MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy

augustus 2009
Zaterdag 1 augustus

De lust hangt in de lucht.
Een oogopslag of blik, een subtiele aanraking, een minder subtiel aanraken, het is er allemaal.
Ik geniet van het feestje waar ik als toeschouwer deel van uitmaak, en waar ik na een paar wijntjes een klein beetje aan mee doe.

Dinsdag 4 augustus

Ah toe meneer.
Ah toe, ga nu niet naast me zitten. Ik heb mijn ruimte nodig, en er is elders in de trein nog plaats genoeg.
Ok, als u dan toch naast me zit, dan wel graag zo ver mogelijk af. Ik heb vandaag al te veel indringers gehad, mensen die meteen iets van me willen, ook al heb ik eigenlijk geen tijd, eigenlijk geen zin.

De man naast me gaat zitten lezen in een boek over Italiaanse oorlogen.
Ik slaap. Word een klein half uur later weer wakker.

Ah toe meneer.
Ga nu vast staan. Wacht nu niet tot de trein helemaal stil staat, tot de laatste medereiziger voorbij is gelopen.
Toe, sta nu op, zodat ik mijn tas kan pakken zonder u aan te stoten, en mijn spullen daar rustig in kan doen.
Toe nou.

Ik sta op, loop naar mijn fiets terwijl ik de draadjes van de oortelefoon van mijn MP3 speler ontwar.

Hee, daar fietst die leuke jongen die ook altijd in de trein van 07.00 uur heen zit. Althans, leuke jongen, hij is me opgevallen. Altijd die trein heen, althans, de keren dat ik die trein neem en niet 1 of 2 later. Nooit tegengekomen op de terugweg. Niet verwacht hem nu nog tegen te komen, laat nog, lange dag voor hem, net als voor mij. Houdt wel heel erg van blauw, altijd een blauw shirt aan. Helderblauw. Staat erg goed bij zijn blonde krullen. Jammer dat hij rookt. Jammer ook dat hij mij niet ziet.

Ik fiets, eindelijk fiets ik naar huis, ik heb zo staan treuzelen. Het begint met neuriën, ga dan hardop meezingen, leef me af en toe playbackend uit door met 1 hand te dirigeren en mijn mond wijd open te doen en geluidloos uit te halen. Een vlieg baant zich een weg naar binnen.

Oh, daar staat die leuke man in de tuin. Die ontzettend leuke man in de tuin. Echt een vreselijk leuke man. Hij keek me wel eens na, veel betekenend na. En nu weet ik waar hij woont, weet ik zelfs welke auto hij heeft. Weet ik ook dat hij getrouwd is, uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat het een wat saaie vrouw is. Ik zou zoveel leuker voor hem zijn, zoveel beter. Diezelfde betrouwbare bron merkte op dat ik toch wel steeds op de verkeerde mannen viel. Bezette mannen. En nu staat hij daar, half in de schaduw van zijn lindeboom, wat is hij leuk.
Oh leuke man, zwaai naar me. Zie me. Zoen me, houd me vast, onder de lindeboom.

Zie me. Die woorden blijven hangen terwijl ik door fiets en door zing.
Zie me. Dat is wat me irriteert in een bepaalde werkrelatie.
Wat ik in veel vriendschappen en relaties ben tegengekomen, dat het alleen om de ander ging. Zocht ik ze uit?
Zette ik mijn opvoeding hierin voort?

Mijn schuinbovenbovenbuurvrouw ziet me.
Hoera.



Vrijdag 7 augustus

We hebben afgesproken rond 1 uur.
Om 1 uur wordt er 10 keer op mijn deur geklopt. SBBB.
Ik volg haar naar haar huis, waar ze me uitlegt hoe het werkt met de katten. Waar de speeltjes liggen, het schepje voor de kattenbak, op welke salontafel de sleutels mogen worden teruggelegd. Ik vraag me af of het erg onbeleefd is als ik volgende week foto's van haar interieur maak als ze er niet is.
Ze vertelt me dat ze dan van plan is me vrijdagavond een kleine attentie te geven. Ik zeg dat dat niet hoeft. Ze zegt me dat het iets lekkers zal zijn. Ik krijg het volgende week vrijdag om 22.00 uur. Weer 10 keer kloppen.

Even later zit ik naar mezelf te kijken via een hele grote spiegel. Ik heb nat haar, het hangt stijf langs mijn gezicht. Mijn gezicht wordt echt lelijk zo, oude ogen en een gevlekte huid.
Het meisje heeft er al een collega bij gehaald, uit verbazing hoeveel haar er nog overblijft als je er ongeveer 90 dreads uithaalt. Ik verontschuldig me voor wat ze tegen gaat komen, de ongelijkheden en lege plekken. Ik geef mijn hoofd in haar handen.
Een klein uur kijk ik als de beste langs mezelf heen.
Dan is er een resultaat. Heel even kijk ik, roep ik dat het mooi is, jeetje, opeens heb ik krullen, opeens heb ik een kapsel, opeens heb ik een ander hoofd.

Ik doe wat boodschappen, tutteldingen, zie in de vele spiegels die ik tegenkom dat mijn hoofd heel langzaam weer een meer normale vorm aanneemt. Een vorm die zelfs een beetje bij Het Kapsel past.
Vervolgens giet ik samen met Ex het hoofd vol met wijn.
Het Kapsel wordt steeds mooier.

Zondag 9 augustus

Het bosje teunisbloemen markeert de plek.
Dáár de steen, met haar naam, Anna.
Morgen 4 jaar geleden overleden.
Ik loop er met Ex, haar zoon.
We verwijderen dode bloemen, vegen wat tranen weg, ik plaats mijn zonnebloemen.

Gaan dan, in haar geest, wijntjes drinken op het nabijgelegen terras. Kijken naar wespen, bespreken de bezoekers van het feestje in het zaaltje naast het terras, proberen te bedenken of een trouwring nu rechts of links moet.

Over de begraafplaats lopen we weer terug naar de bushalte. Vanaf het terras klinkt 'lang zal ze leven'.

Maandag 10 augustus

Voor anderen is dit simpelweg een naam op een steen.
Zoals voor mij andere namen op andere stenen gewoon namen zijn op andere stenen.
Maar achter iedere naam gaat een leven schuil, een leven verbonden met anderen.
Onder deze grond liggen de restanten van deze mensen. Het hart klopt niet meer, maar klopt door in de harten van anderen.

De naam waar ik voor sta, waarvoor ik gekomen ben, betekent niets voor anderen. Voor toevallige passanten die komen voor een andere naam, voor mensen die zich prettig voelen op plekken als deze. Zoals de jongen met het fototoestel die zich bescheiden terugtrekt als hij ziet dat we hier met een doel zijn. Dat we hier voor een specifieke naam komen. Ik herken mezelf in hem.

Voor mij betekent deze naam veel.
Heel veel.
Anna is een begrip. Mijn begrip.
Een vrouw.
Een keukentafel.
Bij een ieder die nu dood gaat stel ik me voor of die wel of niet bij haar aanschuift.
Martin Bril... ja, maar niet te lang, daarvoor wil hij te veel zien, teveel ontdekken. Om 's avonds aan haar tafel te beschrijven wát.
Michaël Zeeman... het zou een leuk gesprek opleveren over boeken, maar denk dat de ego's botsen.
Michael Jackson... ze zal even hebben opgekeken, hij zal misschien een dansje op de tafel hebben gemaakt, zij zal geglimlacht hebben, hij zal zijn doorgemoonwalkt.

Je vergeet het wel eens.
Maar achter ieder gordijn, ieder tuinhek, achter ieder gezicht gaat een leven schuil.
Een leven dat deels gelijkt op het onze, en waar we deels geen weet van hebben.


Zondag 16 augustus

Doel is een plek tegen de haven van Antwerpen aan en in de rook van een kerncentrale.
Het dorp moet plaats maken voor uitbreiding van de haven. De bewoners strijden al 50 jaar tegen de uithuiszetting, tevergeefs.
Op 31 augustus vervalt het woonrecht en zullen waarschijnlijk ook de laatste 120 inwoners, waarvan deels krakers, Doel verlaten.

Op het fotofestival in Naarden was er een thema rond Doel. Diverse fotografen toonden hun beelden.
Het fascineerde BHV en mij en vandaag gaan we zelf.

Het voelt raar, een soort van ramptoerisme, we moeten wat overwinnen voor we een achtergelaten huis in durven.
Het is er druk met mensen die een dagje fietsen of mensen net als wij.
Kunstenaars hebben zich laten inspireren en exposeren hun werken op en in de huizen. Bewoners laten gedichten na. Een rood hart op de deur. En hun spullen.


Zonder weerga

verdwenen de deur
die je dichtgooien zou

kelder waarin niemand
nog schuilen gaat

geen licht meer op de gang
dat schijnen moet

tot ook het laatste kind
zich in dromen bevindt


huis van nooit
voltooide vragen


ik ben de vader die dit
niet weerhouden kon

twee handen zo leeg
en woorden wit van woede

op de weg hierheen
puin bij parkeerverbod

een zwaluw vliegt laag
zoekend de laatste pan

paul vincent

Donderdag 20 augustus

Traditiegetrouw gaan Grote Zus en ik naar de Beelden op het Lange Voorhout.
Dit jaar werken van Javier Marín, een Mexicaane kunstenaar die metershoge koppen maakt in een barokke stijl. Mannen met wapperende lokken en baarden en vrouwen met een expressieve uitdrukking op hun gezicht.
Ze zijn mooi, overweldigend, nodigen uit tot aanraken, zelfs tot zoenen.


Traditiegetrouw gaan we daarna eten bij Papa en Mama.
Grote Zus draait meteen de foto om die daar van haar staat met haar vriend, ze is er zelf niet zo blij mee. Tussen haar foto en de vele foto's van Grote Broer en zijn gezin staat geen foto van mij. Geen foto zou door mij goed genoeg worden bevonden, toch steekt het.
Zoals het ook steekt dat zij, door wie ik me niet gezien voel en nog steeds zo graag gezien wens te voelen, niets zeggen over mijn nieuwe Kapsel, zoals het ze kennelijk ook niet is opgevallen dat er 90 dreads uit zijn.

Daar zitten we dan aan tafel, ik op mijn oude plek, ik schuif mijn placemat en bord ietsje verder van mijn vader af.
Als hij zijn nieuwe keyboard aan me demonstreert staan mijn burgerlijkheidsharen recht overeind. Ik doe mijn uiterste best aardig te blijven. Ik laat tenslotte ook dingen zien die hen niets interesseert en dan wil ik ook dat ze doen alsof.

Ik probeer Mama gerust te stellen over mijn naderende vakantie. Relativeer de gevaren van de te bezoeken landen, noem de manieren waarop ze me indien nodig kunnen bereiken. Mama haalt weer een beetje adem. Zegt me met enige aarzeling nog wel dat ze niet goed weet wat ze moet als er iets met me gebeurd. Daarmee bedoelt ze niet dat ze zich geen raad meer zou weten, maar ze weet niet wat ze dan praktisch moet doen, wat ik zou willen.
Ok, zeg ik, dan ligt er binnen 3 weken een testament.

Terwijl BHV en ik een hotel boeken voor Venetië nemen we door wat ze van mij zou willen erven.

Dinsdag 25 augustus

Eerst bedenk ik waar en hoe ik begraven wil worden. Een crematie is voor mij niet aan de orde, ook al maak ik deel uit van een familie die dit reuze praktisch vindt omdat je de achterblijvers niet opzadelt met een graf en met hoge kosten.
Een groot deel van mijn leven bezoek ik al begraafplaatsen, gefascineerd door de sfeer en de manier waarop mensen worden herdacht.
Dus moet ik daar zelf ook ooit terechtkomen.

Om de kosten voor mijn familie toch wat te besparen besluit ik dat mijn lijf onder de grond mag bij een natuurbegraafplaats, in de buurt van Apeldoorn. Dat graf mag niet worden onderhouden, dat scheelt geld. Ik vind het een sympathiek idee dat ik toch nog ergens deel van uit ga maken, in dit geval de natuur. Die wenende stenen man waarvan ik altijd heb geroepen dat ik die aan mijn graf wil zal wel niet mogen, maar dat zij zo.
Een kei met mijn voornaam is genoeg, het dekt de lading. Een kist hoeft ook niet, een mooi doek om me heen is prima.

Dan een lijst met mensen die op de hoogte gebracht zouden moeten worden van mijn overlijden.
Dat is moeilijk. Want zouden moeten worden is iets anders dan zouden willen. Ik wil ze op de hoogte brengen maar willen zij dat ook. Ik relativeer iedereen zo dat er maar een klein lijstje overblijft. Waarvan de helft per mail verwittigd kan/moet worden.
Ach, scheelt de familie ook weer qua kosten.


Vandaag bepaal ik wie wat krijgt. Een makkelijke taak voor een pleaser.

Je zou er bijna plezier in krijgen.