Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN
april 2008


Dinsdag 1 april

Voel me een nogal foute tourist als ik plaatsneem in het kleine stoomtreintje, maar ja, alles om de klanten straks beter te kunnen voorlichten. Ik ga naar het eindpunt, Eskdale, en wil daar een stukje gaan lopen. Het is mooi weer, nou ja, het is wat vochtig, maar het regent niet en de vogels fluiten.
De weg is best modderig en ik kom geen mensen tegen.
Eerst naar het dorpje Boot, daarna een stukje om de rivier heb ik bedacht. Je wordt hier gewaarschuwd niet alleen te gaan lopen omdat het zo stil is en sommige trajecten nogal glad en steil kunnen zijn. Ik heb me voorbereid door een boekje met routes te kopen en voldoende drinken mee te nemen. Van Boot loop ik naar St. Catherine's Church, en ik waan me in een boek van één van de Bronté zussen. Gek eigenlijk, dat ik steeds een referentie zoek, een film, een personage, om alles om me heen een naam te geven, een kader.

Het stukje lopen loopt wat uit de hand. Ik mis kennelijk een afslag. Wandel door beekjes, over glibberige paadjes, tussen schapen, klim over hekjes, en ben ontzettend vrolijk. Ik maak ontzettend leuke grapjes vind ik, maar de schapen waarderen mijn humor niet. Loop zo'n 18 kilometer voordat ik weer bij een halte terecht kom van het stoomtreintje. Mijn schoenen heb ik met een zakdoekje enigszins gefatsoeneerd.
Ga er bij de 1 na laatste halte uit. Maak vandaar een wandeling naar een kasteel. Schoenen zitten weer onder de blubber. Blijf zingen en grappig zijn. De schapen kijken steeds bozer, en moeders stampen met hun voorpoot.

Lunch bij het kasteel en kijk naar de uilen die daar in een hoekje van een hok zitten.
Loop terug naar mijn hotel. Opnieuw blubber. Zing en dans nu mee met de muziek van mijn MP3. Een mevrouw te paard ziet me als een hinde over iets minder blubberige graspolletjes aan de rand van het pad springen.
You should have worn better shoes, it's a bit wettish today, zegt ze.
Kuthola, mompel ik, en moet weer erg om mezelf lachen. Het aanzicht van lammetjes in een plastic zak brengt me in een nog beter humeur.

Heimelijk kijk ik in de spiegel of ik kan zien of er wat centimeters af zijn gelopen.

Woensdag 2 april

Opnieuw onderweg, nu naar Fort William.
Heb gisteren een enorme blunder begaan door te vragen of ik met Engels geld kon betalen. Dacht dat ik al in Schotland was.
Nu ga ik er dan echt naar toe.

Raak in gesprek met een Nederlands meisje.
Ze laat me een boekje zien dat een Japanner maakte terwijl hij met zijn vrouw op reis was. Is geen gewoon reisboek met beschrijvingen maar een soort plakboek met indrukken en het menselijke van het onderweg zijn.

Schrijf een tekst over uit het boek:

On the Road

Aren't you bored standing on the sidelines
Watching others run really hard
Cheering them on
and exchanging opinions?
Worrying if you'll be able to finish the race
Standing at the start line with uncertainties
is just too tiring

It's time to get up there on the road
and start running
It's OK even if it's slowly
And if it gets tiring, then walking is ok
Coming in last place is ok
With each step, the scenery will change

Even if you run in place
the soles of your shoes are bound to wear out.

Donderdag 3 april

Er rijden wegens werkzaamheden geen treinen van Fort William naar Mallaig. Daarom dat stuk per bus. Daarna met de boot naar Armadale, half uurtje, naar de Isle of Skye. De mannen leven zich uit in dienstbaarheid, weg wijzen, koffer dragen, en zo hoort het.
Dan blijkt er vanaf daar geen bus te gaan, zoals wel gepland. Ik weet niet of dat komt door het vroege seizoen of door de wegwerkzaamheden die ik later zal zien. Ik kijk wat om me heen, het regent een beetje en zie weinig mensen. Een oudere vrouw loopt naar haar auto die vlakbij mij geparkeerd staat. Ze biedt me een lift aan. Zegt dat ze eerst naar de brug wil en daarna doorrijdt naar Portree, mijn eindbestemming voor vandaag.
Ze vertelt dat ze hier ooit heeft gewoond, maar na de oorlog is ze naar Canada verhuisd waar al meer familie van haar woonde. Ongeveer 30 jaar geleden is ze nog wel een keer naar de Isle of Skye geweest met de man met wie ze inmiddels getrouwd was. Inmiddels is die man geschiedenis, althans, het huwelijk en maakt ze deze reis op weg naar London, waar haar zoon net een nieuw huis heeft. Na de scheiding is ze weer in Toronto gaan wonen. Daar had ze zich op verheugd, terug naar de stad. Ze keek er naar uit veel tripjes naar het centrum te maken, dingen te ondernemen, voorstellingen te bezoeken. Maar het valt tegen. Het is er druk en gehaast. Ze gaat eigenlijk alleen naar de stad voor de wekelijkse koorrepetitie op donderdagavond.
Ze was hier aangekomen met een cruise en had de brug gezien. Ze had een auto gehuurd en wilde nu de burg van dichtbij bekijken. Voor we het weten rijden we er op en er weer af. We moeten beiden lachen, we hadden het ons anders voorgesteld.
We rijden door naar Portree en ze zet me af op het centrale plein. Ik rijd Trutje II over de keitjes naar de haven, ik slaap in Pink House.
Ja, dat is inderdad roze en niet zo'n klein beetje ook. De eigenaar geeft me er een rondleiding. Hij heeft dit hotel ruim een jaar geleden gekocht, volgens hem was de vorige eigenaar homo en vandaar de kleur, die op iedere kamer in alles is doorgevoerd. David, de huidige eigenaar is wel een beetje een charmeur, maar maakt ook de indruk het werk vooral over te laten aan het Sloveense meisje dat hij in dienst heeft.

Ik heb lang gedacht dat mijn te leren levensles was om me te uiten. Kreeg mensen op mijn pad die me dat bijbrachten, die me door hun gedrag toonden dat het me daaraan ontbrak. Te beginnen bij mijn moeder, die soms dagen, een enkele keer zelfs weken stil kon zijn om me duidelijk te maken dat ze boos was, in de meeste gevallen ook op mij. Later meer mensen om me heen, die me vertelden dat als ik iets te vertellen had, ik dat moest doen, en niet moest wachten tot ze er naar zouden vragen. Op zich een goede les, maar ze vonden ook dat het hen ontsloeg om überhaupt naar dingen te vragen, en ik vond dat toch enig gebrek aan belangstelling.
En nu ontmoette ik weer iemand, iemand met wie er eerst doorlopend contact en uitwisseling is en dan is het stil. Een enkele onderbreking, maar vooral stilte.
Pijnlijke stiltes, vind ik.
Ik zag mijn les weer duidelijk voor ogen, probeerde iets te doorbreken, bleef communiceren, bleef vertellen over de geluiden in mij.
Het heeft niet mogen baten.
En ik vraag me daarom af of dit wel de les is die ik te leren heb. Of dit het werkje is dat ik te doen heb in het leven, zoals Annie zou zeggen.
Misschien is de diepere les dat ik het gevoel moet gaan ontwikkelen dat ik meer waard ben dan dit. Dat ik meer verdien, dat ik mensen die me in monologen achterlaten niet meer op mijn pad toe moet laten. Zeker niet achterna moet blijven lopen.
Ik wil er nog niet aan, maar aan de andere kant van de lijn is de keuze overduidelijk gemaakt.

Vrijdag 4 april

Ik denk heel slim te zijn. Heb in Portree eigenlijk niets meer te zoeken dus kan ook wel een bus van 2 uur eerder nemen naar Kyle nog wat om daar ook een eerdere trein te nemen.
Bij aankomst in Kyle nog wat blijkt dat er eerder geen trein gaat. Dat wordt dus 2 uur wachten. Ik neem plaats op een bankje aan het water en lees mijn boek uit: Over de liefde, van Doeschka Meising. Mijn 1e boek van haar, en haar stijl bevalt me wel, de zelfspot, maar blijf aan het eind toch met iets te veel open eindes achter.
Dan toch eindelijk de trein, naar Edinburgh.
Ik heb zin om weer in en stad te zijn. Kan niet tegen al te veel natuur. Moet soms een stad hebben, met iets meer dan 11 huizen en een kerk, ik wil cultuur, ik wil mensen, ik wil niet alleen toeristen.
Het is begin van de avond als ik aankom, maar nog voldoende licht om het kasteel op de huevel goed te zien. Mooi gezicht, zo'n oppermachtig ding, voel me bewaakt, voel me veilig.

Ik ben niet iedere avond uit eten gegaan. In het begin heb ik vooral niet gegeten, en soms in het hotel zelf. Soms ook haalde ik wat in de supermarkt en at het op mijn hotelkamer op.
Nu heb ik zin in Italiaans. Ik weet het, ik zou eigenlijk de schapenballen moeten eten hier, maar ik heb mijn zinnen gezet op Italiaans. Een verstandige keuze. Ik ga het restaurant in en beland in een Italiaanse film. Om me heen mensen van diverse nationaliteiten en een kudde mooie typische Italiaanse mannen. De baas is de enige met een buikje en een (te korte) stropdas. Het enige wat hij doet is af en toe een tafeltje een milimeter verschuiven en zijn personeel op afgebeten toon aansturen.
O ja, en zijn blik laten rusten op de konten van de  voornamelijk blonde vrouwen als ze langs hem lopen na een bezoek aan de wc.
Het temperament van de jongens is niet ver te zoeken, ze flirten, ze delen in een noodgang het eten rond, ze kibbelen als tafels met mooie vrouwen worden ingepikt. Het gaat hier niet om mij, en ik leg me er maar bij neer. Geniet van het schouwspel en van het ontzettend lekkere eten.

Bij thuiskomst chattend nakwijlen met BHV.


Zaterdag 5 april

Doe mijn best om vandaag niet in het teken te laten staan van bijna weer naar huis, maar juist als we zijn nog op vakantie.
Ik loop door de stad, langs oude vervallen graven, en maak d eklim naar het kasteel. Zie de rijen toeristen voor de kassa en besluit hier niet in plaats te nemen. Ga over de Royal Mile, met wat interessante gebouwen en loop naar het museum. Daar heb ik echt zin in.
De musea zijn hier gratis en kunst geeft me meestal wel rust in mijn hoofd.

Eerst de National Gallery of Scotland, met de meer traditionale kunst. Vroege Italiaanse, Franse en Nederlandse werken. Titian, Monet, Rubens. Die tijd was meer geschikt voor mij geweest, qua acceptatie van mijn lichaam.

Via de shop en het restaurant ga je door een gang naar het 2e museum: Royal Scottish Academy Building.
Hierin allemaal werken van Schotse kunstenaars die te koop worden aangeboden. Degenen die ik het mooist vind hebben al een rode sticker, of zijn gelukkig veel te duur.

Waar ik nog het meeste bij twijfel is het kunstwerk van Michael McManus. Helaas geen werk kunnen vinden op internet, er is ook een acteur met deze naam, en alle sites gaan daarover. Waarom het me zo treft is dat het uitvergrote kastanjes zijn, en die hebben sinds het overlijden van Annie een zeer speciale betekenis voor me. Maar 5 stuks in verschillende maten kosten 2500 pond en dat gaat me te ver.
Ook van de andere mij aansprekende artiesten vind ik niets op internet, waarschijnlijk nog beginnend.
Wel werk van Jackie Anderson.

In de shop een boekje met werk van Ron Mueck, van wie ik hier al eerder werk heb geplaatst.
Wat is ieder levensgroot en groter dan dat soms weer bijzonder.

Na de musea en een drankje nog even wat door het nieuwe en luxe deel van de stad en dan naar het station.
Dit keer doet mijn laptop het wel in de trein, tenminste, de stroom doet het via mijn wereldstekker, en ze hebben wireless internet. Zit ontzettend decadent te chatten en zalm te eten en port te drinken.

Op weg naar London nu, laatste Engelse overnachting.
Morgen komt de Olympische toorts in London aan.
De Tibetanen en sympathisanten maken zich op voor een protest.
De vlamdragers aarzelen.

Zondag 6 april

Ook al wil ik er nog niet helemaal aan, maar ik ben vandaag op de terugreis. En ik zie er tegenop, tegen terugkomen.

Ik ben begonnen aan een boek waar ik bang voor ben.
Het is niet voor niets het laatste boek waar ik aan begin van de boeken die ik mee heb.

Philippe Besson - Verzoening.

De achterflap:
Komen we ooit over degenen heen die ons verlaten hebben?

En op de binnenflap:
'Komen we ooit over de mannen heen die ons verlaten?'
Dat is de vraag die Louise zich stelt nadat haar minnaar Clément haar in de steek heeft gelaten voor een andere vrouw. Louise gaat op reis naar Havana, Venetië en New York. Daarvandaan schrijft ze hem brieven, waarin ze verslag doet van haar machteloosheid, haar wanhoop en verdriet, waarin ze herinneringen ophaalt aan hoe het eens was en waarin ze vraagt naar het waarom.

Met deze roman heeft Philippe Besson het hartverscheurende en zo herkenbare gevoel van een verloren liefde met groot inlevingsgevoel neergezet. Tegelijkertijd is Verzoening een roman over eerlijkheid, zelfoverwinning, reizen en de troost van het schrijven. Louises brieven blijven onbeantwoord, maar dankzij het schrijven krijgen haar angst, haar verdriet en haar onbegrip een plaats.

Het is misschien wat masochistisch om aan dit boek te beginnen. Maar ik hoop op de zelfoverwinning, en de troost.
Tijdens het lezen dwaalt mijn blik vaak af, denk ik na over mijn eigen situatie. Worden dingen iets helderder, en soms ook wat verdrietiger. Maar dat is goed, verdriet is loslaten, in mijn geval.

Hieronder een aantal fragmenten, een soort van veilig, want andermans woorden.

Ik heb besloten je te schrijven, beter dan niets.
Beter dan hier zo in stilte te blijven.
Laat ik je zeggen: ik heb eerlijk, serieus gekeken of ik de stilte aankon, ik heb me erin gehuld zoals je een kledingstuk aanschiet, ik heb me eraan overgeleverd zoals je je bij een verplichting neerlegt. Dat heb ik in de eerste plaats voor mezelf gedaan, vergis je niet, het was een egoïstische keuze, ook al viel die me zwaar. Eigenlijk dacht ik dat het me zou helpen. Maar niets zeggen helpt niet, tenminste, we kunnen stellen dat het mij niet heeft geholpen. Ik geloof zelfs dat het me nog een beetje treuriger en verdrietiger heeft gemaakt. Om heel eerlijk te zijn maakte het me kapot, want ze is gevuld met beelden, de stilte, met herinneringen die je onmogelijk kunt verjagen, zoals van die hinderlijke vliegen die om je hoofd cirkelen, die je met woeste armbewegingen probeert weg te slaan en die steeds weer terugkomen. En verder heb je in stilte geen verweer: de aanvallen zijn des te pijnlijker.
Dus nu probeer ik woorden, dat kan niet erger zijn. Wie weet of ik me, door praten, niet zal bevrijden van het opgepotte verdriet? Een beetje.

(...)

Ik zal je bij je naam noemen.
Clément.
Ik kan niet meer zeggen: 'mijn liefste', of dingen die daarop lijken, al die onnozele uitdrukkingen die je gebruikt zonder in de gaten te hebben hoe belachelijk ze zijn, en die je om het hardst herhaalt totdat ze geen betekenis meer hebben. Jij zou je hoe dan ook ongemakkelijk voelen als ik 'mijn liefste' zou zeggen. Je zou beweren dat ik er niet overheen ben.

Bekentenis: ik ben er niet overheen. Maar zieken moeten zo netjes zijn om gezonde mensen niet in verlegenheid te brengen, men is hen dankbaar als ze hun kwaal verborgen houden.

(...)

Ik heb het trouwens aan jou te danken dat ik geen hekel meer heb aan mijn billen, dat is niet zo slecht. Een heleboel vrouwen zullen jaloers op me zijn.

(...)

Clément, ik heb lang gezocht naar het waarom van je uiteindelijke keuze. Ik heb lang gedacht dat het onduidelijk en onverklaarbaar was, dat ik vernuft en veel doorzettingsvermogen zou moeten hebben, dat van mathematici, om het te ontwarren, te ontcijferen. Toch was het heel simpel. Je had comfort nodig, zekerheden, bakens. Ik was niet in staat je die te geven, die andere vrouw wel. Dat is het. Ik was in het beste geval een tussendoortje, een verzetje, voor de afwisseling. Onnodig me daar nog langer het hoofd over te breken. Maar om niet méér dan dat te zijn geweest, en het te weten, maakt de pijn helaas niet minder heftig.

Je kunt het anders zeggen: ik droomde van een geliefde, jij was alleen bereid een minnaar te zijn.

Begrijp me goed: ik verwijt je niets. De gedachte om kritiek op je te leveren staat ver van me. Uiteindelijk is alles mijn eigen schuld. Wanneer je niet in de smaak valt, moet je dat alleen jezelf kwalijk nemen. Niet in de smaak vallen is een te sterke uitdrukking. Liever: niet genoeg in de smaak vallen. Ja, niet genoeg in de smaak vallen vind ik beter. Die nuance laat ruimte voor hoop. Misschien zal ik op een dag iemand tegenkomen bij wie ik wel genoeg in de smaak vallen.

En bovendien heb ik een mooi avontuur beleefd. Degenen die ons trakteren op een mooi avontuur moeten we toch dankbaar zijn. Dat is niet iedereen gegeven. Ik ben echt gelukkig geweest. Gelukkig en angstig, op hetzelfde moment, dat kan vreemd lijken. En het geluk is voorbijgegaan. De angst is gebleven.

(...)

Weet, voor je gemoedsrust, dat ik wacht op het moment waarop ik, net als Sagan in Een verre glimlach, in staat zal zijn om me heerlijk onverschillig te laten ontvallen: 'Ik wist dat ik weer alleen was. Ik had zin om dat woord tegen mezelf te zeggen. Alleen. Alleen. Maar wat zou dat eigenlijk? Ik was een vrouw die een man had liefgehad. Het was een doodgewone geschiedenis; het was de moeite niet waard me aan te stellen.'

Over als Clément wel zou hebben gereageerd:
Ik weet niet hoe ik dan zou hebben gereageerd. Zou er een golf van geluk, een gevoel van opluchting zijn geweest? Zou heel mijn wezen zich na maanden van spanning van spanning in één klap hebben laten gaan? Zou het zijn geweest als een greep die verslapt? Of een lichaam dat onderuit zakt. Ik stel me in ieder geval ontspanning voor, rust, voor het eerst sinds een hele tijd.
Of juist verstarring. Onmacht?
Natuurlijk zou met dat teken de hele rest weer bij me boven zijn gekomen: alles wat we voor elkaar hebben betekend, wat we hebben gedeeld en wat ik ben kwijtgeraakt. Die terugkeer, als een boemerang, van wat me is ontnomen, had me misschien wel van slag gemaakt, wie weet? Ik zou je dankbaar moeten zijn dat je me die opleving van verdriet niet hebt aangedaan.
Want al snel zou dat teken niet genoeg zijn geweest, ik ken mezelf. Ik had er nog een nodig gehad. Dat het niet een klap voor niets was geweest, een gebaar zonder gevolgen. Omdat jij een opening bood, zou ik in de verleiding zijn gekomen me daarin te storten. Tegen het gezond verstand in zou ik hebben overwogen wer contact te zoeken. En dan was ik onvermijdelijk opnieuw tegen jouw stilzwijgen en jouw weigering aangelopen. Daar was ik niet overheen gekomen.



Natuurlijk gaat het hier niet over mij. Hoewel er overeenkomsten zijn.
Aarzel wat bij de ontzettende uitmeting van gevoelens, maar soms krijg je ook lucht door dingen te vergroten, door ze op te blazen.
En is het voor mij misschien ook een erkenning van emoties, in plaats van het maar zo snel mogelijk te lozen. Wat toch een soort van ontkenning is.

Na een vakantie hoop ik altijd iets mee te kunnen nemen van die reis, dat het invloed heeft in de dagelijkse leven.
Zoals ik na mijn eerste vakantie in Frankrijk met Ex probeerde om iedere dag veel tijd te besteden aan het eten en verse kruiden te gebruiken. Ik hield dat 2 weken vol.
Ik zie op tegen de komende week. Wil niet weer ondergaan in de enorme drukte van mijn werk. Wil niet iedere dag hopen op een mail, of een sms. Op iets. Maar kan ook niet steeds op reis gaan om dat verlangen minder te hebben.

Heb een nieuw projectje bedacht, in het teken van beter voor mezelf zorgen.
Koken en tuinieren.
Zodat die lange tafel in mijn tuin ooit eens gevuld kan gaan met vrienden die ik nog moet maken en eten dat ik nog moet leren koken.

Maandag 7 april

's Ochtends roep ik nog dat ik niet ga overwerken, vandaag niet, de hele week niet, maar aan het eind van de dag is er al paniek en tijdnood. Ik krijg een hele boze klant over me heen, telefonisch, niet 1 van mij, maar wel iemand die mij wil spreken in mijn functie als leidinggevende.
En ik doe het goed, heel goed, al zeg ik het zelf, maar om half 6 ben ik leeggezogen.

Op weg naar de trein sms ik Ex, of hij misschien dezelfde trein gaat nemen. Hij zit al in de kroeg en ik voeg me bij hem.
Ik moet denken aan Annie, hoe ik altijd snel na mijn vakanties naar haar toe ging, naar haar tafel, haar gezelschap, haar gulle lach.
Nu ga ik langs bij Ex, vertel ik hem, laat ik hem mijn foto's zien. Kom ik bij hem weer een beetje thuis.

Dinsdag 8 april

Poes is van slag.
Natuurlijk krijg ik bij thuiskomst eerst de gebruikelijke mengeling van me negeren en dichtbij me willen zijn. Dus komt ze bij me op de bank zitten maar wel met haar rug naar me toe. Komt ze niet op me afrennen als ik de deur open doe. Zelfs niet als ik haar eten in haar bakje doe. Ze komt niet alleen niet op mij af, maar ook niet op haar eten.
En 's nachts ligt ze alleen op de bank en soms heeft ze die schelle uithalen die ze meestal even had na het eten, als ze achter haar eigen staart aan rende, bank op, bank af, haar gekke kwartiertje.
Maar nu klinkt het anders. Is het niet uit gekheid, maar meer uit een soort verdriet, of pijn.
Ze word ouder. Ze kwijlt. Haar oogje traant. Springen zit er steeds minder in, ze zet haar nageltjes in het te beklimmen object en trekt zich dan omhoog.

Ik pak haar op, neem haar bij me in bed, in mijn armen, vertel haar dat ze niet dood mag gaan.

Woensdag 9 april

Vanavond zet ik de eerste stap voor mijn nieuwe project.
Weken geleden heb ik samen met BHV mijn schuur opgeruimd en alles wat daar uit kwam en weg kon stond nog in mijn tuin.
Vind dat grof vuil altijd zo'n gedoe. Als je een afspraak maakt voor het op laten halen moet je eerst nauwgezet vertellen wat je allemaal op de stoep gaat zetten en bij de helft zeggen ze dan dat zij dat niet doen of dat je het op bepaalde manieren moet aanbieden, met touw bij elkaar gehouden enzo. Maar ik kan mijn geld uitgeven aan het huren van een busje en weer iemand vragen om me te helpen maar dat ben ik zat.
Dus zet ik dat wat mag op straat.
Ik doe dat heel netjes, heel geordend.
Terwijl ik nog heen en weer loop van tuin naar voordeur hoor ik herrie.
Een man heeft zijn auto en aanhanger bij mijn nette zooi geparkeerd en haalt alles overhoop om te kijken of hij iets kan gebruiken.
'Kan je het een beetje vinden', zeg ik cynisch.
'Nee', zegt de man en zoekt door.
'Wat zoek je eigenlijk?'
'IJzer'.
Ik ben dol op mannen van weinig woorden.
Ik denk aan de dingen die nog in mijn tuin staan en die ik niet op straat mag zetten.
Bied hem een oude naaimachine aan, die wil hij wel. Hij biedt niet aan die voor mij te tillen.
'Maak jij het ondertussen weer een beetje netjes?' zeg ik terwijl ik weer naar de tuin loop.

De rest van de avond houd ik mijn lamellen gesloten. Ook als ik hoor dat andere mensen aan het spitten zijn.
Ik heb afstand genomen van mijn spullen.

Donderdag 10 april

Vandaag gaat de promomail van mijn boek eruit. Mijn mailbox stroomt vol met lieve reacties.
Ik krijg een auteurslogin en kan zien hoeveel mensen mijn boek al hebben besteld en hoeveel royalties ik al heb verdiend. Ik kan een ijsje kopen, maar ik ga voor champagne.

Vanavond werk ik vet over.
Ben de afgelopen dagen vooral met anderen bezig geweest en vanavond moet ik weer wat orde aanbrengen in mijn eigen dossiers.
Terwijl ik veel losse dingen wegwerk bellen mijn ouders.
Mijn ouders kunnen tegelijk aan de telefoon hangen. Mijn moeder zit dan beneden op de bank. Mijn vader boven op zolder. Hij is altijd slecht te verstaan, hij klemt dan de hoor tussen zijn oor en zijn schouder en daarnaast heeft hij Parkinson. Ik probeer er niet geïrriteerd door te raken maar moet wel regelmatig zeggen dat ik hem echt niet kan verstaan.
'Moeten we ons zorgen maken', zegt mijn moeder.
Ik ben even stil van haar vraag, vraag om een uitleg.
Ze vraagt zich af of mensen erg kritisch op mijn boek zullen reageren.
Ik vraag haar of ze het over anderen heeft of over zichzelf.
Ze heeft het over een ander, een specifiek ander en we weten allebei wie. Iemand die in het boek totaal geen rol speelt, maar iemand die wel heel anders in het leven staat. Iemand in de familie. Iemand die altijd al kritisch was als het om mij ging. Die afkeurend reageerde op mij verhalen, die afkeurend keek naar hoe ik er nu weer uitzag. Die mij als voorbeeld gebruikte als ze haar dochter wilde waarschuwen. Pas op, je begint steeds meer te lijken op, pas op, je wilt toch niet worden als.
Mijn moeder zegt dat dit door haar andere opvoeding komt.
Ik betwijfel dit, denk dat de opvoeding niet zo erg verschilt van de mijne, maar ik heb me er van losgemaakt.

Ik leg mijn ouders uit dat ik gegroeid ben. Dat ik me niet meer wil laten afremmen door wat andere mensen van me vinden. Dat ik overwogen heb om het niet te vertellen, van dit boek, maar dat ik mezelf daarmee tekort doe. Dat ik vind dat ze ook recht heeft (misschien zelfs een beetje een verplichting) op dit stukje van mij. Dat ze het niet hoeft te lezen. Dat het inderdaad een openhartig boek is, maar dat dat vooral over mijzelf gaat, ook als ik schrijf over anderen. Dat ik anderen niet kwets of beledig. Dat ik kritisch ben naar mezelf, maar dat dat niets nieuws is. Dat mijn ouders ook moeten bedenken of ze dit wel willen lezen.
Ik zeg niet dat kinderen van ouders niet willen weten dat ze seks hebben, en dat zij zich zullen moeten bedenken of ze dat andersom ook wel zwart op wit willen zien.
Ik zeg ook dat het misschien wel heel erg meevalt, haar reactie. En zo niet, dat ik dan heus de familiebanden niet onder druk zal laten zetten, en dat zij zullen moeten zorgen dat zij niet door haar onder druk worden gezet, of in een ongewenste positie worden geplaatst. Dat ze haar maar moeten doorsturen als ze kritiek heeft. Ik kan niet wachten, zeg ik er niet achter aan.
Ik verbied ze om hier niet door te slapen.

Ik moet wel een beetje giechelen achteraf.
Vond mezelf wel sterk.
De eerste confrontatie met het uitbrengen van een boek. Met het blootgeven van mezelf.

(klik op het boek als je me ook bloot wilt lezen)

Vrijdag 11 april

Gisteren in bed, of meer met mijn benen uit bed, met een moeizaam uit bed opgetild lijf, vertelde ik Poes al dat we vandaag heel erg zouden uitslapen.
Het kost me geen moeite mijn belofte te houden.
Hierdoor kwam er van andere voornemens niets terecht.
Had vandaag lekker in de tuin willen werken.
Naar het tuincentrum willen fietsen, nieuwe plantjes kopen en planten.

Tegen half 4 word ik het niets doen zat.
Ik sta op de drempel van mijn keuken naar mijn tuin. Overzie de zooi.
Vind dat ik niet in mijn valkuil moet stappen van eerst nieuwe dingen kopen en dan pas oude dingen wegdoen.
Pak de schoffel.
Zet deze weer neer.
Trek mijn jas aan en stap op de fiets.
De eerste keer dit seizoen, naar mijn zo ongever geilste winkel. Best opmerkelijk voor iemand met roze/witte vingers.
En zoals ieder jaar weer word ik zo gelukkig van de heenweg. Het pad door het bos.
En zoals ieder jaar koop ik toch weer te veel of toch weer te veel dat ik eigenlijk niet kan vervoeren met een fiets.
Ik heb mezelf opgelegd dat ik niets mag kopen voor mijn tuin.
Maar dan is er ook nog een balkonnetje aan de voorkant.
Wat daar was aan groen is nu bruin.
Ik koop violen voor de bloembakken, nog redelijk vervoerbaar. Koop van die klimopdingen, hedera met gouden hart. Zou mijn karakter kunnen zijn, een klimop met gouden hart. Natuurlijk ben ik iemand van snelle halen thuis of hoe is die uitdrukking ook al weer en dus koop ik geen klimop die net tot aan mijn knieholte komt. Natuurlijk koop ik er 2 die al wat verder zijn gevorderd, zo ongeveer tot aan mijn oksel. Maar ik ben er nog niet. Naast wat Chinese rozen voor in mijn woonkamer, o shit, had ik die moeten boycotten, koop ik nog iets anders.
Witte regen. Met takken die nu al ongeveer 2 meter hoog zijn. Met zo'n stok die het geheel overeind moet houden. Met die stok steek ik iedereen onderweg naar de kassa bijna de ogen uit en raus zo'n beetje alles uit de schappen.
Dan komt het kunststukje: het vervoeren per fiets. Ik ben voorbereid: heb 4 van die grote stevige boodschappentassen meegenomen. De gele violen gaan er op hun kant in. De Chinese rozen kunnen rechtop in een tas.
Dan kijk ik wat om me heen. Ik zie mensen een beetje leedvermaak lachend langslopen naar hun auto.
Ik trek de stokjes eruit waarlangs de hedera en de witte regen zouden moeten klimmen. Ik heb thuis al iets waar ze langs gaan klimmen, dus deze zijn onnodig en onmogelijk. Ik til de hedera in een tas en buig de takjes wat om, het eind de tas weer in. Hang de tas aan mijn stuur.
Til dan de zware witte-regen-pot in de laatste tas. Haal ook daar de stok uit. Leg ze vluchtig en hopelijk onzichtbaar bij de fietsenrekken neer. Vouw met grote omzichtigheid de einden van de takken in de tas.
Rijd voorzichtig door het bos naar huis, trotseer de meewarige blikken van tegemoetkomende fietsers.

Na een welverdiend middagdutje stap ik op de fiets om boodschappen te doen.
Er staan wat mensen bij de ingang, ik hoor wat geschreeuw en dan komt er een jongen op me af rennen en een man in pak met een zilverkleurige V op de revers er achteraan. Ik houd stil en als ze voorbij zijn zet ik mijn fiets in een fietsenrek.
De situatie is al snel duidelijk.
De jongen heeft iets gestolen en rent weg met de buit onder zijn jas en beveiliging probeert hem te grijpen. Winkelpersoneel komt ook naar buiten, wil ook rennen, ik vertel ze waar ze naar toe moeten.

Ik vraag me wel eens af wat ik zou doen als het oorlog is.
Ik had nu mijn fiets ervoor moeten zetten en zo de vlucht van de jongen in ieder geval kunnen bemoeilijken. Maar ik zat nog in de resten van een middagdut, nee, ik dacht er gewoon niet aan.
Wat zou ik doen als het oorlog is.
Ik ben graag een Hannie Schaft, of een Florence Nightingale. Ik verzet me graag, en ben op mijn best als ik mag verzorgen.
Maar een held ben ik niet.
Toch is er denk ik een diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel dat me belemmert om niets te doen.
Ik heb ooit een oorlogsdroom gehad, de beelden zullen nooit van mijn netvlies verdwijnen. Daarom hielp ik iemand anders om een groep jonge weeskinderen te verstoppen. Het heeft niet mogen baten, ze zijn alsnog 1 voor 1 vermoord. Ik ook, trouwens, verderop in de droom.
Ik ben dan niet de persoon die de reddingsactie leidt, maar help wel.
Ben dan vanavond niet degene die de dader pakt, maar wijs de achtervolgers wel de weg.

Een soort van lijdzaam verzet.
En da's ook best goed.


Zaterdag 12 april

Wat een kutdag.
Vanaf half 11 stromen de klanten binnen en ze gaan niet meer weg, ook niet na sluitingstijd.
Ze willen allemaal dingen die ik niet meteen kan doen of afmaken. Naar Rusland, of naar plaatsen waarvan ik het bestaan niet kende en dan worden ze boos op mij als ze daar niet kunnen komen zonder overstap en een reis door de Oekraïne daarbij niet kunnen voorkomen.
Het begon al verkeerd vandaag. Ik had een vroege trein, althans, ik stond klaar om een hele vroeg trein te nemen maar die trein reed niet dus werd het een stoptrein en had ik nog maar een uur ipv 2 uur om voor openingstijd wat dingen af te maken.
Op het werk liggen er allemaal briefjes voor me klaar waar ik niet op zit te wachten. Problemen van anderen, terwijl ik mijn eigen dingen nauwelijks aankan.
Er woedt een soort boosheid in me, en die laat me de rest van de dag niet los, hoe ontzettend leuk ik ook naar de klanten doe.

Thuis staan de tuincentrumtassen nog gevuld in mijn woonkamer.
Ik ben goed in het aanschaffen van nieuwe dingen, maar verzorgen...

Zondag 13 april

Vanaf de bank zie ik hoe de lucht van blauw naar grijs kleurt, hoe de gemeentestruiken harder gaan zwiepen in de wind en hoe het steeds minder aantrekkelijk wordt om planten te planten.

Maandag 14 april

Ik zet een stap.
En zet het liefst meteen weer 2 stappen terug, of meer.
Het is te vroeg voor deze stap.
Het is niet de juiste stap.
Eerst maar weer eens even stilstaan.
Dat is momenteel beweging genoeg.

Dinsdag 15 april

Over het bruingespikkelde tafeltje in de trein loopt een lieveheersbeestje.
Het beestje heeft minstens 12 stippen.
Ik kijk vol respect naar zoveel ouderdom.
Kijk hoe hij of zij baantjes trekt, het zilverkleurige randje van het tafeltje is de grens.
1 Keer grijp ik in, als het beestje van dat randje dreigt te vallen, voorkom een val in een onzekere diepte.
Daarmee wetende dat ik het beestje in ieder geval tijdens mijn reis veroordeel tot de saaie baantjes.


Woensdag 16 april

Ierland was nodig om strijdjes te leveren, verzet te ervaren, om boos te worden.
Engeland heeft me rust gegeven, heeft diverse patronen doorbroken.
De meest doeltreffende was om een tijdlang niet meer iedere dag te (kunnen) kijken of er mail was, of er antwoord was, of de stilte werd doorbroken.
Hoop is veranderd in boosheid en boosheid maakte plaats voor rust. Misschien zelfs wel berusting. Maar geen acceptatie. En dat is goed.
Het niet accepteren betekent niet dat ik het niet los kan laten. Het niet accepteren betekent dat ik voor mezelf opkom. Dat ik vind dat ik beter verdien, dat ik het niet langer heel gewoon vind dat mensen me negeren als ik mezelf blootgeef.

Laat dat dan de les zijn van dit pijnlijke verhaal. Want dat is wat het in feite was. Woorden.
Laat die les dan nu geleerd zijn.



Vrijdag 18 april

Wat ben ik moe.
Ik heb gisteravond tot 11 uur 's avonds overgewerkt, en ben redelijk voldaan maar nog zeker niet klaar. Vandaag ben ik vrij en ik mag uitslapen. Ik heb het Poes verteld ook, en ze nestelt zich tegen mijn gezicht op mijn schouder. Ergens in de ochtend word ik wakker, denk aan opstaan, wil nog heel even blijven liggen, nog even kijken naar wat er op de video staat, ik val weer in slaap. Word teen 3 uur wakker.
Weet dat ik half 5 weg moet. Ik heb een afspraak met de dames van de voormalige OR van mijn vorige werk. Eet snel het enige wat ik in huis heb, 5 chocoladekoekjes, kleed me aan en stap op de fiets.

Wat ben ik alleen.
De toon is al gezet als ik aanschuif. Het is een beetje opbieden qua ervaring, qua gedurfdheid.
Ik kom net mijn bed uit, ik voel het, moet de slaap nog van me afschudden. Voel me als mijn vader, die het niet redt in gezelschappen, die er dan bij zit als een zielig vogeltje. Ik zie mezelf zitten, baal ervan dat ik op hem lijk, baal ervan dat ik er nu niet bij pas. Dat ik mij er nu niet bij voel passen.
Baal er ook van dat dat als gevolg heeft dat anderen menen mij het woord te moeten geven. Niet dat dat iets uitmaakt, het gaat vandaag niet zo om punten, om eindes van zinnen, het gaat om iedere stilte te vullen, om meningen, om punten scoren.
Wetende dat ik hiermee de sfeer tekort doe, want ik heb ook gelachen, en ik heb ook gevoeld dat ik er iets toe deed, en ik heb het naar mijn zin gehad.
Maar weet ook dat iemand tegen me zegt dat ik nu eindelijk eens moet ophouden met zwelgen. En ook al weet ik dat dit slaat op iets van vroeger, en dat die persoon niet echt kan weten dat dat iets van vroeger is omdat vroeger pas recentelijk is begonnen, toch voel ik de stille tranen over mijn gezicht lopen. Ze worden niet gezien, niet gehoord. En het is goed zo.

Wat ben ik dronken.
Ik waggel naar de tram, ik waggel naar de trein. Het is druk in de trein, de laatste naar huis. Ik zit, kijk verdwaasd om me heen, weet dat het niet verstandig is om te blíjven zitten. Sta op, richting wc, die blijkt bezet. Zie iets later dat ik de grond en mijn tas heb bevuild met een rood/roze maaginhoud. Ga verderop in het halletje zitten, kan me er niet toe zetten me nog onder de mensen te begeven en weet niet of het bij deze leging blijft.
Zie in de weerspiegeling van mijn raampje dat mensen de sjaal voor de neus houden als ze in het halletje komen. De conductrice vraagt of het mijn darmflora is. Ik zeg nee, verder gaat er niets meer uit mij komen. 'Omdat het ook op je broeg zit', zegt ze. Ik kijk, maar ben verder niet meer tot enige reactie in staat. Ze loopt door.
Ik wiebel op de fiets naar huis, kan me niet herinneren ooit zo gewiebeld te hebben, ben bang voor het draaien in bed.
Maar de wieken van de slaap blijken sterker dan de rondgang van de draaimolen, over 4,5 uur gaat de wekker.

Zondag 20 april

O ja, en ik moet iets met de tuin vandaag. Ik moet naar buiten toe, de zon voelen.
Ik moet de was doen, opruimen, stofzuigen.
Ik moet uitslapen. Mijn haar verven.
Deze site bijwerken.
Kut, ik moet nog iets met foto's, heb ik beloofd.
En o, mijn mailtjes, het zijn er zoveel, en die mensen vind ik leuk, dus ik wil ook wel mailen, maar vandaag moet het.
Ik moet langs bij BHV, echt schandalig, ze staat altijd zo bij mij voor de deur maar nu kan dat niet en ik laat me niet zien.
En ik moet uitrusten, er staat me weer een zware week te wachten.

Ben dol op vrije dagen.

Maandag 21 april

Een overwerksessie.
Dossier voor dossier door mijn handen, kan ze deels wegwerken, deels vervolgacties geven en deels belanden ze op de stapel met vragen aan degene die morgen gaat komen helpen.
Toch komt er geen einde aan. Ik ben dan ook niet echt voldaan als ik om 11 uur de deur sluit.
Leuk hoor, dat mensen op vakantie gaan, maar ze zouden eens een kijkje achter de schermen moeten krijgen.

Dinsdag 22 april

Heb voor vanavond weer een werksessie gepland staan maar naarmate sluitingstijd nadert gaat bij mij het licht uit. Ik sleep me voort, heb echt nog moeite om de klanten te woord te staan, en om mijn geduld te bewaren.
Overwerken gaat geen zin hebben.

Thuis zet boosheid zich om in verdriet.
Ik denk na over het leven, over mij in dat leven, zou ik niet moeten doen nu.
Lees anderen sterk zijn, onbevreesd, levenslustig, en voel mijn eigen angsten, twijfels, argwaan.
Je niet laten leiden door het verleden, door dingen die (recent) gebeurd zijn, maar er wel van hebben geleerd.
Dat verdomde midden ook altijd.

Woensdag 23 april

Ik denk aan een groot bed, met een wit donzen dekbed en volle koele kussens.
Aan mooi weer, de ramen open, kwetterende vogels.
Ik denk aan Poes in mijn buurt, een lekker muziekje misschien, een opgeruimd huis.
Ik denk aan een uitgerust lichaam, een rustige geest, een glimlach op mijn gezicht.
Ik denk aan vrij zijn.

Ik denk aan een groot bed, met een wit donzen dekbed en volle koele kussens.
Ik denk aan een warm uitnodigend lijf daarbij.

Donderdag 24 april

Ik wens 2 collega's een hele fijne vakantie toe, ze doen de deur dicht en mijn tranen rollen.
Het was weer zo druk en iedereen wil meteen teruggebeld worden en er ligt al zoveel en er komt maar geen eind aan.
De huilbui lucht een beetje op en 's avonds ben ik in staat weer wat weg te werken.
Thuis durf ik niet naar de rotzooi te kijken, het schijnt dat het binnenkort weekend is.

Vrijdag 25 april

Huilbui nummer 2 en overwerkavond nummer 3 deze week.
Ik neem de laatste intercity naar huis.
Het is druk in de trein.
Ik zie Thomas zitten, kan het niet laten om in zijn coupé in te stappen en langs te lopen.
Om even door hem gezien te worden, om even in zijn hoofd te zitten.
Beland op een klapstoeltje in de hal, zet muziek op.
Net voor de deuren sluiten wordt het halletje gevuld door jongeren. Jongeren uit het oosten van het land, een dagje losgelaten in de grote stad en ze hebben duidelijk ruikbaar de hele avond gedronken.
De lucht van grolsch en pringels hangen om me heen.
Ze schreeuwen, ze denken grappig te zijn, ze zingen over Zwollenaren die niet kunnen neuken.
Vlak voor aankomst op het eindstation richt hun aandacht zich op mij, ze zingen over meisjes met rode haren en hebben het over de andere kenmerken van mijn haar.
Ik kan het niet opbrengen er op te reageren, niet grappig, niet boos.
Ik wil naar huis.



Zaterdag 26 april

Zodra mijn blik niet meer echt op iets gericht is en mijn gedachten afdwalen, vallen mijn ogen dicht.
Zo slaap ik door het mooie weer, goede voornemens ten spijt.
Pas als ik op de fiets zit, naar de winkel, krijg ik er iets van mee.
Weer thuis een mail van een collega.
Maandag wacht een kapotte printer me op.

Ik voel me zo klein.
Hoe lief het ook is dat Poes zich tegen mijn gezicht aan nestelt, ik wil me vandaag zelf graag nestelen in iemand, tegen iemand. Ik wil zelf vastgehouden worden en gestreeld. Getroost.

En ik weet het, niet wanhopig zijn, niet afhankelijk. Je moet het jezelf allemaal kunnen geven. Niet wachten op een ander.
Niet verlangen. Want dan richt je je op wat er niet is, op wat je wel zou willen dat er is.
Maar vandaag werk ik niet.
Ook niet aan mezelf.

Zondag 27 april

Het volstaat te zeggen dat het hard nodig was dat ik weer eens opruimde, en de stofzuiger hanteerde.
Dat de kattenbak werd schoongemaakt, dat de koelkast werd doorlopen op maaltijden voorbij houdbaarheidsdatum, in die fase gekomen vanwege het vele overwerken.
Het volstaat te zeggen het nodig was dat ik mijn haar zou verven, mezelf zou verwennen met een hele lange warme douche en lekker ruikende crèmes.
Het volstaat te zeggen dat mijn tuin hard toe was aan de vermindering van onkruid. 3 Zonder succes verplaatste vlinderstruiken uitgegraven, verwijderd en kleingemaakt voor de gft-bak. Graspollen uitgetrokken, de treurwilg van dode takken ontdaan.

Het volstaat te zeggen dat ik gematigd voldaan ben.

Maandag 28 april

Het begint weer van voren af aan.
Veel klanten, heel veel telefoon, en de mensen zijn ongeduldig en soms ook echt onaardig.
We werken over, mijn collega en ik, en we laten eten komen, om voor de verandering eens te eten op zo'n avond.
Aan het eind is er weer een heel klein beetje weg.
Jaja, het glas is halfvol, maar het kost me moeite dat te zien. Dus niet: er ligt nog zo veel, maar er is weer wat weg.


Dinsdag 29 april

Terwijl ik probeer weer wat orde te brengen in de chaos van vandaag breekt het Oranjegeweld om me heen los. Ik hoor gelal, ik hoor de dreunende beat van het café achter ons pand, ik hoor het getoeter van de bootjes door de gracht.
Ik huil terwijl ik werk.
Ik ben op.
Ik werd vandaag bijgestaan door een collega van een andere vestiging. Hij hielp goed maar alle telefonische vragen en klachten naar aanleiding van dossiers van mij of van collega's kwamen bij mij uit.
Een uur voor sluitingstijd nog een rondreis door Scandinavië. Leuke reis, maar moeilijk te boeken.
Zo rond sluitingstijd, als de winkel nog vol zit, nog een rondreis Boedapest, Istanbul, Athene, Venetië. Leuke reis, maar moeilijk te boeken.
Ik neem het aan, en in mijn hoofd raast het, wanneer moet ik deze reis uitwerken?

Zodra mijn collega weg is, barst het bommetje.
Ik merk dat er een boosheid in mij zit, vanwege werk, vanwege andere dingen en ik ben er bang voor. Boosheid is verwoestend, eet als een pacman van mijn rust, mijn zachtheid, mijn hoop.
De stop gaat van mijn ogen, er komt geen einde aan.

Ik loop naar de tram, door de bierdrinkende massa, ik wil ze opzij duwen, ik kan het gelach niet aan.
Mensen lopen me tegemoet. Ik vind niet dat ik persé opzij hoef te gaan. Maar de mensen tegenover me doen het ook niet, lopen dwars door me heen, alsof ik onzichtbaar ben.
Ik loop naar de trein. Op het perron staat een groep Italiaanse toeristen, in oranje gekleed. Heel toepasselijk.
Een meisje uit de groep belt met iemand. Iemand uit Italië waarschijnlijk. Ze weet nog niet dat ze niet hoeft te schreeuwen om die persoon te bereiken. Ik wil voor haar staan. Haar door elkaar schudden. Vragen of ze wel goed wijs is.
Ik sluit me op en sluit me af in een treincoupé, zet muziek op. Zie mijn tranen in de weerspiegeling van de ramen.

Ik houd mezelf voor dat het heel menselijk is om af en toe de weg wat kwijt te zijn, om een soort van oververmoeid te zijn.
Maar ondertussen knaagt het. Dat ik het werk niet aan kan, dat ik er niet geschikt voor ben.
En is de parallel met het leven, met relaties snel getrokken.

Woensdag 30 april

Natuurlijk was het onzin me voor te nemen vroeg op te staan.
Het plan was 's ochtends naar de kleine vrijmarkt en 's middags de tuin in of naar het tuincentrum en daarna de tuin in.

Als ik eenmaal op de bank zit zijn er gelukkig 2 mailtjes waar ik boos op kan reageren.
En als ik dan eindelijk over de vrijmarkt loop is een groot deel van de verkopers al weg, of aan het opruimen. Er zitten nog een paar kinderen met op een kleedje de spullen die hun ouders vorig jaar zelf op de vrijmarkt hebben aangeschaft. Een jongen met puistjes kijkt afkeurend en lacherig naar een vrouw die afwijkt. Ik heb het niet over mezelf. Ik heb het over een vrouw met ongelijke benen, ze loopt moeizaam.
Bij de supermarkt wordt gelachen over een vrouw die afwijkt. Ik heb het wederom niet over mezelf. Ik heb het over een vrouw, sexy gekleed, die niet voldoet aan de gangbare minimumlengte van een volwassene.
Mijn rechtvaardigheidsgevoel en agressie strijden om de eerste plaats.

Ik probeer mezelf te herpakken.
Het klagen is zo saai, en zo voorspelbaar, en het zwelgen wordt me vaak verweten.
Denk na over mijn werkjes, over mijn patronen.
Over dat ik aan het leren ben stiltes te doorbreken, en om te zien wat goed is en wat niet. Over dat ik nu eindelijk durf te kiezen voor wat goed is voor mij, en niet blijf hangen in wat niet goed is. Wat is hier ook te vervangen door wie.
Het zijn aarzelende stappen, maar ze zijn voorwaarts.

Ik kom de laatste tijd in kontakt met mensen die goed kunnen schrijven. Schrijven, met een Hoofdletter, in plaats van het bouqet reeks achtige formuleren dat ik zelf doe. Mensen is hier ook te vervangen door mannen. En 1 man heeft een duidelijke mening over de kwaliteit van de rest. Kwaliteit met een hele kleine letter. Maar dat terzijde.
Is het toeval? Is het een les? Is het om me iets duidelijk te maken?
Ik maak me geen illusies.

Er zijn meer patronen, meer overeenkomsten. Ik word er argwanend van. Ik verafschuw het, maar voel de argwaan, de afstand die ik bij voorbaat al houd. Ik kan dat zien als litteken van eerdere ervaringen, ook als waarschuwing. Als iets wat me zou kunnen weerhouden te snel te gaan, te snel te willen.

Laat ik niet blijven hangen in wat me gebeurd is, wat me is aangedaan, wat ik gelaten heb.
Laat ik leren.
Laat me alleen dat zien wat er is, en niet hopen op wat er misschien is, misschien ook niet.
Laat mij mezelf geen pijn doen, ook als anderen dat wel doen.