Zondag 14 december
Uitgerekend ik, die al natte ogen krijg bij het idee aan een gezellig familiekerstgebeuren, neem de organisatie daarvan in handen.
Voor 's middags maak ik een soort van levend ganzenbordspel, waarin ze in teams opdrachten moeten uitvoeren.
Mijn keuken is klein en mijn keukengereedschap beperkt dus maak ik de meeste gerechtjes zelf, laat ik de anderen bijgerechten en salades en toetjes meenemen.
Uitgerekend ik, die al onpasselijk wordt bij het idee aan truttigheid en burgerlijkheid, ga op een extra koopzondag naar een tuincentrum om spulletjes te kopen voor de inrichting van mijn huis. Het is de route door het bos die me gelukkig maakt als het goed met me gaat, en verdrietig als het minder gaat.
Maar hoe verdrietig ik me de laatste tijd soms ook kan voelen, er rollen geen tranen meer. Ze wellen op, maar ze komen niet over het randje van mijn ogen.
Misschien mijn leven al teveel vergoten.
Of mijn gevoel is verstandiger dan mijn verstand. Mijn verstand dat alles opblaast, mijn gevoel dat relativeert? Zegt dat het allemaal zo erg niet is?
De ontsteking in mijn dikke darm vult mijn onderbuik niet met warme gevoelens.
Als ik terugfiets is het donker in het bos.
De kunstenaar Jan Fabre schreef ooit dat hij zingt als hij bang is.
Ik ben niet bang, ik ben verdrietig.
Geen gezongen woorden over mijn lippen.
Geen tranen over mijn wangen.