Woensdag 1 augustus

Wat een ontzettend goede keuze, om ook vandaag nog vrij te zijn.

Vannacht om half 2 stuurde ik mijn manuscript met excuses voor de vertraging.
Dat betekent ook dat ik nu echt vrij ben, en dat gevoel heb ik een tijdje niet meer ervaren.
Dus even echt niet werken en even echt niet aan het boek werken, ik moet niets, ik ben vrij.

Krijg een mailtje van de uitgeverij.
Ik doe, weliswaar op de valreep, nog mee.
Binnenkort krijg ik te horen of ik op de long list kom te staan.
Donderdag 2 augustus

Het voelt goed om weer te werken.
Er is ruimte in mijn hoofd, ik mag het deze dag nog rustig aan doen.
Ik ben bij en probeer ook de nieuwe dingen die er vandaag bijkomen meteen helemaal af te maken.
Mijn directe leidinggevende, mijn 'bazin' is op vakantie en ik ben nu aanspreekpunt voor deze locatie.
Inhoudelijk kan ik nog niet veel betekenen, wel op het gebied van het bewaken en aansturen van het proces en het doet me goed te zien dat ik mijn verantwoordelijkheid durf te nemen en dat ik voel dat ik iets doe wat ik wel goed kan.
Vrijdag 3 augustus

Ik voel mij voor een dilemma geplaatst.
Een dilemma dat ik hier niet kan uitleggen maar het doet me wel wat.
Ik vraag me af waarom het zo voelt, waarom ik het zwaarder maak dan het mogelijk is, waarom ik niet gewoon ja kan zeggen.

Hoe los je een dilemma op.
Hoeveel rondjes in je hoofd hebben nog zin voordat het doelloos wordt.
Hoeveel knopen moet je ontwarren om weer een recht stuk te kunnen zien.

Ik weet dat het feit dat het een dilemma voor me is voortkomt uit slechte ervaringen.
Maar moet je die dan altijd maar naast je neer leggen, en overwinnen of mag je er ook naar handelen.

Zaterdag 4 augustus

De stad is kleurrijk en zindert.
We zitten niet op de route maar krijgen tijdens het werk voldoende mee van de Gay Parade.
Het is deze zaterdag niet druk en niet rustig.
Mijn leukste naaste ex-collega komt langs om een reis te boeken en is onder de indruk van de systemen en mijn snelheid. Ik ben me niet aan het uitsloven maar vind het wel leuk om te horen.
Ze zegt zich te realiseren, nu ze mij zo in een nieuwe werksituatie zit, dat zij dat zelf ook gaat krijgen. Nieuwe systemen, nieuwe branche, nieuwe collega's.

Vanavond hoef ik niets. Hoef ik me alleen maar te verheugen op dat ik morgen vrij ben.

In de dorpskrant lees ik een citaat:
... Begeerte bleek zelden wederzijds of gelijktijdig te zijn, waardoor altijd een van de twee zich moest opofferen. Kom maar. Doe maar. Ja, je mag. Ik begeerde geen van de mannen met wie ik zo gewillig meeging. Ik begeerde hun begeerte. Ik hunkerde naar hun honger. Hun overgave. Hun verloren-zijn. Maar niet naar hen.
Er was iemand die ik wel begeerde, maar die begeerde mij niet en leek ook niet van plan zich voor mijn begeerte op te offeren. ... ... ... Soms ging ik in de verdediging. 'Je hebt geen enkele reden om aan me te twijfelen. Ik zou de rots in de branding zijn. Ik zou geen ander geluk kennen dan bij jou te zijn. Jij zou mijn geluk zijn.' ... ... ....
De man die ik begeerde! Voor wie mijn hart sneller klopte en mijn wangen bloosden. Hij wist iets over mij wat mij onbegeerlijk maakte. Iets waar ik zelf geen weet van had...

Uit: De laatste keer
Van: Kristien Hemmerechts

Herkenbaar.
Heel herkenbaar.

Zondag 5 augustus

Ik verdrink een beetje in het niets moeten maar van alles willen.

Ik kom niet echt in beweging vandaag, mijn hersenen staan op standby en willen niet meer uit die stand komen. Alles gaat in een roes, in slow motion, maar de tijd verstrijkt er niet minder langzaam door.
Ik vlucht in andere werelden, maak plannen voor vakanties, bedenk hoe ik de tuin zou willen, houd ik mezelf voor dat ik voldoende redenen, voldoende excuses heb om niets te hoeven.

Maar door niets te doen, niets te hoeven, krijg ik geen ruimte in mijn hoofd.
Maandag 6 augustus

Vanaf vandaag ben ik voor 2 weken waarnemend supervisor en ik merk dat de taak me ligt.
Waarschijnlijk doordat het duidelijk overlappingen heeft met het supervisorschap van mijn vorige baan en het me daardoor het gevoel geeft dat ik me op bekend terrein begeef, dat ik iets doe wat ik kan, waarmee ik vertrouwd ben.
Ik merk ook dat anderen mij hierin vertrouwen, dat ze mij hun vragen stellen, hun problemen voorleggen.
Inhoudelijk heb ik ze nog niet veel te bieden, daar liggen de taken eerder andersom, maar qua proces heb ik wel wat te zeggen en ik merk dat bepaalde positieve patronen de kop opsteken, dat ik opeens wordt uitgedaagd om over meer na te denken dan over hoe ik een bepaalde reis boek.
Het geeft me vertrouwen, voor de toekomst.
Dinsdag 7 augustus

Het supervisorschap brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. Geeft mailtjes over zaken waar ik me tot nu niet mee bezig heb hoeven houden.
Dit maakt dat ik langer door werk dan ik van plan was. Had juist het vaste voornemen snel na sluitingstijd weg te gaan, heb een eetafspraak  met iemand met wie iets uit te praten valt.
Maar het wordt later en later en ik zeg die iemand dat hij maar vast moet gaan eten, dat ik wel in een café wacht tot hij uitgegeten is.
Hij nodigt me uit aan zijn tafel, maar ik ben inmiddels erg chagrijnig en zie het niet zitten om in de ambiance van een restaurant terecht te komen waar mijn tafelgenoot al ruimschoots gegeten en gedronken heeft.
Ik blijf dus bij mijn wachten-in-het-café-plan.
Hij zegt me dat we ook een andere keer afspreken als dat beter uitkomt maar ik voel daar niet zoveel voor, wil vanavond dit gesprek achter de rug hebben.
Hij dringt aan: zegt dat hij voorlopig nog wel erg lekker en erg uitgebreid zit te eten en dat als hij mij was hij zijn eigen plan zou trekken.
Als een mokkend kind zeg ik dat ik dan maar naar huis zal gaan.

Thuis krijg ik behalve de te verwachten tranen ook enig relativeringsvermogen over me. Misschien is het maar goed dat het gesprek niet met dit humeur gevoerd is.

Toch knaagt het.
Woensdag 8 augustus

Het feit dat je je jarenlang... nee...
Het feit dat ik me jarenlang verwaarloosd heb gevoeld, betaalt zich ergens uit.
Vandaag gebeurt dat.
Vandaag wordt mijn leven donker.
Donderdag 9 augustus

Het donker is mij niet vreemd.
Toch is dit ander donker, een grauwere tint.
Ik zak niet tot op de bodem, zoek de kaarsen om me bij te lichten. Verlang wel naar het licht, en dat is wel eens anders geweest.

Wel komen oude dingen terug.
Op mijn arm een duidelijke plek, die naast blauw ook andere kleuren vertoond. Een plek van zo'n 20 x 5 cm.
Ik kan me nog herinneren, ik was een jaar of 12 en had last van een jongen van een school naast de onze. Hij pestte de kinderen van onze school en omdat ik eigenwaarde haal uit het zorgen voor anderen, nam ik het voor ze op.

Dat liep wel eens uit de hand, ontaardde in een gevecht.
Ik tekende een blauw oog met make-up.
Zag het als een welkome kapstok om mijn leed aan op te hangen.
Mijn moeder doorzag me, droeg me op die make-up onmiddellijk van mijn gezicht te halen. Ik voelde me naakt, het blauwe oog was mijn bescherming, mijn feit dat ik er was.

Nu is de blauwe plek echt maar ik merk dat mijn ogen er steeds naar getrokken worden.
De ogen van klanten ook, ik zie er mishandeld uit.
Ik verwerp de gedachte dat dat ook is zoals ik me voel.
Vrijdag 10 augustus

2 Jaar geleden stierf Annie.

Ik mis je, lieve vrouw.
Ik mis je niets ontziende ogen, je schelle stem. je harde lach.
Ik mis de keukentafel met de intieme gesprekken, de ruzies, de tranen, de vele flessen en de schalen met uitbundig eten.
Ik mis de muziek die later op de avond zo hard werd gezet dat ik me er soms voor schaamde.
Ik mis je zo oprechte enthousiasme als ik je vertelde over mijn plannen, mijn reizen, mijn leven.

Ik mis het gezelschap dat je om je heen had, ik mis jou daarin als middelpunt, ik mis mij daarin als deelnemer.

Ik mis mijn 'vrouw-zijn' bij jou.
Zaterdag 11 augustus

Het is niet druk in de winkel en ik reserveer wat tijd voor mezelf om de dingen op een rijtje te zetten.
Wat lopende zaken weg te werken, en mijn plannen voor hier verder uit te werken.
Ik ben bezig om de ruimte met de voorraden op te ruimen. Om er systeem in aan te brengen, de orde die ik zo nodig heb.
Ik maak etiketjes voor op de planken, met wat waar hoort te liggen, zodat ik ook meteen weet welke voorraden we hebben en welke ik moet bijbestellen. Maak een lijst met wat we zouden moeten hebben en wil deze aan gaan vullen met wat waar te bestellen.
De orde als ingang om de chaos te beteugelen.
Zondag 12 augustus

Ik laaf me aan het licht vandaag.
Ga zitten in de jungle die mijn tuin is, neem de laptop mee, werk door tot de accu leeg is.
Verdiep me in de wereld die rondreizen heet, sla vliegen van mijn blote lijf.
Kijk om me heen, krijg leuke ideeën voor de tuin.
Streel de kat, die loom naast me in de aarde ligt.
Veeg mijn neus af, waar met dit weer veel meer jeukende snotjes in lijken te zitten.
Zie uit mijn ooghoeken dat er kattenharen aan mijn neus hangen.
Hoor de geluiden uit de buurt: de buuman die een ei bakt, de bovenbuurvrouw die afwast en stofzuigt, een andere vrouw die tegen haar man roept dat hij niet het gele doekje moet gebruiken omdat hij anders strepen krijgt.
Voel hoe een zomerbriesje tegen de haren van mijn armen strijkt.
Zie dat de kleuren van mijn blauwe plek nu overwegend paars en geel zijn.
Ruik de net aangestoken barbeque's.
Lees de laatste bladzijden van een intrigerend boek.
Maandag 13 augustus

Ik lees vel, de laatste dagen, naast het studeren op rondreizen.
Ik heb net het boek Ismael uit, geschreven door Ariënne de Bruijn. Voor 3,50 gevonden in een Prijzenslagbak van V&D.
De tekst op de achterflap sprak me aan: In Ismael komt een jonge vrouw er stukje bij beetje achter dat ze verliefd is op een fantoom. Ze wordt geconfronteerd met drie prototypen man: de Onbereikbare, de Vriend Die Wel Wil Maar Niet Durft en de Rasopportunist.

Hieronder een paar mooie zinnen:

Andere mensen worden verliefd, ik verlies mijn verstand.

Ze was naakt, op haar verliefdheid na.

Maak misbruik van me, maak dat ik mezelf vergeet.

Dinsdag 14 augustus

Het is druk in de bieb.
Achter de computers in de studieruimte zitten heel verschillende mensen.

Er zitten Marokkaanse kinderen, druk met spelletjes en chatten. Ik hoor de meisjes geagiteerd fluisteren, hij schrijft nu dit, wat moet ik antwoorden?!

Er zit een man die een map bij zich heeft met de spannende titel Kick Off en vandaaruit zet hij van alles in de computer, print dat uit om het weer in die map te stoppen.

Er zitten best wel een paar leuke interessante jongens, maar allemaal niet van mijn leeftijd of echt geïnteresseerd in mij. Hoewel het leuk blijft elkaar van boven het beeldscherm even stiekem aan te kijken, zo heimelijk als via het raam in de trein.

En er zit Jenny.
Jenny zwerft.
Ik zie haar op de stoep van het opvanghuis. Zie haar druk in gesprek met andere zwervers of toevallige passanten. Hele diepzinnige gesprekken, als ik ze kan horen. Ik zie haar op het muurtje bij de bieb.
Vorige keer zag ik haar ook al binnen, bij de computers. Ze zet haar tassen, al haar bezittingen, naast zich neer. Pakt papieren die ze net heeft volgeschreven met informatie uit boeken en begint te typen. Ik zit te ver van haar af om mee te kunnen lezen, maar bedenk opeens dat het erg fascinerend zou zijn als ze een soort dagboek, een weblog bij zou houden.

Thuis lees ik verder in Reis om de wereld in 80 dagen, geschreven door Michael Palin.
Ik ben al op dag 66.
Woensdag 15 augustus

Kwetsbaar.
Zo ga ik naar mijn werk.
Maar ik heb bij een paar dierbaren, te weten BHV en Ex, wel contact gemaakt over die kwetsbaarheid en dat is redelijk nieuw.
Wat ook nieuw is, is dat er voldoende aanleidingen zijn om op de bodem van de put te zitten, ik lig er in ieder geval wakker van.
Ik ervaar wel een bodem, maar geen put. Er is überhaupt een bodem, en geen vrije val.
Zelfs van het nieuws dat ik niet op de longlist sta van de wedstrijd waaraan ik heb meegedaan doet mij enkel mijn schouders ophalen.

Het zij zo.
Donderdag 16 augustus

Bij het opstaan niet allen een bodem maar ook een duidelijk voelbaar plafond.
Gedurende de dag komt het steeds verder naar beneden zetten, de gedachte aan eten maakt me misselijk en mijn ogen worden steeds kleiner.
Ik ga eerder naar huis, en zodra mijn lichaam het matras raakt sluiten mijn ogen zich.

Vrijdag 17 augustus

Omdat ik nog geen hap door mijn keel heb kunnen krijgen en het plafond nog niet geheel verdwenen is blijf ik vandaag nog thuis.
Ik baal er van zo snel op mijn nieuwe werk al weer ziek te zijn.
Probeer dat baalgevoel om te zetten in iets positievers, regel wat zaken en bel de dokter.
Zaterdag 18 augustus

Vandaag werk ik wel, en het is rustig.
In mijn hoofd nog niet en ik zoek naar handvatten om dat weer te bereiken.
Ga bij de Mediamarkt op zoek naar een nieuwe laptop. Het beeldscherm van mijn huidige geeft dusdanige strepen dat het ding niet meer leesbaar en dus niet meer werkzaam is.
Ik denk weinig verslavingen te hebben, maar zonder laptop kan ik niet echt. Kan de site niet bijwerken, niet internetten en mijn mails niet ontvangen en beantwoorden.
Vraag daarnaast ook om hulp.
Zondag 19 augustus

De hulp die ik heb gevraagd bestaat uit het vandaag werken bij Ex. Dóór met de handleiding voor mijn werk terwijl hij wat in het huis keuvelt. Ik zal als dank voor hem koken vanavond.
Om een uur of 5 wordt hij onrustig, hij wil het huis uit, een pauze houden.
Ik zeg dat ik voor 1 drankje wel even mee ga.

In de stad is het druk op de pleinen. Er is een Latijns dansfestival en ik zie opeens hele andere stadsgenoten, met meer kleur, meer diversiteit en meer ritme in het lijf. Ik doe mijn best niet al te cynisch te kijken naar de blanke medelanders die ook een poging doen.

Het ene drankje worden er meer, dat kon ook niet anders. Het gezelschap breidt zich uit en mijn koken wordt uitgesteld naar een andere dag. Ik laat mijn plannen om door te werken vanavond varen in de glaasjes rode wijn.
Maandag 20 augustus

Goede Man vindt dat ik mooie borsten heb, en in 1 van die borsten zit nu een knobbel.
Bij een knobbel stelde ik me iets kleins voor, ik had er ooit eerder 1 ontdekt, maar dat bleek talg. Deze knobbel heeft meer iets weg van een klein ei.
De dokter, helaas niet die ontzettend leuke van mijzelf, maar een botte en onpersoonlijke waarnemer constateert dat er inderdaad iets zit en dat dat iets eruit moet.
Met een behoorlijk onleesbaar briefje met daarop 2 afspraken in het ziekenhuis ga ik door naar mijn werk, nadat hij nauwelijks antwoord heeft gegeven op mijn vragen.

Ik ga niet van het ergste uit, hoe kan ik, ik besef nauwelijks wat er op mijn pad gekomen is of kan komen.
Toch staat alles wel een beetje in het teken van, krijgt alles een (tijdelijke) verdieping en een (tijdelijk) ander kader.

Dus dit is nu een knobbel. Het lijkt of mijn borst alleen die ene knobbel is, of mijn lijf die ene knobbel is. Een knobbel die in de meeste gevallen goedaardig is. In dat geval is de knobbel een hobbel die we nemen en weg laten nemen. En zo niet, dan doen we dat ook.
Dinsdag 21 augustus

Ik heb er even over nagedacht maar heb gisteravond mijn familie verteld over De Knobbel.
Ik ben iemand die anderen moeilijk deelgenoot maakt van een proces, vertel liever een uitkomst, als daar nog aanleiding toe is.
Maar als er iets met mijn familie zou zijn, dan wil ik ook vanaf het begin worden ingelicht, en juist door het niet te vertellen zou ik me meer kind maken dan ten opzichte van mijn ouders, het zou een kinderachtige rebelse reactie zijn op mijn opvoeding.
Grote Zus bel ik als eerste, maar die is helaas niet thuis.
Dan mijn ouders.
Mijn ouders hebben een constructie qua telefoon waardoor ik ze beiden tegelijk kan spreken. Mijn vader zit dan boven op zolder, mijn moeder beneden op de bank. Altijd als ik me rot en zielig voel heb ik behoefte aan mijn moeder, in ieder geval aan haar stem. Daar gaat warmte en troost van uit. Ik hoor ze schrikken en ik had ze dit nieuws graag bespaard. Ik weet dat ze zich grote zorgen om me maken, altijd al, vooral ook omdat ik alleen ben, en altijd wel een zorgenkind was.
Ik probeer zo nuchter mogelijk te zijn, en zo voel ik me ook. Maak duidelijk dat ik nergens op vooruit wil lopen, dat we ons altijd nog zorgen kunnen gaan maken, maar dat ik realistisch genoeg ben om te weten dat er wel iets serieus aan de hand is.

Grote Broer zit midden in een verhuizing. Ik vraag eerst hoe het met hem gaat en ik krijg alle details. Vertel dan over mij. Hij schrikt niet, leeft wel mee, maar reageert vooral zakelijk, wat ook zijn waarde heeft.
Om eerlijk te zijn sta ik niet al te zeer stil bij de reacties van anderen, ik vertel ze dit niet om iets te krijgen, eerlijk gezegd meer om hen ook iets te geven, ze deelgenoot te maken van dit stuk van mijn leven.
Ik ben trots op mij, dat ik al zover ben.


Woensdag 22 augustus

Het is behelpen, het bijwerken van mijn site via internet, in de bibliotheek, maar ik heb het nodig om te schrijven.
Om woorden te geven aan mijn leven, aan de dingen die gebeuren en niet gebeuren.
Morgen gebeurt er wat, maar ik durf er voor mezelf nog niet echt woorden aan te geven.

Ik ken mijn neiging om dingen te vergroten, en wil dat nu eens niet doen. Niet dramatiseren.
En ik kan oprecht zeggen dat dat me ook lukt.

Het blijft raar, de mensen die ik vertel over De Knobbel komen met allerlei suggesties van wat het kan zijn en vooral niet zal zijn, maar tegelijkertijd blijft het beladen en voelt het ook alsof mensen met hun suggesties hun eigen angst voor Knobbels proberen te relativeren.


Donderdag 23 augustus

Het ziekenhuis staat op een berg.
Voor het oog valt de stijging wel mee, maar als je er fietst niet. Het laatste stukje moet ik lopen, maar het zweet staat al op mijn hele lichaam.

Ik moet naar de mammapoli. Ik vind het een rare naam voor zo'n afdeling, snap wel waar het vandaan komt, maar het klinkt zo gezellig. Te gezellig.

Ik ben snel aan de beurt. Een co-assistent stelt me vragen en de chirurg komt binnen. Een aardig gezicht. Hij vraagt of ik gefietst heb. Is het te zien, vraag ik, en we moeten allemaal lachen.

Hij voelt wat ik ook al voelde en ik word doorgestuurd naar radiologie. Daar word ik opgehaald door een jonge jongen. Hij neemt me mee naar een kleedkamer, waar ik mijn bovenkleding uit moet trekken.
Daar zit ik dan te wachten, op een stoeltje in een lege kleine ruimte, met van onder alles aan en van boven alles bloot.
Hij haalt me op, neemt me mee naar ruimte 1.
Er staat een fotoapparaat.
Ik heb wel eerder foto's laten maken. Een elleboog op een plankje leggen op een soort van tafel of bank en dan komen er lichtgevende vierkantjes op en staan ze vanachter een raam te klikken.

Maar hoe maak je borstenfoto's?
Ik stelde me voor dat er een plank voor me zou hangen waar ik voor zou staan en dan klik.
Maar zo werkt het niet.
De jongen legt mijn borst op een glazen plaatje. Moet zorgvuldig gebeuren, hij moet er helemaal op.
We praten over de berg die ik geprobeerd heb te befietsen, en vegen het zweet van mijn tiet om te voorkomen dat 'ie van het plaatje glijdt. We praten over computers, over Parijs, en ondertussen bedient hij met een voet een paneel op de grond waarmee hij een 2e glazen plaatje naar beneden laat komen. Waarmee hij mijn borst plet.
Het ziet er niet uit, en ik moet er nog het hardste om lachen.

Zo worden er 4 foto's gemaakt, van beide borsten een front en een zijkant. Niet prettig als je tere borsten zo horizontaal en vertikaal worden platgedrukt maar het is niet langdurig pijnlijk en we kletsen gezellig.

Dan terug naar de kleedruimte om te wachten tot ruimte 2 klaar voor me is.
Daar zit ik dan, wederom met de blote borsten in de kale ruimte.
Er wordt geklopt, en ik mag meekomen voor een echo.
Een echo op de mammapoli, het moet niet gekker worden. Het brengt herinneringen naar boven die niet al te vrolijk zijn.

Ik lig daar, er wordt discreet en handdoek over mijn bovenlichaam neergelegd en een vrouw en een man komen binnen. De vrouw leert het vak aan de man, die discreet naar de apparaten kijkt en niet naar mijn borsten.
De vrouw smeert gel op mijn borst en beweegt een soort scanner over de nu gladde huid. Ik kijk mee naar het resultaat, zie een hoop vlekken en lijnen maar krijg langzaam door wat we eigenlijk zoeken en ook vinden.
Donkere vlekken, en ze zitten inderdaad in mijn borst en ook in mijn oksel. Ze neemt ruim de tijd om te onderzoeken, kijkt of het vocht of weefsel is. Het blijkt het laatste te zijn.

Dan word ik voorbereid op de volgende stap. Ze gaan weefsel bij me afnemen.
Ze vertelt me precies wat ik kan verwachten en wat ik ga horen. 
Eerst het prikje van de verdoving, dat een branderig gevoel geeft. Dan maakt ze met een mesje een snee vlak naast mijn tepel waar De Knobbel onder zit. Dan gaat ze met een soort van naald mijn borst in. Ik voel dat er iets een bot in gaat, mijn lichaam in, maar voel geen pijn. Ze maken foto's als ze er in zitten en dan zegt ze: daar komt het eerste schot en we lachen en het is inderdaad als een pistooltje dat afgaat in mijn borst en zo halen ze er 5 stukjes weefsel uit.
Na ieder schot drukt de jongen van de foto's hard op borst om het bloeden te stelpen en de bloeduitstortingen zo klein mogelijk te houden. Ik zeg dat als hij nog harder drukt, De Knobbel vanzelf zal verdwijnen. Hij moet lachen.
De radiologe vertelt me dat ze kan zien dat het niet ingekapseld zit, dat het wil verdwijnen als ze er met de naald in prikt, en dat is een goed teken.

De jongen van de foto's verwijdert de resten bloed en gel van mijn lichaam en ze wensen me allemaal sterkte.

Nu een week wachten op de uitslag.
Vrijdag 24 augustus

Het begint zodra de telefoonlijn openstaat.
Mensen met problemen, die ergens gestrand zijn en ik moet zorgen dat ze ergens in een ander land andere tickets krijgen.
Mensen die boos zijn, heel boos, en de manager willen spreken. En dat ben ik.
Ik ben best trots op mezelf, als ik mezelf grenzen hoor stellen, over waar we het wel en niet over gaan hebben. Dat bepaalde dingen geen zin hebben om te bediscussiëren omdat het niet bijdraagt aan een oplossing. Dat ik het probleem weer bij de klant terug wil leggen, en ze een keuze geef. Dat ik vraag of de ander ruzie wil maken of tot een soort van oplossing wil komen.
Vandaag voel ik me manager.
Ondertussen zijn mijn klieren opgezet, voel ik me koortsig en is mijn tiet gevuld met bloeduitstortingen. Het jeukt en het zeurt en het steekt, maar het leven gaat ondertussen heel erg door. Uiteraard.
Zaterdag 25 augustus

Ik droom veel de laatste tijd. Over oude vriendschappen, familiebanden, situaties.
Een knobbel in je borst brengt verhoudingen naar boven, maar versterkt ook banden. Ik heb mijn familie nog nooit zo regelmatig aan de telefoon gehad en ik weet dat het een goede beslissing is geweest ze op de hoogte te brengen.
Mis BHV, die op vakantie is en vanavond weer thuiskomt.
Ben nog nooit zo vaak bij Ex langs geweest, ook al hebben we het er daar niet veel over maar ik zoek gezelschap. Morgen gaan we samen naar Parijs voor een paar dagen.
Mensen vinden dat veelzeggend, mensen speculeren, mensen vinden het raar.
Ik ga gewoon een paar leuke dagen hebben met een goede vriend, met nog geen enkel idee wat ik daar ga doen. Al zit ik 3 dagen op de trappen van de Sacre Coeur, dat is al genieten voor me.
En een fijne afleiding.
Zondag 26 augustus

Dag 1 in Parijs.
Ik heb me verkneukeld op de 1e klas treintickets die ik via mijn werk met korting kon kopen. Het betekent dat we drankjes krijgen, ontbijt en snacks, en persoonlijke aandacht. Als we na Brussel langs een snelweg rijden zien we pas hoe hard we gaan. Zo ben je in een bewolkt en bedrukt Amsterdam, zo sta je in een zonovergoten Parijs.
Beiden hebben we eigenlijk geen echte plannen voor de komende dagen, en dat is voor mij best uitzonderlijk. Maar ben te moe geweest, te veel bezig geweest met andere dingen om me echt in de voorpret te storten.

Tussen de terrasbezoeken door lopen we door wat wijkjes en zien we vanachter ons tafeltje een paar toeristische highlights.

Ik geniet van de zon, heb deze node gemist de afgelopen weken, en geniet van de mensen om me heen.
Zie hoe de Franse vrouwen mooi zijn, een olijfkleurige huid, bijna zwarte ogen, een zelfverzekerde blik en bijna allemaal een slank lichaam.

Ik kijk mijn ogen uit in de wijk Marais, merk een verbondenheid met de Joodse cultuur, houd van de bedrijvigheid.

Zeg tegen Ex dat ik het bijzonder vind hier met hem te zijn. Als hij een wat vage reactie geeft, iets in de trant van dat Parijs een leuke stad is zeg ik: Nee, ik vind het bijzonder hier met jou te zijn.
Maandag 27 augustus

Ik voel me zieker worden. Ons gematigde tempo komt goed uit, af en toe bedenk ik nog iets cultureels tussen de wijntjes door, maar verder geef ik me over aan het zitten aan de rand van de vijver in de Tuilleriën en later op het mooie terras onder de bomen in Parc Luxembourg waar het op een maandag zalig druk is.
Het centrum van Parijs strekt zich uit, wat gevolgen heeft voor de prijzen. Het is er echt onvoorstelbaar duur. We zoeken onze toevlucht in de studentenwijken waar het betaalbaarder is en waar voor ons 2 broers mooie klanken uit hun gitaar halen. In die wijk eet ik 's avonds de door mij zo geliefde kaasfondue, voorafgegaan door gegratineerde uiensoep en gevolgd door een te koude crème brulée. Een tijd geleden dat ik zo uitgebreid gegeten heb.
Af en toe belanden Ex en ik in een gesprek dat we al vaker hebben gevoerd. Hij zegt dat hij met het ouder worden ook wat gematigder wordt, dat hij uit alle sitaties wel wat interessants haalt en uit alle mensen wel iets positiefs. In grote lijnen ben ik het wel met hem eens maar voer aan dat het soms ook gewoon lekker is om iets of iemand stom te vinden. Het is onze reactie op elkaar, als hij zwart wit oordeelt, relativeer ik en kennelijk nu ook andersom.

In mijn jaszak 2 kastanjes.
Annie geeft af en toe een teken, gooit sinds haar dood kastanjes uit de hemel als ze wil laten weten bij me te zijn.
Gisterochtend fietste ik naar het station met de koffer op wieltjes die BHV en ik trutje noemen aan mijn stuur. Ik parkeer mijn fiets en loop naar de ingang. Links om de stalling dit keer, in tegenstelling tot andere keren. Ik kijk naar mijn voeten, blijf staan, zie 2 prachtige kastanjes liggen.
Annie geeft haar zegen over deze gezamenlijke reis.
Dinsdag 28 augustus

Laatste dag alweer in Parijs. Het is goed zo. Ik voel me steeds warmer worden, hoewel het buiten wat is afgekoeld, en blaf flink om me heen.
We gaan nog even naar de Sacre Coeur, ik houd zo van die trappen, van die mensen op die trappen. Naar het commerciële Place du Tetre waar ik desondanks mijn ogen uitkijk. Naar Place du Tetre, toch nog even op bezoek bij oude en nieuwe doden. Annie laat weer van zich horen, door 2 kastanjes voor de voeten van Ex te werpen.
Mijn uitslag ligt nu in het ziekenhuis.
Ik heb er veel aan moeten denken, veel ook niet.
Zie een oude vrouw, met gescheurde niet bij elkaar passende kleren. Ze staat op straat, praat-zingt wat, nauwelijks hoorbaar.
Ze doet me denken aan Camille, al weet ik niet waarom. Camille heeft in haar laatste vrije jaren gezworven, al had ze een huis. ´s Avonds nam ze een fles wijn mee, ging naar de zwervers, dronk en lachte met ze, vernietigde haar werk.

In de Thalys wederom één en al verwennerij.
Mijn gezicht gloeit van zon en koorts.
Woensdag 29 augustus

Ziek thuis.
Ik baal er van.
Wil niet weer ziek zijn, zoals iedereen die me nu hoort zegt dat ik altijd wel aan het hoesten ben, dat ik vaak ziek ben en dat wil ik niet.
Ook niet nu ik net een nieuwe werkgever heb.

BHV komt even langs. Wat goed haar weer te zien en alle ins en outs van ons leven door te spreken.
Verder slaap ik, hoest ik, lees ik en belt mijn familie.
Donderdag 30 augustus

In de wachtkamer hangt een poster: onehundredchickensandawurm.
Grote Zus en ik brengen de tijd door met het zoeken naar de worm. We zoeken niet goed en we hoeven niet lang te wachten.
We worden naar een behandelkamer geleid.
Al snel komt de chirurg binnen: het is goed.
Opluchting, volgens mij nog meer bij Grote Zus als bij mij.
Natuurlijk realiseer ik me wat er aan de hand is, wat er aan de hand had kunnen zijn. Maar tevens is er het gevoel dat het mij niet overkomt, en dat ik geen kanker ga hebben. Stiekem heb ik heus wel gedacht dat ik nu mijn dreads al weer snel kon verliezen. Dat Ex de reis naar Parijs wel als extra speciaal zou gaan zien als De Knobbel kwaadaardig zou blijken te zijn. Vroeg ik me af hoe dapper ik me door het proces zou slaan.
Maar het is goed dus, een goedaardige tumor. Die er overigens wel uit moet. Volgens de chirurg is laten zitten wel een optie maar dan maak je je toch weer zorgen als 'ie pijn doet, als 'ie groeit, en word je bij borstonderzoek steeds weer naar de chirurg gestuurd.

Het is tegenwoordig mode dat je een soort van all-in-one date krijgt in het ziekenhuis. Dat ze je niet steeds terug laten komen voor aanvullende onderzoeken. Dus, nadat we de zuster hebben gevraagd waar de worm nu verstopt zat, lopen we naar de pre-operatieve afdeling. We babbelen en lachen en en vinden dat iedereen zo ontzettend aardig is. Ook de zuster die me hier ontvangt. Ze stelt vragen, naar aanleiding van een door mij ingevulde vragenlijst. We delen hernia-ervaringen uit en ik adviseer haar over de treinkortingen die ze kan krijgen als ze volgend jaar 60 is geworden.
Dan door naar de kamer waar we de daadwerkelijke afspraak maken voor de operatie. Operatie is misschien een groot woord, de hele ingreep duurt maar 15 minuten is de schatting, maar ik moet wel onder algehele narcose. Dit alles zal volgende week vrijdag plaats gaan vinden. Donderdag bel ik voor de tijd.

Dan gaan we nog even langs bij anesthesie. Het is er inloopspreekuur en we zitten tussen de oude mensen die hun ziektes uitwisselen. Horen mensen over maagkanker. Een vrouw zegt dat ze bij haar net de baarmoeder eruit hebben gegooid. Daarna volgen nog wat cliché's: ja, we wachten het af, ja, we zullen wel zien, ja, we hebben het niet voor het zeggen.
Ik krijg eerst wat vragen van een dokters-assistente en een bloeddrukmeting. Dan komt de anesthesist binnen, wat een ontzettend lekker ding. Hij verontschuldigt zich voor het dropje dat hij net in zijn mond heeft gedaan en mijn opmerking dat ik ook pijn in mijn keel heb wordt als een hint opgevat wat mij weer doet blozen.
Als ik tegen Grote Zus zeg dat hij me wel in slaap mag brengen zegt zij dat ik hem beter kan vragen mij wakker te kussen.
Giechelend lopen we weg, beseffend dat dat eigenlijk niet past in een omgeving met mensen die wél kanker blijken te hebben.

De stem van mijn moeder heeft nog nooit zo mooi geklonken als wanneer ik haar vertel dat het goed is.
Vrijdag 31 augustus

Goede Man en ik hadden nog een vage afspraak staan maar door griep en operatie moet die worden uitgesteld. We hebben hier even sms-kontakt over, dan belt hij. Het blijft bijzonder hem zo dichtbij te hebben.
Ik vind dat we een goed gesprek hebben.
Ik kan hem oprecht zeggen dat ik niet aan het vermijden was toen ik me niet doodschrok van mijn Knobbel.
Merk verder op dat het me opvalt dat hij nieuwe dingen gaat doen als hij onrustig wordt, terwijl ik dan juist terug ga naar de basis.
Hij zoekt nieuwe hobbies, zoals het duiken, een eigen bedrijfje en nu weer een nieuw rijbewijs.
Ik heb er geen mening over, het valt me op.
Ik gun hem rust, en geluk, en beiden heeft hij volgens mij niet momenteel.
Realiseer me dat ik ook niet de persoon ben die hem dat moet denken te kunnen geven.

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy
augustus 2007