Zondag 1 januari

Precies een jaar geleden zat ik bij Goede Man aan de keukentafel, huilend om wie ik was en wie ik niet voor hem kon zijn. Wat ik voor niemand kan zijn, vooral niet voor mezelf.
Het heeft iets tegenstrijdigs, je hoort er niet bij, dat is duidelijk, dat is een feit, en toch stel je jezelf bloot aan situaties waarin je hoopt het tegendeel te bewijzen en aan de andere kant stel je alles in het werk om er ook daadwerkelijk niet bij te horen. Jaag je mensen weg, soms simpelweg door er te zijn, of juist door er niet te zijn en er steeds maar niet te blijven zijn. Zoek dus bewijs en tegendeel tegelijk, maar vind alleen het eerste.

Volgens mij is de etiquette dat je elkaar een weeklang nog een gelukkig nieuwjaar mag wensen. Ik zal mijn best doen de komende week zo min mogelijk kontakt te hebben, ik krijg het woord gelukkig mijn strot niet uit.


Maandag 2 januari

(...), we that don't know our feeling's shape,
but only that which forms it from the outside.

Rainer Maria Rilke
Dinsdag 3 januari

We shall not cease from exploration
and the end of all our exploring
will be to arrive where we started
and know the place for the first time

T.S Eliot

Je zelf leeg maken, door de oorsprong te verkennen en al het aangenomene en aangeleerde los te laten om er vervolgens zelf betekenis aan te geven. Betekenis aan het zelf en aan de nieuw te ontdekken wereld.
Woensdag 4 januari

Meer contact met mijn familie dan me lief is.
Ik ontwerp de kaart voor hun 50 jarig huwelijksfeest en mijn vader wil van alles weten en van alles doen en er vooral haast achter zetten.
Als we zo goed als klaar zijn, belt Grote Broer. Hij geeft nog wat aanwijzingen over het ontwerp, wil een afbeelding wat op verzoek van mijn vader op de achterkant van de kaart staat eraf hebben en zal dat ook adviseren aan mijn vader. Hij geeft aan al verschillende dingen geregeld en overdacht te hebben die eerder toch anders besproken waren, en wil heel graag een familiefoto. Hij had dat al eerder geopperd en Grote Zus en ik gruwden bij het idee van een keurige niet spontane foto. Grote Zus liet dat in duidelijke bewoordingen namens ons beiden weten.
Maar Grote Broer komt er nu toch op terug. Begint het te verdedigen, probeert het aantrekkelijk te maken door te zeggen dat het zeker geen statieportret hoeft te worden, maar gezellig ongedwongen. In een park of zo.
Hij gaat steeds meer op mijn vader lijken, en steeds slechter luisteren.
De voorbereiding voor het feest is nog maar net begonnen, maar kan niet snel genoeg voorbij zijn.
Donderdag 5 januari

Je kent het wel, die afspraakjes met jezelf: niet op de tegelranden stappen, dat brengt ongeluk, of als ik hem nu tegenkom dan betekent dat, dat hij mij ook leuk vindt. Of: als de klok een mooi rond getal aangeeft ga ik naar bed, of als er nu geen lekker nummer op de radio komt, ga ik weer aan het werk.

Ik zit op de fiets, op weg naar iets waarvan ik verwacht dat het een steen gaat zijn. Geen kiezelsteen, maar een hele, hele grote die bommetje zou veroorzaken in het rimpelloze water.
Ik spreek met mezelf af, dat als het meevalt, ik mijn leven zal (ver)beteren.

De steen blijkt een spons, of eigenlijk een doekje tijdens het bloeden.
Geen maandverband of tampon om het bloed op te vangen, eerder een pil om de ongesteldheid weg te nemen.

Belofte maakt schuld.
Vrijdag 6 januari

Belofte maakt schuld ja, en toen bleef het stil.
Dus jat ik de komende dagen maar weer woorden van anderen, aangezien ik stil ben gevallen en probeer de balans te vinden die goed voor mij is.
Het leven is werken, het leven is slapen, en daar zit momenteel niets tussenin.

Indien ik je dragen kon
over de diepe grachten
van je getob en je angsten heen,
dan droeg ik je, uren en dagenlang.

Indien ik de woorden kende
om antwoord te geven
op je duizend vragen over dit leven,
over jezelf, over liefhebben en gelukkig worden,
dan praatte ik met je, uren en dagenlang.

Indien ik vrede in je hart kon planten
door geduldig te wachten
en te hopen tot het zaad van de vrede
in je openbrak, dan wachtte ik, uren en dagenlang.

Indien ik kon horen wat omgaat in je hart
aan onmacht, ontevredenheid en onverwerkt verdriet
dan bleef ik naast je staan, uren en dagenlang.

(...)

Marcel Weemaes


Zaterdag 7 januari

Wees niet bang, je mag opnieuw beginnen
vastberaden of aarzelend op de tast
hou je aan de regels, volg je eigen zinnen
Laat die hand maar los of hou er juist een vast.

Wees niet bang voor al te grote dromen
Ga, als je het zeker weet en als je aarzelt, wacht
Hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen
Het mooiste overkomt je, het minste is bedacht.

Wees niet bang voor wat ze van je vinden
Wat weet je van een ander als je jezelf niet kent
Verlies je oorsprong niet door je te snel te binden
Het leven lijkt afwisselend maar zelfs de liefde went.

Wees niet bang, je bent een van de velen
En tegelijk is er maar een zoals jij.
Dat betekent dat je vaak zult moeten delen
En soms zal moet zeggen: laat me vrij.

Freek de Jonge
Zondag 8 januari

En daarom werd jij mij de liefste
Jij van: we zien wel wat het wordt
Jij van: we gaan 't vandaag proberen
En de tijd, die zal wel leren
Of we morgen samen zijn
Vanzelf zal het getij zich keren
Als dat zo zal moeten zijn

Nooit voor eeuwig of voor altijd
Ook nooit, nooit meer of het is voorbij
Jij, die de dingen nooit eens zei
Leerde me leven zonder vragen
Leerde me leven met de dagen
Was zo dicht bij me in die dagen
Dat er geen tijd voor vragen was

En daarom werd jij mij de liefste
Die mij geen zekerheden gaf
Omdat je beide handen vol had
Aan deze ene zeek're dag
Nooit voor eeuwig of voor altijd
Maar we zien wel wat het wordt
Met zo iemand is altijd
Of voor eeuwig toch te kort

Liselore Gerritsen
Maandag 9 januari

Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.

Bart Moeyaert
Dinsdag 10 januari

Angst wordt het vroegste wakker. Wekt dan
verstand en plannen voor de dag,
die dekken hem nog even toe. Waarom
kan kalmte niet eens eerder opstaan, of
het verheugen, waarom is angst zo onbeheerst
zo ijverig?
Juf juf ik was het eerst.
Ja hoor dat heeft de juf gemerkt. Ga nou maar
rustig naar je plaats en praat niet voor je beurt.
Vanmiddag, bij geschiedenis, mag je
alles vertellen wat je weet, wat vroeger is gebeurd.

Judith Herzberg
Woensdag 11 januari

Een vrouw beminnen is de dood ontkomen,
weggerukt worden uit dit aards bestaan,
als bliksems in elkanders zielen slaan,
te zamen liggen, luisteren en dromen,
meewiegen met de nachtelijke bomen,
elkander kussen en elkander slaan,
elkaar een oogwenk naar het leven staan,
ondergaan en verwonderd bovenkomen.

`Slaap je al?' vraag ik, maar zij antwoordt niet;
woordeloos liggen we aan elkaar te denken:
twee zielen tot de rand toe vol verdriet.
Ver weg de wereld, die ons niet kan krenken,
vlak bij de sterren, die betoovrend wenken.
't Is of ik dood ben en haar achterliet.

Ed. Hoornik


Donderdag 12 januari

Zondag was er zijn bliksembezoek en diner-uitnodiging voor dinsdag.
Maandag waren er de zenuwen, het bedenken of het geen droom was.
Dinsdag waren er mijn tranen, mijn treurige leven, mijn schokkende lichaam. Waren er zijn luisterend oor, zijn steunende schouder, zijn warme armen.
Woensdag was the day after, het leeg zijn, moe en koud en onzeker.
Terugdenkend aan wat ik heb verteld, en wat niet, aan wat ik niet had moeten zeggen en wat wel, aan welke traan ik niet had moeten laten.
Vandaag is er zijn kaartje.
Vrijdag 13 januari

Het is als constant tegen de volle wind in lopen. Niet meer die constante zenuwpijn, die komt wel terug als ik, zoals vandaag, tegen de grens aanzit. Het is nu meer de steeds zwaarder wordende vermoeidheid die me nekt. Vermoeidheid omdat het lichaam steeds spant en ik moeite moet doen om te óntspannen. Zoiets als: doe spontaan.
Het zitten lukt steeds slechter rechtop. En als ik ruim een half uur staand in de bittere kou op een trein moet wachten, knak ik, zak ik bijna letterlijk in elkaar.
Voor me liggen 2 dagen om bij te komen van 3 dagen werken.
Zaterdag 14 januari

BHV komt langs en zoals gewoonlijk drinken we liters thee.
We kijken schaatsen, waar we hopen te genieten van de mannen maar door falende computers wordt ons genot verstoord.
We kletsen, maken agenda's en maken plannen.
We gaan naar Parijs.
Over 5 weken.
In de sporen van Camille.
Zondag 15 januari

Grote Broer en Grote Zus komen langs met kratten vol fotoboeken en dia's, met moeite verkregen van mijn ouders. We bereiden een fotopresentatie voor die we zullen geven op het feest van mijn ouders. Ik vergaap me aan de foto's van mijn jonge verliefde vader en moeder. Zie aan de hoeveelheid foto's en de trotse blik hoe blij ze waren met hun eerste kind, mijn Grote Broer, en hoe bij mij, hun laatste, het nieuwtje er wel af was.
De zin die mijn moeder me met smalle lippen meegaf we hebben van je broer en zus geen last gehad, dus dat wensen we met jou ook niet te hebben staat in mijn hart gekerfd.

Als ik Grote Broer en Zus uitzwaai, sms ik Man zodat hij vanachter zijn raam nog net een glimp kan opvangen van de oorsprong van een aantal van mijn dinsdagtranen.
Maandag 16 januari

Ik probeer het haar te beschrijven.
Het gelukkiger leven staat naast me, ik zie het, ik kan er mijn hand naar uitsteken, maar kom er niet bij. Tussen mij en dat leven een dun doch stevig doorzichtig vlies en ik heb de kracht en de motivatie niet om er door heen te breken. Tussen mij en de wereld een wereld van verschil, een te hoge barricade.
Dinsdag 17 januari

Man komt langs en vult mijn huis.
Hij heeft duidelijk zin mij aan te raken en ik leg snel wat fotoboeken van mijn ouders op zijn schoot en kruip tegen de andere kant van de driezitsbank. Aan zijn lach zie ik dat hij me door heeft. Hij trekt mijn voeten naar zich toe, ontdoet ze van de zwarte sokken en raakt met zijn grote warme handen via alle reflexpunten op mijn voetzolen mijn hele lichaam aan. 
Woensdag 18 januari

De bedrijfsarts knikt veel uit herkenning en ik ben blij dat ze mijn verhaal ondersteunt. Dat ze snapt dat ik zo moe ben, dat vermoeidheid pijn kan doen, dat ik door mijn reserves heen ben.
Ik bedenk me dat dit al speelt vanaf in ieder geval begin december en dat het best logisch is dat ik daar chagrijnig en emotioneel van word. 
Donderdag 19 januari

De klanken van de Spaanse gitaar brengen tranen in mij boven.
Hij zit daar, op een versleten vissersklapstoeltje, bij de ingang van de supermarkt. Ik wil opgaan in zijn getokkel, de wereld om mij heen vergeten, maar dit wordt onmogelijk gemaakt door het geratel van passerende winkelwagens, kinderen die zeuren, fietstassen die worden gevuld en de klik van het slot waarin net een sleutel is gestoken.
Ik kan het niet opbrengen te bukken om geld in zijn bakje te doen. Ik hang mijn tas aan mijn stuur, krijg mijn been met moeite over mijn fietsframe op de andere trapper en fiets weg van de melancholische klanken.
Zaterdag 21 januari

De kroeg waar ik me thuis voel, waar ik te weinig kom.
Het gezelschap... de drempel die ik ervaar om er echt bij te zijn en bij te horen, om deel te nemen aan het gesprek, en een gezellig samenzijn.
De dansende lijven waarin ik soms een blokkade, een aarzeling herken, maar waar ik op grote afstand sta van hun vrijheid, hun bewegingen die voortkomen uit de muziek, uit hun innerlijk gevoel, hun innerlijk vertrouwen.
2 Verliefde geesten, elkaar (op)zoekend, plannen makend, er mogen zijn, voor een ander.
Het vliesje tussen mij en de wereld voelt stugger en strakker dan ooit.
Zondag 22 januari

Zojuist ontdekt dat het mooiste toneelstuk wat ik ooit zag verfilmd is en momenteel in enkele bioscopen draait of gaat draaien. Hieronder de recensie van Ronald Ockhuysen.

Gevangen in het eigen leven
Valse wals van Mark de Cloe

Toneel en film zijn in Nederland nauwelijks met elkaar verbonden. Filmmakers zijn zelden in het theater te vinden, en lopen daar graag mee te koop, terwijl toneelregisseurs slechts sporadisch een uitstap naar de film maken. Het is veelzeggend dat toneelstukken veel minder vaak tot scenario worden omgebouwd dan romans - ook al hebben Maria Goos en Gerben Hellinga bewezen hoe effectief beide disciplines in elkaar geschoven kunnen worden.
Valse wals, een samensmelting van het theaterdrieluik Valse Wals (1998), Bankstel (2000), en Zucht (2002) van muziektheatergezelschap Orkater - is een voorbeeld van een geslaagd pact tussen toneel en film. Regisseur Mark de Cloe heeft niet geprobeerd van het oorspronkelijke uitgangspunt een realistisch drama te maken. Integendeel. De Cloe benadrukt in Valse wals de kunstmatigheid van het toneel met filmische middelen. De acteurs Ria Marks en Titus Tiel Groenestege, die zonder woorden hun verhaal doen, bevinden zich voortdurend in een verhevigde werkelijkheid, waar alledaagse handelingen door herhaling of uitvergroting een grotesk karakter krijgen. De camera deint, de tijd gaat met zichzelf op de loop, waardoor personages soms binnenkomen terwijl ze nog niet weg zijn, verhevigde emoties vinden hun neerslag in versnelde beelden.
Valse wals toont in een uur het liefdesleven van een man en een vrouw. De film begint in een havencafé, waar de vrouw werkt als serveerster. In die landerige omgeving van natte jassen en drank ontmoet zij op een dag een stoere kerel. De aantrekkingskracht is wederzijds. Al snel danst het paar een hitsige wals.
Net als De Cloes vorige project Boy Meets Girls Stories gaat Valse wals over de liefde. Over hoe een ontmoeting tussen twee personen de perceptie kan kantelen, en alles in het teken kan komen te staan van die ander. Alleen gaat het nu niet om de zoete kant van verliefdheid. Valse wals gaat vooral over de teloorgang van de liefde, over hoe passie en vuur na verloop van tijd routine worden.
In het middengedeelte van de film zitten de man en de vrouw op een bank. Hij zapt en schreeuwt zo nu en dan een onverstaanbare kreet; zij doet vooral haar best wakker te blijven.
De lamlendigheid van deze relatie wordt gedemonstreerd op het moment dat de man zijn vrouw een flesje bier in de hand drukt. Zij schrikt verheugd wakker, doet net alsof ze ook gespannen naar de televisie zit te kijken, en neemt een slokje.
Helaas. Het pijpje is leeg. De aanreiking was niets minder dan een bevel: er moet zo snel mogelijk nieuw bier uit de keuken worden aangesleept.
Dit soort dwingende beelden maakt van deze geschiedenis een ontroerende ervaring. Dit zijn twee mensen, gevangen in hun eigen leven.
Die gevangenschap krijgt extra kracht doordat De Cloe de personages vastzet in slechts een handvol locaties: een huiskamer, een verkeersweg, een metrostation, en een strand vormen het decor van hun onmachtige poging de nooduitgang naar het volle leven te vinden. Aan het slot lopen ze met papieren zakken door een wereld die zij niet meer als de hunne herkennen. Het is allemaal door hun vingers geglipt.
Valse wals werpt een weinig rooskleurige blik op de liefde. Een lange relatie wordt teruggebracht tot een comedy of errors. Ongebruikelijk in de Nederlandse traditie van huis-, tuin- en keukenrealisme is de stijl, die wordt bepaald door de uitbundige mimiek en gestiek van Ria Marks en Titus Tiel Groenestege, de vindingrijke cameravoering van Mick van Rossum en Richard van Oosterhout, en vooral de melancholieke muziek van Rainer Hense.
Verfilmd toneel bestaat doorgaans uit een veredelde registratie. Valse wals bewijst dat het ook anders kan. Verfilmd toneel blijft verfilmd toneel. Maar wie het realisme durft los te laten, kan ook daarvan een boeiende, visueel interessante vertoning maken.

Valse wals werpt een weinig rooskleurige blik op de liefde. Een lange relatie wordt teruggebracht tot een comedy of errors. Ongebruikelijk in de Nederlandse traditie van huis-, tuin- en keukenrealisme is de stijl, die wordt bepaald door de uitbundige mimiek en gestiek van Ria Marks en Titus Tiel Groenestege, de vindingrijke cameravoering van Mick van Rossum en Richard van Oosterhout, en vooral de melancholieke muziek van Rainer Hense.
Verfilmd toneel bestaat doorgaans uit een veredelde registratie. Valse wals bewijst dat het ook anders kan. Verfilmd toneel blijft verfilmd toneel. Maar wie het realisme durft los te laten, kan ook daarvan een boeiende, visueel interessante vertoning maken.
Maandag 23 januari

2 Vrije dagen zijn niet genoeg om te herstellen van 3 dagen werk.
Als ik opsta, blijk ik nauwelijks te kunnen staan en ervaar ik opnieuw dat vermoeidheid echt pijn kan doen. Ik bel mijn werk af en word daarna pas om half 4 wakker. Om kort daarna weer te slapen en weer te slapen en...
Dinsdag 24 januari

Man komt onverwacht langs en ik ben zowaar wakker.
Misschien komt het doordat het etenstijd is en ik nog weinig heb gegeten, maar ik eet hem bijna op. Ga op zijn schoot zitten en druk me tegen hem aan, plagend, opzwepend, als een baby die woest zoekt naar de tepel, de toegang tot de o zo zoete moedermelk.
Dan gaat zijn telefoon. Ik maak ruimte op zijn schoot, zodat hij met een hand zijn broekzak in kan. Als hij de naam op de displey ziet staan schrikt hij en hij hoeft niets meer te zeggen, ik weet wie het is. Ik hoor hem zich verontschuldigen, zeggen dat hij er nu meteen aankomt.
Ik zie hem schakelen, met het verrotte geluid van een stugge versnellingsbak.
Hij staat op. Herhaalt wat hij haar ook al heeft gezegd. Dat hij meteen weg moet. Een afspraak vergeten was. Dat ze nu voor zijn deur staat.
Ik neem niet eens de moeite om op te staan en hem naar de deur te leiden.
Veilig vanachter de jaloezieën zie ik een paar portieken verder een mooie zelfstandige vrouw wachten. Zelfs van een afstandje zie ik haar verbazing over het feit dat hij er nu al is. Over waar hij vandaan kwam.
Woensdag 25 januari

2 Dagen en al meteen resultaat.
2 Dagen ga ik om half 2 van mijn werk naar huis. Als ik daar tegen 3 uur aankom, stort ik mezelf een paar uur in een diepe slaap met de gebruikelijke dromen, word rond etenstijd wakker, eet wat, en heb nog een paar uur om in actie te komen, voordat ik weer naar bed ga. Het beantwoorden van mails, het betalen van rekeningen.
Een paar uur winst en ik merk meteen dat ik er energie van krijg.
Zo makkelijk eigenlijk, het doorbreken van een patroon en het betaalt zich meteen uit.

Donderdag 26 januari

Ik kijk naar het achterhoofd van de vrouw die zit te bellen.
Met een harde stem waar een huilbui doorheen klinkt, doet ze haar verhaal terwijl de hele treincoupé meeluistert en zich verbaasd over haar openbare openheid. Langzaam ontvouwt zich een verhaal van een relatie die beëindigd wordt. Hij is kennelijk Engelstalig, want als ze zijn woorden weergeeft schakelt ze  over op die taal. Ze vertelt dat hij zegt van haar te houden maar dat hij haar gevoelens daarbij niet accepteert. Ze vertelt welke spullen nog daar staan, bij hem, wat onderbroeken, shampoo, een tandenborstel. Vertelt dat hij niet haar zeker meer zal bellen, zegt later dat hij waarschijnlijk thuis wel op haar antwoordapparaat zal staan, en weer later dat ze denkt dat er nu een sms-je van hem binnenkomt. Ze laat veel stiltes vallen, die hoorbaar worden opgevuld door degene aan de andere kant. Af en toe lijkt er een einde te komen aan het gesprek, vanwege een slechte verbinding. Tijdens het half uur durend gesprek neemt ze enkele malen afscheid van de ander, maar steeds weer kunnen ze elkaar weer horen en vervolgen het gesprek. Als het station in zicht komt, breekt ze het gesprek definitief af en begint ze een geanimeerd gesprek met de vrouw tegenover haar, alsof het gesprek van zojuist niet heeft plaatsgevonden.
Een half uur heb ik naar haar achterhoofd gekeken, me een beeld gevormd, met haar meegeleefd. Als ze zich omdraait om uit te stappen zie ik hoe ik me vergist heb.
Vrijdag 27 januari

Op donderdagavond vind ik een briefje in mijn bus van de pakketdienst, of ik wil bellen om een nieuwe afspraak te maken. Het is uitbreiding van mijn geheugen voor mijn laptop, en ik wil het NU. Ik zet er mijn wekker voor, en bel ze vrijdagochtend voor een afspraak. Het lukt niet meer om me vandaag op de ritlijst te krijgen, dus ik besluit het op te halen.
De straat staat niet op de plattegrond die ik van Utrecht heb. Een industrieterrein, op een nieuw deel. Ik zoek op internet de route op en prent deze in mijn geheugen.
Vanaf het centraal station neem ik een streekbus. Ik vraag de buschauffeur mij te waarschuwen bij de halte maar hij kent de halte niet. Ik ben vergeten te kijken welke halte voor de mijne komt. Gelukkig zijn er meer mensen die daar moeten zijn, dus als we stilstaan heb ik de tijd om de haltenaam te lezen en net op tijd uit te stappen.
Ik loop een kant op. Verklaar mezelf voor gek. Vind dat ik meer geduld had moeten hebben en ze had moeten vragen volgende week te komen, als ik een paar dagen vrij ben. Dan kom ik een bord tegen met een plattegrond. Een man probeert ook zijn weg te vinden. Ik help hem bij het zoeken van zijn straatnaam, hij is met de auto en misschien biedt hij wel aan me even naar mijn bestemming te brengen. Maar hij bedankt me voor zijn hulp en rijdt weg.
Ik vervolg lopend mijn weg. Weet inmiddels dat het de juiste weg is, maar ook een omweg.
Ik meld me bij de portier van het transportbedrijf en vind tussen alle vrachtwagens door een kantoortje. Ik heb ooit via een uitzendburo gewerkt bij een transportbedrijf en ik voel me daar weer even helemaal terug. Waar iedere vrouw door alle ogen, mannenogen, werd gevolgd en gekeurd. Waar de mannen de zeldzame vrouw bij het beklimmen van de trap voor lieten gaan, niet uit beleefdheid, maar om onder haar rokje te kunnen kijken.
Ik krijg mijn bestelling mee, een grote doos voor een klein envelopje.
Loop nu wel direct de snelste weg naar een bushalte. Zie de bus net voor mijn neus wegrijden. Ik neem plaats in het bushokje waar de ramen uit de sponning zijn getrapt.
Eenmaal thuis draai ik mijn laptop om, haal het geheugen eruit en probeer het nieuwe erin te krijgen. Het past niet. Het is breder dan degene die ik er in had zitten, en wil er niet naast elkaar in. Ik duw wat en prop wat en na meerdere pogingen krijg ik ze er toch in en ik zet de computer weer aan. Die reageert niet.
Ex belt en nodigt me uit te komen eten. Ik neem de laptop mee.
Hij komt er achter dat ik het verkeerde geheugen heb gekregen, voor een ander type laptop. Weet met veel moeite en voorzichtigheid het nieuwe geheugen te verwijderen, zet het oude er weer in en de laptop start weer.
Aangezien daar honderden foto's opstaan die zondag voor het feest voor mijn ouders in een presentatie moeten worden gezet, ben ik daar best een beetje blij om.
Zaterdag 28 januari

Vandaag slaap ik uit, moe van alle belevenissen van de dag ervoor.
Vandaag sta ik even stil, nadat ik gisteravond Goede Man in het Dorp tegenkwam en ik me in eerste instantie omdraaide en toen weer op mijn schreden terugkeerde en hem vroeg hoe het ging en zijn vragen uit de weg ging.
Vandaag buk ik, om geld te leggen op de gitaarhoes van de man die Spaans gitaar speelt bij de ingang van de supermarkt.
Zondag 29 januari

Grote Zus en ik lijken op elkaar. We zetten ons tegen dezelfde dingen af. Zijn verontwaardigd om hetzelfde onrecht, proberen ons los te weken van dezelfde normen en waarden.
Grote Broer is netjes en verstandig en zijn vrouw nog veel erger. Grote Broer wil graag alles regelen, alles onder controle hebben. Wil vastleggen waar onze ouders zitten op hun feest, wil dat de mensen per tafel uitgenodigd worden hun borden vol te scheppen bij het koud buffet. Wil van alles wat we doen persé een kopie hebben op zijn eigen computer.
Grote Broer en zijn vrouw hebben bedacht dat het leuk is om een foto te maken van het hele gezin, die we dan in een lijst aan kunnen bieden aan onze ouders die hem vervolgens aan de muur kunnen/moeten hangen. Het plan was eerst om daarvoor naar een park te gaan, en dat een vriend van Grote Broer deze foto van ons zou maken. Een vriend die het niet zo goed kan vinden met onze ouders. Maar Grote Zus en ik lagen dwars, wilden niet poseren. Vervolgens werd het onderwerp te rusten gelegd.
Vandaag komen we weer bij elkaar om de voortgang te bespreken. Grote Zus en ik zeggen in de auto nog dat we niets meer hebben gehoord over de foto en dat we daaraan mooi ontsnapt zijn. Maar na de boterkoek en het kopje koffie komt dan toch de foto weer ter tafel. Grote Zus en ik doen er het zwijgen toe, met een benauwd gevoel. En om dat gevoel te versterken vertelt de vrouw van Grote Broer dat het vriendje van ons nichtje gevraagd had of hij een pak aan moest en zij had gezegd dit wel erg te kunnen waarderen. Grote Zus en ik beginnen een pleidooi voor een leven zonder stropdas, halen prins Claus uit de kast, maar ik heb er weinig vertrouwen in dat het gaat helpen.
Op de terugweg schudden Grote Zus en ik hun wereld luidruchtig van ons af.
Maandag 30 januari

Ze zegt dat er onderzoek gedaan is naar de rol van broers en zussen, van oudsten en jongsten en alles daar tussenin.
We komen er achter dat mijn moeder net als ik een oudere broer en zus heeft, en dat zij ook de jongste is. Ik neem me voor mijn moeder te vragen hoe dat voor haar was, of zij ook nog zo rebels was, en alles moest bevechten.
Dat onderzoek zegt ook dat de oudsten meestal het dichtst bij huis blijven. Letterlijk en figuurlijk.
Ik moet lachen.
In mijn geval woont Grote Broer, die zich nooit zo heeft afgezet en zich het meest het geconfirmeerd aan hoe het hoort en zou moeten zijn, in dezelfde woonplaats woont als mijn ouders en ook een keurig gezin heeft gesticht en een caravan heeft gekocht en bij hetzelfde bedrijf werkt als waar mijn vader en zíjn vader werkte. Grote Zus woont wat oostelijker en ik nog verder weg. Grote Zus stond vroeger ook altijd al in het midden, bemiddelde tussen vader en moeder, was redelijk stabiel en hield het midden tussen het leven léven en het kiezen van een eigen weg.
Ik heb de meeste afstand nodig gehad om los te komen, om een eigen mens te worden.
Dinsdag 31 januari

Het is koud in huis.
Als ik thuiskom trek ik meteen mijn schoenen uit, mijn superdikke warme sokken aan en mijn dekbed drapeer ik op de bank en mij eronder, na de verwarming hoger te hebben gezet.
Maar het wil maar niet warm worden. Ik voel aan de verwarming of ik mijn rekening wel betaald heb, maar die is heet, dus daar kan het niet aan liggen. Ik probeer Poes zover te krijgen op mijn schoot te komen liggen, wat lukt, maar ik krijg het er niet warmer van.
Ik schuif de houten jaloezieën wat opzij om te voelen of het raam soms openstaat. Dan zie ik de oorzaak van de kou. Op mijn raam diverse krassen, letters voor zover ik het kan zien in het halfdonker en na de laatste kras staat  een uitroepteken en de punt is een gat in mijn raam.
Met mijn vingers ga ik langs de krassen om zo de letters te vormen.

Ik bel Man.

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy





























januari 2006