Vrijdag 6 februari
"Ja, ik ga gewoon morgen naar haar toe en zeg dat ik een gesprek wil.
Ja, ik hoop dat ze erin trapt, dat ze denkt, ja, maar ze is wel naar míj toe gekomen.
Ik mag gewoon niet weg, ik bedoel, ik wil jullie niet missen en ja, ik hoor daar gewoon.
Ja, nou, als ze Elly houden, die komt bijna nooit naar al die uitjes, nee, die komt bijna nooit.
Ja, ik weet ook wel dat er kredietcrisis is en dat er mensen weg moeten, maar doe dan Elly weg, toch?
Ik heb het geld te hard nodig."
Voor me in de trein zit een meisje te doen alsof ze een belangrijke vrouw is. Draagt een zwarte bontjas, veel make-up, en hoort zichzelf graag praten en lachen, zo hard mogelijk.
"Ja, weet je, die jongen is best een player. Ja, het is niet voor niets dat hij zich zo tegen jou gedraagt. Ja, ik zeg het je eerlijk, hij is nogal een player. Ja verder niets hoor, maar je moet het wel weten."
Je voelt de ergernis in de coupé toenemen.
Ik probeer de migraine die vanmorgen al opkwam bij het openen van mijn ogen te beteugelen.
"Oh, wacht even, ik denk dat ik moet stoppen, ik zit helemaal door de trein te gillen, ja heel hard. Ja, dat doe ik altijd, kan ik niets aan doen.
Ja, pas is een vrouw zelfs voor me weggelopen. Ja, nou ja, dat heb ik dan liever. Ja, als je er dan last van hebt, dan ga je toch weg. Gewoon chill. Beter dan me een beetje arrogant zitten aankijken."
Ik wil slaan, ik wil naar bed, ik wil huilen.