Maandag 1 januari

De drempel over en voor mijn gevoel ook uit het diepste punt van mijn dalletje.
Het baart me zorgen dat mijn innerlijke overtuiging nog steeds die is die ik voelde in oudjaarsnacht, maar het geeft me een heel klein beetje hoop dat mijn gedachten er nu wel op zijn gericht om het weer beter te maken.
Ik denk aan mijn werk, zie er echt heel erg tegenop om weer te moeten werken komend weekend en aan de werkdruk daar kan ik momenteel weinig doen maar ik kan er wel voor zorgen dat werk niet mijn leven is, en dat het niet alle energie uit me zuigt. Mijn werk moet weer een onderdeeltje van mijn leven zijn, en de resterende delen liggen in mijn hand.

Het heeft weinig zin om als Don Quichotte de windmolens van mijn leven te bevechten.
Ik kan proberen mijn diepste overtuiging weg te nemen, maar het is weinig tastbaar, en het is groot en hardnekkig en het geeft me een excuus om niet mijn leven te leven, want ja, eerst moet...

Niet meteen mijn hele wereld veranderen, beginnen met mijn huis, mijn fysieke huis.
Woensdag 3 januari

Met Grote Zus ga ik naar de film Forever.

Forever is een documentaire van Heddy Honigmann uit 2006, en won een Gouden Kalf voor beste lange documentaire.
Forever laat de Parijse begraafplaats Père-Lachaise zien door de ogen van de levenden, de achterblijvers.
Het feit dat Jim Morrison er ligt is voor bijna iedereen een bekend gegeven, in de film wordt er maar zijdelings aandacht aan besteed door een bankje in beeld te brengen waar Jim en een pijl naar zijn graf staan gekerfd, door een oude vrouw die al 15 jaar het graf van haar man bezoekt en bezorgd en zegt dat haar man tijdens zijn leven blij was in het 'Quartier Jim Morrison' te komen liggen zodat hij altijd aanloop zou hebben.

In de documentaire worden bezoekers geïnterviewd en soms ook naar huis gevolgd. Word soms ook getoond hoe de doden voortleven in de levenden.

We zien een Japanse jonge pianiste bij het graf van Chopin. Ze kan bijna niet uitleggen wat zijn muziek haar doet, wat het hart in de muziek van Chopin is. Vertelt dan dat haar vader, die enige jaren geleden overleed ook zo van Chopin hield, en dat ze nu iedere keer als ze Chopin ten gehore brengt, dit doet als eerbetoon aan haar vader.

De Iraanse emigrant die als taxi chauffeur zijn geld verdient maar altijd een boekje bij zich draagt met gedichten van Iraanse schrijvers, en na een behoorlijke aarzeling een Hafez (Perzisch lied) zingt bij het graf van de Iraanse schrijver Sadegh Hedayat, want zingen is zijn passie en hierdoor is hij weer verbonden met zijn vaderland.

De Armeense vrouw die in een typisch Frans keukenschort het graf van haar vader schoonveegt, die vertelt dat hij een kunstenaar was, die bevlogen raakt bij het vertellen over kunst.

Een oude vrouw die wekelijks de bloemen water geeft bij de graven van een aantal mensen die zij bewondert, zoals Proust en Modigliani, en die wijst op een pen bij de eerste en een kwast bij de tweede. "Iemand heeft een pen achtergelaten zodat hij blijft schrijven in het hiernamaals."

Een Zuid Koreaan die al tien jaar lang Proust leest, en in zijn eigen taal, omdat hij het Engels niet voldoende machtig is, mag uitleggen wat hem zo geraakt heeft. Het wordt niet ondertiteld en het doet er ook niet toe.

Een man die hier groepen rondleidt. Die langer stilstaat bij de graven van de onbekenden en hun verhalen, hun muziek, hun bijzonderheden wil voortplanten. Die vertelt hoe hij een meisje leerde kennen dat zo net zo mooi was als dit kerkhof. Dat je vaak als je dood gaat je leven in een flits voorbij ziet gaan, maar dat hij toen hij dit meisje zag het omgekeerde had, dat zijn toekomst zich ontvouwde en dat het mooier was dan hij zich had kunnen voorstellen. Dat zij emotie aan zijn leven vol kennis had gegeven. Dat hij meteen wist dat hij gevoelens zou hebben van verdriet, van pijn, ontroering en haat maar dat hij één ding nooit meer zou ervaren: verveling.

De 3 blinden die een film hebben gehaald met Simone Signouret, die samen met Yves Montand in een graf ligt, en elkaar uitleggen wat de duiding van de diverse geluiden kan zijn.

De man die bij het graf van Modigliani zit, vertelt over hoe bijzonder vooral de gezichten in zijn werk zijn, en dat hij daardoor beïnvloedt wordt in zijn eigen werk. We zien hem later bezig in zijn werk: hij prepareert lichamen, gezichten van dode mensen voordat ze worden opgebaard. Hij vertelt dat hij de mensen niet mooier mag maken, dat mensen hierdoor moeilijker zouden kunnen accepteren dat hun dierbare daadwerkelijk dood is. Hij haalt de sporen van de dood, van het lijden weg, en geeft ze het gezicht terug wat ze hadden net voor hun overlijden, niet mooier en niet jonger.
Antwoordt op de vraag of hij niet moet huilen bij zijn werk dat hij daarvoor voldoende afstand nemen kan, dat hij anders aan het eind van de dag zo moe zou zijn van alle emoties. Dat trouwens zijn traanbuisjes verstopt zitten zodat hij geeneens huilen kán.

Ik zie een film bij de vele foto's die ik er al eens gemaakt heb.
Ik zie mensen achter de namen op een steen.
Ik zie levens bij de mensen die er komen.
Donderdag 4 januari

BHV en ik hebben de afspraak gemaakt dat we elkaar dagelijks laten weten wat er die dag goed is gegaan.
Zij moet vrijdag weer aan het werk, ziet er net zo tegen op als ik, wordt er net zo door opgeslokt als ik.
In het verleden sms'ten we elkaar wel wat onze plannen waren voor een dag, een doel, iets kleins.
Maar doelen zijn er om niet te halen, en teleurstelling lag op de loer.

Nu uitgaan van wat al goed is gegaan.
Zoals zij: vanmorgen haar fiets gemaakt, zodat ze weer door haar prachtige omgeving naar het werk kan fietsen.
Zoals ik: niet op de bank achter de computer maar aan het buro, een actieve houding.
Niet pas boodschappen doen als het al weer donker is maar eerder, en meteen voor een aantal dagen.
Al die losse kaartjes met AH-recepten in een computerkookboek aan het zetten, om wat inspiratie op te doen voor beter eten.

We zijn terecht een beetje trots.
Vandaag.
Vrijdag 5 januari

Op mijn laatste vrije dag ben ik nog best goed bezig, ook al is vroeg opstaan niet gelukt en heb ik weer vervelend gedroomd over mijn werk.
Ik doe de was en hang het ook meteen op, maak een gezonde salade voor de komende dagen, beantwoord mails die daar al een tijdje om roepen.

's Avonds is er een documentaire over mensen met BDD, Body Dysmorphic Disorder. Een ziekte waarbij onzekerheid over het eigen uiterlijk is doorgeschoten in een obsessie door lichaamsdelen die door de persoon lelijk worden gevonden. Ingebeelde lelijkheid, wordt het ook wel genoemd.
Een kenmerk is een preoccupatie met een vermeende misvorming van het lichaam of buitensporige bezorgdheid over een lichte fysieke afwijking. De preoccupatie leidt tot ongemak of hinder in sociale, beroepsmatige of andere gebieden van iemands functioneren  Waarom onvrede met het uiterlijk bij sommige mensen doorschiet naar een obsessie, is nog niet helemaal duidelijk. Klinisch psycholoog Theo Bouman vermoedt dat bij BDD-patiënten al op jonge leeftijd een negatief beeld van hun lichaam is ontstaan, dat vervolgens in de puberteit verandert in aversie en uiteindelijk in afkeer. Dat negatieve beeld kan veroorzaakt zijn door kindermishandeling en seksueel misbruik, maar ook door aanhoudende minachting en pesterijen van klasgenoten, broers en zussen. Sommige patiënten kunnen zich tientallen jaren later nog de grievende opmerkingen herinneren. Verder hebben BDD-patiënten opvallend weinig andere zaken waaraan zij zelfvertrouwen en zelfwaardering ontlenen. Hun lichaam bepaalt dus in hoge mate hun zelfbeeld. Als het niet voldoet aan hun eigen norm, dan kan dat zo’n probleem worden dat de patiënt gaat walgen van zichzelf, zich niet meer aan anderen durft te vertonen, allerlei obsessieve en compulsieve doe- en denkrituelen ontwikkelt om het nare gevoel te bezweren, sociaal geïsoleerd raakt, depressief wordt en uiteindelijk zelfs zelfmoordneigingen krijgt.

Natuurlijk herken ik mezelf hoewel ik hier niet aan lijd, niet in de mate van de mensen in de documentaire of op de website, waar mensen niet meer kunnen werken, zich niet durven vertonen zonder zonnebril of make-up, steken zich in de schulden voor plastische chirurgie, schuren de huid die ze niet mooi vinden met schuursponsjes, spenderen uren en uren voor de spiegel.
Maar de walging komt me angstig bekend voor, hoewel ik denk, nee, ervan overtuigd ben dat die terecht is en door anderen gedeeld wordt.

Te lelijk voor liefde, was de titel van de documentaire en staat ook op mijn voorhoofd geschreven.


Zaterdag 6 januari

Het is prettig rustig op het werk.
Er ligt niet vele werk, er wordt weinig gebeld, geen grote drama's tijdens mijn afwezigheid.
Ik voel me erg gesteund door de mail van een collega waaruit blijkt dat het zo met mijn werk bezig zijn de afgelopen tijd niet aan mij heeft gelegen, dat ik het niet aan zou kunnen.

Er komt een uitnodiging in mijn mailbox voor een expositie.
Het betreft de vorig jaar afgestudeerde fotografe Alina Pahl.
Over haar werk wordt het volgende gezegd: Alina neemt haar eigen leven vaak als onderwerp. En de gebeurtenissen uit haar leven beeldt zij onverbloemd uit. De mensen op de foto's kunnen enerzijds kwetsbaar, anderzijds confronterend overkomen. Kwetsbaar in hun naaktheid en confronterend doordat ze de toeschouwer recht aankijken.

Meer werk van haar op www.alinapahl.com.
De expositie is te zien bij galerie lans-Uylen in Hengelo.

Bedenk me dat tranen niet altijd gelaten hoeven te worden om tranen te zijn.
In mijn lijf een tranendal wat de oorsprong is voor mijn al dan niet handelen.
Droogleggen is niet echt de oplossing.
Het gebruiken om met zachtheid naar mezelf te kijken denk ik wel.


Zondag 7 januari

Het is nog vroeg.
Heel vroeg, voor iemand die geen ochtendmens is.
Het is half 8 en ik zit in de trein. De coupé is leeg.
Halverwege komt een vrouw de coupé in. Ze gaat tegenover me zitten. Pakt een boek. Ik had haar liever wat verder weg, niet vanwege de vrouw zelf, maar ben graag op mezelf, vooral 's ochtends en vooral in een lege coupé. Een station verder stapt ze uit en een man stapt in.
Ook hij gaat tegenover me zitten.
Als het einddoel in zicht is vraagt hij me of ik een kop koffie met hem wil drinken.
Ik zeg hem dat ik moet werken.
Hij vraagt me waar ik werk en ik noem de plaatsnaam maar hij wil specifiek weten waar.
Ik zeg hem dat niet te willen zeggen. Hij vraagt me of we dan in ieder geval na het werk wat kunnen drinken.
Ik zeg nee, en kijk hem niet meer aan als ik de trein verlaat. Ik zie hem voor me het station uit sloffen.

Op het werk ben ik productief. Basale dingen, koelkast opruimen, mijn mailbox, bakjes.
Merk dat ik moe ben, dat mijn rug protesteert als ik rond 5 uur naar de trein loop.
Het is iets voller dan vanmorgen, maar er is nog voldoende plek.
Toch schuift een meisje naast me op de 2-zitter.
Ze zucht hard. Vraagt me waar deze trein naar toe gaat. Zegt me, na het horen van het antwoord wat ze wilde horen, dat ze achterna werd gezeten door een man die haar naar het verkeerde perron wilde sturen. Die haar leeftijd had gevraagd. Ze had 14 gezegd terwijl ze 12 is in de hoop dat hij haar dan met rust zou laten. Ik kijk haar aan, verbaasd. Door haar make-up en zelfverzekerdheid en hoeveelheid bagage leek ze me minstens 20.
Ze vraagt me of ik in ons einddoel woon. Ik beaam dat en ze vertelt dat ze daar nog een uur op het station moet wachten voor ze wordt opgehaald. Ik vraag me af of ze verwacht dat ik haar mee naar huis neem en vertel haar dat dit station veel veiliger en opener is dan het station dat we verlaten.
Ik val in slaap.
Word met een schok weer wakker. Zoek in de slaaproes naar de conducteur maar de 12 jarige naast me blijkt me een por te hebben gegeven. Nog 3 minuten, zegt ze, als ik haar wat vragend aankijk. Nog 2 minuten, zegt ze, als we iets verder zijn.
Ik vraag haar of ze nog ver moet, als ze eenmaal wordt opgehaald. Nog 20 minuten zegt ze, naar mijn pleeg
Ze verbetert zich snel: naar mijn ouders.
Bij het stoppen van de trein stapt ze snel uit, zonder me gedag te zeggen, ze lijkt boos op me, omdat ik in slaap ben gevallen. Ik ben te moe om te bedenken dat ik haar gezelschap kan houden, of wat geld kan geven om wat te eten tijdens het wachten. Wijs haar nog wel de goede kant als ze wat verloren op het perron staat en de verkeerde, stille, uitgang dreigt te kiezen. Ze bedankt me en loopt weg.

Het zijn haar ogen waarmee ik naar huis rijd.
Zie de auto's die door rood rijden.
De jongens die op verdachte stille plekjes niets staan te doen.
De groepjes die staan uit te dagen.

Er dreigt overal gevaar.



Maandag 8 januari

Het is een bijzondere droom. Ik kom in verschillende landen, hele diverse situaties, het verbreken van een verloving, het rondlopen met een zak voor mijn urine, lopen door een ziekenhuis voor rijken met hele bijzondere kunststukken en een begraafplaats die ik zou willen kunnen tekenen, heel veel graven heel dicht op elkaar waarvan de meesten in terra. Een wereld als in een computerspel. Deels ben ik het zelf, deels een ander lichaam waar ik in zit.

Vandaag ben ik vrij. Vanavond wel een afspraak maar geen vroeg opstaan en als mijn hersenen dat weten dan kunnen ze ook niet vroeg wakker worden, en bijna 12 uur lang slaap ik en nog steeds moe word ik wakker.
Ik ga me bezighouden met de basale dingen vandaag.
Opruimen.
Mails beantwoorden.
Misschien 1 kastje opruimen.
Misschien ook niet.
Dinsdag 9 januari

Er is ergens in het land een horecabeurs en dientengevolge zitten er allemaal tukkers en andere boeren in de trein.
2 Banken verderop zit een man demonstratief te zuchten en te boeren en het raampje open en dicht te draaien. Zijn dranklucht vermengt zich met de straffe wind. Hij krijgt telefoon en praat heel hard, ik kan er nauwelijks iets van verstaan, af en toe een plaatsnaam, dit is Tukkers denk ik.
Naast me valt een man die ook overduidelijk drank tot zich heeft genomen continu in herhaling, vraagt aan iedereen de naam van het eerstvolgende station, leest luid voor uit een vakblad, denkt erg grappig te zijn.
De man 2 banken verderop krijgt een nieuw telefoontje. Nu praat hij echt een buitenlandse taal, Turks of Marrokaans, ik weet het niet maar de man naast me roept hard dat hij normaal Nederlands moet praten.

Het kost me moeite, maar ik probeer verder te komen in het boek wat ik kocht vanwege de titel: De regen verandert niets aan de begeerte, door Véronique Olmi.
Daarom deed hij het niet. Uit hoffelijkheid, uit respect, hielp hij haar niet door de regen te lopen, moest hij zich bijna geweld aandoen om haar niet vast te grijpen zoals je in een snelle reactie een kostbaar, licht voorwerp vastgrijpt dat door een stormvlaag, een plotselinge rukwind dreigt weg te waaien; onder het lopen beet ze op haar lippen, haar lichaam minder zeker, haar handen op haar schouders, het kostte haar moeite een vrije, onafhankelijke vrouw van veertig te blijven, het waren maar een paar maanden, een paar maanden van opsluiting en waanzin die haar leven, haar hele leven blokkeerden, hoe ze ook af en toe tegen zichzelf zei en bleef zeggen dat ze iemand anders was geweest, dat ze ook een kind was geweest, een jong meisje, zonder het te kennen, zonder het kwaad te kennen, en hoe ze zich ook probeerde te herinneren wat dat kon zijn, beminnen en bemind worden, ze ontkwam niet meer aan die ontluistering, aan dat mikpunt dat ze was geworden, dat object van haat.
Dat object.
Woensdag 10 januari

Vaak heb ik in de trein muziek op mijn oren, en soms zitten er 2 mensen tegenover me te praten, of 1 iemand is aan het bellen, en door de muziek ontstaat er een verhaaltje. Krijgt het gesprek een kleur, of een 2e laag, een bepaalde sfeer.
Het levert leuke beelden op.
Nu lees ik verder in mijn boek, lees ik gedetailleerd hoe 2 mensen met elkaar de liefde gaan bedrijven en soms kijk ik om me heen of mensen niet aan me kunnen zien dat ik erotiek aan het lezen ben.

Hij boog licht het hoofd, heel licht, en zijn lok viel op zijn wang...omdat hij lang haar had, die weerbarstige lok, van een tederheid om te huilen die ontspanning op zijn slecht geschoren gezicht die bekentenis van zijn blonde haar op zijn vijftigjarige voorhoofd... Ze haalde een hand door haar eigen haar om hem te ontwijken, ze had nu zo'n zin om zijn hoofd in haar handen te nemen en het tegen haar borst te drukken, het tegen zich aan te houden, er haar wang tegenaan te leggen, ze had nu zo'n zin in dat kleine gebaar, die geruststelling, ze had er zo'n behoefte aan.

Hij boog zijn hoofd en maakte zelf de knoopjes van zijn blauwe overhemd los. Goed, zei hij. En in dat Goed zat een Niets aan te doen. Je krijgt me te zien. Niets aan te doen. Je hebt het zelf gewild. Niets aan te doen.
Achter de sigaar, achter de man die een vrouw meeneemt naar een hotel, de man die een fles wijn ontkurkt, de man die een vrouw op een bed achteroverduwt, had je dát. De paarlemoeren knoopjes. Niets aan te doen.

Kon hij vermoeden dat hij haar nooit méér had kunnen ontroeren? Zijn dikke vingers op de paarlemoeren knoopjes zijn haarlok over zijn neergeslagen blik, wat hij haar ging laten zien waar hij niet van hield, wat hij haar ging geven dat hij niet wilde, dat vertrouwen dat hij in haar had terwijl hij had kunnen... hij had alleen maar hoeven... als hij niet het blauwe overhemd maar alleen zijn broek had losgemaakt, alleen zijn geslacht had bevrijd, blinde liefde, een vluggertje, dat had gekund.
Hij deed zijn overhemd uit. Ze glimlachte. Ze lachte hem toe met haar hele gezicht.
Een vluchtig geluk.
Een begenadigd moment.
Donderdag 11 januari

Ik kom terecht bij de Franse kunstenares Fanny Ferré (1963).
Ze leeft met haar famillie en de terra cotta beelden in een grot in Normandië, aan de voet van een klif.
Als kind speelde ze met de klei die ze nu gebruikt voor haar beelden.
Ze gebruikt geen modellen, maakt geen schetsen, maar bouwt de mensen vanaf hun voeten op.
It is easy, she says, you just have to think yourself inside (the clay).
Als we de oppervalkte van mensen verwijderen hebben ze altijd iets gemeenschappelijks, zegt ze ook. 'Haar mensen' hebben enkel wat nodig is om te bestaan.

Vrijdag 12 januari

Door wat extra gemaakte uren deze week kan ik vandaag wat eerder weg. Ik wil alvast veel boodschappen halen en me dan thuis ingraven en schaatsen gaan kijken.
Op het perron hoor ik vlak voor de vetrektijd van de trein dat die vanaf een ander perron gaat.
Ik sleep me voort, traf af, trap op.
Vind met wat moeite in de Duitse trein die nu als intercity's worden ingezet.
Val half in slaap met muziek op mijn oren. Hoor door de muziek de stem van de conducteur dat er eerst een technisch mankement moet worden verholpen voor we kunnen vertrekken.
Val weer in slaap. Na 10 minuten wederom gewekt door de stem van de conducteur. We kunnen niet vertrekken en worden verwezen naar de volgende intercity die klaarstaat op het perron waar ik eerst vandaan kwam. De trein daar staat al klaar, mensen rennen er heen om een plaatsje te vinden, maar de trein zit al behoorliujk vol met mensen die al van plan waren deze trein te nemen. Ik verover een plekje in een halletje. Ben moe, dut een beetje maar kan nauwelijks een houding vinden waarin mijn rug geen pijn doet.
Met 10 minuten vertraging komen we aan op mijn bestemming. Ik haal het hoognodige aan boodschappen, kaasfonue, chocola, een emmer yoghurt met bosvruchten. Thuis blijkt er een stroomstoring te zijn geweest.
De video knippert en geeft geen tijd weer, waar eigenlijk een 2 had moeten knipperen.
1 voor Schaatsen en 1 voor mijn favosoap.
Zucht.
Zaterdag 13 januari

Op de fiets, met een volle boodschappentas met overwegend ongezonde dingen aan mijn stuur, bedenk ik me dat ik niet depressief ben. Het is geen geruststellende gedachte.
Ik had nooit een midden, dus als ik viel, viel ik hard en diep en vond ik troost in mijn tranen, mijn dekbed en geslotenheid.
Nu is dat midden er wel, en geen tranen, geen troost.

Ik krijg een mail van een onbekende.
Hij reageert op mijn zin: te lelijk voor liefde, en schrijft me dingen die ik heel graag zou willen geloven.
Dat er 2 soorten mannen zijn: zij die de cover belangrijk vinden en zij die graag een spannend verhaal lezen.
Dat hij gelooft dat er een twinkeling in mijn ogen te vinden is, dat hij hoopt dat die blijft en gevonden zal worden.

Met collega's hadden we een gesprekje dat je toch altijd schrikt van de foto's waar je op staat. Dat je daarop altijd een ander te zien krijgt als degene in de spiegel. Soms, in mijn spiegel, zie ik best een leuke vrouw. Op foto's zie ik die nooit terug. En die foto's geloof ik, want die krijgen anderen ook te zien. Die foto's zijn de ogen van anderen. De vernietigende ogen van de werkelijkheid.

Zondag 14 januari

Te onrustig om tot rust te kunnen komen.





Maandag 15 januari

Wederom een mail van de onbekende.
Hij schrijft me dat een foto altijd meer een leugen is dan een waarheid.
Als je fotografeert laat je altijd meer weg dan wat je kan tonen. Hij legt het me uit door als voorbeeld mijn eigen vakantiefoto's te gebruiken. Dat als ik daar naar kijk, ik de hele sfeer weer zie, het warme golven van de zon, de geluiden van de flamencogitaar, de smaak van de 10 jaar oude port. Maar dat staat feitelijk niet op de foto's en zal een ander ook niet zien. Hooguit iets herkennen, als men ook in die gebieden is geweest, maar dan nog kijkt ieder vanuit zijn eigen perspectief.

DD schrijft er ook iets over: je kijkt naar de linkerhelft van gezichten en daar herken je mensen ook aan, jezelf incluis... Dus als je jezelf kent van de spiegel, dan is die op de foto niet dezelfde. Daarnaast zie je jezelf in de spiegel meestal van voren en op foto's vanuit allerlei hoeken en vertekenen lenzen de werkelijkheid per definitie.
Hij voegt er aan toe dat ik nu eenmaal meer de scherpte en het drama zoek, en hij de nuance.

Als ik naar mezelf kijk is er geen enkele nuance. Hoe logisch bovenstaande ook klinkt, echt, de argumenten ketsen af op de pijnlijke ervaringen van mijn leven.
Dinsdag 16 januari

Om me beter te kunnen voorbereiden op een personeelsbijeenkomst die ik vandaag mag leiden worstel ik mij door de wereld die pensioenen heet. Ik heb een boek op schoot met veel antwoorden en gebruikelijke taal, ik maak aantekeningen, maar zodra het woord franchise valt, blokkeert er iets in me, haak ik af.
Ik ken de betekenis van het woord, de toepassing maar ik dring maar niet tot het woord door, krijg er geen feeling mee. En dat kan ik niet uitstaan.
Het is half 2 als ik me gewonnen geef.
Volgende week donderdag is de winnende hand aan mij, dan krijg ik een spoedcursus franchise, pensioengaten en grondslagen.

Woensdag 17 januari

Als ik op mijn werk kom, ligt mijn buro vol met lijsten met felgekleurde post-it's en ik zucht.
Maar ik merk dat ik er langzaam weer wat controle over begin te krijgen en daarmee ook weer wat zin.
Terug naar huis lees ik verder in het boek van Veronique Olmi en ik voel Goede Man zo dichtbij me:
(...) en ze kwam zo intens zo hevig klaar haar lichaam als een boog gespannen haar hoofd in haar nek haar handen losgerukt vande schedel van de man vastgeklampt aan de losgetrokken lakens, kwam klaar zoals je je verwondt zoals je strijdt zoals je overleeft in een kreet.

Ze hijgde, buiten adem verrast en verloren, probeerde haar ademhaling weer op orde te krijgen, tot rust te komen, probeerde de man te bereiken op de oever waar hij op haar wachtte, maar ze had tijd nodig, tijd om haar ogen te durven openen, de schok tot zich te laten doordringen van de kamer, de tafel, de gordijnen, de kroonluchter, de realiteit tot zich te laten doordringen van de kamer met de uren en het geluid van de omringende wereld, haar ogen te openen en, na het offer, de ongelooflijke reis, te accepteren samen met anderen te zijn. Net zoals anderen.
Misschien.

Hij begreep dat, en ging naar haar toegekeerd naast haar liggen, met zijn hoofd in zijn hand keek hij nog naar haar opdat zij van de kamer noch de tafel noch de gordijnen noch de kroonluchter noch de uren zag, maar alleen zijn verwachting zijn verwachting en zijn verlangen naar haar.

Hij legde zijn hand op haar voorhoofd, ze leek te lijden in die poging om terug te komen, die plotselinge scheuring, daarom wilde hij haar kalmeren, wat rust op haar voorhoofd leggen, en zij, haar ogen nog steeds gesloten haar ademhaling nog ongeregeld keerde zich onverhoeds naar hem toe, haar hoofd gebogen haar benen opgetrokken, hij sloeg zijn armen om haar heen, kuste teder haar haar, streelde haar heel voorzichtig, metn kleine schuchtere liefkozingen, het was de eerste keer dat zij bij hem beschutting zocht maar hij wist dat hij haar nooit zou kunnen troosten.
Donderdag 18 januari

15.00 uur Het bericht komt dat de mensen buiten Amsterdam mogen proberen nog naar huis te komen. Ik probeer de boel wel netjes achter te laten op mijn werk. Juist door de storm hebben we extra werk, moeten veel mensen worden gebeld, worden gerustgesteld dat ze de deur niet uit hoeven, dat er een oplossing zal worden gevonden.

15.30 uur Ik begrijp dat Amsterdam Centraal ontruimd is en dat reizen via andere stations ook weinig zin heeft vanwege bomen op de rails naar mijn bestemming. Ik blijf daarom maar op mijn werk, bel klanten, leef mee, denk vandaag wat later thuis te komen en zie de lang verwachte vrije avond in de wind verdwijnen.

17.00 uur De lucht trekt open, Ik lees dat intercity's stoptreinen worden en besluit een poging te wagen. Ik ga naar Amsterdam Centraal.

17.45 uur Ik arriveer op centraal. Het is er gezellig druk. Veel mensen in gele hesjes om ons wegwijs te maken en camera's en fotografen die vastleggen hoe we ons voelen. Ik bereid me voor op lang onderweg zijn, haal eten en drinken en een nieuw boek.
De berichten zijn dat ze om 6 uur weer denken te gaan rijden.

18.15 uur Ik sms met Ex. Hij zit al een stukje onderweg te wachten in een café. We kijken naar mogelijkheden om mij daar ook te krijgen maar ik ben bang halverwege te stranden. Krijg een sms van hem dat hij weer in een trein zit, naar huis. Later blijkt dit de laatste trein die gereden heeft in het hele land.

18.30 uur Er schijnt een 2e storm op komst te zijn. Er gaat voorlopig nog niet gereden worden. Het tocht op het station, de wind komt van de perrons de hal in. Ik raak met een Nigeriaan in gesprek, eerst nog vrij onschuldig, over het weer, waar we heen moeten, het lange wachten, maar als snel dringt hij op een relatie aan. Ik zoek een andere plek.

19.15 uur Grote Zus belt, en het is fijn haar stem te horen. Ze vertelt me dat vandaag de film Windkracht 10 in première is gegaan en we lachen dat dit dus kennelijk een publiciteitsstunt is die zo weer ophoudt.

20.00 uur Het schijnt dat we om 9 uur weer gaan rijden. Ik heb het boek van Veronique Olmi uit. Ik weet niet wat ik van het einde vind. Het was een mooi, intiem verhaal. Van 1 dag, zonder teveel beschrijvingen van gebeurtenissen, maar van devoelens en momenten, zoals ik het graag heb. Maar de vrouw, die bang is voor het weggaan van de man, het in de steek gelaten worden gaat aan de eind van het verhaal zelf weg, sluit de deur van de hotelkamer achter zich, terwijl de man met wie zo intiem is geweest en die haar niet heeft behandeld als vrouw van 1 nacht, ligt te slapen/ Snap dat ze graag zelf die stap zet, dat het in haar geval misschien een goede stap is, bedoeld is om zelf weer controle te nemen, maar het voelt toch ook als een vlucht. Doet me denken aan mijn eigen weglopen voor intimiteit, mijn manier van aantrekken en snel weer afstoten.

20.45 uur Ik heb me genesteld tegen de dichte plastic voorpui van de Free Record Shop en heb kontakt met een meisje wat naar Enschede moet en een vrouw met haar nichtje uit Kosovo. De vrouw woont in Groningen, spreekt gebrekkig Nederlands. Om ons heen wat verdwaalde en verdwaasde toeristen en mensen die het zich ook gezellig aan het maken zijn. De sfeer is goed en we kijken ons ogen uit. Mensen die rondlopen met bouwhelmen, uit angst voor takken en bouwmaterialen, conducteurs en ander spoorwegpersoneel die steeds weer dezelfde antwoorden moeten geven, namelijk dat er niets over te zeggen valt, zakkenrollers waarvoor wordt gewaarschuwd.

21.30 uur Het jonge meisje naast me is geïnterviewd en is op AT5 herkend door haar stagebegeleider die haar komt ophalen. Ze schenkt mij de thee die ze net gehaald heeft. De broodjeswinkel deels broodjes uit, de pizzaboer pizzapunten, bij de kiosk krijg je gratis koffie en thee.

22.15 uur We krijgen te horen dat er opvang geregeld wordt in de Rai. Ik heb ooit een minnaar gehad die daar werkt, vraag me af of ik hem daar ga zien en bij hem op kantoor op de bank of vloerbedekking spannende dingen kan beleven. Ik vertaal de meldingen voor de toeristen om me heen en loop met hen mee naar de tram die ons bij de Rai moet brengen.

23.00 uur Aankomst bij de Rai.In een grote hal staan wat plastic stoelen. Het aanwezige personeel probeert de koffieapparaten op te laten warmen, wat niet lukt. Een enkeling mort maar de meeste mensen raken geanimeerd in gesprek, de meestgestelde vraag is toch wel waar je naar toe moest. Ik vraag de 2 vrouwen uit Groningen/Kosovo op mijn spullen te letten en bied aan te helpen. Ik deel koffie en thee uit, en koekjes en wijs de weg naar de toiletten.
Ondertussen sms ik met BHV die me steunt en me vertelt hoe de situatie elders in het land is.

23.30 uur Het Rode Kruis arriveert. Ze nemen EHBO koffers mee, inventariseren wie medicijnen nodig heeft voor de nacht, wie lenzendoosjes en vloeistof, delen puzzelboekjes uit en spelletjes. Mensen storten zich op de flesjes water en cola, de pizza's en broodjes shoarma. Jongeren nemen hierbij associaal veel mee, maar de meesten gedragen zich behoorlijk en met humor. Ik zie 2 Chinesen een stoel pakken. Hij gaat naar de toilet om terug te keren met doekjes. Zij maakt de stoelen omzichtig schoon, is daar zeker een kwartier mee bezig. Hij legt schone doekjes op de zitting en eindelijk gaan ze zitten.

Er komt een omroeper. Hij praat met een staccato stem en heeft wat bijzonder taalgebruik. Vertelt ons dat binnen een uur veldbedden zullen arriveren, en dekens. Dat er voor zal worden gezorgd dat als we de ogen weer opendoen, er een handdoek naast ons ligt en een tandenborstel. Dat er broodjes zullen zijn.
Ik zet een stoel onder mijn benen, trek al mijn kleren strak om me heen, pak mijn nieuwe boek. Na lang aarzelen heb ik toch het nieuwe boek van Kluun gekocht. Geaarzeld, omdat ik hem ken, maar vooral haar ken. Zijn overleden vrouw was zo'n beetje de beste vriendin van Ex en ik heb groot respect voor haar en daarmee minder voor hem. Zij zei: geef geen dagen aan het leven maar leven aan de dagen, en straalde een enorme kracht uit. Was zo gelukkig op haar bruiloft, waar ik, net geopereerd aan een hernia, bij was. Via Ex heb ik meegemaakt hoe verschrikkelijk respectvol en waardig en meevoelend met anderen ze doodging.

01.00 uur De omroeper zegt dat er toch geen bedden gaan komen. Hij legt ook uit waarom niet: in de regio zijn er zo'n 10.000 mensen gestrand en er zijn simpelweg niet voldoende bedden. Er zal nog worden gepoogd wel dekens te laten komen.

Ik trek mij terug naar een wat stiller en donkerder deel van de hal. Twijfel, maar leg mij toch maar op de grond neer. Heb een reputatie dat ik altijd overal kan slapen, dus doe hier ook een poging. Mijn jas is te klein om me comfortabel in de nestelen en de vloer is koud. Ik zie een fotograaf een aantal pogingen doen mij in foetushouding vast te leggen.

02.30 uur Iemand roept met luide stem herhaaldelijk dekens en komt bij iedereen langs. Hij brengt geen dekens maar een  nieuwe Telegraaf. Buigt zich voorover naar mijn gezicht. Wil je er ook één, vraagt hij. Alleen als íe verwarmt is, zeg ik. Wat doe je dan ook hier meisje, zegt hij. Waar moet ik anders heen, antwoord ik. Bij mij komen liggen, zegt hij en loopt door als ik lach en mijn ogen sluit.

03.15 uur Ik open mijn ogen bij een aanzwellend gepraat. Zie mensen in de weer, maar ben te versuft en verkleumd om in actie te komen. Een nabijgelegen jongen biedt me aan een slaapzak voor me te halen. Een andere man komt al met een veldbed voor me aan. Ik nestel me. Het harde bed is een weldaad, evenals de dikke slaapzak. Eindelijk val ik in een slaap, ook al is die onrustig.

06.00 uur De omroeper laat met luide stem weten dat de treinen weer rijden en dat ontbijt voorhanden is. Geen handdoek en geen tandenborstel. Ik fris me wat op in de toiletten van de beurs, pak wat brood, sinaasappelsap en kranten en loop naar de tram. Zie de schade die de storm heeft aangericht.

7.30 uur Arriveer op mijn werk. Lees in mijn mails hoe de avond op het werk verder is verlopen. Maak me op om de schade hier te herstellen.

09.00 uur Collega's arriveren en we delen verhalen. Ik hoor dat ik nog op tv was, in het late nieuws, en mijn ogen doen pijn van vermoeidheid. Krijg te horen dat ik er nog verbazingwekkend wakker en krachtig uitzie. Ben best een beetje trots op mij.

15.00 uur Naar huis.



Vrijdag 19 januari

In de trein val ik al snel in een comateuze slaap.
Ergens onderweg doe ik mijn ogen open, zie een station, sta snel op en wil uitstappen maar zie dat we nog niet op mijn bestemming zijn.
Neem weer plaats, val opnieuw in slaap.
Word net op tijd weer wakker op mijn eindbestemming. Slof naar mijn fiets en rijd naar het café waar ik met Ex heb afgesproken. Moet me wel ergens overheen zetten, heb konstant het beeld van mijn bed op mijn netvlies, maar had deze afspraak met hem al staan en instorten kan altijd nog, en misschien wel goed om even live mijn verhaal te kunnen doen.
Ex vertelt me dat hij geen alcohol meer drinkt en wat daar de positieve en negatieve gevolgen van zijn. Heb grote bewondering voor zijn manier waarop hij dit aanpakt, net zoals hij in 1 keer is gestopt met roken en sindsdien geen shaggie meer gerookt heeft.
We eten iets eenvoudigs, ik haal nog wat boodschappen en kom dan eindelijk thuis. Knuffel Poes en geef haar extra veel eten. Pak mijn dekbed en nestel me op de bank. Val al snel in slaap. Word midden in de nacht wakker en verplaats me naar bed. Het bed is nog nooit zo weldadig beslapen.
Zaterdag 20 januari

Als ik wakker word, nee, als ik mijn ogen opendoe, blijkt er schaatsen te zijn. Ik val tussentijds wel in slaap maar krijg voldoende mee om te kunnen genieten. Nog een paar weken tot BHV en ik weer in Thialf zitten.
Ik verzamel moed om me aan te kleden, om boodschappen te gaan doen, op te ruimen.
Verheug me op de komst van een gratis en hele mooie bank waarvoor ik nog heel goedkoop vervoer voor probeer te regelen. Hoop dat mensen met busjes zich melden.
Vertel Poes hoe erg ik haar gemist heb.
Zie het al weer wat later donker worden.
Krijg diverse mails met de vraag waarom ik zo stil en afwezig blijf.
Zondag 21 januari

Ik houd de dia die ik van mijn vader heb gekregen tegen het licht.
Wil van deze dia een foto laten maken, en van alle dia's die er van mijn leven zijn is deze me het dierbaarst.
Het laat ons gezin zien in het bos, tijdens een vakantie. Ik ben 6, en mijn moeder heeft me nog niet het afgrijselijke kapsel gegeven wat ik een paar maanden later op de foto's heb.
We zitten aan een bospad, ik zit op een dikke boomstam links, mijn moeder, broer en zus rechts, op een bankje. Mijn vader maakt de foto. Ik vertel een verhaal en de 3 mensen tegenover mij zitten zeer geboeid te luisteren.
Dat.
Dat is het beeld.
Dat is het beeld en het grijpt me aan.
Blijft me aangijpen.
Is het het feit dat ik gezien word, gehoord?
Dat ik mensen weet te boeien, mijn familie weet te boeien.

Er is nog een foto.
Jaren later.
Ik studeer af, eindelijk echt, sluit mijn laatste studie af. Sta achter het spreekgestoelte en houd een speech als heb ik net een Oscar in ontvangst genomen. Er is een foto, vanaf mijn gezichtspunt, en ik zie een zaal vol lachende, genietende menen. Ik kijk soms naar die foto, ga de gezichten af, die vond mij leuk, die ook, en die ook. Op zoek naar de bevestiging en die ook vinden.

Kennelijk heb ik de bevestiging dat mijn ouders mij zien staan nog steeds nodig.
Nog steeds niet gevonden.
Niet gevoeld.
Maandag 22 januari

In mijn winkelmandje ligt een boodschappenlijstje.

Ik pak ze vaak, lees ze, krijg zo zelf ideeën, of een indruk van de opsteller van de lijst.
Hoewel ik erg van lijstjes ben, en op mijn to do lijstjes soms ook dingen zet die ik net gedaan heb zodat ik alvast iets door kan strepen, maak ik ze eigenlijk alleen maar voor mijn boodschappen als ik heel veel nodig heb, voor feestjes, etentjes met anderen.

Het lijstje wat ik nu vind is geschreven op een papiertje van een kladblok van een bedrijf. Alleen al een naam, een ondertitel geeft een boodschap, hoe vaag die soms ook is. Zoals nu: Regardz, Meeting Centers.
Op de voorkant van het briefje staan lijntjes, de achterkant is blanco.

Bovenaan staat:

afspraak maken (dinsdag middag)
voor ruby. bij Joris.

En vervolgens zijn beide regels doorgestreept.
Dan de boodschappen, letterlijk geciteerd:

sandwich spraid
2 appels. 2 peren
bananen
ham
kaas jong belegen
kipfilét
kruidenthee
pakjes limonade
1/2 wit brood
1 tomaat

Die tomaat, die ene, intrigeert me.


Dinsdag 23 januari

Als ik thuiskom zie ik meteen dat ik de brief die ik een tijd geleden van mijn woningbouwvereniging heb gekregen niet zorgvuldig genoeg gelezen heb.
Een schets van de situatie: als ik het halletje van mijn portiek via de achterdeur verlaat loop ik via een smal tegelpad tussen mijn tuin en die van mijn oude buurvrouw door naar mijn schuurtje. Achter de schuurtjes staan diverse afvalbakken slordig opgesteld en wat ook opvalt is dat iedereen daar op ludieke wijze een eigen achterschutting heeft gemaakt.
De woningbouwvereniging is dat een doorn in het oog, en ze hebben besloten dat daar een standaardafscheiding voor komt. Ik heb ze de afgelopen weken geplaatst ging worden, en ja, het zag er best netjes uit, van deugelijk materiaal. Aan de achterkant van mijn tuin komt niets, maar de reden daarvoor doet er niet toe voor dit verhaal.

Gisteravond kwam ik thuis en ik zag meteen dat ze ook een hoge schutting hebben gezet aan weerszijden van het smalle tegelpad, aan de zijkanten van de tuin. De schutting si zo hoog dat ik nooit meer kan zwaaien naar de buurvrouw. Ik krijg er een ontzettend Oost Duitsland gevoel bij, wil het liefst meteen een kettingzaag pakken, of er een dak opbouwen zodat ik echt een eigen tuintje heb.

Als ik privacy wil hebben ga ik wel binnen zitten.
Woensdag 24 januari

Het is 10 over 6, jawel, 10 over 6, in de ochtend als ik op mijn vrije dag de trein in stap.
2 Treinen en een busrit van 45 minuten en ik ben daar waar ik zijn moet.

Toen BHV en ik Middelburg waren kwamen we een bloedmooie vrouw tegen op wie ik makkelijk verliefd zou kunnen worden, met werkelijk prachtige dreads. We wisselden ervaringen uit, en ze zei me dat ik holle dreads had en dat ik ze hoognodig eens goed moest laten onderhouden en ze gaf me een adres en een waxmerk.

Het was even sparen en vandaag heel vroeg opstaan maar vandaag heb ik van half 9 tot 6 uur in een kapperstoel gelegen en zijn soms 2, soms 3 en soms 5 Brabantse mieden met me beziggeweest. Maarten, de baas, loopt er gezellig rond met zijn witte baard en warrig kapsel. Zijn zoon werkt er ook, ruimt op, knipt wat, drukt zich als er schoongemaakt moet worden.

De meiden roddelen over collega's, bespreken klanten, praten over hun plannen voor het weekend.

Eén van de meiden heeft een vriend die via het leger op missie is in Afghanistan, en volgende week terugkomt na een afwezigheid van een kleine 4 maanden.

Een ander heeft een vriendje die ziekelijk jaloers is en die eigenlijk niet wil dat ze uitgaat en dat ze mannelijke klanten knipt. De andere meiden moedigen haar aan het uit te maken, omdat ze maar 1 keer jong is en omdat zijn jaloezie alleen maar toe zal nemen.

Een derde knipt tussendoor een vermoedelijk autistische jongen van ongeveer 7 jaar. Hij vindt het maar niets, die tondeuse, en het knippen en dat gefriemel en als zijn moeder blijft vragen of het pijn doet kan hij niet anders dan dat beamen en al snel neemt hij de benen.        
Na een kwartier heeft zijn moeder hem weer naar binnen gepraat, hoewel overduidelijk niet van harte.
Met moeite maakt de kapster de klus af. Bij het weggaan krijgt ze op haar kop van de moeder, omdat haar zoontje allemaal rode striemen in zijn nek had en de tondeuse veel te hard had gehanteerd, terwijl wij allemaal gezien hebben hoe zoonlief zelf in zijn nek heeft lopen krabben.
Wij meiden nemen het voor elkaar op, we stick together en zijn mede-verontwaardigd.

Aan het eind van de werkdag zijn 63 dreads behandeld, dat wil zeggen, geknoopt en gehaakt. Volgende week ga ik terug voor de overige 21.

Heb vandaag weer enorm in de spiegel gekeken zonder mezelf te zien.                                        
Vrijdag 26 januari

Een bijzonder mooi mens, een prachtige krachtige vrouw is niet meer.

Soms hoef je iemand niet persoonlijk te hebben ontmoet om door die persoon geraakt te worden.
Ik zag haar in het Dorp, met anderen, zag haar levenslustig zijn, schoonheid waarderen, warm, grappig en intens in het leven staan. Gisteren is ze overleden, 41 jaar jong. Dacht dat ze een burn-out had, dat het tussen haar oren zat, maar het bleek een zeldzame ziekte waardoor ze dinsdag in coma raakte en waaraan ze gisteren stierf.
In het Dorp heerst verslagenheid en mijn eigen leven wordt opeens zo klein en relatief en zo bijzonder en groots tegelijk. Naast verdriet en een verbondenheid is er een hernieuwd besef van het nu en de behoefte om mensen nu te laten weten dat ze bijzonder zijn, voor mij.

Mijn bijna euforische gevoel van vanmorgen na een zeer goede ochtend slaat om in een staat van rust waarin hoofd en lichaam verbonden zijn.
Zaterdag 27 januari

Bij wat ik ook doe vandaag huilt mijn hart om degenen die zo moeten huilen.

Ik heb een bus gehuurd en BHV rijdt en heel stoer zo hoog op de weg rijden we naar mijn nieuwe bank die werkelijk prachtig is en gratis en de eigenaars, waarvan ik de vrouw sinds kort via mijn werk ken, zijn zo leuk.
De eerste paar minuten were terug in de bus met bank verzuchten BHV en ik alleen maar dat we ook zo'n stel willen zijn, ook zo'n leuke mooie man willen hebben, zo'n geweldig en leuk ingericht huis en desnoods die leuke kinderen erbij.

We gaan ook nog naar Ikea, waar ik ondanks een redelijk stevige bui toch weer schrik van het bedrag bij de kassa. Ik heb dozen gekocht, in diverse kleuren. Ik heb behoefte aan orde. Aan opruimen. Aan dingetjes sorteren in dozen en er dan opschrijven wat er in zit. In kastdeuren opendoen en tevreden zijn met wat ik zie.

Daar zit ik dan, op mijn mooie nieuwe bank genesteld, samen met Poes en dekbed, niet wetend waar te beginnen, de krant, de puzzel, de dozen, de fotoboeken.

In mij woedt een zorgdrang, een bekommeren om de mensen die me dierbaar zijn geworden.
En dat heeft ook enige weerslag op mezelf.
Zoals ooit iemand tegen me zei dat ik zo krachtig was toen ik voor iemand mocht en kon zorgen.
Zondag 28 januari

In het Dorp wordt veel over haar gesproken en gaat het leven tegelijkertijd vrolijk door.
Ik weet nog hoe ik op de begrafenis was van de naamgever van deze site, een prachtige Surinaamse jongen van 15 jaar, mijn eerste echte begrafenis en dan ook nog van een zo jong iemand. Ik was helemaal in de war van het reünie-gehalte van de bijeenkomst, van het zien van mensen die elkaar lachend op de schouders kloppen, de vrouwen in kleurrijke gewaden die luid weenden en het leven én de dood beklaagden.

Het ingewikkelde aan 'zorgen voor' vind ik dat het niet altijd belangeloos is of lijkt. Ik betrap mezelf erop dat ik bij de één probeer duidelijk te maken dat het zeker niet geven is om te krijgen, dat ik bij de ander het gevoel krijg niet genoeg te doen, nooit genoeg te kunnen doen en dat dat me terug doet krabbelen, doet aarzelen.

Ook merk ik dat ik enerzijds heel erg probeer me de situatie niet toe te eigenen, niet over mij te laten gaan, maar het overlijden van een mooi mens stemt me anderzijds wel heel erg tot nadenken over het leven. Mijn leven.
Vraag me af wat er over mij geschreven zou kunnen worden, wie er aan mijn graf zouden staan en wie niet. Denk aan alle remmingen die ik niet zou moeten voelen, de lessen die ik niet geleerd heb, de liefde die ik niet voor mezelf heb gevoeld.
Ik bedenk me dat het anders moet, zou moeten, maar dat tegelijkertijd de vage redenen voor het niet veranderen aan me trekken.

Ik lees en herlees het laatste gedicht wat Monique in de dorpskrant plaatste:

Bevrijd me van de val, spat me uiteen.
Laat me mijn beslag krijgen.
Verondersteld dat er te weinig
ruimte ingenomen wordt
(van de beschikbare)
doet zich het uitzicht vrezen.
Weidebloemen geven voorbeelden,
zonnebloem kiest, en ook voor gescharrel
is wel wat te zeggen. Verjaag de huismus,
verlos haar van de grond en van haar maaltijd.
Dan: "Spring!"
"Van de hoge?"
"Van de beschikbare."

Mark Boog - Bevrijding

Maandag 29 januari

Was afgelopen weekend mijn huis nog heel erg netjes, de dag erna is dat weer helemaal anders.
Bij Ikea zijn mooie dozen gekocht en die moeten gevuld worden met zooi uit mijn kast.
Ik neem me voor om dat plank voor plank te doen, overzichtelijk.
Ik doe alle spullen die met de computer te maken hebben in 1 doos, losse onderdelen, handleidingen, cd-roms.
Dan doos 2. Die wil ik vullen met dingen rond fotografie: negatieven, indexkaarten, fotomappen.
Maar die spullen liggen over verschillende kasten verdeeld, en al snel is mijn kamer gevuld met stapeltjes.
Dan blijkt ook dat als ik de dozen kwijt wil, er eerst archiefmappen naar een andere kast moeten die daarvoor eerst geleegd moet worden. Zo worden stapeltjes stapels en zit ik weer in de zooi.
Mijn nieuwe bank is een eilandje, ik hink stap sprong door mijn kamer, Poes stoot de zorgvuldig opgebouwde stapels om.
Ik probeer uit alle macht geen symboliek te zien met het echte leven.
Dinsdag 30 januari

Ik onderzoek mijn motieven om al dan niet naar de herdenkingsdienst van Monique te gaan morgen.

Ik heb haar persoonlijk niet heel goed gekend en wil er niet zijn als voyeur. Hoor mensen in het Dorp ook dat argument noemen voor het zelf niet gaan. Vraag me ook af of ik DD, die haar wel goed gekend heeft en zeker aanwezig gaat zijn, wel tot steun kan zijn en of het aanbieden daarvan niet eigenlijk stiekem een vraag is in plaats van een aanbod.

Maar mijn hart gaat naar haar uit, voelt een verwantschap, een bewondering.
In gedachten zie ik haar zitten aan de keukentafel bij Annie, waar het al aardig druk begint te worden met mooie mensen. Bedenk me dat ik haar eer wil bewijzen, voor het mooie mens dat ze geweest is, die inspirerende persoonlijkheid, die op en top vrouw.

Ik vind dat ik moet gaan, voel dat ik moet gaan, wil gaan.
Voor haar.
Voor mij.

Woensdag 31 januari

Het is druk in de bovenzaal van Felix Meritis. Zo'n 300 mensen zitten en staan, kijken naar de kist en haar foto, luisteren naar de sprekers, die warm en met humor en moed praten over de vrouw die ze was in hun leven.
Er is een indrukwekkend boekje gemaakt, met verhalen van vrienden, gedichten en foto's.
Ik zie een geknakte vader, verdrietige vrienden, voel hoe belangrijk zij voor velen is geweest en hoe gapend het gat is wat ze achterlaat.
Hoor hoe gezegd wordt: soms, heel soms loop je iemand tegen het lijf die hoe dan ook je leven totaal en onherroepelijk veranderd. Jij bent zo iemand.
Hoor dat je niet dood kunt gaan als je niet ook geleefd hebt.
Hoor dat het hoe dan ook altijd om liefde gaat.

Vanuit mijn ooghoek zie ik de dikke tranen van DD vallen op zijn meegebrachte lelies.

Bij het naar de kist lopen voor een persoonlijk afscheid zie ik een onverwachte bekende. Nou ja, onverwacht, ik had de zaal nog ingekeken, kon me hem hier wel voorstellen maar zag hem niet. Later pas. Zijn groet in warme hand en zoenen voelen welkom, lijfelijk kontakt tijdens koude momenten.

Vandaag ging niet over mij.
Toch ben ik vandaag heel dicht bij mezelf geweest en gebleven.

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy




























januari 2007