Sammy
Sammy


VANDAAG

EERDER LEVEN

ANDER LEVEN

MEE LEVEN
Donderdag 3 november

Mijn nieuwe huisgenote.

Vrijdag 4 november

Het is 7 uur ´s ochtends. Ik moet zo naar mijn werk, kijk nog op een paar websites.
Nog snel even naar jouw pagina op facebook, kijken of je al terug bent van je reis naar Kalimantan.

Je prikbord staat vol condoleances.

Snel scroll ik door alle berichten, zie een overlijdensbericht en een artikel in het AD.

Avonturier J. kreeg een hartstilstand in het tropisch regenwoud van Borneo. 'Het gebied was zo onherbergzaam dat de groep het lichaam van de overledene niet kon meenemen. Op advies van de gids en de dragers, leden van de plaatselijke bevolking, maakten ze van takken en bladeren een geïmproviseerd graf.'
L. de W. vertelt het verhaal wat ze te horen kreeg van haar man G. die ook deelnam aan de twintigdaagse ontdekkingsreis door Kalimantan.

'Die J. lag levenloos op de grond, vermoedelijk na een hartstilstand. Een van de reisgenoten was bezig met reanimeren. Hevig geschrokken rende mijn man ernaartoe. Om de beurt probeerden hij en de overige groepsleden het hart van de overledene weer op gang te krijgen. Na ruim een uur gaven ze het op.'
Daarna liepen haar man en diens reisgenoten met hun gids twee dagen terug naar het dorp waar de jungletrektocht was begonnen. De Nederlanders alarmeerden de politie, die met een aantal inwoners de jungle in trok om het lichaam van J. te bergen. Dat lukt niet vanwege de dichte begroeiing.
Met behulp van een helikopter werd het lichaam van de overleden Nederlander uiteindelijk geborgen.

We kwamen jaren geleden via internet met elkaar in kontakt, via een site van de VPRO. Ik nam het initiatief, je leek sprekend op een oud klasgenoot van me. Maanden later reageerde je, je was het niet.  Een paar uur na je eerste reactie mail je me:
Hallo Sammy,

Ik klik op jouw site op mee leven...
nou, dat wil ik wel!
Kan ik me hier aanmelden om met je mee te leven?

We beginnen te mailen, heel veel te mailen.
We spreken over reizen, over dromen, over onszelf.
We worden steeds intiemer. Virtueel althans. Als jij zegt dat je naar bed gaat vraag je of ik, virtueel, met je mee ga.
Zo eten we samen, bied je me je schouders aan, staan we samen voor de badkamerspiegel onze tanden te poetsen.
Er ontstaat spanning tussen ons, leuke spanning, spannende spanning.

Ik zet een voor mijn doen hele grote stap, we spreken af.
Ik zie je nog staan, voor het café. Geen jas aan, ook al is het een koude zondagmiddag in januari. Je staat daar heel erg eigen te wezen. Het fascineert me, irriteert me, ik voel me zo klein. Maar de spanning is er, onmiskenbaar, en ik leg mijn hand in jouw grote warme hand als we door de stad lopen.
Terwijl we elkaar zeggen dat we niet geschikt zijn voor een relatie ontlaadt de spanning zich op de rand van het bed.

Ik raak in de war daarna, zoals ik al snel in de war raak, sowieso, maar vooral door mannen.
Ik neem wat afstand maar jij blijft zo lief. Zo geduldig.
Je blijft me leuke vrouw noemen, lieve vrouw, hoeveel afstand ik ook neem.

En ondertussen reis je. Mooie verre avontuurlijke reizen.
Je gaat het liefst met je rugzak en een tentje de wildernis in, komt op de meest bijzondere uithoeken van de wereld.

Ik kon niet op tegen je optimisme.
Je was zo tevreden.
Met jezelf.
Met je leven.
Het deed je werkelijk helemaal niets wat anderen van je vonden.
Alles wat je deed, deed je met een kalme passie. Je straalde een vanzelfsprekend gezag uit en je ogen glinsterden.

Maar nu niet meer, nu zijn je ogen gesloten.
Mag ik even naast je komen liggen, lief?
Wil je mijn hoofd vullen met andere beelden dan die van je laatste reis?

Ik kom er vanavond achter dat ik al je mails nog heb.
Ik had je beter willen leren kennen, realiseer ik me als ik ze lees, het voelt als een enorme gemiste kans. Toch hebben we elkaar aangeraakt, in korte tijd, heel open, heel intiem, en bleven we verbonden.

Dag, mooi mens.





Zaterdag 24 december

De donkere dagen rond kerst.
Net als ieder jaar vraag ik me weer af waarom deze dagen altijd zo beladen voor me zijn.
Ik ben niet een ouder kwijt zoals zovelen, heb niet dát verlies waar ik met deze feestdagen extra aan herinnerd word.
Ze hebben me niet ooit met kerst een hele erge trui laten dragen waardoor ik nu nog steeds een trauma heb.
Ik ben niet verlaten, niet misbruikt, heb geen kind gebaard zoals Maria.
Niet rond kerst.

Maar ik word al onpasselijk als ik het woord gezellig hoor, moet bijna overgeven bij het overtreffende gelukkig.
Ik word boos bij de meeste onpersoonlijke ´prettige kerst´-kaarten, raak in paniek bij het idee iets te moeten, iets met anderen.

En ook ik haal boodschappen, te veel, ook al duik ik onder.
Het zweet breekt me uit, bij de aantallen mensen om me heen, de irritatie die er is bij kassa´s, op straat, in het verkeer.

Het jaar duurt een maand te lang, ik hoor het meerdere mensen zeggen.
Alle diepgewortelde agressie en boosheid komt er deze maand extra uit.
Zodra er iets misgaat, iets kleins, lampjes die stuk gaan, een internetverbinding die hapert, een sjaal die niet mijn hele nek bedekt, ontplof ik.
Vloek ik.
Hartgrondig.

Ik heb Sam.
Het zou me blij moeten maken, dat doet het ook.
Maar ik doe haar tekort.
Ik doe haar tekort door er te weinig te zijn, en te weinig geduld op te brengen als ze over het toetsenbord loopt of met haar nagels uitgestoken aan mijn arm hangt.
Ik doe haar tekort door reisplannen te maken.

Het is niet gewoon niet zoveel met kerst hebben. Niet zoveel met familie, met opgedrongen samenzijn. Met samenzijn sowieso.
Ik walg echt van deze tijd van het jaar, ieder jaar opnieuw.
En met de walging komen de kruispunten, de spiegels, de bagage.

Eén goed voornemen. Nu al.
In december geen beslissingen.
Nog 1 week, daarna kies ik wel weer richting.
Misschien.




Zondag 25 december

Mooie en grappige kunst, kan maar niet kiezen.
Nog veel meer te zien op: http://www.streetartutopia.com/


Maandag 16 januari

'Wilt u zitten?' vraagt het meisje dat op de klapstoel in het halletje van de trein zit.
Haar vraag kan meerdere redenen hebben.
Ze ziet dat ik de hele dag gestaan heb en moe ben.
Ze heeft het goede voornemen dat ze iedere dag een goede daad zal verrichten.
Ze ziet alle grijze haren die ik zelf nog niet heb opgemerkt.
Ze denkt dat ik zwanger ben.

Het laatste lijkt mij het meest aannemelijk, ik aarzel geen moment, houd de adem, die ik bijna ongemerkt altijd een beetje inhoud, niet meer in.
Ik zeg dat het niet hoeft, leg een hand op mijn buik en kijk gelukkig.
Even is het weer heel dichtbij.
Pas 's avonds, als ik thuis ben, laat ik mijn rol met moeite los.
Laat ik jou los.

Ik sta op het station in de Albert Heijn to go.
Het was een lange dag, ik zoek iets niet al te ongezonds voor onderweg. Een jongen loopt langs me.
Ik denk: hij komt iets stelen.
Hij loopt recht op de in plastic verpakte appeltaart af, draait zich om en wil de winkel weer verlaten.
Daar sta ik. Ik sta recht voor hem. Ik vraag me af of ik daar sta om hem tegen te houden of omdat ik te moe ben om me te verplaatsen.
De jongen draait een kwartslag, naar de schappen, doet alsof hij iets anders zoekt.
Ik kan niets anders doen dan blijven staan.
Hij pakt voorverpakte boterhammen en loopt van mij en de uitgang weg, verder de winkel in.
Hij blijft voor wat schappen staan, kijkt af en toe naar mij, ziet me onveranderd staan.
Dan loopt hij met een omweg langs me, naar de uitgang.
Ik vraag me van alles af. Moet ik ingrijpen? Moet ik het personeel waarschuwen?
Dan moet hij toch langs me.
'Eet smakelijk', zeg ik, terwijl hij het station in vlucht.
Misschien is het zijn verjaardag wel.

Ik ben in Parijs en ik lees Vita, van Matthijs Kleyn.
Het boek troost me, beangstigt me.
Haar verhaal komt zo dichtbij.
Steeds dichterbij.