Zondag 1 april

Gisteren nog geënspireerd door de mooie lichamen, maar nu geknakt, en beperkt in mijn bewegingen.
Geen houding te vinden vooralsnog waarin ik geen pijn voel. Ben nog niet zo ver als Naharin, die hierdoor zijn eigen danstaal ontwikkelde.

Denk terug aan wat ik gisteren aan iemand schreef, maar wat misschien nog wel meer een brief was aan mijzelf.
Aan wat ik uit het Ja-maar boek haalde en vertaalde naar mezelf. het op zoek gaan naar de echte verlangens, de echte doelen.
Ik had altijd de wens om iets met theater te doen. Roep al jaren met een theaterstuk bezig te zijn. Maar wat ik eigenlijk wil is schrijven, het echte maken van theater laat ik graag aan anderen over, en mijn liefde voor theater en dans kan zich ook in andere vormen uiten, zoals het bezoeken.
Ik had altijd de wens om ergens in uit te blinken, hetzij in schrijven, hetzij in fotograferen, hetzij in iets anders. Maar wat ik eigenlijk wil is gezien en gehoord worden, en dat kan ook door er gewoon te zijn, door dat te accepteren.
Ik had altijd de wens om een kind te krijgen, of eigenlijk om zwanger te zijn, maar verder dan zwangerschappen ben ik nooit gekomen. Maar langzaam begin ik te bedenken dat die behoefte meer voortkomt uit de wens te geven, en uit de wens om leven door me te voelen stromen en ik begin heel langzaam te ervaren daar niet een ander voor nodig te hebben.

Terwijl het rusteloze lichaam zoekt naar een pijnvrije houding komt de geest steeds meer tot rust door niet meer zoveel dingen na te jagen.
Maandag 2 april

Het is vol in de trein. Vol in de trein met mannen. Mannen die naar de autorai gaan. Opgetogen als kleine jongens, een stoere blik opzettend van: papa is op pad.

Zegt de ene streepjesblouse tegen de andere: het verbaast me dat jij zelf de telefoon opneemt als ik je bel.
Streepje 2: hoe bedoel je?
Streepje 1: daar heb je toch iemand voor? Daar heb jij háár toch voor?
Streepje 2: Oh, dat, ja, nou, soms is ze even van haar plek af.
Streepje 1: En dan ga jij zelf de telefoon opnemen?
Streepje 2 lacht schamper, streepje 1 doet mee. Streepje 3 staat naar buiten te staren, alsof hij het langstrekkende landschap interessant vindt. Hij voelt zich er niet bij horen, dat denk ik te zien of dat projecteer ik, en zijn streepjes zijn langer en hebben een hele grote bocht.

De mannen die naar de autorai gaan verschillen nog geen milimeter van de vrouwen die naar de huishoudbeurs gaan, al denken ze zelf van wel. Op de terugweg zitten ze daar, luid pratend met overduidelijk oostelijks en noordelijks accent, thuis bellend dat ze onderweg zijn, grote afstanden overbruggend. Met grote boodschappentassen van Vredestein Banden. In die tassen opgerolde levensgrote posters, die vast een mooi plekje krijgen boven de werktafel in de garage. Als jongetjes zo blij met alles wat ze gesnaaid hebben, folders, hebbedingetjes. Ze vergelijken hun brochures, de merken rollen door de coupé, ze kwijlen bij de plaatjes.

Ze maken grapjes die niet leuk zijn.
Dinsdag 3 april

We hebben het over mijn manier van afscheid nemen. Wat wil ik, hoe wil ik het?
Stilletjes weggaan, uit eten met de naaste collega's, aandacht op een bedrijfsborrel?
En ik verbaas mezelf, én de ander, door te antwoorden zonder er eerst over na te hoeven denken.
Door te zeggen dat ik inderdaad die aandacht wil. Dat ik, in tegenstelling tot eerder vertrekkende collega's, niet zo min mogelijk gedoe wil. Dus ja, ik wil wel een afscheid op een algemene bedrijfsborrel, mogelijk met andere vetrekkenden. En ja, ik wil dat etentje met collega's, sterker nog, ik regel meteen wanneer en waar.
Het voelt goed om zo bewust gedag te zeggen. Om er de aandacht op te vestigen dat ik een punt zet en elders met een hoofdletter ga beginnen.
Om te zijn gezien.

Woensdag 4 april

Na het ja-maar boek even een eenvoudig vermakelijk boek: Michiel van Erp - Voor de geraniums.
In dit boek schrijft de documentairemaker openhartig over zijn belevenissen achter de schermen bij het filmen van Lang Leve... en Op Avontuur.
Met Gretha Duisenberg tussen de tanks in de bezette Palestijnse gebieden, op de Veluwe in gesprek met een achterdochtig kaboutervolk en de moeizame zoektocht naar een geschikte Filiippijnse bruid voor een Brabantse tuinman.
Ik vraag me soms af hoe hij dit durft, zo te schrijven over de mensen die in zijn documentaires voorkwamen. Op film zie ik zijn mededogen, hier soms een afreageren, een typeren.
Maar over het algemeen moet ik er om lachen, een kijkje achter de gordijnen van mensen.
De mannen van de autorai die me ook vandaag weer vergezellen zouden er moeiteloos in passen.

Vrijdag 6 april

2 Woorden.
Goede Man mailt me dat het goed is om te zien dat ik het heft zo in handen neem en eindigt zijn mail met 2 woorden.
Woorden die de hele werkdag blijven hangen, die me als 2 armen omarmen, die me als 2 lippen kussen.

Mis je.
Zaterdag 7 april

Een bezoekje aan een geile winkel.
Maar ik weet dit keer mijn gretigheid te beteugelen, en koop alleen de dingen die ik op mijn lijstje heb staan, en pas na heel lang overwegen en afwegen.
En zo fiets ik weer over het paadje dat me altijd zo gelukkig maakt, met links aan mijn stuur een bak gele violen en 2 goudgele hedera's en rechts een witte regen van 2 meter lang. Tegemoetkomende fietsers kijken eerst naar de boom, dan naar mij, en lachten. Lachen me toe, lachen me uit.
Ik voel me super zelfredzaam.
Morgen krijgt mijn balkon een pimpbeurt.
Zondag 8 april

Het is misschien niet zo verstandig om eerst op te ruimen en stof te zuigen voordat ik met aarde van balkon naar tuin ga lopen slepen, maar ik merk dat het hebben van een opgeruimd huis een vereiste is om verder te komen.
Ik rijg de hedera en witte regen door het tuinhek tegen de zijkant van mijn balkon, vul de bloembakken met gele violen. Dan komt de finishing touch. Ik heb waxinelichthouders gekocht in de vorm van tulpen, en ik bind ze aan de rand van mijn balkon. Witte en gele.
Terwijl ik daar mee bezig ben komt een vrouw uit de straat naar me toe.
Aan haar gezicht te zien heeft ze aan de Prednison gezeten.
"Jij daar, met je ongeboren kind, heb jij nog shag of ongefilterde sigaretten?"
Ik kijk haar met open mond aan. Ze herhaalt haar vraag.
Ik schud mijn hoofd.
"Niemand hier?" vraagt ze.
Ik schud weer.
Ze kijkt op mijn naambordje.
Probeert te raden welke voornaam bij mijn voorletter hoort, moppert als ik daar niet op in ga.
"Gezellig hier", momeplt ze, "ik dacht dat hier mijn vrienden woonden."
Ze loopt weer door.
Ik bevestig mijn laatste bloem, trek de balkondeur dicht en kruip onder mijn dekbedje onder de bank.

Maandag 9 april

Het kost me moeite me ertoe te zetten, zeker als ik de kleding van langslopende mensen zie bollen, maar ik stap toch op de fiets naar een mogelijke locatie voor mijn verjaardagsfeest.
Na 10 kilometer fietsen ben ik nog niet veel wijzer en zijn mijn schaamlippen ingedeukt.

Ik heb Goede Man vandaag dicht bij me.
Zijn 'mis je' als zijn handen op mijn borsten, als zijn vingers op mijn rug, als zijn stem kreunend bij mijn oor.
Ik zei hem laatst dat ik me zou nestelen aan de binnenkant van zijn ogen, waar wel ruimte is voor een ons, voor een samenzijn. Ik zit er, vandaag, en ik hoop dat hij mij ook ziet.

Dinsdag 10 april

Een musketier wijst me op de foto's van James Nachtwey.
Ik ken hem, ik ken zijn werk.
Sterker nog, ik heb ooit over de man gedroomd. Meerdere malen. Gedroomd dat ik met hem op pad was. In oorlogsgebieden, waar hij mij leerde kijken, fotograferen en vastleggen. Waar hij me de onmenselijkheid van het menselijk bestaan liet zien en het weer draaglijk maken van de ondraaglijkheid om het over te kunnen brengen, mensen te doen kijken in plaats van weg te kijken.

Zijn werk is overweldigend. Ontroerend. Hieronder een voorbeeld, hoe ontzettend moeilijk het ook was om er 1 te kiezen, want bij iedere keuze doe je een ander mens, een ander land tekort.
Zijn werk is nog tot 20 juni te zien in het FOAM in Amsterdam.
Woensdag 11 april

Een bijzondere dag. Veelzijdig. Veeleisend. Enerverend.
Als ik nog maar net op kantoor ben, krijg ik telefoon van de directeur. Hij wil met me spreken.
Een uur later zitten we in een café met harde muziek en kopjes thee.
Hij praat, geeft argumenten, zucht.
Ik luister vooral, zucht niet, reageer door middel van vragen, maar geen inhoudelijke reacties. Daarvoor is eerst overleg nodig.
Later op de middag volgt overleg, met vakbond en OR-leden. Ik merk dat het in mijn hoofd razendsnel gaat, wat is er nu nodig, wat heb ik nu nodig, waar ben ik het wel mee eens, waar niet mee, wat wordt er van me verwacht. Soms leggen teveel vragen je geest lam, en dat lijkt vandaag het geval te zijn.

Ik ga weer aan het werk. Ben productief. Werk één voor één de dingen weg. Schrijf een mail aan het bestuur. Probeer weer wat orde in mijn hoofd te krijgen door een agenda op te stellen voor een overleg morgen. Doe daar alvast mijn lees-huiswerk voor.
Krijg dan kramp.
Snel naar de wc, zonder dat collega's iets aan me merken. Terwijl ik mijn darmen leeg en de krampen opvang, moet daarbij opeens aan een bavallende Maxima denken, houd ik net op tijd mijn hand voor mijn mond. Als de eerste dunne lading van onderen mijn lichaam heeft verlaten, draai ik om voor een klonterige massa van boven.

Om 8 uur sta ik buiten, groet mijn collega's. Heb kramp in een been en zie grote vlekken met 1 oog. Ik zie op tegen de treinreis, bang om weer over te geven, over te lopen, flauw te vallen.
Blijf vertederd staan om even te kijken naar een man. Hij staat op de tramrails, zijn knokkige knieën onder een jurk met druk en kleurrijk patroontje. Hij staat stil om even een roze shawltje uit zijn jaszak te pakken. Als een prachtige persiflage doet hij zijn hoofd in zijn nek en slaat de roze doek om zijn kale hoofd, knoopt de hoeken bij elkaar onder zijn kin.

In de trein blijkt opeens mijn MP3 speler het weer te doen, na wekenlange stilte.


Donderdag 12 april

Het is druk in de trein met bejaarden en studenten, ik kan nog maar net zitten.
Het meisje naast me is verdiept in een boek over marketing, die aan de overkant van het pad iets Engelstalig wat er imposant uitziet, met moeilijke woorden en weinig plaatjes.
De jongen daarvoor heeft een rode map waarop staat Theorie 4e jaar, maar het vak kan ik niet lezen, hij heeft zo'n typisch jongenshandschrift.
De man voor mij zit bijna letterlijk met zijn neus in een woordenboek, zo dicht houdt hij het op zijn ogen. Hij leest een Nederlands woordenboek, leest langzaam, zorgvuldig en doet de hele reis over de pagina verschiet-verslinden.
Over een paar maanden zit ik ook weer in de studieboeken.
Vrijdag 13 april

Gisteren was er nog optimisme, nadat de directeur onze vergadering was ingekomen met een nieuw bod, een nieuwe opening. Als ik vandaag op mijn werk kom, rollen de mailtjes binnen die het enthousiasme enorm temperen. Berekeningen wijzen uit dat het helemaal niet zo voordelig is, dat nieuwe bod.
Terwijl het halve bedrijf al aan het zonnige weekend is begonnen, werk ik, werk ik hard. Schrijf ik een mail over dit nieuwe bod aan de directie met daarin een tegenbod, formuleer ik een voorlopige reactie op een instemmingsverzoek en een adviesaanvraag en probeer ik verder de afdeling netjes achter te laten voor degene die het weekend moet werken.
Mijn linkerschouder protesteert. Een zeurende pijn, die hoofdpijn veroorzaakt.
Een paar maanden terug had ik opeens rsi, in de arm aan de andere kant. Ik vond rsi altijd zo'n modeding, iets wat best lastig kon zijn maar wat mij niet zou gebeuren. Ik probeerde wel wat vaker van houding te veranderen, andere werkzaamheden te doen zonder computer, maar het werk moet ondertussen wel gedaan worden.
Wat het nu is weet ik niet. Ook rsi, of een verkoudheid, te zware tassen aan mijn schouder? Ik weet het niet, maar het is best lastig als je een heel weekend in je tuin wil gaan werken.

Zaterdag 14 april

Beetje vluchtgedrag.
In plaats van vroeg op te staan de wekker steeds weer verder te laten snoozen.
In plaats van in de tuin de rotzooi opruimen naar mijn geile winkel fietsen om daar nieuwe spulletjes te kopen.
Maar: er is werk verzet, het begin is gemaakt.

Ondertussen heb ik contact met Goede Man, Heb hem verteld dat ik hem niet meer nodig heb om van hem te houden. Dat hij nu een enorme plus zou zijn, en niet meer een middel om uit de min te komen.
Dat dat niet wegneemt dat ik hem graag zie, graag voel.

's Avonds naar de dorpskroeg.
Het is een warme avond, we kunnen buiten zitten. Ik kijk gespannen om me heen maar hij komt niet en ik vermaak me toch. Ik nestel me op een bank en heb zeer wisselende contacten. Van het prettige gesprek met iemand die een passie heeft voor verlaten benzinestations, naar een korte wisseling van woorden met iemand die spataderen heeft, tot een wonderlijk gesprek met een scenarioschrijver van pornofilms.

Van iemand houden, van hém houden geeft prettige en mooie interne glimlachjes.
Zondag 15 april

Ok, het vroege opstaan lukt niet, maar daarna toch behoorlijk aan het spitten en harken en mijn gft-bak aan het volproppen. Aan het eind van de middag is het nog niet klaar, maar mijn lichaam is er wel klaar mee. Blaren, kromme voeten, gespannen nek en rug.

Ik lees iets in de dorpskrant, ik geloof een citaat van Koos van Zomeren:
'Het is, vond hij, met kunst zoals met de liefde: je bent niet op zoek naar de mooiste van de wereld, maar naar degene die je het gevoel geeft dat je kunt ophouden met zoeken.'

En zo is het.
Maandag 16 april

Komende zaterdag komt er iemand naar mijn huis kijken met het oog op heeeeel misschien een woningruil.
Voor mij een aanleiding om mijn huis eens goed onderhanden te nemen.
Ik zie het als werken aan de basis. Heb vandaag ook een afspraak gemaakt voor de dokter, later deze week, voor wat achterstallig onderhoud.
Ruim nu opeens alles direct achter me op. En als het te donker wordt om op te ruimen in de tuin ververs ik buddies op de vele foto's in mijn huis. Maak een lijstje van wat ik nog wil kopen om nog verder te komen.
Ik vind mezelf echt wel ontzettend goed bezig.
Dinsdag 17 april

Vanaf het begin van de dag loopt het al scheef. Sinds de nieuwe dienstregeling is ingevoerd worden er steeds minder treinstellen ingezet. Dus moet ik regelmatig staan of op slechte stoeltjes in de hal zitten en ik durf wel te beweren dat ik daardoor regelmatig last van mijn rug heb.
Vandaag stappen met mij zo'n 30 studenten in, keurig in pak of krijtstreeprokje/jasje/witte blouse. De vrouwen een rood shawltje om de nek, de mannen een rode stropdas. Ze moeten een presentatie geven, en dragen bordjes met Engelse termen, sales, marketing, enz. Ze zijn een beetje hyper, en ik ben geen ochtendmens.
Met deze mensen lopen we door de trein, tevergeefs op zoek naar een plek. In een halletje kom ik Ex tegen. Hij is ontzettend attent, en biedt me zijn stoeltje aan. Ik maak er gebruik van, maar word wel nog steeds erg chagrijnig van het getetter van de studenten om me heen.
Op het werk wordt het niet veel beter. Aan alle kanten wordt er aan me getrokken en ik weet het even niet. Weet het echt niet. Centraal met de OR staat voor mij steeds de vraag 'wat is er nu nodig' maar er zijn zoveel belangen en zoveel meningen en ik ben zo moe en ik ben het zat en ik ben strontchagrijnig.
Verschil met vroeger is wel dat ik het vooral ook veel roep, in een poging het daardoor klein te houden.
Ik weet dat ik kwaad kijk, op straat, op de terugweg, naar wie dan ook. En ja, dan stoten extra veel mensen tegen je aan, kijken je vies of raar aan, snijden je af als je eenmaal op de fiets probeert zo snel mogelijk thuis te komen.
Ik moet intern lachen om mijn behoefte om me heen te slaan maar heb met het ja-maar boek geleerd dat niet iedere emotie gevolgd hoeft te worden door een handeling.
Ik trakteer mezelf een beetje door vanavond niets meer te moeten.
Woensdag 18 april

1 Omweg, 2 vertragingen en 3 bussen verder ben ik dan toch bij Ikea.
Ik heb een lijstje en heb mezelf ernstig toegesproken dat ik me daaraan heb te houden.
Maar zelfs dan is het nog lastig om weer thuis te komen, en ik zie de meewarige blikken vanuit de auto's bij het zien van de 3 stellingkasten onder mijn arm.
Bij thuiskomst heb ik nog 10 minuten voor mijn volgende ding.
Ik ga naar de dokter.
Ik heb een hele leuke dokter, een zij. Heb haar bepaalde periodes veel gezien en we zitten wel op 1 lijn, qua wat goed is of goed zou zijn en qua humor. Toen ik er voor het eerst kwam zei ze me dat 2 dingen belangrijk waren: ze zou altijd eerlijk haar mening geven en ik zou het met haar aan de stok krijgen als ik niet aardig zou zijn tegen de assistente.
Ik zie haar echt blij zijn als ik vertel dat het zo goed gaat, al een tijdje, en dat het uit mezelf komt en dat ik een andere baan heb, en dat alles op z'n plek valt en dat ik mezelf voldoende waard vind om wat aan een aantal klachten te doen.
Na dit bezoek rijd ik, met een verwijzing voor het ziekenhuis, een manueel therapeut en een medicijnbriefje op zak, naar de Gamma, en nog een paar winkels. Zo wordt deze vrije dag helaas toch een dag van veel voorbereiden en kopen in plaats van doen. En toch voel ik me tevreden.

De grootste stap die ik vandaag gezet heb, en waar ook mijn dokter zo ontzettend trots op was, was dat ik een hele voorraad oude medicijnen heb ingeleverd bij de apotheek ter vernietiging. Ze waren ver over de datum, maar ik wilde ze eerder nooit wegdoen, ze konden in ieder geval nog een kwalijke of dodelijke bijwerking hebben en die mogelijkheid wilde ik achter de hand houden.
Ik zeg mijn dokter dat dat nooit meer de oplossing mag zijn, hoe kwetsbaar deze daad van het weggooien van deze optie ook voelt.

Had het er eerder deze week met iemand over, dat ik als ik me niet zo goed of niet zo stabiel voel, nu iets doe wat goed voor me is, zoals opruimen, of verder met mijn fotoboeken, of een andere klus. In het verleden zou ik mezelf zijn gaan verwaarlozen, plus mijn leefomgeving, zou ik alles erbij trekken in de bevestiging dat het leven niet deugt, met mij erbij.

Ik raak maar niet uitgegroeid.
Donderdag 19 april

Het jongetje wacht samen met zijn moeder tot zijn oma weer met bed en al de röntgenruimte uit wordt gereden. Hij wil niet zelf in een boekje lezen, kijkt liever met zijn moeder mee die de Viva leest. Een oude Marokkaanse man gaat achter hem zitten, zijn dochter staat nog bij de afsprakenbalie. Het jongetje slaat de man joviaal op zijn schouder, de man moet lachen. Het jongetje pakt razendsnel het blauwe gehaakte mutsje van het hoofd van de man. Die moet er nog steeds om lachen, maar stopt het mutsje in zijn jaszak. Geeft de jongen een 2 euro muntstuk, voor zijn spaarpot.

Eenmaal op mijn werk val ik direct in de voorbereidingen van een ingelaste personeelsvergadering, later vandaag. Het kost moeite om de rust te blijven ervaren, de laatste dagen worden erg gevuld door alle gebeurtenissen op OR gebied, en per dag komen alle emoties in sneltreinvaart voorbij en ik dreig soms mezelf een beetje te verliezen.

Ik neem even de tijd voor een Tibetaanse Test. Neem het niet al te serieus, hoewel een aantal antwoorden me ontroeren. Zal alleen koffie moeten leren waarderen.
Vrijdag 20 april

Aan het einde van de middag slaat de paniek toch wel enigszins toe.
Ik wil op tijd weg van mijn werk en moet nog 2 officiële stukken beantwoorden.
Dan snel nog even naar de Xenos, en eenmaal thuis nog naar het tuincentrum, en dan de tuin en de schuur nog opruimen en...
Het op tijd naar huis gaan lukt niet. Het beantwoorden van de stukken wel.
Bij de Xenos hebben ze niet wat ik zoek.
Bij de bloemenzaak op het station vind ik een alternatief voor wat ik anders bij het tuincentrum had willen kopen. De rust komt langzamerhand terug.
Thuis werk ik 1 voor 1 wat klussen af en maak ik een lijstje voor morgen.
Het leven is weer overzichtelijk.
Zaterdag 21 april

De potentiële woningruilster vindt mijn huis leuk.

Eén voor één werk ik mijn klusjes af, en laat liggen wat niet echt belangrijk is.
Zet mijn huis vol met gele tulpen, rode gerbera's en oranje ranonkels.

Het is leuk om met de ogen van een ander door mijn huis te kijken. Ben wel tevreden met wat ik zie, en tevreden met de reacties die ik hoor.

's Middags zit ik met de musketiers op een terras in de zon, wijntjes te drinken en ons leven door te nemen.
Ook hier ben ik tevreden met wat ik zie, en tevreden met de reacties die ik hoor.

Bij thuiskomst is het enigszins licht in het hoofd.
Ik krijg een mail van iemand wiens camera ik wil kopen. Een digitale spiegelreflex.
We maken een deal. Vrijdag ga ik 'm halen.

Het leven is verrukkeluk.
Zondag 22 april

Het is een bijzondere week geweest.
Een week waarin ik ben gaan minderen met medicijnen. Dat kan gevolgen hebben, bijwerkingen en ik moet dan ook veel naar de huisarts komende tijd om te controleren of de bijwerkingen van tijdelijke aard is, of dat er te veel, te snel wordt afgebouwd.

Donderdag kwam ik op mijn werk de schoonmaker tegen toen ik een maaltijd in de magnetron stopte. Eten, vroeg hij verbaasd. Ik knikte. Je moet toch afvallen, zegt hij. Ik lach, en ik meen mijn lach. Van niet meer eten val ik definitief af, zeg ik. Val ik uit het leven.

Vrijdag sta ik in de tram. Een man komt achter me staan. Heel dicht bij me staan. Ik denk eerst nog dat ik me vergis, maar hij is wel degelijk bezig om iets wat een piemeltje moet zijn tegen mijn billen aan te rijen. Ik ga anders staan, maar hij volhardt. Ik voel alleen een onderlichaam, maar kan dat piemeltje nog niet ontwaren en heb daar ook geen behoefte aan. Ik verzet mijn voet waardoor mijn hak doelbewust op zijn voet komt te staan. Auw, roept hij. Ik kijk achterom, kijk hem uitdagend aan. Hij loopt snel langs me.

Het leven is goed, ook met minder medicijnen.


Dinsdag 24 april

Oh Goran.
Goran, laat mij je lippen kussen, laat mijn vingers over je huid verdwalen, laat mij door je prachtige zwarte haren woelen, je van je witte pak ontdoen.
Laat je hoofd op mijn zachte buik tot rust komen, laat mij je melancholische zigeunerhart omhelzen, leg je hand tussen mijn benen en raak daar de snaren die je vanavond met je muziek geraakt hebt.

Ik ben met Ex naar het concert van Goran Bregovic. Hij komt met zijn eigen Wedding and Funeral Band uit Sarajevo, een zeskoppig mannenkoor uit Belgrado, twee zangeressen uit Bulgarije en heeft ook de Est Kristjan Järvi met diens New Yorkse Absolute Ensemble, met Vesselin Gellev op 1e viool.
Hij voert uit Forgive me, is this the way to the Future? - Three letters to three Prophets, voortgekomen uit de conflicten tussen de drie godsdiensten uit zijn woonplaats: het katholicisme, het orthodoxe christendom en de islam. Het thema is verdraagzaamheid en hoopt dat het publiek even kan dromen van een ideale wereld.

Vorig jaar zag ik hem voor het eerst live, in Paradiso, en de tranen stroomden over mijn wangen.
Nu is de zaal wat afstandelijker, het Concertgebouw, maar zelfs de oudere mensen in het publiek kunnen niet stilzitten en grijpen iedere kans aan om hun broze botten in beweging te brengen.
Ik voel me wat verantwoordelijk voor deze avond ten opzichte van Ex. Annie, zijn moeder, zei dat de zigeuners de muziek hebben uitgevonden en ik dacht daarom dat dit echt een kado voor hem zou zijn.
Maar nog meer is dit een kado voor mij.
Ik leg mijn handen geopend op schoot, laat het leven door mij stromen.
De lust bij de musici die zo overduidelijk zelf verwonderd zijn, ontroerd zijn door hun samengaan. De erg  aantrekkelijke dirigent die op een niet alledaagse manier het gezelschap opzweept, aanspoort. Goran die alle conventies overboord gooit, die je tergt door de ontlading uit te stellen, om vervolgens dat hoogtepunt boven je verwachtingen uit te laten stijgen.
Ik snak naar pauze, en zou het ook niet kunnen verdragen.
Ik word ondergedompelt in emoties zonder mezelf te verliezen.

Dit is seks.
Dit is liefde.
Dit is levenslust.


Woensdag 25 april

Hè get.
Het begin van 3 vrije dagen en alweer ziek.
Hoesten, niezen, een knallende kop en een constante staat van kippenvel.

Gisteren zijn op mijn werk de acties begonnen. Iedere dag een actie, nu nog behoorlijk subtiel.
Het is raar er niet bij te zijn.
Maar de komende 3 dagen had ik plannen. Lekker fietsen, bezig met de voorbereidingen van mijn feest.
En vrijdag de camera ophalen.
Vandaag geef ik er maar aan toe.
Kruip ik met een dekbed op de bank.
Morgen moet het over zijn.
Vrijdag 27 april

Het ziet er wat dubieurs uit, hij geeft me een doosje met artikelen, ik overhandig hem de flappen, en dat alles op een parkeerterrein van het station van Zaltbommel. Maar ongeveer 7 minuten na mijn komst op dat station ben ik een tasje rijker met daarin de door mij zo gewenste digitale spiegelreflexcamera met diverse lenzen.
Wachtend op de stoptrein terug speel ik er alvast wat mee.
Maak thuis wat foto's in mijn huis, maar het onderwerp is niet bijster interessant om geweldige foto's mee te maken. Maar op zoek gaan naar dingen die meer boeien zit er even niet in, mijn hoofd is koortsig na mijn onderneming, mijn adem heeft een hardnekkige reutel, het hoesten gaat door.
Het weekend moet ik werken, dus rust is nodig nu.

Daar zit ik dan, met de nieuwe camera op mijn buik, te kijken naar de gele tulpenblaadjes die de steel verlaten.
Zaterdag 28 april

Het is niet dat het slecht gaat, of minder goed. Het is af en toe even een associatie, even een beeld van die periodes dat het minder ging, even een mogelijke aanleiding voelen om weg te kúnnen glijden maar het vervolgens niet doen. Ik maak me geen zorgen, maar denk ook dat ik komende week niet nog verder moet gaan minderen met de medicijnen. Nog even niet, ik heb geen haast, er zit voor mij geen taboe op, eerder nieuwsgierigheid naar of het zonder kan.

Zondag 29 april

Mijn laatste werkzondag.
Hoe onwerkelijk het ook voelt dat ik straks ander werk doe, andere collega's heb in een hele andere branche, ik word me wel steeds bewuster van laatste dingen.
Een laatste vergadering, een laatste avonddienst, een laatste keer op zondag zo vroeg op.
Normaal gesproken vraag ik al wanneer een collega zijn of haar volgende deinst heeft. Nu krijgt het een extra lading, zie ik die persoon nog?

Op het plein naast me staan rijen dik jongens en mannen in rood-wit shirt naar een groot tv scherm te kijken. We horen af en toe gejuich, maar ook een veelzeggende stilte. Dan vuurwerk en als ik ga kijken zie ik de mannen huilend het plein verlaten.
Op het andere plein worden podia opgebouwd.

Een stad maakt zich op voor mensenmassa's.
Maandag 30 april

De ochtend ben ik vooral bezig met het maken van een keuze: ga ik de stad in of het bos.
Ik besluit uiteindelijk om geen geld uit te geven, en het bos in te gaan.
Ik fiets naar de plek waar ik mijn feestje wil geven.
Onderweg fotografeer ik met mijn nieuwe toestel een hooizolder die ze open hebben gemaakt, een tafel onder hebben gezet, een hangmat. Ik leg schapen vast, met lammetjes, mooie bosweggetjes. Bij de plek van het feest loop ik rond, op zoek naar het toiletgebouw waar overal naar verwezen wordt maar onvindbaar blijft. Essentieel voor het feestje. Ik ga aan een picknicktafeltje zitten. Een oude man wankelt naar me toe. Stilstaan is geen optie. Zijn ogen zijn troebel, en hij kijkt me niet aan als hij vraagt of we even zullen trekken. Veel van wat hij zegt versta ik niet, maar zijn bedoeling is overduidelijk. Of ik wat wil bijverdienen, vraagt hij. Als ik nee zeg, zucht hij dat hij nu voor niets is gekomen. Vraagt of we niet toch een boswandeling kunnen maken.
Wankelt uiteindelijk weer weg, bij mijn aanhoudende nee,
Ik maak me op voor de terugweg, besluit de mooie route binnendoor te maken. Laat Ex weten dat ik naar hem toe zal komen. Dan, op nog geen 1/4e deel onderweg, krijg ik een lekke band. Daar loop ik dan, voor lul met mijn fiets aan de hand, met geen andere mogelijkheid dan door te lopen. Ex laat per sms weten dat hij spulletjes heeft en ik besluit nu geen nee te zeggen.
Een gele vlinder vliegt een tijdje met me mee, voor me uit.
Een eekhoorn peuzelt op een nootje.
De vogels fluiten blij, en ik loop door.
Ex plakt mijn band, kookt een maal, en we vouwen ons leven voor elkaar uit.

Een waardevolle avond.

Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN
april 2007