Dinsdag 1 augustus

Een nee is een nee.
Een ja is nog geen ja.
Woensdag 2 augustus

Het gevoel dat ik doorzichtig ben, dat iedereen kan zien wat mijn gedachten zijn, mijn emoties, dat mijn ziel open en bloot op straat ligt.
Dat iedereen kan zien dat ik
Ik durf het nog geen naam te geven, geen betekenis. Ik durf het nog geen je te noemen.
Want ook al ben je er wel, ik weet niet of ik je hou. Kan houden.
Het idee daarover te kunnen en moeten beslissen grijpt me naar de strot.
Donderdag 3 augustus

De eerste keer was de keuze geen keuze.
Het was duidelijk, het kon niet, te jong nog en te onvolwassen.
Niet minder pijnlijk, maar wel in een fase dat dergelijke dingen nog slijten,
op de achtergrond geraken.

De tweede keer werd de keuze voor mij gemaakt.
Er werd gesteld: een kind of ik.
Ik koos voor de andere ik, weinig vertrouwen in mijn zelfstandigheid.
Na korte tijd ging de relatie uit en stond mijn eigen ik met lege handen en een leeg hart.

En nu...
ik denk aan een straf, dat deze keuze steeds weer op mijn pad komt.
Ik denk aan een les, misschien tot nu toe steeds de verkeerde keuze gemaakt.
Ik denk ik mag dit allemaal niet denken, wil 'het' niet nu al trauma's meegeven.

En zo is er continu een gedachte en een tegengedachte.
Is er constant eb en vloed.
Ik ben moe van het ruisen in mijn hoofd.
Vrijdag 4 augustus

Het is ijsberen maar dan als in een tekenfilm, of een computerspel.
Een figuur loopt van A naar B, zowel bij A en B staat een hoge muur en het lukt de figuur maar niet om zelf het tempo te bepalen, om te stoppen vóórdat het hoofd de muur raakt.
Het tempo ligt vrij hoog, en je ziet de stenen even wijken als het hoofd de stenen materie raakt, maar de muur staat stevig in haar voegen.

niemand vindt mij leuk
en als je dat denkt gaat dat ook niet gebeuren
ik ben lelijk
en houd het in stand
ik waarschuw mensen voor mij
waardoor er meteen een beladen gevoel tussen mij en de ander is
en als ik de ander niet waarschuw
is er een stil verwijt in de ogen, en een hoorbaar verwijt in de woorden
als ik niet handel neem ik geen initiatief
als ik wel handel, doe ik het niet goed
als ik praat maak ik klein wat ik laat groeien in mijn hoofd
als ik praat ga ik tegen mijn gevoel in van het bij mij houden
delen
kwijtraken
jezelf centraal stellen
er voor een ander zijn
je gevoel volgen
verstandig zijn
vasthouden
loslaten
houden
niet houden
ja
nee
Zaterdag 5 augustus

Een zeer welkome vrije dag waarop ik nog veel met mijn werk bezig moet zijn.
Ik cvoel me geleefd, opgejaagd, ik voel me alleen, maar tegelijkertijd niet in staat dat gevoel te doorbreken.
Het aanbod ligt er, maar alles in me verzet zich om te praten, om het kleiner te maken.
Ik heb het mensen eerder deze week zien proberen, door te zeggen dat een klik zeldzaam is, dat ik me te snel weggeef, dat er pas iemand van me kan houden als ik eenmaal van mezelf houd.
Ik stribbel tegen, ik bijt van me af, ik negeer.
Aan de ene kant realiseer ik me dat dit niet de tijd is om grote stappen te zetten en bevecht ik de grote neiging drastische beslissingen te nemen.
Aan de andere kant ligt zo'n beetje de grootste beslssing van mijn leven voor me, en tikt de tijd want over 6 weken is het te laat.
6 Weken.
42 dagen.
Nog iets meer dan 1000 uur om te beslissen over leven of dood.
Zondag 6 augustus

Ooit maakte ik een scriptie en daar kwam Martha Graham in voor.
Martha Graham wordt beschouwd als de grondlegster van de moderne dans en ik krijg de gelegenheid iets van haar werk te zien vandaag.

Alle toonaangevende dansmakers zijn in meer of mindere mate schatplichtig aan haar werk: choreografen als Merce Cunningham en Paul Taylor waren direct aan de Martha Graham Dance Company verbonden, naast sterren als Rudolf Noerejev en Margot Fonteyn die er hebben gegasteerd.

De ellende begon toen Martha Graham, achtervolgd door depressies, een alcoholverslaving en artritis, het leiderschapsstokje van het gezelschap overdroeg aan haar protégé en erfgenaam Ron Protas. Onder zijn leiding werd het gezelschap naar de financiële en artistieke afgrond geleid. Toen alle donaties ten spijt – zo begunstigde popdiva Madonna Graham ooit met 150.000 dollar om uit de schulden te komen – de fameuze dansstudio aan de East 63rd Street moest worden verkocht, maakte het bestuur pas tien jaar na Grahams overlijden een eind aan Protas’ mismanagement.

In het jaar dat de Martha Graham Dance Company haar tachtigste verjaardag viert, brengt het ’opgekrabbelde’ gezelschap het komend weekend een bezoek aan Nederland. In een programma met drie Graham-werken, krijgt het publiek een proeve van de Graham-dans uit de eerste hand. Eilber: „Het programma biedt een chronologisch overzicht van belangrijke werken uit Grahams oeuvre die elk een bepaalde artistieke periode kenmerken. Vaak wordt de vergelijking met Picasso getrokken; net als in zijn werk evolueren ook Grahams choreografieën fasegewijs in reactie op nieuwe artistieke inzichten of maatschappelijke ontwikkelingen.”

Uit protest tegen het opkomende fascisme in Europa, sloeg Graham in 1936 de uitnodiging af om op te treden tijdens de Olympische Spelen in Berlijn. Eilber: „’Sketches from Chronicle’ uit datzelfde jaar is Grahams anti-oorlogspamflet dat de verschrikkingen van oorlog aan de kaak stelt. Bovendien wordt ’Sketches’ gedanst door louter vrouwen, wat tekenend is voor het vroege werk van Graham, analoog aan de jaren dertig waarin de maatschappelijke positie van vrouwen sterker wordt.”

In ’Embattled Garden’ (1958) stelt Graham de verhouding tussen Adam en Eva, tenslotte de ’oudste relatie’ van de mensheid, op de proef als hun hof van Eden wordt verstoord.”

’Acts of Light’ uit 1986 is Grahams reflectie op haar carrière: een soort dansante snelkookpan waarin vijftig jaar Graham-dans de revue passeert. Eilber: „Een werk dat duidelijk maakt waar haar dans voor staat, zowel in specifieke Graham-thema’s als in Graham-techniek.”

’Dance is a song of the body. Either of joy or pain’, zei Martha Graham en in dit citaat ligt het hele stelsel van haar vernieuwende ideeën en de door haar ontwikkelde techniek verscholen. Janet Eilber: „Met de Graham-techniek, gebaseerd op ’contraction’ en ’release’, ofwel het spannen en het daaropvolgend loslaten van borst- en buikspieren, is het lichaam in de eerste plaats een vehikel voor het uitbeelden van driften en emoties.”

De nadruk ligt op het contact van de voeten met de aarde omdat, zoals Graham stelde: ’de danser de grond niet moet loslaten, maar juist cultiveren, want het is zijn eigen landschap’. Hiermee rekende Graham af met de strikte voorschriften van het academische ballet, waarbij juist het loskomen van de aarde centraal staat. Eilber: „Door de ademhaling gedreven lijkt het bij de Graham-danser alsof het lichaam wordt voortgestuwd door innerlijke impulsen, wat de dans een grote dramatische geladenheid geeft.”
Maandag 7 augustus

Achter me in het theater zat gisteren een vrouw. Ze had haar kind meegenomen, van ik denk 5 jaar.
Ik houd wel van mensen die hun kinderen al vroeg in aanraking brengen met kunst, maar zo'n jong kind naar serieuze dans is niet verstandig.
Het kind vroeg zich hardop af wat het er deed.
Applaudiseerde toen dat niet de bedoeling was.
Schopte tegen mijn stoel aan.
Geen kind voor mij, denk ik.

In de trein zitten een man, een vrouw, een zoon, een dochter.
De kinderen hebben het niet naar hun zin in de trein en laten dat duidelijk merken.
De moeder heeft gekeken naar de opvoedprogramma's en probeert de kinderen af te leiden.
Ze begint met Ik zie ik zie wat jij niet ziet en de zoon speelt het spelletje mee. Bij Ik ga op reis en neem mee haakt hij af.
De dochter schreeuwt en lacht en zeurt en papa en mama kijken de andere kant op.
Zijn ook al lang gestopt met naar elkaar te kijken, en te luisteren.
Geen kind voor mij, denk ik.
En ook geen man.
Niet zo'n man, maar überhaupt geen man.
Niet voor mij, nooit voor mij.

Als de tram even stil staat zie ik een man over een bruggetje hangen.
Er komt kots uit zijn mond.
Ik kan niet wegkijken.
Zie de bruine slierten uit zijn mond komen.
Zie hoe hij zijn mond aan de mouw van zijn shirt afveegt.
Hoe hij daarna de sigaret tussen zijn vingers weer tussen zijn lippen steekt.
Geen misselijkheid voor mij, nog niet.
Wel een soort van trots, wat rijpt in mijn lichaam.
Ik, trots, op iets in míjn lijf.
Heet dit moederliefde?
Dinsdag 8 augustus

Soms kies ik een boek vanwege de titel, ode het plaatje op de voorkant.
Soms ook is de tekst op de achterkant prikkelend genoeg.

Ik ben nu bezig in een boek wat dit alles in zich heeft: Extase, door Susan Minot.
Op de achterkant:
Extase is het verhaal van een korte ontmoeting van twee voormalige geliefden, twee lichaam ineengestrengeld op een bed in de namiddag. Maar hun innigheid is onvolledig op het moment waarop zij zich hecht met elkaar verbonden zouden moeten voelen, voelen ze afstand.
Hun zintuigen bedriegen hen, en de erotiek van hun fantasie blijkt vooral een private aangelegenheid te zijn. Minots geliefden raken tijdens hun individuele zoektochten het spoor bijster; de een beweegt zich naar een heilig einddoel, de ander naar zelfverloochening en wanhoop.
Extase is de eigenzinnige geschiedenis van hun pogingen om echt contact met elkaar te krijgen. Hun seksualiteit heeft verschillende betekenissen: een toegewijd, bijna religieus offer; een daad van moed, overgave, ontkenning en hoop; maar uiteindelijk vooral een daad van diepe eenzaamheid. Het boek is een uitdagende en wankelmoedige overpeinzing van de romantische liefde, seksualiteit, en de reflecties daarvan op de menselijke geest.


Woensdag 9 augustus

Het zijn dezelfde aantal uren, dezelfde reistijd, en toch voelt het zwaar deze week, 4 avonddiensten achter elkaar en een groot deel van het werk alleen doen. Tien uur weg, half 10 er weer in en ondanks goede voornemens doe ik zeer weinig ervoor en wening erna.
Het enige wat ik doe is het voorbereiden van mijn reis.
Ik kijk op de kaart, speurend naar rails, kijk op internet naar treintijden, naar mogelijke hotels.
Ik houd van avontuur, maar alleenreizende ben ik graag enigszins voorbereid. Geen zin een hele stad door te slepen op zoek naar iets betaalbaars.
In gedachten beleef ik de reis al, schrik opeens als ik bedenk dat ik over een maand vertrek.
Over een maand weg,
3 Weken lang.
Ik had nog 6 weken om te beslissen, geen 7.
Dat betekent dat ik nog voor mijn vakantie een beslissing moet hebben genomen en ook een eventueel gevolg van die beslissing zal moeten hebben doorstaan. En dat ik, als de beslissing de andere kant uitvalt, geen alleenreizende zal zijn.

Donderdag 10 augustus

Op de heenweg een gezin.
Een vrouw in een trainingspak een een platte paardenstaart, de man met een kaal hoofd en tatoeages op zijn achterhoofd en ongetwijfeld ook onder zijn kleren. Hun kinderen, een jongen en een meisje, vervelen zich luidruchtig. De vader stoort zich aan zijn dochter, niet aan zijn zoon. Het meisje zingt Berend Botje, en In de maneschijn. Ze zingt 'hij ging niet rechts, hij ging niet krom'. Haar moeder roept 'recht'. Het meisje stopt meteen met zingen. Er volgt een ruzie over rechts of recht. De vader schudt zijn dochter heen en weer, zegt er genoeg van te hebben.
Ik denk te zien dat hij er nooit zin in heeft gehad.

Op de terugweg een vrouw, en haar dochter Lieke en haar zoon Tom. Ze komen bij mij zitten, en ik heb 4 kinderogen op mij gericht. De ogen van Lieke zijn groot en bruin, die van Tom zijn blauw en scheel.
De moeder geeft ze rozijntjes. Als het pakje van Lieke leeg is, wil ze die van Tom pakken maar haar moeder zegt dat ze dat eerst moet vragen. Ze krijgt een rozijntje van Tom in haar handje gedrukt. De moeder leeft ze voor, over het jongetje Padaloentje of zoiets. Tom heeft net geleerd haar zinnen af te maken, Lieke stelt al vragen.
Ik zie liefde, een warm nest.

Ik zie ook een jongen, jonger dan ik. Hij gaat zitten, duidelijk verlegen om een praatje en kan zijn verhaal kwijt bij het echtpaar wat net terugkomt van vakantie. De jongen praat hard, en met een Noordelijk accent. Hij vertelt over iedere vertraging die hij al gezien heeft in zijn leven, dat er nooit iets omgeroepen wordt, en als dat wel gebeurd, dan onverstaanbaar, dat hij nooit op tijd komt, altijd aansluitingen mist, dat het alsmaar duurder wordt en de service minder.
Als we uitstappen laat hij me voorgaan.
Ik kijk hem even aan.
'Je bent veel te jong om zo verbitterd te zijn', zeg ik en verlaat de trein.
Vrijdag 11 augustus

Soms ontmoet je iemand van wie je je niet voor kan stellen dat je hem net pas hebt leren kennen, dat je hem ook alleen kent van een schermpje, dat hij zo'n 10 jaar jonger is.
Soms kom je in kontakt met iemand, echt kontakt, en deel je intieme dingen uit je leven, wordt iemand steeds leuker als je meer te weten komt, ondanks het feit dat je ook weet dat hij getrouwd is.
Voel je het gevoel groeien, het wantrouwen slinken, zie je hem willen blijven ook nadat hij je foto heeft gezien.
Voel je je van iemand gaan houden.

Op deze dag waarop ik veel van plan was maar tot weinig kom, op deze dag ontmoet ik hem.
Zaterdag 12 augustus

Terug in de stad waarin ik studeerde.
Ik zie het vernieuwde stationsplein, De Bruine Boon, de kroeg waar we spijbelden, de Haarlemmerstraat, waar winkels zijn veranderd en gebleven.
Ik loop langs het Volkenkundemuseum, de kliniek voor 'reproduction' oftewel abortus, de straat waar mijn school stond.
Ik zie de bus die ik toen nam, de winkel van mijn eerste dartpijlen, helaas niet meer de grote winkel met 2e handskleding.

Ik ben in Leiden, om bij de treinreiswinkel informatie te vragen voor mijn vakantie.
Leiden, de stad waar ik mezelf werd, alternatief, sociaal, zelfstandig.
Met mijn dreads voel ik me er reuze thuis.

Zondag 13 augustus

Annie is nu een jaar dood en ik zit aan haar keukentafel bij Ex.
We praten over haar, over het gemis en haar nog zo dichtbij ons voelen.
We kijken foto's van oude vakanties maar ook van de verjaardagen aan die tafel, grote schalen eten, vele flessen drank, een zichtbaar genietend gezelschap.
We zijn dichtbij, dichtbij haar, bij elkaar, bij onszelf.

Zondag breng ik bijna in z'n geheel door met de jongen die ik nog maar net ken maar al zo goed.
We chatten, we bellen, we praten via een microfoon en via het scherm naar elkaar. We lachen, we geven ons bloot, we zijn ontroerd. 
We kunnen maar moeilijk afscheid nemen, hoewel we weten dat een einde aan het gesprek slechts een pauze is.

Maandag 14 augustus

Ik droom over de persoon die ik nog maar 3 dagen ken, de persoon die jongen en man ineen is, een oude ziel in een jong lichaam en die ik daarom vanaf nu Jonge Ziel zal noemen.
Jonge Ziel.
Het doet me denken aan een indianennaam, en dat doet me weer denken aan het plaatje wat ik bij andere levens heb geplaatst bij Man, een oude indiaan.
Ik zoek bij de afbeeldingen op google op jonge ziel en kom bij een kunstwerk van Herman Smorenburg.
Het heet De ontdekking en er staat het volgende bij geschreven: In het schilderij is de ziel, hier gesymboliseerd door een jonge vrouw,afgedaald naar een wereld, waarin dood en vergankelijkheid domineren.Temidden hiervan ontdekt zij de geestesvonk, die het gouden licht van hoop doet stralen en haar als een vogel laat opvliegen naar het grote Onbekende. 'Door de droefheid aller dingen heen hoor ik de Eeuwige Moeder haar lied neurien'. Tagore.

Ik droom van Jonge Ziel.
Droom dat hij me vertelt dat hij later dit jaar op wintersport gaat. Dat hij nu zijn spullen aan het pakken is voor een dagje uit. Hij bezig weg te gaan, ik die achter blijf.
Met dat gevoel word ik wakker.
Een verdrietig gevoel.

Soms
En toen bleef het stil.
Ik wilde schrijven dat je soms een heel bijzonder mens ontmoet. Dat je genoegen neemt met het feit dat hij getrouwd is. Maar het is eng het zo zwart op wit te zetten. Net zoals ik het z-woord nog niet durf uit te spreken voor dat in mijn buik.
Waarschijnlijk kom ik alleen maar in kontakt met 'dit soort mannen', mannen onbereikbaar, mannen gevoelig voor uiterlijkheden omdat ik
En weer is het stil.
Ik zou moeten schrijven: omdat ik denk dat ik niet beter verdien, maar mijn hart schreeuwt dat ik moet schrijven: omdat ik niet beter verdien.

En zo word ik wakker.
Met dat gevoel.
Dinsdag 15 augustus

Met dat gevoel sta ik op.
Wekker gezet, extra vroeg, in de hoop Jonge Ziel te spreken voor ik naar mijn werk ga.
Als hij zegt meldt vertel ik hem mijn droom.
Vertel ik hem dat ik maar steeds bezig was om afscheid te nemen, hij om afstand te nemen.
Hij zegt dat hij dat ook wel een beetje zo voelt en ik weet al weer genoeg.
Het begin van het einde.
Met het uitspreken van zijn afstand nemen, door die constatering, doe ik het zelf. Doe ik een deur dicht die nooit echt open heeft gestaan. Is het mooie ervan af en voel ik dat wat er leek te zijn, dat wie ik leek te zijn, gereduceerd tot de harde werkelijkheid.

We praten nog even door, Jonge Ziel en ik, over zijn vrouw, die goed kan opzoeken. Ik zeg dat ze mee moeten doen aan 2 voor 12, dat ze een gouden team zijn. Hij beaamt dit, zegt dat ze dat eigenlijk in alles wel zijn ja, en dat dat zeker was wat ik wilde horen, omdat ik horen wil dat ik nooit tussen een gouden team kan komen, sterker nog, dat ik nooit deel zal uitmaken van een gouden team.

Ik vlucht, zeg dat ik naar mijn werk moet, wat ook zo is en nu verdomde goed uitkomt, en verbreek de verbinding.

De muziek leidt het gevoel of het gevoel leidt de muziek die vanaf mijn nieuwe mp3 speler komt.
Ik maak een reis langs Bobby Mc Ferrin' - Thinking about your body, The Beatles - Blackbird met de tekst Take these broken wings and learn to fly, Gilbert O'Sullivan - Alone again, James Taylor - You've got a friend, Les Parapluies de Cherbourg in diverse uitvoeringen, het nummer van Frederique Huydts, het nummer van een intens leven, voor mij, en tenslotte langs de melancholische zigeunermuziek van Goran Bregovic.

Ik zie hem even online, als ik thuis kom, maar kan me er niet toe zetten hem te begroeten.
Ik heb geen woorden meer.
Enkel het gevoel het hoe dan ook nooit goed te doen.



Woensdag 16 augustus

Mijn gevoelens liggen bloot, en dat is niet zo raar.
Op deze 1e vrije dag van 3 zit ik een groot deel van de dag in mijn ondergoed en roodsatijnen ochtendjas op de bank. Ik probeer alle anderen weg te denken, de mannen die ik mij pijn laat doen, vrienden die ik niet kan bijbenen, collega's voor wie ik niet genoeg kan doen, familie die ik immer teleurstel, kortweg, vandaag ben ik alleen met mijzelf. En dat in mijn buik.
Ik probeer mijn toekomst nu eens niet te bekijken met de bril van het verleden.
Met de bril van anderen.
Met de veroordelende bril van mijzelf.

Ik kijk en ik luister naar mijn lichaam. Naar mijn buik waar alle emoties samenkomen, nu helemaal.
Ik probeer niet de huid te zien, die ik verafschuw, maar kijk als het ware met röntgenogen naar dat wat daar binnen zit, groeit, beweegt. Ik kijk naar jou.
Ik wil je.
Ik wil je al heel lang.

Jonge Ziel vroeg me eerder deze week waardoor ik het idee had het zelf niet aan te kunnen. Waar het idee vandaan kwam dat ik niet in staat zou zijn voor iemand te zorgen.
Ik weet dat ik in staat ben liefde te geven, heel veel liefde. Ik hou nu al van je.
Tegelijkertijd is dat ook mijn zwakheid. Ik houd van anderen als ik ze mag verzorgen. Hou van mezelf als ik mij anderen zie verzorgen. Maar mijn angst is dat ik, die al moeite genoeg heeft met de zorg voor zichzelf, het niet kan opbrengen er constant voor een ander te zijn. Weet dat je pas van een ander kan houden als je van jezelf houdt, en dus mag ik niet iets op de wereld zetten wat afhankelijk is van mijn liefde, terwijl ik mijzelf er niet mee kan voeden.

Mijn lijf hongert, mijn geest hunkert, maar ik mag de tekorten in mijn leven niet opvullen met een kind.
Donderdag 17 augustus

Met Grote Zus naar onze jaarlijkse traditie: de beelden op het Lange Voorhout.
Op de fiets naar het station belt Jonge Ziel me op. Of we elkaar op het station daar voor 1 drankje zullen treffen. Grote Zus vindt het niet erg, sms't ze me terug.
En zo sta ik een uurtje later naast hem, met wie ik al zoveel gedeeld heb, dat ik nu niet goed weet wat te zeggen. Ik voel warmte, ik voel verlangen, ik voel vertrouwdheid.

Het is grappig, deze blind date die geen date is met chaperone.

Met Grote Zus ga ik later op de middag langs de wellustige beelden van Botero. De man die zei dat het onderwerp vanzelf de grootte bepaalde, dat hij vanzelf gestuurd werd in wat groot moest worden en wat klein. De man die zei dat molligheid in de kunst voor vrolijkheid staat.

Mijn glimlach, zo één als na goede seks, komt vanzelf tevoorschijn als ik terugdenk aan de diepe lach tussen Jonge Ziel en mij achter de rug van Grote Zus.
Vrijdag 18 augustus

En uiteraard het onvermijdelijke gesprekje over niet verliefd zijn, over minder voor mij voelen dan ik voor hem, over dat dit leven op deze leeftijd toch een grens zou moeten zijn.

Uiteraard ik mij afsluiten, mijn onvermijdelijke tranen, mijn weerstand tegen een projectje zijn.

Ik ren weer rondjes in mijn hoofd, knal weer tegen dezelfde muren op.
Denken dat niemand van je kan houden, nou ja, misschien wel houden, en misschien wel gebruik maken van je lichaam, maar vooral niets meer, niets exclusiefs, niets speciaals. Weten dat als je dat denkt dat niemand dat ooit zal voelen. Dat weten, maar dat ook ervaren, aan de lopende band, en dan krijg je die overbekende cirkel, de kip en het ei, en niet in staat zijn dit te doorbreken.

Hij heeft gelijk, dit leven heeft een grens.
Hoe heb ik kunnen denken, hopen, genoeg in huis te hebben voor een ander, voor een kind.
Hoe heb ik kunnen denken, hopen, dat er onvoorwaardelijke liefde is, dat een kind van mij zou kunnen houden.


Zaterdag 19 augustus

Aan de uren slaap kan het niet hebben gelegen, ik heb er voor de verandering meer dan voldoende gehad, en toch lukt het me vandaag maar niet om wakker te worden. Genoeg dingen ook om adrenaline van te krijgen, een nieuwe werkplek, medewerkers die motivatie nodig hebben, klanten die tevreden moeten worden gesteld, en het gaat me goed af, vandaag, maar ergens zit een gaatje waar de energie uit sijpelt.

De zinnen zingen rond in mijn hoofd.
Je voelt meer voor mij dan ik voor jou.
Ik ben niet verliefd op je.
Deze leeftijd en dan zo'n leven zou voor mij een grens zijn.

Ik heb ze zoveel vaker gehoord in diverse variaties, maar het heeft me niet gesterkt, niet gewapend tegen de pijn. Kennelijk zijn de muren nog niet stevig genoeg en beschermen ze me onvoldoende tegen de onmacht van het tegen die grens aanlopen, de grens maar al te goed kennen en soms iets te verleggen, maar niet in staat zijn een echte stap vooruit te zetten.
En dat overweegt een kind.


Zondag 20 augustus

Langs mijn raam rennen toeristen met een verwaaide paraplu of een opengeslagen tijdschrift boven hun hoofd door de straten van Amsterdam.
Het regent bijna onophoudelijk, binnen dreigt de storm een heel klein beetje te gaan liggen.
Maandag 21 augustus

Waarschijnlijk is er ergsn stremming want op het perron bij de trams staan veel mensen te wachten en komen er geen trams. Het station spuugt steeds weer een nieuwe lading uit, die of lopend hun weg naar de stad vinden of zich bij ons wachtenden voegen.
Ik sta in de regen. Onder het afdakje is het al vol, maar ik heb hoe dan ook geen behoefte om dicht bij mensen te staan. Dicht bij mensen te zijn. Ben thuis ook alleen maar mensen excuses aan het mailen dat ik nog niet op hun mails heb geantwoord. Ik kan er niet zijn, niet voor anderen, niet voor mezelf.
De regen maakt me nat, maar ik voel het niet.
En dan zie ik hem, in weer een nieuwe mensenstroom. Tussen al die kleurloze mensen in kleurloze regenjasjes loopt daar de Indiaan, de man die ik een paar weken geleden 2 keer op 1 dag tegenkwam in de tram. De man die me groette, de man die me werkelijk zag staan, bij wie ik het gevoel kreeg dat hij dwars door me heen kon kijken.
Die man, die Indiaan loopt naar de tram, ziet me, glimlacht, groet.
En ik glimlach terug.
Even valt al het overbodige van me af.
Geen regen, geen zorgen, geen anderen.
Rust.
De overtuiging dat ik (van) dit kind ga houden.

Dinsdag 22 augustus

Probeer me niet al te schuldig te voelen over het feit dat ik je betrek in mijn vakantieplannen. Dat ik je in mijn fantasieën meeneem naar de plaatsen die ik ga bezoeken. Dat ik je 'je' durf te noemen.
Ik deel mijn vakantie in, zoveel dagen in die stad en zoveel dagen in die.
Heb best een avontuurlijke geest, maar heb toch de behoefte de basis al wat vast te leggen, hotels te reserveren zodat ik niet een halve dag kwijt ben aan een prijsvergelijkend onderzoek, zodat ik in ieder geval een  deel van alle dingen kan zien die op mijn lijstje staan.
Aan de ene kant een trip naar buiten plannen, aan de andere kant de wereld buiten sluiten.
De gordijnen blijven grotendeels dicht vandaag, ik kruip met een dekbedje op de bank, geef toe aan de vermoeidheid, beantwoord weer geen mails.
Doe mijn best vandaag niet te veel stil te staan bij het feit dat ik binnen enkele dagen een beslissing moet hebben genomen, wil een eventueel gevolg nog uitvoerbaar zijn vóór mijn vakantie.
Wel of niet met jou.

Woensdag 23 augustus

Hoe maak je een juiste beslissing.
Kleine, grote kwesties, belangrijk, minder belangrijk, hoe kun je ooit zeker weten de goede richting te hebben gekozen.
Het ene moment gaat mijn gevoel rechts en mijn verstand links, het andere moment andersom, maar is het realistisch te hopen dat ze ooit 1 kant op zullen gaan, het liefst binnen enkele dagen? Het liefst ook voor een (nieuw) leven lang?


Donderdag 24 augustus

Een dierbare dorpsgenoot attendeerde me een paar dagen geleden op een documentaire die hij zat te kijken: maak me normaal, over autistische jongeren.

Een paar citaten:

Meisje (18): Ik vind dat je best een relatie moet kunnen hebben met iemand die dat niet wil, ik snap niet waarom dat niet zou kunnen, kan me niet in een ander inleven...

Jongen (18): Ik heb handje vastgehouden met vriendinnetje, maar nu wil jongen x ook wat met haar, nu wil ze 2 vriendjes...
Interviewer: En wat vind jij daarvan?
Jongen: Geen probleem, echt niet. Moet er wel aan denken dat ik niet de hele tijd over Eastenders praat, zeggen: jij bent belangrijker!

Jongen (12), overstuur: Mijn blijheid is stukgemaakt, ze hebben mijn blijheid stukgemaakt!

Ik betrap mezelf er op uit te kijken naar de ogen van een kind, de ogen van mijn kind.
Vrijdag 25 augustus

Mijn festivalhart klopt.
De stad bouwt op, de markt breekt af, ik heb ze redelijk op een rijtje.
Dit moet ik nog met die bespreken, dat moet ik niet vergeten over te dragen, als ik straks daar naar toe loop heb ik nog tijd om dat eerst op te halen.

Aan het eind van de dag de onvermijdelijke val.
Ieder jaar maak ik een val op dit festival, meestal uit vermoeidheid. We lopen nu door de doolhoven van het gebouw en als een te zwaar uitgevallen Bambi maak ik een val, in vertraging, over de net gedweilde spekgladde vloer. Mijn kind, denk ik. Ik sta op. Niets aan de hand, zeg ik.

Op het thuis station loop ik naar de trap naar de fietsen. Ex loopt er ook, we hebben blijkbaar in dezelfde trein gezeten.
Je ziet er moe uit, zeg ik.
Hij knikt.
Maar nu ik je zie, twijfel ik weer over een drankje doen, zegt hij.
Ik kan niet meer op mijn benen staan, zeg ik. Ik ook niet, zegt hij.
We glimlachen.
Hij strijkt met zijn hand langs mijn wang.
Andere keer, zeg ik.
Andere keer, zegt hij.
Verbonden met elkaar laten we elkaar los en gaan we ieder een eigen kant op.
Zaterdag 26 augustus

BHV en ik gaan naar Leiden om mijn reis verder voor te bereiden.
In Leiden zit de treinreiswinkel, waar je tickets kan kopen voor diverse trajecten in de wereld.
De vrouw die me helpt kan zich mij nog herinneren van een paar weken geleden, weet nog precies waar ik heen wil.
Ik heb me voorbereid. Voel me net mijn vader als ik met mijn Excell-lijstje met data, bestemmingen en tijden kom maar het werkt wel want als we de geweldige winkel die ik iedereen wil aanraden verlaten, heb ik zowel een interrail als diverse kaarten voor TGV's en Thalyssen en slaaptreinen.

Na lang aarzelen koop ik een vreselijke verstandige trolley. Een koffer op wieltjes. Ik durf niet in de spiegel te kijken, een vrouw met dreads en zo'n koffer, maar mijn rug bedankt me op voorhand.

In de Hartebrugkerk hangt een serene sfeer.
Ik steek er een witte dunne kaars aan, voor Annie.
Aan de muur hangen briefjes: Here God, geef ons rust voor de vakantie, Maria, help me, ik ben wanhopig, Heere Jezus, leid ons kind door zijn eerste schooljaar.
Ik voel de sterke behoefte ook mijn briefje aan de muur te hangen.
Denk even na over de tekst.
Schrijf dan:
Lieve Annie,
blijf alsjeblieft
met me mee reizen.

Zondag 27 augustus

Als mijn moeder boos op me was, dan sprak ze niet meer tegen me. Soms een paar uur, soms een dag, soms meerdere dagen. Ik werd onderdanig, steeds op zoek naar signalen waaruit bleek dat er een lichtstraal door de donkere wolk kwam, een glimlach op het boze gezicht.
Ik merk dat dit gedrag nog steeds aanwezig is bij mij, dat ik nog steeds zoek naar signalen of mensen mij wel en niet mogen, dat ik die signalen vaak verkeerd lees (=negatief voor mij) en dat ik erg gevoelig ben voor stemmingen. Daar zit ook een deel van mijn kracht. Ik ben in staat een stemming te signaleren en die zonodig om te zetten. Ben soms te wanhopig op zoek naar de lach van een ander, maar het is ook wel een soort van gave als je die lach tevoorschijn kan halen, bij een ieder op een andere manier.
Zo ook bij de mensen die ik vandaag onder mijn hoede heb. Wat aandacht, wat grapjes, wat lekkers, en ik heb ze mee.
Ik bedenk me hoe leuk dat is bij een kind wat zit te mokken, om in staat te zijn daardoor heen te breken, te knuffelen, te kietelen, te luisteren.
Bedenk me dat ik door me dat te bedenken kennelijk al een keuze heb gemaakt.
Maandag 28 augustus

Via het Dorp kom ik in kontakt met een vrouw die werkelijk prachtige kunst maakt: Elisabeth Kaldeway.
Haar eigen woorden over haar eigen werk:

Mijn werk gaat over mensen. Wat mij vooral fascineert is wat er zich afspeelt in en tussen mensen.

Met mijn werk wil ik ruimte geven aan verstilde kleine verhalen. Geen grote politieke thema’s, maar universele gevoelens als onzekerheid, verlangen naar contact, eenzaamheid en onmacht. Ik wil  met ingetogen, sobere beelden de bescheiden schoonheid van kwetsbaarheid laten zien.

Ik herken me in haar woorden. Herken me in de mensen van haar schilderijen en foto's en ben oprecht ontroerd door haar ruimtelijk werk. Wat mij betreft maakt deze vrouw het decor van mijn volgende toneelstuk.

Ga voor haar werk naar: www.elisabethkaldeway.nl.

Dinsdag 29 augustus

Mag ik?
Mag ik je houden?
Mag ik van je houden?

Kan ik?
Kan ik mij behouden, mij tot jou verhouden?
Kan ik van mij houden?

Ze zeggen dat geluk een keuze is.
Dat je kunt beslissen waardoor je je leven laat bepalen, door externe factoren die je kunnen maken en breken of door interne factoren, een interne kern die geluk nastreeft, in welke vorm dan ook.

Waar het om gaat is willen, niet om kunnen. Als de wil er is, volgt de kunde.
Mijn hart wil, mijn verstand wil dat ik het kan. Hoopt.
Het is een volwassen wil, niet dat van een kind wat hunkert naar aandacht, naar onvoorwaardelijke liefde, naar een streling.
Het is een willen geven, maar niet geven in de hoop te krijgen.
Onbaatzuchtig.

Ik wil je.
Ik wil je echt.
De externe factoren komen, ik negeer ze niet, huis, werk, geld.
Maar nu wil ik alleen maar blij zijn.
Ik houd je.

Woensdag 30 augustus

Al een tijdje zit ik tegen griep aan. Keelpijn, verkouden, een vol hoofd. En daarnaast een behoorlijk pijnlijke onderrug, en een linkerelleboog die opspeelt zodra ik die beweeg of iets oppak. Dan nog wat korstjes en een zwelling op mijn linkerknie door mijn val vorige week en een droge huid.
Ik ben me erg bewust van mijn lichaam.
Altijd al, maar besef nu dat in mijn lihcaam een ander lichaam groeit en dat als ik niet echt geneigd ben de verantwoordelijkheid te nemen voor mezelf ik nu wel verplicht ben dat voor de ander te doen. Voor jou. Met het maken van de keuze heb ik die verantwoordelijkheid erbij gekregen. Erbij genomen.
Donderdag 31 augustus

In de tram kotst een Chinese of Japanse toeriste alle Amsterdamse invloeden in het gangpad.
Ik kan mijn blik niet afwenden, zie het bruin gekleurde water en de bruine dikke klonten uit haar mond komen. Een medereizigster wrijft over haar rug. Aan uitstappen wordt kennelijk niet gedacht.
Ernaar kijken gaat goed, maar als de zure lucht zich door de tram verspreid vormt zich toch een soort van brok in mijn keel en doe ik mijn best niet door mijn neus te ademen. Ben ik bang te hoesten, bang voor wat er mogelijk mee naar buiten kan komen. Ben ik blij eindelijk bij het station te zijn en de frisse lucht in te kunnen.
Ben ik trots op jou, mijn kind, dat jij mij nog geen vlaag van misselijkheid bezorgd hebt.
augustus 2006

MEE LEVEN

MEE KIJKEN

ANDER LEVEN

EERDER LEVEN

VANDAAG
Sammy