Donderdag 1 februari

Na een zit van 4,5 uur weet ik wat ze allemaal aan zullen trekken met carnaval, waar ze hun auto wel en niet mogen parkeren, en wat ze in hun uitzet hebben. Ik ben weer bijgepraat over alle mogelijke soaps, over de vunzige gedichten die ze voor elkaar hebben geschreven voor de Sinterklaasavond die ze gisteren hebben gevierd met elkaar en de paaldansavond die ze organiseren voor de vrijgezellenavond van een collega, de collega die uit haar neus eet en aan haar flamoes krapt.

Mijn dreads zijn eindelijk af.
Ben weer wat dichter bij mijn identiteit.
Vrijdag 2 februari

Op straat loopt een meisje, ik loop achter haar, maar net schuin genoeg om soms ook een glimp van haar voorkant op te vangen.
Ook haar achterkant laat zich lezen. Een stevige meid, te stevig volgens de geldende norm, niet vastgeregen Dr Martins, 2 panties waarvan de bovenste met grote gaten, een rood kort rokje met zwarte grote stippen, een leren jack. Lange sluike zwartgeverfde haren, een bleek gezicht, een boze trek.
Ik kijk de mensen die haar tegemoet komen, die haar nakijken, haar openlijk uitlachen, strak aan.

Herken iets in haar pijn, haar boos zijn op de wereld, haar stoere houding om het verdriet te maskeren.
Herken het als iets van vroeger.

Ik ben er vandaag op uit om mezelf een beetje te verwennen.
Om deze vrije dag niet te zien als de dag voordat ik weer moet werken dit weekend, maar als een lekkere vrije dag op zich. Ik probeer dicht bij mezelf te blijven. Koop wat kleding, make-up, bloemen. Houd me in bij het kopen van dingen voor projectjes waar ik nu even niet mee bezig ben.

Ik koester de sms-jes van BHV, de stem van Jonge Ziel die me na lange tijd weer eens belt, de mail van Goede Man, die ik de afgelopen dagen nodig heb gehad.


Zaterdag 3 februari

Via de OR heb ik een geweldig boek aangeschaft. Werkelijk ge-wel-dig.
Het heet Ja-maar wat als alles lukt? en is geschreven door Berthold Gunster. Ik heb Berthold een keer ontmoet, een aangename man. Hij geeft trainingen en workshops over cultuur, communicatie en leiderschap bij grote bedrijven als Albert Heijn, ABN Amro en Shell en is grondlegger van de Ja-maar© filosofie.

Op de achterflap:
Hoe komt het dat we zo vaak niet doen wat we eigenlijk zouden willen doen? Waar komt toch die innerlijke stem vandaan, die ons weerhoudt ten volle te leven?

Ja, maar ...dat kan ik niet ...daar ben ik te oud voor ...zo ben ik nu eenmaal ...wat kost dat wel niet ...niet nu

Ja-maar als levenshouding is op zijn zachtst gezegd niet erg vrichtbaar. Het maakt ons voorzichtig, sceptisch en argwanend. Nadenken over het leven is tenslotte iets anders dan er aan deelnemen. Als we niet oppassen, wikken en wegen we net zolang tot elke kans voorbij is en worden we buitenstaander van ons eigen leven.

Er is ook een andere levenshouding: Ja-en. In de wereld van Ja-en zijn er geen grenzen. Alles is mogelijk.

En een paar stukjes uit het eerste hoofdstuk:
De afgelopen 10 jaar is mij langzamerhand duidelijk geworden dat ja-maar onze Nederlandse kernkwaliteit is. We zijn zo goed geworden in het polderen, draagvlak creëren, compromissen sluiten, alle meningen horen, iedereen binnenboord houden, niemand tegen de borst stoten, doorpraten tot we eruit zijn, dat we niet in de gaten hebben dat het onze nationale valkuil is geworden. Het is een mooie eigenschap. We zijn in staat tot een prima dialoog. We kunnen heel goed de lieve vrede bewaren. (...)

Het verschil tussen ja-en en ja-maar-gedrag is in principe heel eenvoudig, Ja-en gedrag is een restaurant binnenkomen en vooral waarnemen wat er is: de bediening, de inrichting, je bent met een gezelschap mensen die je waardeert, er is een kok die voor je gaat koken, kortom, als je kijkt met een ja-en-blik dan neem je waar wat er is. (...) Je zegt ja tegen de wereld waarin je je op dat moment bevindt. Kijken met een ja-en-blik leidt tot verrassing: je ziet dingen die je niet had verwacht, maar die er wel zijn.

Als je met een ja-maar-blik naar hetzelfde restaurant kijkt, zie je andere dingen. Je ziet vooral de dingen zoals ze hadden moeten zijn: het uitzicht is niet in orde, de bediening duurt te lang, de kaart is niet goed, het is rumoerig. Kortom, je ziet vooral wat er niet is.
Als je met een ja-maar-blik kijkt, dan kijk je niet, maar dan vergelijk je wat je ziet met hoe het had moeten zijn.

Dit boek gaat een sleutel zijn.
Ik laat me graag verrassen wat ik ga zien als ik de deur voor mij open.
Zondag 4 februari

Als ik 's ochtends om 7 uur naar het station fiets fluiten de vogels. Ze denken dat het al lente is en ik laat me graag bedotten. Koop narcissen om méé te spelen. Ruim op, alsof het al voorjaar is.
Het doelwit van mijn kriebels is weliswaar niet beschikbaar, het makkelijk ontluikende verlangen trekt zich daar niets van aan.
Dinsdag 6 februari

Ik ga naar Cecilia, een muziektheatervoorstelling van Orkater, met Ria Merks, Titus Tiel Groenestege, Nynke Laverman en Oleg Fateev.

Op hun website: Een aan zijn stoel gekluisterde man en zijn zorgzame vrouw, als voor eeuwig veroordeeld tot elkaar, vragen zich wanhopig af waar hun liefde is gebleven. Uit heimwee naar wat was en om zich uit hun verstikkende twee-eenheid te bevrijden wordt een meisje voor halve dagen verzonnen. Maar al snel beheerst zij hun gesprekken dag en nacht. Wanneer een mooi jong meisje op een avond daadwerkelijk door een achteloos opengelaten deur naar binnen glipt, verschuift de logica van tijd en ruimte.

Ria Marks is voor mij de koningin van het subtiele theater. Met een enkele opgetrokken wenkbrauw of een eenmalig schudden met het hoofd wordt een heel leven, een hele relatie, neergezet.
'Wanneer hield onze kus op een kus te zijn'.
Een man en een vrouw.
De constatering dat de liefde is weggeëbt. Dat het meer een formaliteit is, een vorm, een afspraak om bij elkaar bij elkaar te blijven. Zij die hem zijn vreemdgaan verwijt, hij die zegt toch altijd bij haar te zijn gebleven.
'Maar waarom zeg je mijn naam niet meer'.

Op de weg terug in de tram een overduidelijk zeer verliefd stel. De intense blik, de met beloftes gevulde glimlach, de lippen van de één dicht om de lippen van de ander sluiten, telkens weer opnieuw.

Thuis meldt Goede Man zich. Er hangt spanning in de lucht. Maar als die nog maar nauwelijks is uitgesproken val ik in slaap op de bank. Een slaap vol seks, omdat ik de liefde, zijn liefde, niet krijgen kan.
Maandag 5 februari

Tel denken aan kriebels, verlangen en ontluiken bij elkaar op en je krijgt een droom over Goede Man.

Dag en nacht vloeien in elkaar over zoals en zodra onze lichamen elkaar raken, samensmelten.
Lente wordt zomer, een briesje wordt broeierig, ochtendmist wordt liefdesstoom.
Zijn vingertoppen warm, nee heet, ieder stukje, ja werkelijk ieder stukje van mijn lichaam beroerend.
Zijn opgezwollen lippen die mijn huid tot leven brengen, zijn tong die bevochtigd, zijn adem die mijn haartjes overeind doen staan.
Zijn been rust zwaar op het mijne, ik kan het hebben, ik kan hem hebben, helemaal. Ga met mijn nagel langs zijn ruggengraat, mijn vingers door zijn haar, mijn handen over zijn gezicht.
Ik draai hem om, klim op hem, in hem, verorber hem met mijn ogen.

Poes heeft haar grote verbaasde ogen op me gericht als ik wakker word.
Woensdag 7 februari

Ik lees verder in het boek over Ja-maar, Nee-want en Ja-en:

Ja-en is de positie vsn accepteren en toevoegen. Wie een ja-en-reactie vertoont, past zijn visie aan aan de feiten. Ja-en-zeggers gaan voor hun geluk.
Let wel: accepteren is iets wezenlijks anders dan berusten. Accepteren is een actieve daad van overgave. Wie de werkelijkheid accpeteert, heeft geen moeite met de werkelijkheid. Hij kan zijn visie moeiteloos aanpassen aan de feiten. Berusten is meestal passief. Berusten betekent vaak je ergens bij neerleggen.

Nee-want is de positie van conflict en strijd. Wie een nee-want-reactie vertoont, past de feiten aan aan zijn visie. Nee-want-zeggers gaan voor hun gelijk.

Ja-maar is de positie van twijfel. Wie een ja-maar-reactie vertoont, weet (nog) niet wat de beste strategie is: zal ik de feiten aanpassen aan mijn visie of mijn visie aanpassen aan de feiten? Of van beide een beetje?
Ja-maar-zeggers gaan (voorlopig) nergens voor.

Dan komt op het werk De Brief.
De brief van de directie als reactie op de uitkomst van een personeelsbijeenkomst waarin men het laatste bod van de werkgever heeft afgewezen. De brief brengt niet wat we hopen, maar afgezien van het niet komen tot een bevredigend resultaat is de toon van de brief ronduit beledigend. Aanmatigend. Kinderachtig. We worden boos, wat nou ja-en, we voelen nee, want en ja, maar en vanuit onze verontwaardiging komen we tot treffende doch zakelijk blijvende zinnen.

De enige ja-en die nog klinkt is die van ja-en-wat-nu.
Donderdag 8 februari

Het sneeuwt.
Alweer een nacht waarbij in slaap viel op de bank, om 3 uur mijn ogen opendeed, en naar bed ben gestrompeld om nog snel een paar uur in een echt bed door te brengen.

Het sneeuwt.
Op het werk zijn mensen mede-verontwaardigd over De Brief. Onze boosheid maakt plaats voor een verlammende vermoeidheid.

Het sneeuwt.
In gedachten veel bij Goede Man. Weten dat hij zaterdag naar de dorpskroeg gaat en daarom definitief de beslissing nemen zelf niet te gaan.


Vrijdag 9 januari

Dit is waar BHV en ik zo naar hebben uitgekeken, letterlijk de dagen hebben afgeteld: een gezellig vol Thialf en wij zitten er tussen.

We hebben onze oranje artikelen weer bij ons, ik weer mijn vertrouwde Zeeuw Meisje muts.
We kopen er nog een oranje boa bij, hebben eten en drinken bij ons: we zijn er klaar voor!
Het publiek uit de diverse landen heeft zich geweldig uitgedost en de Glasblazerkapel tettert de stemming erin.
We schreeuwen de mannen over de eindstreep, klappen voor ieder land maar natuulijk het hardst voor onze eigen mannen.

We staan in een vak dat oorspronkelijk bewoond zou worden door sponsors, of in ieder geval door bedrijven die de kaarten uitdelen onder het personeel. Daar zijn nog wat resten van te vinden. Om ons heen mensen van Siemens, die gekomen zijn om mensen te bekritiseren, om zogenaamd grappig te zijn, maar vooral om bier te drinken. Aan de lopende band.
Ze bemoeien zich continu met de mensen om zich heen en roepen flauwe dingen naar de schaatsers. Bij dat roepen word de dranklucht steeds penetranter. Naast ons een heel irritant drankorgel dat ons constant aanstoot en vraagt wat de tijden zijn terwijl het scorebord voor hem hangt, en steeds meer plek inneemt..
1 Troost: ze zijn er alleen vanavond.

Er wordt heel erg meegeleefd met Erben, voor wie groot respect want eigenlijk sprinter. Zijn foto hangt aan de koelkast van Shani, die hem zijn voorbeeld noemt. En Sven, die rijdt een baanrecord en doet wat we hopen en o wat zijn we blij en o wat genieten we ontzettend van het dweilorkest wat voor ons vaak staat te blazen.
De vrouw voor ons sms't naar huis of ze Dancing on Ice willen opnemen en dat die homo van shownieuws naast haar staat, wij zien niets wat op een bekende homo lijkt. We proberen de steeds bezopen mannen van Siemans weg te duwen en te negeren of met scheten te verjagen maar de laatste schaats over de streep doet hen vanzelf verdwijnen.

Op het perron van het treinstation ziet het oranje van de mensen. De ook uitbundig verklede Noren vermengen zich dapper. Het is gezellig in de coupé. We praten met mensen over het opzetten van een ijsvereniging omdat die makkelijker aan kaarten komen, over de logica van het puntenklassement, over onze favorieten en het kaartverkoopleed.
De man met de tuba, de voorzitter van de ijsvereniging uit Terschelling die zijn tuba dit jaar voor het eerst bij de ingang achter moest laten, compenseert dat in de trein. Ik houd zijn boekje op en naast mij toetert hij Nederlandse volksliedjes en zingen we uitbundig mee. Dronken medereizgers houden de hele weg van anderhalf uur een polonaise door de trein.
Op de grond liggen oranje veertjes uit mijn boa.
Zaterdag 10 februari

Er is weer een borrel in de dorpskroeg en ik heb grote twijfels. Die heb ik altijd al, maar nu helemaal, nu ik weet dat Goede Man gaat komen.
Ik had daarom eigenlijk al besloten niet te gaan tot ik een mail kreeg van een musketier die me vroeg haar over te halen ook te gaan. Ik vertelde haar eigenlijk niet de juiste persoon daarvoor te zijn, oimdat ik al een nee bedacht had. Kreeg kort daarna een mail van Goede Man dat hij het jammer vond dat ik niet zou gaan, dat hij me graag had willen zien.
Ik dus weer twijfelen en alsnog proberen de musketier over te halen die vertelde dat zij net had besloten niet te gaan. Ik twijfel weer volop. Denk aan het boek Ja-maar en vind dat ik moet gaan. Dat ik me niet door angst en twijfel moet laten leiden. Denk aan Monique, de pas overleden Monique, en weet dat zij zou gaan.
Moet ondertussen verdacht veel naar de wc en bedenk me dat mijn lichaam hiermee misschien wel aangeeft niet te moeten gaan. Men zegt wel eens dat je bij het nemen van dit soort beslissingen naar jezelf moet luisteren maar ik weet bij deze situaties mijn eerlijke stem nooit te vinden.
Dan neem ik de beslissing te gaan.
Ik kan fijn meerijden, wat helpt bij gezelligheid en het niet alleen binnenkomen. Kom lieve bekenden tegen.
Zie Goede Man binnenkomen.
Praat vooral heel erg door met anderen, probeer hem niet te zien.
Dan komt hij naast me staan. Zodra zijn ogen op me gericht zijn ben ik verloren.
Denk er spanning in te zien, en alles in me trekt samen en wil door hem worden aangeraakt en alles wat daaruit voort zou kunnen vloeien.

Over vloeien gesproken...


Zondag 11 februari

Ik kan vertellen, nee, proberen te vertellen wat een feest het was. Hoe de menigte danste, schreeuwde, joelde.
Ik kan beschrijven hoe geweldig de prestaties waren, hoe spontaan de reacties, hoe lekker de lijven van de sporters.
Ik kan zeggen hoeveel er om ons heen weer werd gedronken, hoe wij wat meer mee konden komen toen we zelf ook bier op hadden, hoe nationaliteiten elkaar omarmden, letterlijk, toen de Noor naast me die op Pierre Bokma leek maar dan in een lelijke, smoezelige uitvoering, me omhelsde bij DE overwinning.

Ik kan er veel woorden aan wijden, maar de enige die er toe doen: wij waren erbij.
Maandag 12 februari

Een dag waarop je onzeker wordt door een gevoel, een onbestemd gevoel, een gevoel van ongelijkheid, van niet voldoen.
Een dag waarop je de roes van drie dagen, de lichamelijke kater, het gevoel van 3 dagen feest, wat het in feite ook was, maar niet van je af kunt zetten, niet kunt omzetten in iets moois, iets met energie, met warmte.
Een dag ook waarop de onbereikbaarheid van Goede Man schraapt. Me schokt.
Schrijnender voelt dan ooit tevoren.

Dinsdag 13 februari

Goede Man en ik evalueren omzichtig onze ontmoeting afgelopen zaterdag in de dorpskroeg.  
Hij vindt dat ik me verstopt heb, door niet naar hem toe te komen toen ik hem zag. Ik geef toe dat ik tienduizend excuses had om dat niet te doen. Dat ik niet speciaal voor hem gekomen ben, maar ook vond dat niet gaan omdat hij zou komen te ver vond gaan. Het zegt iets over mijn manier van in het leven staan. Gaan, kijken, aan de zijlijn staan en observeren. Er niet echt deel van uitmaken, daarvoor teveel belemmeringen zien, remmingen kennen.
Toch ben ik gegroeid, ook ten opzichte van hem.
Ik merk het in mijn mails met hem. Waar ik vroeger op een soms botte wijze, met zeer cynische toon, afstand kon nemen, hem proberen weg te jagen, benoem ik nu die neiging.
Ook zie ik het terug in het feit dat 'vroeger' mijn leven om hem draaide, als het ware stilstond, maar dat mijn leven nu doorgaat, ook openstaat voor anderen. Hetgeen niets verandert aan mijn verlangen naar hem. Mijn missen van hem.
Wat gebleven is, is dat het kontakt met hem me kwetsbaar maakt, breekbaar. Dat het tegenstellingen oproept.
Dat het me liefde doet geven, en verdriet doet ontvangen.
Woensdag 14 februari

Uit de dorpskrant gejat:

Luisteren

Als ik je vraag naar mij te luisteren en
jij begint mij adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.
Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen
waarom ik iets niet zo moet voelen
als ik voel,
dan neem jij mijn gevoelens niet serieus.
Als ik je vraag naar mij te luisteren,
en jij denkt dat jij iets moet doen
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek,
hoe vreemd het ook mag lijken.
Dus, alsjeblieft, luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.
En als je wilt praten,
wacht dan even en ik beloof je
dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.

Leo Buscaglia
Donderdag 15 februari

Het is druk vandaag.
Heel druk.
Een groot project is van start gegaan en ik sta er een soort van alleen voor om het draaiende te krijgen en houden.
Ik kijk met grote tevredenheid naar mezelf. Hoor mijn rustige stem, heb lekkers gehaald voor de medewerkers, zie me problemen oplossen, mensen motiveren.

Gisteren was er ruzie.
Ruzie tussen 2 mensen en ik stond erbij. Moest er ook iets mee, vanwege mijn functie. Mijn hersens gingen heel snel. Wat moet ik nu, wat wordt er van mij verwacht? Moet ik het stoppen, moet ik ze uit laten razen? Moet ik redelijk praten, mag zwijgen ook?
Het lost zich op, lost zich goed op.
Achteraf zie ik hoe interessant het is te zien wat ieders rol in deze situatie is geweest. Behlave de 2 ruziënden, iemand die de goede vrede heel snel wil herstellen, iemand die met krachtige stem en weinig woorden hele nuttige dingen zegt. Ikzelf, die hard denkt, die zich in functie voelt, die probeert te bemiddelen.

Ik sta vandaag in een overvolle tram. De mensen staan erg op elkaar en toch wil een dikke Duitser langs me, verder naar voren. Ik voel zijn buik tegen mijn onderrug, zijn penisje tegen mijn billen, zijn adem in mijn nek.
Even later sta ik vlak bij een andere man. Een mooiere, sympathiekere man. Ik doe mijn best hem heel af en toe heel onopvallend even aan te raken. Stel me voor dat ik me omdraai, hem liefdevol aankijk, en hij mij, Dat we elkaar kussen, vluchtig, intens. Dat we samen de tram uitgaan, samen het leven instappen.

Ik verlang zo naar die aanraking, die liefdevolle aanraking, gezien worden, gevoeld worden.
Vrijdag 16 februari

Flarden van vandaag:
Vrouwen die in mijn trein zitten op weg naar de huishoudbeurs, druk pratend, niet overweg kunnend met de automatisch sluitende deur, héél hard bellen met de thuisgebleven mannen.

Continu telefoon, vragen, klachten, verzoeken.

Ongesteldheidskrampen.

Lastige officiële OR-kwesties.

Een directeur die van mij hoort dat we veel meer hebben verkocht dan vorig jaar en als Dagobert Duck in zijn handen wrijft en 'geld' roept, 'geld'.

In de trein terug vrouwen die terugkomen van de huishoudbeurs met volle tassen vol reclame, nog harder bellend met het thuisfront omdat ze nu 2 wijntjes op hebben.

Een jongen met een meisje op zijn bagagerek. Zijn linkerarm is naar achter gebogen, zijn hand ligt op het bovenbeen van het meisje.
Zaterdag 17 februari

Soms hoor je van iemand dat een ander iemand iets lelijks over je heeft gezegd.
Zo ook vandaag.
Mijn respect voor het vertrouwen waarin mij dit verteld wordt en mijn waardering voor de vriendschap met die iemand staat hoger dan mijn boosheid op die ander iemand, dus ik houd me in, terwijl van binnen minder vriendelijke woorden rondzingen.
Jammer dat zoiets onbeduidends, zoiets wat onbeduidend zou moeten zijn, iets waar ik boven zou moeten staan, nog zo'n ruimte in neemt na een hele gezellige middag.


Zondag 18 februari

Ik doe wat me altijd goed doet: rustig aan, wasjes draaien, krantje lezen, oranje veertjes stofzuigen.
Ik zoek een nieuwe header voor mijn uithangbord in het dorp.
Kies daarbij graag intuïtief. Denk aan liefdesbrieven en zoek bij de afbeeldingen op google. Het resultaat van mijn zoektocht wordt door het formaat van de header echter te veel vervormd. Denk aan passiebloemen en nu  wordt het wel wat ik hoop. Denk niet teveel na over wat deze keuze betekent. Denk sowieso niet te veel na. Soms moet je de dingen wat forceren.
Schrijf een solliciatiebrief en stuur 'm ook daadwerkelijk op.
Maandag 19 februari

In het raam bekijk ik degene die net in de trein schuin tegenover me is komen zitten.
Een jongen nog, blanke huid, zwart gekleed en donkere halflange haren.
Als hij zijn jas uittrekt, zie ik een stukje blote buik. Zijn bewegingen zijn loom, vertraagd, terwijl hij een jongen nakijkt die op het perron langsloopt. Hij schudt af en toe een haarlok uit zijn gezicht, kijkt daarbij voldaan naar zijn spiegelbeeld, kijkt niet naar mij zoals ik naar hem, maar uitsluitend naar zichzelf en langslopende jongens.
Hij stroopt de mouwen op van zijn overhemd en ontbloot hiermee 2 zwarte banden om zijn polsen. Onderdanig, denk ik, en ik zie voor me hoe zijn handen om een penis sluiten, zijn lippen een eikel gulzig ontvangen.

Het is maandagochtend en ik denk aan het gesprek tussen Goede Man en mij gisteravond. Over dat ik soms aan hem trek en hem soms wegduw. Bij die constatering krijg ik de neiging heel hard weg te rennen, nooit meer aan hem trekken zal, en benoem dat ook.
Hij zegt dat dat niet hoeft, dat ik best mag trekken, dat hij de grens wel aan zal geven.
Hij sluit al af, gaat naar bed.
Ik zit op de bank.
Kijk volwassen verdrietig voor me uit.
Typ hem dat dit ongelijkwaardig voelt, een ouder-kind relatie. Dat het misschien (eindelijk, hoor ik vele lezers denken) tijd wordt dat ik de grens trek, ondanks dat dat me erg verdrietig maakt.

Van klaarkomen moet je huilen soms.
Dinsdag 20 februari

Een onrustige nacht waarin werkelijkheid en dromen door elkaar lopen. In werkelijkheid hang ik kotsend boven de wcpot. In mijn dromen droom ik over zeer gepassioneerde seks met een man zonder gezicht, een man die wegloopt als hij merkt dat hij in een grote plas ligt van bloed en urine, zijn eigen bloed en zijn eigen urine. De man die nooit meer terugkomt, en ik huilend, als een weduwe achterblijvend. Proberend zijn werk zelf af te maken, masturberend, maar het lukt niet en ik blijf naar hem zoeken.
Een kind, mijn kind, het kinderlijf vergroeit met het mijne, samen boodschappen doen en het leuk hebben, zo leuk hebben met elkaar. Ik zie mij in mijn droom een geweldige moeder zijn.

De druk in mijn hoofd is bij het opstaan nog niet verdwenen, integendeel, en ik meld me ziek.
Vraag me af of dit de tekenen zijn van een nieuwe depressie, en ik tast mezelf van binnen af, voel nog een bodem. Het kan gewoon een lichamelijke migraine zijn, al dan niet gevoed door een geestelijke gesteldheid.

Ook een volwassen vrouw zonder depressie kan pijn en verdriet ervaren.
Woensdag 21 februari

Zondag was ik wat op internet aan het struinen en kwam er mijn nieuwe vakantie tegen.
Met de trein via Boedapest en Boekarest naar Istanbul, dan naar Thessaloniki, Athene, met de boot naar Italië, en daar wil ik dan nog een tijdje rondtrekken. Rome, Siena, Bomarzo, Venetië.
Het spannendste aan deze reis is Athene.

Ik was er jaren geleden met Ex. We hadden een geweldig hotel met uitzicht op de Akropolis. Het was het eind van onze vakantie, we hadden 2 weken rondgereisd op de Peloponnesos. Op dag 1 was de ruit van de gehuurde auto ingeslagen en al onze kleren, waaronder veel nieuwe jurkjes van mij, waren eruit gehaald. Op de foto's zie je me steeds lopen in badpak en wikkelrok.
We zijn in Athene, willen op onze laatste dag de Akropolis zien. Bij de ingang blijkt deze de hele dag gesloten, er is 's morgens iemand vanaf gesprongen, met dodelijke afloop. Ik chagrijnig. Niet alleen omdat ik er nu niet in kan, maar ik vereenzelvig me met ieder depressief iemand en kan dat Ex niet vertellen. Dus loop ik de hele dag op hem te katten en omdat hij mij niet snapt kat hij terug. Pas bij het avondeten onder het genot van typische Grikese muziek leggen we het bij, praten we het uit. We lopen terug naar het hotel. Gearmd, verliefd.
2 Jongens lopen voor ons. Dan draaien ze zich om. Ze hebben beiden een mes. De één zet het op mijn keel, de ander doet iets bij Ex waardoor hij op de grond komt te liggen. Bloedend.
Ik probeer de aandacht van hem af te leiden. Geef ze wat geld, probeer iets achter te houden. Geef ze mijn paspoort, probeer het fototoestel ongezien te laten. Ze horen iets, ze lopen weg. Ik eraap een heftig bloedende Ex op, hij is niet neergestoken, zoals ik dacht maar de dader heeft hem een knietje gegeven waardoor zijn neus aan gort ligt. We strompelen naar het hotel. Mensen kijken ons gek aan maar helpen niet. De hoteleigenaar is bezorgd om zijn tapijt en brengt wc papier om het bloeden te stoppen. Ook de taxichauffeur is niet erg gelukkig met ons als zijn rit.

We zijn in een oud gebouw wat een ziekenhuis schijnt te zijn. Het is er druk. Ex mag voor, wat ons niet in dank wordt afgenomen. Na de röntgenfoto zegt de arts dat ze zijn neus moeten fixen omdat die many many many many times broken is. Verbriizeld.
Terwijl ik wacht tot zijn neus weer een enigszins normale stand heeft komen 2 mannen op me af. Ze zeggen van de politie te zijn en nemen me mee. Een wilde rit volgt en ik begin me af te vragen of dit niet handlangers van de daders zijn en dat ik nu ontvoerd word. Uiteindelijk belanden we in een nog ouder bouwvalliger pand dan het ziekenhuis. Het is ook hier druk.
Ik word verhoord door een rechercheur die nauwelijks Engels spreekt en die maar met 2 vingers kan typen. Op een typemachine. Hij biedt me zo vaak sigaretten aan dat ik, niet roker, toch maar besluit te roken, al is het alleen maar om hem tevreden te stellen. Naast me wordt een man hardhandig verhoord, ik hoor regelmatig een kwak tegen de muur.
Dan opeens blijken er getuigen te zijn geweest en zijn er verdachten opgepakt en die staan nu klaar in een line-up, of ik even wil gaan kijken. Ik roep dat we in Nederland een ruitje hebben, een one-way-mirror, maar de rechercheurs maken me duidelijk dat ik niets te vrezen heb en er staan ongeveer 6 agenten om me heen als ik tegenover dat rijtje van 5 mannen met ontbloot bovenlijf sta. Achter hen staan achter tralies tientallen andere gevangenen, ook met ontbloot bovenlijf en ze schreeuwen en ze lachen en ze rammelen met de tralies. Hoewel ik niet zeker weet of ik er ooit één gezien heb, doet het tafereel me denken aan een Turkse gevangenisfilm.
Ik herken niemand, het was donker, het ging snel, ik was bang.
Ik vraag me af hoe Ex me weer moet vinden, waar hij nu is, waar ik nu ben.
Een tijd later wordt ook hij gebracht, hij kijkt ook naar het rijtje mannen, met hetzelfde resultaat en een paar uur later, nog net geen ochtend en nog voor de inchecktijd van ons vliegtuig, zijn we dan eindelijk samen weer op de hotelkamer. Hij slaapt, op de medicijnen, ik zit in een stoel, kijk naar hem, naar het op en neer gaan van zijn borstkas.

De reis die ik gezien heb lijkt me echt geweldig. Tegen alleen gaan zie ik niet op.
Maar Athene voelt als een horde en ik vraag me af of die wel genomen moet worden.

Donderdag 22 februari

BHV en ik hebben vastgesteld dat we iets nodig hebben om naar uit te kijken.
Dat was tot voor kort het schaatsen. We hebben weliswaar vastgesteld dat het WK Allround volgend jaar in Berlijn zeker tot de mogelijkheden behoort maar ik zocht iets, iets wat eerder is.
In mijn vakantieplannen heb ik dat iets gevonden.
En als ik de voorpret al ruik, dan duik ik er volledig in onder.
Voor mijn werk ren ik de boekhandel binnen en koop de geile Capitoolgidsen van Turkije en Griekenland.
Ze branden in mijn tas.
Pas op de terugweg mag ik kijken en ik kom ogen tekort bij het aanschouwen van al het moois, en ik en ik en ik moet nog een half jaar wachten.

Ik merk dat de voorpret me sterker maakt, vol zelfvertrouwen. Ik zie me al weer zitten, in de trein, prachtige landschappen aan me voorbijtrekkend. Ik zie mezelf zitten op de terrasjes, mensen kijkend, foto's makend.
Ik hoor de vreemde talen, de toeristen, de mensen van de markt.

Nog een half jaar.
Vrijdag 23 februari

De dag begint goed. 
Ik hoor mijn mooie, rustig lage stem, die weliswaar deels voortkomt uit een hardnekkige hoofdpijn, maar ook uit een sterk voornemen er een fijne dag van te maken.
Dat lukt, maar opeens is er een mail, een mail waarin ik een ondertoon lees, onraad vermoed, en ik sla om, zie in iedere daaropvolgende mail een dubbele bodem en het weekend lijkt opeens nog heel ver weg.

Dan, zo om een uur of half 3 haal ik mijn privemail binnen.
Een mail van het bedrijf waar ik gesolliciteerd heb.
Ik durf het niet te openen. Vraag me af wat ik zal doen als ik lees dat ik niet zal worden uitgenodigd. Zullen mijn tranen op het bureaublad druppen? Zal ik uiterlijk kalm naar de wc lopen en daar breken? Zal ik bijna een heel brood met boter en chocoladehagelslag opeten?

Een half uur later besluit ik dat ik niet zo kinderachtig moet doen en de mail gewoon moet lezen.
Ik klik erop en zie een balkje van het openen nauwelijks bewegen. Probeer het opnieuw en opnieuw en krijg opeens de foutmelding dat ik een ongeldige gebruikersnaam of wachtwoord heb ingevoerd. Denk aan onbetaalde rekeningen maar daar zit mijn internet niet tussen.
Nu ik me eenmaal heb voorgenomen de mail te openen ben ik ongekend volhardend. Krijg een ingeving en kijk op de homepage van de provider onder het kopje storingen. Zie dat de mail er landelijk uit ligt en dat de verwachting is dat het na 18.00 uur zal zijn opgelost.

Vlak voor ik naar huis ga probeer ik het nog een keer.
De mail opent.
Ik dwing mijn ogen het scherm te lezen.
Ik mag op gesprek komen.
Een oriënterend gesprek.
Toepasselijk, voor iemand die de Orient Express als vakantie overweegt.
Zondag 25 februari

Het scannen van AL mijn foto's nadert het einde. Heb alle foto's uit de fotoboeken van mijn leven al gedaan en geordend. Ben nu nog bezig een selectie te maken van alle vakanties. Lijkt me saai om alle saaie foto's van bergen en gebouwen en standbeelden tussen mijn leven te plakken maar ik heb bedacht per vakantie een soort collage te maken. Datzelfde wil ik ook doen met de toneelstukken die ik geschreven en geregisseerd heb.
Ik zie geslaagde en minder geslaagde vakanties. De eerste vakantie met Ex, toen we nog zo pril en zo verliefd waren, waar ik een heel erg leuk rood jurkje draag, waar ik nog een vrouw ben, een mooie vrouw.
Interrail, met een huisgenote. Ik werd in Wenen verliefd op, of nou ja, had seks met een jongen die op de camping werkte en hij nam me mee naar zijn huis. In de taxi namen we alvast een voorschot op wat die nacht nog volgen zou. Halverwege troffen we een huisgenoot in Avignon, het vriendje van mijn huisgenote. Maar voordat wij hem ontmoetten had zij al geslapen met een Italiaan op de Weense camping en na de ontmoeting met een Italiaans (ex)vriendje van haar. In die dagen in Turijn heb ik haar niet veel gezien en sliepen we apart. Ik sliep bij een vriend van hem, met wie ik al eerder geslapen had, thuis, waar hij me inwijdde in de orale en anale seks, maar die ik nu met grote moeite naast me hield.
Mijn eerste soort van groepsreis, door Italië met Peter Langhout met een vreselijke groep, waar ik het schoolgevoel van er niet bij horen weer helemaal ervaar. Waar ik uit pure stress bovenop de Vesuvius een enorme stinkwind laat en daardoor voorgoed de rest bij mij verjaag.

Het is een weekend met nostalgische gevoelens, sentiment, neigend naar verdriet. Gisteren scande ik een foto van een verrassingsdag die ik voor een paar Dorpsgenoten had georganiseerd, Goede Man, Foute Man en een man die deugt. Ik zie de foto waarop ze alledrie staan, en Goede Man kijkt naar me. Heeft die blik die me weer helemaal in de war maakt. Als ik naar die foto kijk dan voel ik die hitte, zoals ik die voelde een paar weken geleden in de Dorpskroeg, toen ik een half jaar geleden met hem zeilen ging, toen we hand in hand naar zijn huis liepen, steeds stilhoudend om te zoenen, toen we in de trein iets verder gingen dan dat,

Ik mis hem.

Maandag 26 februari

Soms is je lichaam een vaste massa. Niet persé een onneembaar fort, maar wel een vermoeid lichaam wat nog heel lang pijn doet als het zich lichtjes stoot.
In een gesprek probeer ik uit te leggen waarom, waardoor die vermoeidheid.
Het lukt me maar moeilijk de vragen van de ander sec te horen, en er geen negatieve bodem in te leggen.
Om geen veroordeling te horen als gevraagd wordt of het logisch was dat ik voorzitter van de OR ben geworden. Of ik vind dat ik mijn taken aankan. Ik vraag me af of ik moet vragen of er een oordeel onder lig, maar doe het niet, ben bang te agressief of juist te defensief over te komen.

Ik zit op de bank, met dekbed, de ogen nog niet helemaal helder na het dutje in de trein.
Poes zit op de bankleuning tegenover me. Als ze denkt dat ik me geïnstalleerd heb, komt ze naar me toe. Een prachtig gezicht, ze strekt haar linkervoorpoot uit, raakt voorzichtig het dekbed, kijkt of ze vaste grond voelt, of ze door kan lopen. Zo ook met haar rechtervoorpoot, en gracieus stapt ze op mijn schoot.
Maar ik heb onrust, ik kan mijn draai niet vinden, ik heb geen houding die geen pijn doet.

Toch is er wel verschil met eerdere onrust.
Ik merk dat ik mijn best blijf doen het klein te houden.
Het te zien als iets van vandaag en niet automatisch ook van morgen.
Probeer mijn troost te vinden in mooie dingen.
Woensdag 28 februari

Zolang ik horizontaal blijf voel ik mijn hoofd niet.
Wat op zich welkom is, als je het gevoel hebt dat je lichaam je hoofd niet meer kan dragen.
Poes komt naar me toe gelopen zodra ze ziet dat ik mijn ogen open heb. Eerst lag ze nog op het kussentje op de verwarming naast mijn bed, nu komt ze op mijn kussen liggen, in de holte van mijn hals, tegen mijn wang. Ik begraaf mijn gezicht in haar haren.

Ik merk dat ik op een keerpunt zit. Dat ik heel langzaam verantwoordelijkheid begin te nemen voor mijn leven in plaats van er anderen de schuld van te geven. Stapje voor stapje.

Bij Oprah gaat het over vrouwen die een maagverkleining hebben laten doen en die nu een ander probleem hebben. De problemen die geleid hebben tot het overgewicht zijn door de operatie niet weggenomen, of zoals de deskundige zegt: de maag is wel verkleind maar de onderliggende problemen niet. Wat je vaak ziet is dat de eetverslaving dan plaats maakt voor een andere verslaving, op het gebied van drank, drugs, eten, kopen, seks.

Het voelt soms erg machteloos als je probeert de wond in jezelf te helen. Om daar niet iemand anders voor nodig te hebben. Het voelt zo groot en soms zo weinig tastbaar. Haalbaar.
Maar ik zie ook steeds meer de praktische dingen die ik wél kan doen, die indirect mijn basis versterken.
Ik zie mezelf ... ik wilde schrijven: ik zie mezelf dingen doen uit liefde voor mezelf, maar dat leek me direct daarna wel heel erg overdreven. Wilde er van maken dat ik mezelf dingen zie doen uit een soort van liefde voor mezelf, om het een beetje af te zwakken, mezelf nog wat ruimte te geven voor tegenslag, een hapering.
Maar toen zag ik het staan.
Ik zie mezelf.
Dat wat anderen in mijn beleving niet doen of hebben gedaan, het grootste kado wat ik mezelf moet geven, kan geven. Wat ik niet van anderen moet verlangen. Mag verlangen. Niet als uitgangspunt van het leven. Mijn leven.

Ik zie mezelf.

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy

























februari 2007