MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy

februari 2009
Zondag 1 februari

Leer de weg kennen in het alleen-zijn.
Maak er een plattegrond van.
Ga er voor één keer helemaal in op.
Welkom in het leven van de mens.

Maar gebruik nooit het lichaam of de gevoelens van een ander als krabpaal voor je eigen onvervulde verlangens.

Liz Gilbert

Vrijdag 6 februari

"Ja, ik ga gewoon morgen naar haar toe en zeg dat ik een gesprek wil.
Ja, ik hoop dat ze erin trapt, dat ze denkt, ja, maar ze is wel naar míj toe gekomen.
Ik mag gewoon niet weg, ik bedoel, ik wil jullie niet missen en ja, ik hoor daar gewoon.
Ja, nou, als ze Elly houden, die komt bijna nooit naar al die uitjes, nee, die komt bijna nooit.
Ja, ik weet ook wel dat er kredietcrisis is en dat er mensen weg moeten, maar doe dan Elly weg, toch?
Ik heb het geld te hard nodig."

Voor me in de trein zit een meisje te doen alsof ze een belangrijke vrouw is. Draagt een zwarte bontjas, veel make-up, en hoort zichzelf graag praten en lachen, zo hard mogelijk.

"Ja, weet je, die jongen is best een player. Ja, het is niet voor niets dat hij zich zo tegen jou gedraagt. Ja, ik zeg het je eerlijk, hij is nogal een player. Ja verder niets hoor, maar je moet het wel weten."

Je voelt de ergernis in de coupé toenemen.
Ik probeer de migraine die vanmorgen al opkwam bij het openen van mijn ogen te beteugelen.

"Oh, wacht even, ik denk dat ik moet stoppen, ik zit helemaal door de trein te gillen, ja heel hard. Ja, dat doe ik altijd, kan ik niets aan doen.
Ja, pas is een vrouw zelfs voor me weggelopen. Ja, nou ja, dat heb ik dan liever. Ja, als je er dan last van hebt, dan ga je toch weg. Gewoon chill. Beter dan me een beetje arrogant zitten aankijken."

Ik wil slaan, ik wil naar bed, ik wil huilen.


Zaterdag 7 februari

Hoe bijzonder toch, zoals het lichaam aan alle kanten aangeeft dat het even teveel is.
Een fase waarin het woord nee hoogtij viert.

Het gaat er niet meer om wie ik wat kan verwijten.
Of waarom mijn leven is zoals het is.
Het gaat er om dat ik mezelf afrem.
Dat ik mijn eigen geluk in de weg sta.
Dat ik eigenlijk niet beter wil worden.

Ik weet niet waarom.
Ik weet ook niet of ik daar ooit achter ga komen.
Of dat het essentieel is dat ik daar achter kom.

Voorbeelden genoeg.
Aanleidingen, oorzaken, tekenen.

15 Jaar. Roepen dat ik jarig ben om door een bepaalde jongen gezoend te worden.
12 Jaar. Een blauw oog tekenen om gezien te worden.
8 Jaar. Een paar postzegels stelen uit de verzameling van mijn broer om gestraft te worden. Opgemerkt te worden.

Is de overtuiging zo sterk, dat ik niet beter verdien?
Ik kan het soms voelen, zo dichtbij, het geluk, het beter weten, het beter voelen, maar het glipt door mijn vingers.

Dit weekend kan ik me verschuilen achter hectische weken.
Zijn mijn darmen van slag, verandert mijn gezicht van vorm als er weer een scherpe pijnscheut door het hoofd trekt.
En zo kan ik me nog een leven lang blijven verschuilen achter onbeantwoorde vragen.

Zou toch jammer zijn.

Zondag 15 februari

Ik lig op de bank, nauwelijks ontwaakt uit een eerste diepe slaap. Wissel wat sms-jes uit, zeg dat ik mij naar bed ga verplaatsen. Trek een lekkere joggingbroek aan en een wijd, niet flatteus shirt, ga nog even op de bank zitten en val opnieuw in slaap.

Ik droom dat ik bij het station loop. Ik zie dat een man een bouwkeet in brand zet en wegvlucht. Ik ren naar binnen, waarschuw de spoorwegpolitie en ga op weg naar het juiste spoor. Dit station heeft veel sporen, heel veel sporen, het is een erg onduidelijk station met weinig verhelderende bordjes.
En opeens bevind ik mij achter het station, een stukje groen, wandelpaden. Ik loop een stukje verderop tot ik snap dat ik hier mijn spoor niet ga vinden. 3 Jongens komen me tegemoet. Ik hoor ze opgewonden praten, opscheppen en ik begrijp dat zij met de brand te maken hebben.
Ik draai me om, begin zo onopvallend mogelijk steeds sneller richting station terug te lopen.

Even later 1 man, 1 hand, 1 pik, 1 verkrachting.
Het beeld van hierna is vooral een beeld van tranen, ik zie mezelf niet met anderen praten.

Wakker worden en ervaren hoe mijn hart in mijn keel klopt. Het is inmiddels half 3. De door wind gedreven boomtakken ogen als gevaarlijke contouren, het kost me minstens een half uur om van mijn plek af te durven komen en mij naar bed te kunnen verplaatsen.

Uit de slaap erna komt 1 beeld voort. Ik in een gezelschap, sowieso al niet mijn favoriete bezigheid. Ik houd mijn ogen gericht op een jongen, een jongen met wie iets speelt, iets speelde, een jongen op wie ik mijn hoop gevestigd heb. Ik zie hem de hele verdere droom zoenen, met een ander. Ik kan er mijn ogen niet van af houden, ik kan niet ophouden met mezelf te pijnigen.

Valentijn heeft me enorm geïnspireerd.


Maandag 16 februari

"Schat, zie je dat, dit is een stiltetrein."
"Een stiltetrein?" schreeuwt de man.
"Een stiltetrein?" roepen zijn kinderen.
"Ja," zegt de moeder, "hier moeten we stil zijn."
"Waarom moeten we hier stil zijn, pap?"
"Omdat het hier staat, kijk maar op het raam, silence", zegt pap met harde stem.
"Maar waarom dan?"
"Nou, omdat sommige mensen graag rustig willen lezen."
"Zoals die mevrouw daar?"
Ik word even snel ingeschat.
"Nou, die mevrouw vindt ons niet erg denk ik."
Ik glimlach maar niet van harte.
Mijn rust werkt kennelijk toch aanstekelijk, ze praten niet tot zachtjes.

Er komen meer mensen binnen.
Die zijn niet rustig.
Een jongen die met harde stem gaat bellen.
"Dit is een stiltetrein", zegt de zoon.
Het telefoongesprek wordt afgebroken.
Tegenover mij komen 2 oude mensen zitten. Van die gelukkige oude mensen. Die keuvelen. Zij legt haar been nadrukkelijk tegen het zijne.
Oude gelukkige mensen die jonge wijde kleurrijke kleren dragen. Die hele gezonde thee hebben meegenomen in een thermoskan, de geur van sterremix is bijzonder penetrant. Die zeggen: "wat een leuke kinderen heeft u", tegen de ouders. De moeder bedankt. De vader denkt terug aan de nacht der verwekkingen, hoe hij het zaadje zo richtte dat het deze leuke kinderen heeft voortgebracht.
Tegen mijn ouders is dit waarschijnlijk nooit gezegd. En als wel, dan hadden ze het ontkracht, gerelativeerd.

In mijn tas een fles prosecco. Bedankje van de bovenbuurvrouw van het werk, voor het weghalen van een dode muis.


Dinsdag 17 februari








Brits treinstation krijgt zoenverbod door vertragingen
maandag 16 februari 2009 14:30

Reizigers die elkaar vaarwel willen zeggen, mogen dat in het Britse Warrington niet meer doen door elkaar te kussen. Managers hebben een bord opgehangen waarop een rode streep door een zoenend stel staat.
Romantisch afscheid nemen is er in Warrington niet meer bij. Wanneer de reizigers elkaar willen zoenen moeten ze daarvoor naar een speciale plek.
Het uitvoerig afscheid nemen is hinderlijk voor forenzen, schrijft de Britse krant The Daily Mail. De reizigers willen snel naar hun trein kunnen rennen en wensen daarbij niet om zoenende stellen te hoeven slalommen.

Nuttig
De reizigers hebben lacherig gereageerd op het zoenverbod. Sommigen stellen dat het spoorwegbedrijf het geld beter aan zinnige zaken kan besteden.
In de jaren vijftig waren op Amerikaanse stations ook kusverboden van kracht. Daar kwamen vrouwen hun werkende mannen uitzwaaien. Ook dat werd verboden nadat forenzen erover hadden geklaagd.




Donderdag 26 februari

Zaterdag na het werk direct met de nachttrein naar Zwitserland, studiereisje met al mijn collega's.
Leuk om ze weer eens bij elkaar te zien, leuk om ze eens in een andere setting te zien.
Verrassende observaties en een zeer goed idee voor een boek.
Maandagochtend vroeg weer terug en direct door naar het werk. De eerste klanten staan al voor de deur te wachten.
Het blijft druk die dag, en ik probeer de anderen er doorheen te slepen.
Val zelf bij thuiskomst op de bank in slaap.

Dinsdag is het echt ontzettend druk, het is alsof de klanten ruiken dat we op die dag maar met 2 mensen zitten. Om half 10 staat de eerste Transsiberiëklant al voor de deur en ook de rest van de dag rondreizen, transsib's en ingewikkelde Ruslandboekingen. Als de deur dicht is zit mijn werk er niet op. Pas om kwart over 9 sluit de deur zich achter mij, ik ben kapot.

Woensdag komt de migraine al vroeg opzetten.
En als mijn bazin aan het einde van het gesprek waarin we een oplossing zoeken voor de dinsdagen vraagt hoe het met mij gaat, breek ik.
Mijn tranen spoelen de hoofdpijn niet weg.
Donderdag.
Na wat meer uur slaap is de hoofdpijn tot hanteerbaar gereduceerd.
Ik stap in de trein, vind een plek. Kijk in de ogen van de man tegenover me, een bank voor me tussen ons in.
Wij zijn ongeveer de enigen in onze coupé die wakker weten te blijven.
Hij gaapt een enkele keer. Zijn mond lijkt dan op een snaveltje dat geopend is om de wormen aan te nemen die zijn moeder hem voorhoudt.
Hij heeft een warme grijze trui, ik zou er mijn handen onder willen stoppen.
Hij lijkt een heel klein beetje op Paul de Munnik. Zijn haar donkerder en met een middenscheiding, korter. Een smaller gelaat en prachtige bruine ogen. Maar dezelfde zweem van vriendelijkheid, van toegankelijkheid over zijn gezicht.
Onze blikken kruisen elkaar. Ik lever een gevecht om mijn ogen niet af te wenden. Hij sluit even zijn ogen, om me dan weer aan te kijken. Een hele langzame oogopslag. Zo'n oogopslag die je ook hebt als je net hele lekkere seks hebt gehad.
Daarna kijken we veilig toch maar weer een andere kant op. We lachen naar elkaar via de dingen om ons heen. Een medereiziger met een rare beltoon. Een medereizigster die door de conducteur bijna op een fout wordt betrapt. Niet grappig maar we lachen er beiden om en controleren heel snel de glimlach van de ander.
Ik neem de feiten waar.
Als hij met zijn handen even over zijn gezicht wrijft zie ik geen trouwring.
Hij toont de conducteur een los kaartje, geen abonnement. Dus niet een dagelijks traject.
Hij leest geen krant, dus geen mogelijkheid via dat medium kontakt te zoeken.

Pas als hij is waar hij zijn moet lachen we openlijk naar elkaar. Een lach met spijt.
Gevolgd door nog een lach, met nog meer spijt.
Er springt iets in mijn buik.
Mijn mondhoeken blijven nog lange tijd gekruld.

Zaterdag 28 februari

Op weg naar Parijs, 1e klas Thalys.
Ik weet eigenlijk niet wat ik daar ga doen, en dat voelt niet goed.
Ooit geboekt in december vanwege een hele aantrekkelijke korting en nu op weg zonder echt te weten waar naar toe.
Misschien wat plekken van Camille bezoeken, een begraafplaats, de trappen van de Sacre Coeur.
Maar terwijl ik met een rugzakje en een fototas naar het station loop blijf ik het klaaglijk miauwen van de kat horen en voel haar verwijtende nagels nog in mijn arm. Dat doet ze sinds mijn reis rond oudjaar, iedere ochtend als ik het bed verlaat en zij nog lekker op mijn schouder lag, haar kont in mijn gezicht.

Net als Willeke Alberti op mijn mp3 speler met Telkens weer begint, komt Thomas me tegemoet. Hij loopt snel nog even naar de kiosk om koffie te halen. Hij ziet me niet. Wil me niet zien. Als hij iets later langs de trein loopt, merkt hij me overduidelijk wel op, maar in een zelfde treinstel zitten durft hij niet meer. Wil hij niet meer.

Pas als het ontbijt wordt geserveerd krijg ik enig gevoel van dat het leuk is om een paar dagen vrij te zijn en naar een andere stad te gaan.
Een vrouw in een roze pyama zit in de vensterbank in haar keuken te roken en te kijken naar de voorbijrijdende treinen. Op de perrons kijken de mensen afkeurend/afgunstig. Ik probeer de site van Het Dorp op te komen, maar deze wordt geblokkeerd vanwege het volwassen sexgerichte thema. Ik druk het bestek achterover zodat ik deze dagen niet altijd afhankelijk ben van kant en klaargedoe. Neem een wijntje bij mijn snack om 11.30 uur.

Ik denk aan iemand. Iemand die ik ooit Lief noemde, en die zijn hart verloren had aan de stad waar ik nu naar toe op weg ben.
Hij zou geweten hebben wat te doen in die stad, en ik zou hem zijn gevolgd.