Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN
april 2009

Zaterdag 4 april

Daar staat een kist, daar boven een foto en in de kist het lange lijf van de man op de foto.

Het is een lange weg ernaartoe, niet in de laatste plaats omdat ik met familie zit. Ik zie de patronen die ik zo ontzettend probeer los te laten in hen terug. Het gaat ruim een uur lang over de route, over andere automobilisten, over het verschil tussen mistig en heiig.
Ik ben hier niet echt voor hem. Ik ben hier omdat ik voel dat ik er moet zijn. Omdat ik mijn moeder voor het eerst heb zien huilen.
Ik heb geen partner die ik kan verliezen. Ik durf geen antwoord te geven op de vraag in mijn hoofd of ik daarmee gelukkiger ben.
Maar ik ben behept met een groot inlevingsvermogen. Ik kan me voorstellen hoe het is om heel erg van iemand te houden. Om daarna iemand heel erg te gaan missen.
Is het erg dat ik tijdens de dienst naar zijn foto kijk maar aan andere doden denk?
Dat ik verdrietig ben, maar niet om hem?
Dat ik niet goed weet waarom dan wel?
Dat ik zelfs bij de begrafenis van een vreemde zou kunnen huilen?

Ex wordt misselijk bij krantenberichten waar bijvoorbeeld staat geschreven hoe terroristen een bus binnendringen en van voor tot achter de inzittenden afslachten. Je zal maar achterin zitten, zegt hij vol afschuw. Je zal maar leven, ouder worden, mensen om je heen in toenemende mate verliezen, weten dat dat ook jouw lot is.
Mijn moeder heeft het er moeilijk mee. Kan al niet accepteren dat mijn vader ziek is en hulpbehoevend is. Niet accepteren dat het leven gaat veranderen.

Grote Broer houdt namens mijn tante een slotwoord. Hij moet huilen. En daarom moet ik ook huilen. Mijn tante gaat naast hem staan. Een andere tante wil ook, maar mijn moeder houdt haar tegen. Zal later in ons besloten gezelschap in de auto zeggen dat ze daar niets te zoeken had. Dat het dan net is alsof gevoelens niet getoond mogen worden. Ik werp tegen dat dat erbij willen staan uit een eigen behoefte kan komen, uit een troost willen geven maar ik word niet gehoord.
Na het slotwoord loopt iedereen langs de kist. Ik sta voor de foto, voor de kist, alleen. Ik sta altijd alleen, op dit soort dagen, ik voel dat ook.
Moet snikken als ik wegloop, meer om mijn broer denk ik dan om degene die dood is.
Word op de gang ingehaald door nog meer tantes. Ze willen me meenemen naar de hal. Nee, zeg ik, ik moet eerst mijn broer omhelzen. Hij komt er net aan. Onze eerste omhelzing. En ik voel dat hij dat ook nodig had. Dat hij mij ook nodig had. Dat ik hem tot steun kan zijn.

Op de terugweg heeft mijn moeder haar verdriet duidelijk al weer weggerationaliseerd en weggeoordeeld.
Gelukkig val ik in slaap op de achterbank.



Woensdag 8 april

Ik ben niet om aan te zien.

De wolken lijken tot aan de grond te reiken, ze zijn nog meer watten dan anders, opeens heeft ons landschap bergen, grote witte wollige bergen. Ik probeer wanhopig de schoonheid er van in te zien en te voelen. Maar wat ik zie in het raam van de trein is het waterige randje onder mijn ogen waaruit af en toe een traan ontsnapt. Over wat ik voel durf ik het niet te hebben.
Kort daarvoor de mail waarin staat dat de ander bang is dat ik meer zou willen. Meer zou voelen. Dat hij dat overduidelijk niet voelt. Dat hij niet zo nodig hoeft te ontmoeten. Dat dit virtuele prima bevalt.
Ik zou stop willen roepen. Stop tegen alle letters, alle woorden, alle antwoorden die zich vormen in mijn hoofd. Die rondtollen, niet meer weggaan.
Het verdriet komt niet voort uit wat ik voor hem voel, voor hem zou voelen, meer uit wat ik voor mezelf voel.

Ik lees niet terug wat ik antwoord.
Maak duidelijk dat er geen verwachting was. Hooguit de hoop op een ontmoeting, de hoop op het gevoel dat het ook maar enigszins om mij ging en niet om het vervullen, het bevredigen van een behoefte. Dat ik het kontakt daarom verbreek.

Er klinkt een grote zucht van opluchting uit zijn 'respect voor mijn beslissing'.
Mijn zucht heeft een andere lading.



Donderdag 9 april


Zaterdag 11 april

In een half uur hebben we de feiten van onze levens uitgewisseld, Goede Man en ik.
De uren daarop volgend zullen we tot de kern van die feiten doordringen.
Mijn kern gaat om een zoektocht naar liefde, voornamelijk voor mezelf.
Hoe ik seks heb gebruikt als ingang, maar de deur blijft gesloten, het is niet de juíste ingang.
Ik hoor het mezelf zeggen, het wordt steeds duidelijker, maar het raakt me toch, beangstigt me toch. Ook omdat ergens diep van binnen een stukje gelooft dat ik verder niets te bieden zou hebben. Dat ik dan in ieder geval íets krijg.

We constateren dat we beiden belangrijke stappen hebben gezet. Qua zelfvertrouwen. En dat ik bijvoorbeeld in staat ben geweest om seks ook los te leren zien van liefde. Dat seks soms de bestemming is en niet de deur erachter. Maar nu nog andersom.
Nu de liefde eerst.

We maken een deal, Goede Man en ik.
We delen een geheim.

Op de weg van station naar huis staat de maan zo goed als vol aan de hemel.

Maandag 13 april

BHV en ik hebben wat typische dingen op het lijstje staan met bestemmingen 'waar we nog eens naar toe moeten'.
Daarom rijden we op 1e Paasdag gezellig naar Kamp Vught.
Tijdens de 2e Wereldoorlog was dit kamp het enige SS-concentratiekamp buiten Nazi Duitsland. De andere Nederlandse kampen, zoals Kamp Westerbork of Kamp Amersfoort waren doorvoerkampen. Het was in gebruik vanaf eind 1942 tot september 1942. In die periode werden 31000 mensen opgesloten. Naast 12.000 joden zaten in Vught ook politieke gevangenen, verzetsstrijders, Sinti en Roma, Jehova's Getuigen, homoseksuelen, zwervers, criminelen en gijzelaars. Van hen vonden meer dan 750 kinderen, vrouwen en mannen in het kamp de dood door honger, ziekte en mishandeling, of ze werden geëxecuteerd op de fusilladeplaats even buiten het kamp.
Links naast Kamp Vught een gevangenis. In de voormalige bunker, de gevangenis binnen het kamp, zitten nu terroristen opgesloten.
Op het terrein achter het museum ruimte voor een maquette met alle gebouwen van het voormalige kamp.

In het kamp veel aandacht voor persoonlijke verhalen.
Niet alleen het grote gruwelijke verhaal van een oorlog, maar de klein-grote drama's in een mensenleven.
We gaan mee met een rondleiding, krijgen daarin een paar specifieke gebeurtenissen rond dit kamp te horen.
Het verhaal van Jan Herberts, die actief is in het verzet.
Lange tijd gaat dat goed, maar als ze op de verjaardag van zijn moeder proberen een Duitse soldaat te overvallen, worden ze betrapt. De jongens vluchten, Jan neemt per ongeluk de fiets van een Duitse soldaat mee. Hij laat zijn eigen fiets achter, en aan de hand van een plaatje met zijn adres dat aan zijn fiets bevestigd zit, wordt hij snel opgespoord.
In het verdrag van Genève staat dat minderjarigen, onder de 18 jaar, niet ter dood veroordeeld of gefusilleerd mogen worden. Een dag na zijn 18e verjaardag wordt Jan uit zijn cel gehaald en op de fusilladeplaats neergeschoten.


Het verhaal van het bunkerdrama.
Een Duitse vrouw kwam in eigen land in opstand tegen het regime. Ze kwam terecht in Kamp Vught. Daar probeerde ze weer in de gratie te komen bij de leiding en verraade medekampgenoten bij de leiding. Die kampgenoten waarschuwden haar hier mee op te houden maar toen dit niet gebeurde gingen ze haar met een schaar te lijf. Daarop werd 1 van de vrouwen uit barak 23B opgesloten in de gevangenis. Uit protest verklaarden 90 vrouwen uit diezelfde barak zich solidair met de vrouw. Ze hebben geprobeerd al die 90 vrouwen in 1 cel op te sluiten, maar uiteindelijk pastten er 74 vrouwen in cel 115, op een oppervlakte van 9 m2, zelf niet wetende voor hoe lang.
Na 14 uur ging de deur open.
Een aantal vrouwen strompelden het licht in. In het midden van de ruimte een stapel vrouwen. Bovenop degenen die gedurende de opsluiting krankzinnig waren geworden. Op de grond de 10 lichamen van de vrouwen die het niet hadden overleefd.
De Duitse vrouw durfde niet meer terug naar de barak, deed een zogenaamde vluchtpoging in de hoop hierop elders te worden geplaatst, maar werd neergeschoten.
Een getuige: 'Toen het licht uitging barstte de paniek in volle hevigheid los. Het was een vreemd aanzwellend geluid, dat af en toe wat afebde en dan weer opnieuw aanzwol. Het werd voortgebracht door biddende, gillende en schreeuwende vrouwen. Sommigen probeerden er doorheen te roepen om de vrouwen tot kalmte te manen en geen zuurstof te verspillen. Soms hield dat, heel even, maar dan begon het weer. Het hield niet op, die hele nacht niet, het werd alleen minder geluid. De hitte werd verstikkend.'

Het verhaal van de kindertransporten.
Er kwamen steeds meer Joodse kinderen in de kampen en de Duitsers wisten hier niet goed raad mee. Op zaterdag 5 juni 1943 wordt bekend gemaakt dat alle joodse kinderen weg moeten uit het kamp. Op 6 juni vertrekken de kinderen van 0 tot 3 met hun moeder. De volgende dag de oudere kinderen van 4 tot 16 met hun vader of moeder.

Er wordt gezegd dat de kinderen naar een speciaal kinderkamp in de buurt zullen gaan. Maar de treinen gaan naar het doorgangskamp Westerbork. In totaal 1269 joodse kinderen uit kamp Vught werden via Westerbork gedeporteerd naar Sobibor in Polen. Daar zijn ze vrijwel direct na aankomst om het leven gebracht.

Op het terrein is een kindergedenkteken. De letters van de namen van de weggevoerde kinderen en hun leeftijden zijn niet óp het materiaal geplaatst maar zijn er uítgesneden omdat ook de kinderen 'uit het leven zijn gehaald'.

Tijdens de rondleiding komen we ook langs (gereconstrueerde) ruimtes en wordt stilgestaan bij het gebruik ervan.
Linksboven: de 'badkamer'. Hier moesten zich iedere morgen 210 mensen wassen. Geen warm water. Douchen mocht eens in de paar weken.
Rechtsboven: de 'slaapkamer'. Voor ieder een bed. Als een moeder haar kind bij zich hield kreeg dat kind geen apart bed. Veel ruzie hier, bijvoorbeeld als je met je voeten het hoofd van de ander raakte.
Linksonder: hier werd sectie verricht op een overledene om een doodsoorzaak vast te stellen. De gleuven dienden om bloed en lichaamssappen weg te voeren.
Rechtsonder: opslag van de lijken totdat ze in het crematorium werden 'verwerkt'.

We lopen door een bijna mystieke omgeving naar de fusilladeplaats.
In 1995 en in 1997 wordt het monument beklad. De daders zijn nooit gevonden. De bekladde panelen staan nu op het terrein van Kamp Vught. Een onbekende bevestigt een gedicht aan de poort van de fusilladeplaats.

Kon je teer smeren
Over steen, namen, verleden?
Dwaze stumper, zulke namen
Zijn nooit uit te wissen!
Ze staan gegrift in talloze
Mensenzielen, onaantastbaar
Voor jouw verziekte haat.
Ze staan met vuur geschreven
Aan de hemel, welks licht
Jou ondraaglijk is

Je hebt niets bereikt,
Teerling
Je hebt voor alles alleen
Je eigen naam besmeurd
Niet die van hen:
Zij glimlachen om jouw woede
Badend in het licht,
Wiegend op Gods adem
En zingen heel zacht en stil
Voor wie het wil horen:
Vrede

BHV en ik rijden terug door de mooie Hollandse landchappen die ons land rijk is. Praten over onze maatschappij en onze levens.
Komen voor het eten terecht aan de bar van een erg gezellig restaurantje in Tiel. We zijn populair bij het personeel.
Vinden onszelf ook best leuk. Lachen nog lang na over de grap over Conny Veer, zodra we deze hebben verstaan en begrepen.


Zondag 19 april

Naar Liefde! Kunst! Passie!
Met Doc naar deze tentoonstelling in het Gemeentemuseum. Over kunstenaarsechtparen tussen 1880 en 1960. Een blik op de aard van de samenwerking en wederzijdse beïnvloeding. Passie in de liefde en passie in de kunst.
Aan bod komen onder andere Camille en Rodin, Frida Kahlo en Diegi Riviera en Niki de Saint Phalle met Jean Tinguely. Soms werkten ze echt samen, soms ook zie je de invloeden in elkaars werk, soms ook de verwijdering, in liefde en in werk.


Frida Kahlo & Diego Rivera
Georgia O'Keefe - Oosterse papavers
Ernst van Leyden - Zelfportret met Karin
Niki de Saint Phalle - Nana
Enigszins beschaamd laten we onze vingers over de rondingen van Nana glijden.
Minder beschaamd delen we de nieuwe feiten en gevoelens van onze huidige levens.
De kunst van de liefde en de passie.
Woensdag 22 april

Kunst

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen

Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

Die klaarheid, af en toe

Martin Bril

Zaterdag 25 april

Voor me staan 4 meisjes.
Ik kan niet verstaan wat ze zeggen, zo snel en druk praten ze.
Echte meisjes zijn het nog. De beginnende borsten, borstjes nog, bobbeltjes met kleine donkere vlekjes als tepels. De beugels, de gave gezichten, de hoge stemmen. De dromen die nog geen verlangens zijn.
1 Van de meisjes heeft onder haar t-shirt al wel een kanten bandje. Van een hemdje, of van een bh die ze nog niet nodig heeft.
In hun handen een roze kaartje. De uitnodiging voor een eindfeest. Een barbie-eindfeest.
Ze leggen een roze armbandje op de toonbank. Berekenen hoeveel geld ze nu al hebben uitgegeven voor het feest, wel 10 euro inclusief het snoep.
Het leven nog voor zich.

In mijn leven kwam recentelijk de tekst voorbij dat geluk de bestemming niet is, maar de weg.
Tja.
Ik voel me aangesproken, ook weer niet.
Heb geen bestemming, en ben mijn weg nog aan het zoeken.
Krijg beelden voor ogen van waar ik de weg duidelijk kwijt was.
Mannen waar ik eenmalig mee in bed lag en waar ik mijn handen om het gezicht legde.
Als een hoer die gaat zoenen.
Die handen, dat doe je niet.
Dat doe je alleen als er liefde in het spel is.
En een spel was het, maar liefde zeer zeker niet.

Ik ga kaartjes maken. Op die kaartjes teksten die ik uit mijn hoofd wil hebben. Teksten die ik achter me wil laten.
Morgen ga ik een kuil graven.
Mijn leven weer vóór me.

Zondag 26 april

De zon schijnt niet maar ik moet de tuin in.
Ik ben nog niet wakker, maar het is al zo laat, ik moet de tuin in.
Geen smoezen meer, er staan plantjes te trappelen om hun wortels de aarde te laten raken.

De vogels piepen alsof het ochtend is.
Poes graaft een gat, gaat er boven hangen, haar lijfje schokt en perst de drollen in het gat.
Precies op de plek waar ik zo plantjes wil gaan planten.

De schuinbovenbuurvrouw heeft een nieuwe vriend zie ik.
Ze spreken een taal die ik niet kan verstaan.
Hij maakt de barbeque schoon. Als hij klaar is pakt hij zijn Spaanse gitaar en gaat op een stoel op het balkon zitten.
Hij speelt en zingt 'Het is een nacht' van Guus Meeuwis.
Dan krijgen ze bezoek.
Een man met een harde stem komt er bij op het balkon.
Ik plant gebroken hartjes onder de treurwilg.
Terwijl ik mijn rug weer recht probeer te krijgen roept hij dat hij deze week een nieuw spreekwoord heeft bedacht.
'Als vrouwen fluisteren moeten mannen luisteren'.
En omdat hij zichzelf zo grappig vindt bedenkt hij er ter plaatse nog één.
'Als mannen luisteren moeten vrouwen fluisteren'.
Hilariteit alom.
Ik vind het dode achterlijf van een muis.