Zaterdag 1 april

In de trein scheur ik een berichtje uit de krant:

Leedvermijding heerst

"Er is geen geluk. Er is alleen maar leed", stelt de schrijver Marcel Möring in zijn essay Lijdenslust. De auteur van onder meer Het grote verlangen hekelt het moderne streven om lijden uit te bannen.
"Leed is iets geworden wat niet hoort, en als het onvermijdelijk is en zich toch voordoet, dan wensen we er niet mee te worden geconfronteerd", schrijft Möring in zijn essay. De moderne technologische oorlogvoering op afstand en de euthanasiepraktijk noemt hij als voorbeelden van leedvermijding.
"Geluk is leed dat kortstondig wordt vergeten ten behoeve van de eigen, even kortstondige, zielenrust".

Op de terugweg heb ik de wind mee.
Drie slagen met mijn trapper en ik ben thuis.


Zondag 2 april

De wind is gedraaid.
Ik voel me zieker en zieliger worden met elk zuchtje wind wat mij verwijdert van mijn huis en mijn bed. Alle krachten spannen samen om het mij zo moeilijk mogelijk te maken. Maar des te warmer het dekbed, confortabeler de bank.
Maandag 3 april

Op deze dag waarop ik nauwelijks lucht meer krijg, een record aantal niezen nies, mijn longen uit mijn lichaam hoest, op deze dag sluit een zeer sterke bewonderenswaardige prachtige vrouw voorgoed haar mooie grote ogen.
Dinsdag 4 april

Annie zit op haar vaste plek aan haar tafel en voert met de haar kenmerkende stem geanimeerde gesprekken met de mensen om haar heen. Ik zie een paar bekenden, allen mensen die vooral 1 woord uitdragen: leef!
Ik zie Wim, de radio dj, die lekkere muziekjes voor haar draait, Willem en Joop, die praten over films, en toneel, Ischa en Annie MG die hun interview voortzetten, ik hoor de opzwepende trommels van Margriet, zie de geestdrift in de ogen van Sammy, mijn naamgenoot, de naamgever van deze site, terwijl hij de bal probeert op te houden met afwisselend zijn rechter- en linkerknie. Ik zie de mooie bloemen op tafel, de bloemen die Kees heeft meegebracht.
Op een hoekje van de tafel zit een vrouw. Tranen druppen uit haar prachtige krachtige ogen, over haar witroze wangen, langs de mondhoeken die meestal naar boven gericht staan.
Annie slaat het gade, observeert, registreert.
Maar ze gaat niet naast haar zitten, schuift haar stoel niet naast haar.
Nog niet.
Woensdag 5 april

Hoeveel vrouwen, hoeveel voorbeelden, heb ik nog nodig?

Ik denk aan de vrouw die een man kreeg, een kind, en kanker.
De vrouw die zei:
geef geen dagen aan het leven
maar leven aan de dagen.
De vrouw die vol levenslust en kracht en inspiratie haar einde tegemoet ging.

Ik denk aan de vrouw die mij vrouw noemde, die mij vrouw liet zijn.
De vrouw die mijn 2e mama was, die me in mijn waarde liet en deed groeien, die me fouten liet maken zonder minder van me te houden.
De vrouw die volkomen zichzelf bleef, tot op het allerlaatste eind.

Ik denk aan Frederique, nog maar net 2 dagen dood.
De vrouw die vocht, genoot, uitdagingen opzocht.
De vrouw van wie haar vrienden zeggen dat ze het leven opvrat.

En ik kom niet veel verder dan het in het zand steken van mijn hoofd, mijn lijf.
Niet veel verder dan naast het leven staan.
Donderdag 6 april

Waarom blijft het toch makkelijker om gedrag wat niet gezond is, niet gelukkig maakt, in stand te houden, terwijl je precies weet wat je zou moeten doen om wel gezond en wel gelukkig te kunnen zijn. Het ligt in mijn eigen handen en ik laat het glippen.
Ik weet op zich dat bestaand gedrag moeilijk te veranderen is, patronen moeilijk te doorbreken. Weet ook dat dit gedrag niet voor niets is ontstaan, en ken de oorsprong. Vaak is dat genoeg, dat inzicht, om los te laten.
Maar ik hou er te krampachtig aan vast, verschuil me er te diep achter.
En het laat me achter met de vraag:
wat levert dit gedrag me meer op dan dat wat mij gelukkig maakt...
Vrijdag 7 april

Het zweet staat op mijn voorhoofd als ik boodschappen doe. Ik voel mijn koorts, ik voel mijn verlammende vermoeidheid.
Ik kom Ex tegen en hij biedt aan te koken. Ik neem het aan. Als je ziek bent moet er voor je gezorgd worden. Erom vragen kan ik niet, maar deze aanbieding aannemen kan ik wel.
Dus zit ik even later aan de keukentafel die ooit bij Annie stond, met haar lampen, haar vaas, haar bank en haar foto.
We hebben het over mailadressen. Hij vindt dat het makkelijk zou zijn als iedereen zijn of haar eigen naam erin zou verwerken, ik zeg hem dat ik er mijn achternaam nooit in zou willen gebruiken. We hebben het over het dubbele van de anonimiteit hier, dat ik wel allerlei persoonlijke dingen deel met de hele wereld, maar dat ik liever niet heb dat bepaalde mensen weten dat ik hier achter zit.
Hij zegt me dat ik iemand ben die zichzelf nooit helemaal laat zien. Ik laat het binnenkomen, denk er over na, denk terug aan die keer aan de eettafel bij mijn ouders, waar we met het hele gezin zaten te eten en mijn moeder me plotseling aankijkt en zegt: wat gaat er toch een wereld achter jou schuil, en ik voel me betrapt, ik voel me gezien.
We hebben het over grafstenen, en ik zeg dat ik er alleen mijn voornaam op wil. Leg uit dat die naam voor mij alle lading dekt, zelf gekozen, en voor mij staand voor vrijheid, voor een eigen identiteit.
Hij kent mijn verleden, kent mijn allergie voor het we-gevoel, kent mijn behoefte aan het losmaken van mijn ouders, maar noemt het triest. Triest dat ik me kennelijk nog steeds af moet zetten, dat ik niet geassocieerd wens te worden met mijn ouders, met waar ik vandaan kom. Hij heeft zelf een goede reden om soms moeite te hebben met zijn eigen achternaam. Kind van gescheiden ouders, en een intense band met moeder en het niet willen van een band met zijn vader, maar toch draagt hij zijn naam, en denkt hij er niet over dat te ontkennen of te willen veranderen, en zal later op het familiegraf van zijn moeder ook die naam komen te staan.
Ik sputter nog wat tegen.
Zeg dat het niet alleen is uit hekel voor mijn ouders en hekel voor mijn verleden, mijn afkomst. Zeg dat ik sowieso niet zo van achternamen ben, dat ik mezelf als individu wens te zien.
Maar hij heeft een punt.
Het is triest dat ik nog steeds de rebel ben, nog steeds mijn gedrag laat bepalen door wat vroeger gebeurd is, hetzij in meegaan hetzij in afzetten, dat ik zo mijn best doe iemand te worden, maar mezelf nog constant ontken.
Zondag 9 april

Via de aflevering van Wie is de Mol op vrijdag kom ik bij één van mijn stokpaardjes: follies.
Follies zijn rare bouwwerken waar het puur om de architectuur gaat. Ze kunnen van alles zijn en dat is meteen het meest kenmerkende van een folly. Er is geen strikte definitie voor te geven. Het bouwsel kan een onderdeel vormen van een romantisch aangelegd park of het kan een verkleinde kopie van een gebouw zijn.

Een uur rijden van het centrum van Buenos Aires, midden tussen de arme buitenwijken, ligt het vreemde dorpje Campanopolis. Het is gebouwd in verschillende architectonische stijlen. De eigenaar is een rijke Argentijn. Hij besloot met gebruikte materialen, als hobbyproject dit dorp te bouwen. Alles is tot in detail uitgevoerd; pleinen met fonteinen, kerkjes, windmolens, boerderijen en kastelen. Er hangt een magische sfeer, vooral omdat binnen in de gebouwen niets is dan leegte en onlogica. Trappen die nergens naar leiden, deuren die geen functie hebben en alles is oud en vervallen.
Het dorp is geheel onbewoond en verlaten.

Ik ben al bij diverse follies geweest in binnen- en buitenland.
Vaak gaan er makers achter schuil die centraal hebben gestaan in De Stoel, of andere soortgelijke NCRV programma's rond markante mensen.
Zo was ik samen met Ex ooit op bezoek bij Huib Maas die in Lierop van afval een paar kleine kasteeltjes had gebouwd, gevuld met nostalgische huishoudelijke blikken en met alle soorten bierblikjes die hij zo te ruilen zelf had leeggedronken.
Ook reed ik ooit met Ex een erf op van een man die net op het punt stond om warm te gaan middageten maar zijn eten toch liet staan om ons rond te leiden in zijn tuin waar meerdere gebouwen van de wereld waren nagebouwd, zoals de Eifeltoren maar ook een echt planetarium waarin we rond konden draaien.
Zelf was ik ook een keer op bezoek bij een ouder stel in Limburg wat in hun achtertuin een dorp had gebouwd voor kabouters.

Mijn hoofd stroomt vol met ideeën voor een op hande zijnde verrassingsdag.
Maandag 10 april

Een dag waarop ik het ziektekleed van me af laat glijden.
De griep trekt weg uit mijn hoofd en mijn aderen en langzaam worden mijn ogen weer wat groter en mijn gelaatstrekken meer ontspannen.
Langzaam kom ik in beweging.
Die beweging stopt als ik voor het naar bed gaan erachter kom dat mijn mobiel de hele dag heeft uitgestaan en dat er een berichtje is ingesproken door de bedrijfsarts die me die ochtend op een afspraak had verwacht.
Dinsdag 11 april

Intense verdrietige dromen over de zelfgekozen dood van een dorpsgenoot.
Ik krijg er een sms over terwijl ik met De Dokter op pad ben. Hij troost me, maar zijn aandacht gaat vooral naar een andere, vrouwelijke, dorpsgenoot.
Het lukt me maar moeilijk de droom van me af te schudden, maar wordt gewekt door de harde realiteit van mijn mobiele telefoon.

Eindelijk iets meer wakker en iets minder beelden op mijn netvlies probeer ik de niet minder harde realiteit van mijn echte leven onder handen te nemen en in eerste instantie onder ogen te komen.
Probeer ik ook niet te vluchten in nieuwe dingen zoals op de fiets stappen om 3 nieuwe kamerlindes te kopen en aan mijn stuur te vervoeren, maar richt ik me eerst op het opruimen van de huidige spullen en ruimtes.
Ik kan het niet vaak genoeg (tegen mezelf) zeggen: de toestand in je huis reflecteert de toestand van je zelf.
Woensdag 12 april

Mijn collega staat op het toneel.
Hij zingt, vertelt, verbindt, hij heeft het naar zijn zin en bij mij gaat het jeuken.

Ik ben zelf meer een achter-de-schermen-mens, maar wat is het toch mooi om te maken,
te creëren en te vormen.
Het vinden van een vorm, vorm te geven aan dat van binnen, dat wat broeit, dat wat jeukt.

Een liedje uit de voorstelling:

Voor een verre prinses

En voordat ik ging slapen
was er op de radio
wat stemmige muziek
een beetje weemoed voor de vaak
een beetje heimwee in de maak
een beetje treurigheid en zo.

Toen is mevrouw Herinnering
met mij op stap gegaan
helemaal naar jou
en ik dacht wat was het fijn
en ik dacht waar zou ze zijn
een heel eind hier vandaan,

Een speelse jonge hond was jij
een mooie gekke meid
we waren nog zo jong
en we dachten er niet aan
met elkaar naar bed te gaan
en dat spijt me nog altijd.

Opeens toen was het uit
en ben ik doodgegaan
dat wist je zeker niet
nu ik die late platen hoor
komt het verleden zuiver door
'k heb meelij met mezelf.

(...)

Willem Wilmink
Donderdag 13 april

Een mailtje van Schoolbank met de aanmelding van de jongen van wie ik mijn eerste zoen kreeg.
Vrijdag 14 april

Op een comfortabele stoel zitten en prachtige dingen voorgeschoteld krijgen.
Met een collega waarmee ik de jeuk voor kunst, voor dans, deel ga ik naar Rosas, het Belgische gezelschap rond choreografe Anne Teresa de Keersmaeker.

Voor de pauze Raga for the rainy season.

In het programmaboekje: choreografie voor negen dansers, acht vrouwen en een man, die een reeks variaties brengen op de muziek van een Indiase raga voor het regenseizoen. Deze raga is een muzikaal gebed over de melancholie die wordt opgeroepen door de regen en het wachten. De verschillende stadia van het wachten terwijl het buiten regent. De bewegingen zijn smachtend, uitgevoerd in een stille, naar binnen gekeerde concentratie, lichamen dragen en worden gedragen, dansers bewegen in unisono die weer verbrokkelt, uit elkaar drijft, kleine rituelen uit het dagelijks leven van de wachtende vrouwen zijn zichtbaar in het bewegingsmateriaal, dat af en toe wordt geïnjecteerd door een snelle staccato, een wanhopig vallen en opstaan, gevolgd door troost.
Want het wachten roept weerstand op, de lineaire traagheid wordt verstoord door passioneel verzet. Elk individu breekt op haar manier uit de eindeloze stroom emoties en bewegingen.

Als na het eerste applaus het publiek zich massaal naar de koffiecorner spoedt blijven wij zitten. "Ik ben in trance", zegt mijn collega op het moment dat het woord bedwelmend in mijn hoofd rondzingt en we praten over wat ons beroert en wat ons beweegt.
Het kleine wat groot(s) overkomt, het maakt een groot gebaar overbodig.
Zo intens, zo voortkomend uit lijf en leden.


In het programmaboekje over A Love Surpreme:
In het 2e deel meer dan ooit plaats voor het onverwachte, het onvoorziene. De uitdaging wordt om improvisatie en gecomponeerd materiaal elkaar werkelijk te laten ontmoeten, te verweven met elkaar, in elkaar te laten opgaan.
Twee mannen en twee vrouwen dansen op het gelijknamige muziekstuk van John Coltrane.

Hoe zet je de spanning tussen strucuur en vrijheid, die zich als een evidentie manifesteert in jazzmuziek, hoe zet je die om in dans?

Hoe organiseert een groep dansers zich spontaan tijdens een voorstelling? Hoe verhoudt het individu zich tegenover de groep? Hoe vertel je je verhaal, als groep, als individu? En hoe ondersteun je elkaars verhaal?

We zijn diep onder de indruk en vol ideeën en beelden.
We willen maken, het jeukt weer.

Op de fiets terug naar huis ruikt het naar vers warm brood.
Zaterdag 15 april

Gisteren kreeg ik via de mail de aankondiging van een gesprek de komende week over mijn verzuim en functioneren op het werk.
Het bijt zich in me vast en laat me niet meer los.

Goede vrijdag.
Zondag 16 april

Op vrijdag maakte ik een lijstje van wat ik allemaal in 3 vrije dagen zou gaan doen. Het lijstje groeide en groeide en ik zag het opdoemende probleem van niet kunnen kiezen waarmee ik zou beginnen.
Zaterdag kocht ik spulletjes die nodig zijn om al die dingen te kunnen doen. Verder deed ik niet veel meer dan kijken naar dat wat ik zou doen. Zo keek ik naar de witte verfvlek die als een plas bloed mijn keukenvloer overspoelde nadat ik het potje vorige week uit mijn handen had laten vallen en die ik nu met de nodige hulpmiddelen onder handen zou nemen.
Zondag werd ik wakker door een zeer luid en aanhoudend gerinkel van glas.
Poes springt weg van de plek tegen mijn buik. Ik sta op. Vraag me af of de Ex van mijn Man de ruit voor of achter heeft ingegooid.
In de keuken zie ik de schade op de vloer liggen.
De pluggen van een keukenplank met daarop diverse glazen potten zijn uit de muur komen zetten. De inhoud ligt op de vloer en bedekt ook de verfvlek.
Krenten, bloem en bruine suiker vermengd met bieslook, kerrie en gedroogde thijm.
Ik sluit de deur om Poes te beschermen terwijl ik zelf op blote voeten de boel bij elkaar bezem en ga daarna weer in bed liggen.

Bedenk me de rest van de dag wat ik allemaal had willen doen en kunnen doen.

Dan zie ik Man thuiskomen. Hij rijdt in een personenbusje, waarmee hij in zijn vrije tijd mensen in rolstoelen vervoert. Ik geniet ervan hem zo energiek en zelfstandig over straat te zien lopen naar zijn huis, maar zorg dat hij me niet ziet.
De pluggen van onze relatie staan op scherp.

's Avonds smssen BHV en ik onze zuchten naar elkaar over patronen die we maar niet doorbroken krijgen.
Op haar aanraden volg ik mijn instinct.
Op tv zag ik vandaag een man die vertelde in de goot te liggen tot hij op een dag een veertje zag dwarrelen. Hij volgde het veertje op de lange weg naar beneden en zijn leven werd licht en zijn leven werd anders. Híj werd anders, greep in.
Ik volg mijn instinct en ga in mijn kast op zoek naar een geschikte kaart. Dan kom ik er één tegen, een blauwe achtergrond met een paar dwarrelende witte veertjes.
Ik schrijf er een lieve boodschap op, dat 'ie zo leuk is en dat ik hoop dat ik aanleiding ben voor een glimlach op zijn mooie gezicht. Ik doe de kaart in een envelop en de envelop in plastic. Ik doe er plakbandjes op en trek mijn jas aan.
Loop rechtstreeks van mijn deur naar het busje en plak met één rake beweging het zakje op het raam van de bijrijdersstoel.
Met een grote glimlach maar met mijn ogen naar beneden gericht loop ik zo onopvallend mogelijk mijn huis weer in.
Maandag 17 april

Langzaam leg ik me er bij neer dat deze vrije dagen lege dagen zijn.
En dus kijk ik programma's als Dr Phil en Oprah. 
Bij hem zat een echtpaar, de man alcoholist en de vrouw constant kwaad op hem. Ze mishandelt hem, fysiek en bij Dr. Phil legt ze het verband met haar vader die ook alcoholist was en die haar moeder mishandelde. Bij haar vader kon ze haar kwaadheid daarover niet kwijt, en dus heeft ze een man gekozen bij wie ze dat in kon halen, een surrogaat vader.
Bij Oprah zitten een paar vrouwen die vertellen over hun seksverslaving. Vrouwen die constant op zoek zijn naar seks, met als onderliggende behoefte om bij iemand te zijn, door iemand te worden vastgehouden, gewenst te zijn.
Ik heb die verslaving niet zo zeer, maar herken wel heel erg de pijn, en het constant zoeken naar een middel om die pijn te doven.
Het gaat niet om de seks en eigenlijk ook niet om de ander, het gaat om het denkbeeld, nee, de overtuiging er niet te mogen zijn, niet gewenst te zijn.
Mijn ouders hebben me dat gevoel vanaf het prille begin gegeven.
En dus deed ik dat wat niet mocht, om maar bij ze op te vallen.
Zocht ik mannen op, die me kortstondig het gevoel gaven dat ik wel bestond, dat ik er wel mocht zijn. Had/heb anderen nodig als bevestiging van mijn bestaan.
Tegelijkertijd manoeuvreerde ik mezelf in situaties die me bewezen dat ik minderwaardig was, of ben. Zocht ik de aandacht van hen die niet kónden blijven en als ze weggingen vertaalde ik dat in niet wíllen blijven.
Het is handelen uit een gevoel dat je niet beter verdient.

Het kaartje stiekem ophangen op het busje van Man was grappig, was een actie van het kind in mij. Hetzelfde kind dat verrassingstochtjes organiseert voor vrienden of familie, wat (te) grote kadootjes koopt of maakt om maar in de smaak te vallen. Het kind wat maar niet volwassen worden kan en constant bang is voor afwijzing en verantwoordelijkheid.

Ik begin te leren het kind niet, zoals mijn ouders dat deden, te verstoten maar om het bij de hand te nemen en te omhelzen.
De tranen druppelen over mijn wangen als ik in de trein naar huis rijd.
Om mij heen een groep studenten die druk over studies en studenten aan het praten is.
Stromen over mijn gezicht als ik naar mijn fiets loop.
Stollen als ik mijn slot niet openkrijg.
Hopen zich op in boosheid als ik met mijn achterwiel opgetild naar Ex loop, die zijn moeders keukentafel beschikbaar heeft gesteld voor het opvangen van mijn tranen.
Waar dan dus nieuw verdriet zich zal vermengen met oud zeer.

Halverwege is er even de opklaring. Ik sleep mijn fiets naar de stationsrijwielmeneer om mijn fiets daar achter te laten. Maar de vriendelijke man staat er op mij verder te helpen, pakt smeerolie, hamers en tangen en uiteindelijk een slijptol.
En dat allemaal gratis.

Bij Ex barst mijn kop uit elkaar maar mijn tranen komen niet.
Een jonger vrouw

In mij is een jonger vrouw dan ik
met lichter ogen en smalle handen.
Zij staat op kleine gespitste voeten
door mijn ogen naar buiten te zien.
Zij kijkt naar de dagen, naar licht en naar kleuren,
ziet alles verwonderd, ziet alles heel schoon.
Beiden verlangen we, dat zij kon spreken,
dat zij kon bewegen en leven en breken
de donkere, die om haar woont.

Ankie Peypers, uit Verzamelde gedichten






Loretta Lux, Martha
Woensdag 19 april

*** HET GESPREK ***
Donderdag 20 april

af·scheid (het ~, ~en)
1 het scheiden als handeling van personen van wie de een de ander gaat verlaten
af·schei·den (ov.ww.)
1 (een kleiner geheel) scheiden van een groter geheel => afzonderen, segregeren, separeren
2 (een ruimte) van een aangrenzende ruimte scheiden
3 (een stof) afvoeren uit het orgaan waarin ze is gevormd

De enige voor mij leesbare met blauwe pen geschreven letters op het witte blad van de persoon tegenover mij.
Vrijdag 21 april

Ik heb Ex gedwongen met mij te gaan lunchen. We stellen ons gezicht en onze naakte armen bloot aan de eerste warme stralen van de zon en aanschouwen het marktplein waar de kramen worden afgebroken en de terrassen worden uitgebreid.
We praten, we zijn stil.
Ondertussen gaan flarden van Het Gesprek door mijn hoofd.
Dat ik een last ben, geen lust.
Dat het beter zou zijn als ik weg zou gaan.
En dat het beter zou gaan als ik weg zou zijn.

Ik ben nog op zoek naar het midden, het midden van de werkelijk gesproken woorden en het midden van mijn werkelijk ervaren gevoelens.
Probeer niet al te streng te zijn, niet te denken dat ik niet te bitter mag zijn, niet boos of verdrietig, probeer niet rond te laten zingen dat ik dit verdiend heb en nooit beter zal verdienen.

's Avonds, bij Ex thuis, draaien we om en om muziekjes waar herinneringen aan kleven, mooie, leuke en moeilijke momenten vertaald in muziek. Nummers waar we op gezoend hebben, met een ander.
Zijn tranen vloeien rijkelijk, de mijne zitten vastgeroest.
Maar als ik thuis een kijkje in het dorp neem en daar een paar mannen op het dorpsplein zie zitten die mij eerder hebben afgewezen steekt de storm in mij op.

Zaterdag 22 april

Zo'n 2 weken geleden stootte ik een vaas om over de kast waarop ik net mijn laptop had gelegd.
De laptop waarvan het klepje om het geheugen en de andere interne ingewanden van de computer
te beschermen was afgebroken. De laptop met een grote harde schijf waar al mijn bestanden op stonden,
vooral de bestanden van deze site.
Ik legde me er bij neer, er gebeurt de laatste tijd zo ongeveer een rampje per dag en op een gegeven moment word je onverschillig en haal je je schouders op. De computer bleef zwart, ook nadat ik hem uitgebreid in de zon had laten drogen.

Ik begon wat meer te doen op de andere, nieuwere, snellere laptop die helaas een kleine harde schijf heeft waardoor ik steeds keuzes moest maken en er weer programma's af moest gooien om schijfruimte te winnen.
Begon weer met het opzetten van deze site.

Ooit verloor ik al mijn bestanden door het downloaden van de nieuwe versie van dit programma.
Bleef daarom werken in de oude versie en vond dankzij een lezeres de oude bestanden weer terug.
Nu ik alle originele bestanden in het water had laten vallen leek het me goed opnieuw te beginnen in die zin dat ik nu de nieuwe versie wel zou installeren, en daar de site in zou gaan maken en onderhouden.
De html bestanden moest ik per dag vertalen naar het programma maar dat moest dan maar en ik werd weer blij bij het restylen. Met name op de links naar mijn aanraders was ik reuze trots.
Iets publiceren durfde ik niet. Was bang dat mijn oude site te overschrijven en alle content weer kwijt te raken.
Dus hoopte ik dat de lezer geduld zou hebben, maar ook voldoende nieuwsgierigheid en belangstelling om weer terug te keren, het zou blijven proberen totdat alle oude data weer een plek zou hebben gekregen.

Toen was het vorige week donderdagavond.
Ik moet een fotocollage maken voor het zoveel jarig huwelijk van een oom en tante.
Ik moet een fotoprogramma installeren op de laptop met de kleine harde schijf en natuurlijk gaat het mis.
De hele computer crasht en protesteert en weigert dienst.
Ik besluit er een nachtje over te slapen maar ben minder onverschillig als er de volgende dag niets veranderd blijkt in de fysieke gesteldheid van de computer.
Ik sms Ex en hij antwoordt dat de thee klaar staat.
Met beide laptops aan het stuur fiets ik naar hem toe.
Aan het einde van de middag zijn er wat wijntjes achter over geslagen, heeft de zon op onze huid gebrand, en hebben we van 2 laptops 1 gemaakt. De nieuwere snellere laptop heeft nu de grotere harde schijf van de ander. Kennelijk was die niet verdronken in het bloemenwater.
Met als gevolg dat ik het werk aan mijn nieuwe site weer kwijt ben en de oude content weer schijn te hebben.

Met enige angst importeer ik de html pagina's in de nieuwe versie van het web maak programma.
Neem me voor de restyle weer op te pakken.
Maar om toch ook even een teken van leven te geven, in de hoop dat je mijn wankelingen en hobbels in de zeer nabije toekomst weer kúnt maar vooral ook wílt volgen.
Ik kom terug, echt voordat je er erg in hebt, en dan maak ik het goed, en haal ik het in.
Kun je dus alles in detail lezen over de dagen dat je mij nu hebt moeten missen.

Met een glimlach kijk ik naar het gedicht wat nu mooi op de muur boven mijn leestafel staat geschilderd
en waarvan de eerste regel luidt:

wees niet bang, je mag opnieuw beginnen

Zondag 30 april

Na het werk spoed ik naar huis, pak de kwast en vervolg mijn klus.
16 Regels en ik vorder zeer langzaam.
Soms neem ik afstand, voel de betekenis van de woorden, de betekenis voor míj, en zie hoe mooi het wordt.
's Avonds laat staan de eerste 4 regels op de muur:

Wees niet bang, je mag opnieuw beginnen
vastberaden of aarzelend op de tast
hou je aan de regels, volg je eigen zinnen
laat die hand maar los of hou er juist één vast.

Ik zie de auto van Man voorbijkomen en zie hem parkeren.
Ik ga weg bij het raam en ren niet op hem af.
Weet niet zeker of ik hem daardoor loslaat of juist vasthoud.
Zondag 23 april

BHV sms't en ze zegt wel langs te willen komen en ik denk niet tot last te moeten zijn dus houd het wat af maar ze dringt aan omdat ze me kent en ik begin alvast met opruimen. Verplaats de laptop van de bank naar de kast die ik van Annie heb gekregen. Dan gaat de mobiel, en ik haast me deze op te nemen. Het is BHV, om spijkers met koppen te slaan en ik probeer verder te gaan met opruimen maar vergeet dat de mobiel nog aan het draadje van de oplader vast zit. Het draadje raakt verstrikt om de vaas met gele tulpen die omvalt en het water gutst over de kast van Annie. De laptop waarvan het klepje wat de interne onderdelen zou moeten beschermen is enige weken geleden al afgebroken en het water maakt er graag gebruik van.
Ik roep shit aan de telefoon en BHV zegt dat ze er meteen aankomt.
Ik ben nog optimistisch en stop een stekker in een stopcontact, en even is er licht op de monitor om daarna snel weer te doven.
Ik kan geeneens meer huilen.

Maandag 24 april

Ik vind dat ik best goed met mijn recente rampjes omga.
Ik stort niet in, dicht mezelf geen slachtofferrol toe, blijf in beweging.
Het kleine kind begint te groeien.

Dinsdag 25 april

Ook anderen merken mijn groei op en natuurlijk is het fijn drijven op de golven van bevestiging, maar ook altijd het gevaar dat dit niet ook mijn draaikolk wordt. Dat ik te afhankelijk word van de mening van anderen, dat ik hen laat bepalen of dit bootje door blijft gaan in zon en storm, of tot zinken wordt gebracht.
Woensdag 26 april

Ik probeer het leven beetje bij beetje weer in eigen hand te nemen. Probeer me bezig te houden met praktische, haalbare doelen en dus bel ik aan bij Man. Er wordt niet opengedaan. Ik probeer het later nog eens, en nog eens, maar er gaat geen zoemer van de voordeur, en geen licht achter de gesloten gordijnen.
Thuis gaan mijn gedachten alle kanten op.
Het is niet zozeer de ongerustheid  over zijn afwezigheid alswel het knagen van mijn geweten.
De relatie die ik nog maar niet echt een relatie durf te noemen, de onzekerheid die me constant parten speelt en ons ondermijnt, en dan is er nog de kwestie met zijn Ex. Hij koos weliswaar mijn kant, maar stond niet achter de vorm die ik koos. Het naar de politie gaan toen ze Poes vergiftigd had.
Man is redelijk, en vriendelijk voor iedereen, en sommigen weten daar misbruik van te maken.
Ik denk daarbij aan de 1e plaats aan zijn Ex, maar als ik eerlijk ben doe ik het zelf net zo goed. Zoals ook in eerdere relaties. Ik zoek grenzen op en ga erover heen om de ander te testen en natuurlijk komt onherroepelijk het moment dat voor die ander de nieuwe grens toch echt niet meer op te rekken valt en ik word verlaten. Waarop ik met alle graagte de jas van het slachtofferschap om mijn schouders hang, en mijn leven min of meer vervolg.
Ik heb (hier) zo lang gezeurd over eenzaamheid en ongelukkigheid, dat moet veranderen, en wel door mijzelf.
Ik stuur Man een sms.






































Donderdag 27 april

Het heeft een paar dagen geduurd, maar ik heb besloten mijn site een nieuw uiterlijk te geven. Geen grote veranderingen, eerder een verfrissing en bewuste keuzes. Deze beslissing is veroorzaakt door het feit dat de computer waarop al mijn site-bestanden staan, het niet meer doet, en nog steeds ligt te drogen in de zon. Ik pak laptop 2 en begin. Eerst met het installeren van het programma, dan met het zoeken naar een nieuwe vorm.
Als ik die min of meer gevonden heb, moet ik de pagina's die nog wel op internet te vinden zijn, importeren in laptop 2. Ooit ging het mis bij het importeren en daarom aarzel ik wat.

Juist in mijn aarzeltijd ontvang ik een sms van Man terug.
Het is niet veel tekst, maar genoeg om me over te halen die avond niets meer te doen.

Vrijdag 28 april

Man laat me weten bij zijn Ex te zijn. Ze heeft een ongeluk gehad en heeft verzorging nodig. Overdag komt haar zus langs, hij is er nu al een paar dagen na zijn werk naar toegegaan en zal dat ook de komende dagen nog doen. En daar ook blijven slapen.
Dat staat er niet, maar ik weet het.
Soms is het goed te handelen naar je intuïtie.
Nu niet.
Ik slik mijn hatelijke woorden in en zeg hem dat ik oprecht hoop dat het goed met haar zal gaan, dat ze bij hem in goede handen is, en ik vraag hem mij op de hoogte te houden.
Zijn antwoord bestaat uit 1 zin: dat zal ik doen.
Ook al had hij het me gezegd terwijl het puntje van zijn neus de mijne had geraakt, de afstand straalt er van af.
Zaterdag 29 april

Het voornemen was vroeg op te staan en even de kraampjes langs te gaan, op zoek naar spullen voor het huis wat steeds mooier aan het worden is.
Het vroege opstaan mislukt en ook daarna kom ik niet echt op gang.
Ik heb nog geen zin verder te gaan met het herstellen van mijn site. De klus is groot en omvangrijk, en ik heb nu iets nodig wat te overzien is.

Ik zet de beamer aan die ik van Ex geleend heb en projecteer een gedicht op de witte muur waarvoor mijn keukentafel staat. Ik pak een stoel, een heel dun kwastje en een potje grijze verf. Het is monnikenwerk, maar misschien juist dat wat me nu enigszins tot rust zal kunnen brengen.
Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE KIJKEN

MEE LEVEN



























april 2006