Donderdag 1 december

Nieuwe scheurtjes. Ook het vliesje tussen dromen en werkelijkheid is niet tegen mijn leven bestand.
Bijna iedere droom in het vele slapen wat ik nu doe, gaat over situaties waarin ik er niet bij hoor, en in de steek wordt gelaten.Tijdens het wakker zijn lees ik mails waarin dat wordt bevestigd.
Ik krijg te horen wat ik niet wil horen, en krijg niet te horen wat ik nodig heb.

Vrijdag 2 december

Gedachten beklijven. Ze haken in bij andere gedachten en vinden een voedingsbodem. Het is een onkruid, en groeit snel.
En het enige wapen wat ik heb, wat ik zie, is me af- en opsluiten.
De gordijnen blijven dicht, de pyama blijft aan, en ik weiger uitgestoken handen.
Zaterdag 3 december

Wat is het toch dat sterker is om goed te zijn voor mezelf.
Waarom niet dát doen wat goed voor me is, in plaats van toegeven aan zelfmedelijden, aan oude patronen, aan valkuilen en moerassen.
Ik neem niet op als Man belt. Ik wijs BHV af als ze thee wil komen drinken. Ik reageer niet op mails van de musketiers.
Pas als het donker is verruil ik mijn pyama voor kleren en fiets ik naar de winkel. Daar blijk ik mijn bankpas te zijn vergeten en te weinig geld in mijn portomonnee te hebben om mijn behoeftes te bevredigen. Dus weer naar huis en weer naar de winkel, weer langs de gezellig verlichte huizen waar gezinnen rondom de tafel zitten, waar ze met elkaar eten en gedichten voorlezen en kadootjes uitpakken.
Ik overweeg mijn boodschappen in te pakken, voor mezelf, maar haast me naar huis, naar mijn schijnbaar veilige eiland.
Zondag 4 december

Het lukt me vandaag met wat meer afstand te kijken naar mezelf.
Om (weer) te realiseren dat het bij mij draait om het diepgewortelde gevoel niet gewenst te zijn, en er niet bij te horen. Dat contact in dat gevoel bedreigend is, omdat ik altijd bewijzen zal vinden dat ik er inderdaad niet bij hoor.
Het lukt me vandaag om weer op te staan, op te ruimen, en mijn huis open te stellen voor BHV. Om plannen te maken voor projectjes en daar ook energie aan te geven.
Het lukt me vandaag om mijn winst uit te tellen. Om te zien dat ik wel een terugslag had/heb, maar niet het hele weekend me in tranen gehuld heb en ben samengevallen met mijn stemming. Om ook de verzachtende omstandigheden te zien, zoals oraal en anaal leeglopen, heftige dromen waarin ik keer op keer in de steek gelaten word, en een constante pijn in mijn onderrug.

Clichés te over: het glas is niet half leeg maar half vol.
En twee stappen achteruit is er uiteindelijk ook één naar voren...?
Maandag 5 december

We hebben het erover dat de behoefte om erbij te horen, om bij iemand te horen, ten grondslag ligt aan het handelen van heel veel mensen, zo niet van iedereen. Het maakt me menselijk door dit weer in perspectief te zien. Dat het niet alleen (mijn) zwakte is.

Het ging/gaat goed, het wordt tijd een niveau hoger, een laag dieper, verder te spelen. Om me niet alleen maar te richten op de symptomen maar ook de oorzaken. Om niet te blijven hangen in het bestrijden van de pijn met ongezonde dingen, maar de oorzaken van die pijn met zachtheid te omarmen.

Het klinkt als vreselijk soft gedoe, ik weet het, maar duidelijker en minder clichématiger kan ik het nu even niet verwoorden.
Let's blame it on the fever.

Dinsdag 6 december

Terwijl er soms wat zonnestralen door de mist in mijn hoofd dreigen te komen, gaat mijn lichaam verder op slot. 
Het is een oude kwaal, jaren geleden lag ik ervoor in het ziekenhuis, kreeg ik na de operatie een video te zien over het verwijderen van een deel van de tussenwervelschijf bij een andere patiënt en zag ik ook hoe vernederend je er bij ligt bij een hernia-operatie, op z'n hondjes. Kon me de dagen en vooral de nachten zonder afleiding niet zelf omdraaien en moest daarvoor dus steeds bellen waarop 2 zusters of broeders moesten komen om me te verleggen met behulp van een laken onder me. Waar de vrouw naast me nog dementer werd omdat ze niet doorhad dat als ik met mijn afstandbediening mijn tv op een andere zette, de hare vanzelf ook verder ging.

Maar het is een vicieuze cirkel: iedere beweging doet pijn en iedere beweging die ik niet maak, blokkeert me meer.
En zo is het in het hele leven. Het leven doet me pijn, maar het niet te (be)leven uiteindelijk nog meer.
Woensdag 7 december

Iemand moet vandaag heel hard huilen, en ik ben het niet. Ik heb met die iemand te doen... zoek naar woorden... mompel iets over dat verdriet soms kan voelen als een regenboog die ook zo oneindig ver kan lijken maar dat er hoe dan ook aan het eind een pot goud staat te wachten.

Ik fiets naar de stad om mijn fotoagenda op te halen. Het gaat allemaal in een moordend langzaam tempo, bij iedere omslag met mijn trappers gaat de pijn van mijn linkeronderrug via mijn linkerbil en linkerheup door mijn linkerbeen en linkervoet.
Ik parkeer mijn fiets bij de supermarkt en maak me op voor een schuifeltochtje naar de Hema. Zie dan een felgekleurde regenboog boven de stad hangen.
Overweeg even mijn fiets weer te pakken en het eind op te zoeken, maar bedenk dat dat de boog zelf mijn beloning zou moeten zijn.
Donderdag 8 december

Man laat zich niet wegjagen, wat ik ook probeer. Hij overlaadt me met lieve dingetjes: sms-jes, kaartjes, bloemetjes. Iemand die zo aanhoudt kan ik niet weerstaan. Natuurlijk doe ik dat pas aan het eind van een paar vrije dagen, stel je voor dat hij nog iets met me wil doen, dan heb ik mijn werk als excuus.

Als ik het niet weet, dan doe ik het liever niet. Beter dat dan risico's nemen.
Maar gelukkig worden kan niet zonder risico.


Vrijdag 9 december

Het weekend dat Man zijn afvalbak aan de kant van de weg had geplaatst, het weekend dat hij weg was, was hij bij zijn Ex. Zijn Ex die geen Ex wil zijn. Ze had hem gezegd dat ze wilde dat hij nog 1 weekend bij haar was, als afscheid. Alsof je genoeg hebt aan een weekend, alsof je daar een heel weekend voor nodig hebt. En hij gaat. Naïef vind ik, misschien uit kennis van mijn soortgenoten en uit kennis van mezelf. Ik weet hoe ver ík kan gaan als ik iemand wil hebben.
Ik durfde niet te vragen wat er precies gedaan was, wie waar had geslapen en welke woorden waren gesproken en welke verzwegen. Durfde niet te vragen, maar wilde eigenlijk alles weten. Maar ik stel me op als de onafhankelijke vrouw, als de vrouw die belangstellend is maar niet bemoeizuchtig. Doe alsof het me niet raakt, maar voel de kerven in mijn ziel. Het heeft me afstand doen nemen.
Ik wil geen Man met veel bagage, ik kan de mijne nauwelijks dragen.
Maar mannen zonder last bestaan niet meer, net als mannen zonder lust.

Zaterdag 10 december

Een dag vol emotionele mensen. Boze mensen, huilende mensen. Klagende mensen. Ik redder, ik troost, ik ben kapot aan het eind van de dag en verplaats me vanwege mijn rugpijn als een chinese vrouw in een te strakke kimono.

Zondag 11 december

Ik richt me krampachtig op de minder leuke dingen van Man. Op zijn rare achternaam. Zijn niet zo stoere jas. De kalende plekken op zijn hoofd.
Probeer me te ergeren aan zijn langer, wijzer en vaster in het leven staan.
Doe een poging mij daardoor heel klein te laten voelen, en het lukt.
Ik ben niet in staat volwaardig en gelijkwaardig naast een mens te staan.
Maandag 12 december

Ik regelde het zo dat ik moest werken met kerst. Dacht daarmee van de familie af te zijn. Maar het ging gonzen, omdat ik niet beide dagen bezet zou zijn. Probeerde niet zo dwars te zijn en stelde daarom voor om een verrassingsfamiliekerstdag te houden, bij mij thuis, een week voor kerst. Toen we het eindelijk eens waren over de datum kwam iemand met het feit dat onze ouders nu de hele kerst alleen zouden zitten. Ik zou in mijn handen wrijven van geluk, sterker nog, ik zit beide avonden alleen, maar ouders kan je dat niet aan doen. Dus Grote Broer en Grote Zus bedachten reddingsplannen, en zij nemen ze mee voor de koffie en kerstkrans en gaan er ontbijten. Zij zijn goede kinderen.
Toen kwam het eten. Iedereen maakt wat en dat levert stof voor vele mails. Ik gaf het een thema, nostalgie. Eigenlijk alleen om voor elkaar te krijgen dat mijn moeder weer griesmeelpudding met bessensap zou maken, en dan doet de rest er niet meer toe. De gerechten die vroeger werden opgediend, komen in de voorstellen voorbij. Ik zal niet veel eten, geef mij alleen het toetje maar.
En toen kreeg ik een idee. Een geweldig idee, vond ik zelf. Ik wilde de familie in 2 groepen een speurtocht laten doen, en bijna op het eind in een kroeg samen laten komen waar ik dan als verrassing een lievelingstante wilde laten wachten.
Tante helemaal enthousiast en vereerd, maar is te oud om 's avonds te rijden en moet die ochtend eerst nog even elders zijn. Ik bedenk iets, dat ze mee kan rijden met mijn ouders, en daar kan slapen om de volgende dag weer huiswaarts te gaan. Dus betrek ik mijn ouders in het complot. Ze staan niet te springen. Vinden dat 5 in een auto niet kan. Mijn moeder maakt zich meteen zorgen, ze heeft geen bed wat goed genoeg is, overweegt an zelf maar op de stretcher te gaan maar de tegenzin druipt er van af. Nu de verrassing er deels al vanaf is, bel ik Grote Zus om te vragen of Tante niet bij haar kan slapen. Geen probleem, en zij vindt het tenminste wel een erg leuk en attent idee. Ik bel Tante. Die heeft inmiddels gebeld met een andere Tante waar het ideaal zou zijn om daar te kunnen blijven slapen. Ik weer regelen met Grote Zus dat die het vervoer wil regelen. Ondertussen bemoeit Grote Broer, die nog niet weet van de komst van tante, zich met de logistiek en wil regelen wie met wie in de auto zit en waarheen. Mijn vader maakt zich direct zorgen dat het nu niet meer goed komt met mijn plannen en kan het niet laten te zeggen dat 5 in de auto eigenlijk wel echt te krap is.
Zucht.

Ondertussen is BHV zo lief me door de stad te rijden, als voorbereiding op mijn plannen. Bij de VVV kopen we een kant en klare speurtocht, en we verkennen het terrein.
Over een week ben ik er weer voor een jaar vanaf.

Dinsdag 13 december

Ik droom dat Man met me mee is gegaan naar mijn ouders. Hij past er niet, is er te oud, te volwassen voor en hij weet zich niet te gedragen.
Bij het afscheid lopen mijn vader en Man even vooruit, het trappenhuis in. Mijn vader komt terug naar boven, waar ik nog afscheid neem van mijn moeder. Hij zegt dat Man niet deugt. Dat het geen manier van doen is dat hij nu al jij tegen ze zegt en dat ze net in het portiek ruzie hebben staan maken.

Wat is het toch dat ik altijd, als ik een man keur, denk aan een bezoek aan mijn ouders, het laatste wat ik hem en mij aan zou willen doen.
Woensdag 14 december

Ik ken de valkuil en toch stap ik er in.
Ik ben eten bij Ex en vertel hem over mijn plannen voor het familiedagje.
Vertel hem over het kwartet wat ik even snel wil maken maar voor ik het weet zijn we bezig een familiewapen te ontwerpen. Ik probeer te bedenken wat kenmerkend is voor onze familie aangezien de achternaam op zich onvoldoende houvast biedt.
Dan, opeens, denk ik aan tante Jans. Tante Jans, de eerste dode die ik zag.
Die haar laatste jaren op haar verjaardag een bootreisje deed voor familie en bejaardentehuisgenoten, alwaar zij de hele dag genoot van plastic glaasjes met advocaat. Tante Jans, die jarenlang een vuurtoren bemande, tenminste, die bij slecht weer de stormbal moest hijsen, en waaraan ooit nog een artikel werd gewijd in de Libelle.
En die vuurtoren, precies díe vuurtoren plaats ik in het familiewapen. Als teken van hulpvaardigheid en standvastigheid.
Donderdag 15 december

Ex wil werk maken van mijn familiekwartet en ik, te moe om tegen te stribbelen, ga daar een avondje foto's zitten scannen.
Weer te laat thuis en weer niet af.
Vrijdag 16 december

Chagrijnig zit ik bij Ex, alweer. Ik vervloek mezelf, vervloek mijn familie, vervloek dit kwartet, hoe mooi het ook wordt. Hij lacht, hij huilt mee met Joan Armetrading, zingt mee met Blöf en trekt zich niets van me aan.
Eindelijk thuis probeer ik mezelf te troosten.
Ik knijp mijn ogen samen maar de zweetdruppels zijn zeker geen tranen te noemen.
Zaterdag 17 december

Valkuil nummer 2.
Als er mensen op bezoek komen klopt er opeens van alles niet met mijn huis en moet ik dat, ondanks duizend andere urgentere zaken, meteen veranderen.
Dus ga ik winkel in winkel uit voor spulletjes voor mijn keuken. Leuke spulletjes maar niet direct nodig, en bij elkaar te zwaar. Tel daarbij 7 bossen bloemen en 2 zware tassen met boodschappen en zie mij lopend naar huis gaan, de tassen aan het stuur van de fiets die ik met moeite overeind hou. Ik kan wel janken van de pijn in mijn rug en mijn benen en het in stand houden van foute patronen.
En als ik 's avonds toch maar besluit naar bed te gaan, durf ik nauwelijks te kijken naar de rotzooi die ik maak bij het opruimen.
Altijd als ik opruim, of het nu letterlijk of figuurlijk is, intern of extern, doe ik dit op het allerlaatste moment, en wordt de puinhoop altijd eerst minstens 2 keer zo groot.
Zondag 18 december

Het besef dat wat ik ook doe, hoeveel ik ook organiseer en geef, hoe perfect ik zo'n dag ook regel, hoe hard mijn noodkreet ook is, het gat in mijn hart, in mijn ziel, zal hiermee niet worden gevuld en niet worden geheeld.
Maandag 19 december

Zenuwpijn.
Als ik opsta voel ik meteen dat het mis is. Nog steeds pijn aan dezelfde rug en hetzelfde been, maar andere pijn. Interne pijn, constante pijn. Ik kan wel janken, maar er komen geen tranen. Waarom kan Lijf niet stoppen met het afgeven van signalen.
Dinsdag 20 december

Voor iemand die graag weet of het goed gaat of slecht, bevind ik mij al een tijdje op neutraal en voor mij wankel en onzeker terrein.
Ik kan niet zeggen dat ik me op een bodem van een put bevind, maar de symptonen manifesteren zich wel. Ik heb het liefste geen contact met anderen, dus reageer slecht op telefoontjes en mails. Ik duik onder, en word daarbij geholpen door de morfine-achtige pillen van de huisarts.
Woensdag 21 december

BHV is zo lief om alweer naar me toe te komen rijden en we drinken thee en ze sjouwt mijn boodschappen. Als we terugkomen is het vol in mijn straat. We parkeren de auto even verderop. Ik zie Man voor het raam staan. Ik durf hem niet te laten zien.
Ik doe druk, ik doe ontwijkend, ik doe net of ik hem niet zie.
Donderdag 22 december

nie·mands·land (het ~)
1 terrein dat aan niemand toebehoort
2 onderwerp dat niemand zich eigen heeft gemaakt
3 [mil.] strook land tussen de frontlinies van twee vijandelijke legers
Vanwege mijn sadomasochistische, mijn fatalistische inslag kan ik aan dit onbestemde gevoel alleen de 3e betekenis koppelen.
Lukt het me niet om het me toe te eigenen, om de uitdaging te zien van het invullen en opvullen, het inkleuren en het opfleuren van het land.
Het moeras lokt meer dan het met de wind meewuivende bloemenveld.
Vrijdag 23 december

Het zijn vragen die er niet toe doen, eigenlijk.
Maar tussen het slapen en morfine slikken door lijk ik weinig anders te kunnen doen dan het zoeken naar etiketjes. Gaat het slecht of niet slecht, goed of niet goed. Is dit een fase tussen goed en slecht in, of de onverschilligheid voor of juist na de depressie, het moedeloze, het waar doe ik het voor, het het geeft toch geen zin, het niet meer kúnnen huilen.
Met deze vragen in mijn hoofd kijk ik naar foute tv. Een man vertelt over zijn verslaving aan drank en drugs, zijn in de goot liggen, zijn vraag wat hem het recht gaf dit miserabele stukje leven in te nemen, en het boek wat hij daarover schreef. Lezers putten moed uit zijn moed, zijn waarheid, openheid en eerlijkheid, en uit zijn motto.

HOUD VOL

Zaterdag 24 december

De familie die boven me woont heeft bezoek. Kerstbezoek. Bezoek wat blijft slapen, waarschijnlijk tot en met 2e kerstdag. Ik hoor veel vrouwelijke lachsalvo's, en mannen die ze met luide stem voeden.
Ik ben alleen en het voelt zielig maar zou niet anders kunnen of willen.
Heb weinig ervaring met hyperventilatie maar kerst kan het spontaan teweegbrengen. Het burgerlijke, het verplichte gezellig samenzijn, het zoveel mogelijk moeten eten. Zoals mensen het ook zeggen, de ene dag bij de ene familie, de andere dag bij de andere moeten zijn.
Mijn vader zoekt vanavond veel kontakt. Ik maak een uitnodiging voor hun 50 jarig huwelijksfeest, jawel, 50 jarig huwelijksfeest, en hij belt en hij mailt en ik zucht maar zet door. Zijn laatste mailtje besluit hij met hun plannen voor de komende kerstdag, eerst een bezoekje aan Grote Broer en dan een bezoekje van Grote Zus en dat ze het vervelend vinden dat ik alleen zit/lig.
Ik vind dat ook, maar kan niet anders. Hét kán niet anders, ik zit mezelf behoorlijk in de weg, laat staan een ander.

Zondag 25 december

Met mijn sadomasochistische zieke karakter kijk en lees ik alles wat slecht voor me is.
De jaarlijkse kerstspecial van All you need is love, alle vreselijke kerstgezinsfilms met een happy end en af en toe een kijkje in het Dorp, waar iedereen het reuze gezellig heeft met elkaar.
Verstand probeert af en toe eens wat 'de enige die je leven zin kan geven, ben je zelf' of 'je zaait wat je oogst' en Emotie is nog steeds druk bezig er een paar verlossende tranen uit te gooien maar de buizen zijn zo verstopt als een knoflookpers waar het velletje van de vorige persbeurt is achtergebleven. Of het minuscule straaltje water wat uit de fles druppelt die ik op de watercooler heb geplaatst maar waarvan ik vergeten ben de sticker van het gaatje te verwijderen.
Lichaam gaat over tot een test. Van thuis zitten en een beetje heen en weer lopen in de wandelgangen word je niet echt wijzer. Ik weet nog steeds niet of ik in staat ben morgen naar mijn werk te gaan.
Lichaam gaat een stukje lopen. Een klein stukje, niet overdrijven, gewoon een half uurtje het bos in. En er ook weer uit, en de verleiding weerstaan mezelf aan de eerste boom vast te binden uit verlangen door iemand te worden meegenomen en door een warme familie te worden opgenomen.
Bij thuiskomst propt Lichaam er na de andijviestamppot een aantal pillen in ter pijnbestrijding en legt zich neder.
Maandag 26 december

Het is donker en stil buiten als mijn wekker gaat. Het is 6 uur 's ochtends. Ik probeer niet toe te geven aan de neiging tot snoozen. Probeer ook de op het kussen naast me hardop dromende kat niet in mijn lot te laten delen. Ik probeer het enige juiste te doen, opstaan.
Waar ik gisteravond al bang voor was, blijkt uit te komen. Door de korte wandeling gistermiddag is de pijn weer helemaal terug. Ik voel me echt beroerd als ik me 3 uur later moet afmelden voor mijn werk, beroerd vanwege die beslissing en beroerd van de pijn.
Ik slik bijna alle pillen die ik nog over heb en breng de rest van de dag vooral slapend door.
Ik word wakker en kijk Oprah. Alsof het zo heeft moeten zijn dat mijn ogen hiervoor geopend moesten worden. Het onderwerp is 'people who let themselves go', ofwel mensen die zichzelf hebben laten gaan in de zin van mensen die zichzelf verwaarlozen. Ik heb er opeens een hoop gezichten bij, vrouwen die de zinnen zeggen die dagelijks in mijn hoofd rondspoken. Het zijn inkoppers en open deuren en toch raakt het me als ik anderen hoor zeggen dat ze een basisgevoel hebben dat ze niet deugen, dat ze een een muur hebben opgebouwd om zo pijn te voorkomen. Dat hun leven, mijn leven, draait om de vraag of je de liefde van anderen waard bent. Het antwoord daarop heb ik al vroeg gevonden. Het is als mensen die misbruikt zijn en die volgens de statistieken vaak zelf ook gaan misbruiken. Als je geestelijk verlaten bent, nooit het gevoel hebt gehad dat je er mocht zijn, ga je daar zelf naar handelen, verlaat je jezelf ook. En als je dus bedacht hebt, ervaren hebt, de liefde van anderen niet waard te zijn, geef en gun je het ook jezelf niet. Letterlijk: ik ben de moeite niet waard. Dus doe ik ook geen moeite. Voel je dat je niet anders verdient.
Er wordt gezegd dat je de pijn wegstopt en daarom gaat eten, kopen.
Er wordt gezegd dat je jezelf gaat verstoppen, letterlijk, jezelf terugtrekt uit het sociale leven.
Dat is precies wat er nu speelt en waar ik in vastloop.
De tranen willen niet meer komen, en in tijden dat ze er wel waren, werd de pijn en het eten niet minder.
Ik sluit me af voor kontakt met vrienden, omdat ik daar juist een groot ongelijkwaardigheidsgevoel van krijg en ik mezelf geweld aan doe als ik afspraken forceer.
Hoe hard ik ook nadenk, en hoeveel zijpaden ik ook bewandel, het komt neer op een keuze tussen acceptatie dat mijn leven zo verrot is als het is, en dat ik zo onwaardig ben in lijf en leden, of voor de zoveelste keer weer opkrabbelen en de waarde te leren kennen van het leven en mijzelf.
Dinsdag 27 december

Lezerspost:

soms leek het op leven soms zelfs meer

wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen het weer
aan jonge geliefden
die likken als honden
zij lusten er pap van wat willen zij meer

aan slammers poëten
die schrijven op armen
over billen en borsten over tepels en teer
aan ouden van dagen
die zochten niet vonden
de dood onder ogen en pijn van weleer

wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen steeds weer
het leek soms wel leven
maar het is van het water
het begin en het einde en nooit was er meer

Ily
Woensdag 28 december

Lichte verbetering in lijf en leden. Kip en ei, wat was er eerst, maar het doet er niet echt toe, het steekt elkaar aan.
Eindelijk actie met veel pauzes tussendoor. Eindelijk weer gewassen haren, een gestofzuigd huis, geopende mails en enveloppen.
Ik ben er nog lang niet maar er is een begin, en er is weer wat rust.

Donderdag 29 december

Nieuwe lezerspost na een dag te veel doen:

Is stilte meer dan een punt

En ik weet niet precies of het een reactie is op een specifieke dag uit mijn Sammy-leven, of een letterlijk citaat, of commentaar op mij als persoon, maar de zin blijft bij me hangen en dat is niet voor niets. Ik, met mijn karakter van uitersten, van vallen of opstaan, van alles of niets, van leven of... niet leven.
Maar iedere keer als ik niet leef komt er toch weer een komma of puntkomma, meestal door invloeden van buitenaf, wat het een wat vluchtig, afhankelijk karakter geeft.
Nu, in deze fase van stilte en zoekend naar een komma, naar mijn eigen motivatie voor een komma, krijg ik een helder moment dat het juist de punt is die ik zetten moet. Pas na een punt kan een nieuwe zin beginnen. En dat dat is wat ik mijn hele leven heb gedaan, komma's plaatsen, voortborduren.

Dus ja, stilte is meer dan een punt en een punt is meer dan het einde.
Vrijdag 30 december

Terwijl het lijf zeurt en de sneeuw valt vertelt hij dat hij gekozen heeft om weer te leven. Na een tijd waarin alles relatief was, waarin niets er meer toe deed, een periode van rouw heeft hij besloten weer te leven. Besloten dat hij zijn dieptepunt gehad heeft.
Ik ben jaloers.
Ik weet hoe goed hij is in zich dingen voornemen en zich er ook aan houden. Zo stopte hij van de ene op de andere dag met roken en is ook iemand die je er eigenlijk nooit meer over hoort.
Ik kan het denken, maar kan het niet voelen, laat staan doen.
Zaterdag 31 december

Het woord buitenstaander sijpelt binnen tijdens de huilbui zo rond 12 uur.
Ik heb me bijna altijd een buitenstaander gevoeld op 31 decembers.
Degene die als laatste gezoend werd, als alle stellen elkaar hadden gehad. Degene die alleen was, terwijl alle huisgenoten aan de andere kant van de deur feest vierden tot diep in de nacht. Degene die niet paste tussen de mooie blije mensen.
Ook op de andere dagen van het jaar is dat wat ik ben, een buitenstaander. In de familie, op het werk, bij vrienden. Is dat ook het gevoel wat van jongsaf aan als een nat douchegordijn aan mijn natte naakte lichaam vast is blijven kleven.
Ouders die me niet zagen, voelden en wilden. Die me letterlijk vertelden dat ze met Grote Broer en Zus geen problemen hadden gehad en dat ook niet met mij wensten te hebben. Moeder die me op mijn verjaardag naar de dokter stuurde met mijn urine voor een zwangerschapstest omdat ze me niet vertrouwde.
Het is bij me gaan horen, het er niet bij horen.
Het is zo bekend en ik ben er zo aan gewend, en toch doet het pijn.
Blíjft het pijn doen.

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
december 2005