Vrijdag 1 december

Een prachtige documentaire: De vergeten dagen (My life on a post-it note).
Op de website van NCRV-dokument:
In de BBC-documentaire De vergeten dagen (oorspronkelijke titel: My life on a Post-It Note) volgt de Britse regisseur Min Clough de 65-jarige Christine Lyall-Grant en haar 38-jarige dochter Fiona. Christine lijdt aan een beginnende vorm van dementie en Fiona ziet haar moeder steeds vergeetachtiger worden.
Christine werkte 22 jaar lang als redacteur bij de Cambridge University Press. Maar toen ze steeds meer fouten ging maken en op het werk zaken begon te vergeten, moest ze stoppen met werken. In 2001 wordt bij Christine Alzheimer geconstateerd. De ziekte verandert haar enorm. Meer en meer wordt ze afhankelijk van anderen. Door haar hele huis liggen en hangen agenda’s, kalenders en gele Post-It plakkers, die haar geheugen zijn. Op een whiteboard in de hal staat geschreven wanneer ze geboren is en wat de namen van haar drie echtgenotes zijn. Christine kan zich niet meer herinneren op welke faculteit in Cambridge ze heeft gestudeerd, welk seizoen of welke dag het is. Maar nog steeds lukt het haar om de kruiswoordpuzzels in The Guardian te maken. Elk half jaar gaat ze naar het ziekenhuis, om daar geheugentesten te ondergaan. De uitslag is onverbiddelijk: Christine’s geheugen gaat hard achteruit.

Christine’s dochter Fiona, die een paar huizen verderop woont, heeft grote moeite om huishoudelijke hulp en verpleegster voor haar moeder te zijn. Fiona helpt haar moeder waar ze kan, maar ziet hoe haar geheugen haar steeds vaker in de steek laat. Moeder Christine wil koste wat kost haar zelfstandigheid in huis behouden en baalt er enorm van hoe ze steeds afhankelijker wordt van haar dochter. De welgemeende adviezen van Fiona leiden steeds vaker tot ruzie tussen beiden. Moeder Christine realiseert zich op heldere momenten heel goed waar haar ziekte uiteindelijk toe zal leiden. Zij koestert plezierige jeugdherinneringen aan zwempartijen in zee en stelt zich voor hoe ze tijdens het zwemmen doorzwemt tot voorbij de horizon. Ze haalt haar dochter over om nog eenmaal een zomerhuisje te huren aan de Britse kust.

Diep respect voor beide vrouwen, moeder en dochter. De moeder doet me aan Annie denken, hoewel die niet aan die ziekte leed. Maar de humor, de scherpte, de staat van verzorging.
Moeder die snapt dat ze haar vermogens kwijt zal raken maar zich daar lijdzaam bij neer zal moeten leggen maar zich nog wel verzet tegen etiketten op haar kastjes. Dochter die vol liefde voor haar moeder is, maar soms ook stappen moet zetten, zoals het regelen van hulp, oploopt tegen een gewijzigde rolverdeling.

's Avonds ga ik naar het feest van iemand die 50 is geworden.
Hij heeft er een groot café voor afgehuurd, er zijn veel mensen, zoveel vrienden heb ik niet, zeker gezien mijn slechte onderhoud van kontakten.
Ik ben er, heb me laten overhalen. Wiebel nogal wat van het ene been op het andere, hang wat aan de bar, kijk jaloers naar de mensen die geen last hebben van lelijkheid of een slechte rug, rond mijn wervelkolom bij mijn onderrug. Heb interessante gesprekken gevoerd, en een paar leuke mensen teruggezien, heb me zelf heel overtuigend en welgemeend horen zeggen dat het echt heel goed met me gaat.
Voel me bij thuiskomst toch enigszins koud en alleen en ongesteld en kreunend leg ik mij neder op de bank om mijn rug tot rust te laten komen.

Zaterdag 2 december

Het gedoe begint weer.
Grote Zus heeft bedacht dat ze gezamenlijk kerst wil vieren en aangezien zij op de 2 kerstdag al geclaimd is door schoonfamilie stelt zij de 1e voor. Maar dan laat Grote Broer weten dat hij op 1e kerstdag al bij zijn schoonfamilie zit. Grote Zus stelt de zaterdag ervoor voor, maar dat vind mama geen goed idee want nou ja, ik weet niet waarom, boodschappen of kapper, heb geen idee.
Grote Zus stuurt een mail aan Grote Broer en mij waarin ze de zondag voorstelt. Ze heeft met papa en mama gesproken en die voelen zich een beetje achter aan de rij komen, omdat de schoonfamilie eerst gepland is en dan komen zij misschien nog eens een keer.
En dan zit ik daar tussen in met mijn familie- en kerst allergie en mijn werkverplichtingen.
Grote Zus grapt daar wat over in haar mail en ik reageer daarop met dat nu misschien wat minder het familiegedoe an sich is als wel dat ik het helemaal benauwd krijg van dat moeten en die verplichte afspraken, dat ik blij ben dat ik vrijgezel ben (wat ik dit weekend helemaal niet zo ervaar) maar dat ik die zondag kan, dat ik hoop dat we lekker de tijd nemen voor het eten en dat we bij deze maar moeten afspreken dat het volgend jaar op de 1e is. Bij Grote Broer valt dit alles geloof ik niet helemaal goed, hij antwoord nog zakelijke dan anders met dat zij die dag wel kunnen maar tot zo en zo laat omdat ze 's avonds naar de kerk gaan en sluit af met hartelijke groeten en zijn volledige adresgegevens, alsof we vreemden zijn.
Pfff, vrede op aarde en hohoho.

Zondag 3 december

De laatste tijd roepen steeds meer mensen dat ik een boek moet schrijven en dan roep ik dat er al zoveel boeken zijn, dat anderen die veel beter kunnen schrijven dan ik, maar de droom sluimert en ik merk dat ik het nodig heb om weer in een droom te geloven en te werken aan de verwezelijking ervan. Hoewel het ook een uiting kan zijn van de sado-masochistische kant in mij die er ook voor zorgt dat ik steeds achter onbereikbare mannen aanloop.
Ik pak een stapel kaartjes en zet met een dikke zwarte pen, of een dunne zwarte stift, een woord of zin op een kaartje, zoals onderwerp, en vorm. Daaronder blijvend e regels wit. Vooral bij vorm blijf ik plakken. Hier schrijf ik in een dagboekvorm, maar weet niet of dat interessant genoeg is en moet het dan ook echt iedere dag zijn of niet. Ik kan het ook in een maandenvorm gieten, maar vraag me af wat dat toevoegt. Lees nu het boek geschreven door een echtpaar waarin ze afwisselend een hoofdstuk voor hun rekening nemen en merk dat het boeiend blijft om het verhaal te zien voortgaan maar steeds vanuit een ander perspectief te bekijken.
Ook de vraag of het in de ik-vorm moet of niet. Zou er ook graag foto's in willen, maar da's nogal duur en denk niet dat ik dat er als debutante doorkrijg.

Meer vragen dan antwoorden voor me dit weekend. En misschien moet ik mezelf daarmee gelukkig prijzen, want er komen ook ongezonde vragen in me op deze laatste dagen en daarachter kan maar beter een vraagteken staan dan een punt.
Maandag 4 december

Wat je het allerliefste wilt hebben, krijg je niet, ken je die uitdrukking?
BHV en ik zijn vanaf 10 uur in de weer om via verschillende middelen kaarten te krijgen voor het WK Allround Schaatsen in Thialf. Maar de site ligt eruit, de telefoon is overspoeld en wij bellen en sms-sen driftig over de voortgang die maar geen vooruitgang worden wil.
We willen mannen, eh... schaatsen zien, we kijken het nu al zo vaak vanaf de bank en ik heb haar lekker gemaakt met mijn verhalen over bezoeken aan het stadion. Op Marktplaats wordt al heftig geboden, prijzen die wij niet willen betalen.
We zuchten, dan maar weer vanaf de bank, maar aan het eind van de avond lijkt er toch nog een onderhandeling mogelijk.

In de trein terug lees ik mijn boek uit waar ik me al de hele dag op zat te verheugen.
Het verhaal wordt steeds zwakker, steeds voorspelbaarder en het eind is echt te erg voor woorden. Het is geworden tot een flutrommanetje met iets meer humor en mooiere zinnen. En toch zal ik het volgende boek van hen weer kopen, omdat de stijl me wel bevalt.


Het dorp is wegens verbouwing gesloten.
Mijn boek is uit.
De schaatssite ligt er nog steeds uit.
Ik val zittend in slaap op de bank.
Woensdag 6 december

Bij de supermarkt is een aanbieding voor 2 chocoladeletters. Ik koop mijn eigen letter, en ja, als ik dan toch een 2e uit moet zoeken, dan wordt het de letter van de naam van Goede Man.
En alsof hij het voelt meldt hij zich later op de avond. We hebben het over veranderingen, jezelf ontwikkelen, over het gevonden hebben van een midden.
En al snel draaien we weer zalig om elkaar heen en dat duurt zo tot 4 uur 's nachts.

Ook de volgende dag houden we contact. We zijn beiden vrij en blijven mailen, soms wel met een uur pauze maar het lijntje breekt niet, integendeel.
Hij spoort me aan, motiveert me, om een boek te schrijven. Zo zijn we beiden thuis aan het werk terwijl we mailen over doelen in het leven en interne brandjes.
Ik lees oude Sammy-stukjes terug. Soms pijnlijk en verdrietig, soms grappig en bijzonder, maar ik zie een duidelijke ontwikkeling en die krijg ik van diverse kanten ook terug.

DD mailt me over zijn vandaag en ik vertel hem iets over de mijne. Hij zegt me dat het fijn is dat ik de zoete vruchten smaak van dat wat Goede Man en ik met elkaar hebben, dat waar geen naam voor te bedenken is, waarschuwt me dat het drama-aspect op de loer ligt.
Ik denk erover na. Hij heeft wel gelijk, dat de kans er is dat ik te hoge verwachtingen krijg, dat ik, en hij, onszelf toch iets wijsmaken.
Tegelijkertijd voelt het eerlijk en puur, en eigenlijk als een straf om er niet iets mee te mogen doen.

Buiten regent het.
Binnen schijnt een zonnetje.
Donderdag 7 december

Het huis is weer netjes en betreedbaar.
Vanaf de bank kijk ik tevreden mijn huis in, neem me voor de zoveelste keer voor het zo te houden, kom een beetje tot rust.

Maar als ik overeind probeer te komen gaat het mis. Mijn rug wil niet meer in een 180 graden stand.
Ik schreeuw het uit, baal ervan, het ging goed, het gaat goed, en nu dit lichamelijk beletsel.
Ik weet dat ik vroeger wel eens blij was met een duidelijk aanwijsbaar lichamelijk probleem, want aandacht, maar nu is het echt stom en ik snap niet waarom en waardoor, heb tenslotte toch rust genomen deze dagen en daarnaast ook leuke dingen gedaan.
Is dit mijn straf voor virtuele seks?


Vrijdag 8 december

De mensen bij de fietsenstalling van de winkel kijken me meewarig aan als ze mij een poging zien doen op te stappen. DD zegt streng tegen me dat ik moet ophouden met dat sado-gedrag. Iemand anders schrijft me dat ik  de dingen mooier maak of juist minder mooi dan ze zijn - omdat ik dat wil, omdat het voor mij fijn is om te overdrijven.

Zucht.

Ben ik echt aan het veranderen? Ik die roep dat ook emoties je voor de gek kunnen houden, die soms meer verliefd is op de verliefdheid dan op de man in kwestie, die kapstokken nodig heeft om gevoelens aan op te hangen, om tot huilen te komen en tot zachtheid voor zichzelf.

Zaterdag 9 december

Met bijna de 1e trein van die dag reis ik naar mijn werk.
Er stapt een man in die verderop gaat zitten. Ik ruik dat hij gerookt heeft en wordt bijna onpasselijk. Het is een penetrante geur die op mijn adem slaat.
Ik ben niet van de anti-rook-brigade, heb altijd rokende vrienden gehad en nam genoegen met mijn naar rook ruikende kleren na een avond in hun gezelschap. Maar vanochtend vroeg, uit de mond van de man die erbij hoort, stinkt het.

Als een Chinese vrouw beweeg ik me kleine moeizame stapjes door het leven vandaag.
Om me heen is het druk en mijn hoofd gaat snel, mijn lichaam niet.

Op de terugweg zit de trein bijna vol. Er is alleen nog plek in de coupé die grotendeels bevolkt wordt door Engelstalige zwetende bierdrinkers. Het kan me niet meer schelen, mijn lichaam moet zitten, ik probeer mijn reukorgaan wel even op still te zetten.

In het gangetje van het perron naar de fietsenstalling zitten een paar Chinese jongens jointjes te draaien. MIjn neiging is om weg te kijken maar ga toch op zoek naar hun ogen. Vanonder de capuchon en petjes kijken zwarte ogen me strak aan. Even waan ik me in een Chinese maffiafilm, maar de regen brengt me terug in een werkelijkheid.
Ik zet mijn fiets schuin zodat ik mijn linkerbeen over mijn fietsstang gehesen krijg en fiets naar huis.
Naar mijn bank en mijn dekbedje.

Zondag 10 december

Zoals altijd in een geile winkel koop je meer dan je nodig hebt.
Ik heb een bepaald boek gezien, in de aanbieding, had er al 1 gekocht maar kom nu terug voor meer omdat het van die fijne verjaardagskadootjes zijn. Grote Zus die nu in een groot huis woont met heel veel kasten heeft in 1 van die kast een doos staan en er met stift kadootjes opgeschreven en ik was meteen jaloers.
Bij de kassa moet ik wachten en dat is funest. Ik zie het boek over de fotograaf Yann Arthus-Bertrand. Mensen kennen hem vooral van zijn wereldfoto's uit de lucht, die foto's hebben vorig jaar buiten bij het Muziektheater   gestaan en had ik eerder al gezien in een park in Parijs. Mooie foto's, soms ook té mooi om een foto te kunnen zijn.
In dit boek, wat niet alleen vol staat met foto's maar vooral ook een indruk geeft van zijn leven als fotograaf, gelukkig niet alleen die luchtfoto's maar ook foto's van mensen en dieren.
Mijn avonturenhart gaat kloppen.
Ik wil ook een mooie digitale camera.
Ik wil ook naar andere landen reizen, me er maanden vestigen en de binnenkant van een land vastleggen in woord en beeld, de mens, het dier in zijn natuurlijke staat.
Maandag 11 december

Gisteravond laat kreeg ik een mail van Goede Man. Hij reageerde op een eerdere mail van mij, waarin ik toch weer in de vorm van een grapje wat onzekerheid toonde, hem toch weer wat op afstand hield, toch zit te vissen naar een compliment, een naam voor wat we hebben of niet hebben.
Ik schrik van de inhoud van zijn mail, waarin hij zegt dat het nu toch zo goed met me gaat dat ik dit niet meer nodig heb. Ik schrik van het feit dat hij me zo goed kent. Alsof hij zo door me heen kan kijken.

Zoals ik schrok die keer dat mijn moeder, toen we met het hele gezin in de gebruikelijke stilte aan tafel zaten te eten, me opeens aankeek en zei: wat gaat er toch veel om in dat hoofd van je. Ik voelde me betrapt, ik voelde me gezien.

Ik slaap slecht de laatste tijd en dan is niets voor mij. Ik kan altijd en overal slapen, maar nu word ik wakker bij iedere draai die mijn lichaam wil maken. De uren die ik vannacht wel slaap zijn gevuld met onrustige dromen.
Ik droom eerst dat ik bij iemand op bezoek ken die ik niet ken, de oma van een vriendin of zo, en iedereen gaat weg behalve ik, en ik hoor op de radio dat Beatrix dood is. Ik probeer daar mensen over te bellen maar krijg met niemand kontakt.

In droom 2 ben ik op de bruiloft van Grote Zus. Het is vreemd haar in een witte jurk te zien, maar gelukkig is ze wel. Tijdens het feest gaan we samen op pad. Delen daarvan zijn door het bos. Op 1 van die stukken komen een paar mannen ons tegemoet, type Poolse bouwvakkers en zodra ze ons zien proberen ze zich aan mijn zus te vergrijpen. Ik duik er tussen, probeer ze af te weren, ze van haar af te houden, wat redelijk lukt. Heel even ben ik verbolgen over het feit dat ze mij niet willen, maar die gedachte is snel weg en als de mannen even zijn afgeleid rennen wij terug naar de bruiloft. De mannen achtervolgen ons en komen naderbij. Ik bedenk me opeens dat ik een mobieltje bij me heb. We bellen het vriendje, nee, de man van Grote Zus en vragen hem ons op te halen omdat we in een onveilige situatie zitten. HIj vraagt hoe onveilig en ik zeg vrouwonveilig. Hij belooft er meteen aan te komen. We gaan wat langzamer lopen. Pas na 10 minuten bedenk ik me dat ik vergeten ben te vertellen waar we zijn. Als ik achterom kijk, zie ik dat de Poolse bouwvakkers zeer dichtbij komen.

In de laatste droom die ik me kan herinneren spelen zowel echte mensen als soapmensen een rol. Ik ben op mijn werk en ik schijn te zijn verkracht door mijn baas, die verdacht veel op Ludo lijkt. Maar dat feit weerhoudt me er kennelijk niet van om er te blijven werken. Ik weet nog dat het hectisch is op het werk, mensen die hard werken als de baas er niet is, maar als hij er wel is zijn ze bang en aarzelend en maken ze sneller fouten die door hem op zeer grove verbale wijze worden afgestraft.
Later zitten we in een soort bedrijfstraining. Bijna iedereen is al aan de beurt geweest voor het rollenspel. Ik word er deze keer uitgehaald. Ik krijg een opdracht die ik me nu niet zo goed meer kan herinneren, het heeft iets van de setting van een rechtzaak, waarin ik iemand van het OM ben en een verdachte ondervraag. Mijn tegenspeler, de verdachte, is mijn baas, hij heeft die echte gemene Ludo-lach, en op het moment dat de droom stopt, sta ik me af te vragen of ik hem terug zal pakken waar het hele bedrijf bij aanwezig is.

Ik wil niet teveel nadenken over wat al die dromen betekenen.
Had liever willen dromen over Goede Man, en zelf een draai willen geven aan dat wat geen naam mag hebben.
Maar al heb ik nog zoveel aan hem gedacht, kennelijk mag hij geen plaats hebben in mijn dromen.
Woensdag 13 december

Zo'n dag, voortkomend uit eerdere dagen, dat je denkt, er hoeft nu maar dit te gebeuren of ik barst in huilen uit. Later hoor ik dat een ander mij al voor is gegaan.

We zitten in het restaurant en in dit gezelschap kan mijn stemming snel schommelen. Van een anecdote vertellen tot luisteren en meepraten tot me er buiten voelen vallen.
Waarom ik bijna altijd zwarte kleren draag, vraagt hij.
Plop, ik val er buiten, gevoelsmatig. Ik mompel wat over mooie kleur, wat ik oprecht vind, over dat het afkleed. Maar andere kleuren zouden mijn ogen beter uit laten komen, zegt hij.
Maar ik wil er helemaal niet uitkomen, denk ik, ik wil onzichtbaar zijn.
Het gaat best goed, toch?
Maar een geknakte rug maakt kwetsbaar en deze maand maakt me altijd kwetsbaar en de drukte op mijn werk maakt me kwetsbaar.
Het is dubbel, een hekel hebben aan het burgerlijk samenkomen met families maar me ook eenzaam voelen als ik 's avonds door de stad rijd en net díe taferelen achter de met lichtjes versierde ramen kan aanschouwen.
Ik wil niet dat het slecht gaat.
Ik wil níet dat het slecht gaat.
Donderdag 14 december

Nice tried.
Vroeg opstaan - wasje draaien - ontbijten - vuilnisbak buiten zetten.
No way José.
Haasten - de repeteer tot het uiterste drijven - de volle vuilniszakken vergeten.
Ik doe de deur van de hal achter me dicht. Pak mijn sleutels, en loop naar mijn schuurtje toe.
Sta stil.
Voor mijn deur, echt míjn deur, ligt een kastanje.
Ik kijk om me heen, nee, nergens anders kastanjes.
Met moeite buk ik, raap 'm op, laat 'm in mijn hand rollen.
Kijk naar boven.
Dank je Annie, zeg ik ontroerd.

Vrijdag 15 december

Sleep me letterlijk door de dag. Mijn lichaam is op, doet pijn bij iedere stap die ik zet, en ik neem me voor vroeg naar huis te gaan. Maar ik wil het prettig achterlaten voor degene die hier morgen zit, dus werk ik zoveel mogelijk weg, krijg ik mijn handen en alles wat ik daarna aanraak vol glitters van de ballen in de kerstboom, en handel ik een binnenkomende kwestie af ondanks dat ik mijn jas al aan heb en klaar stond om weg te gaan.
Op het station verstap ik me, als ik van de roltrap stap. Een pijnscheut door mijn rug. Tranen in mijn ogen.
Ik pak de MP3 speler, zet 'm aan. Hoor een Franstalig nummer wat Annie vaak draaide.

De MP3 speler draait door als ik in een onrustige slaap val.
Word wakker als we het station binnenrijden waar ik moet zijn.
Het eerstvolgende nummer wat ik hoor is een ander nummer wat regelmatig heel hard bij Annie werd gedraaid.
Met de kastanje in mijn hand rijd ik verdoofd naar huis.
Donderdag 21 december

Mijn fiets niet kunnen vinden.
Nog net worden ontweken
door een motoragent
met zwaailicht.
De plotseling
overstekende voortganger
nog net niet aanrijden.
Net, maar dan ook net,
niet worden aangereden
door een auto
die fout afslaat.
De magnetronmaaltijd
die net niet
warm genoeg is.

De kersttranen
zijn wat aan de vroege kant
dit jaar.
Zaterdag 23 december

BHV en ik gaan mooie mannen kijken, we gaan naar het NK Allround in Thialf - Heerenveen.
Bij Jochem geen kwijl dit keer, bij ons des te meer.
Het is genieten om hier weer te zijn, om live mee te maken wat we zo vaak op tv zien. We krijgen sms-jes dat we in beeld zijn, dus ik heb niet voor niets als een soort Zeeuws Meisje voor lul gezeten. Ik schrik, als ik mezelf very close op het scherm zie, en dat schrikbeeld verlaat vandaag mijn netvlies niet.

We juichen, we klappen, we schrijven eindtijden.
We krijgen nog een toetje, er komen nog wat sprinters op het ijs om hun ding te doen. De hal stroomt leeg, wij blijven tot de laatste schaats gereden is. Kinderen jagen op handtekeningen, wij durven niet. Maken wel foto's, maar onze teletoeters vallen in het niet bij die van de sportfotografen.

Als we op het treinstation aankomen, is het licht al uit.
Letterlijk.
Dat belooft weinig goeds, en ja, de laatste trein is al gegaan.
Sven Kramer rijdt ons voorbij op de racefiets terwijl wij naar een bushalte lopen.
Ik denk weer aan mijn close-up op het tv scherm en houd mijn mond.
Zondag 24 december

Op weg naar mijn familie probeer ik in de stemming te komen en lees in het Volkskrant Magazine, die dit keer helemaal gewijd is aan ruzie.
Een stukje uit een interview van Eric Arends met relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven:

'Ruziemakers hebben de neiging elkaar in een bepaalde rol te drukken', zegt Van de Ven. 'Bij voorbeeld de rol van degene die meteen lik op stuk geeft. Stel, jij zegt dat de kleur van mijn hemd je niet bevalt, en ik zeg direct: en jóúw hemd dan? De toon waarop ik dat zeg, roept weer een negatieve reactie bij jou op. Dat gaat een tijdje heen en weer, en dan escaleert het. Gaan we over alles ruzie maken. Omdat je steeds meer het gevoel krijgt: ik moet mijn gelijk halen, ik moet winnen.'
Waarom doen we dat? Waarom kunnen we in zo'n geval niet over onze trots heen stappen?
'Daar worden op dit moment veel spannende onderzoeken naar gedaan. Er werken in elk geval allerlei fysiologische processen mee. Er bestaat bijvoorbeeld zoiets als cognitieve fusie: het trekken van conclusies op basis van je lichamelijke waarnemingen. Je merkt dat je zweet, dat je trllt, dat je sneller en oppervlakkiger ademt - en op basis van die waarneming concludeer je dat er dus gevaar is. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. En trek je dus verkeerde conclusies.'
Je hersens worden om de tuin geleid door je lichaam.
'Ja. En hoe komt dat nou? Waarom gaan die hersens daaraan meedoen? Dat zit zo: het limbisch systeem, een diepliggend stukje in je hersenen - zeg maar het bassin waarin het emotionele geheugen is verzameld - heeft allerlei verbindingen met de neocortex in je voorhoofd. Daarmee bepaal je wat je gaat doen, daarmee concentreer je je op een taak, neem je rationele beslissingen. Bij negatieve emoties of bij grote stress blokkeert een onderdeel van het limbisch systeem, de amygdala, de toegang tot de neocortex. Met andere woorden: op het moment dat je een fikse ruzie hebt, of een negatieve emotie hebt, kun je niet meer verstandig nadenken. Je kunt niet meer nuchter analyseren. Daardoor val je terug op de automatische piloot en ga je puur vanuit je emotie handelen. Je bent niet meer bevattelijk voor wijze raad. Zo escaleert de boel.'

Bij Grote Zus is het mooi, ze heeft samen met Grote Vriend een geweldig huis en hebben 1 ruimte met een grote boekenkast en een lange tafel. Het geeft me een Annie-gevoel, en ik laat de kastanje weer in mijn hand rollen.

Grote Broer is er met zijn gezin, allemaal keurig aangekleed.
Mijn ouders zijn er, met al hun eigen aardigheden.
En ik ben er, en ik voel me weer kind en ik word stil, voel me steeds kleiner worden, en ongelukkiger.
Ik loop naar boven, om wat spullen naar de keuken te brengen. Mijn vader volgt mij.
Als we boven zijn zegt hij met zijn moeilijk hoorbare stem: kun je ook kontakt maken?
Ik ben op slag woedend, kijk hem boos aan. Dit komt van de man die op verjaardagen chagrijnig, star voor zich uitkijkt, die als hij dan iets zegt, degene naast hem lastig valt met vragen over Excell.
Zegt hij nu werkelijk dat ik hier vanavond meer kontakt moet maken?
Dan zegt hij: kun je ons wat vaker bellen om te zeggen hoe het gaat?
Ik zeg: o, ik dacht dat je vanavond bedoelde, maar geef verder geen antwoord op zijn vraag.
Ik denk: als je dat wil weten, dan bel je maar.
Besef tegelijkertijd dat ik inderdaad niet iemand ben voor beleefdheidsgesprekjes, of voor hallo, hoe is het, ik heb last van mijn rug. Ik kan er de vinger niet goed opleggen maar het staat me zo tegen, net zoals deze hele feestdagenmaand en alleen al de vraag of ik wil bellen als ik thuis ben.

Sneeuwwolken pakken samen in mijn hoofd en geven hoofdpijn.

Op de terugweg lees ik verder in het Volkskrant Magazine, een artikel over familievetes.
Zet de MP3 ondanks mijn hoofdpijn hard aan, in een poging mijn eigen familiescènes uit mijn hoofd te verdrijven.

Ik ben net binnen, heb snel Poes eten gegeven, heb mijn jas nog aan als de telefoon gaat. Het is mijn vader. We hebben gerekend, zegt hij nauwelijks verstaanbaar, en je zou nu al lang thuis moeten zijn. Ik ga ook nog uitleggen dat ik wat vertraging had en nu nog met mijn jas aansta. Ik houd het gesprek kort, leid af voordat DE vraag opnieuw gesteld gaat worden, hoor hem nog wel nadrukkelijk zeggen: we houden kontakt.

Ik wil geen kind meer zijn.
Vooral niet dit kind.


Maandag 25 december

Enkele dagen geleden had ik hem voorgesteld dat we allebei na ons werk op 2e Kerstdag wel iets konden gaan drinken. In het Dorp heb ik de laatste tijd veel kontakt met hem gehad, maar een ontmoeting was nog niet gelukt. Ik twijfelde al of ik het moest voorstellen, zoveel dagen van te voren, mijn wankel evenwicht kennende.
Maar na het zien van mijzelf op tv en mijzelf in een spiegel en mijzelf bij mijn familie weet ik dat ook hier weer een slechte recensie aan gaat komen en mail ik hem mijn twijfel. Zijn antwoord is niet bevredigend genoeg, niet overhalend genoeg, niet ontkennend genoeg en ik weet dat ik hem toch niet had geloofd als hij dat wel geprobeerd had, en dus zeg ik hem definitief af. Geen ontmoetingen meer voor mij.
Langzaam breekt de sneeuwbui los.
Dinsdag 26 december

Het is de dag dat de mensen met een dienstbaar beroep moeten werken.
Zo ook ik.
Ik heb medelijden met mezelf maar benut deze dag om wat aandacht te besteden aan de mensen om me heen, te luisteren naar hun drukte, hun stress, van de afgelopen dagen. Ik herstel iets van de schade, die de afgelopen tijd heeft aangericht, mensen die zich niet gezien of gehoord voelden.
Ik twijfel of ik alsnog wat zal gaan drinken met de dorpsgenoot die ik gisteren nee heb verkocht. Maar er is weinig nodig om de beelden van mijn lelijke mij op te roepen en ik blijf bij mijn beslissing.
Woensdag 27 december

Op deze laatste werkdag van het jaar neem ik me voor het rustig aan te doen, bloemetjes te kopen voor een vertrekkende collega, de tijd te nemen voor haar overdracht, aangezien wij vanaf morgen haar werk op ons bordje hebben.
Maar collega's worden ziek, apparaten gaan stuk, vele vragen worden gesteld.
En in plaats van bijtijds weg wordt het later en in de trein val ik in een hele diepe slaap.
De conductrice rukt aan mijn arm.
Sorry, zeg ik, ik ben zo ontzettend moe, lig zo vast te slapen.
Ik wilde dat ik tot het eindpunt kon slapen, verzucht ze, en sorry dat ik je wakker heb moeten maken.
Ik word opnieuw wakker als de nieuwe mensen de coupé al in komen lopen en als ik het perron op stap sluiten de deuren van de trein achter mij.
Mijn weekje vrij kan beginnen.
Donderdag 28 december

Met een paar dorpsgenoten en met BHV gaan we naar K21, museum in Dusseldorf.
Wat mij betreft met name voor de kunstenaar Juan Muñoz.
Het werk van de Spaanse kunstenaar, die al op 48e jarige leefijd overleed tijdens een vakantie op Ibiza in 2001, is veelal figuratief en plaatst de menselijke figuur in soms complexe architecturale settings, waarin vloeren met perspectivische patronen, trappen, balkons en consoles een rol spelen. In de loop van de jaren bouwde Muñoz een reservoir van motieven op, die telkens in zijn werk terugkeren. Muñoz beschouwde zichzelf als een verhalenverteller. Hij creëerde een imaginaire wereld waarin vertrouwde elementen zijn gecombineerd met het vervreemdende en het absurde. 'Mijn werk gaat over een man die in een kamer zit te wachten op niets', zei hij zelf, waarmee hij het aspect van doelloosheid en vergeefsheid, altijd aanwezig in zijn werk, treffend typeerde.

Ik kwam in aanraking met zijn werk op Documenta IX, tijdens een interrail die begon in Kassel.
Ben zijn werk in de loop der jaren nog meer gaan waarderen. Zie het als toneelstukjes, als een weerspiegeling van relaties, verhoudingen, en identificeer me vooral met de mens die wat afzijdig staat van anderen.

Vrijdag 29 december

Als ik thuiskom uit Dusseldorf word ik gebeld door BHV.
Ze heeft gezien dat we weer kaarten zouden kunnen bestellen voor het WK Allround schaatsen in Thialf in februari.

Pas zijn we zo'n 3 dagen bezig geweest om kaarten te krijgen toen de verkoop startte, maar zonder resultaat. De site lag plat, de telefoon was in gesprek, op mails werd niet gereageerd. Op Marktplaats werden ze voor veel geld aangeboden.
Als troostprijs gingen we naar het NK Allround. Daar hingen veel spandoeken van mensen die er net als wij naast hadden gegrepen omdat veel kaarten naar de sponsors gaan.
Uit betrouwbare bron had BHV gehoord dat ze bij Thialf een nieuw computersysteem hebben wat plat was gegaan bij de start van de kaartverkoop, en dat er hierdoor 700 kaarten te veel waren verkocht. Daarom wilden we nog even wachten met het kopen via Marktplaats tot daar wat meer duidelijkheid over was en de prijzen wat zakten.

Een paar dagen geleden belde ze dat er volgens een email weer kaarten zouden zijn. We proberen het direct maar krijgen diverse foutmeldingen en bestellen lukt niet.

Nu komen we verder. Ik pak mijn betaalkaart en opgewonden selecteren we het aantal gewenste kaarten voor de gewenste dagen en gaan we naar de betaalpagina. Daar gaat het mis, wederom een foutmelding.

Later die nacht probeer ik het, en nu weet ik kaarten te scoren voor 1 dag. Ik kan het nauwelijks geloven maar stuur BHV een juichende sms.
Vanmorgen lukt het ook om kaarten te krijgen voor een 2e dag.

Een lichtpuntje tijdens de dagen waar we allebei moeizaam door proberen te komen.
Zaterdag 30 december

Om heel eerlijk te zijn en ook heel erg egoïstisch, ben ik blij met de storm. Afgezien van het feit dat het mijn eigen stemming behoorlijk weerspiegelt (ik heb de hele dag al zin om alleen maar heel hard kut te roepen, achter elkaar), hoop ik stiekem dat het morgen nog zulk weer is en niemand om 0.00 naar buiten gaat en het een avond is als alle avonden.

DD wijst me op wat spelfouten en dat William Kendrigde moet zijn William Kentrigde en dat er dan wel plaatjes van zijn werk te vinden zijn (zie donderdag 28 december).

Van internet:

De Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge (Johannesburg, 1955) beoefent verschillende kunstdisciplines: hij tekent, schildert, acteert, en hij regisseert film en (poppen)theater. In de jaren '70, na een opleiding in politieke wetenschappen en Afrikaanse studies gaat hij zich toeleggen op het schrijven voor film en theater, daarnaast begint hij met het maken van houtskooltekeningen. Deze tekeningen vormen de basis van zijn latere animatiefilms. De verhalen van Kentridge's poëtische films, waarin droomachtige beelden worden afgewisseld met apocalyptische scènes, wortelen in het recente, politieke verleden van Zuid-Afrika. Zo baseerde hij zijn tekenfilm Ubu Tells the Truth op de procedures tijdens de openbare hoorzittingen van de waarheidscommissie. In zijn tekeningen en films figureren landschappen als metafoor voor de herinnering. Het zijn schuldige landschappen die het toneel vormden voor raciaal geweld en onderdrukking.

DD laat ook weten dat de kunstenaar van de slapende man in doeken waarschijnlijk Ron Mueck is. Over hem op internet:

Ron Mueck (Melbourne, 1958), een kind van twee speelgoedmakers, werkte jarenlang mee aan de Muppetshow en brak in 1986 door als ontwerper van de special effects van Labyrinth, de fantasiefilm met David Bowie.

Na een carrière als reclamemaker wijdde Mueck zich halverwege de jaren '90 aan zijn kunst. Ron Mueck maakt sinds 1996 hyperrealistische beelden (zgn. life castings) in moderne materialen, combinaties van siliconen en fiberglas. Het zijn introverte, kwetsbare portretten van baby's, een hoogzwangere vrouw, een moeder met kind, van mensen in verschillende stadia van ouderdom en zelfportretten. Van de van levensecht afwijkende formaten, van minuscuul tot ontzagwekkend groot, en de absolute perfectie van de beelden gaat een vervreemdende werking uit.

Kunst die mij aan moet spreken vanwege mijn talent tot het opblazen van kwesties en gevoelens.
Zondag 31 december

Daar zit ik dan, alweer, niet in staat een stap te zetten, althans geen goede. Kan het zwelgen niet verhinderen, kan niet anders dan mezelf in de weg zitten, mezelf te verfoeilijken, boos te wezen, vreselijk boos te wezen op de mens die ik ben.
De mens die ik niet wil, de mens die niemand wil.
Het belooft zo'n geweldig jaar te worden.

En ik bedenk me, ik ben nog een paar dagen vrij, waarvan een aantal met afspraken, waarvan 1 dag zelfs met een afspraak op mijn werk, en ik heb zo ontzettend geen zin om terug te gaan maar voorlopig zit ik er nog wel en hoe kan ik het dan toch enigszins veraangenamen.

Het grootste trauma ligt geloof ik bij de klok. Thuis met het gezin en aanhang, en dan het zenuwachtige lachen tegen 12 uur en het aftellen en dan het vuurwerk op tv en het stijve zoenen en het gelukkig nieuwjaar wensen en dan kwam ik.

Ik krijg het woord gelukkig niet meer uit mijn bek.
In ieder geval niet nu zonder er kut voor te zetten.
Ik zoek een zender waar geen klok te zien zal zijn.
Ik doe symbolisch een perzikenmasker op mijn gezicht, en na het verwijderen ervan zijn alle oneffenheden nog duidelijker te zien.
Ik drink port in een poging iets van de goede stemming na mijn vakantie terug te krijgen.
Zap weg als bij de Vrienden van Amstel live het nummer Ik kan het niet alleen wordt uitgevoerd.

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
december 2006