Zaterdag 1 december

Bij het eindelijk wakker worden vind ik een mail van een collega die niet blij is met alles wat er is overgedragen.
Ik geef haar groot gelijk, laat haar weten dat ik zondag zal werken om het alsnog zelf weg te werken.
Krijg later een mail en telefoon waarin ze zegt dat ik echt niet moet komen.
Neem mij dat ook voor, totdat ik opeens denk aan een paar dossiers, waarvan de vertrekdatum een week ligt nadat ik wer terug ben, en daarvoor moet nog wel wat gedaan worden. Dat wordt dus werken morgen.

Terwijl ik in het Dorp met iemand praat over vasthouden en loslaten zegt iemand de vriendschap met me op.
Volkomen terecht.
Probeer de woorden die ik terug schrijf niet te verdedigend, niet te slachtofferig te laten zijn, maar het lukt niet echt.
Feit is dat ik niet goed ben in vriendschappen, dat ik het liefste alleen ben, dat ik egoïstisch ben.
En ik mag natuurlijk niet zeggen en blijven hangen in dat ik nu eenmaal zo ben maar tegelijkertijd ook niet dat ik machteloos ben in het aanpakken van mezelf.
Ik draai rondjes in mezelf.

Kan niet vasthouden en kan niet loslaten.
Zondag 2 december

De wekker stond op 8 uur, maar opstaan om te gaan werken lukt niet. Opstaan om de wekker uit te zetten wel.
Ik leg me neer, leg me er bij neer, lees Harry Potter uit.

Ga op de bank zitten, Poes, dekbedje, het vertrouwde beeld.
Ben boos, ben verdrietig.
Stuur een mail naar BHV, in reactie op een sms van haar. Voor een sms is mijn verhaal te lang en is dat middel te direct kontakt.
Ze belt me en ik moet huilen.
Tegen haar kan ik alle groot gemaakte dingen zeggen. Zij herkent ze, zij relativeert ze.
Ze biedt me haar hulp aan en ik geef aan die aan te gaan nemen.

Hoewel het al laat in de middag is begin ik toch aan kamer 1. De moeilijkste kamer, die kamer waarin dingen liggen die ik niet onder ogen wil zien. Met die dingen begin ik.

Maandag 3 december

Natuurlijk had ik gehoopt dat kamer 1 al klaar zou zijn, maar de resten van kast 1 liggen nog verspreid over mijn vloer.
Dat is logisch, als je met de grootste en moeilijkste klus begint, maar het is ook een fijne aanleiding om teleurgesteld te zijn, boos op mezelf.

Poes kijkt teleurgesteld als ik eind van de ochtend mijn jas aantrek en de verwarming laag zet. Ik had haar verteld de komende 2 weken bij haar te zijn en ik breek nu mijn woord al.

Maar het is voor een goed doel. Het is voor mij.
Ik reis af naar een ander deel van het land om mijn dreads bij te laten werken. Ik heb het te druk om de uitgroei zelf te klitten en er zijn lussen in gekomen die ik niet weggewerkt krijg met een haaknaald. Ik durf niet terug te gaan naar het adresje waar ik ze heb laten zetten, bang voor de preek van de baas, maar ook voor de rekening.
Daar zit ik dan, in de huiskamer van een leuke vrouw, we blijken veel gemeen te hebben, zelfs een knobbel in onze borsten.
Ik voel hoe gedurende 4 uur mijn haar weer in fatsoen wordt gebracht, hoe de dreads weer strak worden, en dread zijn van begin tot eind.

Thuis zit ik op de bank. Doe een paar stapeltjes in een plastic tas. Ik kan wachten met verder opruimen tot ik die papieren heb uitgezocht een plek heb gegeven, maar dat houdt heel erg op, en misschien is het nu meer de tijd om de grote lijn uit te zetten en daarna in de details te duiken. Zo worden stapels stapeltjes en dus overzichtelijk, werkbaar.


Dinsdag 4 december

In het Dorp wordt een naambordje opgehangen wat een duidelijke parodie is, een duidelijk commentaar, duidelijke kritiek, op de mijne.
Ik laat me niet verleiden erop te reageren, maar het houdt me wel bezig.

Ik ga verder met opruimen, maar schiet niet echt op. Er ontstaan stapeltjes en die stapeltjes moeten ergens en ik weet nog niet waar.

Ga naar Ex, ga iets met hem eten en drinken, vooral drinken.
Bij hem thuis hebben we nog een gesprek over mijn site en mijn boek. Hij speelt er een rol in, vindt dat niet erg, vindt dat ik alles over hem mag zeggen zolang ik maar niet zijn eigen naam gebruik. Dat is sowieso nooit aan de orde geweest, ik heb me alleen afgevraagd of ik Annie niet tekort doe door haar niet haar eigen naam te geven, omdat het boek toch een beetje een eerbetoon aan haar zal zijn. Hij vindt van niet, is geloof ik wel blij dat ik haar in het boek Anna zal noemen, die naam past beter.
Ik heb het erover dat ik mensen niet wil kwetsen, dat ik geen dingen via mijn site wil uitspreken die ik niet in het echt durf te zeggen. Maar  mensen zijn niet altijd blij met wat ik schrijf, met mijn kijk op de dingen, op gebeurtenissen.
Aan de andere kant, en daarom heb ik mijn site niet zo gepromoot bij vrienden en bekenden en vooral familie, wil ik me niet beperkt voelen door me te bedenken wie het lezen.

Ex stelt terecht dat ik wel de keuze heb gemaakt om het openbaar te schrijven, dit soort van dagboek, en dat het naìef is om te denken dat sommige mensen (bijvoorbeeld mijn ouders) het nooit zullen lezen en dat ik daarom mijn gang kan gaan en kan schrijven wat ik wil.

Moet ik nog wel doorgaan met de site.

Ik ging wat met hem eten en drinken, vooral drinken.
Best wel dronken kom ik thuis.
Schrijf een onbedoeld onaardig mailtje naar een dorpsgenoot.
Heb kontakt met Goede Man, hetgeen me opstandig en verdrietig maakt.
De drank voert me naar een diepe slaap, op de bank, tijdens ons mailen.
Zie om 6 uur 's ochtends, als ik met een zware hoofdpijn wakker word, dat hij nog even gewacht heeft op een antwoord van mijn kant maar uiteindelijk wel door had dat ik weer eens in slaap was gevallen.

Het bonzen van mijn hoofd overstemt dat van mijn hart.
Woensdag 5 december

De ik-heb-teveel-gedronken-hoofdpijn manifesteert zich.
Toch probeer ik door te zetten met opruimen. Nog steeds de werkkamer. Extra ruimte vrijgemaakt voor nieuwe cd's en kunstboeken.
Spullen rond hetzelfde thema op de tafel uitgespreid, zoals mijn fotospullen, gebruiksaanwijzingen, cassettebandjes.
Zet een tas neer voor de spullen waar ik nog geen plek voor weet, in plaats die als excuus te gaan gebruiken om niet verder te kunnen.

BHV komt langs. Wat is zij toch een toffe vriendin. Ze gaat met me mee naar het afvalstation om mijn lege verfpotten weg te brengen. Gaat met me mee naar IKEA waar blijkt dat alle vestigingen vandaag om 17u sluiten, belachelijk. En gaat met me mee naar mijn werk, waar ik probeer de dingen te doen die nodig zijn om los te laten.
Het lukt niet helemaal, 1 dossier kan ik niet afronden, maar ik heb er nu wel met iets meer rust naar gekeken. Ben iets verder gekomen en heb in kaart kunnen brengen wat niet lukt en heb daar hulp bij gevraagd.
Krijg zelfs een kadootje van haar.

Een beter gevoel bij het weggaan nu.
Hoewel ik ook merk dat ik snel gepikeerd raak, nog onvoldoende tot rust ben gekomen, nog onvoldoende afstand heb kunnen nemen.
Dat blijkt alleen al uit het feit dat ik benauwd kan worden van het feit dat er al 3 vrije dagen voorbij zijn, in plaats van dat ik nog anderhalve week vrij ben.
Mijn glas is half leeg, ik weet het, en ik ben degene die het moet vullen.
Donderdag 6 december

Na 2 berichten op mijn antwoordapparaat van mijn werkgeefster kan mijn vakantie eindelijk beginnen.
Niet dat ik nu als een razende ga opruimen, af en toe een plank of een la, en verder veel op de bank zitten en kijken naar de hoopjes spullen. Heel langzaam sluipt er een rust in mijn hoofd. Heel langzaam laat ik los.

Vrijdag 7 december

Ik begeef me weer op het hellende vlak met Goede Man, überhaupt door af en toe met hem te mailen.
Ik mail hem dat het waarschijnlijk maar goed was dat ik in slaap viel deze week tijdens het mailen met hem. Dat ik anders misschien genante dingen had gedaan. Stiekem, of nee nogal doorzichtig hoop ik dat hij zal zeggen dat hij het jammer vindt dat het niet zo ver gekomen is, maar hij zegt dat ik daar dan maar blij om moet zijn. Ik probeer terug te slaan en zeg hem dat we daar dan maar samen blij mee moeten zijn, maar hij trapt er niet in, zegt dat hij vooral blij voor mij is en gaat dan verstandig slapen.
Zucht.
Ik voel me klein, kinderachtig, zwak.

Het voornemen vroeg of in ieder geval vroeger dan de afgelopen nachten naar bed te gaan, mislukt.
Ik kan me er niet toe zetten op te staan, de tv naar mijn slaapkamer te rijden en daar verder te kijken.

Eerst de film Beat the Drum.
Na het overlijden van zijn ouders vertrekt de jonge Musa naar Johannesburg, waar hij geld hoopt de verdienen en zijn oom hoopt de vinden. Het leven op straat is hard, maar Musa weerstaat de criminaliteit. Langzaam krijgt hij een andere kijk op het leven en op het overlijden van zijn ouders: ze stierven aan aids, maar op de ziekte rust een taboe. Samen met vrachtwagenchauffeur Nobe probeert Musa het taboe te doorbreken en aids bespreekbaar te maken.

Mooie beelden die mijn heimwee naar Afrika, en mijn verlangen daar een tijd te verblijven aanwakkeren.

Dan de film Sophiiiie!
Sophie is begin twintig en zwanger. Van wie is onduidelijk, in ieder geval niet van haar vriend Manu. De avond voor haar afspraak bij de abortuskliniek twijfelt ze nog steeds: wil ze het kind houden of weg laten halen? Sophie vlucht het huis uit en racet op Manu's motor door Hamburg. Het is het begin van een nacht vol drank en bizarre ontmoetingen. Haar tocht heeft geen bestemming, alleen een eindtijd: tien uur de volgende morgen, het tijdstip van de afspraak in de abortuskliniek. De verwarde, onberekenbare Sophie zoekt voortdurend het gevaar op. Zo wandelt ze in haar eentje louche kroegen binnen, stapt zonder geld in taxi's en houdt haar dronken roes in stand met een mix van bier, champagne en de inhoud van een geplunderde minibar.

Heftige film, met mooie vondsten en beelden. Veel korte en inderdaad bizarre ontmoetingen, taxichauffeurs die ze vraagt waar ze naar toe zullen gaan, omdat zij haar doel niet weet. Mannen die haar seksueel bedreigen en misbruiken. En met de enige jongen die goed voor haar is weet ze niet om te gaan.

Herkenbare pijnlijke beelden ook. De miskraam. De eenzaamheid na kortstondig kontakt met mensen, na verkeerde aandacht van mannen, na het niemand per telefoon kunnen bereiken. De stap voor de trein.

Het is al laat, maar slapen kan ik niet.

Zaterdag 8 december

Doc komt langs en we delen ons leven. Er is weer veel gebeurd sinds de laatste keer dat we elkaar zagen. Sommige mensen spreek je niet vaak, maar je kunt wel van ze houden, ze dichtbij voelen, en Doc is er daar 1 van.
Samen gaan we naar de borrel in de dorpskroeg. Ik durf er niet over te schrijven, gezien de vervelende reacties op eerdere recensies.
De censuur waar ik bij het beginnen van deze site bang voor was, is er in geslopen.
Te bang om mensen te kwetsen, te bang om nog meer mensen te verjagen.


Zondag 9 december

Uitslapen, knuffelen met Poes, de vorige avond voorbij laten trekken.
Op de bank zitten onder dekbedje, schaatsen kijken, en de nieuwste dvd van Harry Potter.
Dan slaat het vrije en luie gevoel om. Om toch nog enige zingeving te geven aan deze dag onderneem ik een paar kleine dingen en die mislukken. Een verbinding maken tussen mijn computer en mijn telefoon. Muziekjes downloaden, gratis.
Zelfs Poes bijt me bij een verkeerde aanraking en haar nagel blijkft haken in mijn vinger als ze geirriteerd weg wil lopen.
Ik vind mijn draai niet vandaag maar houd me vast aan nóg een vrije week. Ik probeer mijn glas te vullen.
Maandag 10 december

Behalve van BHV krijg ik vandaag ook wijze woorden van 2 mannen.
1 Is een dorpsgenoot, die me vertelt dat hij zijn verdrietige periodes vóór zich laat werken.
Dat hij problemen ziet als kansen en van narigheid gebruik wil maken als een gelegenheid om van koers te veranderen.

De 2e is een lezer, een mede-schrijver, een mede-tobber.
We mailen, we blijven mailen, we blijven bij elkaar gedurende de dag en een deel van de nacht.
Hij zegt dat ik welbeschouwd geen slachtoffer ben, als ik zeg dat ik niet in die rol wil blijven hangen, maar dat ik dat van mezelf maak en dat ik recht heb op troost. Dat ik aan mezelf moet denken, in plaats van aan mezelf in combinatie met die ander. Dat blijven hangen bij Goede Man ook een manier is, een veiligheid, een ingebouwde garantie om niets met andere mannen te hoeven.
We hebben het over het maken van een plan, waar je vervolgens weer vanaf kunt wijken, maar het geeft je ruimte, richting, en rust, waardoor je je daarnaast ook meer op anderen kunt richten.

Ik merk dat ik steeds meer aarzel om hier te schrijven, om hierover te schrijven.
Ik heb het gevoel dat de meute steeds meer gaat zuchten, steeds meer gaat afhaken.
En dat snap ik wel, het is een barst in steeds weer dezelfde plaat.
En de reden dat het steeds dezelfde plaat is en dezelfde barst ligt in mij, ik wil niet voldoende veranderen.

Ik weet oprecht niet hoe ik dat kan veranderen en mijn schrijven daarover is een oprechte zoektocht maar ik vind het niet.
Wil ik kennelijk niet.
En zo kom ik steeds weer bij mezelf uit, bij mijn machteloosheid, en die richt zich naar binnen.
Dinsdag 11 december

Terwijl ik nachtelijks nog in druk en gezellig mailverkeer verwikkeld ben krijg ik een mail van iemand. Iemand die ik ken, iemand die ik mag.
Daarin staat dat een vriendschap met mij een beetje teleurstelt, omdat ik vaak niet in ben voor een ontmoeting. Dat mijn afschermen het contact met mij op de proef stelt.
Hij stelt een ontmoetinkje voor om het oude zeer te vergeten.

Ik kan er nog niet op reageren. Word er verdrietig om. Het is iemand die ik mag, daarom is het goed nu nog niet terug te mailen. Dan zou ik alleen maar van me af slaan.
Zou ik schrijven dat ik een oproep zal plaatsen waarin iedereen die ik teleurstel zich kan melden, dat ik een sorry-feest voor allen zal organiseren. Dat ik daar als levende schietschijf zal fungeren.
Dat ik geen vriendschappen meer zal aangaan, omdat ik die toch niet kan waarmaken.

En ja, natuurlijk is het goed dat die iemand zich uitspreekt, en zegt hoe de dingen overkomen bij een ander.
Heel goed.

De dag kabbelt voorbij, weet me door frequent mailen dichtbij iemand, ruim de kledingkast op, het schoenenrek, de dekenkist met beddegoed. De keukenkastjes. Mijn huis staat vol met vuilniszakken.
Het geeft geen voldoening.
Zodra ik even ga zitten dringen de tranen zich op.
Ik werk door, maar voel dat het verdriet zich niet weg laat duwen.

Het is al(weer) laat en ik mail nog steeds als er een mail van Goede Man binnenkomt.
Via het dorp begroet hij me met 'Hmmmm...'
Ik word zo boos op hem. Vertel hem dat ook. Dat ik hem een lul vind, hij weet toch hoe ik worstel met het loskomen van hem. Dat hij waarschijnlijk gedronken heeft, en zijn lust moet deponeren, en dan maar weer bij mij uitkomt. Omdat ik zwak ben, er in trap omdat ik blij ben met alles wat ik van hem krijg totdat hij nee zegt, en dat die nee van hem er altijd weer zal komen.
Dat ik boos ben op hem, en op mezelf. Boos omdat ik hem nog steeds wil terwijl zo duidelijk is dat er nooit iets meer gaat gebeuren.

Hij reageert niet echt inhoudelijk, ik had hem ook al laten weten er niet over te willen discusiëren, dat ik even geen nuances aan kan en wil brengen. Zegt alleen maar dat hij af en toe aan me denkt en dat ik dat zo groot kan maken als ik wil. Dat hij zal proberen me niet meer in verwarring te brengen.

Terwijl ik dikke tranen huil, kijk ik naar Poes, die languit tegen me aan ligt. Haar voorpootjes opgetrokken, haar achterpoten gestrekt tegen mijn bovenbeen.

Woensdag 12 december

Het zat er al vroeg in.
Ik denk dat ik een jaar of 16 was en vriendin A. ging met vriendinnen een lang weekend in een vakantiehuisje in Noord Holland. Ik mocht niet mee. Daar leerde ze een jongen kennen, R. waar ze verliefd op werd en hij op haar. Die jongen had een vriend, P., en er was besloten dat hij wel wat voor mij was.
Een enkele keer belden we en eigenlijk hadden we al verkering voordat we elkaar gezien hadden.
De grote dag kwam dat P. en R. naar een camping in de buurt kwamen.
A. en ik fietsen er naar toe, ik was zo zenuwachtig.
Zodra we elkaar zagen zijn we gaan zoenen en dat bleef zo de rest van de avond.

Later, veel later, brak een periode aan van internetdaten. Spanning opbouwen, en bij de ontmoeting die spanning al dan niet inlossen.
Eerst nog vrij zorgeloos allemaal, nu blijf ik meer hangen in de periode van de opbouw, omdat ik er stiekem van overtuigd ben dat bij de ontmoeting het afbreken snel zal aanvangen. De bewijzen daarvan liggen er, en die leg ik nu op iedere mogelijke nieuwe date.

Er dreigt nu iets te kunnen gaan gebeuren, te kunnen gaan ontstaan, en ik ben bang.
Bang dat ik de tekenen verkeerd versta.
Dat ik me verschuil achter veiligheden en dat de werkelijkheid me snel wakker zal schudden.
Dat ik iets kapot maak voordat het is ontstaan.

Het zegt iets, dat er zoveel indirect contact is. Het zegt iets over de tijd, het zegt iets over mij.
En het klopt, wat er eerder deze week tegen me gezegd is, ik ben me gaan richten op de onmogelijkheden, op onvolkomenheden, op onbereikbare mannen.
Het ontslaat me van de verantwoordelijkheid gelukkig te zijn.

Laten we voorzichtig zijn, zei hij gisteravond nog, we zijn beiden zo kwetsbaar.
Zijn sms-jes uit de kroeg vannacht gaven een hele andere richting.



Donderdag 13 december

We hebben elkaar een hoop te vertellen, BHV en ik.
We ratelen onze nieuwtjes achter elkaar; zij is trots op mij, én blij voor mij, en mijn mond viel open bij het horen van wat zij te vertellen heeft.

We gaan naar Ikea. We stonden hier eerder, een week geleden, Sinterklaasavond. Blijkt Ikea dicht op Sinterklaasavond. Belachelijk.
BHV heeft sinds kort weer muziek in haar auto en we lallen weer vertrouwd mee, met hele foute muziek, van mij. Ik durf niet te zeggen hoe fout.
We kopen een paar stellingkasten en eenmaal thuis halen we de schuur zo goed als leeg, gooien weer heel veel weg, en zetten de stellingkasten in elkaar.
BHV is een bikkel.

Hoe noem je een man die al een paar dagen een belangrijke rol in je leven heeft.
Een man waarvan je nog niet weet welke rol hij uiteindelijk gaat vervullen.

Tot nu toe kregen de mannen namen als Man, Goede Man, Foute Man, maar op een gegeven moment ben je door de mannen heen.
Ik kan hem Schrijver noemen, maar dat dekt de lading niet, hij is zoveel meer.
Ik kan hem MMMB noemen, ík weet waar dat voor staat, en ík weet dat ook dit de lading niet dekt, dat hij meer is dan een man met mb.
Als ik hem was en over mij zou schrijven zou ik het wel weten, dan heette ik Druif, zoals hij mij nu regelmatig noemt.
Ik houd het op iets minder origineels maar wel passends, wat er ook moge gaan gebeuren of niet moge gaan gebeuren tussen ons.
Als er een ons gaat komen, vorm gaat krijgen.
Ik noem hem Lief.



Vrijdag 14 december

De dag begint met een bijzonder bericht.
In New Jersey wordt de doodstraf afgeschaft.
De eerder ter dood veroordelen krijgen nu de keus: of levenslang, of alsnog de doodstraf.

Wat voor een keuze is dat nu?
Ik heb ooit nog geschreven met een ter dood veroordeelde man. Ik was heel veel jonger en veel naïever. Ik dacht, ik krijg te horen hoe het leven daar is, wat hij gedaan heeft om daar te belanden. Maar hij wilde of mocht over het meeste niet praten, en zag mij als buitenwereld dus moest ik een soort van verslag doen. Ik ging daardoor wel nadenken over de Nederlandse idientiteit (die volgens Maxima niet bestaat) en stuurde hem nog een plaatjesboek van Nederland, met koeien en molens en Keukenhof.
Het is verwaterd, en ik weet niet of hij nog leeft of al is geïnjecteerd.

BHV komt weer. We zouden naar museum Beelden aan Zee gaan, voor de tentoonstelling en een voorstelling aldaar over Camille. Maar Camille is uitverkocht, dus gaan we naar mijn schuur. In de schuur staan nog een paar koffers met spulletjes, geen idee wat voor spulletjes, we nemen ze mee naar de woonkamer, naar de bank met kopjes thee.
In de koffers zitten herinneringen.

Een jurk, roze, met witte geschilderde stippen. Grote Zus had deze aan toen ze zong in mijn 1e toneelstuk, Horizon. Ze deed dat als puber, zogenaamd verliefd op een popster. Het eerste couplet (op de wijs van There are worse things I could do):
In de Yes zie ik je staan
je kijkt me verleid'lijk aan
met je ogen stoer en warm
zelfs het nietje in je arm
draag je vrolijk en tevree
als een medaille met je mee.

Een vreselijk zwart plastic ufo-achtig ding. Daar kan een stekker in, en een wit sprietjes-ding bovenop. Als je de stekker in het stopkontakt doet gaat dat sprietjesding bewegen en komen er verschillende kleuren licht uit de sprietjes.
Ik werkte bij een impresariaat en was op tournee met de voorstelling Scrooge. Behalve dat ik vele brandjes heb geblust, acteurs die dronken waren, acteurs die dreigden niet op toneel te komen als ze niet onmiddellijk werden uitbetaald, ikzelf die moest dreigen de voorstelling plat te leggen als de directeur van het theater het contract niet meteen zou ondertekenen, behalve dát bedien ik de boventiteling. Ik zit daarvoor in de zaal, met een laptop, en moet op enter drukken om de Nederlandse vertaling van het op dat moment gezongen lied, op de lichtkrant te laten verschijnen.
Het was kerst en we stonden in een theater in Brabant. De kinderen die bij de musical betrokken waren deelden kadootjes uit en ik kreeg die ufo. De volgende dag stonden we weer in dat theater en ik besloot om samen met de hoofdrolspelers in een hotel te overnachten, op kosten van de zaak uiteraard.
Bij de spelers zat ook een Ier, mooie man trouwens. In de bar van het hotel leerde hij me whiskey drinken, heb alle soorten wel gehad.
Op mijn hotelkamer zet ik de ufo aan. Bij het draaien van het apparaat en het wisselen van het licht komt alle whiskey weer naar boven. Alle soorten storten zich uit over de nette vloerbedekking. De volgende dag bij de voorstelling verschijnen de teksten op de lichtkrant steeds of te laat of te vroeg.

Een bruin vierkant doosje. Bij het openklappen 2 sleufjes, in 1 ervan zit een ring. Een zilveren ring, met diamantjes of zo, ik heb daar geen verstand van. Er staat een datum in, en een naam.
Ik was 17 en had verkering met R. Hij was 23, had een baan en een auto en ik was diep onder de indruk. Hij had weinig vrienden, en degene die hij wel had zag hij niet meer zodra hij met mij was. Bij hem thuis was regelmaat, op donderdag altijd chinees eten, op vrijdag soep (R. at dan altijd nog een snack in de stad omdat hij niet genoeg gegeten had), op zaterdagmiddag ging altijd de frituurpan aan voor frikadellen speciaal bij de film en op zondag was er altijd broccoli.
Hij nam me al eens mee naar een kennis, die zaaltjes verhuurde. Leuk voor de verloving, zei hij. Hij kocht een vriendschapsring voor me, de ring die ik nu in mijn handen heb.
De relatie duurde 10 maanden.
Toen ik op schoolreis zou gaan naar Parijs zie hij dat hij liever niet had dat ik zou gaan. Dat was de druppel, de laatste in een emmer met velen. Toen ik het uitmaakte dreigde hij met zelfmoord. Zijn moeder kreeg spontaan staar van de stress.
Er volgden gesprekken, heel veel tranen, maar uiteindelijk was ook voor hem duidelijk dat het over was, en dat hij niet van een flat af moest springen. Een week later had hij een nieuwe relatie.

Deze spullen en nog veel meer.
Een paar dingen gooi ik weg, een paar bewaar ik.
Sommige gebeurtenissen sluit ik definitief af, anderen geef ik een plekje.


Zaterdag 15 december

Vannacht, Lief in het café, ik in bed, we hebben sms-kontakt. Na een paar uur hebben we een afspraak, hoe ontzettend eng we het allebei ook vinden. Vanavond komt hij bij me langs. Hij vraagt om een foto en die mail ik hem, hoewel ik dit het engste vind van het hele gedoe van elkaar leren kennen. Hoewel hij die foto nog niet gezien kan hebben omdat hij niet thuis is, is het wel opeens heel stil van zijn kant.

Ik doe boodschappen, ruim de laatste dingen op, neem een fornuis in ontvangst dat ik gisteren bij de Kringloopwinkel heb gekocht waardoor ik weer een echte oven heb. Doe ontzettend veel boodschappen, grotendeels voor een etentje op mijn werk maandag, maar ook een ontbijtje, en bloemen.

Ik wacht zijn bericht af. Hij heeft mijn adres nog niet en we hebben nog geen tijd afgesproken.
Geen mail, nou ja, vanmiddag een redelijk neutrale zin op mijn foto, en geen sms.
Ook geen reactie op de paar dingen die ik verstuur.

Daar lig ik dan in bed.
Mobiel naast me, laptop naast me, maar geen kontakt, geen ontmoeting.

Zondag 16 december

Het is koud wakker worden, nog steeds geen mail of sms.
Ik probeer alle mogelijkheden en alle mogelijke redenen nog open te houden.
Ik probeer het echt.
Terwijl er natuurlijk van alles door mijn hoofd flitst.

Ik ga vriendje N bezoeken tijdens de pauze van zijn school. Zenuwachtig sta ik daar, met vriendinnetje A. Hij komt aanlopen met zijn vrienden, het duurt lang voor hij me ziet. Komt dan naar me toe: 'Niet waar mijn vrienden bij zijn' zegt hij, en loopt door.

Een klas hoger: klasgenoten maken me wijs dat een bepaalde jongen, een echt leuke jongen, mij wel ziet zitten en verliefd op me is. Ik hap, verlangend als ik toen al was om aandacht te krijgen, liefde, ook al mocht het toen die naam nog niet hebben.
Het bleek later 1 grote grap te zijn, de jongen in kwestie wist van niets.

Heel veel later: ik zit in de bioscoop. Enige tijd geleden heb ik hier een hele spannende date gehad en die krijgt vandaag een vervolg. Ik had nog een bioscoopbon, daarmee heb ik zijn kaartje gekocht. Als de film bijna begint, neem ik maar alvast plaats, laat zijn kaartje bij de kassa achter zodat hij binnenkomt.
Het laat zich raden, hij komt niet, laat ook niets van zich horen, ook niet achteraf.

Echt waar: ik probeer alle redenen open te houden.
Maar ik heb wel vragen.
Hebben de afspraak en de foto het sprookje verstoord, tot harde werkelijkheid gereduceerd?
Was het puur vermaak voor hem, zit hij zich nu met zijn vrienden te verkneukelen over de vrouw die zo makkelijk te foppen, te verleiden, is?
Wilde hij mij en zichzelf iets duidelijk maken?

Ik heb ook vragen aan mezelf.
Waarom heb ik me toch weer laten verleiden tot het sturen van een foto?
Waarom ga ik toch weer mee in deze manier van kontakt maken?
Waarom blijf ik toch hopen?

Ik zoek een naam voor deze dag en meteen komt Niemandsland naar boven.


Dinsdag 18 december

Dichtbij mijn hart, dichtbij het leven.

Verdriet en geluk brengen je heel dicht bij jezelf.
Ik heb mijn emoties vaak opgehangen aan anderen, heb mezelf gezocht bij anderen. In combinatie met anderen, zoals een dorpsgenoot pas zei.
Ik kijk vandaag naar foto's.
Van de geluksmomenten zijn ze er soms wel, van de verdrietigste momenten meestal niet.
Een vakantie met het gezin, mijn vader neemt de foto. Ik vertel een verhaal, de anderen luisteren.
Ik word gehoord, ik word gezien.
Bij het denken aan geluk, denk ik aan deze foto.

Het verdriet van de eenzaamheid is niet in beelden te vatten.
Het mij veilig voelen op mijn kamer, afgesloten van het gezin, met mijn muziek,
mijn teksten op de muren, mijn tranen.
Het oneindig lijkende verdriet na een verbroken relatie, een wereld voorbij de afwijzing, een wereld waarin niets anders kan bestaan, een wereld die vergaat.

Maar ook: het intense geluk van iets wat je ziet - rijden/lopen door een bos.
Iets wat je hoort - de muziek van Goran Bregovic.
Iets wat je ruikt - versgebakken brood als je net bent uitgeweest.
Iets wat je proeft - de griesmeelpudding met bessensap van mijn moeder.
Iets wat je voelt - het geweldige egoïstische moment van het orgasme,
waarin verder niets en niemand bestaat, al dan niet met een ander.



Athene. Ex ligt in bed, ik kijk naar hem, zie het heel langzaam licht worden.
Enkele uren hiervoor zijn we beroofd.
We liepen de laatste avond via een paadje aan de voet van de Acropolis terug naar het hotel en opeens waren er 2 mannen met een mes en Ex kreeg een verbrijzelde neus en ik probeerde te redden wat er te redden valt met een mes op je keel.
Een tocht volgt langs ziekenhuis, politiebureau en apotheek en Ex probeert nog wat te slapen voor het vliegtuig vertrekt.
Ik kan niet naast hem liggen.
Zit op de stoel tegenover het bed, kijk naar zijn ademhaling, voel me verdrietig en krachtig tegelijk, zo dicht bij het leven, mijn leven.

Maar ook: de baby in mij, die niet mocht groeien.
De onvoorwaardelijke vriendschappen, vooral die van BHV.
De liefdes die bloeiden en verwelkten.
De liefde die bloeit en misschien weer zal verwelken.
Zo ziek zijn door de hoogte in Zuid Amerika, niets meer in je lijf hebben, maar toch nog overgeven. En op die plek, zo hoog en verlaten, daar loopt een katje en ze houdt mij gezelschap die nacht.


De afgelopen week heeft me beroerd, heel erg geraakt. De dichtbijheid bij iemand, de oorverdovende stilte in het weekend.
De overweldigende emoties die alle kanten opschieten, en die ook heel heldere momenten opleveren. Heldere momenten over patronen,
over angsten, over wat voor mij werkelijk belangrijk is.
Bovenstaande foto's zijn niet alleen momentopnames.
Ze zeggen veel over me.
Dat ik gehoord en gezien wil worden.
Dat ik de momenten, periodes van dieptes nodig heb om het leven in me te voelen.
Dat ik graag wil observeren en vastleggen.
Dat ik nog een droom heb, me voor een paar maanden vestigen in een andere cultuur, het leven te beschrijven, te fotograferen.

Het is een ontzettende open deur maar ik ben nog maar nauwelijks over de drempel gestapt: het belangrijkste is intimiteit in al zijn of haar vormen, de liefde. Voor mezelf.

BHV en ik hebben dit jaar voor onszelf een knoop gelegd in een boom op het Knopenlaantje.
Een belofte aan onszelf, een belofte voor geluk.
De afgelopen week ben ik opgetild, aangeraakt en voor mijn gevoel ook weer losgelaten.
Maar ook: het toelaten van BHV in dat gevoel, het toelaten van troost.

In de stilte van dit weekend heb ik een stuk van mezelf hervonden.
Het voelde als dood, het is het leven.
Woensdag 19 december

Ik sta mezelf vanavond toe over te werken.
Zo wil ik het voortaan, dat ik 1, hooguit 2 avonden overwerk, en de andere avonden echt op tijd naar huis.
Niet meer de gedachte (en de realiteit) dat het iedere avond wel laat zal worden.
Als ik om 9 uur wegga, is het werk nog niet af maar ik kan ermee leven.
Morgen weer vroeg beginnen.
Vrijdag 21 december

Mijn collega en ik beginnen vroeg, ik heb een ontbijtje meegenomen.
Mijn plan was om de intercity te nemen van 7 uur, maar die blijft stil staan. De batterij blijkt niet voldoende opgeladen te zijn.
Dat ken ik, maar ik moet wel door.
Dus de stoptrein en dus later dan gewild.
Het is geen fijne dag.
Begint met 2 kwesties.
2 Jongeren die zonder geld in de trein naar Berlijn zitten, blijkt dat hun ticket voor 1 persoon is.
Een man die vanmorgen met zijn vriendin naar Kopenhagen zou vertrekken maar de machinist reed voorbij zijn vertrekstation.
Het is een voorbode voor deze dag.
Om half 6 laat ik een soort van geëxplodeerd buro achter. Ik moet heel snel naar Utrecht Centraal, waar ik mensen hun tickets moet brengen voor de nachttrein die avond.
Alle post die vorige week woensdag is verzonden lijkt kwijt te zijn waardoor we voor mensen creatieve oplossingen hebben moeten verzinnen om ze alsnog op reis te kunnen laten gaan.
Het is ook een manier om in ieder geval 1 avond bijtijds thuis te zijn.
Zaterdag 22 december

Wederom vroeg beginnen en laat weg. Ik heb een fles port meegenomen om het einde van de dag wat lichter te maken voor mijn collega en mij. We zijn goed bezig en werken veel weg. De klanten die vandaag komen zijn over het algemeen aardig en kort van stof en zeer tevreden.

Voor ik tijdens In de ban van de Ring in slaap val sms ik Lief dat ik hem mis.
Zondag 23 december

Deze dag, waarop de mensen nog even boodschappen doen, waarop ik ze op elkaar zie schelden omdat ze het verkeerde artikel in het winkelwagentje leggen of niet snel genoeg inpakken bij de kassa. Waarop mensen ongeduldig toeteren omdat de auto voor hen niet snel genoeg optrekt bij het groen worden van het licht. Waarop mensen mij van top tot teen bekijken en afkeuren.

Ik word wakker, hoor geen waarschuwingspiepje maar blijk wel een sms-je terug van Lief te hebben.
Hij zegt dat hij er toch gewoon is.
Ik antwoord niet dat dat wel zo kan zijn, maar dat dat niet zo voelt.
Ik antwoord iets anders, iets verklarends, iets verzachtends, iets toegeeflijks.

Na het ontbijt, Binnenhof en het lezen van zijn blog sms ik iets anders.
Weet je, laat ook maar. Het ga je goed.

In de Volkskrant van zaterdag:
Wij schrijven om orde te scheppen, omdat wij het niet kunnen laten aan zingeving te doen: elke poging tot zingeving begint en eindigt met een verhaal. Om onze nederlagen om te buigen tot overwinningen, want wie lang genoeg over zijn eigen nederlagen vertelt, zou eens kunnen gaan geloven dat zijn nederlagen eigenlijk overwinningen waren.

Weet je, het doet er niet meer toe.
Dit gewauwel.
Dit herhaaldelijk beschrijven van de pieken en de dalen in mijn hoofd.
Ik stop.
Maandag 24 december

Het is tegen beter weten in, toch steeds even kijken of er een mail of sms binnenkomt, maar zoals te verwachten laat Lief niets van zich horen. Zodra ik denk aan mijn laatste woorden aan hem rollen de tranen naar de randen van mijn ogen.

Het is druk in de winkel. Werk 13 uur en nog ligt er veel werk.
Ik ben niet helder genoeg om nog langer door te gaan vandaag.

Thuis zuchten BHV en ik per sms over de dag die gaat komen, waar we zo ontzettend tegenop zien. Het lijkt ieder jaar erger te worden.

Dinsdag 25 december

Het eerste dat we te horen krijgen is dat we laat zijn. Grote Broer en zijn gezin hebben samen met mijn ouders de Kerstdag al om 14u laten beginnen, maar Grote Zus en vriend, en ik zonder vriend, zijn er iets na 16u. We vinden het vroeg genoeg.

En daar zitten we dan, in een kringetje, de meesten op hun paasbest gekleed.

Ik vertel wat verhalen over mijn werk, doet het altijd goed, terwijl de kerstliedjes op de achtergrond klinken. Bewonder het nieuwe huis van Grote Broer. Probeer me niet al te buitengesloten te voelen, niet al te veel kind. Niet al te teleurgesteld als ze wel tegen Grote Zus herhaaldelijk zeggen dat ze er leuk uitziet maar niet tegen mij. Ik zeg het ook niet tegen hen, dus waarom verlang ik het wel terug?

Grote Zus heeft een zeer geslaagd voorgerecht gemaakt. De gastvrouw heeft het gourmetgebeuren verzorgd. Ik een toetje.
Ik meet de reacties, weeg de complimenten af tegen die voor Grote Zus en voel mezelf het onderspit delven. Mijn vader krijgt de slappe lach als hij het woord poepen uitspreekt.

Sms met BHV als ik op de wc zit. Hoop toch steeds ook een sms van Lief te krijgen.

Mijn vader vraagt me te bellen als ik thuis ben. Iedere keer weer vraagt hij dat, en iedere keer weer word ik er erg geïrriteerd door. Ik zeg hem dat ik laat thuis zal zijn, dat hij dan zal slapen. Sluit een compromis, door te zeggen dat ik zal mailen.

Ik maak per sms plannen met BHV voor morgen, om ook een léuke kerstdag te hebben. Thuis pak ik een kaart, en zoek ik op internet, en vind ik al snel iets plus een alternatief. Voor dat iets moet ik morgen nog even bellen, ik hoop echt dat het lukt.

Stuur een mail naar mijn ouders, ongeveer een half uur na thuiskomst. Krijg een mail van mijn vader terug, hij is opgebleven. Ik heb een hekel aan hem, heb een hekel aan het gevoel dat hij me geeft, het gevoel van niet zelfstandig zijn, van niet vrij zijn, het gevoel van kind zijn.

Ik word ook steeds bozer op mezelf. Boos dat ik er weer ben ingetrapt, in de liefde. Boos dat ik Lief mis, dat ik hem wil sms-sen, lieve woordjes wil zeggen in de hoop ze ook terug te krijgen.
Ben ik echt zo wanhopig dat ik me aan ieder sprankje hoop op genegenheid vastklamp?

In die boosheid sla ik om me heen, stoot mensen af, maar raak vooral mezelf.
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN
december 2007























Woensdag 26 december

BHV weet nog van niets. Ze heeft een tijd opgekregen waarop ze bij mij moet zijn en een dresscode. We rijden naar het zuiden, zuidwesten, ik zeg links en rechts en zij gehoorzaamt. Ik zeg haar dat we om kwart voor 1 een date hebben en leid haar naar de plek van de ontmoeting.

We gaan vandaag met de fluisterboot door de Biesbosch. Schipper Frans voert ons langs riet, wijst ons op vogels, deelt erwtensoep uit. We genieten. De zon schijnt, de lucht is blauw, dit is geen kerst en dat is goed.
Er wordt niet gefluisterd, daarvoor varen er teveel kinderen en teveel ouders mee.

Later zien we er nog meer, er zitten er hier 8 en we zien ze allemaal. Ik probeer ze met mijn teletoeter vast te leggen, probeer steeds vooraan te lopen zodat de kinderen ze niet wegjagen met hun stemgeluid. 
We komen nog langs de boerderij die een rol speelde in Zwartboek, en een aantal Schotse Hooglanders. Het schijnt dat een aantal zwart witte koeien gedekt zijn door een Schotse Hooglander. Het resultaat van die kruising krijgen we helaas niet te zien, wel horen we dat de boer er niet blij mee was.

Na een uurtje gaan we aan wal, en maken een wandeling over de dijken van een eilandje. We zien ganzen, vogels waarvan BHV de naam weet en zij spot de eerste ree. Wat een prachtige edele dieren zijn het toch. Ik laat me vertellen dat de wind gunstig staat, tegen ons in, waardoor de dieren ons nog niet kunnen ruiken. Ze staan er, kijken onze kant op, kijken aandachtig met de oren gespitst om dan lichtvoetig weg te huppen. We kijken hun spiegels, de witte kontjes, na.

Schipper Frans staat ons op te wachten met een beverborrel en vaart ons verder, door enigszins bevroren wateren en langs de beverburchten. Deze worden door de bevers zelf gebouwd. Ze 'zagen' takken, maken er een hutvormig geheel van en smeren het in met modder.
Een vrijwilligster van Staatsbosbeheer die met ons meevaart heeft een filmkokertje bij zich en laat het ons ruiken. Bevergeil. Met deze lucht bakent de bever zijn leefgebied af. Het is een sterke geur. Ik hoor dat bevergeil ook verwerkt wordt in aspirine. De vrijwilligster heeft een hoop uit te leggen als ze het potje aan de kinderen laat ruiken.

We zitten in het café bij de jachthaven.
Het hele dorp is uitgelopen om hier een kerstborrel te drinken. Sjieke mensen en mensen met blubber aan de schoenen.

Op de terugweg zingen we mee met de Top 2000 en vlak bij huis zoeken we iets te eten maar dat is nog moeilijk te vinden.
Thuis onder een dekbedje bekijken we de foto's van het moois van vandaag.

De nare smaak van gisteren is weggespoeld met beverborrels en nieuwe indrukken.




Donderdag 27 december

Het is halverwege de middag als er een envelopje in de taakbalk van mijn computer verschijnt.
Mijn hart maakt een sprongetje, zoals wel vaker de afgelopen weken bij de ontvangst van een mail of sms. Vaak kwam ik bedrogen uit, hoe blij ik ook was met de aandacht van een ander, het was Lief niet.

Nu wel.

Zijn woorden steken een hand uit. Maken me er van bewust dat ik vanuit bagage reageer en dat hij die bagage niet kent. Tegelijkertijd blijft dit raar.

Gevoelens hebben voor iemand, echte gevoelens, voor een tot nu toe virtueel iemand.
Maar wat is echt? Wat komt voort uit verlangen, uit pijn? En als dat zo is, maakt dat het minder echt?
Hoe kun je ooit weten of gevoelens echt zijn?
En is dat interessant om te weten?


Vrijdag 28 december

Het is verleidelijk om mijn gevoelens op een ander te richten.

Ik ben op mijn sterkst als ik voor een ander mag zorgen, als ik er voor een ander mag zijn, als ik voel dat ik enig nut heb. Toen ik terugkeerde van een vakantie met Ex, we waren de avond tevoren gewelddadig overvallen aan de voet van de Akropolis en ik belde zijn huisgenote om te vragen om ons op te halen van Schiphol. Later zei ze me dat ze vond dat ik zo sterk had geklonken aan de telefoon.

Ik richt me graag op een ander. Misschien is het een afleidingstechniek, zodat ik niet met mezelf bezig hoef te zijn. Maar ik moet mezelf niet te hard vallen, het schijnt menselijk te zijn om bij een ander te willen horen. Als je geen relatie hebt word je alléén genoemd, niet zelfstándig. Als je op jezelf bent ben je niet compleet, ben je zielig.

Ik ben het liefst alleen maar ik ben (nog) niet in staat om daar gelukkig mee te zijn. Om echt individueel te zijn, zelfstandig. Ik blijf dat kind dat hunkert naar liefde, naar genegenheid. Aan de andere kant sluit zelfstandigheid verlangens niet uit.

Lief sms't dat het bijzonder is, hoe onze eerste week is gegaan.
Maar dat potentie niet altijd direct gesoupeerd hoeft te worden.
En het is goed, hoewel het me ook onzeker maakt.
Ik ben vaak (te) snel gegaan in mijn honger om vast te houden en te worden gehouden.
   
Terwijl hij de stad nog in gaat val ik in slaap.



Zaterdag 29 december

Het is nog vroeg en nog donker. Zo vroeg dat de trams nog niet rijden.
Lief wankelt nu waarschijnlijk de kroeg uit, ik loop naar mijn werk. Ik houd me heel erg in en sms hem niet.
Om 6 uur zit ik met een kop thee achter de computer.
Maar het aantal uren die ik vandaag maak zijn nog niet voldoende om een voldaan gevoel te hebben aan het einde van de dag.
Ik hoop dat ik maandag net als vandaag voor 12 uur in slaap ben gevallen.


Zondag 30 december

Zit ik toch weer in een situatie waarin de ander de regels opstelt, waarin ik het initiatief bij de ander moet laten. Als ik iets doe, een sms stuur of een mail, vraag ik me af of ik me niet te veel opdring, of ik wel gelegen kom. Het is wel mijn behoefte, om lieve dingen te sturen, gevolg te geven, vorm te geven aan het feit dat ik aan die ander denk.
Maar weer moet ik me inhouden, zoals eigenlijk mijn hele leven al.
Waarom blijf ik dit soort situaties opzoeken?

Waarom ben ik deze sadomasochist die de pijn blijft opzoeken? Waarom huil ik om de pijn terwijl ik die wel steeds zelf weer veroorzaak, alsof ik er ook plezier aan beleef?

Waarom ben ik niet sterker dan mezelf?

BHV zegt ook moeite te hebben met morgenavond maar wil zich niet door deze gevoelens laten leiden en gaat iets ondernemen. Ik kan dat niet, moet daar nu niet aan denken tenminste.
Omdat ik niet toe mag geven aan dat wat goed voelt, geef ik maar toe aan dat wat niet goed voor me is.



Zondag 31 december

Ik, die wars ben van tradities, sterker nog, die onpasselijk word van tradities, houd die van oudjaar hardnekkig in stand.

Pure onmacht.

Om half 11 krijg ik mijn 1e nieuwjaarswens.
Ik hoop dat dit betekent dat ik door het 12 keer klokslaan ben geslapen en dat het leed geleden is.
Dat de port mij kennelijk nu al verdoofd heeft, mij in een roes heeft gebracht waardoor ik alle besef van de tijd kwijt ben.
De enige avond waar op dat niet kan.

Maar Lief verveelt zich gewoon een beetje.
En ik houd me aan de regels.
Zijn regels.

Sammy