Woensdag 1 februari

Man komt meteen kijken en leest ook wat ik las.
Blijf van hem af!

Ik ken het uit films, waar exen of bijna exen met sleutels boodschappen achterlaten in de autolak van de nieuwe geliefde van haar man of zijn vrouw. Wraakacties waarin kleding wordt verknipt of verbrandt, of de leukste die ik ooit hoorde maar me nu niet goed meer kan herinneren: insecten of etensresten in de gordijnroedes die na de scheiding met hem, en zijn nieuwe vriendin, meegingen, bij hem gingen rotten, waarvan hij de oorzaak niet kon vinden, toen maar is verhuisd, maar de grodijnroedes meenemend. Zulke dingen doen vooral vrouwen. Mannen vallen veel directer lastig.

Man denkt ook dat zijn ex dit heeft gedaan. Denkt dat ze hiertoe in staat zou kunnen zijn. De keer dat hij bij mij wegliep terwijl zij voor zijn huis had staan wachten, had zijn glimlach hem verraden. Die glimlach was nog van mij, was nog een geile verlangende lach, en niet een glimlach uit blijdschap haar te zien.
Zij had zijn glimlach gezien en herkend en wist dat hij niet voor haar was.

En dat heeft ze mij duidelijk willen maken, dat hij ook niet voor mij is.

Donderdag 2 februari

Ik zeg tegen Man weet je, het kan me niet schelen hoe je het oplost, maar je zorgt er maar voor dat ik een nieuw raam krijg en of zij daar nou voor betaalt of jij, ik wil deze week een nieuwe en let erop dat het dubbel glas is.
Ik zeg ik dacht nu eindelijk een relatie te beginnen met iemand die geen relatie had, ongebonden was, maar een getrouwde man was beter in staat zijn andere vrouw bij me weg te houden, om beide werelden te scheiden.
Ik zeg ik kan dit er nu niet bij hebben, en het is allemaal jouw schuld en je zorgt maar dat het weer in orde komt. Dat alles weer in orde komt. Dat mijn hele leven weer in orde komt.
Ik zeg ik draai een beetje door, maar daarom meen ik het niet minder.
Ik zeg ik wil nu wel eens weten waar ik aan toe ben, hebben we nu een relatie of niet?
Vrijdag 3 februari

Vrije dag nummer 3 breng ik door bij Man, of tenminste in het huis van Man. Man zelf vangt bij mij thuis de mannen van de glasservice op, zet koffie voor ze en let op dat ze mijn huis niet leeghalen.
Bij terugkeer neemt hij zoete broodjes mee. Ik zit aan zijn tafel, hij pakt de laatste spullen en als ik opkijk zit hij opeens naast me, op zijn knieën, met een roos tussen zijn lippen.
'Wil je verkering met me?', vraagt hij met de steel tussen zijn tanden.
Ik pak de roos aan en lik de druppel bloed van zijn lippen die een doorn daar heeft achtergelaten.

Zaterdag 4 februari

Ik werk dit weekend en zit met mijn buro in de zon.
Het goede leven binnen handbereik.
Het vliesje wordt steeds dunner, Man staat al klaar om me welkom te heten.
Wat houdt me nog tegen?
Geen retorische vraag, maar één waarop ik echt het antwoord weten wil, nodig heb.
Zondag 5 februari

En weer valt het me op bij het lezen van mijn woorden van gister... weer wacht ik op een licht, een goed gevoel, toestemming om te leven, góed te leven, goed te zijn voor mezelf.
In het Dorp wordt een briefje door mijn brievenbus gedaan met de zin: de weg naar huis ligt in jezelf. Die zin is niet nieuw, ook niet voor mij, maar niet minder waar en behoorlijk op mijn nu toepasbaar.
Eerst doen, dan pas er een etiketje op plakken.
Dus besluit ik mezelf iedere komende dag een kadootje te geven. In de zin van achterstallige mails te beantwoorden en me daardoor minder schuldig te voelen en contacten te onderhouden, gezond eten en werken en slapen niet mijn hele leven te laten zijn, mooie muziek luisteren.
In de tijd die ik vandaag op de trein moet wachten koop ik gezichtsmaskertjes bij de Etos. Zie thuis dat de rood-gele tulpen en de gekregen rozen er fier bij staan. Geen nieuwe krassen op mijn raam. En met het aanbrengen van de crème op mijn gezicht begin ik langzaam de krassen op mijn ziel weg te boenen.
Maandag 6 februari

Kadootjes vandaag: een hele lekkere én gezonde maaltijd, prachtige muziek van Wim Mertens op de walkman, opkomen voor mezelf en een paar kortere werkdagen afspreken ter bescherming van mijn gezondheid.
Niet slecht voor 1 dag.
Dinsdag 7 februari

Lezerspost: Ik mis de blijdschap nu Man om je hand heeft gevraagd...
Is dit niet wat je wil, al is het complex?
Complex is het immers (vroeg of laat) altijd.

Mijn vrije dag begin ik met nadenken hierover. Denk dat het aan de ene kant goed nieuws is dat de wereld niet compleet anders is nu ik een relatie lijk te hebben. 'Vroeger' werd mijn wereld (pas) mooi bij het krijgen van een vriendje. Was ik afhankelijk van die ander voor mijn eigen geluk.
Het feit dat ik nu wat voorzichtig ben, wat afstand hou, is misschien nog niet zo slecht, zegt misschien wel dat ik inmiddels beter in staat ben een eigen individu te blijven.

Pas had ik het met iemand in het Dorp over aankomen en vertrekken. Ik vertelde dat ik meer een aankomer ben dan een vertrekker en legde het verband met bindings- en verlatingsangst.
Later bedacht ik me dat ik eigenlijk beiden ben, en beide heb. Dat ik in het midden sta, bang om een keuze te maken. Bang ook om mezelf te geven. Zoals op mijn voordeur in het Dorp staat: 'to know me is to leave me', en dat is nog steeds mijn stille overtuiging.
En daarom durf ik (nog) niet blij te zijn, bang me aan mijn verliefdheid over te geven, bang hem te verliezen en mezelf erbij.
Woensdag 8 februari

Gisteren schreef ik dat ik in het midden sta, en eigenlijk is dat pure winst.
Ik was gewend om me te bevinden in een plus of een min, in goed of slecht maar het neutrale midden is me onbekend.
De afgelopen weken vroegen mensen hoe het gaat en ik liet veelvuldig het woord niemandsland vallen. Voelde me daar onzeker bij, wist niet of het goed ging of niet, en zocht krampachtig een etiketje.
Maar misschien is dit dan eindelijk het midden, waarin ik mijn leven leef zonder nu  eens uit te schieten en zou ik me daar eerder zeker dan onzeker door moeten voelen.

Donderdag 9 februari

Zware tegenwind en hoe ik ook probeer mijn rug te rechten, krom gebogen over mijn fietsstuur probeer ik vooruit te komen. Ieder windstoot doet me snakken naar lucht en lente.
Op 6 hoog zie ik vanaf mijn werkplek hoe donkere wolken zich samenpakken boven de stad, hoe ze zich brullend verheugen op mijn tocht naar huis.
En ik zie het prijswinnende filmpje voor me van Michael Dudok de Wit, Father and Daughter, waar een vader afscheid neemt van zijn jonge dochter en waarin de steeds ouder wordende dochter steeds maar weer fietsend over de dijk door storm, sneeuw en regen op zoek is naar haar vader.

Op de weg terug, waar de wind gedraaid zou moeten zijn maar nauwelijks is, verlang ik niet naar mijn vader.
Ik zet mijn fiets in de schuur en open niet mijn eigen deur maar bel een paar portieken verder aan.
Man doet open.
In zijn armen hijg ik (uit).
Vrijdag 10 februari

Ik ben opgestaan, gedouched, ontbeten, aangekleed. De magnetron foe yong hai met nasi in mijn tas, en met opgemaakt gezicht de deur uit.
De wind is gaan liggen.
Toch kom ik niets vooruit.
Iedere slag met mijn trappers lijkt me achteruit te rijden, mijn lichaam schokt en protesteert en doet pijn. Bij het station stap ik af, doodmoe en buiten adem. Op de grote zwart witte klok zie ik dat ik mijn trein gemist heb.
Ik bel mijn werk, bied mijn excuses aan, en zeg dat ik het niet op kan brengen te komen.
Ik voel me schuldig, zwak, maar weet dat het verstandig is.
Ik draai me om, fiets tergend langzaam weer naar huis, word daarbij ingehaald door diverse bejaarden, en ga de rest van de dag languit op de bank, onder een dekbedje en Poes op schoot. In ieder geval iemand blij met mijn thuiskomst.
Zaterdag 11 februari

Na heel lang slapen, sta ik op en ruim ik op.
Schaatsen aan.
BHV komt langs en we schelden op die Kutamerikanen en Italianen die ons van goud en brons afhouden, en we genieten van de plaatjes in onze Parijs-boekjes.
Over 2 weken zitten we er al.
's Avonds gaan we de stad in. In het theatercafé ontmoet BHV bij toeval de andere Musketiers, die ik ook al lang, te lang, niet gezien heb.
BHV en ik gaan er naar de film, zij gaan naar dans.

Wij zien Valse Wals. De voorfilm Wereld van Stilstand word wreed verstoord door de oefensessie van de band die 's avonds in de nabijgelegen popkelder zal optreden en als zij klaar zijn laten onze achterburen van zich horen. Mensen die niet in een filmhuis thuishoren, maar met popcorn in een echte bioscoop en dan het einde van de film hardop verklappen. Nu bemoeien ze zich ook met scènes, leveren hardop commentaar en lachen om de beelden die mij ontroeren.

Valse Wals gaat over het verloop van een relatie. Hoe 2 mensen elkaar ontmoeten, aan elkaar kleven en verkleven.

En dat zonder tekst. Het lichaam, de houding, de beweging en de stilstand zegt genoeg, zegt alles. Heel erg grappig, en tegelijkertijd ontroerend.
Aan de ene kant blij makend met vrijheid en tegelijkertijd verlangend naar het samen oud worden. 
Zondag 12 februari

Wederom een voorbereidende familiedag.
Volgende week zaterdag is het eindelijk zo ver, en zijn mijn ouders 1 dag 50 jaar getrouwd.
Ik heb best zin in zaterdag, maar nog het meest in zondag.

We leggen de laatste hand aan een fotopresentatie, juichen ondertussen mee met het goud en zilver, en krijgen het nieuws van een nieuw gekocht huis in een villapark door Grote Broer. Vrouw van Grote Broer vertelt dat ze in het goede deel van de wijk komen wonen, niet in ddat deel waar al die mensen wonen die huren. Mensen zoals ik, zeg ik, en ze probeert het snel recht te praten. 
Ze proberen hun stempel te drukken op de organisatie, óverorganiseren, en Grote Zus en ik slikken regelmatig, en sputteren af en toe tegen.

Ik heb best zin in zaterdag, maar nog het meest in zondag.
Maandag 13 februari

Ik overweeg mijn familie te vertellen over Man, overweeg hem mee te vragen naar het feest. Ik besluit het niet te doen. Ik weet niet wat dit zegt over onze relatie, en over mij. Neem ik het of hem niet serieus genoeg, durf ik hem nog niet te presenteren, durf ik dit geen relatie te noemen omdat ik er van binnen van overtuig ben dat dit misgaat?
Zodra het feest ter sprake komt zie ik Man nieuwsgierig worden, misschien uit interesse voor mij, misschien uit hoop uitgenodigd te worden.
Ik durf hem niet echt aan te kijken.
Dinsdag 14 februari

Het sluiten van de ogen voor het beeld in de spiegels van de paskamer.
Woensdag 15 februari

Drukke dagen op het werk en thuis, in de aanloop naar zaterdag.
En het is als die theorie die iemand me vertelde: dat je een bos-mens bent als je zelf van binnen volop in beweging bent, onrustig, of veranderlijk. Dat je een strand-mens bent als je rustig bent, of in stilstand.
De mens op zoek naar zijn tegengestelde, zijn spiegel. Rust zoeken in een bos als je zelf onrustig bent, het woelen van de zee zien en horen als je in beweging blijven wilt.
Op het werk veel mensen om me heen, pratend, vragend, druk zijnd.
Een rust komt over mij, ik doe de dingen één voor één, ik heb mijn laagste stem.
Thuis razen alle stemmen van vandaag nog om me heen, en stapelen de dingen die ik nog moet doen voor zaterdag zich op.
Ik raak in paniek.
Donderdag 16 februari

We hebben bedacht dat er een alternatief gastenboek komt. We hebben mensen gevraagd een A4-tje mee te nemen met daarop herinneringen, wensen, anecdotes.
Op de achterkant zet ik een aantal van mijn dierbare herinneringen, zoals de altijd ontroerende stem van mijn moeder, en de keer dat mijn vader me mee nam op zijn werk door het land, en ik mocht spijbelen, omdat ik het moeilijk had.
Ik bedank ze, voor alle keren dat ze me hebben geholpen bij de hobbels in mijn leven, op mijn nooit doodlopende weg naar volwassenheid, en ik vertel ze dat ik van ze hou.
Op de voorkant plaats ik een foto waarop ze jong en verliefd in de duinen zitten, en ik pas de tekst aan van een lied wat ik ken van Herman van Veen.

Als liefde zoveel jaar kan duren
dan moet het echt wel liefde zijn,
ondanks een aantal stille uren
menselijke fouten en wat pijn.
Heel deze kamer om ons heen
waar ons bed steeds heeft gestaan
draagt sporen van een gedeeld verleden.
De wilde hartstocht lijkt nu heen
de zoete razernij vergaan,
de wapens waar we toen mee streden.

Ik hou van jou
met heel mijn hart en ziel
houd ik van jou.
Langs de zon en maan
tot aan het ochtendblauw
ik houd nog steeds van jou.

Jij bent mijn zon, ik ben jouw deken,
we zijn een doorgewinterd stel.
Ik hoef niet meer om iets te smeken
jij kent mijn zwakke plaatsen wel.
Soms liet ik jou te lang alleen
misschien deden we soms wel eens iets verkeerd
lieten we elkaar niet binnen.
We waren jong en niet van steen
en zo hebben we dan toch geleerd
je kunt altijd opnieuw beginnen.
Vrijdag 17 februari

En ondanks een vrije middag is het haasten en zweten en veel te laat naar bed. Moet ik 's avonds mijn A4-tjes nog printen bij Ex, lukt het niet om muziekjes te branden, en moet ik nog beslissen wat ik aan ga trekken.
Iemand zei me wel eens dat ik niet te streng moet zijn over mijn steeds weer tegen deadlines aan werken. Dat ik misschien juist door die deadline op mijn best ben.
Maar vandaag weet ik het zeker: dit ben ik niet op mijn best.

Zaterdag 18 februari

De dag begint al vroeg, veel te vroeg. Al om 9 uur 's ochtends ontmoet ik Grote Zus op een leeg en koud station waar ze me meeneemt in haar auto.
Grote Broer zit strak in het pak, Grote Zus en ik liggen weer dwars.
Grote Broer en zijn vrouw lopen te stressen, willen dingen die niet geregeld hoeven worden, dirigeren mensen die niet gedirigeerd wensen te worden.
Maar onze ouders genieten. Zien er als een gelukkig stel uit en zijn blij met alle vormen van felicitaties en trots op hun kinderen.
Aan het einde van de dag kan ik niet meer op mijn benen staan, en doen mijn mondhoeken pijn van het welgemeende maar ook urenlange sociaal zijn, en ben ik tot in mijn hartslagader doordrongen van familie en roep ik dat alle warme bijdragen ook veel zegt over mijn ouders, over de mensen die zij zijn.
Helemaal kapot stap ik in de trein naar huis, mijn terugreis duurt zo'n 2 uur.
Ik denk terug aan de foto's die ik vanavond gezien heb, die vandaag gemaakt zijn met de digitale camera van Grote Broer.
Terugkijkend naar mezelf huilt mijn hele lijf.
Zondag 19 februari

Een dag om maar niet wakker te worden, een dag om mijn pijama niet uit te trekken. 's Nachts om 3 uur word ik wakker op de bank, waar ik gisteren bij thuiskomst op ben beland. Dan naar bed, word een paar uur later wakker, kijk naar wat winterspelen en slaap. Het lichaam zeurt, is niet in beweging te krijgen. Vaag hoor ik een telefoon, maar ik ben niet in staat op te staan en stem te geven.
Vlak voor het schaatsen word ik opnieuw wakker en geniet ik van goud. Hervind ik mijn stem in de nagesprekjes met familie en denk ik niet te lang aan de mail van Grote Broer waarin hij de foto's opstuurt.
Dit is dus het begin van weekenden zonder afspraken voor anderen, dit is het begin van een leven weer van mij.
Maandag 20 februari

Aan het einde van de werkdag slaat de vermoeidheid genadeloos toe. Ik merk hoe ik nauwelijks meer in staat ben op anderen te reageren. Als een zombie stap ik de trein in en als een zombie stap ik weer uit, een half uur later.
Het is koud buiten.
Ik loop naar mijn fiets, en mor aan mijn slot maar het springt niet open. Ik pak mijn flesje slotspray, en giet het in elk gaatje wat ik vinden kan. Het druppelt op mijn broek en het prikt in het vanmorgen opengekrabde wondje aan mijn vinger. Maar het slot springt niet open.
Buschauffeurs die staan te wachten tot ze mogen vertrekken kijken argwanend mijn kant op, denken dat ik een fiets sta te jatten. Mijn rug doet pijn van het voorover gebogen staan, en ik vloek en ik stampvoet en ik voel mijn tranen komen. Ik wrijf in mijn ogen en het doet pijn van vermengde traanvocht en slotspray.
Een man stapt uit zijn auto. Hij wacht op zijn vriendin en biedt aan me te helpen.
Maar het slot springt niet open.
Eigenwijs probeer ik het nog even maar na een half uur loop ik verdrietig en klein naar de bus. De foto's van zaterdag vinden hun weg naar mijn netvlies, want bij mij komt een ongeluk nooit alleen.
Mijn slot doet het niet, en ik ben lelijk en niet interessant en gelijkwaardig, ik ben  gek als ik denk in een relatie te passen, bij iemand te passen dus daar moet ik snel een einde aan maken.

Dinsdag 21 februari

Het is een interessant spel met woorden. Wij aan de ene kant van de tafel, zij tegenover ons. Onze woordvoerdster laat zich niet intimideren door de badinerende houding van die van hun, door hun feiten en door hun poging ons een schuldgevoel aan te praten.
Er wordt veel geschorst. Zij beschuldigen ons van niet luisteren en van emoties, wij glimlachen terug en voelen ons gesterkt door de achterban.

Ondertussen staat jarige Ex aan het graf van zijn moeder. Ik ben me vandaag erg bewust van het lijntje naar boven.
Woensdag 22 februari

Bij terugkeer op het station probeer ik het slot weer open te krijgen.
Tevergeefs.
Ik loop met mijn achterwiel opgetild met mijn fiets naar de stationsreparatiefietsstalling. De man pompt een overdosis smeerolie in alle slotgaten en na wat mannelijk trek- en rukwerk springt het slot open. Ik kijk de man dankbaar aan.
Komende tijd maar eens op zoek naar mijn eigen smeerolie om mijn eigen vastgeroeste sloten open te doen springen.
Donderdag 23 februari

Het interesseert me niet wat je doet voor de kost. Ik wil weten waar je naar verlangt en of je durft te dromen dat het verlangen van je hart vervuld wordt.

Het interesseert me niet hoe oud je bent. Ik wil weten of je het risico durft te nemen jezelf belachelijk te maken voor liefde, voor je dromen, voor het avontuur van in leven zijn.

Het interesseert me niet welke planeten er om je maan heen staan. Ik wil weten of je het centrum van je eigen verdriet hebt aangeraakt, of je geopend bent door de teleurstellingen van het leven, of dat je ineengeschrompeld en gesloten bent geworden uit angst voor meer pijn. Ik wil weten of je bij pijn kunt zijn, van mij of van jou, zonder te proberen het te verbergen of te laten verdwijnen of het op te lossen.

Ik wil weten of je kunt zijn met vreugde, van mij of van jou, of je wild kunt dansen en je door extase laten vullen tot in de toppen van je vingers en tenen, zonder ons te waarschuwen dat we voorzichtig moeten zijn of realistisch, of dat we de beperkingen van het mens-zijn moeten onthouden.

Het interesseert me niet of het verhaal dat je vertelt waar is. Ik wil weten of je een ander teleur kunt stellen om trouw te blijven aan jezelf; of je beschuldigingen van verraad kunt dragen zonder je eigen ziel te verraden. Ik wil weten of je ontrouw kunt zijn [wanneer nodig] en daardoor vertrouwenswaardig.

Ik wil weten of je schoonheid kunt zien, zelfs als het niet elke dag mooi is, en of je vandaar uit kunt leven. Ik wil weten of je met mislukkingen kunt leven, van jou of van mij, en toch aan de rand van het meer kunt staan, schreeuwend tegen het zilver van de volle maan, "Yes!".

Het interesseert me niet te weten waar je woont of hoeveel geld je hebt. Ik wil weten of je op kunt staan na een nacht van verdriet en wanhoop, vermoeid en gebroken, en doet wat gedaan moet worden om de kinderen te voeden.

Het interesseert me niet wie je bent of hoe je hier bent gekomen. Ik wil weten of je met mij in het centrum van het vuur kunt staan zonder daarvoor terug te schrikken.

Het interesseert me niet wáár of wàt of met wiè je hebt gestudeerd. Ik wil weten wat jou van binnenuit steun geeft wanneer al het andere wegvalt.

Ik wil weten of je alleen kunt zijn met jezelf, of je werkelijk van jouw eigen gezelschap houdt in de lege momenten.

AUTEUR: ORIAH MOUNTAIN DREAMER

Vrijdag 24 februari

Nog zoveel te doen.
Mailen - bellen - opruimen - schoonmaken - boodschappen doen - zorgverzekeringspapieren opsturen - betalingen doen - en: tas inpakken.
Morgenochtend 9 uur zitten BHV en ik in de trein naar Parijs.
Zaterdag 25 februari

De Sacre Coeur is mooier als de zon schijnt en de trappen vol liggen met mooie Fransozen en gitaarspelende toeristen. Maar ook tegen een grijze achtergrond steekt het wit van de kerk scherp af.
Bij het zien van de hoge trappen denk ik terug aan P, aan wie ik zo'n 2,5 jaar geleden een verrassingsbezoek bracht tijdens zijn zakenreis in Parijs. We zagen elkaar daar voor het eerst, na een lang en intensief mailcontact, en na een wedstrijdje 'wie het eerste boven was' deelden we hijgend aan de voet van de kerk onze eerste kus.
Aan hem denk ik als ik andere stellen elkaar zie omhelzen.
Maar ik denk aan Annie als ik binnen een kaarsje brandt. Notre Dame, Onze Vrouw, in de Sacre Coeur.

Al snel ontdekken we happy hour, wat in Parijs hours is, dus dat komt helemaal goed met ons, met wijntjes, brood en bijzonder lekkere vleeswaren. We vermaken ons zo goed dat we het avoneten laten zitten en licht beneveld wandelen nee flaneren we langs de Seine.
Op de kade heeft een man een hutje gebouwd, met een open vuurtje en een windgong.
Het verkeer raast langs ons, met opvallend veel politie. Even verderop, tegenover een theater, is een luidruchtige demonstratie gaande. Er wordt gejuicht of boegeroepen bij vertrekkende bezoekers. Tussen publiek en demonstranten staan honderden ME-ers, imposant en imponerend en overdreven. Neus aan neus staan ze, grimmig tegenover elkaar, niet bereid toe te geven.
Wij lachen nog naar een stel stoere mannen wat uit een gepantserd busje stapt, helm opdoet, en met de hand aan de gummiknuppel hun talrijke collega's gaat ondersteunen, maar ze lachen niet terug.

We vervolgen onze weg langs de Seine, de Seine waar Camille haar laatste vrije jaren drinkend doorbracht met de clochards.
Zondag 26 februari

Zondagmorgen 10 uur is het al best druk in het museum.
Ik word gelukkig bij het zien van haar en haar werk, Camille, mijn Camille.
Ik probeer niet ieder boek te kopen wat een andere kaft heeft, maar dezelfde inhoud en beperk me tot wat gadgets.

Door het vermoeiende lopen, een lange lunch met een hele vieze koude Croque Monsieur, en wat dwalen door de stad, komen we pas laat aan bij Musee Rodin. Het is er vervelend druk, de beelden worden uit het zicht onttrokken door hordes Japanners met een audiotour. Camille is hier nergens meer te vinden, terwijl Rodin in zijn testament heeft laten zetten dat er in zijn huis, het huidige museum, minstens één kamer bestemd was voor haar werk.
De logische reden die hier ongetwijfeld voor is interesseert me niet, ik kan geen genoeg van haar krijgen.

En weer gaan we ongemerkt te lang door met lopen waardoor we te snel genoegen nemen met een fout restaurant dichtbij het hotel, met een onbeschofte bediening, een oud voorafje en een taai hoofdgerecht. We zijn te moe om te protesteren en gaan snel terug naar onoze kamer met de bloemetjesgordijnen en bijpassend behang.
Maandag 27 februari

Ondanks de mierzoete thee is het fijn vertoeven in de Salon du Thé van de Moskee. Ooit was ik hier in de Hammam, om met blozende wangen P elders in de stad te begroeten. Nu genieten we van de huiswerk makende studenten van de nabijgelegen universiteit en het oude vrouwtje wat zich na het bidden tegoed doet aan een brok bakhlava. In de bijbehorende souk doe ik ideeën op voor mijn werkkamer, die momenteel under construction is.

Het valt op dat er veel straten zijn waar dezelfde soort winkels zijn. Zelfbewust als de Fransen zijn, zijn ze kennelijk niet bang voor concurrentie.
Zo lopen we door een kaasfonduewijk, en spontaan beginnen BHV en ik te kwijlen en te watertanden en we nemen ons voor hier 's avonds terug te keren.

De lunch op Boulevard St. Germain valt goed, we hebben al veel moois gezien en het wordt alsmaar beter. BHV flirt vanachter het raam van het café veilig met zo'n donkerharige bruinogige Fransman en hij zwaait en lacht terug.
Even later keert hij terug met een doos vol chocolaatjes. Hij kijkt verlegen nog even achterom voor hij de straat oversteekt en de deur opent van een appartementencomplex tegenover ons.
We zoeken naar openslaande Franse balkondeuren of een hoofd wat achter nauwelijks bewegende gordijnen nog een glimp probeert op te vangen van BHV, maar we zijn hem kwijt. Ik vind mezelf reuze grappig als ik Sjans Elysée zeg.

Voor de zoveelste keer naar het huis van Camille. 2 Etages lijken leeg te staan, maar staan niet te koop. Ik ga me nog bezinnen op een list om binnen te komen bij een volgend bezoek.

Na wat 'verplichte' nummers die hun charmes hebben behouden en na happy hours in een Engels aandoend café tegenover een slechtlopend Iraans-Armeens restaurant, gaan we terug naar de andere kant van de stad voor onze kaasfondue waar we ons de hele dag op hebben lopen verheugen.
Er staat veel onbegrijpelijks op de kaart. We willen er zeker van zijn dat we de kaasversie bestellen en niet het vlees, en laten het ons uitleggen. Bij anderen om ons heen zien we verschillende pannetjes met verschillende inhoud en we bepalen dat wij ieder een oranje pannetje zullen krijgen. We kunnen niet wachten en dat hoeven we ook nauwelijks. Kort na het bestellen wordt bij ons een soort rechaud aangesloten. We kijken elkaar niet begrijpend aan. Voor de bijgerechten, houden we elkaar voor. Dan krijgen we een beetje brood, een schaal warme aardappelen in de schil en een bord vleeswaren met kaas. De serveerster ziet onze verbazing en doet het voor. De kaas laten smelten in een pannetje en dan gieten over een gepelde potato.
In onze poging het goed te doen hebben we raclette gekregen.
Terwijl bij anderen de vloeibare kaas via het stukje stokbrood van de vork met 2 tanden glijdt, schrapen wij onze kaas met de spatel uit het pannetje en beleggen aardappel en brood.
Het hele restaurant kijkt naar ons, en snapt niets van ons gerecht, terwijl wij ons door de maaltijd heen worstelen en steeds meliger worden en jaloerser op de pannetjes om ons heen.

In al mijn holtes zitten kaas en mijn kaken doen pijn van het lachen.
Dinsdag 28 februari

Dure winkels, dure pauzes, dure telefoontjes waarin ik hoor dat de onderhandelingen op het werk vastzitten en er wat de tegenpartij betreft geen geld bij komt.

Grote gebouwen, lange straten, brede boulevards.

We leren de les dat je alrijd direct toe moet slaan als je iets ziet.
De posterreclame voor de bruidsmodewinkel waarop een getekende vrouw een kikker kust is nergens meer te bekennen.
De winkel met geweldig vormgegeven gebruiksartikelen is spontaan in verbouwing en dicht voor ons.
De begeerde wafels met warme kersen zijn plots onvindbaar.

We trekken ons terug.
Partir c'est mourir un peu, maar we verheugen ons toch op onze thuiskomst.



MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy



























februari 2006