugde, dat ik mijn bestaansrecht nog steeds bij anderen zoek.
Mag dit dan mijn jaar worden?
Waarin angsten wel mogen bestaan, maar mijn leven niet leiden?
Het zit allemaal al in me. In de plooien van mijn huid. In de stappen van mijn voet. In de afdruk van mijn vingers.
Het heet verlangen.
En alles is voorspel.